11 Beëdiging van de heer M.N. Bolkestein (VVD)

Aan de orde is de beëdiging van de heer M.N. Bolkestein (VVD).

De voorzitter:

Aan de orde is de beëdiging van de heer M.N. Bolkestein namens de VVD. Ik geef het woord aan mevrouw Leijten tot het uitbrengen van verslag namens de commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven.

Mevrouw Leijten, voorzitter der commissie:

Voorzitter. Er waren tijden in deze Kamer dat er grote debatten plaatsvonden tussen Marijnissen en Bolkestein.

De voorzitter:

Daar hadden we het net over!

Mevrouw Leijten, voorzitter der commissie:

We komen in de positie dat dat weer mogelijk zou kunnen zijn. Je weet maar nooit of de heer Bolkestein het schopt tot fractievoorzitter.

(Hilariteit)

Mevrouw Leijten, voorzitter der commissie:

Voorzitter. De commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven heeft de stukken onderzocht die betrekking hebben op de heer M.N. Bolkestein te Aerdenhout. De commissie is tot de conclusie gekomen dat de heer Bolkestein te Aerdenhout terecht benoemd is verklaard tot lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De commissie stelt u daarom voor hem toe te laten als lid van de Kamer. Daartoe dient hij wel eerst de verklaringen en de beloften af te leggen zoals die zijn voorgeschreven bij de Wet beëdiging ministers en leden Staten-Generaal van 27 februari 1992, Staatsblad nr. 120.

De commissie verzoekt u tot slot de Kamer voor te stellen het volledige rapport in de Handelingen op te nemen.

De voorzitter:

Ik dank de commissie voor haar verslag en stel voor dienovereenkomstig te besluiten.

Daartoe wordt besloten.

(Het rapport is opgenomen aan het eind van deze editie.)

De voorzitter:

Ik verzoek de leden in de zaal en de andere aanwezigen om even te gaan staan, indien ze daartoe in staat zijn.

De heer Bolkestein is in het gebouw der Kamer aanwezig om de voorgeschreven verklaringen en beloften af te leggen.

Ik verzoek de Griffier hem binnen te leiden.

Nadat de heer Bolkestein door de Griffier is binnengeleid, legt hij in handen van de Voorzitter de bij de wet voorgeschreven verklaringen en beloften af.

De voorzitter:

Ik heet u van harte welkom. Van harte gefeliciteerd met het lidmaatschap van onze Kamer. Er zijn mensen die u graag willen feliciteren. Ik geef ze de gelegenheid om dat te doen. Ik verzoek u om straks ook plaats te nemen in de zaal. Van harte welkom. Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken.

(Applaus)

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Naar boven