Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201727625 nr. 387

27 625 Waterbeleid

33 450 Mariene Strategie voor het Nederlandse deel van de Noordzee

Nr. 387 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 juni 2017

In aanloop naar het Algemeen Overleg Water van 21 juni 2017 informeer ik u hierbij, mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, over de invulling van een aantal toezeggingen die ik heb gedaan. Tevens geef ik u met deze brief de actuele stand van zaken ten aanzien van enkele relevante waterdossiers en de voortgang die is geboekt.

Delta-aanpak Waterkwaliteit en Zoetwater

Tijdens het Wetgevingsoverleg van 14 november 2016 heb ik toegezegd u te informeren over de stand van zaken rond de intentieverklaring Delta-aanpak (bijlage bij Kamerstuk 27 625, nr. 379).

Komende jaren wordt een impuls gegeven aan het realiseren van waterdoelen met concreet maatwerk via het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW). Een deel van de maatregelen in het DAW worden (mede-)gefinancierd via POP3-gelden (Plattelandsontwikkelingsprogramma; middelen uit het Europees landbouwbeleid) onder verantwoordelijkheid van de Staatssecretaris van Economische Zaken. In totaal is € 100 miljoen aan EU-middelen beschikbaar. Provincies zijn verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van subsidieregelingen. Waterschappen en provincies samen zorgen voor nationale cofinanciering bij de EU-middelen. Provincies hebben een versnelling aangebracht in het openstellen van regelingen om middelen te kunnen besteden. Naar verwacht zal eind 2017 € 65 miljoen in regelingen beschikbaar zijn gesteld. POP3-middelen en de bijbehorende nationale cofinanciering ondersteunen agrariërs bij investeringen en innovaties om te voldoen aan internationale doelen, met name op het gebied van de Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water. Middelen worden zoveel mogelijk gericht ingezet op projecten gericht op het verminderen van emissies van nutriënten. Ruim 200 waterprojecten zijn op dit moment in ontwikkeling en uitvoering.

Tijdens het Wetgevingsoverleg is veel aandacht gevraagd voor een goede aansluiting tussen nationaal en regionaal beleid. Hiertoe worden op dit moment regionale analyses en onderzoek naar de grote wateren uitgevoerd om zicht te krijgen op de aard en omvang van de resterende opgave voor waterkwaliteit. In combinatie met de landelijke analyse moet dit inzicht geven in de knelpunten en de meest effectieve maatregelen om de waterkwaliteitsdoelen te realiseren. Dit kan ertoe leiden dat waar nodig ook doelen worden geactualiseerd.

Op dit moment worden voorbereidingen getroffen voor de tussentijdse evaluatie van de Tweede nota duurzame gewasbescherming in 2018.

De intentieverklaring Delta-aanpak en de uitvoering van de afgesproken acties is de eerste stap op weg naar een nieuw Bestuursakkoord Water met daarin onder andere afspraken op het gebied van waterkwaliteit.

Ketenaanpak medicijnresten

De ketenaanpak Medicijnresten uit Water is onderdeel van bovengenoemde Delta-aanpak. Binnen de ketenaanpak zijn acties in gang gezet van de bron tot aan de zuivering. Partijen in de zorgsector zijn zeker bereid om actief mee te denken over oplossingen. Tegelijk is geconstateerd dat maatregelen in de zorgsector wel helpen, maar de problematiek niet volledig kunnen oplossen. Op zogenaamde «hot spots» blijven maatregelen aan het einde van de keten, in de zuivering, noodzakelijk. Informatie uit Duitsland en Zwitserland laat zien dat de kosten voor maatregelen bij de zuivering waarschijnlijk lager zullen uit komen dan eerder ingeschat – namelijk rond € 0,1 in plaats van € 0,5 per m3 afvalwater. Op dit moment wordt nader onderzocht hoe deze informatie te vertalen is naar de Nederlandse situatie. Ik span mij in om in de komende begroting geld te reserveren voor een eerste stap om meer ervaring op te doen met innovatieve methoden van waterzuivering, waarbij ik ervan uit ga dat andere ketenpartners hieraan zullen bijdragen.

Opkomende stoffen

Naar aanleiding van hoge pyrazoolconcentraties in de Maas en de mogelijke risico’s voor drinkwater in Limburg heb ik in augustus 2015 een tijdelijke richtwaarde pyrazool gecommuniceerd naar de regio. Deze waarde loopt per eind augustus dit jaar af. Ik heb de direct betrokkenen in een stakeholdersoverleg half mei j.l. toegezegd voor eind augustus met een definitieve waarde te komen.

Tevens is in goed en intensief overleg met alle betrokkenen in de waterketen gesproken over een structurele aanpak bij opkomende stoffen die mogelijk een gevaar voor water en drinkwater kunnen vormen. Doel hiervan is om tot een efficiëntere, snellere aanpak te komen en niet bij elke nieuw gemeten stof een lange periode van onzekerheid te hebben en een ingewikkeld proces te moeten doorlopen. De casus met pyrazool in Limburg en GenX in Dordrecht tonen het belang aan van zo’n meer structurele aanpak.

Hierover heb ik uw Kamer voorafgaand aan het Wetgevingsoverleg in november 2016 geïnformeerd. Tijdens het debat met uw Kamer over de lozing van stoffen door een chemisch bedrijf op 17 mei j.l. heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu toegezegd dat ik u in deze brief informeer over de stand van zaken rond de Structurele Aanpak. Op dit moment loopt nog het overleg met alle stakeholders, ik hecht eraan hen goed bij deze aanpak te betrekken. Ik verwacht voor het zomerreces de structurele aanpak opkomende stoffen te kunnen presenteren.

Noordzee 2030 strategie

Op 23 december 2016 heb ik uw Kamer mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken geïnformeerd over de voorbereiding voor een lange termijnstrategie voor de Noordzee tot 2030 (Kamerstuk 33 450, nr. 52). In de brief kondigde ik aan om als aanzet daartoe een Strategische Agenda uit te brengen. De stand van zaken is dat naar aanleiding van een tweetal dialoogsessies met de belanghebbenden het beeld naar voren komt dat de ruimtelijk economische en ecologische ontwikkeling van de Noordzee tot 2030 wordt bepaald door drie strategische opgaven die in samenhang dienen te worden opgepakt: energietransitie, robuuste natuur en toekomstbestendige voedselvoorziening. Daarnaast dienen ook de bereikbaarheid van onze zeehavens, veilige en vlotte scheepvaart, het hebben van oefengebieden voor defensie en onze kustverdediging (Deltaprogramma) te worden meegewogen. De belanghebbenden willen de dialoog over Noordzee 2030 rondom de uitwerking van de drie strategische opgaven voortzetten en gezamenlijk investeren in kennisprogramma’s en projecten om politieke besluitvorming en kaderstelling voor 2030 te ondersteunen en transities op gang te brengen. Dit is de kern van de Strategische Agenda die het kabinet samen met hen dit jaar wil opstellen.

Maeslantkering

Eerder is in de begroting 2016 aangegeven dat voor de Maeslantkering geen kwantitatieve faalkans kon worden afgegeven, omdat softwarematig niet kon worden aangetoond dat de besturingssoftware voldoende betrouwbaar was. Deze situatie zou blijven bestaan tot aan het stormseizoen in 2017–2018. Recent is echter gebleken dat de vervanging van het besturingssysteem vertraging oploopt, waardoor het verkrijgen van een aantoonbare kwantitatieve faalkans voor het stormseizoen 2017–2018 helaas niet meer haalbaar is. De verwachting is dat dit voor het stormseizoen 2018–2019 gerealiseerd kan worden. Door verschillende verbeter- en beheersmaatregelen is de veiligheid niet in het geding. Dit oordeel van Rijkswaterstaat als beheerder is ook ter beoordeling voorgelegd aan een onafhankelijke adviescommissie, bestaande uit deskundige professionals. Deze Adviescommissie Stormvloedkeringen West-Nederland Zuid heeft het vertrouwen uitgesproken dat voor het stormseizoen 2017–2018 tenminste eenzelfde betrouwbaarheid van de Maeslantkering wordt bereikt als waarvan sprake was in 2016–2017. Daarmee is de veiligheid geborgd.

Ruimtelijke Adaptatie

Tevens informeer ik u hierbij over de voortgang van de motie Geurts (Kamerstuk 34 550 J, nr. 21), die de regering verzoekt het actieplan Code Oranje, van Waterschap Peel en Maasvallei op het samenwerkingsniveau van landsdeel Zuid, als koploper-project voor te dragen in het kader van het Deltaprogramma Klimaatadaptatie. Ik heb tijdens het WGO in november 2016 aangegeven dat ik bereid ben de bestuurlijke partners in het Deltaprogramma voor te stellen om de Limburgse en ook de Brabantse plannen te omarmen. In april heb ik de «Uitnodiging Zuid-Nederland» ontvangen, en naar aanleiding daarvan heb ik de stuurgroep van het Deltaprogramma op 20 april en de stuurgroep van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie op 19 mei gevraagd het initiatief van Zuid- Nederland te betrekken bij het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. U ontvangt dit Deltaplan met Prinsjesdag, als onderdeel van het Deltaprogramma.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus