33 037 Mestbeleid

Nr. 214 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 mei 2017

Met mijn brief van 4 juli 2016 (Kamerstuk 33 037, nr. 179) heb ik uw Kamer, mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken, het rapport «Waterkwaliteit in Nederland; toestand (2012–2014) en trend (1992–2014)» aangeboden. Met deze rapportage is de Europese Commissie conform artikel 10 geïnformeerd over de wijze waarop Nederland de EU-Nitraatrichtlijn implementeert en wat de effecten hiervan zijn.

Naar aanleiding van deze rapportage stelde de Europese Commissie de vraag waarom de rapportage niet volledig was ten aanzien van het jaar 2015. Als reactie hierop is aangegeven dat, evenals bij vorige rapportages, monitoringresultaten over het jaar voorafgaand aan het jaar van rapportage niet tijdig beschikbaar zijn om in de rapportage (in dit geval op te leveren in juni 2016) mee te nemen.

Omdat de Europese Commissie vanwege de overschrijding van het fosfaatplafond (voorwaarde voor de huidige derogatie voor de Nitraatrichtlijn) veel belang hecht aan resultaten van het jaar 2015, is besloten om deze door middel van een addendum op de rapportage van juni 2016 te verstrekken. Op deze wijze borgt Nederland overeenkomstig eerdere rapportages, een kwalitatief gedegen analyse en duiding van verkregen monitoringresultaten, op basis waarvan het gesprek met de Europese Commissie en anderen gevoerd kan worden. De concentraties van stikstof en fosfaat in het grond- en oppervlaktewater in 2015 zijn overigens vergelijkbaar met die in de jaren 2012–2014.

Mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken bied ik u dit addendum aan1.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Naar boven