Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201733450 nr. 52

33 450 Mariene Strategie voor het Nederlandse deel van de Noordzee

Nr. 52 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 december 2016

Tijdens het Algemeen Overleg Water op 16 juni jongsleden (Kamerstuk 27 625, nr. 374) zegde ik toe om uw Kamer dit najaar te informeren over de verdere planning voor de totstandkoming van een lange termijnstrategie voor de Noordzee. Met deze brief geef ik invulling aan deze toezegging, mede namens de Minister en Staatssecretaris van Economische Zaken.

Aanleiding

Zoals aangegeven tijdens het Algemeen Overleg richt de lange termijnstrategie zich op de opgaven na 2021–2023. De maatschappelijke opgaven in de periode daarna zijn groot. Deze vergen regie en intensieve samenwerking tussen de departementen, maar vooral ook met de samenleving zelf. Met de doorvertaling van het mondiale klimaatakkoord op de duurzame energieopgave, is het gebruik van de ruimte en kansen op de Noordzee van groot belang voor de energietransitie. De reeds aangewezen (wind)energiegebieden op zee zullen naar verwachting allen benut gaan worden voor de opgave tot 2030. De Energieagenda1 spreekt over een opgave van circa 1 Gigawatt (GW) per jaar tot 2030. De ambitie is om in 2017 een routekaart uit te brengen die tijdzekerheid biedt om de bouw van windturbineparken na 2023 niet stil te laten vallen. Werk aan een beter inzicht in de cumulerende effecten van de energietransitie op het ecosysteem is hierbij van groot belang, zoals aangegeven door de Commissie voor de m.e.r. Tegelijkertijd zullen onze havens bereikbaar moeten blijven voor de ontwikkeling en toename van de scheepvaart. De visserijsector wil een gezond toekomstperspectief houden op de almaar drukker wordende Noordzee. Daarnaast zullen we rekening moeten houden met ontwikkelingen, opgaven en wensen in de kustzone en op het land, en met het cultureel erfgoed onder water. Vanzelfsprekend dient het gebruik duurzaam te zijn binnen de draagkracht van het ecosysteem. Daarbij hebben de Staatssecretaris van EZ en ik in de brief2 voorafgaande aan het AO Water van 16 juni 2016 aangegeven te willen verkennen of een lange termijnstrategie meer ruimte voor natuur kan opleveren.

Nu starten

Het is noodzakelijk om snel de eerste concrete stappen in deze lange termijnstrategie te zetten. De in 2017 op te stellen routekaart Wind op Zee 2023–2030 geeft een heel directe aanleiding om af te stemmen met het ruimtelijk-economisch perspectief voor andere gebruikers en het ecosysteem van de Noordzee. Niet alleen vanwege het bieden van investeringszekerheid aan alle gebruikers en de kansen die de zee ons biedt te verzilveren, maar ook omdat volgens de Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM) in de eerste helft van 2018 de kaders voor de draagkracht, herstel en duurzaam gebruik van het mariene ecosysteem moeten worden herzien. Tijdens het AO Water op 16 juni 2016 heb ik ook de samenhang met de totstandkoming van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) gelegd. Deel 1 van de NOVI met de opgaven tot 2030 staat gepland in de eerste helft van 2017.

Kaders voor een lange termijn strategie

Het proces naar een lange termijnstrategie voor de Noordzee begint niet vanaf nul. De Noordzee 2050 Gebiedsagenda 3 die ik op 28 juli 2014 naar de Tweede Kamer stuurde, biedt het wenkende lange termijnperspectief langs de vijf thema’s «bouwen met Noordzeenatuur voor voedsel en natuur», «transitie naar duurzame energie», «meervoudig gebruik van de ruimte op zee», «verbinden van land en zee» en «scheepvaart en bereikbaarheid». Deze thema’s en daaraan verbonden opgaven voor het Rijk zijn opgenomen in de Beleidsnota Noordzee 2016–2021 (bijlage bij Kamerstukken 31 710 en 27 625, nr. 45). De uitvoering van het huidige geïntegreerde Noordzeebeleid leidt in deze planperiode tot een aantal basisrandvoorwaarden om de duurzame ontwikkeling van de zee in goede banen te leiden.

Door bedrijven, kennisinstellingen en overheden zijn de afgelopen jaren op de Noordzee en in de kustgebieden al diverse waardevolle samenwerkingsverbanden, initiatieven en pilots gestart om de duurzame ontwikkelkansen te pakken zoals die in de Noordzee 2050 Gebiedsagenda zijn geschetst: onder meer op het vlak van energie uit water, zeewierteelt en in het verduurzamen van de scheepvaart. Voortbouwen op al deze initiatieven beschouw ik als een wezenlijk onderdeel van de gezamenlijke strategie tussen de partijen op zee en de overheid.

Voor de jaren tot 2030 wordt het speelveld al deels ingekaderd door de genoemde Energieagenda 2023–2030 en diverse (andere) Europese kaders en internationale verdragsrechtelijke verplichtingen voor duurzaam gebruik en bescherming van het ecosysteem. Het Klimaatakkoord van Parijs (2015) geeft momentum en de onlangs vastgestelde duurzame ontwikkeldoelen van de Verenigde Naties bieden een duidelijk richtpunt voor 2030.

Een lange termijn strategie voor de Noordzee heeft dus als vertrekpunt de uitvoering van het huidige kabinetsbeleid, richt zich op de doorontwikkeling tot 2030, uitgaande van het wenkend perspectief van de 2050 agenda. Als werktitel hanteer ik daarom «de Noordzeestrategie 2030».

Participatief proces

Op 16 juni 2016 schetste ik tijdens het AO Water mijn wens voor een intensief participatief proces bij het maken van een lange termijn strategie voor de Noordzee. Ik heb daarmee een proces voor ogen tussen de betrokken departementen, tezamen met de gebruikers en belanghebbenden in de gouden vierhoek van bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, kenniswereld en andere overheden. Dit is geheel in de geest van de nieuwe Omgevingswet.

Op 15 november jongstleden vond de aftrap plaats van het proces naar een Noordzeestrategie 2030 met een high level Noordzeedialoog. Daarin is de participatieve werkwijze door de gebruikers en belanghebbenden rondom de Noordzee positief ontvangen. De partijen hebben hun strategische wensen (en waar al gereed hun agenda’s) voor 2030 met elkaar gedeeld en onderlinge spanningen en kansen benoemd. Daarbij hebben zij ideëen aangedragen voor investerings-, kennis- en samenwerkingsagenda’s om spanningen op te lossen en kansen te benutten. Er is bereidheid bij de aanwezige partijen tot samenwerking. Ook werd duidelijk dat de strategie de gehele beleidscyclus dient te omvatten: beleidsvorming richting 2030, maar ook een strategie voor beheer, handhaving, kennisvergaring, opdoen van ervaring met elkaar in concrete pilots en projecten, en het formuleren van een agenda voor internationale samenwerking en acties voor bevordering van exportkansen. De noodzaak om al in 2017 eerste concrete stappen te zetten, werd breed naar voren gebracht, onder meer door de gezamenlijke topsectoren, visserijvertegenwoordigers, regionale en lokale bestuurder en de natuurbeschermingsorganisaties.

Planning

Op basis van de uitkomsten van de Noordzeedialoog van 15 november jongstleden wil ik samen met mijn collega’s en de belanghebbenden rondom de Noordzee nog tijdens deze kabinetsperiode een eerste stap zetten naar «de Noordzeestrategie 2030». Dit voorjaar moet dat uitmonden in een Strategische Agenda Noordzee 2030, bevattende de strategische opgaven inclusief spanningen en kansen in de tijd gezet, met de daarbij behorende centrale keuzeopties voor (inter)nationale investerings-, kennis- en samenwerkingsagenda’s. Dit product zal daarbij de nationale beleidsruimte schetsen binnen de Europese en mondiale regelgevende kaders en opgaven die hun schaduw nu al vooruit werpen. Deze Strategische Agenda Noordzee 2030 wordt opgesteld in afstemming met NOVI deel 1, die ook in die periode gepland staat.

Het is dan aan het kabinet om de verdere stappen te zetten, te prioriteren en de vereiste politieke keuzes te maken voor de toekomst van de Noordzee. Keuzes zowel voor de toekomst van de Noordzee alsook over de wijze waarop de samenleving hierbij wordt betrokken.

Ik ben ervan overtuigd dat door op de geschetste wijze met alle betrokkenen aan de slag te gaan er in 2030 sprake is van een toekomstbestendig en duurzaam gebruik van de Noordzee.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus


X Noot
1

Kamerstuk 31 510, nr. 64

X Noot
2

Kamerstuk 33 450, nr. 49

X Noot
3

Kamerstuk 33 450, nr. 24