Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201727625 nr. 388

27 625 Waterbeleid

Nr. 388 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 juni 2017

Hierbij stuur ik u de rapportage De Staat van Ons Water over de voortgang in de uitvoering van het waterbeleid1. Gerapporteerd wordt over de uitvoering van het Nationaal Waterplan 2016–2021, het Bestuursakkoord Water 2011 en het uitvoeringsprogramma van de Beleidsnota Drinkwater. Ook wordt verslag gedaan over de voortgang van de uitvoering van de Europese richtlijnen over waterkwaliteit, overstromingsrisico’s en de mariene strategie.

De Staat van Ons Water

De Staat van Ons Water is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de partners van het Bestuursakkoord Water: het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, de Unie van Waterschappen, VNG, IPO en Vewin. Deze jaarlijkse rapportage wordt ook gepubliceerd op een website die mede door middel van infographics op een publieksvriendelijke manier informatie geeft over de belangrijkste thema’s uit het waterbeleid. Door het opnemen van verwijzingen naar andere websites zijn vindplaatsen van meer uitgebreide informatie makkelijk toegankelijk.

Als voorbeeld hiervan noem ik de jaarrapportage van Rijkswaterstaat over de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water. In die rapportage wordt beschreven dat er goede voortgang is in het realiseren van de doelstellingen en dat de uitvoering van de zogenoemde tweede, zesjarige tranche inmiddels is gestart. Bij de uitvoering hiervan wordt aandacht gegeven aan duurzaamheid en synergie met het ruimtelijk kwaliteitsbeleid. Door middel van de link https://rws.nexwork.nl kan de geïnteresseerde bezoeker doorklikken naar deze rapportage en hier meer over lezen.

De website www.staatvanonswater.nl sluit aan op het communicatieprogramma Ons Water waarmee de gezamenlijke partners van het Bestuursakkoord Water de Nederlanders meer waterbewust willen maken.

Tussenevaluatie Bestuursakkoord Water

In 2016 vond de tweede tussentijdse evaluatie van het Bestuursakkoord Water (BAW) uit 2011 plaats. Deze evaluatie laat zien dat op één na alle acties uit het BAW inmiddels zijn uitgevoerd of niet meer relevant zijn als gevolg van verdere beleidsontwikkeling. Alleen de actie over het bereiken van doelmatigheidwinst loopt nog door tot 2020.

Daarnaast komt uit de evaluatie naar voren dat de samenwerking tussen de waterpartners verder geïntensiveerd en verbeterd is. Het is voor de toekomst van belang om de goede samenwerking die door het akkoord tot stand gekomen is vast te houden en ook in te zetten voor nieuwe wateropgaven.

Monitoring doelmatigheidwinst

In onze laaggelegen delta zijn regelmatig nieuwe maatregelen noodzakelijk om de veiligheid, bewoonbaarheid en volksgezondheid te garanderen. In het BAW is in 2011 afgesproken om kostenstijgingen als gevolg van te nemen maatregelen in het watersysteem zoveel mogelijk te beperken, opdat er sprake is van een gematigde lastenontwikkeling.

Het beperken van de kostenstijging gebeurt door het vergroten van de doelmatigheid via intensieve samenwerking tussen en interne besparingen bij de waterbeheerders. Zij streven een doelmatigheidswinst na die tot 2020 geleidelijk oploopt naar minimaal 750 miljoen euro ten opzichte van 2010. Van het totaalbedrag komt 450 miljoen euro uit de waterketen (drinkwater, riolering en afvalwaterzuivering) en 300 miljoen euro uit het watersysteem (waterkeringen, oppervlaktewater, grondwater, waterbodems, oevers en kunstwerken).

Uit de monitoring van de financiële prestaties van de betreffende partijen, blijkt dat de voortgang van de doelmatigheidswinst voor ligt op het afgesproken pad. De kostenstijgingen worden beperkt door intensievere samenwerking, toegenomen efficiency en verbeterd «asset management». De doelstellingen worden tot op heden ruimschoots gerealiseerd. Hierdoor ontwikkelen ook de heffingen voor burgers en bedrijven zich gematigder, dan zonder het BAW het geval zou zijn. De prestaties lijden niet onder het versneld realiseren van de doelmatigheids-doelstelling. Integendeel, want op veel aspecten zijn de prestaties zelfs verbeterd.

Omdat de realisatie van de doelmatigheidsdoelstelling tot op heden ruimschoots wordt behaald, is de verwachting dat ook de beoogde totale doelmatigheids-doelstelling wordt gerealiseerd.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl