Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201729515 nr. 397

29 515 Aanpak regeldruk en administratieve lasten

Nr. 397 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES EN VOOR WONEN EN RIJKSDIENST

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 november 2016

Hierbij sturen wij u de najaarsrapportage regeldruk toe.

In deze brief komt de voortgang van het programma «Goed geregeld: een verantwoorde vermindering van regeldruk 2012–2017» aan de orde.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok

Najaarsrapportage regeldruk

1. Inleiding

Vier jaar geleden begon het kabinet aan de ambitieuze doelstelling om de regeldruk voor bedrijven, burgers en professionals in 2017 (ten opzichte van 2012) structureel met € 2,5 miljard te verlagen. Het kabinet is verheugd te kunnen melden dat deze doelstelling nu volledig met maatregelen is ingevuld: per 1 oktober 2016 heeft het kabinet voor een bedrag van € 2,59 miljard aan maatregelen in kaart gebracht.

Hiermee heeft het kabinet een belangrijke mijlpaal behaald. Departementen hebben de afgelopen tijd hard gewerkt om maatregelen te vinden die de regeldruk voor doelgroepen verlagen. De ambitie van het kabinet strekt echter verder. Uiteindelijk willen we dat ondernemers, instellingen, burgers en professionals in hun dagelijkse leven ook merken dat er meer ruimte is om nieuwe initiatieven te ontplooien en dat het voldoen aan wettelijke vereisten ook echt gemakkelijker wordt. Met de ervaring van de afgelopen jaren weten we dat de aanpak van regeldruk vooral succesvol is als de overheid dit samen met de doelgroepen doet. Hoe beter de overheid de doelgroep kent, hoe gemakkelijker het wordt daar met regelgeving en (digitale) dienstverlening op in te spelen en hoe groter de kans op merkbare regeldrukvermindering.

Het kabinet werkt langs zes actielijnen aan het creëren van meer ruimte in wet- en regelgeving en betere (digitale) dienstverlening voor ondernemers, burgers en professionals:

  • 1. Minder regeldruk door het verbeteren van de wetgevingskwaliteit;

  • 2. Structurele verlaging van de regeldruk voor bedrijven, burgers en professionals met € 2,5 miljard in de periode 2012–2017;

  • 3. Merkbare regeldrukvermindering met de maatwerkaanpak;

  • 4. Slimmer, beter en efficiënter toezicht;

  • 5. Minder regeldruk door samenwerking met gemeenten en Europa;

  • 6. Betere (digitale) dienstverlening.

Naast het volledig invullen van de kwantitatieve doelstelling, is er ook op de andere sporen voortgang geboekt. Een aantal resultaten in deze brief:

  • In de maatwerkaanpakken logistiek, zorg en kinderopvang hebben we wederom een aantal concrete knelpunten kunnen oplossen. Zo verloopt de import van fytosanitaire goederen door eenvoudigere aangifteprocedures bij de NVWA een stuk sneller. Ook kunnen zorgaanbieders door betere informatievoorziening nu sneller overgaan tot het verlenen van zorg. Daarnaast schrappen we in de kinderopvang de plicht tot het jaarlijks doen van risico-inventarisaties veiligheid en gezondheid, waardoor de regeldruk afneemt.

  • We hebben nieuwe stappen gezet in het verbeteren van de digitale overheidsdienstverlening. Zo is er een viertal nieuwe regelhulpen bijgekomen: de «Gemeentelijke Inspectiehulp kinderopvang», de «Privacyverklaring generator», «Chemische stoffen goed geregeld» en de «Zelfinspectie: eerlijk werken». Deze regelhulpen maken het voor ondernemers gemakkelijker om aan wet- en regelgeving te voldoen. Daarnaast is nu ook de Engelstalige website van ondernemersplein.nl, «hollandbusinessinformation.com», opgeleverd.

  • In Europa werkt het kabinet aan de implementatie van de onder het Nederlandse voorzitterschap aangenomen Raadsconclusies op de terreinen van «innovatievriendelijke wet- en regelgeving», «kwantificering van regeldrukvermindering en regeldrukdoelstellingen» en «aandacht voor het mkb». Het huidige Slowaakse EU-voorzitterschap heeft aangekondigd zich te willen richten op de nadere implementatie van deze Raadsconclusies, met daarbij bijzondere aandacht voor het onderwerp toekomstbestendige en innovatievriendelijke regelgeving.

Centraal in deze brief staan de voortgang van het cijferbeeld en de voortgang en borging van de maatwerkaanpak. Daarnaast komen aan de orde: de acties ter verbetering van de wetgevingskwaliteit, regeldrukvermindering bij gemeenten en in Europa en de voortgang bij de digitale overheid. Bij het laatstgenoemde onderdeel komt ook de voortgang van de ontwikkeling van MijnOverheid voor Ondernemers aan de orde. Tenslotte presenteert het kabinet in deze brief, zoals toegezegd tijdens het Algemeen Overleg Ondernemen en Bedrijfsfinanciering op 22 juni jl., een uitwerking van de taken van een nieuw regeldruktoetsingscollege.

2. Minder regeldruk door betere wetgevingskwaliteit

Om onnodige nieuwe regeldruk te voorkomen, zet het kabinet in op betere toetsing, meer transparantie over de afwegingen en effecten van nieuwe regelgeving en meer betrokkenheid van doelgroepen bij de totstandkoming van regelgeving. Belangrijke instrumenten hiervoor zijn het Integraal Afwegingskader (IAK), de Bedrijfseffectentoets (BET) en internetconsultatie.

Er zit nog steeds een stijgende lijn in het aantal internetconsultaties: In 2016 zijn er tot 1 oktober 146 consultaties geweest, tegen 103 in dezelfde periode vorig jaar. Op basis van de evaluatie van de website internetconsultatie.nl bekijkt de Minister van Veiligheid en Justitie welke mogelijkheden er zijn om de effectiviteit van de website verder te vergroten, zodat burgers, bedrijven en instellingen nog betere mogelijkheden krijgen om op wetsvoorstellen te reageren. Daarnaast heeft het kabinet een separate notitie over transparantie van het wetgevingsproces aangekondigd. Deze zal ook ingaan op twee Kamermoties terzake (Oosenbrug en Van Gerven/Oosenbrug) en wordt aan het eind van het jaar naar uw Kamer gestuurd.

Onder betere wetgevingskwaliteit verstaan wij ook «toekomstbestendige wetgeving». Het kabinet wil dat wet- en regelgeving zo goed mogelijk voorbereid is op nieuwe technologische en maatschappelijke ontwikkelingen en wil meer ruimte bieden voor vernieuwing en innovatie. In juli 2016 is de derde voortgangsbrief over de uitvoering van het programma Toekomstbestendige Wetgeving naar uw Kamer gezonden1. Deze brief gaat vooral in op de wijze waarop het kabinet wil komen tot een structurele aanpak van het onderwerp toekomstbestendige wetgeving. Zo gaat het kabinet onder andere het gebruik van het Integraal Afwegingskader (IAK) bij de voorbereiding van beleid en regelgeving verder stimuleren en is er in het IAK nu meer informatie opgenomen over instrumenten om wetgeving toekomstbestendiger te maken, zoals experimenteerbepalingen en het «right to challenge». Ook hebben we onlangs de Bedrijfseffectentoets in het IAK verder aangevuld met een vraag over het effect van voorgenomen regelgeving op innovatie. Beleidsmakers kunnen hierdoor beter en bewuster rekening houden met de effecten van nieuwe regelgeving op de mogelijkheden voor ondernemers, instellingen, burgers en bedrijven om tot innovatieve producten, diensten, werkwijzen en verdienmodellen te komen.

Uitwerking toekomstvisie regeldrukeffecttoetsing

In de voorjaarsrapportage heeft het kabinet aangegeven ernaar te streven dat ook na afloop van het huidige Actal-mandaat voorgenomen wet- en regelgeving op onafhankelijke en externe wijze wordt getoetst op mogelijke regeldrukeffecten2. Dit wil het kabinet invullen met een onafhankelijk regeldruktoetsingscollege dat zich volledig richt op het vooraf aan besluitvorming toetsen van wet- en regelgeving. Met deze gerichte focus en het «vreemde-ogen-principe» wil het kabinet bereiken dat de kennis over het in kaart brengen van de regeldrukeffecten verder omhoog gaat en er een betere afweging kan worden gemaakt tussen de regeldrukkosten en de economische en maatschappelijke baten van voorgenomen wetgeving.

Voorop blijft staan dat departementen de primaire verantwoordelijkheid hebben om in kaart te brengen wat de regeldrukeffecten zijn van voorgenomen wet- en regelgeving. Hierin zijn de afgelopen jaren goede stappen gezet, bijvoorbeeld door het gebruik van interne regeldruktoetscommissies. Hier willen we op voortbouwen. De werkwijze van het nieuwe toetsingscollege is er daarom op gericht deze «internalisering» van het regeldrukbeleid verder te versterken. Dat gebeurt vooral door kennis over regeldrukeffecten zo vroeg mogelijk in het proces in te brengen, zodat de departementen zo goed mogelijk de effecten van voorgenomen regelgeving in kaart kunnen brengen en kunnen afwegen.

Met het oog op mogelijke schaalvoordelen en synergie-effecten bij het kennismanagement van de toetsingsfunctie is de mogelijkheid van inbedding van deze taak bij een bestaand adviesorgaan zoals de Raad van State, de Algemene Rekenkamer en het Centraal Planbureau bezien. Hierbij is gekeken naar de positie van het adviesorgaan binnen het wetgevingsproces, de aard van de activiteiten, het niveau van de beoordeling en focusgebieden van de adviesactiviteiten. Deze verkenning laat zien, dat er bij deze organisaties aanknopingspunten zijn, maar duidelijke bezwaren zich tegen inbedding van de regeldruktoetsing verzetten. In het ene geval liggen die erin dat onvoldoende invulling wordt gegeven aan de gewenste onafhankelijke positionering van de externe regeldruktoetsing. In andere gevallen zou de situatie kunnen ontstaan dat sommige van deze organen zowel voor als na de besluitvorming in de ministerraad zouden moeten adviseren over wetsvoorstellen, en dat zij zo hun eigen eerdere adviezen zouden evalueren. Gelet hierop kiest het kabinet ervoor op basis van de Kaderwet adviescolleges een nieuw college in te stellen dat vanuit een tijdelijk mandaat wordt belast met de taak van onafhankelijke regeldruktoetsing.

Tijdens het Algemeen Overleg Ondernemen en Bedrijfsfinanciering van 22 juni jl. heeft de Minister van Economische Zaken toegezegd de nieuwe rol van het toetsingscollege nader uit te werken. Hieronder volgt deze nadere concretisering.

Zoals eerder opgemerkt is het uitgangspunt van de nieuwe aanpak dat we willen investeren in kwalitatieve verbetering van regeldrukanalyses. Hoe eerder de regeldrukeffecten in beeld zijn, hoe beter in het beleids- en wetgevingsproces de afweging gemaakt kan worden tussen de regeldrukeffecten en andere effecten van beleid. Het nieuwe regeldruktoetsingscollege zal departementen daarom in de voorbereidende fase van wetgeving al ondersteunen met kennis en praktische expertise. Om dit mogelijk te maken delen alle ministeries hun wetgevingskalender met het nieuwe college.

In het overleg tussen college en departement kan bijvoorbeeld worden besproken of regelgeving het meest gewenste instrument is, er minder lasten veroorzakende alternatieven denkbaar zijn en wat de verwachtte regeldrukeffecten voor burgers, bedrijven of professionals zijn. Een aantal ministeries heeft goede ervaringen met het in een vroegtijdig stadium beantwoorden van dit soort vragen, bijvoorbeeld in de vorm van een startnotitie. De werkwijze van het nieuwe toetsingscollege zal erop gericht zijn deze goede voorbeelden van «internalisering» van regeldrukbeleid te ondersteunen.

Als het wetsvoorstel voldoende is uitgewerkt, dan kan het ter consultatie aan de verschillende belanghebbenden worden aangeboden. We willen de transparantie in deze fase van het wetgevingsproces verder verhogen door voortaan in principe alle wetgeving in internetconsultatie te brengen, tenzij het bijvoorbeeld om puur technische wijzigingen of de implementatie van EU-regelgeving gaat. Dan is internetconsultatie optioneel.

Het kabinet streeft ernaar dat het nieuwe regeldruktoetsingscollege zijn formele advies al tijdens de internetconsultatiefase geeft. Het advies wordt dan ook op de website van het nieuwe regeldruktoetsingscollege openbaar gemaakt. Om advisering door het college mogelijk te maken wordt alle relevante wet- en regelgeving in de memorie van toelichting in dat stadium voorzien van een door het wetgevende departement opgestelde regeldrukeffectanalyse. Wanneer er op dat moment nog geen complete regeldrukeffectanalyse is, dan geeft het regeldruktoetsingscollege zijn advies uiterlijk voorafgaand aan de behandeling in het desbetreffende ambtelijke voorportaal van de ministerraad.

De regeldrukeffectanalyse gaat in op de volgende hoofdvragen uit de Bedrijfseffectentoets:

  • Welke gevolgen heeft de ontwerpregelgeving voor de administratieve lasten (informatieverplichtingen aan de overheid) inclusief toezichtlasten van de betrokken bedrijven, burgers of professionals (stijgingen en dalingen)?

  • Welke gevolgen heeft de ontwerpregelgeving voor de inhoudelijke nalevingskosten van de betrokken bedrijven, burgers of professionals (stijgingen en dalingen)?

  • Welke motivering is er voor de verplichtingen en is de minst belastende variant gekozen?

  • In het geval van implementatie van EU-regelgeving: is gekozen voor lastenluwe implementatie, zonder «nationale koppen» en met optimaal gebruik van «kan-bepalingen»?

Door deze manier van werken zijn zo vroeg mogelijk in het beleidsproces de effecten van regeldruk op een kwalitatief goede en transparante wijze beschikbaar.

Als er na de internetconsultatiefase wijzigingen worden doorgevoerd in de ontwerpregelgeving die ook aanmerkelijke consequenties hebben voor de regeldrukeffecten, dan moet het nieuwe college in de gelegenheid zijn een aanvullende zienswijze te geven. Deze aanvullende zienswijze wordt dan betrokken bij de besluitvorming in de voorportalen voorafgaand aan de besluitvorming in de ministerraad.

Tot slot geven departementen in de memorie of nota van toelichting aan tot welke wijzigingen het advies van het college heeft geleid en/of waarom voorstellen niet zijn overgenomen.

Met de beschreven opzet geeft het kabinet een impuls aan de kwaliteit van regeldruktoetsing door in een vroeg stadium ondersteuning beschikbaar te stellen. Departementen kunnen in de beleidsvormende fase al een beroep doen op de kennis en expertise van een college dat gespecialiseerd is in het kwantificeren van de regeldrukeffecten en het afwegen van alternatieve beleidsopties. Op deze manier kan onnodige regeldruk eerder in het wetgevingsproces worden voorkomen en kan een betere afweging tussen de regeldrukkosten en de baten van voorgenomen wetgeving worden gemaakt. Met deze uitwerking van de taken van het toekomstige regeldruktoetsingscollege geeft het kabinet ook invulling aan de motie van het lid Ziengs c.s. door het toetsingscollege, zoals verzocht, zijn werk te laten doen bij de start van het wetgevingsproces, bij de versie voor consultatie en bij de versie voor besluitvorming3. Het kabinet zal de komende tijd de voorbereidingen treffen om deze nieuwe werkwijze te realiseren en een soepele overgang mogelijk te maken. In het mandaat wordt ook opgenomen welke ondersteuning het nieuwe college de Tweede Kamer kan bieden. Een voorbeeld is de ondersteuning die het college kan bieden bij de berekening van regeldrukeffecten van ingediende amendementen.

3. Vermindering van regeldruk € 2,5 miljard in periode 2012–2017

Het kabinet heeft de € 2,5 miljard doelstelling volledig met maatregelen ingevuld: op dit moment is er voor € 2,59 miljard aan maatregelen in kaart gebracht. Dat is een toename van ruim € 136 miljoen ten opzichte van een half jaar geleden (zie figuur 1).

Figuur 1: voortgang doelstelling € 2,5 miljard minder regeldruk

Figuur 1: voortgang doelstelling € 2,5 miljard minder regeldruk

Het is voor het eerst deze kabinetsperiode dat de doelstelling volledig kan worden ingevuld.

