nr. 3
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 juni 2008
Hierbij ontvangt u het rapport van de beleidsdoorlichting die ik heb doen
uitvoeren op het beleid ter vergroting van de etnische diversiteit van de
rijksdienst1. Daarbij is teruggekeken naar de
inhoud van het beleid over een langere periode, met aandacht voor de doelstellingen,
de aanpak en instrumenten, de resultaten en de effecten. Het beleid van de
opeenvolgende ministers van BZK (in de hoedanigheid van sectorwerkgever voor
de rijksoverheid) staat centraal, met dien verstande dat de doelstellingen
een rijksbrede strekking hebben. Deze doorlichting spitst zich toe op het
beleid ter vergroting van het aandeel allochtonen in de rijksdienst. Hoewel
inmiddels diversiteit in bredere zin wordt benaderd, doet deze inperking recht
aan de inhoud van het beleidsterrein in het grootste deel van de periode waarop
in het bijgaande rapport wordt teruggeblikt.
Bevindingen
Bezien vanaf midden jaren tachtig tot nu is er cijfermatig zeker winst
geboekt, maar het «glazen plafond» voor medewerkers met een allochtone
achtergrond zit laag en de uitstroom is hoog. Dat betekent dat er, naast de
blijvende aandacht voor diversiteit in de instroom, meer beleid nodig is rond
doorstroming en behoud van deze categorie medewerkers.
De beleidsdoorlichting laat zien dat er rond 2000 een omslag is opgetreden
in het denken over diversiteit binnen de rijkdienst. Die wordt in toenemende
mate herkend als organisatiebelang, in plaats van louter als het «helpen»
van groepen met achterstanden. Inmiddels wordt het belang gezien van meer
perspectieven uit de samenleving in een vroeg stadium betrekken bij de beleidsvorming,
de innovatiekracht van divers samengestelde teams, de bijdrage aan de legitimiteit
van de overheid en uiteraard de toekomstige arbeidsmarkt. Deze «business
case» benadering heeft rijksbreed een impuls gegeven aan de inspanningen
en het draagvlak voor meer diversiteit.
Er is dan ook een duidelijk herkenbaar gegroeid commitment voor een meer
divers samengestelde rijksdienst. De doorwerking daarvan, juist ook buiten
het P&O-veld, verdient echter nog versterking.
De daadwerkelijke uitvoering van het diversiteitsbeleid vindt gedurende
de hele periode voor het overgrote deel plaats binnen departementen en diensten.
Daar neemt men immers de beslissingen over het al of niet aannemen of laten
doorstromen van sollicitanten en werknemers en over de wijze van samenwerken.
De minister van BZK als sectorwerkgever Rijk voert regie door te stimuleren,
kaders en samenhang te scheppen en te faciliteren door instrumenten en projecten
die de departementen en diensten helpen om de centraal geformuleerde doelen
te behalen. Deze bemoeienis lijkt te werken als de bekende steen in de vijver.
Implicaties voor het beleid
Ik hecht groot belang aan een divers opgebouwd personeelsbestand van de
rijksoverheid. Daarom heb ik aan het begin van deze kabinetsperiode enkele
duidelijke streefdoelen geformuleerd. Zo wil het kabinet dat het aandeel allochtonen
in het personeelsbestand van de publieke sector in 2011 met 50 procent is
toegenomen ten opzichte van 2007. Ook moeten er dan bij het Rijk minimaal
50 allochtone managers zijn aangesteld en is het stage-instrument sterk ingezet
voor allochtone studenten en scholieren.
Deze beleidsdoorlichting geeft een duidelijke richting voor het beleid
dat deze doelstellingen moet realiseren. De business case die de rijksoverheid
heeft voor meer diversiteit moet nog verder worden versterkt en geconcretiseerd.
Deze concretisering dient zo decentraal mogelijk plaats te vinden, aangezien
de rijksonderdelen de meerwaarde van diversiteit voor hun eigen specifieke
werkterrein het beste zelf kunnen benoemen. De sectorwerkgever kan hiervoor
wel instrumenten aanreiken.
De nadruk op de business case betekent tevens dat het belang van diversiteit
voor de primaire beleidsprocessen beter zichtbaar wordt, en dat daarmee tevens
het belang toeneemt van het management om aan meer diversiteit te werken.
Ik zal mij dan ook inzetten voor een sterkere concretisering en zichtbaarheid
van de business case.
Een belangrijke boodschap is de vraag naar een grotere aandacht voor de
doorstroming en het behoud van allochtone medewerkers. De relatief grote uitstroom
vertraagt immers de groei van het aandeel rijksambtenaren met een allochtone
achtergrond. Voor deze thematiek is het operationele management cruciaal.
Ik zal deze groep managers dan ook nog nadrukkelijker aanspreken als doelgroep
van het diversiteitsbeleid van het Rijk.
Acties
Conclusie uit het voorgaande is dat het diversiteitsbeleid zich sterker
dan voorheen ook dient te richten op doorstroom en behoud, met daarbinnen
grote aandacht voor de rol van leidinggevenden daarbij. Hiertoe heb ik de
volgende acties in gang gezet:
• De inbedding van diversiteitsmanagement in veelgebruikte reguliere
managementopleidingen binnen het Rijk.
• Managers en managementteams meer bewust maken van de meerwaarde
van diversiteit voor hun eigen werk en van hun eigen rol bij het al of niet
bereiken van een grotere diversiteit. Ondersteunende instrumenten worden ontsloten
en gericht aan rijksonderdelen aangeboden. Het Kennisweb Diversiteit op Rijksweb,
dat in december jl. is gelanceerd, wordt in dit licht doorontwikkeld tot een «toolbox».
• De bekendheid van het Kennisweb Diversiteit en andere faciliteiten
die ik rijksbreed aanbied ter ondersteuning van het diversiteitsbeleid
bij de rijksonderdelen zal door middel van een communicatieplan worden vergroot.
• Waar nodig zal ik (bij)scholing voor managers en HR-professionals
aanbieden op relevante onderdelen (bv. de omgang met diversiteit als onderdeel
van de competenties van leidinggevenden; aandacht voor diversiteit in beoordelings-
en selectieprocessen ook in relatie tot doorstroming).
• Ik zal het belang van doorstroom, behoud, «managing diversity»
en organisatiecultuur voor diversiteit met nadruk bij de andere rijksonderdelen
op de agenda zetten – onder andere d.m.v. een rijksbrede conferentie
in het komend najaar, waarbij vooral het middenmanagement binnen het Rijk
doelgroep is.
• Met het oog op de hogere functieniveaus bij het Rijk zal, zowel
binnen als buiten de rijksoverheid, worden gezocht naar managementtalent met
een allochtone achtergrond.
• Voor de langere termijn wordt bezien hoe de aandacht voor diversiteit
in het loopbaanbeleid en -instrumentarium vergroot kan worden.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
G. ter Horst