Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201727625 nr. 405

27 625 Waterbeleid

Nr. 405 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 19 juli 2017

De vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu heeft op 21 juni 2017 overleg gevoerd met mevrouw Schultz van Haegen-Maas Geesteranus, Minister van Infrastructuur en Milieu, over:

  • de brief van de Minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 1 december 2016 inzake ontwikkelperspectief Grevelingen (Kamerstuk 33 531, nr. 7);

  • de brief van de Minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 15 december 2016 met reactie op brief van Spaargaren en Vroege van 21 november 2016 over de versterking van de Markermeerdijken tussen Hoorn en Amsterdam;

  • de brief van de president van de Algemene Rekenkamer d.d. 15 december 2016 inzake publicatie Instandhouding Hoofdwatersysteem (Kamerstuk 27 625, nr. 380);

  • de brief van de Minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 23 december 2016 inzake uitgebreide reactie evaluatie Deltawet (Kamerstuk 34 513, nr. 2);

  • de brief van de Minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 12 januari 2017 met stand van zaken inzake de motie van het lid Geurts c.s. over het toelaten van langere visserijschepen in de proef met doorvaart door windmolenparken en de motie van het lid Visser c.s. over starten met de pilot doorvaart door windmolenparken op zee door de visserij (Kamerstuk 33 450, nr. 53);

  • de brief van de Minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 23 december 2016 inzake planning langetermijnstrategie voor de Noordzee (Kamerstuk 33 450, nr. 52 );

  • de brief van de Minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 20 januari 2017 met reactie op het verzoek van het lid Geurts, gedaan tijdens de regeling van werkzaamheden van 15 december 2016, over het bericht «Extra geld nodig onderhoud dammen en stuwen» (Kamerstuk 27 625, nr. 384);

  • de brief van de Minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 19 januari 2017 inzake startbeslissing «Integrale verkenning Ravenstein-Lith» (Kamerstukken 32 698 en 31710, nr. 31);

  • de brief van de Minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 10 februari 2017 inzake startbeslissing voor de rivierverruiming bij Oeffelt (Kamerstukken 32 698 en 31710, nr. 32);

  • de brief van de Minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 6 maart 2017 inzake zuivering afvalwater glastuinbouw (Kamerstukken 32 627 en 27858, nr. 25);

  • de brief van de Minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 13 februari 2017 inzake bedrijfsverslagen drinkwaterbedrijven over 2015 (Kamerstuk 27 625, nr. 385);

  • de brief van de Minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 20 januari 2017 ter aanbieding van het rapport «Prestatievergelijking drinkwaterbedrijven 2015» (Kamerstuk 27 625, nr. 383);

  • de brief van de Minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 20 januari 2017 ter aanbieding van rapport «De kwaliteit van het drinkwater in Nederland in 2015» (Kamerstuk 27 625, nr. 382);

  • de brief van de Minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 24 februari 2017 inzake legionellapreventie (Kamerstuk 34 297, nr. 4);

  • de brief van de Minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 24 februari 2017 inzake resultaten van het toezicht drinkwatertarieven 2016 (Kamerstuk 27 625, nr. 386);

  • de brief van de Minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 30 maart 2017 inzake elfde voortgangsrapportage (VGR11) van het Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2) met peildatum 31 december 2016 (Kamerstuk 32 698, nr. 33);

  • de brief van de Minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 13 april 2017 inzake accountantsrapport bij de elfde voortgangsrapportage van het Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (Kamerstuk 32 698, nr. 34);

  • de brief van de Minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 30 maart 2017 inzake 31ste voortgangsrapportage Zandmaas en Grensmaas (Kamerstuk 18 106, nr. 239);

  • de brief van de Minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 13 april 2017 ter aanbieding van accountantsrapport bij de 31ste voortgangsrapportage Zandmaas/Grensmaas (Kamerstuk 18 106, nr. 240);

  • de brief van de Minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 30 maart 2017 inzake 29ste voortgangsrapportage over het programma Ruimte voor de Rivier (Kamerstuk 30 080, nr. 85);

  • de brief van de Minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 13 april 2017 ter aanbieding van accountantsrapport bij de 29ste voortgangsrapportage van het programma Ruimte voor de Rivier (Kamerstuk 30 080, nr. 86);

  • de brief van de Minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 7 juni 2017 met stand van zaken openstaande toezeggingen ten behoeve van het algemeen overleg Water van 21 juni 2017 (Kamerstukken 27 625 en 33450, nr. 387);

  • de brief van de Minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 29 mei 2017 inzake reactie op verzoek commissie op de brief van ir. F. Spaargaren en ing. C. Vroege over de versterking van de Markermeerdijken tussen Hoorn en Amsterdam d.d. 15 februari 2017;

  • de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu d.d. 23 mei 2017 inzake waterkwaliteit in Nederland; toestand (2012–2015) en trend (1992–2015); Addendum bij rapport 2016–0076 (Nitraatrichtlijn) (Kamerstuk 33 037, nr. 214);

  • de brief van de Minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 9 juni 2017 inzake rapportage De Staat van Ons Water (Kamerstuk 27 625, nr. 388);

  • de brief van de Minister van Infrastructuur en Milieu d.d. 2 juni 2017 inzake beantwoording vragen commissie over de elfde voortgangsrapportage (VGR11) van het Tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2) met peildatum 31 december 2016 (Kamerstuk 32 698, nr. 35).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De fungerend voorzitter van de commissie, Van Veldhoven

De griffier van de commissie, Tijdink

Voorzitter: Geurts

Griffier: Koerselman

Aanwezig zijn elf leden der Kamer, te weten: Van Aalst, Van Brenk, Dik-Faber, Van Eijs, Geurts, Grashoff, Jetten, Laçin, Ouwehand, Van Veldhoven en Visser,

en mevrouw Schultz van Haegen-Maas Geesteranus, Minister van Infrastructuur en Milieu.

Aanvang 13.03 uur.

De voorzitter:

Bij dezen open ik het algemeen overleg Water. Er staat dat mevrouw Van Veldhoven voorzitter zou zijn, maar zij is nog niet aanwezig. Tot die tijd neem ik dus waar. Misschien doe ik dat de hele middag wel, maar dat zien we wel. Ik heet iedereen welkom. O, daar is mevrouw Van Veldhoven al, mooi!

Voorzitter: Van Veldhoven

De voorzitter:

Excuses voor de vertraging. In mijn agenda stond niet in welke zaal ik moest zijn; dan zijn er toch nog een hoop die je langsgaat! Van harte welkom. Mijnheer Geurts heeft vast ook al de bewindspersonen van harte welkom geheten.

De heer Geurts (CDA):

Zover was ik nog niet gekomen!

De voorzitter:

Bij dezen dan: Minister, van harte welkom. Ik heet de woordvoerders van harte welkom en ook de mensen op de publieke tribune. Wij spreken vandaag over water. We hebben een spreektijd van maximaal zeven minuten. Dat is een lange spreektijd. U bent met veel woordvoerders, soms ook met meerdere woordvoerders van dezelfde partij. Ik neem aan dat u de spreektijd onderling goed verdeeld hebt. Ik geef graag als eerste het woord aan mevrouw Van Eijs.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Voorzitter. Dit is het eerste algemeen overleg Water in de nieuwe samenstelling van de Tweede Kamer. D66 heeft twee nieuwe woordvoerders op dit dossier. Mijn collega Rob Jetten zal zich met name richten op waterveiligheid en daarover ook zo het woord voeren. Ik zal me focussen op waterkwaliteit. Daarmee zal ik beginnen met Chemours.

Maandag ontvingen wij een brief van de Minister waarin staat dat Chemours naast de vergunde indirecte lozingen ook GenX-stoffen direct loost op de Merwede. Daarvoor heeft Chemours echter helemaal geen vergunning. Nadat mensen jarenlang zijn blootgesteld aan het giftige perfluoroctaanzuur (PFOA), na de onrust en bezorgdheid over de vervanger, het GenX-proces, en na het terugschroeven van de toegestane lozing van GenX-stoffen om het drinkwater te beschermen, lezen wij nu dat er illegaal wordt geloosd. We zijn blij om te lezen dat de Minister hiertegen stappen gaat ondernemen. Kan de Minister toelichten wat die stappen zullen zijn en wat de consequenties zijn voor Chemours?

We zijn blij dat er gemonitord wordt. Aan de andere kant: dit bedrijf ligt al een hele tijd onder het vergrootglas. Waarom is dit nu pas geconstateerd? Dat maakt ons ongerust, omdat het vragen oproept over eventuele andere locaties met bedrijven die lozen op het oppervlaktewater. Hoe kunnen wij ons ervan verzekeren dat wij alle lozingen goed in kaart hebben?

Dan kom ik op waterkwaliteit en drinkwatertarieven. Hoewel wettelijk verplicht, maken drinkwaterbedrijven niet altijd duidelijk welke kosten zij in rekening brengen aan particulieren en zakelijke afnemers. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en Autoriteit Consument en Markt (ACM) hebben dit geconstateerd. Daarop volgde voor de drinkwaterbedrijven voor 2018 een voorgenomen aanwijzing. Dat klinkt wat licht en vrijblijvend. Waarom hier geen sterkere rol voor de ACM? Dit als vervolg op de motie-Van Veldhoven uit 2014, die destijds is aangenomen. Is de Minister bereid, een onderzoek in te stellen naar adequaat economisch toezicht op de watersector door de ACM en met een voorstel naar de Kamer te komen?

Apothekers worden door een kwart van de Nederlandse gemeenten nog steeds kosten gerekend voor het inleveren van ingezamelde oude medicijnen. Sommige apothekers, die vrijwillig die verantwoordelijk op zich nemen, kost dat tot tienduizenden euro's per jaar. De VNG verplicht gemeenten niet om apothekers hun ingezamelde afval kosteloos te laten inleveren. Apothekers dreigen daarom af te haken, met alle gevolgen voor de waterkwaliteit van dien. Met name in Limburg, Brabant en Zeeland gaat het nog niet goed. Heeft de Minister inzicht in de reden hiervoor? Wil zij dit probleem nogmaals aankaarten bij gemeenten?

Dan als laatste de Kaderrichtlijn Water. Momenteel bestaat er een mismatch tussen de verschillende Europese richtlijnen. De Nitraatrichtlijn stelt dat niet meer dan 50 mg per liter nitraat in het grondwater mag voorkomen. De norm die in de Kaderrichtlijn Water voor oppervlaktewater wordt gehanteerd is tot wel tien keer strenger dan de norm uit de Nitraatrichtlijn. Deze mismatch leidt tot veel onduidelijkheden bij verschillende partijen. Wij verzoeken de bewindspersonen van EZ en I en M om helderheid te geven in deze onduidelijke situatie en te komen tot een harmonisatie tussen de twee richtlijnen.

De voorzitter:

Hartelijk dank. Dan de heer Jetten. Excuses, er zijn twee vragen, dus dan stoppen we hier de tijd eventjes. Er is eerst een vraag van mevrouw Dik-Faber.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

De ChristenUnie en D66 zijn vaak samen opgetrokken op het onderwerp medicijnresten in afvalwater. We hebben er ook samen moties over ingediend. Nu zijn er vorig jaar bij het wetgevingsoverleg Water moties aangenomen over het meten van medicijnresten in het water. Het blijkt dat het wel gemeten wordt, maar ook dat veel kennis nog ontbreekt en dat er geen normering is. Het kabinet lijkt ook te kiezen voor zuivering aan het eind van de keten in plaats van aanpak aan de bron. Zijn dat punten waar D66 zich nog zorgen over maakt?

Mevrouw Van Eijs (D66):

Ja, dat zijn punten waar we ons zorgen over maken. Het is vooral jammer dat we apothekers die aan de bron willen scheiden en die dat zelf oppakken, niet beter faciliteren. Ik denk dat dat een heel mooie stap zou zijn om aan de bron maatregelen te nemen.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Dat ben ik helemaal eens. Ik had ook in mijn spreektekst staan dat in 40% van de gemeenten de apothekers nog moeten betalen. Mijn punt is ook dat we informatie over de stoffen zelf nodig hebben van de medicijnfabrikanten. Medicijnfabrikanten moeten eigenlijk aan tafel komen om ervoor te zorgen dat uiteindelijk zo min mogelijk stoffen in het milieu terechtkomen. Natuurlijk gaat volksgezondheid voor alles. Laat daar geen misverstand over bestaan. Maar als je het hebt over een ketenaanpak, kun je niet alleen wijzen naar de waterschappen en de waterzuiveraars, maar zul je ook moeten kijken naar ziekenhuizen, apothekers en, helemaal aan het begin, de fabrikanten. Kunnen we hierop nog samen optrekken?

Mevrouw Van Eijs (D66):

Graag. Ik heb ook mooie initiatieven gezien van artsen die veel bewuster voorschrijven en rekening houden met wat er gebeurt met de rest van de medicijnen, en nadenken of ze misschien een minder schadelijk medicijn dat even goed werkt kunnen voorschrijven. Je ziet in de hele keten al beweging. Het lijkt me heel mooi om daarnaar te kijken.

De voorzitter:

Ik wil voorstellen om het aantal interrupties te beperken tot twee per fractie. Anders gaan we echt een probleem krijgen met de tijd. We zijn met heel veel woordvoerders. Als u daarmee kunt instemmen en er verder geen vragen zijn aan mevrouw Van Eijs, gaan we alsnog door naar de heer Jetten.

De heer Jetten (D66):

Voorzitter. Ik ga verder met het thema waterveiligheid. Ik begin met klimaatadaptatie en extreme droogte. Afgelopen week stond Nederland dankzij een groot artikel in The New York Times weer eens prachtig op de kaart als waterland. The New York Times ging met name in op de manier waarop we ons in Nederland wapenen tegen hoogwater en problemen met extreme regenval. Maar uitdagingen op het gebied van watermanagement en klimaatadaptatie gaan verder dan alleen de stijgende zeespiegel en water in de rivieren. Extreme droogte is ook een uitdaging waar we steeds vaker mee te maken krijgen. Deze weken zien we weer wat zo'n periode van lange droogte kan doen met gezondheidsrisico's voor ouderen en kwetsbare groepen, drinkwaterbedrijven die worstelen met voldoende schoon drinkwater, ook op de piekmomenten, waterschappen die hun dijken nat moeten houden bij de bescherming tegen hoog water, en agrariërs die worstelen met watertekorten die mogelijk kunnen leiden tot forse economische schade.

Nu we in zo'n droge periode zitten, zie je dat het onderwerp weer veel aandacht krijgt en veel in het nieuws is. Maar werken we ook voldoende structureel aan de uitdagingen op het gebied van droogte? De komende jaren, het komende decennium, kunnen we verwachten dat we veel vaker dit soort periodes krijgen. Wie is er nou verantwoordelijk voor om ervoor te zorgen dat Nederland daar goed op is voorbereid? Ligt dat op rijksniveau? Ligt dat bij de waterschappen? Heeft de Deltacommissaris er wellicht een rol in om het thema droogte stevig te verankeren? Ik ben heel erg benieuwd hoe de Minister daartegen aankijkt, of we daarvoor voldoende geëquipeerd zijn en waar het zwaartepunt moet liggen in de voorbereiding daarop.

Dan kort over cybersecurity. Vandaag is volop in het nieuws dat Nederland regelmatig wordt aangevallen. We weten dat we op het gebied van watermanagement ook echt nog wel wat uitdaging hebben als het gaat om digitale veiligheid. Stel dat een terrorist of wie dan ook besluit om een van onze kustwerken te hacken en de sluizen open te zetten. Dat kan forse gevolgen hebben voor de veiligheid van Nederland. We weten dat onder andere de waterschappen achterlopen als het gaat om de digitale veiligheid als je het vergelijkt met bijvoorbeeld andere instellingen van nationaal belang, zoals de banken. Mijn vraag is dan ook hoe de Minister op dit moment de digitale veiligheid van onze waterwerken beoordeelt, of zij voor het Ministerie van I en M ook een rol ziet naast hetgeen de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) al doet als het gaat om risicoanalyses en stresstests, en wat we eventueel aan extra inspanningen moeten doen om de digitale veiligheid verder te versterken.

Dan wil ik stilstaan bij een aantal concrete projecten over hoogwaterbeschermingsprogramma's. Allereerst de Markermeerdijk of de Zuiderzeedijk. Daar is de afgelopen tijd veel om te doen geweest. We hebben als commissie een petitie daarover ontvangen. Ik begrijp de emoties die spelen. Het is een forse ingreep in de leefomgeving van veel mensen. De dijkversterking gaat echt wat doen met het landschap daar. Er leven verschillende zorgen en verschillende oplossingen concurreren met elkaar om de aandacht. Ik heb een paar concrete vragen aan de Minister. Hoe beoordeelt zij de alternatieve plannen die door bewoners zijn gepresenteerd? Ziet zij mogelijkheden om extra financieringsruimte beschikbaar te stellen, zodat tot een goede ruimtelijke inpassing kan worden overgegaan? Ik ben benieuwd hoe zij het alternatief beoordeelt om niet te kiezen voor dijkversterking maar voor gemalen op de Houtribdijk. Als het niet specifiek voor het probleem van de dijkversterking een oplossing biedt, zou het op lange termijn misschien wel een oplossing kunnen zijn om het waterpeil in het hele gebied daar beter te kunnen managen.

Tot slot heb ik twee korte vragen. De eerste gaat over de hoogwatergeul bij Veessen-Wapenveld. Zijn de hoogwaterveiligheidsdoelstellingen daar inmiddels behaald? Zo nee, wat is daar de reden van? Welke gevolgen heeft dit eventueel voor de hoogwaterbescherming aldaar? De tweede gaat over het Pannerdensch Kanaal. Specifiek op die locatie liggen de maatgevende waterstanden nu ruim een centimeter hoger dan bij de vorige pakkettoets. Ik was benieuwd wat dat betekent voor de veiligheid in het Pannerdensch Kanaal en de directe omgeving.

De voorzitter:

Hartelijk dank. Keurig binnen de tijd. Mijnheer Geurts, het woord is aan u, namens het CDA.

De heer Geurts (CDA):

Voorzitter. De evaluatie van de Deltawet en het Deltaprogramma heeft een positief oordeel opgeleverd. Ik sluit me aan bij de rij die watercommunity hiermee feliciteert. De evaluatie laat echt ook zien dat we niet op onze lauweren mogen en kunnen rusten. De vijf aangedragen aandachtspunten vragen om aandacht. Ik licht er vandaag een specifiek uit: participatie.

De gezamenlijkheid van beleid en de omslag naar uitvoering blijken niet vanzelfsprekend te zijn voor diverse partners. Dat baart me zorgen. Welke rol ziet de Minister hiervoor bij de Deltacommissaris? Ook moeten we het primaire doel, robuuste bescherming tegen het water, nooit uit het oog verliezen. Meekoppelkansen – lees: niet-waterveiligheidszaken – horen aandacht te krijgen, maar zouden niet leidend moeten worden.

Onder invloed van sommige overheden lijkt meekoppelen nu tot doel verheven te worden. Het CDA wil dat robuuste waterveiligheid met integrale langetermijnvisie de kern is van ons waterbeschermingsbeleid. Het Deltaprogramma en Rijkswaterstaat zijn mede de behartigers van dit belang, en dat doen zij volgens mij ook wel goed. Voor mijn gevoel ontbreekt er een onafhankelijke wetenschappelijke toetsing in het waterbestel. We kennen het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). We kennen het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Zoals we allen weten, is tegenmacht creëren een teken van kracht. Zouden we dat dan ook niet moeten willen bij onze waterveiligheid?

Dat er nog wel wat komt kijken bij uitvoering en participatie, blijkt wel uit de dijkversterking van de Markermeerdijk. Eerst werd die niet gezien als een primaire kering, maar na 2002 wel. Diverse bewoners vragen op dit moment uitstel van de besluitvorming. Ze zijn ook van mening dat er, en ik citeer uit de petitie, vanuit louter administratieve bepalingen naar de waterveiligheidsproblematiek wordt gekeken. Ze missen een integrale visie. Deze burgers begrijpen hun overheid niet, geven ze ook aan. Hoe kijkt de Minister tegen de situatie aan? Zou ze ons daarin mee kunnen nemen? Er is ook een rapport opgesteld in opdracht van de gemeente Amsterdam, waarin kritisch wordt gekeken naar de noodzaak van de dijkversterking. Is de Minister bekend met dit rapport? Zou ze daarop kunnen en willen reageren?

Het CDA ziet bij dit project ook oplopende kosten. Kan de Minister toelichten waar deze toename van kosten vandaan komt? Kan de Minister nog eens duidelijk maken waarom een gemaal in de Houtribdijk niet gewenst is? Het voorkomt toch een verhoging van de huidige dijk en is toch goedkoper, zou je als leek denken. Ik hoor in het veld dat er tijdsdruk zou zijn door afspraken die zijn gemaakt over de subsidies uit het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Welke precieze afspraken zijn hierover gemaakt en is die tijdsdruk er ook werkelijk? Wat is het gevolg als er gekozen zou worden voor meer tijd, voor een betere onderbouwing en voor een betere participatie van onze inwoners?

Naar aanleiding van mijn aangenomen motie, Kamerstuk 34 550, nr. 22, om het collectief zuiveren van afvalwater mogelijk te maken, ben ik de Minister erkentelijk voor de voortvarende uitvoering van de motie. De Minister geeft aan een beperkte wijziging van de Waterschapswet voor te bereiden. De vraag die ik daarbij heb is de volgende. Kan vooruitlopend op die wetswijziging al wel collectief gezuiverd gaan worden?

Uit het Syntheserapport Meststoffenwet blijkt dat de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater in de afgelopen jaren sterk is verbeterd als gevolg van ingezet beleid, maar dat tegelijkertijd het generiek aanscherpen van normen niet langer zinvol is. Het is daarom raar dat een rapport van het PBL stelt dat «het mestbeleid de waterkwaliteit de afgelopen 10 jaar heeft verbeterd». Dat is volkomen tegenstrijdig met de huidige goede kwaliteit van het oppervlaktewater en laat onbesproken dat ook andere emissiebronnen van invloed zijn op de waterkwaliteit. Daar komt bij, en de D66 stipte dat ook al aan, dat de Nitraatrichtlijn stelt dat niet meer dan 50 mg nitraat in het grondwater mag voorkomen, terwijl de norm die in de Kaderrichtlijn Water voor oppervlaktewater wordt gehanteerd, veel strenger is dan de norm uit de Nitraatrichtlijn. Dit gegeven leidt tot onduidelijkheden bij verschillende partijen. D66 gebruikte het woord «mismatch». Vorig jaar is een motie, Kamerstuk 34 550, nr. 15, van mijn hand aangenomen, die de regering verzocht in kaart te brengen of de doelen wel haalbaar zijn en wat de maatregelen die nodig zijn om de doelen van de Kaderrichtlijn Water te halen, zouden kosten. Hoever is de Minister met dit onderzoek?

De voorzitter:

Mijnheer Geurts, er is een vraag op dit punt van de heer Grashoff.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Ik verbaas me een beetje over de bijdrage van de heer Geurts over waterkwaliteit en dat hij het onderwerp durft te noemen hier. Heeft de heer Geurts samen met mij gelezen dat de oppervlaktewaterkwaliteit in Nederland nog by far niet voldoet aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water en dat ons Planbureau voor de Leefomgeving ook heeft aangegeven dat die doelen niet in zicht zijn? Wat vindt hij daar dan van?

De heer Geurts (CDA):

Uiteraard heb ik dat ook gelezen. Dat is een discussie over mestbeleid die ook in de commissie voor Economische Zaken wordt gevoerd. Ik blijf er echter bij dat er hier wel een mismatch is tussen enkele richtlijnen, zoals de woordvoerder van D66 ook al zei. Ik vraag daarover gewoon helderheid. Een motie van vorig jaar was ook vrij helder. Er moet in kaart gebracht worden of de doelen wel haalbaar zijn. Je kunt namelijk alles wel willen, maar niet alles is mogelijk, ook gezien de achtergrond in de grond van ver in het verleden, en gezien fosfaatfixerende gronden. Nou, we kunnen de discussie hierover nog wel een poosje voeren, maar volgens mij heb ik hiermee voorlopig voldoende antwoord gegeven aan de fractie van GroenLinks.

De heer Grashoff (GroenLinks):

De kwaliteit van het oppervlaktewater wijkt zodanig af van normen die zijn gesteld, dat wij er een heel zware opgave aan zullen hebben om die kwaliteit van het oppervlaktewater verder te verbeteren. Is de heer Geurts dat met mij eens?

De heer Geurts (CDA):

Ik zal zeker niet ontkennen dat wij in Nederland altijd een opgave houden om het oppervlaktewater van een goede kwaliteit te laten zijn. In het verleden is in deze commissie vanuit de sportvisserij ook al een aantal keren aangegeven dat de waterkwaliteit zó goed is dat vissen in bepaalde watergebieden in Nederland niet meer op een goede manier zouden kunnen leven. Ik verval in herhaling. Ik ga dus niet mee met het doembeeld van GroenLinks dat de waterkwaliteit overal zo slecht zou zijn.

Ik zei al dat Rijkswaterstaat het onderzoek heeft uitgevoerd waaruit nu blijkt dat Chemours direct heeft geloosd. We zien nu dat Rijkswaterstaat iets wat niet hoort heeft gevonden. Er was ook geen vergunning voor. Heeft dit gevolgen voor de vergunningverlening? Ik sluit mij aan bij de vragen van D66 over de vervolgstappen.

Al in 2012 werden er tekortkomingen bij alle drinkwaterbedrijven vastgesteld en kregen zij een waarschuwing. Daarna is gezegd: we geven de drinkwaterbedrijven de tijd om te verbeteren. Dat zouden ze gaan doen met een kostprijsmodel. Het duurde langer dan verwacht om dat in te voeren. Over de tarieven van 2016 hebben de ILT en de ACM een volledige toets uitgevoerd. De ACM heeft geconstateerd dat de drinkwaterbedrijven de gerealiseerde verbetering van de kostenefficiëntie niet meten en dat ze die daarom ook niet in de kostenraming betrekken. Ook is niet inzichtelijk welke kosten gemaakt worden voor drinkwatertaken en welke kosten er zijn voor andere zaken. Nu zou je denken dat dit gebrek aan voortgang de Minister zou nopen om stevig in actie te komen. Dat heb ik in de stukken niet echt kunnen vinden, maar misschien kan de Minister dat vanmiddag ophelderen. Ze krijgt heel duidelijke rapportages maar ze komt niet echt in actie. Zijn we niet toe aan effectief toezicht en effectieve handhaving? Is dit gebrek aan voortgang bij de verhoging van het inzicht in de totstandkoming van de drinkwatertarieven onderdeel van de evaluatie van de Drinkwaterwet? En wanneer komen de resultaten van deze evaluatie naar de Kamer?

In het gesprek met de Deltacommissaris kwamen ook de maatregelen bij Varik-Heesselt aan de orde. Ik weet dat er verschillende alternatieven worden onderzocht en dat er daarna pas een keuze wordt gemaakt. Toch wil ik alvast mijn ongerustheid uitspreken over de hoogwatermaatregelen langs de Waal tussen het Gelderse Varik en Heesselt. Ik vraag de Minister om goed te kijken naar de integraliteit van de plannen voor de noord- én de zuidoever. En ik wil de Minister op het hart drukken dat geld dat bestemd is voor waterveiligheid, daar ook aan moet worden besteed.

De voorzitter:

Hartelijk dank. U bent precies binnen de spreektijd gebleven.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Voorzitter. 50PLUS is geschrokken van de brief en het rapport die de Minister ons stuurde over de uitstoot van Chemours in de Merwede. Het is goed dat zij inmiddels Rijkswaterstaat erop af heeft gestuurd. Maar wat houdt dat handhavingstraject conform de landelijke handhavingsstrategie dat de Minister noemt, nu eigenlijk precies in? En hoe groot is de urgentie? Het gaat hier toch om veiligheid van onze drinkvoorziening en ook om de gezondheid van onze bevolking? Daarbij spreek ik nog niet eens over de schade aan de natuur. Ik hoor graag een reactie van de Minister.

De emissie van geneesmiddelenresten op het oppervlaktewater is volgens het RIVM minimaal 140 ton per jaar. Dat is 140.000 kilo. Ter vergelijking: de uitstoot van gewasbeschermingsmiddelen is 17 ton. En de uitstoot van industriële chemicaliën is maar liefst 1.600 ton. Op dit moment is de kwaliteit van ons drinkwater nog goed te noemen, maar het gebruik van geneesmiddelen neemt toe. Het RIVM heeft geconstateerd dat vooral bij een aantal middelen de concentraties hoger zijn dan nog veilig is. Te vrezen valt dat dit de komende jaren zal toenemen. Hierom is de Ketenaanpak Medicijnresten uit Water gestart. Volgens de Minister lijkt het onderzoek uit te wijzen dat de extra zuiveringskosten lager zijn dan aanvankelijk werd gedacht. Op dit moment wordt er onderzoek gedaan. De Minister spant zich ervoor in om op de eerstvolgende begroting meer geld te reserveren voor innovatie. Waar hangt dat nou van af? Hoe urgent vindt de Minister dit? En dragen andere partijen, met name de farmaceutische industrie, ook daadwerkelijk bij? Is er sprake van het voorschrijven van andere medicijnen en van het bewuster voorschrijven? Nu kan het namelijk nog gebeuren dat een medicijn preventief wordt voorgeschreven, inclusief middelen tegen bijwerkingen. Volgens 50PLUS is ook hier voorkomen beter dan genezen. Is de Minister dat met mijn fractie eens? Ligt deze aanpak in het verlengde van de aanpak van resten van drugs in het oppervlaktewater?

Recentelijk verscheen er een artikel waarin staat dat Gelderland als eerste aan de slag is gegaan met het vastleggen van strategische voorraden voor de drinkwatervoorziening. Heeft de Minister er zicht op hoe dit speelt bij de overige provincies? Wat is zij hiermee van plan?

50PLUS is enthousiast over de investeringsagenda Naar een duurzaam Nederland, van de VNG, het IPO en de Unie van Waterschappen. Daarin wordt ingezoomd op ruimtelijke adaptatie. Op Prinsjesdag 2017 verschijnt er het Deltaplan ruimtelijke adaptatie, waarmee men de gevolgen van de verwachte klimaatveranderingen wil aanpakken. Dat is ook nodig in een land waarvan zo ongeveer de helft onder de zeespiegel ligt. Welke aandacht is er hierbij voor verzilting? Die kan immers grote gevolgen hebben voor ons drinkwater. Wordt door partijen een bijdrage gevraagd van het Rijk voor het organiseren van de uitvoeringskracht en voor kennisontwikkeling? Hoe staat de Minister hiertegenover?

Mijn collega's hebben het net ook al gehad over de petitie over de Zuiderzeedijk die wij hebben gekregen. Mijn fractie wil heel graag horen wat de Minister vindt van het plan van de twee oud-ingenieurs van Rijkswaterstaat over het gemaal in de Houtribdijk. Zou daarmee dan ook die dijkversterking overbodig zijn? Hoe ziet de Minister dit? Kan dit een begaanbaar pad zijn?

De Minister heeft een ontheffing gegeven voor de aanleg van Brouwerseiland. Zij stelt dat de voorgenomen nieuwe bebouwing geen nadeel toebrengt aan de nationale belangen van de instandhouding van het kustfundament en de veiligheid van de primaire waterkering. Zij stelt ook dat zij het een onevenredige inbreuk had gevonden op de verwezenlijking van het gemeentelijke ruimtelijk beleid. De fractie van 50PLUS spreekt toch haar afkeuring uit over het feit dat de gemeente kan beslissen dat er een volledig eiland wordt opgespoten voor de eer en glorie van een investeerder. Ik hoor graag een reactie van de Minister.

Kan de Minister ons zeggen hoe het onderzoek verloopt naar het dichtslibben van de Amelandse vaargeul? Wij krijgen nog steeds veel commentaar op en klachten over hoe het daar gaat met de veerdiensten.

De Unie van Waterschappen, de VNG en het IPO stellen in hun investeringsagenda dat de huidige wet- en regelgeving een betere inzet op circulaire economie in de weg staat. Grondstoffen die worden teruggewonnen uit afvalwater, zijn volgens de geldende regels nog steeds afval. Daarom mogen ze volgens die regels niet worden gebruikt voor een nieuw product. Ook mogen herwonnen grondstoffen niet worden verkocht. Een overheidsinstelling mag immers geen winst maken. Heeft de Minister deze belemmeringen in beeld? En wat kan zij hieraan gaan doen?

Tot slot heb ik nog een algemene vraag. Hoe staat de Minister tegenover de wens van de Unie van Waterschappen om het Deltafonds te verlengen tot het einde van het Deltaprogramma in 2050?

De heer Laçin (SP):

Voorzitter, geachte Minister, deelnemers aan het overleg en mensen die dit overleg volgen. Ik ben ook nieuw op dit dossier. Ik moet zeggen dat ik wel even ben geschrokken, want het is nogal technisch en ingewikkeld. Ik kreeg te maken met allerlei begrippen die voor mij nog onbekend waren. Het gaat over de waterkwaliteit, over ongewenste lozingen, over kosten en de kwaliteit van het drinkwater, maar ook over de waterveiligheid. Verder hebben we te maken met klimaatbeheersing, verzilting en bodemdaling. En bovendien exporteert Nederland zijn kennis op dit vlak naar allerlei landen over de hele wereld. We hebben een heuse Deltacommissaris. Mijn ervaring tot nu toe is dat het voorbereiden van mijn maidenspeech over Chemours mij veel gemakkelijker afging dat het voorbereiden van een simpel AO over water. Dus wat ga ik doen? Ik ga gewoon een aantal punten noemen die ik belangrijk vind en die voor mijn fractie nu heel actueel zijn.

Daarbij begin ik met de lozingen van Chemours. Zowel mevrouw Van Eijs als de heer Geurts en mevrouw Van Brenk hebben daarover ook al iets gezegd. Op 17 mei, tijdens het debat over Chemours, hebben we gesproken over de lozingen van PFOA en GenX op het oppervlaktewater. Het leek toen aan Staatssecretaris Dijksma om verder toereikende maatregelen te nemen, om de gezondheidsrisico's verder in te perken. Naar aanleiding van de ophef van toen, besloot Chemours om enkele miljoenen te investeren in een nieuwe proefinstallatie voor het nog beter zuiveren van GenX. Ook toen heb ik de vraag gesteld waarom Chemours daar uitgerekend nú mee komt, en niet al veel eerder. Het is namelijk al langer duidelijk dat de gevolgen van GenX onbekend zijn. Dus waarom is die installatie er nu pas gekomen, en niet eerder?

Maandag is er opnieuw veel ophef ontstaan over de lozing van deze giftige stoffen. Uit de brief van de Minister blijkt dat er ook direct wordt geloosd op de Merwede zonder dat daarvoor een vergunning is. Wat vindt de Minister hier nou van? Zij is de verantwoordelijke voor toezicht en handhaving. Ik vraag haar wat zij vanuit die hoedanigheid gaat doen aan dit soort praktijken in de toekomst. Is zij met mij van mening dat de eerder aangehouden motie 28 089, nr. 40 moet worden uitgevoerd? Wil zij, vooruitlopend op het amendement-Smaling, per direct een afdwingbare revisievergunning mogelijk maken?

Precies een jaar geleden vroeg het toenmalig SP-Kamerlid en de oud-huisarts Henk van Gerven naar het voorkómen van incidentenpolitiek. Hij wees op het gevaar van bestuurlijke onduidelijkheid op dit vlak. Toen ging het over lozingen van pyrazool. Je dondert in Limburg iets in de Maas, en tot in het duinwatergebied van Den Haag ontstaan er daardoor problemen. Geef de verontruste omwonenden en werknemers van Chemours het gevoel dat ze serieus worden genomen. En geef vooral al die goedwillende wethouders in het land een middel in handen om vervuilers aan te pakken.

In lijn daarmee ligt mijn volgende punt. Bij het al dan niet toestaan van een lozing maakt het bevoegd gezag gebruik van de ABM-toets (Algemene BeoordelingsMethodiek) en de immissietoets. Althans, dat dachten we. De stukken liggen er, maar dit blijkt een papieren werkelijkheid te zijn. Bij de vergunning voor Chemours, die in december voorlag, is er geen toets uitgevoerd op de effecten op het innamepunt van drinkwater. Pas na de commotie over de conceptvergunning heeft de provincie de hoeveelheid toegestane geloosde stof teruggeschroefd en is er, op aangeven van Rijkswaterstaat, wel gekeken naar de effecten op het innamepunt. Maar eigenlijk stelt Rijkswaterstaat dat de vergunde hoeveelheid lozing nóg lager zou moeten zijn, namelijk 20 kg per jaar in plaats van de huidige 2.035 kg per jaar. De provincie zit er bovenop. Men overlegt daar goed met Rijkswaterstaat en met het waterschap. Maar alle organisaties vragen indringend om duidelijkheid. Deze casus bewijst eens te meer dat er rekening moet worden gehouden met ons drinkwater. Daarom zou ik graag een handreiking opgesteld zien worden waarin de nodige verduidelijking staat voor het bevoegd gezag. Is de Minister bereid om haar medewerking te verlenen aan het opstellen van zo'n handreiking?

In lijn daarmee ligt de bodemverontreiniging. De Wet bodembescherming komt te vervallen. Daarvoor in de plaats komt er een Aanvullingswet bodem bij de Omgevingswet. Gaat de Minister hierin vastleggen dat bij bedreiging van drinkwaterwinning door bodemverontreiniging afdwingbare adequate maatregelen door overheden en veroorzakers zullen worden genomen? Op welke wijze gaat zij de bescherming van nog dieper gelegen voorraden drinkwater vastleggen?

Via een motie van de leden Smaling, Jacobi en Geurts is het verzoek van omwonenden van het project bij Varik-Heesselt serieus genomen en zijn er verschillende varianten onderzocht. Kan de Minister nog eens ingaan op drie alternatieven die eerlijk gewogen zouden worden? Nu blijkt namelijk dat de zuidoever van de Waal hier niet bij is betrokken. Daar gaat men aan natuurontwikkeling doen en worden ooibossen geplant. Daaraan wordt de eis verbonden dat er geen verhoging van de waterstand mag plaatsvinden. We snappen allemaal dat de overloop van die badkuip ergens moet worden opgevangen. Wordt met het doorgaan van deze plannen nu voorgesorteerd op een binnendijkse geul, of alleen op dijkverhoging en -versterking? De Minister moet eraan denken dat die natuurmaatregelen onder een andere gemeente vallen. Er is behoefte aan een samenhangende, integrale en evenwichtige visie. Kan de Minister garanderen dat ook deze natuurplannen worden betrokken bij de eerdere afspraken die zijn gemaakt, voortkomend uit de motie die ik eerder noemde?

Dan wil ik nog de Zuiderzeedijk noemen. Daarover is ook al gesproken. Kan de Minister reageren op het initiatief «Red de Zuyderzeedijk»? Is uitstel van de versterking van de dijk tussen Hoorn en Amsterdam mogelijk? Klopt het dat een integrale visie op de waterveiligheid op dit moment ontbreekt? En voelt de Minister, net als ik, voor een oplossing met pompen in de dijk van Enkhuizen naar Lelystad?

Tot slot heb ik nog wat losse eindjes. Als ik over mijn spreektijd heen ga, hoor ik dat graag van de voorzitter.

De voorzitter:

U hebt nog één minuut.

De heer Laçin (SP):

Nog één minuut. Dan kan ik nog op één punt ingaan. Hoe staat het met de afdoening en uitvoering van de motie-Smaling over de veenweidegebieden? Alleen al het Friese weidegebied stoot jaarlijks 1,5 miljoen ton CO2 uit. Behalve aan het verwezenlijken van klimaatdoelen kan de Minister ook aan de bodem de aandacht geven die hij verdient. Gaat zij dit ook nog een plek geven binnen het Deltaplan ruimtelijke adaptatie?

Tot slot vraag ik, in het verlengde daarvan, hoe het staat met het Platform Slappe Bodem, het geweldige initiatief van een groot aantal steden om de problematiek van de bodemdaling te voorkomen. Heeft dit initiatief een plek gevonden in het kennis- en onderzoeksprogramma Lumbricus? Of is het zo dat na de geweldige aftrap van «Heel Holland Zakt» de initiatieven te pletter zijn gelopen?

De voorzitter:

Hartelijk dank. We gaan door met de bijdrage van de heer Van Aalst, die spreekt namens de PVV. Mevrouw Dik-Faber van de ChristenUnie heeft het overleg even moeten verlaten. Zij zal waarschijnlijk straks weer terugkomen. Ik deel ook mee dat mevrouw Attje Kuiken van de Partij van de Arbeid wegens een debat in de plenaire zaal niet kon deelnemen aan dit AO.

De heer Van Aalst (PVV):

Voorzitter. De PVV heeft veiligheid hoog in het vaandel staan. Dat geldt zeker voor waterveiligheid. Het is belangrijk om onze dijken goed te onderhouden en waar nodig te versterken zodat we onze voeten drooghouden. In Nederland kunnen we dat ook heel goed. Nederlands vormt de wereldtop als het om watermanagement gaat. Daar is de PVV trots op.

De PVV vindt het dan ook belangrijk dat er voldoende middelen beschikbaar zijn om snel onze waterwerken te versterken indien dat op basis van actuele metingen en kortetermijnscenario's nodig blijkt te zijn. In ons gesprek met de Deltacommissaris bleek gelukkig ook dat hij dat ziet als adaptief werken. Echter, in dat gesprek kwam ook naar voren dat er nog steeds langetermijnvoorspellingen voor 2050 en verder worden gehanteerd. Dat lijkt ons nogal tegenstrijdig en de PVV ziet daar dan ook het nut niet van in. Dat ziet zij zeker niet als die langetermijnvoorspellingen zijn gebaseerd op de einde-van-de-wereld-klimaatvoorspellingen, zoals we die bijvoorbeeld in de klimaatadaptatiestrategie terugzien. Is de Minister dat met ons eens en kan zij garanderen dat er uitsluitend wordt geïnvesteerd in het kader van de waterveiligheid op basis van actuele metingen en jaarlijks geactualiseerde kortetermijnprognoses?

Verder hebben wij van de Deltacommissaris begrepen dat alle benodigde projecten gerealiseerd zijn of gedaan kunnen worden, en dat er zelfs nog zo'n 700 miljoen vrije bestedingsruimte over is. Klopt dat? Wat adviseert de Minister om daarmee te doen? Ik weet dat ze dat liever aan een nieuw kabinet overlaat, maar ik heb als nieuw Kamerlid op het gebied van waterveiligheid nog geen project kunnen ontdekken waar acuut extra geld voor nodig is. Sterker nog, als we de opstellers van de petitie «Red de Zuyderzeedijk» mogen geloven, kunnen we zelfs nog 200 miljoen besparen. Dit zou mogelijk zijn door een gemaal te plaatsen in de Houtribdijk, om zo het water in het Markermeer op peil te houden. Hoe kijkt de Minister tegen deze plannen aan?

De heer Grashoff (GroenLinks):

Ik ken het wat bijzondere standpunt van de PVV aangaande klimaatvraagstukken. Maar stel nu eens dat die klimaatverandering wél zou plaatsvinden en we doen in de tussentijd niks aan onze waterveiligheid. Dat is wat de heer Van Aalst hier nu namelijk voorstelt. Letterlijk stelt hij dat voor. Hebben we dan volgens hem op enig moment nog tijd genoeg om in zo'n één of twee jaar al onze dijken te verhogen, onze rivieren meer ruimte te geven enzovoorts enzovoorts? Of kan er dan een moment komen waarop de PVV zou zeggen: mea culpa, we hebben ons vergist en nu verzuipen we gewoon.

De heer Van Aalst (PVV):

Het klimaatbeleid is natuurlijk gebaseerd op een soort thermostaatgedachte. Hoe meer CO2-uitstoot je voorkomt, hoe minder de aarde opwarmt en hoe minder de zeespiegel stijgt. De klimaatdiscussie zullen we natuurlijk morgen nog voeren. Maar wat dit betreft wil de PVV aangeven dat de zeespiegel al stijgt sinds 1850. Dit was al lang voor de industriële revolutie en de stijging van de CO2-uitstoot gaande. Maar goed, zelfs als de heer Grashoff gelijk zou hebben, dan nog komt er niet opeens een tsunami op ons af. Daar gaan tientallen jaren overheen. We hebben dan dus ruim de tijd om onze dijken te versterken.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Alleen al voor het aanleggen van de Deltawerken hadden we een periode van 1959 tot 1983 nodig. Toch was die aanleg een heel acuut ding dat, gezien 1953, een paar jaar te laat plaatsvond, zullen we maar zeggen. Alleen al de aanleg van de Deltawerken kostte zo veel tijd. Bovendien kostte het een slordige paar miljard, die we dan ook nog op de plank hebben moeten liggen. Zou de PVV een keer kunnen bedenken dat ze een onverstandig beleid voert? Zelfs als je twijfelt aan klimaattheorieën, dan nog zou je vanuit het oogpunt van voorzorg moeten investeren in waterveiligheid.

De heer Van Aalst (PVV):

Dat is juist wat ik namens de PVV gemeld heb. Wij willen juist dat de Deltacommissaris werkt met actuele prognoses en met gegevens die actueel zijn gemeten. Wij willen niet dat hij werkt met prognoses die eigenlijk gebaseerd zijn op niets, op gewoon nattevingerwerk.

Voorzitter, verder heb ik goed gekeken naar alle rapporten over drinkwaterbedrijven die op de agenda staan. Daarin valt een aantal dingen op. In de eerste plaats lopen de kosten van het drinkwater nogal uiteen en zijn ze afhankelijk van waar je woont. Sterker nog, bij Dunea betaal je bijna twee keer zoveel als bij Brabant Water. Dit verschil wordt in de Prestatievergelijking drinkwaterbedrijven verklaard door de precariorechten, die in het gebied van Dunea door alle gemeenten in rekening worden gebracht, en in het gebied van Brabant Water door geen van de gemeenten. Nu vindt de PVV het hele systeem van precarioheffingen op nutsvoorzieningen sowieso belachelijk. Het gaat immers om voorzieningen waar iedereen baat bij heeft, ook de gemeenten zelf. Blijkbaar was een meerderheid van de Kamer dat met de PVV eens, want een paar maanden geleden is het verbod op deze precarioheffingen door de Kamer gekomen. Alleen wordt daar een overgangstermijn van vijf jaar aan gekoppeld. Dat vindt de PVV tamelijk absurd. Burgers kunnen immers van het ene op het andere jaar geconfronteerd worden met allerlei belastingverhogingen, dus waarom wordt voor deze gemeenten een soort misplaatste coulance gehanteerd? Dit geldt zeker als is aangetoond dat het gros van de gemeenten geen precariorechten heft op drinkwater. Daarom lijkt het de PVV niet te veel gevraagd als de Minister er bij de gemeenten die dat wel doen op aandringt dat ze vanaf volgend jaar geen precario meer heffen op drinkwater. Is de Minister bereid om daar bij de gemeenten op aan te dringen? Ze mag daar wat ons betreft ook, indien mogelijk, een stevige boete tegenoverzetten.

Verder viel mij op dat drinkwaterbedrijven nog altijd aan ontwikkelingshulp doen. Dat is volstrekt krankzinnig. Gelukkig is in het Drinkwaterbesluit vastgelegd dat het hierbij om maximaal 1% van de omzet mag gaan. Maar toch is dat nog altijd 1% te veel. Ik lees in het verslag van de inspectie bovendien dat de ACM van de Waterleidingmaatschappij Drenthe onvoldoende informatie heeft ontvangen om vast te kunnen stellen of dit bedrijf handelt conform deze spelregel. Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Heeft de toezichthouder inmiddels wél kunnen achterhalen om welk bedrag het gaat? En bovenal is mijn vraag: waarom is hier geen boete voor uitgedeeld? Verder willen wij weten of de Minister kan zeggen hoeveel geld er jaarlijks vanuit alle drinkwaterbedrijven samen aan ontwikkelingshulp wordt besteed en hoeveel fte's daarmee gemoeid zijn?

Ik rond af. Wat de PVV betreft gaat het best prima op watergebied. Onze waterveiligheid is op peil en er is zelfs geld over. Waar zie je dat tegenwoordig nog? De PVV hamert er wel op dat de Deltacommissaris niet naast zijn schoenen moet gaan lopen, zoals we dat nu bij sommige drinkwaterbedrijven zien gebeuren; drinkwaterbedrijven die als hobby, of door misplaatste arrogantie, ons geld in de bodemloze put storten die ontwikkelingshulp heet. Laten drinkwaterbedrijven zich beperken tot hun kerntaak, namelijk het zorgen voor schoon en betaalbaar drinkwater voor heel Nederland.

Ik wil nog even kort terugkomen op Chemours. De vorige sprekers hebben daar al van alles over gezegd. De vragen die zij stelden, leven ook bij de PVV. Ook de PVV hoort graag van de Minister hoe het op dit moment loopt met dit dossier, vooral omdat we er kort geleden nog met elkaar over gesproken hebben. Nou ja, ik hoor graag wat de Minister hierover te zeggen heeft.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Voorzitter. Ik vervang hier vandaag mijn collega Liesbeth van Tongeren. Zij is en blijft de woordvoerder op dit gebied, dus het is slechts toeval dat ik hier ben. Ik moet wel vaststellen dat ik gelijk een enorm aantal stukken over water voor de kiezen krijg, maar het onderwerp is me niet geheel onbekend.

Ik kom eerst op het rapport van de Rekenkamer over instandhouding van het hoofdwatersysteem. Dat rapport is kritisch. Daarin staat dat er eigenlijk structurele tekorten zijn die als het ware een beetje worden weggepoetst met kasschuiven en wat uitgesteld onderhoud. Er wordt een beetje gerommeld om het begrotingstechnisch op orde te brengen. Daarmee verschuif je echter natuurlijk risico's en ook kosten naar de toekomst. Is de Minister dat met mij en de Rekenkamer eens? En wat gaat zij daaraan doen? Zij zegt: ik ga wel op zoek naar geld voor een stukje van die tekorten. Maar naar onze indruk is de kritiek van de Rekenkamer eigenlijk veel fundamenteler. Daar schrijft men: de onderbouwing deugt onvoldoende en er is niet duidelijk of reserveringen voldoende zijn. Dus eigenlijk zou je hiervoor toch een veel fundamentelere benadering moeten kiezen.

Dan valt op dat de Minister niet naar een baten-lastenstelsel wil. Ik heb een achtergrond als gemeentelijk bestuurder. Vanuit die achtergrond lijkt het mij volstrekt logisch om te kiezen voor een baten-lastenstelsel voor investeringsintensieve bezigheden zoals onderhoud aan ons hoofdwatersysteem, omdat dat een buitengewoon plezierig systeem is dat veel meer inzicht en transparantie oplevert. Waarom wil de Minister dat niet?

We hebben nog geen Strategische agenda Noordzee 2030. Dat klopt toch? Er is aangekondigd dat die in het voorjaar van 2017 zou verschijnen. Ik heb voor de verandering mijn jasje maar uitgedaan, want de temperatuur is toch echt wat zomers op dit moment. Het is ook 21 juni. Komt die agenda er nog, of laat dit kabinet het erbij? Volgens mijn fractie is het verstandig dat die agenda er wél komt, zelfs al zou het zo zijn dat wellicht een nieuw kabinet besluiten moet gaan nemen. De vraagstukken dringen zich namelijk wel op rond het ruimtegebruik op de Noordzee en alle diverse functies van de Noordzee. Mijn fractie is buitengewoon benieuwd hoe de Minister het voor elkaar krijgt om bijvoorbeeld herstel van natuurwaarden te combineren met windmolenparken. Daar zijn heel interessante mogelijkheden voor. Wij kijken daarnaar uit.

Voor de 29ste voortgangsrapportage over het programma Ruimte voor de Rivier is een compliment op z'n plaats. Ruimte voor de Rivier is een heel belangrijk programma. Men ligt er ook behoorlijk mee op schema en het programma leidt tot resultaten. De oordelen erover zijn positief. Ook de GroenLinks-fractie oordeelt hier positief over. Het is vooral positief omdat het hierbij is gelukt om een tijdlang op een mooie manier waterveiligheid en herstel van natuurwaarden gelijk op te laten gaan. Daarvan zijn echt heel goede voorbeelden tot stand gekomen. Er is intussen een bedragje over, namelijk 77,7 miljoen. De Minister zegt: dat gaat dan terug in de grote pot van het Deltafonds. Op zichzelf is dat natuurlijk logisch, maar de vraag is waar je het aan gaat besteden. De fractie van GroenLinks vraagt de Minister of zij bereid is om dat bedrag wel degelijk te steken in nog aanvullende projecten binnen de kaders, doelstellingen en uitgangspunten van Ruimte voor de Rivier. Er zijn suggesties voor gedaan, onder meer door de natuurorganisaties. In dat verband zijn de Huissensche Waarden bij Gelderse Poort genoemd. Zou dat volgens de Minister een zinvolle besteding zijn? Zou zij het geld daarin willen steken?

De hoofdmoot van mijn bijdrage gaat eigenlijk over de waterkwaliteit in Nederland. Er is op dit vlak weinig reden tot blijdschap, maar tegelijkertijd krijgen we een rapportage van de Minister die eigenlijk bijna een soort zorgeloosheid uitstraalt. Het gaat de goede kant op met de waterkwaliteit en, nou ja, we hebben nog tot 2027 voor de Kaderrichtlijn Water en dan komt het allemaal op z'n pootjes terecht. Maar als je de diverse rapporten goed leest, blijkt dat er heel weinig reden tot blijdschap is. Want er is in de afgelopen jaren geen vooruitgang geboekt. Er zijn nog wat na-ijleffecten van eerdere programma's, zeker bij het grondwater, want daarbij is het proces nou eenmaal traag. Maar bij het oppervlaktewater zijn de resultaten stilgevallen sinds 2011. Al meer dan zes jaar treedt er dus geen verdere verbetering meer op. Je kunt trots blijven zijn op de verbeteringen die zijn bereikt vóór 2011, maar daarmee halen we de doelen voor 2027 natuurlijk niet. Dat staat eigenlijk ook in alle rapporten. In de EU-evaluatie van de tenuitvoerlegging van het milieubeleid staat: «De Nederlandse stroomgebiedbeheerplannen zijn goed ontwikkeld, maar de maatregelenprogramma's volstaan nog steeds niet om de uitvoeringskloof te dichten, in het bijzonder met betrekking tot de verontreiniging door de landbouw». Dit staat dus in het officiële evaluatierapport van de EU. Ons eigen Planbureau voor de Leefomgeving stelt het eigenlijk nog harder. In de Balans van de Leefomgeving 2016 wordt gewoon geconcludeerd: de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) voor 2027 gaan we niet halen. In de recente Evaluatie Meststoffenwet van het PBL staat het nóg iets harder. Daarin schrijft men dat voor ons oppervlaktewater de doelstellingen van de KRW «niet in zicht» zijn. Met het grondwater gaat het iets beter, maar in de zuidelijke zandgronden is het daarmee ook nog steeds naatje pet. Daar zijn nog steeds heel grote overschrijdingen en we mogen ons afvragen waarom die overschrijdingen er nou precies in die zuidelijke zandgronden zijn, terwijl ze op andere zandgronden intussen een beetje aan het bijtrekken zijn.

Alle alarmbellen zouden moeten afgaan bij zowel het departement van I en M als het departement van EZ, zowel bij Minister Schultz als bij haar collega Van Dam. De waterkwaliteit zal namelijk niet vanzelf wel verbeteren in de jaren volgend op de volledige uitvoering van het vijfde actieprogramma Nitraatrichtlijn. Een zesde actieprogramma is in de maak. Daar gaan we het nu weer bij EZ over hebben. Maar de Minister van I en M is verantwoordelijk voor de waterkwaliteit. Zij is echter afhankelijk van het zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn. Daarin wordt bepaald of we daadwerkelijk in de buurt van die doelen gaan komen. Nu spreekt het kabinet natuurlijk met één mond. Dus mijn vraag is: welke harde taal spreekt de Minister tegen haar collega van landbouw en natuur? De signalen die ik krijg over het zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn komen namelijk neer op het volgende. Waar we niet aan de eisen voldoen, gaan we in het programma overschakelen naar vrijwillige maatregelen. Dat lijkt me een heel bijzondere beweging.

Er is heel veel te doen. Ons drinkwater is in gevaar. Vewin (Vereniging van waterbedrijven in Nederland) trekt aan de bel. Die vereniging van drinkwaterbedrijven trekt hard aan de bel. Onze natuurwaarden zijn in het geding. De derogatie van de Nitraatrichtlijn is in het geding. Dat is een zeer algemeen erkend belang dat hier volgens mij politiek breed wordt gedeeld. En ik vraag me zelfs af of onze derogatie van de Kaderrichtlijn Water zelf niet in gevaar zou komen, want per saldo hadden we twaalf jaar uitstel. Ik vind het onbestaanbaar dat je, met twaalf jaar uitstel voor het halen van doelstellingen, moet vaststellen dat we de laatste zes jaar geen vooruitgang meer hebben geboekt. Ik wil hier echt een stevige reactie van de Minister op krijgen. Ik zit niet als eerste in de rij, maar ik ben geneigd om hiervoor al een VAO aan te vragen en hierover een uitspraak van de Kamer te vragen. Dit is echt een ernstige kwestie die wordt onderschat.

Ik kom op Chemours.

De voorzitter:

Hiermee bent u wel aan het einde van uw spreektijd gekomen, mijnheer Grashoff.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Oké, dan sla ik mijn laatste punt over. Ik sluit mij heel graag aan bij de kritische vragen die door mijn voorgangers over Chemours zijn gesteld.

De voorzitter:

Heel goed. We gaan luisteren naar mevrouw Ouwehand. Ik heb net met mevrouw Dik-Faber afgesproken dat zij haar inbreng als laatste van de zijde van de Kamer zal houden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Ik dank de heer Grashoff voor de opwarmer over de kwaliteit van het water en de bedreigingen van de kwaliteit van ons water. We hadden het niet zo afgesproken, maar ik kan daar mooi op doorgaan. Ik ben blij dat dit algemeen overleg door kon gaan. De Kamer heeft namelijk heel veel dingen controversieel verklaard. Ik had mij namelijk voorgenomen om de Minister van I en M toch even iets voor te houden. Dit is dus een van die misschien wel unieke momenten waarop we met deze Minister eens eventjes vooruit kunnen blikken, in haar laatste overleg met deze Kamer en gezien vanuit haar verantwoordelijkheid voor de waterkwaliteit. Welke opgaven zijn onontkoombaar voor het komende kabinet?

Dan doel ik natuurlijk meteen op de landbouw. Want in de conclusies in de rapporten waar de heer Grashoff naar verwijst, gaat het over de belangrijkste bedreigingen voor de kwaliteit van ons drinkwater en het niet halen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water. Het is niet nieuw dat die bedreigingen uit de landbouw komen. We worden daar al jaren voor gewaarschuwd. De drinkwaterbedrijven trekken al jaren aan de bel. De kosten voor waterzuivering lopen op. Die kosten slaan dus neer bij de burger, zeg ik even tegen bijvoorbeeld de woordvoerder van de PVV. Vanwege de te hoge vermesting en een te veelvuldig gebruik van gif in ons land beginnen deze zaken nijpend te worden. Ik vraag de Minister dus of zij vooruit kan blikken. Wat moet er volgens haar in elk geval binnen de landbouw veranderen, willen wij die doelstelling van schoon, betaalbaar en veilig drinkwater kunnen handhaven?

Ik geef haar daarbij het volgende mee. Ik houd ervan om dingen integraal te bekijken. Als je de veestapel laat inkrimpen, halen we tegelijk allerlei natuurdoelen, dierenwelzijnsdoelen en klimaatdoelen. Maar als je op dat niveau gaat kijken naar de landbouw, kunnen we ook een enorme slag slaan bij het bestrijden van onnodige bureaucratie en gedoe. Ik mag hier nu tien jaar in de Kamer zitten. En echt waar, we hebben het hier soms over de bemestingsnormen van zaaiuien. Zo ver gaat het om die enorme mestproductie door de landbouw maar op de een of andere manier binnen het beleid te krijgen waar we ons op andere terreinen aan hebben gecommitteerd, bijvoorbeeld op het vlak van de waterkwaliteit.

Kijk eens naar al die gifstoffen die we in de landbouw toestaan. Dat kán. Je kunt zeggen: we gaan er met gebruiksvoorschriften en allerlei pakken papier voor zorgen dat iedereen gebruik mag maken van de gifstoffen waarmee hij of zij wil spuiten. Maar het gaat daarbij dus wel om enorme stapels spuitvoorschriften, bureaucratie voor de ondernemers en handhaving door de NVWA die niet per se gemakkelijk is. Wat een slag kunnen we wel niet slaan als we aan de bron beginnen, met het beschermen van wat we hebben afgesproken, in dit geval van onze waterkwaliteit. Stel dat deze Minister nog een paar jaartjes op deze plek zou zitten. Ik hoor graag van haar wat het kabinet waar zij dan in zou zitten, volgens haar echt zou moeten doen om de KRW veilig te stellen. Dat kan ze gemakkelijk zeggen, want ze komt niet in een volgend kabinet. Dat is het mooie van dit moment. Ik zeg haar: gebruik die vrijheid en zie het als tips voor uw opvolger.

De heer Grashoff heeft ook al het een en ander gezegd over de Noordzee. Daar wil ik me bij aansluiten. De Partij voor de Dieren maakt zich zorgen over het feit dat het kabinet wel mooie woorden spreekt over het respecteren van de draagkracht van het ecosysteem, maar dat het nergens wordt onderbouwd. Hoe zou de Minister die draagkracht precies willen omschrijven? Kan zij dit wetenschappelijk onderbouwen? Het kan namelijk niet zo zijn dat het natuurbelang van de Noordzee maar één van de belangen is, naast andere belangen, bijvoorbeeld van de oliejongens en van de visserij. De Noordzee is van collectief belang. Die collectieve waarden moeten we beschermen. Wat er op de Noordzee gebeurt, kan alleen maar gebeuren als het valt binnen het respecteren van die natuurwaarden. Dat gaat echter natuurlijk fout lopen als je dat niet scherp, helder en onderbouwd definieert. Kan de Minister toezeggen dat ze dat gaat doen?

Ik kom op waterveiligheid en Ruimte voor de Rivier. Ook hierbij mist de Partij voor de Dieren natuurherstel en natuurbescherming als volwaardige doelstelling. In veel gevallen gaat het samen, maar in sommige gevallen ook niet. Waarom zorgen we er dus niet voor dat het verhogen van de waterveiligheid altijd samengaat met die andere doelen die we ons gesteld hebben? In het kader van Natura 2000 zorgen we ervoor dat de natuur niet verslechtert, maar zelfs verbetert. Ik zeg nogmaals: dat gaat op sommige gebieden goed, maar op sommige terreinen ook niet.

Ik noem de Haringvlietsluizen. Die sluizen komen op een kier te staan. Dat is hartstikke goed en dat gaat zorgen voor meer vismigratie. Nou kunnen we dat optimaliseren. De natuurbeschermers hebben het daarbij over de permanent oostelijke aanvoer. Maar omdat dat «alleen maar» goed is voor de natuur, is het geen onderdeel van het Deltaprogramma. Dus is er geen geld voor en dus gebeurt het niet. Dat is hartstikke zonde, toch? Kan de Minister toezeggen dat we natuurherstel en natuurbescherming samen met de waterkwaliteit integraal bekijken?

De Partij voor de Dieren vindt het onvoorstelbaar dat Chemours, een chemiebedrijf dat al vaker in opspraak is geweest, illegaal heeft mogen lozen en dat daarna niet de eerste reactie was: nou, dan is het nu echt wel even klaar, dus intrekken die vergunning. Als dit geen reden is voor het intrekken van de vergunning, wat dan wel? De Kamer en onder andere de Partij voor de Dieren hebben er al eerder voor gepleit om dit soort vergunningen voor bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen, tijdelijk te maken. Het blijkt dat het bevoegd gezag de grootst mogelijke moeite heeft om ervoor te zorgen dat zo'n bedrijf dat werkt met gevaarlijke stoffen maar dat zich keer op keer niet houdt aan de voorschriften, volgens de veiligheidsregels gaat opereren. Als een bedrijf drie keer de kans heeft gehad, en het gaat weer mis, dan is het klaar. Dat moet toch ergens de sanctie zijn? Dan is het voor eigen risico geweest als zo'n bedrijf zich niet aan de voorschriften heeft gehouden. Waarom moet de bewijslast zo zwaar bij de bevoegde gezagen liggen? Waarom kunnen we het risico niet bij de ondernemingen zelf laten? Als die zelf zo dom zijn om een loopje te nemen met de veiligheidsvoorschriften, dan zetten zij dus op eigen risico hun volledige vergunning op het spel. Kan de Minister toezeggen dat dat ook de insteek is waar zij achter staat? Dan gaan we samen zoeken naar een mogelijkheid om dat te realiseren.

Mevrouw Visser (VVD):

Voorzitter. Het AO Water kenmerkt zich altijd door het feit dat er een grote stapel papier op de agenda staat. Dat zeiden mijn collega's ook al. En dan liggen nog niet eens de stroomgebiedbeheerplannen voor. Dan zou er nog zo'n stapel bij komen.

Ik sluit mij aan bij wat de woordvoerster van de Partij voor de Dieren zei over Chemours. Daar is een apart debat over gehouden. De Minister heeft ons erover geïnformeerd. Ze heeft gezegd dat er vervolgacties door Rijkswaterstaat zijn ingezet omdat men niet voldoet aan de afgegeven vergunning. De Minister heeft ook gezegd dat Rijkswaterstaat het geheel blijft monitoren. Welke maatregelen of ingrepen kunnen wij nog verwachten? De VVD, en volgens mij ook andere partijen vragen zich namelijk af hoe het kan dat een bedrijf dat zich meermaals aan een steen stoot, blijkbaar niet gevoelig is voor wat er in het maatschappelijk debat hierover wordt gezegd, maar blijkbaar ook niet voor handhaving. Welke mogelijkheden zijn er nog om ervoor te zorgen dat de overtreding ongedaan wordt gemaakt, maar ook om ervoor te zorgen dat er gewoon opgetreden wordt? Men is in overtreding, dus er moet ook gewoon bestraffing komen.

Ik kom op de Markermeerdijken. Afgelopen maandag mocht ik in Durgerdam zijn. Met dit weer kun je op slechtere plekken wezen voor een werkbezoek. Ik ben niet alleen in Durgerdam geweest, maar ook in Uitdam en in Hoorn. En ik heb eigenlijk in de afgelopen jaren alle gebieden inmiddels al bezocht. Bij die bezoeken komt eigenlijk steeds één ding naar voren. Er is hier al heel lang over gesproken, omdat die dijk al is afgekeurd in 2006. Men heeft het gevoel dat er voor één bepaalde oplossing wordt gekozen en dat er innovatie vanuit de markt zou komen. Dat blijkt dus niet te lukken. En nu ineens wordt er voor oplossingen gekozen waarover in ieder geval de bewoners zeggen: hoe kan dat? Zij zeggen: acht jaar lang dachten we dat we de ene kant op zouden gaan, en ineens komen er andere oplossingen. De heer Geurts van het CDA zei al dat de gemeente Amsterdam een soort contra-expertise heeft laten uitvoeren over bewezen dijksterkten. Ik zal niet te veel op de techniek ingaan. Kan de Minister op deze kwestie ingaan? Men heeft het gevoel dat er blijkbaar ergens tijdsdruk op staat. Ik weet niet waar die druk vandaan komt. Ik weet dat we vorig jaar in de Kamer hetzelfde debat voerden. Toen heeft de Kamer eigenlijk aan de Minister meegegeven: joh, als er meer tijd nodig is, dan is er vanuit de Kamer de ruimte om mogelijkheden te zoeken, omdat wij financiële randvoorwaarden hebben gesteld in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma, qua subsidiebeschikking. Het gaat uiteindelijk om de uitkomst, en minder om dit soort druk die we misschien ooit, in 2006 met elkaar hebben bedacht. Als er meer ruimte voor nodig is, wordt wat ons betreft die ruimte gegeven. Kan de Minister daarop ingaan? Hoeveel tijd is er nu qua besluitvorming? Wat ligt er voor?

Ik wil me eigenlijk ook aansluiten bij de discussie over Varik-Heesselt. Ik heb het vaak over meekoppelkansen gehad met de Minister. Ik heb het ook vaak gehad over de vraag of het belang van natuur niet meer gaat meewegen dan het belang van waterveiligheid. In Varik-Heesselt leeft dat gevoel onder de bewoners nu erg. Het besluit moet nog worden genomen. Maar net als de heer Geurts wil ik benadrukken dat we dit doen vanwege de waterveiligheid. De meekoppelkansen mogen niet de boventoon gaan voeren in het debat en bij de afwegingen die worden gemaakt. Bij het leggen van prioriteiten en het maken van de uiteindelijke keuzes staat waterveiligheid voorop.

Een ander project is de Afsluitdijk. Bij dat project speelt natuurlijk een aantal zaken. Bij de behandeling van het MIRT, dit najaar, zullen we het vast ook over bijvoorbeeld het Kornwerderzand gaan hebben. Ik heb hierover Kamervragen gesteld, evenals het CDA. Die gaan over die bruggen. Wat gebeurt daar nu mee? Er stond gisteren een artikel in de Volkskrant. Daarin zegt een werknemer van Rijkswaterstaat dat er tijdens de werkzaamheden die vorig jaar hebben plaatsgevonden aan de bruggen en de sluizen, onvoldoende rekening is gehouden met uitzetting van materialen. Ik sta hier toch even bij stil, omdat dit niet terug te vinden was in de beantwoording van onze Kamervragen vorige week. Omdat er onvoldoende rekening is gehouden met uitzetting van materialen moeten de bruggen in de Afsluitdijk nu continu worden natgespoten. Klopt dit? Ik vind het wel bijzonder dat een werknemer van Rijkswaterstaat dit in de krant meldt, en dat we een van de belangrijkste verkeersaders tussen Friesland en de rest van het land met een soort brandweerspuit moeten natspuiten. Dat vraag ik ook, omdat de Minister in de beantwoording van de vragen schrijft dat ze dit pas in 2023 verder gaat bekijken. Is dit een houdbare situatie? Zijn er inderdaad fouten gemaakt en, zo ja, wat valt daar dan mogelijk nog aan te doen bij de uitvoering?

Ik kom op de governance van het Deltaprogramma. De resultaten van de evaluatie zijn nu beschikbaar. Er zijn allerlei overlegorganen, programma's en weet ik wat er allemaal niet gebeurt binnen dat Deltaprogramma. Dat is hartstikke mooi. Maar kan het niet een tandje minder? Kan de Minister, naar aanleiding van die evaluatie, niet eens met alle partijen, zoals de VNG en het IPO, bekijken of er een aantal dingen weggesneden kunnen worden? Kunnen we een aantal dingen niet op een wat meer efficiënte manier gaan doen?

Mijn collega Erik Ziengs heeft ooit een nota over legionella geschreven. Er zou op dat vlak een pilot starten. In de brief hierover die de Minister de Kamer heeft gestuurd, kan ik niets over die pilots terugvinden. Wat is de stand van zaken daarbij?

Ik sluit mij aan bij de vragen over de drinkwatertarieven. De Consumentenbond heeft daar ook kritische vragen over gesteld. Wat is op dat punt de stand van zaken? Is men in overtreding en, zo ja, wat vindt er dan plaats?

Ik wil ook nog stilstaan bij de discussie rondom de waterkwaliteit. In de Kamer is daarover heel veel gediscussieerd, niet alleen in de commissie voor EZ, maar ook in deze commissie voor I en M. Daarbij gold vooral: meten is weten. Waar komt de watervervuiling nu vandaan? In dat kader hebben wij vorig jaar een motie ingediend. Daarin staat: kijk nou eens naar de systematiek van bijvoorbeeld het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Daarbij hebben we gezegd: er is een organisatie en die meet. Hoe die organisatie meet, wordt wetenschappelijk gevalideerd. Maar iedereen houdt zich daar ook aan. We hebben gezegd: daar gaan we jaarlijks over rapporteren en dan weten we ook waar we het over hebben. De Minister schrijft in haar beantwoording: daar ben ik mee bezig, maar dat wordt pas 2019. Dan wordt het meegenomen in de stroomgebiedbeheerplannen. Kan dat niet versneld worden, juist omdat we hier het debat hierover voeren?

Formeel gaat de Minister van I en M niet over de Nederlandse Waterschapsbank, maar ik moet dit toch even noemen en ik ga er toch op in. De Nederlandse Waterschapsbank heeft twee weken geleden in Het Financieele Dagblad een interview gegeven. Daarin zegt de woordvoerder: de bank geeft sociale obligaties uit ter waarde van 1 miljard ten behoeve van leuke dingen. Ik noem dit, want de Nederlandse Waterschapsbank is er niet voor leuke dingen. Ik ben gewoon benieuwd naar de reactie van de Minister. Wat is volgens de Minister de taak van de Nederlandse Waterschapsbank, ook als het gaat om het uitgeven van obligaties?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter. «Denkend aan Holland / zie ik breede rivieren / traag door oneindig / laagland gaan.» Ongetwijfeld zijn deze woorden bekend. Het is het begin van het overbekende gedicht «Herinnering aan Holland» van Marsman. Nederland is ondenkbaar zonder water. Misschien is het wel heel veelzeggend dat dit onderwerp niet controversieel is verklaard, want iedereen snapt het belang ervan. Wie weet kunnen we vandaag ook wat meer politieke eensgezindheid laten zien. Dat zou mooi zijn.

De ChristenUnie ziet graag dat waterveiligheid en waterkwaliteit worden gecombineerd met andere maatschappelijke opgaven, bijvoorbeeld natuurherstel. Wat de ChristenUnie betreft wordt deze combinatie ook centraal gezet in het volgende Deltaprogramma vanaf 2018. Is de Minister bereid om maatschappelijke opgaven zoals natuurherstel toe te voegen, en bovendien om budgetten te ontschotten? Bij de stukken zit ook een brief van de provincies, die hier ook voor pleiten.

In het bijzonder vraag ik aandacht voor de grote wateren. Diverse natuurorganisaties pleiten voor een delta-aanpak voor de grote wateren, met daarin aandacht voor waterveiligheid, klimaatadaptatie, leefomgeving en recreatie. Vindt de Minister dat ook een goed idee?

Ik kom bij het Deltaplan ruimtelijke adaptatie. Zijn klimaatadaptatie en klimaatprojecten onderdeel van dit Deltaplan ruimtelijke adaptatie? En is er budget voor deze enorme opgave? Ik heb begrepen dat er van 2008 tot 2015 een stimuleringsfonds beschikbaar was. Daarna is het stil gebleven. Zou dit niet een vervolg moeten krijgen? Ik ben heel benieuwd naar de reactie van de Minister.

Slappe bodems en bodemdaling vormen problemen in grote delen van Nederland. Bij het vorige WGO Water, van november 2016, heb ik samen met Eric Smaling dit op de agenda gezet en een aantal voorstellen op dit vlak ingediend. Die zijn helaas weggestemd. Toch wil ik vandaag opnieuw een lans breken voor een nationaal kennisprogramma bodemdaling onder regie van het Rijk als systeemverantwoordelijke. Kennis is nodig om innovatieve oplossingen te bedenken en te verspreiden, en om te voorkomen dat verkeerde investeringen worden gedaan. Volgens mij is iedereen het daarmee eens. Het zou ontzettend behulpzaam zijn als het Rijk daar ook betrokkenheid bij zou tonen. Is de Minister ook bereid om dat te bekijken? Wil zij ook bekijken of er experimenteerruimte nodig is, bijvoorbeeld bij bouwregels?

Eerder heb ik aandacht gevraagd voor het grote probleem van verdroging, onder meer veroorzaakt door klimaatverandering en bodemdaling. De doelstelling om de topgebieden die kwetsbaar zijn voor verdroging aan te pakken, is niet gehaald. In november is mijn motie aangenomen over een nieuwe evaluatie. Heeft de Minister deze motie intussen uitgevoerd? Is die evaluatie opgepakt en heeft de Minister in beeld welke uitdagingen ons nog te wachten staan?

Het is goed dat wordt gezocht naar een oplossing voor de zuivering van afvalwater uit de glastuinbouw via de collectieve zuivering. Voor de invoering is van belang dat de wijziging van het Activiteitenbesluit milieubeheer per 1 juli 2017 in werking treedt. Kan de Minister hierover snel duidelijkheid geven?

In een interruptiedebatje met de woordvoerder van D66 had ik het al over de medicijnresten. Vanuit de waterschappen klinkt de waarschuwing dat steeds meer resten van geneesmiddelen in grond en oppervlaktewater worden aangetroffen en dat dit ook steeds vaker gebeurt. In november is mijn motie aangenomen over onderzoek naar geneesmiddelenstoffen die schadelijk zijn voor ecosystemen in het water, en de mogelijkheden om toepassing van deze stoffen openbaar te maken. Dan gaat het natuurlijk ook om de gebruiks- en milieugegevens van geneesmiddelen door de industrie. Ook hierbij vraag ik: hoe wordt de motie uitgevoerd?

In een motie van mevrouw Jacobi en mijzelf wordt gevraagd om in het overeen te komen Bestuursakkoord Water resultaatverplichtingen voor geneesmiddelen en microplastics op te nemen, om zo doende de doelen in de Kaderrichtlijn Water te bereiken. Hierbij stel ik wederom de vraag: is de Minister aan de slag gegaan met de uitvoering van deze motie?

In de kabinetsbrief staat een ketenaanpak voor medicijnresten binnen de delta-aanpak. Hierbij wordt vooral ingezet op waterzuivering. Dat is een aanpak aan het einde van de keten. Een aanpak bij de bronnen is echter veel efficiënter. Op welke manier gaat de Minister daarmee aan de slag?

We hebben al uitgewisseld dat 40% van de gemeenten apothekers laat betalen voor de afvoer en verwerking van het medicijnafval dat patiënten bij de apotheek inleveren. Toch zijn dit ook volgens de regering kosten die voor rekening van gemeenten komen. Gaat de Minister de gemeenten hier ook op aanspreken?

De brief over doorvaart door en medegebruik van windparken op zee voor bijvoorbeeld de visserijsector roept bij mij nog veel vragen op. Is er al voortgang met eventuele pilots voor de visserijsector? Wanneer is het AIS (Automatic Identification System) beschikbaar? Biedt dat voldoende garantie voor de veiligheid en het voorkomen van schade? Hoe vindt handhaving plaats? Hoe worden eventuele schades afgedekt die worden veroorzaakt door doorvaart en medegebruik? De Kamer heeft al een aantal moties aangenomen over het medegebruik. Er is een motie van mevrouw Visser, van de heer Geurts, en ook een uit 2015 van mijzelf. In mijn motie wordt gevraagd om in een vroeg stadium te overleggen met de scheepvaartsector en de visserijsector over medegebruik. Is deze motie nog steeds van kracht? En hoe wordt deze ook toegepast bij nieuwe windparken?

Ik heb vanwege de beperkte spreektijd niet alles kunnen aanstippen. Marsman eindigt zijn gedicht met prachtige woorden, namelijk: «en in alle gewesten / wordt de stem van het water / met zijn eeuwige rampen / gevreesd en gehoord». Het zijn indrukwekkende woorden. Ze laten volgens mij ook zien dat we een Deltaprogramma hebben, met een daarbij horend Deltafonds. Het zou mooi zijn om dat de komende tijd voort te zetten, wat mij betreft tot 2050.

De voorzitter:

Hartelijk dank. Hiermee zijn we gekomen aan het einde van de inbreng van de Kamer. Er zijn veel vragen gesteld. De Minister heeft daarom een beetje tijd nodig om ze op een rij te zetten. En we gaan ook nog stemmen. We gaan zien hoe dat uitkomt.

De vergadering wordt van 14.09 uur tot 14.25 uur geschorst.

De voorzitter:

Het kan zijn dat we straks even moeten schorsen voor de stemmingen in de plenaire zaal, maar dan kunnen de mensen op de publieke tribune rustig hier blijven, want we komen daarna hier weer terug. We gaan verder met de beantwoording van de Minister in eerste termijn. Zij heeft aangegeven drie blokjes te hebben: waterveiligheid, waterkwaliteit en overige onderwerpen. Ik verzoek alle fracties om het aantal interrupties bij de Minister te beperken tot twee, want we zijn met heel veel woordvoerders en anders wordt het heel krap. Als zij daarmee kunnen instemmen, gaan we dat zo doen. Mevrouw Van Brenk heeft aangegeven dat zij de vergadering iets eerder zal moeten verlaten, maar er wordt uiteraard door de medewerkers van 50PLUS meegeluisterd naar de beantwoording. Ik geef graag het woord aan de Minister voor de beantwoording.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Mevrouw de voorzitter. De heer Laçin zei dat het zijn eerste keer was en dat hij nog wat geschrokken was door de grote hoeveelheid stukken. Dat komt ook doordat we hebben gezegd dat we het integraal doen en alles bij elkaar pakken. Je kunt zeggen dat bijna iedereen die met dit onderwerp te maken had, een grote liefde voor het water heeft ontwikkeld, dus dan gaat het lezen een stuk sneller. Die grote liefde zie je bijvoorbeeld ook in het artikel in The New York Times waar al even naar werd verwezen. Er stonden tien pagina's in The New York Times over de Nederlandse aanpak van de waterproblematiek in eigen land, maar ook internationaal. Ik geloof dat zij 38 miljoen volgers hebben op hun Twitteraccount; meer dan Donald Trump. Het is dus heel aantrekkelijk om in dit soort gremia iets te kunnen vertellen over wat wij kunnen en te bieden hebben; voor onszelf, voor de toekomst, maar ook voor anderen in de rest van de wereld. Het is in ieder geval iets wat mij altijd met veel plezier bezighoudt.

Ik begin met waterveiligheid. Ik zal heel kort iets zeggen over Ruimte voor de Rivier, een project dat al bijna ten einde is; daarna over het Deltaprogramma en het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP); daarna over waterkwaliteit en Chemours, de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water en dergelijke en dan nog een paar overige onderwerpen.

Kort over Ruimte voor de Rivier. De heer Grashoff vroeg of het klopt dat er geld over is bij Ruimte voor de Rivier en of dat kan worden ingezet voor een nieuw rivierverruimingsprogramma. Hij gaf eigenlijk al het antwoord, namelijk dat het misschien bij een nieuw kabinet hoort. Als je kijkt naar de inhoud, is het inderdaad een nieuwe ambitie of wens en die moeten we overlaten aan de opvolger. Ik hoop en verwacht dat Ruimte voor de Rivier ook het nieuwe kabinet zal inspireren. Het is een programma dat heel veel heeft opgeleverd voor onze veiligheid, maar ook voor de inrichting van ons land. Ik ga er ook vanuit dat men door zal gaan op de ingeslagen weg.

Een andere vraag bij Ruimte voor de Rivier betreft het Pannerdensch Kanaal. De heer Jetten vroeg naar de verhoging van de waterstand. De maatgevende hoogwaterstanden liggen nu hoger dan bij de vorige meting. Dat komt doordat er een verandering heeft plaatsgevonden van het watersysteem op het Pannerdensch Kanaal, te weten het instelbaar maken van de Pannerdense Overlaat voor de handhaving van de afvoerverdeling. Dat klinkt heel technisch, maar het was nodig. Die kan variëren in hoogte en daarmee zorg je ervoor dat je op een slimme manier je afvoerverdeling kunt organiseren. Een gevolg van die hoogtevariatie is dat ook de waterstanden variëren en dat komt tot uiting in die pakketsom. De veiligheid komt niet in het geding. De dijken hebben hier voldoende hoogte. Dat is ook met de waterschappen afgestemd.

Een andere vraag is of de nieuwe veiligheidsdoelstelling bij Veessen-Wapenveld al gehaald is. Ja, die hoogwaterveiligheidsdoelstelling is op 10 februari 2017 gehaald, in plaats van eind 2016. We zijn er inderdaad iets later mee, maar deze is nu binnen. Dat waren de vragen over Ruimte voor de Rivier.

Ik kan er zelf over zeggen dat het een bijzonder project was om te doen in de afgelopen jaren. Toen ik begon als Staatssecretaris, ben ik het land ingegaan met de vraag of we de rivieren zouden verruimen om de veiligheid te vergroten. Dan werd je regelmatig met hooivorken ontvangen, want het ging toch om plekken waar mensen woonden en waar bedrijven lagen. Als je aan individuen vraagt om hun woning of bedrijfspand op te offeren voor de veiligheid van vier miljoen mensen in het rivierengebied, is dat niet altijd even makkelijk, zeker niet voor mensen die jarenlang met overlast en onzekerheid zaten. Het is nu bijna allemaal afgerond. Ik ben bij bijna alle projecten geweest, waar ik veel dezelfde mensen heb gezien. Petje af, dat zeg ik hier maar weer, voor de veerkracht die de mensen in dat gebied hebben getoond. Heel veel van hen hebben we gelukkig ook een betere toekomst kunnen bieden, maar het is niet altijd een betere toekomst als je weg moet. Ik denk dat het een heel mooi project is, dat laat zien dat je waterveiligheid, mooie inrichting en een nieuwe toekomst voor een gebied heel goed kunt combineren.

Dit was een tijdje terug en het Deltaprogramma is wat we vooruit gaan doen. Ik werd wel een beetje getriggerd door de heer Van Aalst, die zei: 2050 is nog ver weg. Je kunt discussies voeren over klimaatcijfers, maar het interessante van het Deltaprogramma is dat het adaptief is. Bij een doorkijk naar 2050 verwachten we dat de zeespiegel zoveel zal rijzen, maar het kan zijn dat dit de komende jaren verandert; dat het minder of meer wordt, mede als gevolg van onze ingrepen. Daarom is het heel interessant om te bekijken wat je tot die tijd moet doen om veilig te zijn. Wij zijn een bijzonder kwetsbaar land door onze ligging, voor een deel onder NAP. Ook bijna al onze economische activiteiten vinden plaats in het gebied dat onder het waterpeil ligt. Het is dus heel goed om vooruit te denken. In de tussentijd kunnen we ook later besluiten nemen over minder of meer vergaande maatregelen, als dat nodig is. Dat adaptieve is wel nodig om een horizon bij de berekening te gebruiken en om eventueel terug te kunnen gaan. Als je dat niet doet, en je kijkt alleen naar morgen of overmorgen, dan heb je inderdaad niet genoeg tijd om te realiseren wat je moet realiseren. We werken dus eigenlijk om een ramp voor te zijn. Dat is heel uniek, want bijna alle landen werken aan herstel nadat er een ramp is geweest. Zij kijken vaak niet vooruit.

De heer Van Aalst (PVV):

Wij hebben gezegd dat we het belangrijk vinden dat er een adaptatiestrategie is, maar niet tot 2050, maar met investeringen op een termijn van vijf jaar, want dan heb je concrete cijfers en dan kun je ook wat. Is de Minister het met ons eens dat je alleen op basis van dat soort harde feiten investeringen kunt doen?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Wij vinden de cijfers die we nu hebben, ook voor de toekomst, hard. Je werkt altijd met de gegevens die je op dat moment hebt. Wij hebben ook gezegd dat het een adaptief programma is dat kan veranderen. Dan kun je ook wat meer of wat minder gaan doen. Voor de komende vijf jaar is het niet zo erg zinvol om een discussie te voeren over dijkversterkingsprogramma's. We spreken straks over het plan van de heer Spaargaren voor de Markermeerdijk en omgeving, maar hij heeft ook weleens wat gezegd over de Nieuwe Waterweg. Dan gaat het echt over langere termijnen waarmee je moet rekenen. Je moet altijd een heleboel stappen vooruit om vervolgens op de korte termijn maatregelen te nemen die het meest efficiënt en effectief zijn. Daarbij moet je in gedachten houden dat je misschien nog wel grotere maatregelen moet nemen voor de toekomst. Je moet je geld in ieder geval zo inzetten dat je die niet tenietdoet en geen uitgaven doen waar je later spijt van krijgt. We zullen de Kamer de komende jaren aan de hand meenemen, want het is een prachtig programma. Ik denk dat de manier waarop wij dat aanpakken, uniek is in de wereld.

De voorzitter:

Nog een vervolgvraag, mijnheer Van Aalst? Een interruptie gaat altijd in tweeën, dus met een vraag en een vervolgvraag, maar u mag het ook bij deze vraag laten en dan zal ik coulant zijn als u nog een klein vraagje ergens over hebt.

De heer Van Aalst (PVV):

Dan geef ik er nog één korte opmerking bij. Kan de Minister vertellen hoe zij de doelmatigheid van haar investering garandeert?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Door het Deltaprogramma tussentijds aan te passen als blijkt dat je het niet nodig hebt of dat je meer nodig hebt. Dat komt iedere keer weer terug in de Kamer en dan moet ik mij daarover verantwoorden. Dat is één. Twee is: als je maatregelen neemt, moet je erover nadenken of die in de toekomst ook zinvol zijn. Als ik nu een dijk verhoog en we moeten in de toekomst iets anders doen, gaan die zaken elkaar dan niet bijten? Is het dan nog wel doelmatig? Dat inzicht moet je geven. Aan het eind moet je ook weleens keuzes maken. Soms moet je een stap zetten en dan weer twee stappen terug en dan weer vier vooruit. Het gaat erom dat je dat zichtbaar maakt, zodat je erover kunt discussiëren of het de moeite waard is. Het Deltaprogramma is juist heel zichtbaar. We doen dat ook met verschillende partijen. Soms kies je ook voor een oplossing die technisch gezien misschien niet de meest ultieme is, maar die wel draagvlak heeft in de omgeving, omdat er ook geleefd moet worden in dat gebied. Er kunnen ook discussies zijn over peilbesluiten en noem maar op. Het is dus altijd een combinatie. Wij kunnen onze euro's maar één keer inzetten, dus ik probeer dat altijd zo goed mogelijk te doen.

Over euro's gesproken, het CDA en de ChristenUnie vroegen ... Zal ik deze vraag nog afmaken?

De voorzitter:

Prima, maakt u deze nog even af. De stemmingsbel duurt een minuut, dus ik hoop dat het lukt.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ja hoor, dat gaat zeker lukken. Zij vroegen of ik het Deltafonds ga verlengen tot 2050. Dat vond ik een heel interessante vraag, want het kabinet heeft eind vorig jaar laten weten dat het het Deltafonds net als het Infrafonds nu jaarlijks gaat verlengen, dus een verlenging tot 2050 zou een beperking zijn. Eigenlijk hebben we besloten dat het eeuwig doorgaat totdat het kabinet of de Kamer zegt: we stoppen ermee. Zo'n bijl zal niet een-twee-drie vallen. Het is dus niet nodig om daarvoor te pleiten, want dat is geregeld, denk ik zo.

De voorzitter:

Prima. Dan schors ik de vergadering even. Na de stemmingen komen wij hier weer terug.

De vergadering wordt van 14.40 uur tot 14.59 uur geschorst.

De voorzitter:

Nog niet iedereen is er, maar er spelen ook nog enkele andere zaken in de Kamer, dus we beginnen maar vast, zodat we voldoende tijd hebben om dit AO af te ronden. De Minister was bezig met de beantwoording in eerste termijn. Ik geef haar graag het woord voor het vervolg daarvan.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Voorzitter. Ik was begonnen met het Deltaprogramma, dat uit verschillende onderdelen bestaat. We hebben het eerste onderdeel gepresenteerd, dat gaat over wateroverlast, de kwantiteit en de programma's om ons land de komende jaren te beveiligen tegen te veel water. Dan is er ook het Deltaprogramma Zoetwater. De woordvoerder van de D66-fractie stelde enkele specifieke vragen over de droogte. Zijn we daarvoor voldoende geëquipeerd? Waar ligt het zwaartepunt? Hoe kunnen we die situatie in de toekomst voorkomen? Periodieke tekorten zijn nooit te voorkomen. Het klimaat of het weer is niet geheel aan de leiband te houden. Dat kan gebeuren. Bij het Deltaprogramma Zoetwater werken wij samen met alle partijen om te komen tot maatregelen en kennis die nodig zijn om ons in de toekomst tegen dit soort droge periodes te beschermen. We hebben daarmee wat nodig is om Nederland voor te bereiden op dit soort drogere periodes. Er zijn al maatregelen in uitvoering, zoals Klimaatbestendige Wateraanvoer (KWA) Midden Nederland. Dat is een vergroting van de watertoevoer naar West-Nederland, als de Hollandse IJssel door droogte gaat verzilten. Zo zijn er meer programma's in de maak. Dat gaat allemaal in goede samenwerking tussen partijen.

Mevrouw Van Brenk vroeg specifiek aandacht voor de verzilting en of door partijen ook een bijdrage wordt gevraagd voor kennisontwikkeling. Verzilting is een onderwerp dat vooral de aandacht heeft in het Deltaprogramma Zoetwater. Er wordt gewerkt aan maatregelen om verzilting zo veel mogelijk te voorkomen. Ik noemde al de Wateraanvoer Midden Nederland. We blijven investeren om schade door verzilting in de toekomst te voorkomen. Er wordt kennis ontwikkeld voor de volgende fase, 2022–2027, waarin er weer nieuwe programma's komen. Dan kunnen we de maatregelen selecteren die het meest effectief zijn. We voeren een dialoog met betrokken partijen, om afspraken te maken over waterbeschikbaarheid en om het systeem zo effectief en doelmatig mogelijk in te richten.

Dan kom ik bij het deel waterveiligheid. In deze commissie is al vaak gevraagd naar de verkenning Varik-Heesselt. De vraag is wat vooropstaat: waterveiligheid of andere meekoppelkansen. Voor I en M staat waterveiligheid voorop bij Varik-Heesselt. Wij moeten er in het kader van het Deltaprogramma voor zorgen dat men veilig is voor de toekomst, dus veiligheid staat altijd voorop. Tegelijkertijd kan de regio meekoppelkansen in het gebied aandragen, voor economie, natuur of gebiedsontwikkeling. Rijk en regio staan ook voor een integrale aanpak. Als je ergens een schop in de grond steekt, is het wel handig om ook meteen andere dingen te doen die verstandig zijn. Bij sommige partijen heeft een investering in de natuur de voorkeur en bij andere de economische activiteiten die je misschien kunt meekoppelen. Het is wel van belang om een integrale aanpak te hebben.

Met dit programma is nog geen keuze gemaakt voor een alternatief. Er zijn verschillende alternatieven, zodat men kan bepalen welk alternatief de voorkeur heeft. Dat zal in het najaar van 2017 gebeuren. Dan zal ook duidelijk zijn welke integrale oplossing het best past bij de opgaven wat betreft waterveiligheid en gebiedsontwikkeling. De zuidoever, waar door diverse partijen naar is gevraagd, wordt daarbij ook meegenomen. In de verkenning en in de MER wordt ook gekeken naar de zuidoever. Er zijn ook projecten op de zuidoever in het kader van Natura 2000 en de Kaderrichtlijn Water. Het gaat om een tweede tranche KRW-maatregel, die voor 2021 gerealiseerd moet worden. Om die reden wordt daar al gewerkt aan natuurontwikkeling, maar daarmee wordt niet voorgesorteerd op het veiligheidstraject. Met het vaststellen van het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (BPRW) 2016–2021 en het onderliggende MIRT 2-besluit, om het even nog technischer te maken, zijn die tweede tranche KRW-maatregelen ook definitief geworden.

Er liggen heel veel opgaves in het rivierengebied, zoals voor I en M op het gebied van waterveiligheid. Er zijn ook Europese verplichtingen rond natuur en in het kader van de KRW en Natura 2000. We moeten altijd zorgvuldig afwegen hoe je deze het beste kunt combineren.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Ik probeer de woorden van de Minister te wegen, maar als ik dat doe, komt er toch iets uit van: het maakt mij niet zoveel uit; het is handig om misschien iets mee te koppelen, maar wat er precies meegekoppeld wordt, laat ik een beetje van de regio afhangen; het is handig om het een beetje meer integraal te bekijken. Ik mis een statement over het doel. Is de Minister het met mij eens dat het logisch zou zijn om het meekoppelen van natuurontwikkeling te houden als doelstelling voor toekomstige programma's, net als bij Ruimte voor de Rivier gebeurde?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

De heer Grashoff kan mij zeker niet op een laconieke stijl betrappen als het gaat om meekoppelen, want ik denk dat ik dit het meest intensief heb gedaan van alle Ministers in de afgelopen jaren, ook als je kijkt naar de wegen. Het verbaasde mij dat GroenLinks zei dat het budget voor wegen met 8 miljard omlaag moet, want dan blijft alleen het asfalt over, denk ik. Dat zouden andere partijen misschien wat meer aantrekkelijk vinden, maar ik denk dat wij de afgelopen jaren toch hebben laten zien hoeveel we doen om ook met andere doelen rekening te houden, als we een schop in de grond steken, en om vaak ook mee te financieren.

Door de heer Geurts en door mevrouw Ouwehand is al eerder gevraagd, vanuit verschillende perspectieven, hoe wij aankijken tegen de meekoppelkansen in de toekomst. Ik vind een integrale aanpak heel belangrijk. Je hebt als overheid verschillende doelen. Als je verschillende belangen bij elkaar brengt, evenals de kansen voor ontwikkeling van economie of natuur, en veiligheid en bereikbaarheid, moet je die integraal bekijken.

Ik vind echter niet dat je vanuit het budget voor waterveiligheid alle natuur-meekoppelkansen moet bekostigen. Ik wil een duidelijke scheidslijn maken tussen het integraal bekijken van vraagstukken, wat volledig in het ontwerp voor de Omgevingswet zit, en het integraal bekostigen van dat soort vraagstukken, want daar moet wel budget voor zijn. Ruimte voor de Rivier had een aanvullend budget gekregen voor kwalitatieve inrichting, naast het vraagstuk van waterveiligheid, en daar is dankbaar gebruik van gemaakt. Daardoor kon je bij Ruimte voor de Rivier heel mooie projecten opleveren, die ook een impuls gaven aan recreatie, natuur, het saneren van een steenfabriek of havenontwikkeling, dus op allerlei punten.

Voor de toekomst is dat budget niet zomaar beschikbaar. We hebben in het Deltaprogramma 200 miljoen, dus dat is veel minder dan voor Ruimte voor de Rivier beschikbaar was. We hebben voor een inpassing per riviertak 100 miljoen euro, dus dat is vele malen minder. Dat betekent niet dat we dat niet gaan doen, maar je moet erover nadenken waar het dan vandaan komt. Komt het dan toch weer uit het reguliere natuurbudget, uit de potten voor economische stimulering, of uit de potten van de gemeenten of van de provincies? Je moet echt een onderscheid maken tussen een integraal plan en een integrale aanpak. Daar zijn we helemaal voor, dus dat doen we, maar er wordt niet automatisch meegekoppeld op die projecten, behalve als iemand nog een zak geld heeft om dat te doen, want dan sta ik er altijd voor open.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Als het aan GroenLinks zou liggen, zouden we daar zeker prioriteit aan geven, ook in budgettaire zin, maar dat is even aan bod aan een andere tafel dan deze. Ik verschil niet van inzicht met de Minister over de waardering voor het Ruimte voor de Rivier-programma, zoals ik expliciet heb gezegd in mijn bijdrage, maar blijkbaar is er voor het meekoppelen van natuurontwikkeling veel minder budget beschikbaar en ligt er geen concrete doelstelling in die richting. Dan maak ik mij toch wel zorgen. De Minister zal het met mij eens zijn dat dit aan andere tafels, bij de totstandkoming van een nieuw kabinet, toch wel enige aandacht vraagt. We moeten de mooie voorbeelden die we hebben, niet door het putje te laten verdwijnen, want dat zou jammer zijn.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik zeg weleens gekscherend dat wij bij I en M meer geld aan natuur uitgeven dan zij bij EZ doen...

De heer Grashoff (GroenLinks):

Daar hebben ze er ook heel weinig van.

De voorzitter:

Mijnheer Grashoff, dat doen we niet op deze manier.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Dat geldt zowel voor de inpassing van wegen als voor de ontwikkeling bij de rivieren en de veiligheidsprojecten. Ik heb dat ook altijd met plezier gedaan. Dat kun je doen zolang het kan. De budgetten voor de toekomst bieden die ruimte niet. Het Deltafonds dat is vastgesteld in de Kamer, is ook heel duidelijk. De scope van het Deltafonds is: waterveiligheid, waterkwaliteit en wateroverlast, dus daar zitten niet die extra inpassingsbudgetten in. Dat hoeft niet te betekenen dat je alleen vanuit die veiligheidsoptiek gaat redeneren, want je kunt nog steeds prima meekoppelen, maar het budget zal uit een van de andere potten moeten komen. Ik laat dat even aan een andere tafel, waar men wel of niet aan zit om dat wel of niet te regelen. Wij proberen er in ieder geval voor te zorgen dat wij iedereen aan tafel houden die ideeën heeft, door uit te nodigen en door te vragen mee te koppelen. Nogmaals, het was heel mooi dat dit extraatje er was, maar als die extra's er niet zijn, moet je zoeken hoe je dat op een andere manier gaat financieren. Dat betekent niet dat het niet hoeft plaats te vinden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De Minister verwijst natuurlijk naar de formatietafel, en dat snap ik wel. Zij suggereert dat er integraal gekeken wordt waar het kan en dat dit altijd verstandig is. Ik wil toch inbrengen dat dit in de praktijk, ook onder haar bewind, niet altijd goed uitpakt. Je ziet dat door de uitvoering van de Rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerrak-Zoommeer niet de doelen worden gehaald die wij hebben vastgesteld in de Natuurambitie Grote Wateren. In de praktijk wordt er niet naar die natuurdoelen gekeken. Er wordt straks getij teruggebracht op de Grevelingen waardoor op termijn alle ondieptes, oevers en platen door de zeespiegelstijging zullen verdrinken. Er is vastgesteld dat er op deze plekken waardevolle natuur is, dus die zouden we moeten beschermen. Ik snap wel dat de Minister zegt dat zij niet verantwoordelijk is voor natuurbescherming in Nederland, maar het is wel één kabinet. Het zou toch gek zijn als de inzet op bepaalde programma's die andere programma's en doelen weer in de wielen zou rijden? Waarom kunnen we die synergie niet gewoon borgen? Het klopt wat de Minister zegt, maar in de praktijk gebeurt het niet altijd.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik ken toevallig het programma Natuurambitie Grote Wateren. Ik weet ook dat het een soort droomprogramma was, zoals dat werd genoemd in de discussie, want het is niet vastgesteld door de Kamer met een budget erbij. Er is gezegd: als wij onze grote wateren zouden kunnen verbeteren, met een programma van EZ, wat zou je dan allemaal kunnen doen? Daar zitten heel mooie, aantrekkelijke dingen in, die ik als Minister die verantwoordelijk is voor waterkwaliteit ook heel interessant vind. Ik had het fijn gevonden als er een budget bij was geweest om dat te kunnen combineren, maar dat is er niet. Er is toen gesproken over wat je zou kunnen doen op het moment dat zich kansen voordoen. Dan kunnen we kijken naar de inzet daarvoor. Ik ben vorig jaar nog heel intensief bezig geweest met Grevelingen en Volkerrak-Zoommeer. Dat lag op tafel, omdat er een kans was om het weer zout te laten worden. Ik heb ook gezegd tegen de Kamer dat ik dat niet mocht doen vanuit het Deltafonds, maar dat ik de bal hier op de stip legde, dus dat zij het moest doen als zij iets anders vond. Er is op dat moment gigantisch naast de bal geknald. Mevrouw Ouwehand was er niet, anders had zij dat vast wel onthouden. Er kunnen politieke redenen zijn om dat wel of niet te doen, maar dat is niet omdat er bij de verschillende ministeries in verschillende hokjes naar wordt gekeken. De ambities in dit land zijn vele malen groter dan wat je kunt, maar alles wat je wilt, zul je uiteindelijk moeten betalen, en hier zat gewoon geen budget onder.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dat snap ik. Ik vind het ook altijd heel slim als de Minister de bal teruglegt bij de Kamer. Ik ken onze pappenheimers in de Kamer, dus er kwam geen budget voor. Maar het gaat om natuurbehoud of -herstel als internationaal doel waaraan Nederland zich heeft gecommitteerd. Het is niet een wensenpakketje van partijen die toevallig van de natuur houden, maar we moeten dat halen. Zou de oplossing niet zijn om dat als een volwaardige doelstelling mee te nemen in het Deltaprogramma? Dat is dan toch de oplossing?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Als het gaat om wat je moet doen, dan doen wij dat altijd, ook bij de wegen. Als wij verplichtingen hebben om natuurwaarden te herstellen die wij elders hebben aangetast, dan doen wij dat. Ik dacht dat de discussie ging over de vraag hoe wij soms een stapje verder komen, om het mooier te maken dan het was. Dat noem ik de meekoppelkansen. Daarbij kan het gaan om natuur, economische ontwikkeling of herinrichting van een gebied. Volgens mij moeten we daar altijd naar blijven kijken. In sommige tijden is er meer budget voor en in andere tijden minder. Het mooie is dat de plannen op de plank liggen en dat je die kunt inzetten. Als het gaat om een verplichting om echte herstelwerkzaamheden uit te voeren, zullen we dat altijd doen. Dat doen we altijd als er ruimtelijke ingrepen plaatsvinden. Dat maakt ook onderdeel uit van ons budget.

De heer Geurts begon ermee te zeggen: let wel op dat het waterveiligheid blijft, dus dat staat tegenover wat mevrouw Ouwehand zegt. Ik denk dat ik zijn opmerking ook wel heb beantwoord. In het Deltaprogramma gaat het erom doelen op het gebied van waterveiligheid, zoetwater en ruimtelijke adaptatie waar mogelijk te verbinden aan regionale, ruimtelijk-economische doelen, en aan natuur, landschap en recreatie, maar waterveiligheid is het wettelijk kader van mijn budget. Dat zal ik in eerste instantie daarvoor inzetten. Die meekoppelkansen zal ik, afhankelijk van de aard ervan, tot stand brengen, mogelijk met financiering van andere delen van het Rijk of van de regio's.

Welke rol zie ik voor de Deltacommissaris bij het verbeteren van participatie? Hij is al heel actief bezig met participatie. Omdat wij als nationale overheid ook een van de spelers en van de belanghebbenden zijn, hebben wij een onafhankelijke partij ingezet, ook al wordt hij door ons betaald, om ervoor te zorgen dat de belangen van de waterschappen, de gemeenten en de provincies goed en evenredig behartigd worden, net als die van het Rijk. Ik heb de Deltacommissaris ook gevraagd om als wijze man te opereren bij het debat over de Markermeerdijken, waar ik zo nog dieper op in zal gaan. Het is voor mij heel belangrijk, en het staat ook in de evaluatie van de Deltawet, dat burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties er goed bij betrokken worden. Ik zie dat waterbeheerders dat ook doen. Ik vind het ook hun verantwoordelijkheid om eerst zelf goed te participeren, voordat je de Deltacommissaris daarop inzet. De rol van de Deltacommissaris is vooral om het overleg over de uitvoering van het Deltaprogramma met de betrokken besturen, bedrijven en maatschappelijke organisaties te bevorderen. Hij kan die partijen heel goed bij elkaar brengen. Hij moet niet de verantwoordelijkheid overnemen, maar wel stimuleren.

Er komt een nieuw programma aan: het Stimuleringsprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Je hebt dus wateroverlast, zoetwater, waterkwaliteit en ruimtelijke adaptatie. Daarbij gaat het om hevige regenbuien, droogte of hittestress die je in stedelijk gebied kunt hebben. Hoe ga je met dat soort zaken om en hoe kun je jezelf een beetje beschermen voor de toekomst? Dat programma zal met Prinsjesdag gepresenteerd worden. De vraag of daar extra budget voor komt, ligt voor bij de informatietafel. Er is een verzoek gedaan aan de partijen die gaan over het informeren. Een paar jaar geleden speelde precies hetzelfde bij het Deltaplan. Men weet dat het niet meer zoveel zin heeft om dat aan het huidige kabinet te vragen, want die budgettaire vrijheid hebben we niet, maar het ligt op tafel en we zullen zien. Op Prinsjesdag krijgt u het. Het kan ook zijn dat de stimuleringsregeling, waar mevrouw Dik-Faber naar vroeg, gewoon doorgaat. Volgens mij kan die met de bestaande budgetten gerealiseerd worden. Zij vroeg ook om goed te kijken naar de bouwregelgeving. Dat lijkt mij ook uitermate belangrijk. Het zou goed zijn als de provincies, de waterschappen en de gemeenten kennisontwikkeling over bodemdaling verder oppakken, in aanvulling op het Kennis- en Innovatieprogramma Bodem en Ondergrond (KIBO). Ik krijg ook signalen dat zij dat heel goed doen. De heer Laçin vroeg ook naar het KIBO. Volgens mij zijn ze daar goed aan de slag.

In het Hoogwaterbeschermingsprogramma-2 gaat het ook om de Markermeerdijken en daarover zijn een heleboel vragen gesteld. Er zijn daar ook heel veel actieve groepen, niet alleen bij de Markermeerdijken, maar ook bij Uitdam en andere trajecten. Ik ben daar zelf in het verleden ook geweest. Het nieuwe, laatste programma is het HWBP, maar dat heette eerst nog het nieuwe HWBP. Er is inderdaad lang over gedaan. Omdat de ideeën over de normen zijn veranderd, is uiteindelijk gezegd dat het toch aan iets anders moet voldoen dan aan wat we in het verleden bedacht hadden. Het is een heel mooi, historisch gebied, waar mensen vlak tegen de dijk aan wonen. Als je die dijk moet versterken en je moet die woningen verplaatsen of neerhalen of er ineens een heel groot vierkant werk neerzetten, is dat misschien een verbetering voor de veiligheid, maar dan is dat voor hoe het gebied eruitziet best complex.

Er is lang over gesproken of het op deze manier moet en of het niet op een andere manier kan. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is verantwoordelijk voor hoe dat vorm wordt gegeven. Er is veel met de bewoners over gesproken. Ik ben daar zelf gaan kijken. Eigenlijk kwamen de omwonenden en het schap er niet goed uit. Het schap heeft een alliantie gevraagd om er nog eens naar te kijken en met nieuwe ideeën te komen, maar die ideeën vielen niet goed. Het hoeft niet altijd goed te vallen. Veiligheid gaat boven kwaliteit van de omgeving. Maar ik denk zelf ook dat er meer mogelijk is. Ik heb de partijen om de tafel gehad: het waterschap, de gemeente, de provincie, om verder te praten over de vraag of het zou helpen als we wat meer ruimte nemen. We zouden bemiddeling organiseren, of toezicht van een wijze man, in dit geval de Deltacommissaris. Dat is gebeurd. Hij heeft daar de afgelopen tijd met verschillende partijen over gesproken. Hij komt 27 juni met zijn advies over wat het beste zou zijn voor de inrichting van het gebied van de Markermeerdijken. Voor Durgerdam is ervoor gekozen om wat meer tijd te nemen, dus dat komt later. Op 5 juli heb ik weer een bestuurlijk overleg met Hollands Noorderkwartier, de verschillende bestuurders en de Deltacommissaris, om te kijken of we er met z'n allen uit kunnen komen. Als we eruit zijn, kunnen we dat vrij snel laten weten. Er wordt ook gesproken over meerkosten, uitstel, draagvlak en dat soort zaken. Als we er niet uit zijn, maar dat hoop ik niet, moeten we nog even kijken wat de volgende stap moet zijn.

Door de commissie zijn hierover nog meer vragen gesteld. Ken ik het rapport van Amsterdam over de Markermeerdijken? Is er een deadline? Wat gebeurt er als er meer kosten zijn? Ja, ik ken het rapport. Volgens dat rapport blijft er een veiligheidstekort, dus is er zeker sprake van nut en noodzaak om de dijken aan te pakken. Er wordt aanbevolen om integraler te kijken naar andere belangen. Er is nu gekeken naar de dijkdelen. Die integrale aanpak was ook een van de redenen om advies te vragen aan de Deltacommissaris. De einddatum is 2020 of 2021. Ik zit daar zelf altijd heel relaxt in. Je kunt het beter goed doen en twee of drie jaar later opleveren dan het per se snel te doen. Dat signaal heb ik meerdere keren aan het hoogheemraadschap gegeven. Natuurlijk hebben zij ook hun verantwoordelijkheden. Zij krijgen ook van ons mee dat de programma's binnen de tijd en het budget voor het HWBP moeten plaatsvinden, maar soms moet je even een pas op de plaats maken of er wat langer over doen. Wat mij betreft kan het wel wat langer duren, maar het gaat nog steeds om de waterveiligheid van het hele gebied rond Purmerend en daarachter. We moeten het niet veronachtzamen, maar ik denk dat dit moet kunnen.

Er zijn verschillende alternatieven aangedragen en voorstellen ingediend; door de bewoners, de heer Spaargaren en de heer Vroege. Er wordt een afweging gemaakt van de verschillende alternatieven, waar die van de bewoners ook nog bij zitten. Ik heb mijn reactie op het plan van de heren Spaargaren en Vroege recentelijk naar de Kamer gestuurd. De hoofdmoot van die reactie is dat de macrostabiliteit in het geding is, dus de stabiliteit van de dijken. Dat is het belangrijkste faalmechanisme. Je zou de waterstand wel kunnen verlagen door weg te pompen, maar daarmee is de stabiliteit van de dijken nog niet gerealiseerd. Dat moet je sowieso ook doen. Daarmee is dit in onze ogen minder efficiënt, omdat dijkversterking noodzakelijk blijft. De baten van het alternatieve plan – of beter: de kosten die je vermeden zou hebben – wegen dus niet op tegen de kosten van de pompen.

Het blijft altijd een impressie van ons tegenover die van een ander. Wij hebben veel ingenieurs, maar er zijn ook veel ingenieurs buiten. Dit plan kan op lange termijn misschien interessant zijn, maar het lost het probleem op korte termijn niet op, omdat die stabiliteit niet gegarandeerd wordt. Wij hebben de kwaliteit bij de andere oplossingen echt geborgd. We hebben het aan gerenommeerde bureaus gevraagd; naast Rijkswaterstaat onder meer aan Deltares, HKV Lijn in water, Royal HaskoningDHV en Fugro, met een expertgroep bestaande uit zeer ervaren geotechnici en ontwerpers en een begeleidingsgroep met daarin ook bewoners van de Markermeerdijken. Die hebben we allemaal gevraagd om ernaar te kijken. Na afronding hebben we ook nog advies gevraagd aan het Expertise Netwerk Waterveiligheid (ENW). We komen tot de conclusie dat de baten van het alternatieve plan niet opwegen tegen de kosten van de pompen. Ook met de meest recente kennis blijft een ingreep aan de dijk nodig. Voor de korte termijn is het dus geen oplossing, maar voor de lange termijn misschien wel.

ENW heeft op 10 maart 2017 positief advies gegeven over de rekenmethode voor bewezen sterkte. Volgens ENW zit die methode goed in elkaar en is die toepasbaar gebleken. Voor de twee casussen van de Markermeerdijken bleek dat die bewezen sterkte wel een bijdrage levert aan het verkleinen van de veiligheidsopgave, maar dat deze er niet toe leidt dat er niets hoeft te gebeuren aan de dijk. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier zal de komende tijd ook aanvullende berekeningen uitvoeren inzake bewezen sterkte. Voor de zomer komen daarover nog gegevens.

De heer Geurts vroeg in brede zin of er wel een onafhankelijke toetsing van waterveiligheid is, en of deze er moet komen. Het Expertise Netwerk Waterveiligheid is een heel interessant netwerk van echte techneuten. Het is een onafhankelijk adviesorgaan voor de Minister. Het wordt veel geraadpleegd, onder andere voor techniek en instrumentarium. We hadden de Adviescommissie Water (ACW), maar die gaat op in de Rli (Raad voor de leefomgeving en infrastructuur) en die zal daarin weer een rol gaan spelen. Het CPB en het PBL worden ook regelmatig om advies gevraagd, maar dat is meer algemeen. ENW is meer een echt technische club.

Even afsluitend, ook voor de mensen die luisteren, Durgerdam is dus op de lange termijn gesteld en we zullen op 5 juli om de tafel zitten voor bestuurlijk overleg over de Markermeerdijken. Ik hoop dat er dan een optie uitkomt die op draagvlak kan rekenen en die ook de veiligheid garandeert. De spanningen zijn bekend, maar de Deltacommissaris is mede ingezet, net als anderen, om te kijken of die wat verlicht kunnen worden.

De voorzitter:

Ik neem aan dat de Kamer daar kennis van zal kunnen nemen en hierover in het najaar weer met de Minister van gedachten kan wisselen.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Zeker, maar ik verwacht dat men het snel genoeg aan de Kamerleden zal vertellen, als het rond dit dossier niet goed valt.

Mevrouw Visser (VVD):

Gaat de Minister de Kamer informeren naar aanleiding van het bestuurlijk overleg op 5 juli? Daar zou ik wel behoefte aan hebben in plaats van alleen over het overleg in het najaar. De Minister zegt dat er uitstel is inzake Durgerdam. Ik was daar afgelopen maandag, en daar heerst niet dat gevoel. Daar kwamen alleen maar vragen over welke ruimte er nog is voor uitstel. Volgens mij hebben de mensen die er wonen, even behoefte aan context over welke ruimte er nog is, wat het tijdpad is, wat wanneer besproken wordt. Ik denk dat het goed zou zijn om hierover een brief aan de Kamer te sturen, want dan is die informatie ook openbaar.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Dat zal ik zeker doen. Die informatie gaat dan ook naar het gebied. Het gaat dan ook om de vraag hoeveel tijd je er nog voor neemt. Ik denk dat het goed is om daarover een officieel besluit te nemen en om de Kamer en de belanghebbenden daarvan op de hoogte te stellen.

Ik heb op 21 december met de Kamercommissie gesproken over de problematiek inzake de vaargeul bij Ameland. Daarna is er gesproken met de gemeenten, de rederij en Rijkswaterstaat. Een belangrijke maatregel om de vaartijd te verkorten is een bochtafsnijding via de vloedgeul. Daarnaast kan men op korte termijn de dienstregeling aanpassen. Dat zal gefinancierd kunnen worden doordat deze maatregelen ook een besparing opleveren bij baggeronderhoud. De voorbereidingen voor de bochtafsnijding zijn in gang gezet. Ook wordt nader onderzocht wat er kan worden gedaan met een bochtafsnijding in de Reegeul. We zijn er dus mee aan de slag, zeg ik in antwoord op de vraag van mevrouw Van Brenk.

In december vorig jaar is door de Algemene Rekenkamer geconstateerd dat er een financieringstekort van netto 32 miljoen is bij beheer en onderhoud. De heer Grashoff vroeg in hoeverre ik dat acceptabel vind. Ik vind dat zeer acceptabel, want beheer en onderhoud kent een bijzonder groot budget. In het rapport constateerde de Algemene Rekenkamer dat er een spanning zat van 32 miljoen. Wij doen dat vaker bij beheer en onderhoud. Hierover hebben wij bij wegen, vaarwegen en andere zaken ook een discussie gevoerd. Je moet altijd een zekere flexibiliteit hebben in de planning; het wordt niet altijd afgeschreven op het moment dat het feitelijk afgeschreven is. Het bedrag is al niet meer 32 miljoen, maar teruggegaan naar 18 miljoen, want het budget voor instandhouding is in de begroting voor 2017 met 14 miljoen verhoogd. Het gaat dus om 18 miljoen in de periode tot en met 2020. Dat is maar een klein onderdeel van het bedrag dat wij in die tijd uitgeven. Mijn antwoord is dus dat het om een zeer beperkt frictiebudget gaat. Ik vind dat je die frictie ook moet houden bij het Infrafonds en het Deltafonds, want anders zou je gewoon een reguliere begroting hebben, waarbij alles gepast via het Ministerie van Financiën uitgegeven wordt. Een voorwaarde is wel dat wij inzicht geven in de verschillende schuiven die er zijn.

Er is gevraagd of er structurele tekorten zijn voor de instandhouding. Nee, er zijn geen structurele tekorten voor de instandhouding. Begin dit jaar is voor de komende vier jaar geld toegekend aan Rijkswaterstaat, voor beheer en onderhoud, en dat is voldoende. Voor de langere termijn is er een reservering gemaakt, of het is al binnen. RWS hanteert een baten/lasten-administratie omdat het een agentschap is. Dan bestaat de mogelijkheid om middelen over de jaargrenzen heen te schuiven. Binnen fondsen is dat ook mogelijk, mits het binnen het budgettair kader is.

Over cybersecurity heeft de Minister van V en J vandaag een rapport aan de Tweede Kamer aangeboden, maar dit is voor ons allen een interessant onderwerp. Een paar jaar geleden heb ik in mijn organisatie al gevraagd hoe het zit met onze sluizen, waterwerken, bewegende bruggen enzovoorts. Wij hebben zelf in beeld gebracht wat het risico is bij geautomatiseerde systemen. Daarover hebben wij gecommuniceerd met de club die zich bezighoudt met cybersecurity, om te komen tot een geordende en geharmoniseerde aanpak. Tot nu toe is de drinkwatervoorziening gelukkig niet getroffen door een specifieke, maatschappij-ontwrichtende aanval, maar dat zou enorme effecten hebben. In het kader van de wettelijk verplichte leveringsplannen hebben de drinkwaterbedrijven ook beveiligingsmaatregelen genomen die aansluiten op internationale standaarden. Er wordt nauw samengewerkt met het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC). Er wordt ook geoefend. Er zijn noodmaatregelen getroffen.

V en J zorgt ervoor dat de vakdepartementen ter implementatie van de richtlijn ook gezamenlijk werken aan de Cybersecuritywet voor vitale aanbieders die deze week in consultatie is gebracht. Er worden ook eisen in opgenomen over de zorgplicht en de meldplicht. Hoe beoordeel ik de digitale veiligheid? We brengen in beeld wat we in beeld kunnen brengen en proberen zo veel mogelijk redundantie te organiseren. We hopen maar dat er niet iemand is die iets bedenkt wat wij nog niet bedacht hadden op dat vlak. Wij zijn er in ieder geval gericht mee bezig.

Als gevolg van het zwaarder en intensiever gebruik van de Afsluitdijk zijn er scheurtjes ontstaan in het staal. Deze zijn twee jaar geleden gerepareerd. Een neveneffect van deze reparatie, waarbij oud en nieuw staal bij elkaar is gebracht, is dat er een soort van torsie kan ontstaan of uitzetting bij een bepaalde temperatuur. Daardoor kan hij moeilijker open en dicht gaan. Ik denk dat inderdaad niet voorzien was dat dit zo'n effect zou hebben. Er zijn stukjes weggehaald om ruimte te maken om die torsie tegen te gaan. In 2020 wordt er weer nieuw wegdek aangelegd en in 2023 wordt alles in zijn geheel vervangen. De hoofdvraag van mevrouw Visser was: is het houdbaar? Ja, wij zeggen dat het houdbaar is. Het heeft niet de schoonheidsprijs dat het zo is gegaan, maar het is wel houdbaar voor de komende tijd. Rond 2020 is de volgende reparatieronde aan de stalen bovenbouw.

Mevrouw Visser (VVD):

Die werkzaamheden zijn in 2014–2015 uitgevoerd. De Minister geeft aan dat dit niet voorzien was. Ik neem aan dat deze methodiek ook elders is toegepast. De vraag is wat dat betekent voor andere bruggen. De volgende aanpak is pas in 2020 dan wel in 2023. De Minister zegt dat het wel kan lijden, maar kost het niet veel meer geld om daar continu een mannetje te hebben dat dit soort dingen doet dan om het nu goed aan te pakken? Hoe verhoudt dat zich tot elkaar?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Je kunt het oplossen door een preventief koelregime. Dat is op de bewuste dagen van de storingen niet adequaat gedaan. Om het op die manier op een paar heel hete dagen aan te passen is goedkoper dan om te komen tot een heel nieuwe aanpak van die brug. Het zit in de planning voor 2020 en 2023. Tot die tijd kunnen we prima uit de voeten met preventief koelbeleid. We hebben dat niet adequaat gedaan op de momenten waarop dat nodig was, maar dat doen we nu wel en daarmee voorzien we geen problemen.

Mevrouw Visser (VVD):

Het blijft wel een beetje raar, omdat dit recente werkzaamheden waren. De Minister geeft aan dat er blijkbaar onvoorziene dingen waren. De vraag is of dit ook bij andere brugaanpassingen kan voorkomen, zodat er sprake is van een breder probleem.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Het is altijd al bekend dat het dit effect kan hebben, als je oud en nieuw staal bij elkaar brengt, maar je weet nooit precies hoe het gaat uitwerken. In dit geval bleek het bij temperatuurstijging te leiden tot die torsieproblemen en die kun je oplossen door vroegtijdig te koelen.

Dan de vraag of dit probleem zich ook op andere plekken en bij andere bruggen voordoet. Als zich ergens een probleem voordoet, kijken wij altijd meteen naar ons hele bestand en zoeken of er ergens anders nog uitdagingen of problemen zijn. Ik weet dat nu niet uit mijn hoofd, maar het is niet zo dat wij kijken naar wat zich bij de Afsluitdijk voordoet en niet nadenken over de rest van Nederland. Wij zijn ons ervan bewust dat je op tijd moet koelen. Wij geven dat ook mee aan de aannemer, die daarvoor verantwoordelijkheid draagt. Wij houden dat in dit soort warme weken goed in de gaten. We hebben net een nieuwe directeur-generaal Rijkswaterstaat, die een mooie warme week heeft om te beginnen. Ik hoop dat zij er niet te veel ellende van ondervindt. Zij was in ieder geval volledig op volle sterkte, om daarop voorbereid te zijn. Mocht blijken dat zich elders problemen voordoen die we niet voorzien hadden, dan zal ik de Kamer daarover zeker informeren.

Ik kom op de waterkwaliteit, die net zo belangrijk is als de waterveiligheid, maar wel van een totaal andere orde. Bij veiligheid zeggen wij altijd dat het gaat om een nationaal product, de bescherming van ons land, maar de waterkwaliteit moet ook goed zijn. Sterker nog, onze welvaart hebben we te danken aan het feit dat we ooit riolering hebben ingevoerd zodat de waterkwaliteit sterk verbeterde. Anders waren we heel wat verder terug met ons welvaren.

Wat is waterkwaliteit? Ik heb het straks nog over algemene zaken als de Kaderrichtlijn Water, maar het gaat ook vaak om heel specifieke zaken, om te beginnen Chemours. Er is door deze commissie of door een andere commissie net een hele discussie gevoerd met de Staatssecretaris over de uitstoot van Chemours en alle gevolgen daarvan voor de lucht. RWS heeft eerder dit jaar naar aanleiding van die discussie gezegd dat men wil bekijken wat de effecten zijn van GenX en PFOA op het oppervlaktewater. Het kan wel zijn dat er uitstoot is in de lucht, maar dan wil je ook zien of het in het oppervlaktewater terechtkomt. Ik heb de Kamer over dat onderzoek geïnformeerd. Naar aanleiding daarvan heeft RWS gekeken naar daadwerkelijke concentraties GenX in het oppervlaktewater. Dat rapport heb ik maandag toegezonden en daarin staat dat er daadwerkelijk concentraties zijn gemeten.

Dat moet men als volgt zien. De provincie geeft een vergunning voor de lozingen via een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) en wij zouden een vergunning moeten geven als er geloosd wordt op het oppervlaktewater. Wij constateren nu dat er stoffen zitten in het oppervlaktewater. De volgende vraag is: hoe komt dat? Wordt er dan direct geloosd in het oppervlaktewater? Wij hebben in ieder geval geen vergunning gegeven, dus dan is er een probleem. Als er niet wordt geloosd op het oppervlaktewater, is de vraag hoe het daar gekomen is. De volgende formele stap is dat Chemours nu moet reageren op de vraag hoe dat in het oppervlaktewater komt. Hebben zij dan toch geloosd zonder vergunning? Dan kunnen we onze handhaving meteen in gang zetten. Of beweren zij dat het er op een andere manier is gekomen?

Iedereen vraagt aan mij wat ik ga doen, maar er is nog een stap voordat ik aan de handhaving zelf begin. Wat zij nu moeten doen, is zeggen hoe dat zo geconstateerd kon worden. De Kamer kan aan mij vragen waarom er tot nu toe niet is gemeten of de stof GenX in het oppervlaktewater zit, want dan hadden wij dat al veel eerder kunnen zien. Wij meten op alle ons bekende stoffen en GenX hoort bij de nieuwe, opkomende stoffen. Daarvoor moet je een apart traject inzetten. Dat hebben we nu ook gedaan. Daarna komt het in de structurele aanpak standaard in de meetcampagnes die er zijn voor allerlei stoffen in het oppervlaktewater. Als er nieuwe stoffen bijkomen, hebben wij in de commissie afgesproken dat wij even een tijdelijke maatregel nemen. Dan laten wij door het RIVM uitzoeken wat de gevolgen zijn; of het gevaarlijk is voor de volksgezondheid of niet. Daarna nemen wij het mee in alle meetcampagnes. Dit was dus zo'n nieuwe stof. Naar aanleiding van de discussie over de uitstoot via de lucht zijn wij gaan kijken of het erin zat. Wij constateren het daar en maken ons dus zorgen dat er illegaal geloosd is.

Wat ga ik nu doen? Zij mogen eerst een reactie geven en zeggen hoe dat zo komt. Als zij dat gedaan hebben, is er een tweede stap in de procedure voor nieuwe stoffen – omdat stoffen die niet bestonden, ook niet kunnen worden bestraft – namelijk de mogelijkheid dat de vergunning wordt aangepast, waarmee je alsnog toestemming voor de lozing geeft. Dat is een formele stap die erin zit. Als dat niet het geval is, moet er handhavend worden opgetreden. Dat heeft verschillende elementen. Het kan zijn een dwangsom of het verbieden van de lozing, want een vergunning was er niet, dus die kan ook niet ingetrokken worden. We hebben het bedrijf afgelopen donderdag al op de hoogte gesteld van onze bevindingen en gezegd dat het kan reageren. Wij kunnen lozen zonder vergunning gewoon niet toestaan, dus wij moeten zo snel mogelijk weten wat het is en zullen daar dan ook op handhaven.

De voorzitter:

Er is een vraag van mevrouw Van Eijs. De heer Geurts is bereid het voorzitterschap over te nemen, want ik moet even naar mijn fractie. Mijnheer Geurts, hartelijk dank voor het tijdelijk op u willen nemen van deze rol. Ik kom straks weer terug naar de vergadering. Excuses.

Voorzitter: Geurts

De voorzitter:

Ik geef het woord aan mevrouw Van Eijs.

Mevrouw Van Eijs (D66):

De Minister zegt dat er hoge waardes zijn geconstateerd en dat er nu een reactie van Chemours moet komen. We hebben al een informele reactie gehad, geloof ik. In de brief stond heel stellig dat lozing van GenX via de directe lozingspunten niet vergund is. Dat wordt geconstateerd als feit, dus daar ben ik ook van uitgegaan, aangezien ik de Minister vertrouw, maar nu geeft zij aan dat moet worden uitgezocht hoe dat komt. Dat schept weer een beetje onduidelijkheid, bij mij in ieder geval. Kan zij aangeven op welke termijn er duidelijkheid komt of het een indirecte lozing is, die illegaal is? Of heeft Chemours een punt? Ik vertrouw Chemours hierbij minder dan de Minister, maar ik wil wel graag duidelijkheid.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Als ik hierover onduidelijkheid heb veroorzaakt, dan spijt mij dat, want dat wil ik helemaal niet. Wij zien dat die stof in het water zit, maar er is geen vergunning, dus dat mag niet, maar er is altijd hoor en wederhoor mogelijk voor een partij. Op het moment dat je dat constateert, moet je die partij wel de mogelijkheid geven om daarop te reageren. Als deze zegt dat er niet is geloosd en dat het uit de lucht is komen vallen – ik zeg maar wat – dan moet je bewijzen hoe het in elkaar zit.

Mijn primaire reactie is dat ik die stof in het water zie, en dat mag niet, want er is geen vergunning voor, dus dan ga ik handhavend optreden. We zitten nu in het formele proces, dat er altijd bij hoort, dat je constateert en dat je zo'n partij aanschrijft. Ik heb de Kamer meteen op de hoogte gesteld, omdat ik de discussie over Chemours ken. Ik weet ook dat de Kamer bij een maatschappelijk vraagstuk snel op de hoogte wil zijn. We zitten middenin een formeel traject dat we moeten doorlopen. Zij mogen tot uiterlijk vrijdag reageren en vervolgens moeten wij laten weten wat wij gaan doen om handhavend op te treden. Daar zit nog één stap tussen: eventueel vergunnen van de lozing. Ik vind dat je hard moet optreden als er geloosd wordt zonder vergunning. Dat is het belangrijkste element van deze discussie. Dat staat ook in mijn brief van afgelopen maandag. We zijn gestart met het handhavingstraject, zoals dat heet, en dat bestaat uit de verschillende onderdelen die ik net noemde.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Ik begrijp dat de Minister in ieder geval optreedt alsof er sprake is van een illegale lozing. Vrijdag komt er een reactie van Chemours. Wanneer is het bezwaar van Chemours in zoverre afgehandeld dat er een definitief standpunt is, zodat er meer duidelijkheid is voor de Kamer en voor de omwonenden over de vraag of we dit daadwerkelijk gaan aanpakken of toch maar een andere oplossing zoeken?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Volgens mij moet je zoiets altijd aanpakken, want als je een stof aantreft die zonder vergunning wordt geloosd, moet je regelen dat er ofwel een vergunning is, omdat deze een heel beperkte bijdrage voor de volksgezondheid heeft, ofwel dat het verboden wordt. Dat het niet via het water gekomen is, kan ik mij niet echt voorstellen, want dat zou net zo zijn als een ooievaar die een baby brengt. Het moet bijna wel in het water geloosd zijn, maar we moeten wel bewijs hebben dat het door dit bedrijf geleverd is. Er moet sowieso altijd op gehandhaafd worden; dat is niet het issue. De vraag is vooral: hoe is het gekomen en is het problematisch. Er zou ook een OM-traject aan ten grondslag kunnen liggen, als het echt illegaal gedaan is. Er zijn allemaal mogelijkheden om dat aan te pakken. Ik zal de Kamer er zo snel mogelijk van op de hoogte stellen, als we duidelijkheid hebben, dus ik houd dat bij. Nogmaals, ik vind gewoon dat we daar streng op moeten zijn.

Er is ook gevraagd of het zo veel is dat het ook een probleem oplevert voor de gezondheid.

De voorzitter:

U gaat door, maar ik zie dat mevrouw Ouwehand wil interrumperen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De heer Laçin was nog eerder, dus laat ik collegiaal zijn.

De voorzitter:

Mijnheer Laçin.

De heer Laçin (SP):

Dank. Wat mij verbaast in het eerste stukje van de Minister, is dat er over GenX wordt gesproken als een nieuwe, onbekende stof, die nog niet is meegenomen in de bekende testen. GenX wordt al sinds 2012 geloosd, dus al vijf jaar, nadat PFOA was gestopt in 2012. De vraag is hoelang wij een stof beschouwen als een nieuwe stof. Vijf jaar lijkt mij een redelijk lange termijn om mee te nemen in de testen die we doen.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Het was een niet-genormeerde stof, dus hij zat niet in het rijtje van genormeerde stoffen waar wij altijd op meten. Ik weet niet om de hoeveel jaar dat wordt bijgesteld en of het al in het water aangetroffen was of alleen via de lucht aan de orde was. We hebben een tijdje terug een discussie gevoerd in de commissie over een andere stof, pyrazool. Er komen iedere keer weer nieuwe stoffen. De vraag is dan of je die meteen gaat verbieden. Je kunt ook een tijdelijke maatregel nemen en uitzoeken wat de effecten zijn op de volksgezondheid en daarna zeggen wat je al of niet toestaat via je normering. Als je genormeerd hebt, moet je ook altijd vergunnen.

Mevrouw Van Brenk vroeg of het drinkwaterveilig is. De adviesrichtwaarde van 0,15 mg per liter drinkwater wordt nergens overschreden. De concentraties blijven daar ver onder, dus er is op dit moment geen veiligheidsprobleem, alleen ben ik boos, omdat ik vind dat je überhaupt niets mag lozen als je geen vergunning hebt gekregen. Een bedrijf moet wel zorgvuldig kijken naar wat het loost op het oppervlaktewater en of het daarvoor wel een vergunning heeft gekregen. Men kan in het gebied het kraanwater veilig drinken, dat is het probleem niet. In de toekomst is het misschien een stof die vergund kan worden, maar daar gaat het nu even niet om. Het gaat er nu om dat het in het water zit zonder dat er vergunning verleend is. Dat is het probleem.

De voorzitter:

Ik constateer dat de heer Laçin afziet van zijn vervolgvraag en geef het woord aan mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Misschien heb ik de Minister niet goed gehoord, maar ik schrok er erg van dat ik gehoord meende te hebben dat zij zegt dat het in de procedure zit voor een nieuwe stof en dat het zou kunnen dat deze lozing met terugwerkende kracht alsnog vergund wordt. Is dat wat zij heeft gezegd?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Nee, wat ik zeg, is dat je bij nieuwe stoffen, zoals pyrazool, waarover wij een discussie hebben gevoerd, meteen maatregelen moet nemen, want je weet niet wat de effecten zijn. We hebben met elkaar afgesproken hoe we daar in de toekomst mee omgaan. Het RIVM gaat dan kijken wat de gevaren zijn voor de volksgezondheid. Op basis daarvan kun je een norm afspreken voor wat je al of niet toelaatbaar vindt in de toekomst en op basis daarvan geef je je vergunning af. In dit geval gaat het om een niet-genormeerde stof, die dus niet in dat rijtje staat. Ik heb nog even gevraagd hoe dat precies gaat. Onder andere door REACH van de EU wordt bepaald welke genormeerde stoffen er zijn. Dat is eens in de zoveel tijd, dus er is een bepaald tijdsaspect. Dat geldt hiervoor, maar ik tref het aan in het water en dat wil ik niet, want ik heb geen vergunning gegeven. Ik spreek het bedrijf erop aan dat het dat niet zomaar mag lozen. Ik weet niet of er in de toekomst wordt gezegd dat een bepaalde hoeveelheid microgram daarvan wel of niet toelaatbaar is, daar kan ik niet over oordelen. Ik heb het alleen gehad over hoe dat in principe bij al die stoffen gaat. Op de vraag of dat met terugwerkende kracht alsnog kan gebeuren, is het antwoord dat dit natuurlijk niet kan, want dan zou je zeggen: laat iedereen het maar proberen, wie weet krijgt men dat in de toekomst vergoed. Het is gewoon niet vergund.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Nee, precies. Het is fijn dat dit een misverstand is wat ik hoorde. Maar dan nog begrijp ik de procedure die de Minister schetst voor nieuwe stoffen niet helemaal. Er is een vergunning voor indirecte lozingen en niet voor directe. Het lijkt om een directe lozing te gaan. Dan is het zo klaar als een klontje, lijkt me. Kan de Minister toezeggen dat zij de Kamer goed schetst hoe de procedures nu lopen? Deze stof is al vijf jaar bij ons bekend, zoals de heer Laçin terecht zegt. We moeten de procedures er wel op afstemmen dat we beleid maken op grond van het voorzorgsbeginsel, dus safety first, en niet jarenlang een grijs gebied laten bestaan waar we later spijt van krijgen.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik wil dat zeker doen. Ik heb dat vorig jaar ook gedaan naar aanleiding van pyrazool. We hebben dit principe dus net vastgesteld. Bij het bespreken van de voortgang op dit punt zal ik de gegevens over de procedure erbij halen, zodat de Kamer het in totaal kan bekijken. Er wordt juist voor gekozen om niet een tijdelijk onduidelijke situatie te laten voortbestaan. We nemen een tijdelijke maatregel, met een tijdelijke norm, zeg: niet meer dan zoveel microgram van deze nieuwe stof, of helemaal niet, dat is afhankelijk van het type nieuwe stof. Vervolgens laten we het RIVM ernaar kijken. Dat heeft best veel tijd nodig. Pas daarna zal blijken of er meer ruimte mogelijk is of niet. Je kiest eigenlijk juist voor dat voorzorgsprincipe omdat je niet meteen kunt weten wat die stof doet. Daar heb je vaak meer onderzoek voor nodig.

De heer Laçin vroeg ook naar de revisievergunning. Hij heeft een motie hierover ingediend tijdens het debat met Staatssecretaris Dijksma over Chemours. Die motie is aangehouden, omdat het afdwingbaar maken van die revisievergunning in de Omgevingswet zit. Het is niet efficiënt om er nu een aparte regeling voor te maken. Dat kost ook heel veel tijd. Het is ook inhoudelijk niet nodig, want je ziet dat RWS deze rol actief oppakt. We constateren en we gaan meteen over naar een handhavingstraject. Als revisie van de vergunning nodig lijkt, kunnen we dat via bestuurlijke druk duidelijk maken, zoals Staatssecretaris Dijksma in het AO ook aangaf. Dan moeten ze van goeden huize komen om dat toch te realiseren.

Ik zei al dat het drinkwater niet onveilig is, omdat de concentraties er ver onder blijven. Men kan dus veilig kraanwater drinken in dit gebied.

Mevrouw Van Eijs vroeg nog hoe we ervan verzekerd kunnen zijn dat we alle lozingen goed in beeld hebben. Dat wordt gedekt door het systeem van vergunningverlening, dus de vergunningaanvrager dient alle informatie over de aard en de omvang van een lozing mee te nemen in de aanvraag. Daardoor kan het bevoegd gezag, zoals de provincie voor een indirecte lozing, of wij voor een directe lozing op het oppervlaktewater, een goed beeld hebben van de relevante lozingen. Vervolgens is handhaving aan zet om ervoor te zorgen dat de vergunningen worden nageleefd. Als er aanleiding toe is, komt er ook een meetcampagne, zoals bij Chemours ook is gebeurd. We hebben gezegd dat we naar aanleiding van andere activiteiten nog even gingen kijken hoe het zat met het oppervlaktewater. Daarbij constateerden wij een omissie en daarop hebben wij nu ons handhavingstraject ingezet.

De heer Laçin vroeg of bij het vergunningsbeleid voor GenX de ABM en de immissietoets misschien onvoldoende worden gebruikt. Zou je geen handreiking moeten opstellen? De ABM en de Immissietoets zijn zeer recent aangepast. Er zit ook een goede handleiding bij. Ik denk dat het een kwestie is van wat meer bekendheid erover. Bij de structurele aanpak opkomende stoffen zal hieraan uitgebreid aandacht worden besteed. Die aanpak zal diverse verbeterpunten bevatten. De Kamer krijgt die aanpak zo spoedig mogelijk toegestuurd; voor de zomervakantie, zodra afstemming met de stakeholders is afgerond. Dat kan mooi tegelijkertijd met de schets van het proces met betrekking tot nieuwe stoffen en de vervolgstappen hierbij.

De belangrijkste punten bij waterkwaliteit zijn de chemische stoffen, de medicijnresten en de mest. Bij medicijnresten in het water is het van belang dat voorkomen beter is dan zuiveren achteraf. We zetten niet alleen in op zuivering aan de achterkant, zoals mevrouw Dik-Faber zei, maar het is altijd en-en-en. Je zult ook moeten bekijken wat het meest kosteneffectief is voor de bevolking. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft diverse programma's in het leven geroepen voor de bronkant, als het gaat om medicijnen, onder andere naar aanleiding van de discussie die hier is gevoerd, om Nederland ook gezond te houden en minder geneesmiddelen te laten gebruiken. We spreken met de sector over mogelijke maatregelen in een nieuwe werkgroep medicijnresten en water die is gestart onder de Green Deal Nederland op weg naar Duurzame Zorg. Er blijkt grote bereidheid te zijn bij de sector om mee te denken, maar dat kan niet alleen leiden tot oplossing van het probleem, want patiënten zullen geneesmiddelen moeten kunnen gebruiken die zij volgens hun artsen nodig hebben. Je kunt niet alles opvangen. In ziekenhuizen kun je specifieke medicijnen met specifieke wc's opvangen, maar er wordt ook thuis veel gebruikgemaakt van medicijnen en dan is dat ondoenlijk.

Het is ook interessant om te bekijken wat je zou kunnen doen bij de inzameling van medicijnresten, want je wilt niet dat mensen die door de wc spoelen of in de prullenbak gooien, zoals vroeger gebeurde. Er wordt steeds meer samengewerkt tussen apothekers en gemeenten, maar dat is inderdaad niet 100%, zoals door diverse Kamerleden werd opgemerkt. De Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP) meldde recent dat het dit jaar nog bij 25% van de gemeenten problematisch is. Vorig jaar was dat nog 45%, dus dat is al een verbetering van 20%. In veel gemeenten is men tot afspraken gekomen. Ook in Zeeland, waar het heel lang vastzat, is er nu zicht op afspraken.

Op vragen van mevrouw Dik-Faber heeft Staatssecretaris Dijksma geantwoord dat het belangrijk is dat er ook een laagdrempelige inzameling is. Het klinkt misschien een beetje gek dat ik soms over de Staatssecretaris spreek en soms over mezelf. De verantwoordelijkheid voor die stoffen ligt dan bij de Staatssecretaris of bij de Staatssecretaris EZ, als het gaat om mest, maar ik voel mij verantwoordelijk voor de kwaliteit van water, dus ik vind het ook belangrijk dat wij er integraal aan trekken. De Staatssecretaris zegt ook dat zij zich ervoor blijft inzetten om ook in de laatste gemeenten alles opgelost te krijgen. Er zijn meer dan voldoende voorbeelden die laten zien dat dit ook kan.

Wat doen we om de farmaceutische industrie te laten meebetalen aan aanvullende zuivering? Dat spoor wordt verkend, maar daar zijn nog geen resultaten van, dus daarover ben ik iets minder optimistisch. Ik zeg niet dat het niet kan, maar het zit nog in de beginfase. Het is wel van belang om door te zetten. Hoe ga ik het beschikbare bedrag voor medicijnenpilots, te weten 30 miljoen euro, inzetten? Die middelen zijn bestemd voor de introductie van verdergaande zuivering bij installaties van waterschappen. Samen met de waterschappen verkennen we dat. Er zijn pilots gestart. Het gaat om concrete uitvoerbaarheidsstudies bij geselecteerde rioolwaterzuiveringen en begeleidende pilots. Daarmee worden ook de eerste stappen gezet om zuivering op rioolwater vorm te geven, zoals gevraagd in de motie van de heer Houwers, die niet meer in de Kamer zit. De inzet van de pilot is om de farmaceutische industrie daarbij te betrekken. In die pilot gaat het ook om de vraag of aanvullende zuivering nodig is en zo ja hoe. De financiering daarvan moet komen uit de hele keten.

Dan wil ik overgaan naar de drinkwatertarieven.

De voorzitter:

Ik zie dat er nog een interruptie is van mevrouw Dik-Faber.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Het is goed om te horen dat door het Ministerie van VWS gewerkt wordt aan die ketenaanpak en dat er een werkgroep medicijnresten afvalwater in het leven is geroepen. De Minister zegt dat er in de zorg wordt meegedacht, maar mijn vraag is of de farmaceutische industrie ook aan tafel zit. Voor zover ik contacten heb met de farmaceutische industrie over dit onderwerp, lopen die toch wel stroef. Zij is zeer terughoudend met het beschikbaar stellen van informatie en het meedenken over de aanpak van dit probleem, terwijl ik wel denk dat daar de sleutel tot de oplossing ligt. Vorig jaar heeft de Kamer een motie aangenomen van mijzelf en mevrouw Jacobi van de Partij van de Arbeid, met als strekking dat we eigenlijk nog zo weinig weten over de werkzame stoffen in medicijnen en wat zij doen met ecosystemen. We hebben echt de farmaceutische industrie nodig om daarnaar nader onderzoek te doen. Graag een reactie.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik zei net al dat we ook met de farmaceutische industrie om de tafel zitten, ook om deze meer verantwoordelijkheid te geven en mee te laten betalen aan de diverse programma's. Ik gaf al aan dat dit minder ver is gevorderd. Dit zit echt nog een beetje aan het begin. Ik denk dat deze conclusie in dezelfde lijn liggen als de conclusies die de Staatssecretaris trekt. Je moet er hard aan sleuren en dat zullen we ook blijven doen, maar we hebben nog niet het breekijzer gevonden om daaraan vorm te geven.

Mevrouw Dik-Faber noemde de motie-Jacobi/Dik-Faber (34 550-J, nr. 18), waarin vorig jaar ook werd gevraagd om resultaatverplichtingen voor microplastics en medicijnen op te nemen in het BAW, om de doelen van de Kaderrichtlijn Water te halen. Het lopende BAW is nog van kracht tot 2020. Er wordt nu met de partners bekeken of er een nieuw bestuursakkoord gemaakt wordt voor de nieuwe kabinetsperiode, dus eind 2017, of dat het doorloopt tot 2020. Ik denk dat het goed is om alweer aan een nieuw akkoord te gaan werken, omdat er ook nieuwe thema's zijn, waaronder waterkwaliteit, die er niet altijd even goed in zitten.

Microplastics en geneesmiddelen maken geen onderdeel uit van de Kaderrichtlijn Water, dus er zijn ook geen doelen vastgelegd. Ik werk hard aan de voortgang op deze dossiers. Een nieuw Bestuursakkoord Water zou de mogelijkheid bieden om hierover afspraken te maken, maar doelen zijn lastig vast te leggen. Voor microplastics ligt de focus op de belangrijkste bronnen, zoals autobanden, die een heel belangrijke bron van vervuiling zijn. Het RIVM onderzoekt mogelijke maatregelen om emissies te verminderen. We hebben het net ook over andere bronnen gehad.

De voorzitter:

Hebt u nog een vervolgvraag?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Concluderend. De Minister zegt dat zij wel met de farmaceutische industrie om de tafel zit, maar dat de gesprekken nog maar net zijn gestart. Ik wil haar graag aanmoedigen, net als haar collega van VWS, om die gesprekken voort te zetten en niet alleen te kijken naar wie meebetaalt. We hebben er ooit een rondetafelgesprek over gehad en toen zei iedereen een financiële bijdrage te zullen leveren, maar ik hecht ook aan transparantie. De Minister heeft gelijk dat medicijnresten geen doel zijn in de Kaderrichtlijn Water, ook al is die motie aangenomen. Het is correct dat dit geen doel is, maar we zouden wel tot een normering moeten komen. Voor zover mij bekend zijn die normen er niet, ook omdat we nog heel veel niet weten. Als je niet weet welke stoffen het zijn, kun je ze er ook niet uitzuiveren en kun je niet tot normen komen. We hebben de farmaceutische industrie daarbij nodig, dus ik moedig de Minister aan om daarmee door te gaan.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik neem die aanmoediging graag in ontvangst, want het is en blijft heel belangrijk om dat zeker te weten. We zijn altijd zo trots op de kwaliteit van ons drinkwater en van ons oppervlaktewater. Uiteindelijk willen we dat het schoon is en dat we ons geen zorgen hoeven te maken over wat er allemaal in zit, dus hoe meer we weten, hoe gerichter we daarmee aan de slag kunnen gaan. We zullen iedereen daarbij betrekken.

Dan kom ik op de waterkwaliteit in wat bredere zin. De heer Geurts vroeg hoe het staat met het in kaart brengen of de doelen haalbaar zijn, welke maatregelen nodig zijn om de KW-doelen te halen en wat dat allemaal kost. We voeren regionale analyses uit in het kader van de Delta-aanpak Waterkwaliteit en Zoetwater. Daarbij kijken we naar de doelen, de resterende opgaven en de maatregelen die nog nodig zijn. Dit najaar zijn de eerste gevolgen daarvan bekend.

Is de waterkwaliteit verbeterd of zijn de doelen onbereikbaar? Hoe zit dat precies? De heer Grashoff was zelfs zeer pessimistisch over mijn optimistische rapportage. De waterkwaliteit is op heel veel plaatsen sterk verbeterd. Veel water is helderder geworden. Er groeien planten. De algenbloei is verdreven. Er zijn bijzondere vissoorten voor teruggekomen. Dat is echt de grote verdienste van iedereen die aan de waterkwaliteit werkt. In bepaalde gebieden moet er nog heel veel gebeuren, dus het is en-en; er is zowel optimisme als pessimisme op dit punt. Dat zie je met name bij de intensieve landbouw. Daar is het moeilijk om de hoeveelheid meststoffen in grondwater en oppervlaktewater terug te dringen; niet omdat er niets gedaan wordt, maar dat heeft heel veel te maken met te hoge mestgiften uit het verleden. Dat is ook een historische erfenis. Het kabinet werkt er volop aan om de benodigde maatregelen voor 2027 genomen te hebben.

De heer Grashoff zal waarschijnlijk vragen hoe dat kan, want het PBL constateert al zes jaar geen vooruitgang. Hij zwaait dan met zijn rapport. Dat beeld dat er geen vooruitgang is, klopt niet. In de stroomgebiedbeheerplannen van 2015 is er uitgebreid over gerapporteerd. Gemiddeld genomen neemt ook de hoeveelheid meststoffen in het water significant af. De doelen voor meststoffen in het oppervlaktewater worden op veel plaatsen al gehaald. Er wordt terecht geconstateerd dat er een probleem is met meststoffen in grond- en oppervlaktewater in bepaalde gebieden, en dat is ook niet iets wat wij verhullen. Op 29 juni is er een AO over mestbeleid, dat hier voor een heel groot deel over zal gaan, denk ik. Daarbij zal ook gezegd worden welke maatregelen er genomen worden om dat verder tegen te gaan. We werken nauw samen met EZ op dat vlak. Ik kijk met de delta-aanpak gericht naar waar extra inzet nodig is. EZ doet dat vanuit het mestbeleid. Er zijn verschillende doelen op Europees niveau, maar Staatssecretaris Van Dam en ik werken nauw samen op dit vlak. Ik denk dat het PBL zich alleen richt op oppervlaktewater en niet op andere onderdelen van de waterkwaliteit. Wij hebben in de stroomgebiedbeheerplannen van 2015 ook uitgebreid gerapporteerd over alle vooruitgang die er is.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Het lijken nu toch wel twee wonderlijke werkelijkheden tegenover elkaar te worden. Ik heb een aantal citaten gegeven, deels van het PBL en deels uit het EU-landenrapport. Deze zijn allebei buitengewoon kritisch. Het gaat voor een belangrijk deel over oppervlaktewater. Daar horen kaartjes bij. Als je die kaartjes bekijkt, zie je dat de kaart van Nederland voor een groot deel rood kleurt, zijnde normoverschrijdingen of forse normoverschrijdingen. Daarin staat klip-en-klaar dat er vanaf 2011 eigenlijk weinig voortgang is geboekt. Dat staat overigens ook in de rapportage van de Minister, de annex bij de eerdere rapportage: «Echter, in de laatste rapportageperiode (2012–2015) zijn de zomergemiddelde stikstof-, fosfor- en chlorofyl concentraties niet of nauwelijks veranderd ten opzichte van de periode daarvoor (2008–2011).» Dat bevestigt het beeld van het PBL, dat een verbetering constateerde van het grondwater, met uitzondering van de zuidelijke zandgronden, om zo te zeggen de Brabantse varkensboel. Er is dus wel degelijk een heel stevig probleem. De Minister kan wel zeggen dat het wel meevalt enzovoorts, maar er is nog een ding dat ons allen bindt, en dat is dat het goedkeuring van de Europese Commissie moet krijgen. Het zou zomaar kunnen dat dit op deze manier niet gebeurt.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Er zijn verschillende elementen, maar we praten een beetje langs elkaar heen, denk ik. U zei dat de waterkwaliteit de afgelopen zes jaar niet is verbeterd. Daar was ik het niet mee eens. Ik heb ook genoemd op welke plekken dat wel is gebeurd. Nu noemt u specifieker stikstof en meststoffen in bepaalde gebieden. Daar zijn wij ook altijd heel duidelijk over geweest. Er is heel veel verbeterd, maar er is ook nog heel veel te doen, dus het is altijd een combinatie. Het is niet een pessimistisch verhaal. Dat de plaatjes op bepaalde punten rood kleuren betekent dat we de norm nog niet gehaald hebben, maar niet dat er niet al heel veel verbeteringen plaatsvinden, want we moeten tot 2027 gestaag blijven werken aan het halen van de doelen voor waterkwaliteit. Ik denk er dus zeker niet te makkelijk over, maar ik ben er ook niet zo pessimistisch over, omdat ik zie dat er hard gewerkt wordt. Er is ook een aantal jaren geen budget geweest voor waterkwaliteit. Ik heb dat zelf weer teruggebracht, ten koste van andere onderdelen van mijn portefeuille, omdat ik zei dat we de doelen van de EU niet kunnen halen als we er geen geld in stoppen. Ik weet dat er in het regionaal bestuurlijk overleg (RBO) ook keihard aan wordt gewerkt om de waterkwaliteit verder te versterken en te verbeteren, dus het is een gemengd beeld, waarbij er heel veel verbeteringen plaatsvinden en er ook nog heel veel uitdagingen zijn.

Door de EU zijn verschillende doelen gesteld in de Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water. De Nitraatrichtlijn laat meer toe dan de Kaderrichtlijn Water. De vraag is of we deze kunnen harmoniseren. Uiteindelijk moeten we van de Europese Commissie voldoen aan alle doelen uit alle richtlijnen. Dat is het leuke. Dat betekent volgens mij dat de meest strenge uiteindelijk geldt. We proberen dat op nationaal niveau zo goed mogelijk te harmoniseren. Zo houdt het kabinet bij het zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn ook rekening met de doelen van de Kaderrichtlijn Water, waaronder die voor drinkwater. Nederland zet zich ook internationaal in voor harmonisatie tussen de verschillende richtlijnen. Ik weet dat de heer Van Dam bij dit onderwerp voor ons aan de goede kant zit. Hij ziet daar ook nauw op toe. Als het gaat om de mestbelangen zie je dat misschien anders, maar de heer Van Dam probeert de mestproblematiek zo veel mogelijk terug te dringen ten bate van de kwaliteit van het water.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Het lijkt erop dat de weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens, want ik hoor niets concreets. De Minister zegt dat de Staatssecretaris van EZ er ook goed in zit en dat hij ook wel wat wil. Ik heb net een kritische opmerking gemaakt over de signalen over het zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn, want dat is het voertuig waarmee het moet gaan gebeuren. Er zijn overschrijdingen waaruit blijkt dat er nog een levensgroot probleem is. Ik krijg er niet veel vertrouwen in dat dit een stap in de goede richting gaat. Het blijft hangen in vrijblijvendheid en goede voornemens en dergelijke. Kan de Minister mij er op de een of andere manier van overtuigen dat er daadwerkelijk concrete, effectieve, harde maatregelen genomen worden om inderdaad toe te groeien naar die norm in 2027?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

De heer Grashoff begon met te zeggen dat hij te gast is in deze commissie als vervanger van mevrouw Van Tongeren. Ik hoop dat hij vaker in deze commissie kan komen, want dat zou goed zijn voor de continuïteit. We hebben vorig najaar net de Delta-aanpak Waterkwaliteit gepresenteerd aan deze commissie. Hij zegt dat de weg is geplaveid met mooie beloftes, maar er ligt een heel concreet plan met concrete maatregelen om die waterkwaliteit te halen. Ik heb de verantwoordelijkheid op mij genomen, ook voor wat andere ministeries aan het doen zijn, of andere Staatssecretarissen, om ervoor te zorgen dat we die weg naar 2027 ook halen. Ik heb er geld bij gestopt, net als maatregelen. De Delta-aanpak Waterkwaliteit is ook ondertekend door de LTO. Verder is er op 29 juni een algemeen overleg met de heer Van Dam, waarin hij heel specifiek ingaat op de nieuwste maatregelen die genomen zullen worden op het gebied van mestbeleid. Wij hebben in de delta-aanpak staan volgens welke stappen we waar willen komen. Hij laat ook zien hoe de specifieke bijdrage eruit ziet op dat vlak. Het zal allemaal niet gemakkelijk zijn, want we hebben ook te maken met andere belangen in dit land. We hebben te maken met landbouw en met historie. Je kunt bij medicijnen en andere stoffen ook niet zomaar alles er in een keer uit krijgen. Het staat op ons netvlies dat wij gewoon moeten voldoen, omdat we anders een boete krijgen van Europa aan het einde van deze periode.

De voorzitter:

Het is 16.15 uur en we moeten om 17.00 uur deze zaal verlaten, omdat er een overleg achter zit, dus gezien de tijd zal ik geen interrupties meer toestaan. Ik vraag de Minister om met gezwinde spoed door te gaan.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Dan zal ik ook nog iets sneller praten. De motie-Geurts op stuk nr. 34 550-J, nr. 22, over collectieve zuivering afvalwater glastuinbouw heeft ons geïnspireerd om hiermee aan de slag te gaan, samen met de waterschappen. Samen met de LTO en het waterschap Delfland zijn wij bezig om collectieve zuivering mogelijk te maken. De zuivering voor individuele bedrijven gaat in per 1 januari 2018, maar bij de collectieve zuivering zal het iets langer duren, want dat vergt best een investering en afstemming in de uitvoering. Het mag altijd eerder, dus waardering voor de initiatieven die nu al volop in gang zijn gezet.

Voorzitter: Van Veldhoven

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Mevrouw Dik-Faber had ik al beantwoord.

Mevrouw Visser had gevraagd hoe het ging met de pilot om vereenvoudiging van legionellaregelgeving mogelijk te maken. Dat was een voorstel van de heer Ziengs, dacht ik, die terecht zei: controleren we niet te veel en proberen we niet met een kanon een mug dood te schieten? Zoals eerder aan de Kamer gemeld, zijn wij druk bezig om de aanbevelingen van de gastvrijheidstafel en de elementen van het initiatiefvoorstel van het VVD-lid Ziengs om te zetten in beleid. De pilot houdt in dat nu met het RIVM gekeken wordt naar wat vermindering van het aantal bedrijven dat onder de regelgeving valt, betekent voor de gezondheidsrisico's. Ik kom zodra dat is afgerond naar de Kamer terug met de uitwerking van alle stappen op dat dossier. Dat is na de zomer.

Mevrouw Van Eijs en anderen hebben gevraagd naar de drinkwatertarieven en de rol van ACM. Op dit moment wordt gewerkt aan de evaluatie doelmatigheid Drinkwaterwet. Die evaluatie is bijna gereed. Ik heb gehoord dat u allen met een grote zucht zei dat het wel eventjes duurt, maar ze is bijna gereed. De evaluatie zal u in de zomer worden toegestuurd. Dan hebt u echt alle interessante lectuur straks voor in het reces te pakken. Ik zal er dan ook graag met u verder over praten. In de evaluatie wordt expliciet gekeken naar het functioneren van de drinkwaterbedrijven en het tot stand komen van de tarieven. Ook wordt de motie-Geurts/Visser meegenomen om dat vorm te geven. De vraag was wat ik doe met de constatering van de ACM en de ILT dat de tarieven van de drinkwaterbedrijven niet aan de eisen van de Drinkwaterwet voldoen. De ILT heeft aangegeven te komen met een voornemen tot aanwijzing – in de Drinkwaterwet staat dat dit kan – als de tarieven in 2018 niet voldoen aan de wettelijke bepalingen. De brief van de Vewin laat zien dat drinkwaterbedrijven actie ondernemen om volledig aan de eisen te gaan voldoen. Het toetsingskader drinkwater 2018, een handvat voor bedrijven om dat te doen, is inmiddels uitgebracht. Het is opgesteld in samenwerking met diverse partijen. Bij de evaluatie doelmatigheid Drinkwaterwet, die ik net noemde, wordt ingegaan op een eventuele versterking van de positie van de ACM. Ik zei al dat dit in de zomer naar u toe komt.

Er waren leden die vroegen: moeten drinkwaterbedrijven wel aan ontwikkelingshulp doen? Drinkwater is echt de eerste levensbehoefte. Er zijn wereldwijd nog 600 miljoen mensen die geen toegang hebben tot schoon drinkwater. Dat staat hoog op de lijst van Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties. Het is ook fijn, denk ik als ik naar de PVV kijk, als mensen goed in hun eigen regio geholpen kunnen worden met schoon drinkwater. Dat scheelt weer wat beweging. De Nederlandse Drinkwaterwet geeft drinkwaterbedrijven de ruimte om maximaal 1% van hun omzet te besteden aan het verbeteren van de drinkwatervoorzieningen in ontwikkelingslanden. Nederlandse drinkwaterbedrijven zijn in ongeveer twintig landen actief met 50 projecten die de Vewin beheert. Dat is allemaal te zien op de website van de Vewin. De drinkwaterbedrijven blijven allemaal binnen de eis van 1%. Er is dus ook geen aanleiding om een boete uit te delen.

Het drinkwaterbedrijf in Drenthe had wel een probleem. Daar hebben we al eerder over gesproken in voorgaande AO's. De ILT heeft er ook een oordeel over geveld. Van de zijde van dat drinkwaterbedrijf, de WMD (Waterleiding Maatschappij Drenthe, komen er geen verdere gegevens. Over 2015 zullen ze geen goedkeurende accountantsverklaring ontvangen. Er is een aanwijzing in het vooruitzicht gesteld als de opbouw van de tarieven in 2018 niet voldoet aan de wettelijke eisen. Dus als een drinkwaterbedrijf niet voldoet, hebben we dat gewoon in de gaten en wordt daar ook op geacteerd.

Mevrouw Van Brenk vroeg of de Minister zicht heeft op het aanwijzen van strategische drinkwatervoorraden bij provincies en of ik nog wat van plan was. Jazeker. We hebben voor de Beleidsnota Drinkwater in 2015 een soort inventarisatie gemaakt van de bestaande en de strategische drinkwatervoorraad van de provincies. Een aantal provincies, zoals Gelderland, hebben inmiddels ook strategische voorraden aangewezen of zijn ermee bezig, zoals Zuid-Holland en Utrecht. De provincies verkennen in de Structuurvisie Ondergrond (Strong) de noodzaak van extra strategische reserves, ook met de klimaatveranderingen in gedachten en de mogelijke stijging van drinkwatervraag. De afspraak is dat die in 2019 worden aangewezen. Dus er wordt aan gewerkt door provincies en ze gaan er misschien zelfs nog meer aan doen.

Kan ik gemeenten verbieden om precarioheffing in te voeren op drinkwater? Precariobelasting is een algemene belasting. Het is aan de gemeenten om te besluiten om haar te heffen en een keuze te maken om haar te heffen op netwerken van nutsbedrijven, dus ook van drinkwaterbedrijven. Ik kan gemeenten niet verbieden om gebruik te maken van die bevoegdheid. Laat ik daar maar helder in zijn.

Wordt het drinkwater via de Omgevingswet voldoende beschermd tegen bodemverontreinigingen? Dat was een vraag van de SP. Ja, het omvat onder meer de wettelijke plicht voor provincies om grondwaterwinningen voor drinkwater te beschermen, evenals regels op grond van de Kaderrichtlijn Water en Grondwaterrichtlijn. Er is preventieve wetgeving, zoals het Activiteitenbesluit en de zorgplicht in artikel 13 van de Wet bodembescherming. Daarnaast zijn via het Convenant bodem en ondergrond 2016–2020 uit 2015 afspraken gemaakt over bodemverontreinigingen die met spoed moeten worden aangepakt, inclusief jaarlijkse monitoring. Er zitten ook gevallen in die de drinkwaterwinning bedreigen. Overige bodemverontreinigingen die een risico vormen voor drinkwaterwinning en te nemen maatregelen komen via de gebiedsdossiers voor drinkwaterwinning. Actualisatie van die gebiedsdossiers is voorzien in de komende twee jaar. De regie ligt bij de provincies. Bodemverontreiniging krijgt specifiek aandacht.

Tot slot kom ik bij de overige onderwerpen. Dat is allereerst Brouwerseiland. Waarom heb ik besloten om toestemming te verlenen terwijl ik weet dat er veel weerstand is? De rol die ik heb, is om ontheffing te verlenen als het niet in strijd is met de waterveiligheid en als er ook geen andere technische of innovatieve mogelijkheden zijn. Daar viel het allebei niet onder, dus op basis daarvan is ook de ontheffing verleend. Dat is één. Het tweede is dat er al pijplijnplannen waren. Anders zouden gemeenten, provincies en waterschappen, denk ik, zich niet eens binden. Het Rijk gaat eigenlijk alleen over het strand zelf en het eerste stukje van de duinen. Daarvoor lagen nou niet de grote bouwplannen waar iedereen zich zo'n zorgen om maakte. Dat is veel meer in het achterliggende gebied. Het is heel goed dat we in een Kustpact gemeenten, provincies en waterschappen hebben kunnen committeren om terughoudend met bebouwing om te gaan. Dus bij Brouwerseiland is er geen rol voor het Rijk, behalve ontheffing verlenen. Dat hebben we ook gewoon gedaan. Op basis van de plannen die er lagen zou je het ook niet niet kunnen ontheffen. Uiteindelijk kunnen belanghebbenden nog bezwaar maken tegen het besluit van de gemeenteraad en de ontheffing en ook beroep instellen bij de rechter. We zullen zien of dat verder gebeurt. Ik kan me voorstellen dat het lastig is als je een Kustpact hebt en je hebt nog pijplijnplannen. Die discussies zullen echt nog wel een tijdje door elkaar heen blijven lopen, maar in the end is het goed dat er een Kustpact ligt. We praten een andere keer verder over het Kustpact. Ik kan het er nu veel te kort over hebben, gezien de tijd.

Wanneer komt de Noordzeestrategie 2030? Die strategie is er nog niet omdat het krachtenveld best complex is. De vraagstukken zijn groot. Belangen zijn heel erg tegengesteld. De puzzel is verdeeld over meerdere beleidsterreinen. Dat vraagt om een zorgvuldige aanpak en dialoog. Als je natuur wilt beschermen, wat ik ingebracht heb de afgelopen tijd op een aantal delen van de Noordzee, dan heb je de vissers in je nek, en mevrouw Visser ook! Als je de doorvaarbaarheid van de windmolenparken goed wilt regelen, omdat je het goed wilt doen met duurzame energie, heeft dat ook weer zo zijn effecten. Eigenlijk alles grijpt op alles in. We hebben de eerste belangrijke stap gezet, de Staatssecretaris van Economische Zaken en ik. We hebben drie strategische opgaves geïdentificeerd. We hebben samenwerkingsafspraken gemaakt om tot oplossingen te komen, ondersteund door kennis en concrete projecten. Maar er is natuurlijk meer nodig om zo'n strategische agenda uit te brengen. Het is vergelijkbaar met de Nationale Omgevingsvisie, deel 1. Zo'n gebiedsvisie die wij voor Nederland gaan maken, wil je eigenlijk ook voor de Noordzee hebben. Er zijn nog verdiepende studies en stakeholderssessies nodig. Vandaar dat de planning is bijgesteld naar komend najaar.

Kan ik aangeven hoe ik de ecologische draagkracht en de wetenschappelijke onderbouwing daarvan concreet maak? De onderbouwing gebeurt in het kader van de actualisatie Mariene Strategie. We beoordelen het Noordzeemilieu. Dan kijk je bijvoorbeeld naar de biodiversiteit, de habitat, de vervuiling et cetera, maar ook naar cumulatie van effecten. Met PBL kijken we ook hoe de toestand zich ontwikkelt, zodat je het ook kunt monitoren, zodat het niet alleen een uitspraak is dat we het belangrijk vinden, maar dat je ook definieert en aangeeft hoe het ermee staat en hoe het zich ontwikkelt bij verschillende scenario's. We bespreken dit ook met stakeholders. Dat past binnen het kader van de Noordzeestrategie 2030. Iemand zei overigens in een bijzin dat natuur niet mag concurreren met de andere belangen, maar dat gebeurt natuurlijk wel, want we hebben diverse belangen en die diverse belangen concurreren met elkaar. Maar in dit geval wordt dus ook specifiek beschreven wat we willen beschermen, hoe we het willen beschermen en hoe we het monitoren.

Mevrouw Dik-Faber heeft gevraagd om de openstelling van bestaande windparken te versnellen. Nou, dat is zo'n onderwerp. Daar zijn de windparken helemaal niet blij mee. De vissers zijn er weer wel blij mee. Er is dus een zorgvuldig proces nodig. Dat is nu nog niet klaar. We hebben er middelen voor vrijgemaakt om ook technische voorzieningen aan te leggen die de veiligheid in zo'n windpark gaan garanderen. De apparatuur wordt in augustus geïnstalleerd en is naar verwachting in september operationeel. Het streven is dan om zo snel mogelijk de parken open te stellen, maar de datum wordt pas extern gecommuniceerd als er ook daadwerkelijk zekerheid is over die openstelling.

Is de kwaliteit van AIS en de radar voldoende? Bij de keuze voor apparatuur zijn naast de sector RWS en de kustwacht ook betrokken geweest. Wij denken dat het niveau van veiligheid, toezicht en handhaafbaarheid voldoende geborgd zijn. Dan staat er nog een verhaal, maar dat sla ik even over.

Hoe zien de visserijpilots in de bestaande windparken eruit? De visserijpilot is maatwerk, waarbij de wensen van de visserij en de economische haalbaarheid moeten worden afgewogen tegen de fysieke ruimtelijke mogelijkheden die de lay-out van windparken biedt. Veiligheid, handhaafbaarheid, niet hinderen van bedrijfsvoering, heldere afspraken over communicatie, monitoring en evaluatie zullen nodig zijn in aanvulling op de beleidsregel. Het proces van pilotontwikkeling zullen we ook gewoon met iedereen samen doen.

Is de Minister bereid om in overleg met de windsector tot komen tot een oplossing voor de kosten van een adequate afdekking van de additionele risico's, zoals schade die ontstaat door doorvaart en medegebruik? We hebben uitgebreid onderzoek gedaan, naar de kans op een aanvaring bijvoorbeeld. Daarvoor wordt dus nu ook apparatuur geïnstalleerd. We zijn met elkaar in gesprek of er ook nog een speciale regeling met de sector moet worden afgesproken om, als het toch misgaat, nog iets te doen. Dat is nog niet afgerond. Het is een discussie die gaande is.

Vind ik ook dat de Waterschapsbank geen sociale obligaties mag uitgeven voor leuke dingen? De Waterschapsbank financiert ook woningbouwcorporaties. De sociale doelstellingen van die woningbouwcorporaties staan in de wet. De Waterschapsbank heeft – ik ga er inderdaad niet over, maar ik heb het even laten vragen – het geld geoormerkt dat daar in de wet staat, omdat dit in een behoefte voorziet van beleggers naar meer sociale en groene obligaties. Overigens zijn de waterschappen aandeelhouder van de Waterschapsbank en legt de directie verantwoording af aan de waterschappen. We hebben daar als Rijk weinig mee van doen.

Hoe zit het met de uitvoering van de motie-Smaling ten aanzien van veenweiden en slappe bodem? Dit is naar aanleiding van het wetgevingsoverleg opgepakt in het kader van het uitvoeringsprogramma Strong. Kortom, er is sprake van werk in uitvoering.

De voorzitter:

Hartelijk dank. We hebben nog een halfuur. Ik wil voorstellen dat de fracties allemaal nog anderhalve minuut spreektijd hebben in tweede termijn. Dan heeft de Minister ongeveer even lang om te antwoorden en blijft er ook tijd over voor een individuele interruptie hier en daar.

Dan geef ik graag als eerste het woord aan mevrouw Van Eijs namens de D66-fractie. Zij heeft in totaal, met de heer Jetten samen, anderhalve minuut.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Voorzitter. Ik wil vraag een VAO aanvragen.

Wij zijn blij dat er snel duidelijkheid over Chemours komt. We kijken uit naar de berichtgeving die daarover komt van de Minister. De Minister gaf in de brief aan dat er een structurele aanpak komt. Zij sprak net over de revisievergunning die in de Omgevingswet komt. Hoe verhouden die twee zaken zich tot elkaar? Er komt een structurele aanpak en er komt een revisievergunning in de Omgevingswet. Ik neem aan die met elkaar zijn afgestemd. Wij kijken uit naar de evaluatie van de drinkwaterwetgeving voor drinkwaterbedrijven en de rol van de ACM daarin. De ChristenUnie had een goede vraag over informatie over de farmaceutische industrie. Hopelijk kan de Minister stappen zetten, ondanks dat de normen nu nog ontbreken in de wetgeving. Hopelijk kan het bestuursakkoord op een of andere manier een soort breekijzer zijn.

Wij zijn blij met de logische gevolgtrekking rondom de Nitraatrichtlijn dat de meest strenge regelgeving geldt.

Dan geef ik het woord aan mijn collega Jetten.

De voorzitter:

Die heeft nog tien seconden.

De heer Jetten (D66):

Dat is extreem kort.

Voorzitter. Ik kijk uit naar de brief over de Markermeerdijken. Onze fractie zal een en ander toetsen op veiligheid en draagvlak.

Tot slot heb ik nog één vraag. Ik kijk met interesse uit naar het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Zit Caribisch Nederland daar ook in of focust zich dat alleen op Europees Nederland?

De voorzitter:

Op welk punt vraagt u specifiek een VAO aan, mevrouw Van Eijs? Hebt u daarbij nog een specifiek aandachtspunt voor de Minister?

Mevrouw Van Eijs (D66):

Wij willen meer duidelijkheid scheppen over de Nitraatrichtlijn door middel van een Kameruitspraak.

De voorzitter:

Dank. Dan geef ik het woord aan de heer Geurts namens het CDA.

De heer Geurts (CDA):

Voorzitter. Ik dank de Minister van water en natuur voor haar beantwoording. Op 5 juli komen de uitkomsten van het bestuurlijk overleg over de Markermeerdijk. De Minister heeft aangegeven de Kamer daarover te informeren. Ik gaf in mijn betoog al aan dat de burgers met name in dat gebied de overheid niet begrijpen. Ik hoop dus dat het een heel duidelijke brief is, zodat er een uitleg komt over de afwegingen. In het gesprek met de Deltacommissaris was er een discussie over onafhankelijke wetenschappelijke toetsing van de uitkomsten van de rekenmodellen. Dat geldt ook voor die Markermeerdijk. Toen gaf de Deltacommissaris aan, even in mijn woorden: ik moet het doen met wat wordt aangeleverd. Mijn vraag aan de Minister is: behoort het tot de mogelijkheden om de sterkte van de Markermeerdijk bijvoorbeeld bij het Expertise Netwerk Waterveiligheid neer te leggen?

Ik had nog een vraag openstaan over het collectief zuiveren van afvalwater. Kan vooruitlopend op de aanpassing van de Waterschapswet al collectief gezuiverd worden? Ik heb dat niet helemaal goed meegekregen in de beantwoording van de Minister.

De heer Laçin (SP):

Voorzitter. Ik dank de Minister voor het beantwoorden van de vragen. Ik heb nog twee vragen. Op mijn vraag over de afdwingbare revisievergunning, antwoorde de Minister: dat kost tijd; RWS grijpt nu al in, dus dat is eigenlijk niet nodig. Dat stemt mij nog niet helemaal tevreden, want de provincie heeft ons meerdere malen gezegd dat het haar ontbreekt aan middelen om sneller en harder in te grijpen op het dossier-Chemours. Wat kan de Minister doen om de provincies meer middelen te geven zodat ze waar nodig sneller en harder kunnen ingrijpen?

Mijn tweede vraag gaat over de emissietoets. Ik heb dat boek van 71 pagina's nu niet bij mij. Anders had ik er nu ook mee gezwaaid. Voor zover ik weet, zit daar nu geen handleiding bij. De Minister zei net zelf dat die is uitgebreid en aangescherpt en dat die samen met de nieuwe richtlijnen voor opkomende stoffen naar de Kamer gestuurd zal worden. Wanneer gaat dat gebeuren?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik dank de Minister voor de beantwoording van de vele vragen. Een opmerking van haar is bij mij blijven hangen, namelijk dat er vanuit haar ministerie meer geld naar natuur gaat dan vanuit het Ministerie van EZ. Daar kunnen wij van alles van vinden, maar ik ga nog even terug naar het meekoppelen van natuuropgaven. Ik snap dat de Minister zegt dat waterveiligheid vooropstaat, maar wij hebben het ook over waterkwaliteit gehad. Ik zie de financiële knelpunten, maar ik zie ook dat er nu kansen blijven liggen en dat het geen automatisme is dat budgetten ontschot worden waar ze er wel zijn op de punten waar vanuit de integrale opgave wordt gekeken. Dat hoor ik ook terug vanuit de provincies. Hoe kun je inbouwen dat we geen kansen missen?

Ik heb nog een vraag over medicijnresten in afvalwater. Het is goed dat er gesprekken zijn, ook met de farmaceutische industrie, maar kunnen wij daar nog een keer een brief over krijgen? Daarover zijn immers moties door de Kamer aangenomen, met name over het openbaar maken van milieu en gebruiksgegevens. Die hebben wij echt nodig om stappen te kunnen zetten in de zuivering. Ik wil heel graag weten hoe die gesprekken verlopen, wie er aan tafel zit en wat de resultaten zijn.

Over bodemdaling en slappe bodems heeft de Minister een aantal dingen gezegd, maar hebben die ook een plek in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie? Het zou goed zijn als daar ook aandacht voor is.

De heer Van Aalst (PVV):

Voorzitter. Ik heb nog twee dingen. Het eerste is de precarioheffingen. Hier is de uitspraak gedaan over een verbod, in die zin dat wij daarmee gestopt zijn. Er is een overgangstermijn van vijf jaar. Dat verbaast ons, vooral omdat wij zien dat de helft van de gemeentes inmiddels al gestopt is met de precarioheffingen. Om een gelijk speelveld te creëren lijkt het mij logisch dat de Minister in ieder geval wat druk gaat uitoefenen op die gemeentes door te zeggen: jongens, aangezien de helft het al niet meer heeft, stop er nou gewoon mee. Een termijn van vijf jaar is veel te lang.

Mijn tweede punt komt voort uit een stukje uitlokking van de Minister toen zij het had over de ontwikkelingshulp die door de drinkwaterbedrijven gecreëerd wordt. Het grote verschil is natuurlijk dat dit overheidsbedrijven zijn waarbij de mensen geen keuze hebben. Op dat vlak is er geen concurrentie of particulier initiatief. Wij vinden het heel belangrijk dat iedereen die drinkwater afneemt zelf kan bepalen of hij aan ontwikkelingshulp wil doen en dat hij dat niet hoeft over te laten aan het drinkwaterbedrijf.

Het volgende is wel mooi. Ik hoor heel veel collega's vragen om extra budget voor de waterkwaliteit. De Minister heeft in beeld om welk budget het gaat bij die 1%-regeling. Misschien zit er wat ruimte in dat budget om de drinkwaterbedrijven eraan te helpen herinneren dat hun kerntaak is om drinkwater te leveren en niet om zich bezig te houden met ontwikkelingshulp.

De voorzitter:

Hartelijk dank. En wij waren allemaal vol bewondering voor uw incasseringsvermogen bij die uitlokking. Dank voor uw bijdrage aan het ordentelijke verloop van vergadering. Wij gaan naar de heer Grashoff.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Voorzitter. Ik heb heel kort een paar punten. Ik begin met Chemours. De Minister laat ergens een opening open in die zin dat directe lozing ook vergund zou kunnen worden. Dat zou een heel wonderlijke uitkomst zijn van een handhavingstraject. Kan de Minister aangeven dat dat een theoretische optie is en dat het niet voor de hand ligt dat een dergelijke kwestie vergund wordt?

Dan kom ik op het meekoppelen van natuur in het deltaprogramma als vervolg op Ruimte voor de Rivier. Wat ons betreft is de ambitie te laag. Meekoppelen zou echt het doel moeten zijn. Ik zal daar in het al aangekondigde VAO een uitspraak van de Kamer over vragen.

Ik vind het jammer dat de Minister blijkbaar geen mogelijkheid ziet om de 77,7 miljoen die over is daadwerkelijk voor een concreet positief project te bestemmen. Waarom zou dat niet kunnen en waarom zou de Minister dat niet willen? Misschien kan zij daar nog kort op ingaan. Mogelijk vraag ik daar ook een uitspraak van de Kamer over.

Met het antwoord op de vragen over waterkwaliteit ben ik echt ontevreden. Het heeft een hoog gehalte «pappen en nathouden». Deze discussie is by far niet afgesloten. Die gaat door in de commissie EZ. Wij moeten daar echt stug op verder.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Daar sluit ik me bij aan.

Ik heb nog een vraag over de Noordzeestrategie 2030. Het is op zich prachtig dat de Minister zegt dat de activiteiten die daar plaatsvinden, moeten plaatsvinden binnen de draagkracht van het ecosysteem. Ik ga ervan uit dat zij vindt dat dan dat ook moet gebeuren. Maar hoe bepaalt zij die draagkracht en wat is er nodig om die te waarborgen? Het antwoord blijft te veel hangen in: ja, dat gaan wij doen. Er is geen enkele manier waarop de Kamer kan controleren wat de maatstaf is en wat er nodig is om ervoor te zorgen dat wij daarbinnen blijven. Kan de Minister de onderbouwing daarvan en de keuze die zij heeft gemaakt om de draagkracht te bepalen naar de Kamer sturen?

De Minister is niet ingegaan op de uitdaging om vooruit te blikken en te zeggen: wat echt goed zou zijn voor de waterkwaliteit zijn een inkrimping van de veestapel en een vermindering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Dat was een schot voor open doel. Maar nu ze dat niet gedaan heeft, heb ik er toch nog een vraag over. Over mest heeft de heer Grashoff van alles gezegd. Dan zeg ik maar wat over de bestrijdingsmiddelen. Het kabinet heeft de Kamer beloofd dat er een evaluatie komt van de beperking van het gebruik van glyfosaat door particulieren eind 2016. Die hebben wij nog niet gezien. Het kabinet heeft wel gezegd: wij zetten een wijziging van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden in gang voor het geval wij daar gebruik van willen maken. Kunnen die twee voortgangsstukken naar de Kamer komen? Volgende week spreken wij de Staatssecretaris van I en M, die dit onder haar hoede heeft. Het zou fijn zijn als de Kamer die stukken dan heeft om dat verantwoordingsdebat met de Staatssecretaris van I en M goed te kunnen voeren.

Mevrouw Visser (VVD):

Voorzitter. Ik heb al gehoord dat we diverse moties over waterkwaliteit krijgen. Ik ben daar zeer benieuwd naar. Ik ben vooral zeer benieuwd wat de Minister nog gaat doen in het kader van de moties die de Kamer al aangenomen heeft. Dan gaat het over vragen als: wat zijn de bronnen en de oorzaken? In dat kader wijs ik iedereen op een recent onderzoek van Deltares over fosfaat, de manier waarop dat in het water terechtkomt en de rol die de landbouw daar juist niet in heeft. Wellicht is dat een goede leestip voor mijn collega's die zo kritisch zijn over de veestapel, om maar een voorbeeld te noemen.

Ik denk dat het goed is dat de Minister de communicatie over de Markermeerdijken snel in gang zet. Bewoners hebben te lang gedacht dat het een bepaalde kant op ging, maar nu moet blijkbaar met stoom en kokend water een besluit worden genomen. Dat kan men niet helemaal plaatsen. Men krijgt niet voldoende grip op de vraag waarom het plan van het gemaal in de Houtribdijk niet voldoet. Er wordt verwezen naar een aantal punten en aantal studies. Dat zijn terechte vragen. De vraag is vooral om daar serieus naar te kijken en daar goede kostenvergelijkingen van te maken.

Er is al een aantal vragen over Chemours gesteld. Die zal ik niet herhalen. En op de Nederlandse Waterschapsbank kom ik wel terug bij de Minister van Financiën, want dat is nog wel een discussie waard.

De voorzitter:

Daarmee zijn we aan het einde van de inbreng in tweede termijn van de Kamer gekomen. Ik kan mij voorstellen dat de Minister een korte schorsing wil.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Nee, ik kan meteen antwoorden. Ik begin gewoon uit mijn hoofd en als het niet lukt, dan kijk ik hulpeloos naar mijn ondersteuners.

De voorzitter:

Ik wil voorstellen om één interruptie per partij te doen. Mocht er nog heel veel tijd over zijn, dan kunnen wij altijd nog wat uitbreiden. Ik geef het woord aan de Minister.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Voorzitter. D66 heeft gevraagd wat het verschil is tussen een revisievergunning en een structurele aanpak. Die structurele aanpak voor nieuwe stoffen is er al. Die heb ik vorig jaar gestuurd. Die zal ik weer meesturen als wij aangeven wat het vervolg met Chemours is, evenals de handleiding, die ik de SP had beloofd.

D66 heeft gezegd blij te zijn met de discussie over de Markermeerdijken in die zin dat er wat meer ruimte komt en dat de alternatieven wat beter in beeld komen. Dat geldt overigens ook voor anderen; mevrouw Visser kwam als laatste daarmee. Wij kijken serieus naar de alternatieven en hebben geen haast. Als blijkt dat er iets meer tijd nodig is om het goed te doen, dan moeten wij die nemen. Uiteindelijk moet er een keuze gemaakt worden, maar dan moeten we ook kunnen laten zien dat wat is afgevallen, ook werkelijk ongunstig is.

D66 vroeg nog of het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie voor Europees Nederland was of ook voor Caribisch Nederland. Dat is voor Europees Nederland gemaakt. Het zou kunnen dat we dat in de toekomst ook voor andere gebieden gaan doen, maar daar is nu niet voor gekozen, net als de rest van het deltaplan ook voor Europees Nederland gemaakt is. Ik zou in ieder geval terughoudend willen zijn in het opleggen van allerlei normen die wij onszelf willen opleggen. Die kunnen soms heel erg heftig en zwaar zijn als je ze elders gaat opleggen.

Het CDA zei: bij de Markermeerdijken is men ook ontevreden over «de overheid». Dan ben ik altijd nieuwsgierig wie «de overheid» is, want er zijn heel veel partijen aan bod geweest. De provincies en gemeenten die zich verzetten zijn ook «de overheid». Je hebt het waterschap dat het plan heeft ingediend. Dat is ook «de overheid», al wordt het niet altijd als overheid gezien. Maar ik denk dat de boodschap die hierachter zit, is dat er helderheid moet zijn voor de mensen: kan wat wij hebben ingebracht ook werkelijk als alternatief gelden? Die helderheid moet je goed kunnen onderbouwen.

De heer Geurts vroeg of ENW er nog naar kan kijken. Dat is al gebeurd.

De heer Geurts (CDA):

Ik heb even de website bekeken maar daar zag ik geen uitspraken vanuit het netwerk. Misschien kan de Minister, als zij de Kamer toch informeert, de vraag in welke mate het Expertise Netwerk Waterveiligheid hiernaar gekeken heeft ook even meenemen.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Dat is goed. Als ik de Kamer informeer over de resultaten, zal ik ook even aangeven welke betrokkenheid ENW en andere deskundige partijen hebben gehad.

Kun je vooruitlopen op collectieve zuivering? Die vraag heb ik inderdaad beantwoord, maar de heer Geurts was toen net aan het wisselen in zijn voorzittersrol, dus ik kan mij voorstellen dat het antwoord hem net even ontschoot. Het duurt even voordat het echt geïmplementeerd is, maar daarop vooruitlopend, kan men alvast aan de slag.

De SP-fractie vroeg hoe het zat met de revisievergunning. De woordvoerder zei: dat neemt even tijd in beslag. Hij vroeg: is het niet de moeite waard, aangezien u het wel nodig hebt? De Staatssecretaris en ik hebben in het AO aangegeven dat dat uiteindelijk in de Omgevingswet geregeld wordt. Het is dus een beetje zonde om dat instrument nu in het leven te roepen, terwijl het straks gewoon daarin staat. Dat zit dus al in de conceptvariant, die klaar is.

Heeft de provincie meer middelen nodig om in te grijpen, was ook de vraag. Ik heb nooit begrepen van de provincies dat ze daar een probleem mee hebben. Ik zit met regelmaat met ze om de tafel in de Stuurgroep Water. Als ze nog specifieke instrumenten of ondersteuning nodig hebben, dan hoor ik dat van ze. Dit zullen zij nu ook horen. Daar zullen ze dus vanzelf mee komen.

Dan kom ik op de handleiding. Zoals ik het heb begrepen hebben wij een handleiding gemaakt. Die zal ik meesturen met de rest van de gegevens.

De structurele aanpak voor opkomende stoffen is er nog niet. Die komt voor het reces. Wel is er de Delta-aanpak Waterkwaliteit, waarin doelen zijn gesteld voor waterkwaliteit. De revisievergunning is in lijn met de structurele aanpak maar geen onderdeel daarvan omdat die al in de Omgevingswet wordt opgenomen. Wij zijn het dus helemaal eens met wat de SP-fractie inhoudelijk voorstelt, maar wij geven het op een andere plek vorm.

De heer Laçin (SP):

De vraag was concreet wanneer we die krijgen. Ik hoor de Minister zeggen dat de nieuwe richtlijn voor opkomende stoffen voor het reces komt. Mag ik er dan van uitgaan dat de handleiding voor het reces wordt meegestuurd?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik zat even te overleggen, want ik weet niet of we dan ook al alles weten over Chemours. Misschien kunnen wij de stukken over opkomende stoffen en de handleiding eerst sturen. Als Chemours klaar is, kunnen we dat meteen erbij voegen. Het is immers het handigst als de Kamer het allemaal integraal ziet. Anders kunnen wij dat later sturen. De Kamer kan ook zeggen: stuur dan alles wat later, want dan hebben wij het integraal. Maar dat is aan de Kamer.

De voorzitter:

Ik kijk even of de heer Laçin daarop terug wil komen.

De heer Laçin (SP):

Ik wil het liefst snel krijgen wat wij hebben en de informatie over Chemours ook zo snel mogelijk, natuurlijk.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Prima. Dat kan geleverd worden.

De ChristenUnie vraagt: blijft u zorgen voor meekoppelen en ontschotten, ondanks het feit dat er niet altijd automatisch budget is? Ja, dat doen we. Soms vertragen wij een project, bijvoorbeeld bij de IJsseldelta, omdat zij een paar ideeën hebben over ruimtelijke inrichting die wat later komen of budgetten die wat later vrijkomen. Ik probeer er bij ontschotting rekening mee te houden dat niet iedereen alles op hetzelfde moment beschikbaar heeft. Er zijn de afgelopen periode ook heel mooie projecten gerealiseerd. Ik ben vorige week even gaan kanoën in de Millingerwaard. Dat is een prachtig project. De Waterdunen is een mooi voorbeeld. De Hondsbossche en Pettemer zeewering zijn prachtig om te zien. Dat was een harde zeewering. Dat is nu prachtig stuifstrand, waar met de hand zes miljoen helmplantjes zijn aangeplant. Ga maar zo door. Ik ben altijd heel erg trots op al die projecten.

De ChristenUnie-fractie vroeg of er iets zat in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Mijn vraag was of bodemdaling en slappe bodems een onderdeel daarvan is.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Dat komt met Prinsjesdag, dus ik mag er niet te veel over zeggen. Ik laat mevrouw Dik dus nog even in spanning.

Zij vroeg verder naar de medicijnen en het overleg met de farmaceutische industrie. Er loopt een project met het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen om te bezien welke gegevens hoe ontsloten kunnen worden naar aanleiding van de moties van de Kamer.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik heb van de Minister begrepen dat er verschillende overleggen lopen met de farmaceutische industrie, zelfs meer dan dat. Ik zou het heel fijn vinden als daar op enig moment een brief over komt naar de Kamer zodat wij daar misschien eind dit jaar een keer verder over kunnen spreken.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik kijk even naar mijn ondersteuning, omdat dat behoort tot de portefeuille van de Staatssecretaris. Ik wil nooit dingen beloven die haar vervolgens in de problemen brengen ook al zit zij er dan waarschijnlijk niet meer. Maar eind van het jaar moet lukken. Dan is er misschien ook net weer een verzamelbrief voor het AO, waarin je een aantal onderwerpen gezamenlijk kunt pakken.

De PVV vroeg of de precarioheffing niet eerder kan ophouden, aangezien heel veel gemeentes die niet meer heffen. Er is een wettelijke overgangstermijn vastgelegd. Die staat gewoon in de wet. Als gemeenten die nog willen heffen, kan ik daar niets aan doen.

De heer Van Aalst vroeg zich af of de 1% die drinkwaterbedrijven nu besteden aan projecten in andere landen, ingezet kan worden voor de verbetering van de waterkwaliteit. Drinkwater en waterkwaliteit klinkt heel erg hetzelfde maar dat zijn echt heel verschillende dossiers. Waterkwaliteit gaat over ons oppervlaktewater en ons grondwater, waar je uiteindelijk wel weer je drinkwater uit haalt, maar dat zijn echt aparte trajecten. Wij hebben zo'n beetje het schoonste drinkwater van de wereld, ondanks het feit dat wij onder NAP liggen. Dat hebben wij ook nog eens zonder daar allerlei stoffen aan toe te voegen die je in andere landen altijd proeft zodra je daar een glaasje water drinkt. Dus dat is op zich niet nodig.

Wat de inzet elders betreft: al die drinkwaterbedrijven hebben ook weer aandeelhouders, die weer vertegenwoordigers zijn van burgers of gemeenten. Die zullen in de gaten houden waar de budgetten naartoe gaan. Voor mijzelf geldt het volgende. Hoe je ook denkt over wie klimaatverandering veroorzaakt heeft of niet – of dat nou een natuurlijk proces of een door de mens veroorzaakt proces is, is even niet zo relevant – je ziet dat er heel veel meer hevige regenbuien zijn en er heel veel meer droogte is. Als je stabiliteit wilt realiseren in de wereld, dan is het echt nodig om in die landen zelf te investeren, zodat de mensen daar kunnen blijven leven op een welvarende manier. Dat is voor mij een heel belangrijk onderwerp. Ik doe daar vanuit I en M graag aan mee. Ik vind het ook een goede zaak dat de drinkwaterbedrijven dat ook doen.

De heer Van Aalst (PVV):

Ik vind het mooi dat de Minister dat zegt. Ik vind het ook heel goed dat zij daarvoor kiest, prima. Maar vindt zij ook niet dat de Nederlander die betaalt voor zijn water, invloed moet hebben op de vraag of hij zijn geld aan ontwikkelingshulp wil besteden en dat het niet aan het drinkwaterbedrijf is om dat voor hem te beslissen?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Drinkwaterbedrijven staan vaak onder leiding van gemeenten en provincies, die weer toezien op hun investeringen en die de burgers vertegenwoordigen. Het is een indirecte relatie. Zo indirect is het ook met de blauwe envelop, die bij de mensen op de deurmat valt. Met dat geld doen wij van alles. Aan de ene kant zorgen wij ervoor dat wij 130 kunnen rijden door te investeren. Aan de andere kant stoppen wij geld in het schoner maken van onze natuur. Het is altijd een combinatie van. Dat is nou eenmaal het sociaal contract dat wij met elkaar hebben afgesloten om het een beetje leefbaar te houden.

GroenLinks vroeg hoe zit het met de lozingsvergunning van Chemours. Formeel moet je die beoordelen. Bij nieuwe opkomende stoffen moet je beoordelen of je haar alsnog wilt vergunnen. Je onderzoekt welke waarde veilig is en dan zou theoretisch een lozing vergund kunnen worden tot die waarde. Bij pyrazool is dat ook gebeurd. Uiteindelijk is dat een stof geworden waarvan de lozing vergund kon worden. GenX is weer een heel ander soort stof met andere effecten dan pyrazool. Daar moet je eerst goed naar kijken. Daar zullen wij onderzoek naar doen. Het zal in ieder geval niet met terugwerkende kracht zijn. Dus vooralsnog is het een theoretische optie.

De heer Grashoff vroeg of die 77,7 miljoen niet alvast kan worden ingezet. Dat kan alleen binnen wettelijke kaders. Dat is dus alleen voor waterveiligheid. Zo zit dat in het Deltafonds. Andere projecten kan ik daar niet van gaan doen. Verder zei hij dat hij het niet eens was met mijn ideeën over de staat van de kwaliteit van het water en dat wij elkaar over dat onderwerp nog zouden treffen. Wie er ook komt, mevrouw Van Tongeren of de heer Grashoff, GroenLinks is van harte welkom om daar de komende jaren nog de degens over te kruisen.

De heer Grashoff (GroenLinks):

Dat laatste is prima. Die knokpartij gaan we wel aan. Over die 77,7 miljoen zegt de Minister: ik kan die niet besteden buiten waterveiligheid, maar de essentie is dat er nog heel veel gecombineerde projecten mogelijk zijn en dat er al concrete suggesties zijn gedaan voor projecten die wel degelijk mogelijk zijn in het kader van waterveiligheid, met een meekoppeldoel voor natuurontwikkeling. Volgens mij past dat dus binnen het doel. Is de Minister dat met mij eens?

De voorzitter:

Voordat ik de Minister het woord geef, wil ik zeggen dat wij nog vijf minuten hebben. De mensen die na ons in deze zaal moeten zijn, staan al buiten te wachten. Dus wij gaan het kort en goed afronden.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Je maakt iedere keer een nieuw programma, dus je pakt niet één budget maar je kijkt naar het totale programma. Ik denk dat het netter is om dat in zijn totaliteit aan mijn opvolger over te laten. Het zou niet heel bezwaarlijk zijn om nu even alleen dit stukje te pakken, maar je wilt ook een afweging maken over Nederland. Dat zal in ieder geval altijd moeten zijn binnen de scope van het Deltafonds: waterveiligheid, waterkwaliteit, zoetwater en wateroverlast. Dat is niet voor meekoppelkansen. Er zit een budget voor meekoppelen van 200 miljoen in het Deltafonds. Dat hebben wij al toegezegd. Daar wordt ook gebruik van gemaakt. Een voorbeeld daarvan is wat de provincie Gelderland doet bij Varik-Heesselt. Meer kan ik er nu niet over zeggen.

Mevrouw Ouwehand vroeg: hoe weet ik nou dat ik straks kan toezien op de mariene strategie? Wat daaronder wordt verstaan, zal worden beschreven en gedefinieerd. Ik heb verschillende punten genoemd. Die ga ik nu niet meer allemaal herhalen. Die worden vervolgens ook gemonitord. Dus het is niet alleen een algemene opmerking over ecologische draagkracht. Er wordt ook beschreven wat dat is en waar je dan op moet monitoren.

Mevrouw Ouwehand vond het jammer dat ik niet het hele landbouwbeleid had doorgenomen. Dat had ik graag gewild, maar de voorzitter zegt mij dat ik nu echt even op de klok moet letten. Als ik zou mogen zeggen waar ik het inzet, dan zou ik liever de rest van de wereld gaan vergroenen en beschermen tegen overstromingen enzovoorts om op die manier wat van de klimaatproblematiek op te lossen.

Informatie over de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en de wijzigingen ten aanzien van glyfosaat, kan naar de Kamer gestuurd worden. Het terugdringen van het gebruik van glyfosaat door particulieren zit in de green deal. Die wordt in 2018 geëvalueerd. Daarna bekijk ik of er nog een verbod nodig is. Maar ik geloof dat daar binnenkort nog een AO over is met de Staatssecretaris; daar verwees mevrouw Ouwehand naar. Ik weet niet of daar nog brieven voor uitgaan. Anders schrijven wij dat nog een keer op. Dan hoort mevrouw Ouwehand dat dus nu.

De voorzitter:

Mevrouw Ouwehand, heel kort, want ik weet dat dit onderwerp ook elders uitgebreid besproken wordt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Het gaat alleen even over de informatie. In eerdere brieven is gezegd dat de genomen maatregelen sowieso eind 2016 geëvalueerd zouden worden. Daar zijn nog brieven achteraan gekomen en er zijn inderdaad green deals gesloten, maar die evaluatie was beloofd voor eind 2016. Ik ga ervan uit dat die gewoon is uitgevoerd. Kan die voor het Verantwoordingsdebat I en M naar de Kamer komen? Dan kunnen wij daar constructiever over debatteren.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Dat moeten we even nagaan. Dat weet ik niet. De vraag ligt er in ieder geval. Wij beantwoorden hem dan met «dat hebben wij niet» of «dat hebben wij wel».

De VVD zei: je moet wel letten op alle moties die al zijn aangenomen. Natuurlijk. Dat is een terecht punt. In een debat dat je hebt met het ene Kamerlid over de ene kant, vergeet je weleens dat er ook nog een andere kant is. Althans, dat vergeten wij niet, maar wij weten dat er verschillende elementen in zitten, waar wij rekening mee houden.

De VVD maakte nog een opmerking over de Markermeerdijk. Daar heb ik al over gesproken.

De heer Geurts had het over het collectief zuiveren, al dacht ik dat ik die vraag al had beantwoord. Ja, dat kan nu al. Voor het lozen op het riool heb je geen wijziging van de Waterschapswet nodig. Voor zuivering na lozing op riool is aanpassing van de wet wel nodig. Eind dit jaar is duidelijk of van deze mogelijkheid gebruikgemaakt gaat worden door de telers en dan heb je het wetswijzigingstraject. Dat was een precisering van wat ik eerder zei.

De voorzitter:

Mevrouw Visser heeft nog heel kort een vraag. Wij zitten in de laatste minuut en dan ga ik ook nog de toezeggingen voorlezen.

Mevrouw Visser (VVD):

Misschien heb ik het antwoord gemist, maar ik had in eerste termijn een vraag over de governance van het deltaprogramma. De evaluatie ligt er. Er zijn oproepen om te bekijken of het wat efficiënter kan. De vraag is of de Deltacommissaris, samen met de gemeenten, IPO – noem de hele reutemeteut maar op – om de tafel kan gaan zitten om dat iets efficiënter in te richten.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Die vraag heb ik inderdaad niet beantwoord. Ik weet dat er recent heel veel gesproken is over het efficiënter organiseren van de uitwerking van de ruimtelijke adaptatie. Omdat provincies, gemeenten en waterschappen allemaal een rol spelen, heeft iedereen in elke regio een eigen beeld van de manier waarop je dat zou moeten organiseren. Daarom hebben wij gezegd: jongens, het moet een beetje meer gestructureerd, want als je dat niet doet, zijn de resultaten uiteindelijk onvergelijkbaar. Daar wordt dus aan gewerkt. Voor waterveiligheid werkt dit goed. Voor zoet water is dit nog een beetje in de proeffase. Over ruimtelijke adaptatie zijn nu afspraken gemaakt, maar het is echt een ongoing proces om steeds die effectiviteit en die efficiency te verbeteren, totdat het zover komt dat je ook kunt zeggen: moet het nog in deze vorm of is het dermate staand beleid geworden dat je het niet meer apart hoeft te organiseren? Voorlopig is dat nog wel even het geval.

De voorzitter:

We komen daarmee aan het einde van dit algemeen overleg. Ik dank de Minister heel hartelijk voor de beantwoording en de woordvoerders voor alle vragen. Er zijn acht toezeggingen gedaan. Ik lees die nog snel voor.

  • De Minister zal de Kamer na het bestuurlijk overleg over de Markermeerdijk op 5 juli aanstaande informeren over de uitkomst hiervan, inclusief de betrokkenheid van onder meer ENW. Zij heeft ook toegezegd dat zij de regio zal informeren.

  • De Minister zal de Kamer informeren over Durgerdam.

  • De Minister zal de Kamer informeren als er meer duidelijkheid is inzake Chemours; hierbij zullen ook de procedure voor de vergunningverlening bij lozingen en de procedure bij overtredingen uiteen worden gezet.

  • Na afstemming met de stakeholders zal de Kamer zo snel mogelijk worden geïnformeerd over de aanpak ten aanzien van lozingen in het kader van de aangepaste ABM (Algemene Beoordelingsmethodiek) en de emissietoets. De handleiding zal worden meegestuurd, inclusief de Richtlijn inzake opkomende stoffen.

  • De Kamer zal na de zomer worden geïnformeerd over de uitwerking van alle stappen in het dossier van legionellapreventie.

  • De Kamer zal in de zomer worden geïnformeerd over de evaluatie van de drinkwaterregelgeving.

  • De Kamer zal worden geïnformeerd over de gesprekken met de farmaceutische industrie over medicijnresten in drinkwater.

  • De Minister zal de Kamer laten weten of de evaluatie over de beperking van glyfosaat is afgerond.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus:

Ik mis geen toezegging, maar de eerste toezegging die u noemde, was dat ik de Kamer informeer over de uitkomsten van het gesprek. U zei «op 5 juli», maar dan is het gesprek. Dat zal dus natuurlijk daarna gebeuren, afhankelijk van hoe snel we eruit zijn. Ik probeer om daar zo snel mogelijk in de zomer mee te komen.

De voorzitter:

Inderdaad. Zo is het afgesproken: het overleg is op 5 juli en daarna zal de Minister de Kamer informeren. Er is een VAO aangevraagd door het lid Van Eijs. Dat zal worden doorgegeven aan de griffie en dan wordt het VAO ingepland. Ik dank u allen hartelijk.

Sluiting 17.03 uur.