Achter dit cijferbeeld gaan enkele verschuivingen schuil. Er is bijvoorbeeld sprake van een lichte teruggang van de voorziene regeldrukvermindering voor bedrijven. Dit wordt met name veroorzaakt door een herberekening van de eerder ingeboekte regeldrukreducties als gevolg van een aantal ICT-instrumenten (Ondernemingsdossier en het Ondernemersplein). De conclusie van deze herberekening is dat een deel van de verwachte regeldrukreducties niet geheel in deze kabinetsperiode zal plaatsvinden (€ 55 miljoen minder reductie). Daartegenover staat dat door de integratie van digitale overheidsvoorzieningen vanuit het perspectief van de ondernemers de uiteindelijke regeldrukreductie op langere termijn groter zal zijn dan oorspronkelijk berekend. Het kabinet beziet hoe deze tegenvallers alsnog kunnen worden gecompenseerd.

Wel is er sprake van een verdere regeldrukreductie voor professionals. Evaluatie van het Programma Minder Regels Meer op Straat bij de Politie wijst uit dat er een hogere lastenreductie is gerealiseerd dan oorspronkelijk als doel was gesteld. Bovendien wordt voor 2016 en 2017 nog een additionele reductie voorzien, waarmee de extra reductie als gevolg van dit Programma uitkomt op bijna € 141 miljoen.

Meer ruimte voor primaire politietaken

Voor de lastenverlichting bij politieprofessionals is in de afgelopen periode gewerkt aan «minder (administratieve lasten), slimmer (politiewerk) en meer (vakmanschap)». In de periode 2011 t/m 2015 is een equivalent van netto circa 5.500 fte administratieve lastenvermindering voor de politie gerealiseerd (Kamerstuk 29 628, nr. 647). Deze lastenvermindering is conform afspraak met uw kamer volledig ten goede gekomen aan de primaire politietaken. De met uw kamer afgesproken netto 5.000 fte productiviteitswinst is daarmee behaald.

«Absoluut goed nieuws», vindt korpschef Erik Akerboom: «Want deze lastenverlichting komt ten goede aan de primaire politietaken. Al begrijp ik heel goed dat medewerkers zich afvragen waarom zij in de praktijk betrekkelijk weinig merken van deze lastenverlichting. Dat komt doordat het terugdringen van overbodig werk heel versnipperd is. Het gaat om minuten werk van iedere collega, die bij elkaar opgeteld uitkomen op 5.500 fte’s. Dat maakt het minder zichtbaar en tastbaar. Tegelijkertijd komen er nieuwe regels en wetgeving bij. Dat leidt weer tot nieuwe administratieve lasten. Daarom is het belangrijk dat we hier continu zicht op blijven houden. Het voorkomen van zulke nieuwe lasten vormde dan ook een belangrijk onderdeel van de aanpak. De positieve eindrapportage motiveert om langs deze weg verder te gaan.»

Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft zoals toegezegd de eerste resultaten van de taskforce regeldrukvermindering opgenomen in het cijferbeeld. Het gaat bijvoorbeeld om het digitaliseren van de UZI-pas aanvraag en het bekostigen van het eerstelijnsverblijf vanuit de Zorgverzekeringswet in plaats van de Wet Langdurige Zorg. De resultaten van de overige maatregelen worden opgenomen in de voorjaarsrapportage van 2017.

Realisatie cijferbeeld

In de afgelopen maanden is de realisatie van de geplande maatregelen gelijk gebleven (€ 2,09 miljard). Dit komt vooral door het feit dat er de afgelopen periode weinig maatregelen in werking zijn getreden. We verwachten dat de in kaart gebrachte maatregelen per 1 april 2017 gerealiseerd zullen zijn.

De prognose van de realisatie ziet er dus positief uit. Het kabinet blijft uiteraard alert op het voorkomen van nieuwe regeldrukveroorzakende maatregelen en mogelijke tegenvallers bij het daadwerkelijk realiseren van geplande maatregelen.

Tenaamstelling voertuigen efficiënter geregeld

De RDW heeft de tenaamstelling van voertuigen gemoderniseerd in samenspraak met het bedrijfsleven. De gegevensuitwisseling rond de tenaamstelling is gedigitaliseerd en vereenvoudigd, onder andere door de invoering van de plastic kentekencard. De vermindering van regeldruk bedraagt voor burgers 34,32 mln euro en voor het bedrijfsleven 25,01 mln euro.

Via branchevereniging VNA werd onder andere ALD Automotive betrokken. Manager Martijn Oerlemans: «We zijn zeer blij dat de RDW in vroeg stadium contact heeft gezocht. In de aanvankelijke plannen zouden de administratieve lasten stijgen. Door goed overleg hebben we nu een administratief proces dat voor alle betrokken partijen optimaal werkt. Tijdrovend papierwerk is verdwenen, zoals het verplicht opslaan en opzoeken van de papieren eigendomsbewijzen in de kluis. Ook hebben we nu een tool om te voorkomen dat een voertuig zonder onze toestemming op onze naam kan komen.»

Ook leasemaatschappij Athlon dacht mee. Manager Marco van der Pol: «We kunnen nu veel korter op de bal spelen, bijvoorbeeld door een auto de dag voor het gebruik op onze naam te laten zetten. Dat bespaart onnodige verzekeringspremie, wegenbelasting en afschrijving. Voorheen hadden we daar minder controle over.»

Eenmalige kosten en Europese nalevingskosten

Zoals toegezegd door de Minister van Economische Zaken naar aanleiding van de motie Mulder c.s. van 16 april 20154, brengt het kabinet vanaf 2016 ook de eenmalige kosten en de Europese nalevingskosten in kaart. We rapporteren in deze rapportage over de eenmalige kosten en Europese nalevingskosten als gevolg van wet- en regelgeving die in de periode van 1 januari tot 1 oktober 2016 in werking is getreden. Bij volgende rapportages zal telkens worden weergegeven wat de ontwikkeling van deze kosten is geweest over de betreffende periode.

De totale hoogte van de eenmalige kosten die gemoeid zijn met de wet- en regelgeving die in genoemde periode in werking is getreden, bedraagt € 478 miljoen. Dit is vrijwel gelijk aan de stand die in de voorjaarsrapportage is gemeld. Dit is ook hier grotendeels te verklaren door het feit dat er sinds de voorjaarsrapportage weinig nieuwe maatregelen zijn ingegaan. Voor wat betreft de Europese nalevingskosten gaat het in de periode januari 2016 tot 1 oktober 2016 om een totaalbedrag van € 56,9 miljoen, een toename van bijna € 9 miljoen. Ook hier geldt dat de beperkte toename verklaard kan worden door dat er de afgelopen periode weinig nieuwe maatregelen in werking zijn getreden.

Een volledig overzicht van de eenmalige kosten en Europese nalevingskosten is te vinden in bijlage 15.

4. Merkbare regeldrukvermindering met de maatwerkaanpak

Met de maatwerkaanpak zet het kabinet extra in op merkbare regeldrukvermindering. Dat doen we door samen met doelgroepen knelpunten te inventariseren en gezamenlijk met gemeenten, toezichthouders, inspecties en andere overheidsorganisaties te zoeken naar concrete oplossingen. In bijlage 26 is een volledig overzicht van alle maatwerkaanpakken te vinden. Hieronder lichten we er een aantal uit.

Het afgelopen jaar heeft het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport binnen het programma «Merkbaar minder Regeldruk» een extra impuls gegeven aan het verminderen van de ervaren regeldruk voor professionals in de zorg. Met de inzet van de maatwerkaanpak zijn in een breed scala aan sectoren afspraken gemaakt om concrete knelpunten voor professionals op te lossen. Deze maatwerkaanpakken leveren goede resultaten op, omdat hiermee concrete administratieve lasten voor professionals komen te vervallen, wat bijdraagt aan betere zorg en het werkplezier van zorgverleners.

Na de lasten die in het kader van «Het Roer Gaat Om» begin 2016 al voor huisartsen zijn afgeschaft, hebben we ook de afgelopen periode nieuwe afspraken gemaakt. Zo gaat het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) bijvoorbeeld de indicatie van patiënten in de langdurige zorg na toestemming van de patiënt automatisch verstrekken aan hun huisarts. Op deze manier weten huisartsen en instellingen sneller wie welke zorg kan en mag leveren.

