Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 november 2016
Tijdens het Algemeen Overleg over de Impuls eID op 29 september jl. (Kamerstuk 26 643, nr. 423) heb ik uw Kamer een geactualiseerde businesscase publiek middel eID toegezegd. Hierbij
bied ik deze aan1.
Context
Naar de opvatting van het kabinet is het verder investeren in toekomstvaste inlogmiddelen
noodzakelijk om een bijdetijdse, veilige en betrouwbare digitale omgeving voor burgers
en bedrijven te garanderen. Deze investering draagt bij aan het kabinetsbrede beleid
op de terreinen van identiteitsfraude en cybercrime. De Autoriteit Persoonsgegevens
onderschrijft dit belang2. Als burgers en bedrijven geen digitale toegang meer zouden hebben tot publieke dienstverlening,
dan ligt deze stil. Er zijn geen reële scenario’s voorhanden om bij storingen of beveiligingsincidenten
terug te vallen op post, telefoon en balie. Dit vindt het kabinet maatschappelijk
onacceptabel.
Uitkomsten van de geactualiseerde businesscase.
Tegen deze achtergrond heeft het kabinet de businesscase voor het beleid ter versterking
van de infrastructuur voor digitale identiteitsvaststelling en authenticatie, zoals
laatstelijk toegelicht in mijn brief van 25 augustus 20163 en met u besproken in het Algemeen Overleg van 29 september jl., geactualiseerd.
Ik heb kennis genomen van de conclusie van het onderzoeksbureau Ecorys, namelijk:
«Alles overziend is de conclusie gerechtvaardigd dat het verstandig is om te investeren
in het eID-stelsel in het BSN-domein met middelen op betrouwbaarheidsniveau substantieel
en hoog.» De uitkomsten van de geactualiseerde businesscase bevatten geen nieuwe inzichten
die afdoen aan de wenselijkheid en urgentie van het kabinetsvoornemen om met de impuls
eID de volgende stap te zetten op het terrein van het inloggen in het publieke BSN
domein.
De actualisatie van de businesscase is zowel gebaseerd op een cijfermatige analyse
als op een waardering van de maatschappelijke waarden voor burgers. De reden hiervoor
is dat bij dit soort strategische investeringen die een naar aard en opzet nieuwe
infrastructuur betreffen, beide aspecten van belang zijn in de afweging4. De belangrijkste baten die direct aan de inlogmiddelen zijn toe te rekenen hebben
vooral betrekking op de vermindering van regeldruk voor burgers, inperking van identiteitsfraude
en uitfasering van bestaande inlogmiddelen. Tevens zijn er baten en besparingen die
samenhangen met de investering in deze robuuste inlogmiddelen bij de (semi)publieke
dienstaanbieders.
Toelichting
De reikwijdte
In deze actualisatie heb ik nu naast het publieke inlogmiddel «hoog», ook zaken betrokken
zoals;
-
– de benodigde voorzieningen voor de multimiddelenstrategie (BSN-koppelregister, inzagefunctie);
-
– betrouwbaarheidsniveau «substantieel»;
-
– Uniforme Set van Eisen, inclusief toezicht en beheer;
-
– de aansluitkosten dienstaanbieders;
-
– de beheer en exploitatiekosten van het huidige DigiD.
Een nadeel van deze scope-uitbreiding is dat de businesscase minder vergelijkbaar
is met vorige businesscases. Het belangrijke voordeel is tegelijkertijd dat deze nu
vollediger is.
Rol van de businesscase
Deze businesscase geeft inzicht in de kosten en de baten. De kosten worden hierin
gesplitst in twee fasen: ontwikkeling & programma enerzijds en structurele beheerskosten
anderzijds. De structurele financiering van eID voor 2018 en verder wordt als onderdeel
van het programma nader uitgewerkt langs de lijnen zoals in mijn brief van 25 augustus
20165 reeds aan u gemeld. De financierings-wijze loopt uiteraard in de tijd mee met de
reguliere begrotingscyclus.
Zoals toegezegd, zal ik u voor het einde van het jaar de eerste halfjaarlijkse voortgangsrapportage
eID doen toekomen.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
R.H.A. Plasterk