Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 31, item 5

5 Vragenuur: Vragen Rog

Vragen van het lid Rog aan de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media over het bericht dat drugscriminelen scholieren ronselen als koerier op Gelderse scholen.

De voorzitter:

Dan geef ik nu tot slot het woord aan de heer Rog namens het CDA voor zijn vraag over het bericht dat drugscriminelen scholieren ronselen als koerier op Gelderse scholen. Deze vraag is gericht aan de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, die ik ook welkom heet. De heer Rog.

De heer Rog (CDA):

Dank u wel, voorzitter. De toekomst van jonge kinderen op scholen wordt schaamteloos op het spel gezet door gewetenloze drugscriminelen. Dit blijkt uit een artikel van de NOS van afgelopen zaterdag. Scholieren zouden volgens een samenwerkingsverband van Gelderse gemeenten, politici, Openbaar Ministerie en de fiscus op grote schaal door drugscriminelen worden benaderd om koeriersklussen te doen, en scholen zouden daarbij wegkijken uit angst voor hun goede naam. Ook zouden drugscriminelen proberen te infiltreren bij de studie scheikunde en chemie en studenten daar benaderen met verzoeken om drugspillen te maken.

Het CDA heeft hier grote zorgen over. Straks hebben we dankzij dit kabinet wel rookvrije schoolpleinen, maar als de drugscriminaliteit welig tiert, zijn we niet erg opgeschoten. Vandaar een aantal vragen aan de minister. Herkent de minister deze signalen? En heeft hij er een beeld van hoe ernstig de problematiek is en hoe vaak dit ook in andere provincies voorkomt? We hebben een protocol alcohol en drugs van School & Veiligheid. Volgens dat protocol moet er bij dit soort strafbare feiten aangifte gedaan worden. Kan de minister aangeven of dat in dit soort situaties gebeurt? En is hij bereid om scholen er dan ook op aan te spreken dat ze zich moeten houden aan dit protocol? Is de minister verder bereid om samen met de scholen, gemeenten, OM en politie te kijken hoe scholen geholpen kunnen worden om infiltratie van drugscriminelen te signaleren en tegen te gaan? En als laatste vraag: is de minister bereid om zich er bij zijn collega van Justitie, de heer Grapperhaus, sterk voor te maken dat een deel van het geld dat het kabinet heeft uitgetrokken om ondermijning tegen te gaan, 100 miljoen euro, wordt ingezet om deze scholieren tegen de ondermijning van drugscriminelen te beschermen?

De voorzitter:

Dan is nu het woord aan de minister.

Minister Slob:

Dank u wel, voorzitter. Ik dank de heer Rog voor de vragen die hij heeft gesteld over een onderwerp dat inderdaad onze aandacht moet hebben, zeker als de voorzitter van een stuurgroep, in dit geval de stuurgroep Samen Weerbaar van dat Gelderse samenwerkingsverband, dergelijke publieke uitlatingen doet. Naar aanleiding daarvan heb ik vanuit de verantwoordelijkheid die ik heb voor het onderwijs contact opgenomen met de stichting School & Veiligheid, de VO-raad en de inspectie, en heb ik hun gevraagd of ze de signalen die hier worden afgegeven als het gaat om Gelderland-Midden herkennen. Hun antwoord was dat ze die niet herkennen, dat daar geen meldingen van zijn. Maar we weten dat we dit soort signalen serieus moeten nemen. Het gaat ook om illegale praktijken, dus niet alles is zichtbaar.

Het is in dat opzicht ook heel goed om te zien dat er in Gelderland al de nodige actie wordt ondernomen, waar ook de provincie bij aangehaakt is. Als er alleen al een vermoeden is dat er een strafbaar feit plaatsvindt, zijn scholen inderdaad verplicht, en niet alleen vanwege dat protocol, om aangifte te doen. Mijn oproep aan scholen, niet alleen in Gelderland-Midden maar in heel Nederland, is om dat dan ook te doen. Als men onder zijn ogen iets ziet of iets hoort wat ruikt naar "dat is niet goed, daar klopt iets niet": aangifte doen! Iedere school heeft ook een contactpersoon, een wijkagent. Dat is een heel laagdrempelige manier om je signalen af te geven, niet alleen als er een vermoeden is van, of misschien zelfs harde aanwijzingen zijn voor, het plegen van strafbare feiten, maar ook als je er gewoon in preventieve zin over zou willen spreken.