Huisarts: «Digitaal bericht over indicatiestelling brengt passende zorg sneller op gang»

Huisarts Marieke Verlaan uit Haarlem heeft deelgenomen aan een proef waarbij het CIZ indicatiebesluiten voor thuiswonende oudere patiënten direct digitaal stuurt naar de eigen huisarts. «Ouderen wonen langer thuis, en dit moet op een verantwoorde manier gebeuren. De huisarts kan dit in samenwerking met specialisten ouderenzorg doen. Het probleem waar ik in onze praktijk tegenaan liep, was dat het CIZ ons niet actief informeerde over indicatiestellingen. Dat leidde tot uren rondbellen, vertraging in het verlenen van de intensieve zorg (aanvullend op de standaard huisartsenzorg) en soms ook wisseling van specialist ouderengeneeskunde. Voor deze groep ouderen is dat ongewenst. Het gaat om kwetsbare mensen, vaak met geheugenproblemen en zorgmijdend. Sinds de proef met CIZ gaat het veel beter. We ontvangen direct digitaal bericht als een indicatiebesluit is genomen. Op dat moment is duidelijk dat ik geacht word intensieve zorg te verlenen en welke specialist ouderengeneeskunde ik hierbij kan betrekken. De oudere krijgt daardoor sneller de juiste zorg, zonder wisseling van vertrouwde gezichten. Zo vermijden we onnodige of ongewenste opnamen in ziekenhuis en verpleeghuis.»

Ook werkt het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport momenteel samen met betrokken doelgroepen aan de implementatie van oplossingen voor tandartsen, apothekers, wijkverpleegkundigen, paramedici, verloskundigen, en vrijgevestigde GGZ-aanbieders. Dat wordt bijvoorbeeld gedaan door de structuur van contracten te uniformeren, zodat deze eenvoudiger te vergelijken zijn of door herhaalverwijzingen af te schaffen, waarmee een overbodige papierstroom tussen zorgaanbieders komt te vervallen. Voor de langdurige zorg, maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp, GGZ en medisch specialistische zorg geldt dat de knelpunten geïnventariseerd zijn en dat het ministerie momenteel samen met betrokken partijen aan oplossingen werkt. Belangrijke aandacht gaat hierbij ook uit naar de Wmo en Jeugdhulp en met name de knelpunten rond de diversiteit aan productcodes, de verantwoording en de aansluiting van gemeenten en aanbieders op ICT-voorzieningen. In het programma i-Sociaal Domein zijn generieke modellen voorgesteld om tot uniformering van de administratieve werkwijzen te komen. De inzet is om deze producten te verheffen tot een veldnorm voor gemeenten en zorgaanbieders, zodat de ervaren regeldruk bij gemeenten en zorgaanbieders merkbaar kan worden verminderd.

Naast het oplossen van door het veld aangedragen knelpunten, biedt het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ook actief ruimte binnen de eigen wet- en regelgeving om regelarm te werken en meer ruimte te creëren voor innovatie. Binnen de «Innovatieplaats Cure» biedt het ministerie ruimte aan innovatieve werkwijzen die leiden tot meer kwaliteit en doelmatigheid van zorg. Denk bijvoorbeeld aan een project waarbij apothekers aan een volledig digitaal archief werken of ziekenhuizen die werken aan een innovatieve manier van kwaliteitsregistratie, waarbij meer naar uitkomst in plaats van input wordt gekeken. Doel van Innovatieplaats Cure is om de ervaren regeldruk merkbaar te verminderen en nieuwe, innovatieve oplossingen en werkwijzen breder in de praktijk te brengen.

Maatwerkaanpak Onderwijs: Meldpunt Regeldruk Primair Onderwijs

Als actie voor de sector primair onderwijs (PO) heeft er gedurende een periode van zeven weken een meldpunt regeldruk PO opgestaan. Via dit meldpunt konden leraren, schoolleiders en ondersteunend personeel melding maken van registratieverplichtingen binnen de po-sector die zij als regeldruk verhogend beschouwen. Op basis van de ruim 3000 meldingen heeft aanvullend verdiepend onderzoek plaatsgevonden om de herkomst van de betreffende gemelde registratieverplichting te achterhalen. Regeldruk wordt vooral ervaren op de thema’s beleid en verantwoording, passend onderwijs, personeelsbeleid, opbrengstgericht werken en cognitieve ontwikkeling.

Uit het onderzoek komt verder naar voren dat registratieverplichtingen vooral vanuit de verschillende actoren uit de uitvoeringsketen van de school zelf komen. Het gesprek op school tussen de leraar, de schoolleider en bestuurder over wat nodig is om te registreren voor goed onderwijs, is daarom erg belangrijk. Om dit gesprek op gang te brengen, te begeleiden en te monitoren, starten vanaf begin 2017 een vijftal begeleidingstrajecten onder de naam «jouw school, mijn school» waarin scholen begeleid worden om interne regeldruk in de uitvoeringsketen van de school inzichtelijk te maken en aan te pakken. De opbrengsten worden gedeeld met de hele sector via bijvoorbeeld via blogs van de betrokken bestuurders, schoolleiders en leraren. De opbrengsten van deze trajecten worden vóór 1 april 2017 gedeeld met uw Kamer.

De maatwerkaanpak logistiek is nagenoeg afgerond. In de vorige rapportage is aangegeven dat van de in totaal 50 geïnventariseerde knelpunten er inmiddels 42 zijn opgelost of een weg hebben gevonden naar een duurzame oplossing in publiekprivaat overleg. Voor een aantal resterende knelpunten zoeken we aansluiting met de activiteiten binnen de topsector logistiek om de regeldruk te verminderen. Enkele recente oplossingsrichtingen uit de maatwerkaanpak logistiek zijn te zien bij de fytosanitaire import, waarbij een aantal knelpunten op het terrein van de doorstroming van fytosanitaire importen zijn aangepakt. In een gezamenlijk traject van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) met logistieke bedrijven op Schiphol en in de Rotterdamse haven zijn deze knelpunten geïdentificeerd en waar mogelijk opgelost. Zo kunnen importeurs door een aanpassing van de informatiestromen binnen de NVWA voortaan volstaan met een eenvoudigere aangifte. Hierdoor bereiken verse producten eerder de consument. Ook komt de NVWA tegemoet aan het verzoek van importeurs om op meerdere locaties keuringen te verrichten. Inspecteurs komen nu langs op locatie, zoals de huisarts zijn patiënten thuis bezoekt. Een derde voorbeeld van een opgelost knelpunt is betere communicatie met transporteurs over containers die voor labonderzoek zijn geselecteerd. Zij kunnen hun verdere transport daardoor beter plannen. Met deze maatregelen zal de afhandeling van de importkeuringen sneller kunnen verlopen en kunnen bederfelijke goederen eerder worden doorgevoerd.

In 2014 is de maatwerkaanpak regeldruk kinderopvang van start gegaan. Kern van de maatwerkaanpak regeldruk kinderopvang is het tegengaan van door ondernemers en medewerkers ervaren regeldruk. Onderzoek naar ervaren regeldruk is in 2015 vertaald in het actieplan kinderopvang7. In het akkoord Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK), dat de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in mei jl. met de partijen uit de kinderopvangsector sloot, is overeengekomen dat de kwaliteitseisen op een aantal punten worden aangepast. Hierover is uw Kamer in mei 2016 geïnformeerd8. Onderdeel van dit pakket is ook het verminderen van de ervaren regeldruk. Belangrijke bijdrage aan de vermindering van regeldruk is het schrappen van de verplichting tot het doen van jaarlijkse risico-inventarisaties veiligheid en gezondheid. Daarnaast worden de regels voor het voldoen aan de beroepskrachtkind-ratio in pauzes en aan de randen van de dag verduidelijkt. Om ruimte voor innovatie te vergroten start het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in samenwerking met partijen uit de sector Pilots Innovatieve Opvang, waarin ervaring kan worden opgedaan met nieuwe pedagogische concepten. De bedoeling is dat in deze pilots ervaring wordt opgedaan met het werken met alternatieve eisen ten aanzien van ruimte en stabiliteit. De nieuwe eisen worden momenteel in overleg met partijen uit de kinderopvangsector omgezet in voorstellen voor aanpassing van wet- en regelgeving. Inwerkingtreding van de gewijzigde eisen is voorzien voor 1 januari 2018.

Terugblik maatwerkaanpak regeldruk bedrijven

Het kabinet is gestart met het programma maatwerkaanpak regeldruk bedrijven in de sectoren logistiek, agri & food, life sciences and health, bouw, zorg, banken en chemie.

We kunnen inmiddels aankondigen dat van de maatwerktrajecten uit deze eerste tranche de maatwerkaanpakken banken en bouw inmiddels succesvol zijn afgerond. Voor de logistiek geldt dat deze maatwerkaanpak later dit jaar wordt afgerond. Hierover wordt uw Kamer begin 2017 separaat door de Minister van Infrastructuur en Milieu geïnformeerd. De maatwerkaanpak agri & foodis momenteel ook bezig met afronding van de eerste tranche en de Staatssecretaris van Economische Zaken heeft inmiddels een inventarisatie gedaan om een nieuwe tranche te starten in het agrodomein. Voor de maatwerkaanpakken zorg en life sciences and health geldt dat deze onverminderd doorgaan, maar dat de trekkende rol, voor zover dat inmiddels al niet het geval is, volledig bij het daarvoor verantwoordelijke Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport komt te liggen. Bij de maatwerkaanpak chemie blijft het Ministerie van Economische Zaken actief betrokken en zal hierbij ook de aanjagende rol blijven vervullen.

Afrikaantjes vervangen chemische grondontsmetting

De maatwerkaanpak heeft in het agrodomein concrete oplossingen gebracht. Een van de resultaten is dat bollentelers tijdens het groeiseizoen meer tijd krijgen om afrikaantjes (tagetes) te kweken als natuurlijk alternatief voor aaltjesbestrijding met chemische gewasbeschermingsmiddelen. Bollenteler Marcel Markhorst doet dit voor het tweede jaar: «Afrikaantjes zuiveren de grond van aaltjes en passen goed in de vergroening van mijn bedrijf. Nu er eerder gezaaid kan worden, kiezen steeds meer collega’s voor dit groene alternatief. Mij heeft het geholpen, maar helaas kunnen nog niet alle bollentelers hier mee uit de voeten.»

Voor de maatwerkaanpakken uit de tweede tranche geldt dat de maatwerkaanpak metaal inmiddels ook is afgerond. Voor de maatwerk kinderopvang neemt het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de trekkende rol volledig op zich. Voor de maatwerkaanpakken winkelambacht en gastvrijheidseconomie blijft het Ministerie van Economische Zaken aanspreekpunt en is nu bezig om samen met betrokken bedrijfsleven en overheidsorganisaties de actieplannen uit te voeren.

Resultaten maatwerkaanpak winkelambacht

Kappers, bakkers, slagers, bloemisten en schoenmakers zijn de smaakmakers in winkelgebieden, maar hebben het niet makkelijk. Deze winkeliers moeten vanwege hun bedrijfsvoering voldoen aan verschillende wetten en regels. Zij ervaren een hoge regeldruk en besteden 5 tot 8 procent van hun bedrijfskosten aan administratieve lasten. Binnen de maatwerkaanpak Winkelambacht werken branches en gemeenten samen aan oplossingen die passen in de lokale situatie. Dordrecht heeft het adviesteam Dordt Onderneemt opgericht. Ondernemers vinden daar een persoonlijk aanspreekpunt. IJsselstein heeft een einde gemaakt aan reclamebelasting, toeristenbelasting, precariobelasting, havengeld en vermakelijkheidsbelasting om de winstgevendheid van winkeliers te vergroten. Amsterdam heeft de tijden voor bevoorrading van winkels verruimd. Capelle aan den IJssel heeft kort parkeren met de blauwe schijf in winkelgebieden gratis gemaakt. Invoering van betaald parkeren blijft niet zonder gevolgen, is de ervaring van kapper Henk Bekker van Hair Company: «Op één van onze vier vestigingen zag ik de omzet flink dalen toen daar betaald parkeren werd ingevoerd. Consumenten zijn hier heel gevoelig voor. Wil je een levendig winkelgebied, zorg dan voor een klantvriendelijk parkeerbeleid, bijvoorbeeld met een blauwe zone.»

Het afronden van een aantal van deze trajecten betekent niet dat kabinet geen inspanningen meer verricht om de regeldruk in deze sectoren verder merkbaar te verminderen of dat de ingeslagen weg met de maatwerkaanpak ten einde is. Integendeel, de maatwerkaanpak heeft ervoor gezorgd dat er bij departementen nu structureel overleg is mogelijk gemaakt waarbinnen knelpunten tussen bedrijfsleven en overheid kunnen worden besproken. Dit zal in de toekomst ook zo blijven en het Ministerie van Economische Zaken zal hierop ook toezien. De bereidheid van departementen om een aantal maatwerktrajecten nu zelf te leiden, toont ook aan dat de maatwerkfilosofie geïnternaliseerd is en bijdraagt aan het merkbaar oplossen van knelpunten. Het kabinet blijft daarom onverminderd met de maatwerkaanpak doorgaan.

Om aan het einde van de kabinetsperiode ook feitelijk inzichtelijk te kunnen maken op welke manier de maatwerkaanpak heeft bijgedragen aan merkbare regeldrukvermindering, hebben we de zogenaamde MerkbaarheidsScan ontwikkeld. Deze MerkbaarheidsScan wordt uitgevoerd in de afgeronde maatwerktrajecten van de eerste tranche. Naar verwachting zullen de resultaten hiervan medio 2017 beschikbaar zijn. Aan de hand van deze resultaten zal de opzet en inzet van de maatwerkaanpak verder worden doorontwikkeld om de ervaren regeldruk in het veld ook in de toekomst zo effectief en doelmatig mogelijk aan te pakken.

5. Regeldrukvermindering bij gemeenten en in Europa

Niet alleen nationale wet- en regelgeving heeft invloed op de gevoelde regeldruk door doelgroepen. Ook gemeenten en de Europese Commissie kunnen met betere wet- en regelgeving en (digitale) dienstverlening een belangrijke bijdrage leveren aan merkbare regeldrukvermindering.

Gemeenten

Zo heeft het Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten (KING) onderzoek laten uitvoeren naar de «toptaken», oftewel onderzoek naar de topproducten en diensten van gemeenten die ondernemers en inwoners online willen uitvoeren. De resultaten van het onderzoek zijn te vinden via magazine.kinggemeenten.nl/topdiensten-gemeenten. Deze resultaten vormen input voor de leerkring Gebruikersgerichte website waar nu circa 60 gemeenten aan deelnemen. Doel is om de digitale dienstverlening van gemeenten via websites te verbeteren.

Om meer zicht te krijgen op de praktische kant van de aanpak van regeldruk voert KING ook een quickscan uit naar de werkende elementen van de regeldrukaanpak bij gemeenten. De bedoeling is om deze succesfactoren voor alle gemeenten beschikbaar te maken, zodat zij daar in hun aanpak hun voordeel mee kunnen doen. Daarnaast kunnen gemeenten via het platform http://depilotstarter.vng.nl, een instrument van de Digitale Agenda 2020, hun innovatieve ideeën delen. Eén van de pilots heet www.vraaghetdemarkt.nlvan de gemeente Tilburg (zie ook het tekstbox).

Voorbeelden regeldrukaanpak gemeenten

De gemeente Zwolle kent de passende regelsaanpak. Dit houdt in dat Zwolle alleen regels opstelt als dat noodzakelijk is. Als dit zo is, dan maakt men die zoveel mogelijk samen met de doelgroepen die er mee te maken hebben. In dat kader is de APV van Zwolle afgelopen jaar ook herzien en is bijvoorbeeld met de horeca en andere belanghebbenden gekeken naar de aanpak voor terrassen. Ook kent de APV van Zwolle een Experimenteerartikel waarbij er een jaar lang geëxperimenteerd kan worden met bepaalde artikelen uit de APV. Binnen een half jaar is daar gebruik van gemaakt om een experiment met vrije sluitingstijden mogelijk te maken. In het kader van het programma Initiatiefrijk Zwolle stimuleert Zwolle nieuwe initiatieven, onder meer door de ruimte en de mogelijkheden in de regels te ontdekken en waar mogelijk aanpassingen te doen.

Gemeente Tilburg is in 2014 gestart met het Programma Zaakgericht Werken met als doel betere digitale dienstverlening. In de gemeente Tilburg kunnen burgers en ondernemers via webformulieren 24/7 gemakkelijk zaken aanvragen en verantwoorden. Daarnaast kan de voortgang van zaken gevolgd worden en zijn alle bijbehorende documenten inzichtelijk. Door deze uniformering in aanvragen en informatieverstrekking hebben burgers en ondernemers uit Tilburg regeldrukverlaging en verbetering van de dienstverlening ervaren. Momenteel worden 150 processen zaakgericht afgehandeld. In de volgende fase tot eind 2017 worden alle overige dienstverleningsprocessen op deze manier ontsloten. Hiernaast heeft Tilburg in kader van een innovatiepilot (www.vraaghetdemarkt.nl) een App ontwikkeld waarmee vooroverleg tussen bedrijf en aanbesteder kan worden gevoerd alvorens het aanbestedingstraject in te gaan. Bij de ontwikkeling van de App is ook MKB NL betrokken.

In de gemeente Utrecht is continue aandacht voor deregulering middels het programma «Utrecht: Goed geregeld!» Eén van de resultaten van het afgelopen jaar is de vaststelling van «De Nota Inkoop 2015–2019». In deze Nota Inkoop zijn verruimingen toegepast, in overeenstemming met de Aanbestedingswet en de Gids Proportionaliteit. Onder andere de verhoging van de drempels leidt tot minder uitgebreide aanbestedingsprocedures en tot meer enkelvoudige inkopen. Aanbestedingsregels zijn derhalve voor de bedrijven eenvoudiger geworden. Een ander resultaat betreft de invoering van nieuwe structuur voor verhuurtarieven-buurtcentra. De tarieven zijn nu eenduidiger en de tevredenheid hierover bij de gebruikers van de panden is gestegen.

Tenslotte werkt KING samen met gemeenten, de Manifestgroep (informeel samenwerkingsverband van uitvoeringsorganisaties zoals de Belastingdienst, UWV en SVB) en het programma Digitale Agenda 2020 van de VNG aan pilots over Innovatief standaardiseren van dienstverlening. Zo heeft de pilot Digitale Aangifte Overlijden als doel om één landelijke digitale voorziening te bieden aan uitvaartondernemers via ondernemersplein.nl en de Berichtenbox voor Bedrijven. Inmiddels is de centrale voorziening beschikbaar via het Ondernemingsdossier (en straks via MijnOverheid voor Ondernemers, zie hoofdstuk 6) en de Berichtenbox voor Bedrijven.

Uitvaartondernemer bespaart tijd met digitale aangifte van overlijden

Tot voor kort moesten uitvaartondernemers elk overlijden persoonlijk aangeven op het gemeentehuis. Om de ondernemers tijd te besparen en de gemeentelijke administratie efficiënter te maken, ontwikkelde gemeente Den Bosch een digitale aangifte. Met dit standaard digitale formulier kunnen begrafenisondernemers 24x7 aangifte van overlijden doen bij iedere gemeente die dit formulier in gebruik heeft. Deze voorziening is één keer landelijk ingericht en voor alle 390 gemeenten te gebruiken. Dit zorgt voor eenheid in de gemeentelijke dienstverlening en bespaart geld en tijd. De digitale aangifte wordt nu landelijk ingevoerd. Uitvaartondernemer Alex Nieuwland is een van de eerste gebruikers: «Onze medewerker hoeft de deur niet meer uit om aangifte op het gemeentehuis te doen. Dat kan nu digitaal vanaf de werkplek.» Brancheorganisatie BGNU stimuleert deze ontwikkeling. Directeur Heidi van Haastert: «Wij zien de efficiency-slag die ondernemers hiermee kunnen maken en hopen dat voor het einde van 2016 alle gemeenten er klaar voor zijn.»

Ook is inmiddels een pilot over het verbeteren van de dienstverlening aan zzp’ers afgerond. Uit de pilot blijkt onder andere dat de groep zzp’ers niet homogeen is en niet als zodanig kan worden benaderd. Ook komt naar voren dat zzp’ers vooral behoefte hebben aan meer gestroomlijnde informatie van Rijk en gemeenten. De resultaten van de pilot worden geborgd door de VNG/KING en binnen het project «Strategische verkenning doelgroep zzp» van de Bestuurderstafel Dienstverlening van de Manifestgroep.

Paspoort en ID-kaart gratis thuis bezorgd

Sinds september 2015 kunnen inwoners van de gemeente Alphen aan den Rijn hun nieuwe paspoort of ID-kaart laten bezorgen. Toos Groeneweg, teamleider burgerzaken van gemeente Alphen aan den Rijn: «We hebben gratis bezorging eerst op proef bij elke aanvraag aangeboden. Gemiddeld een op de drie aanvragers heeft hier gebruik van gemaakt. In de kernen om Alphen aan den Rijn heen wordt relatief meer gebruik gemaakt van deze service. Inwoners die gebruik hebben gemaakt van deze nieuwe vorm van dienstverlening waardeerden de service met het rapportcijfer 9. Bezorgen is vooral een mooi alternatief voor ouderen die minder makkelijk naar het gemeentehuis kunnen komen of gezinnen met kleine kinderen. Maar ook inwoners waarvoor een bezoek tijdens de openingstijden lastig is, waarderen het alternatief. De gemeenteraad heeft voor de komende jaren extra budget beschikbaar gesteld om deze dienstverlening mogelijk te maken.»

In totaal hebben 17 gemeenten deelgenomen aan de proef, waaronder Amsterdam en Rotterdam. Elke gemeente in Nederland kan de bezorging van reisdocumenten mogelijk maken. Doel is het verstrekken gemakkelijker te maken en de reistijd en -kosten voor burgers te verminderen.

Europa

Onder het Nederlandse EU-voorzitterschap zijn Raadsconclusies aangenomen over de thema’s «toekomstbestendige en innovatievriendelijke regelgeving», «kwantificering van regeldrukvermindering en regeldrukdoelstellingen» en «aandacht voor het mkb». Ook is er onder het Nederlands voorzitterschap gewerkt aan het onderwerp «het gebruik van impact assessments door de Raad», in het kader van de implementatie van het interinstitutioneel akkoord beter wetgeven, dat op 13 april onder Nederlands Voorzitterschap is ondertekend. Het huidige Slowaakse EU-voorzitterschap heeft aangekondigd zich te willen richten op nadere implementatie van deze Raadsconclusies, met daarbij bijzondere aandacht voor het onderwerp toekomstbestendige en innovatievriendelijke regelgeving.

De Commissie heeft op 14 september 2016 de mededeling «Betere regelgeving: Betere resultaten voor een sterkere Unie» gepubliceerd. De Commissie schetst onder andere dat er sinds de start van het REFIT-programma 200 voorstellen zijn gedaan door de Commissie om op vele terreinen regelgeving aan te passen of te schrappen om onnodige regeldruk te verminderen. Een voorbeeld is de aanpassing van de EU-richtlijn jaarrekening, waarmee de financiële rapportage-eisen zijn vereenvoudigd. Jaarlijks levert deze maatregel op EU-niveau een besparing op van € 6,3 miljard voor 5 miljoen micro-mkb’ers. Nederland heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid die deze nieuwe richtlijn biedt om een apart regime voor micro-bedrijven in te voeren. Dit leidt in Nederland tot een regeldrukbesparing van ruim € 300 miljoen euro voor mkb-bedrijven.

Daarnaast is het zogenaamde REFIT-platform begin dit jaar van start gegaan. Dit platform heeft als voornaamste taak om de Commissie te adviseren en te assisteren bij haar inspanningen om EU regelgeving te verbeteren en regeldruk te verminderen. Inmiddels heeft het platform 100 suggesties beoordeeld en 22 concrete aanbevelingen voor vereenvoudiging en verbetering van wet- en regelgeving gedaan. De Commissie heeft aangekondigd in het kader van haar werkprogramma 2017 aan te zullen geven hoe zij een vervolg wil geven aan deze aanbevelingen.

De Commissie kondigt in de mededeling verder onder andere aan dat er een «jaarlijks lastenoverzicht» zal komen, een haalbaarheidsstudie naar de introductie van reductiedoelstellingen en een aparte mededeling over de correcte toepassing van het EU-recht in alle lidstaten.

Nederland heeft waardering voor de inzet en de resultaten die zijn bereikt door de Commissie op het gebied van Betere Regelgeving. De komst van het REFIT-platform beoordeelt Nederland als positief. Het platform biedt de gelegenheid om de Commissie te adviseren bij het verminderen van regeldruk en het verbeteren van wet- en regelgeving. Ook staat Nederland positief tegenover de aankondiging van de Commissie ten aanzien van het jaarlijkse lastenoverzicht en de afronding van het onderzoek naar de haalbaarheid van introductie van doelstellingen voor de reductie van regeldruk. De Commissie gaat in de mededeling evenwel niet in op enkele andere belangrijke thema’s van de Raadsconclusies Betere Regelgeving die onder Nederlands voorzitterschap door de Raad voor Concurrentievermogen op 26 mei 2016 zijn aangenomen, te weten innovatievriendelijke en toekomstbestendige regelgevingde positie van het mkb en de komst van een gekwantificeerd REFIT-scorebord. Nederland zal de Commissie vragen naar de stand van zaken op deze punten en inzetten op verwezenlijking van de inhoud van de Raadsconclusies. Uw Kamer heeft middels het bijbehorende BNC-fiche op 21 oktober jl. een uitgebreide beschrijving en appreciatie van deze Commissiemededeling ontvangen9.

Op 25 oktober 2016 heeft de Commissie haar werkprogramma voor 2017 gepresenteerd. Dit programma bevat onder andere overzichten van de verschillende acties in het kader van REFIT en bij dit werkprogramma is ook het REFIT-scorebord gepresenteerd. Over dit Commissiewerkprogramma en het REFIT-scorebord zal uw Kamer binnenkort een kabinetsappreciatie ontvangen.

6. Betere (digitale) dienstverlening

In het afgelopen jaar is de digitale overheidsdienstverlening aan burgers en ondernemers verder verbeterd. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zal uw Kamer daarover voor het eind van het jaar informeren in de rapportage van het programma «Digitaal 2017». Deze rapportage zal de toename van digitale overheidsdiensten in het afgelopen jaar in beeld brengen.

Digitalisering en vereenvoudiging aanvraagproces hypotheek

Op 23 augustus 2016 is de pilot Handig! gestart. Doel van de pilot is de vereenvoudiging van het aanvraagproces voor een hypotheek. UWV heeft het mogelijk gemaakt dat consumenten de reeds beschikbare, persoonlijke loon- en arbeidsgegevens bij UWV via mijnuwv.nl kunnen downloaden. Het digitale document kan vervolgens gebruikt worden bij het aanvragen van een hypotheek. Een werkgeversverklaring is hiermee overbodig. Hiermee wordt bereikt dat de administratieve rompslomp die gepaard gaat met het aanvragen van hypotheek voor de consument wordt verminderd.

Hypotheekadviseur De Hypotheker is betrokken bij de uitvoering van de pilot. Directeur Twan Cats: «De werkgeversverklaring is van alle benodigde stukken voor een hypotheekaanvraag de grootste vertrager. Via de huidige schriftelijke weg kost het enkele dagen tot enkele weken. Met de digitale inkomensgegevens van UWV kan een consument binnen enkele minuten volledige, betrouwbare informatie geven. Dat bespaart zijn werkgever administratieve rompslomp. De geldverstrekker krijgt meer zekerheid doordat de gegevens rechtstreeks van UWV komen. De tenslotte kan de hypotheekadviseur sneller duidelijkheid geven aan de consument over zijn financiering. De tijdbesparing voor alle betrokken partijen samen bedraagt meer dan 2 uur per hypotheekaanvraag. Wij zijn blij dat UWV dit mogelijk heeft maakt. De investering voor deze digitale gegevensstroom is gedragen door alle deelnemers aan de pilot.» Alle partijen die bij de aanvraag van nieuwe hypotheken betrokken zijn, zowel bedrijven als consumenten, besparen gezamenlijk ruim een half miljoen uren per jaar.

De grote uitvoeringsdiensten van de overheid hebben de belangrijkste informatiestromen met bedrijven inmiddels in hoge mate gedigitaliseerd. Door het gebruik van één digitale sleutel voor bedrijven (e-herkenning) en één plek om alle informatie te vinden (het Ondernemersplein) kunnen ondernemers steeds meer zaken digitaal en gestandaardiseerd afhandelen. Een aantal informatiestromen verloopt inmiddels volledig digitaal, zonder menselijke tussenkomst. Zo is er één standaard om facturen te sturen (e-factureren) en kunnen ondernemers met Standard Business Reporting informatie direct vanuit hun eigen boekhouding aanleveren aan de overheid, zoals de Belastingdienst, de Kamer van Koophandel en het CBS. Deze ICT-maatregelen zorgen ervoor dat bedrijven minder tijd kwijt zijn aan het voldoen aan wet- en regelgeving en vergemakkelijken het zakendoen met de overheid. Als illustratie van deze ontwikkelingen zijn hieronder enkele maatregelen opgenomen die leiden tot verdere regeldrukreductie voor bedrijven.

Identificatie

Idensys (voor burgers) en eHerkenning (voor rechtspersonen) maken digitale transacties mogelijk waar een hoog betrouwbaarheidsniveau voor nodig is. De pilots met Idensys, die hebben plaatsgevonden in diverse publieke en private sectoren, zijn inmiddels geëvalueerd. De resultaten zijn door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met de brief over de Impuls eID aan uw Kamer gestuurd10. In deze brief beschrijft de Minister het nieuwe multimiddelenbeleid en de uniforme set van eisen die voor alle inlogsystemen gaat gelden waarmee bij de overheid kan worden ingelogd.

Het aantal overheidsorganisaties dat is aangesloten op eHerkenning is in het afgelopen half jaar verder toegenomen. Eind augustus 2016 waren 207 overheidsorganisaties aangesloten op eHerkenning, waaronder 181 gemeenten en 8 provincies, naast 21 bedrijven en overige organisaties die digitale diensten aanbieden. Het aantal ondernemers dat een eHerkenningsmiddel heeft, neemt ook nog steeds toe. Inmiddels zijn er circa 270.000 actieve eHerkenningsmiddelen, waarmee in de eerste helft van 2016 circa 4 miljoen authenticaties zijn uitgevoerd.

MijnOverheid voor Ondernemers

In het Algemeen Overleg Ondernemen en Bedrijfsfinanciering van 30 september 2015 heeft de Minister van Economische Zaken toegezegd om het Ondernemingsdossier door te ontwikkelen naar MijnOverheid voor Ondernemers.

MijnOverheid voor Ondernemers heeft tot doel om:

  • De effectiviteit van de digitale, zakelijke dienstverlening van de overheid aan ondernemers te vergroten, zodat dit leidt tot positieve baten voor de ondernemer;

  • Uitvoeringorganisaties te stimuleren om hun diensten vaker digitaal, gestandaardiseerd en overzichtelijk aan te bieden aan de ondernemer.

MijnOverheid voor Ondernemers is toegankelijk voor alle ondernemingen en organisaties, die ingeschreven zijn in het handelsregister. Dat zijn ook stichtingen en verenigingen.

De kern van de afgeschermde omgeving van MijnOverheid voor Ondernemers wordt gevormd door het berichtenverkeer (digitale post) en gegevensuitwisseling om transacties bij de overheid effectiever te maken. De huidige Berichtenbox voor Bedrijven zal met de Berichtenbox voor Burgers geïntegreerd worden tot één generieke berichtenvoorziening en opgaan in MijnOverheid voor Ondernemers. MijnOverheid voor Ondernemers en het Ondernemersplein zullen een samenhangend geheel vormen. Beide voorzieningen zullen ook zelfstandig bereikbaar zijn. De ondernemer kan met hergebruik van gegevens uit MijnOverheid voor Ondernemers transacties binnen de portalen van de uitvoeringsorganisaties verrichten – zoals het aanvragen van een vergunning – en de mogelijkheid hebben om zijn gegevens te beheren en in te zien op een centrale plek. Dit zal in eerste instantie de website van de Kamer van Koophandel zijn. Deze omgeving geeft de ondernemer toegang tot zijn post, inzicht in zijn bedrijfsgegevens en toeleiding naar informatie op maat, zoals regelhulpen. De weergave en functies van MijnOverheid kunnen op basis van zijn profiel en eigen voorkeuren op maat worden aangeboden. MijnOverheid voor Ondernemers zal een neutrale overheidsstijl hebben.

Het Ministerie van Economische Zaken is eigenaar en beleidsverantwoordelijke voor MijnOverheid voor Ondernemers. De Kamer van Koophandel is hoofdaannemer en opdrachtgever en Logius is de ontwikkelaar, beheerder en exploitant. Voor de ontwikkeling van MijnOverheid voor Ondernemers maakt Logius gebruik van de bouwstenen van de generieke digitale infrastructuur, gecombineerd met bouwstenen die specifiek voor ondernemers ontwikkeld zijn. De Kamer van Koophandel zal de presentatielaag (inclusief gebruikersomgeving) ontwikkelen en functioneel beheerder zijn voor de (door-)ontwikkeling van functionaliteiten in de voorziening MijnOverheid voor Ondernemers.

De basisversie van MijnOverheid voor Ondernemers zal in de volgende kabinetsperiode worden opgeleverd. In de stapsgewijze ontwikkeling zal het leggen van verbinding met zakelijke diensten van de overheid een belangrijke plek innemen. MijnOverheid voor Ondernemers zal zo ontwikkeld worden, dat flexibel ingespeeld kan worden op de wensen en behoeften van ondernemers en uitvoeringsorganisaties. Dat wordt gedaan door de verantwoordelijkheid voor de inrichting van bedrijfseigen processen bij uitvoeringsorganisaties te laten en door de ondernemer zelf te laten bepalen hoe hij gebruik wil maken van MijnOverheid voor Ondernemers.

Tien branches en 54 gemeenten werken op dit moment met het Ondernemingsdossier. Daarbij gaat het om bijna 8.000 ondernemers zijn aan de slag met een Ondernemingsdossier. De bestaande dienstverlening blijft in ieder geval gehandhaafd totdat MijnOverheid voor Bedrijven operationeel is. Voor een goede overgang wordt in samenwerking met de aangesloten branches en gemeenten gezorgd.

In bijlage 311 wordt de ontwikkeling en governance van MijnOverheid voor Ondernemers nader uitgewerkt.

Ondernemersplein.nl

Ondernemersplein.nl heeft zich in twee jaar succesvol ontwikkeld. Ondernemers geven het Ondernemersplein gemiddeld het cijfer 7,3. De vorm en inhoud van het Ondernemersplein worden continue verbeterd op basis van ondernemerswensen. In de afgelopen periode zijn informatie en diensten van de VNG en de gemeenten Den Haag en Amsterdam aan het Ondernemersplein toegevoegd.

In de Digitale Agenda is de herpositionering van het Ondernemersplein aangekondigd. Hiermee willen we de inhoud van het Ondernemersplein over bijvoorbeeld het starten van een bedrijf ook ontsluiten binnen de websites van andere overheden. Doordat de gezamenlijke inhoud straks terug te vinden is bij meerdere overheden, zal er geen budget besteed worden aan het verder vergroten van de merkbekendheid van het Ondernemersplein zelf. Wel blijft er op inhoudelijke onderwerpen marketing plaatsvinden, zodat ondernemers nog steeds snel de juiste informatie kunnen vinden.

Het Engelstalige Ondernemersplein is sinds eind oktober bereikbaar onder de naam hollandbusinessinformation.com. De website answersforbusiness.nl met op dit moment ruim 100.000 buitenlandse bezoeken per jaar, zal worden uitgefaseerd en zal in de nieuwe Engelstalige website worden geïntegreerd.

Ook de webinars blijven een hooggewaardeerd onderdeel van het Ondernemersplein. Ondernemers krijgen hier advies van zowel mede-ondernemers als deskundigen van de Ondernemerspleinpartners. Tijdens een webinar kunnen ondernemers ook chatten met een adviseur of specialist voor een persoonlijk advies. De uitzendingen zijn kwalitatief hoogwaardig, lang houdbaar en worden geplaatst in de relevante context op de website. Hierdoor kijken ook steeds meer mensen de webinars «on demand» terug. Ruim 70.000 ondernemers hebben een webinar teruggekeken met een gemiddelde waardering van een 7,8.

Ondernemers waarderen Ondernemersplein: «Nuttig, duidelijk, afwisselend, prettig leesbaar»

Ondernemersplein heeft in het voorjaar onderzocht hoe bezoekers de website waarderen en welke verbeteringen mogelijk zijn. Drie van de vier bezoekers, met name starters, oriënterende ondernemers en zzp'ers, zijn tevreden tot zeer tevreden. Zij waarderen met name de wijze waarop de website informeert: «De informatie wordt efficiënt gegeven, de mogelijke vervolgstappen bij een antwoord worden duidelijk aangegeven.» En: «Alles wat je wilt weten over het ondernemen wordt duidelijk besproken.» Eén op de tien bezoekers is niet tevreden. Zij vinden niet wat zij zoeken of vinden de gevonden informatie te beperkt.

Standard Business Reporting

Steeds meer berichten worden met Standard Business Reporting (SBR) aangeleverd bij de overheid en banken. Dat scheelt ondernemers tijd en geld door domeinoverstijgende standaardisatie. Zo hebben ondernemers tot september 2016 bij de Belastingdienst meer dan 8,5 miljoen fiscale aangiften en meer dan 150.000 jaarrekeningenvia SBR gedeponeerd in het handelsregister. Ook het CBS heeft in 2016 de eerste berichten via SBR ontvangen. De Dienst Uitvoering en Onderwijs (DUO) heeft in 2016 inmiddels 1600 berichten ontvangen. De voorbereiding voor het exclusief elektronisch deponeren van de jaarstukken in het handelsregister zijn in volle gang. De Kamer van Koophandel heeft medio 2016 brieven gestuurd naar deponeringsplichtige rechtspersonen om hen te informeren over de overgang naar elektronisch deponeren. Onder voorzitterschap van het Ministerie van Economische Zaken zijn partijen in de keten bezig met voorbereidingen om de jaarstukken inclusief accountantsverklaring straks via SBR te kunnen deponeren. Dit proces neemt meer tijd in beslag dan oorspronkelijk verwacht, omdat de overgang naar een gestructureerd elektronisch formaat nieuwe uitdagingen meebrengt, zoals de vraag hoe om te gaan met grafieken en tabellen. Deze vragen zijn vooral voor de jaarstukken van middelgrote en grote rechtspersonen relevant. De verplichtstelling voor deze rechtspersonen treedt later in werking (boekjaar 2017 respectievelijk naar verwachting 2019).

Tot slot is een aantal SBR-pilots uitgevoerd, zoals door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met de woningcorporaties en Fink (project verbetering mkb-financiering). Deze pilots worden momenteel geëvalueerd en op basis daarvan wordt met betrokken partijen bekeken of aansluiting op SBR in de toekomst opportuun is.

Regelhulpen

Een regelhulp leidt een ondernemer digitaal door naar op hem van toepassing zijnde wetgeving. Zo komt hij er op een toegankelijke manier achter wat zijn rechten en verplichtingen zijn. Dit scheelt bedrijven tijd en voorkomt irritatie. Voordeel voor de overheid is dat de naleving verbetert, omdat de groep «niet-weters» kleiner wordt. Om de ontwikkeling van regelhulpen een impuls te geven zijn in 2014–2015 zeventien door VNO-NCW en MKB-Nederland als prioritair aangemerkte regelhulpen ontwikkeld.

Vanaf 2016 hanteert het kabinet het uitgangspunt dat een regelhulp bij wetgeving voor bedrijven wordt ontwikkeld als dat toegevoegde waarde heeft12. In de voorjaarsrapportage hebben we al kunnen melden dat de regelhulp BTW op het privégebruik van de auto van de zaak, Premiekortingen en lage inkomensvoordeel en de nationale financieringswijzer gereed zijn voor gebruik. Het afgelopen half jaar zijn daar de regelhulpen «Gemeentelijke Inspectiehulp kinderopvang», de «Privacyverklaring generator», «Chemische stoffen goed geregeld» en de «Zelfinspectie: eerlijk werken» bij gekomen.

Daarnaast zijn er regelhulpen voor de fiscale aspecten van vrijwilligerswerk, de kantineregeling, verwerking van loonheffingstabellen, het internationale transport van afval en de gebruiksvoorschriften voor mest in ontwikkeling. De verwachting is dat deze nog dit jaar kunnen worden gelanceerd. In totaal zouden dan negenentwintig regelhulpen worden gerealiseerd, waarmee de ambitie om in deze kabinetsperiode zevenentwintig regelhulpen te ontwikkelen wordt overtroffen.


X Noot
1

Kamerstuk 33 009, nr. 30

X Noot
2

Kamerstuk 29 515, nr. 389

X Noot
3

Kamerstuk 32 637, nr. 260

X Noot
4

Kamerstuk 32 637, nr. 177

X Noot
5

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
6

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
7

Bijlage bij Kamerstuk 31 322, nr. 280

X Noot
8

Kamerstuk 31 322, nr. 303

X Noot
9

Kamerstuk 22 112, nr. 2228

X Noot
10

Kamerstuk 26 643, nr. 419

X Noot
11

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
12

Kamerstuk 29 515, nr. 372