Het klopt — daar ging ook een vraag van de heer Rog over — dat er een groot actieplan tegen ondermijning is. Het is de bedoeling dat van de 100 miljoen 85 miljoen terechtkomt bij de regionale partijen. Dus daar kan Gelderland-Midden ook gebruik van maken, ook voor de doelen die betrekking zouden kunnen hebben op jongeren. Een van de onderdelen van het programma is wat men "de versterking van de weerbaarheid van de samenleving" noemt. Daar valt ook het tegengaan van rekrutering onder, bijvoorbeeld die voor drugscriminaliteit.

Deze week spreekt de stuurgroep Samen Weerbaar met mijn collega van Justitie en Veiligheid. OCW zal daarbij aansluiten. Ik zou dus bijna zeggen: we zitten boven op het vraagstuk dat hier vanuit Gelderland naar ons toe gekomen is. We doen wat mogelijk is om deze jongeren te beschermen tegen deze kwalijke praktijken.

De heer Rog (CDA):

Ik ben blij dat de minister erbovenop zit en dat hij met de andere ministeries en de samenwerkingspartners in de regio's kijkt hoe we geld kunnen inzetten om rekrutering te voorkomen. Ik zou heel graag namens het CDA willen vragen of daarbij dan ook de andere vormen van criminaliteit die op de schoolpleinen plaatsvinden, namelijk die van loverboys, mensenhandel et cetera, betrokken worden. Mijn vraag nu is vooral gericht op het feit dat er een ernstig appel wordt gedaan door de heer Van Hout en dat desgevraagd de reactie van de minister is: wij herkennen dat niet, wij zien dat allemaal niet. Nee, nogal wiedes. Die drugscriminaliteit vindt natuurlijk onder de radar plaats. Maar de signalen zijn er. Die kunnen we, denk ik, niet makkelijk wegvegen. Kan de minister echt op onderzoek uit om te kijken hoe groot de problematiek is? En is dit voor hem geen aanleiding om ook te denken aan een landelijke stuurgroep die gaat kijken naar wat er op de schoolpleinen plaatsvindt? Mijn laatste vraag betreft de infiltratie die ook bij studies zou plaatsvinden, onder andere bij scheikunde. Zou de minister daarop kunnen reageren, of zijn collega Van Engelshoven? Kan hij aangeven of we daar een helder zicht op hebben? Het lijkt mij namelijk buitengewoon ernstig als wij studenten opleiden die uiteindelijk ten dienste staan van de drugscriminaliteit.

Minister Slob:

Ik denk dat het inderdaad heel belangrijk is dat, als een voorzitter van een stuurgroep als deze, een burgemeester, namens een samenwerkingsverband in een bepaald deel van het land deze signalen afgeeft, we daar serieus op ingaan en kijken wat er achter dat signaal zit. Ik heb u net aangegeven, vanuit de onderwijsverantwoordelijkheid, dat partijen die met dit onderwerp bezig zijn, deze signalen op deze manier niet herkennen. Maar dat wil niet zeggen dat er niets aan de hand is. Daarom ben ik ook heel erg blij dat vanuit Justitie en Veiligheid, die zoals u weet primair verantwoordelijk is voor dat programma tegen ondermijning, direct actie is ondernomen en dat met de desbetreffende mensen gesproken zal worden over hoe hard de signalen zijn, hoe het kan dat er op de plekken waar aangifte zou moeten worden gedaan, dat niet gebeurt en wat we kunnen doen om te bevorderen dat men dat wel gaat doen als er op dat terrein echt iets gaande is. Dat gebeurt zelfs al deze week. Er wordt dus heel snel gereageerd. Het is, denk ik, zeker goed om ook nog eens even wat breder te kijken. Ik weet dat ik meteen al begin 2019 een overleg met de commissie voor Onderwijs zal hebben over sociale veiligheid, waar dit onder valt. Laat ik u toezeggen dat ik daarin dan rapporteer wat uit die gesprekken gaat komen. Dan kunnen we op basis daarvan het debat voortzetten voor zover het om de onderwijsverantwoordelijkheid gaat. Maar ik heb eerder aangegeven dat het een veel breder vraagstuk is, waar ook meer partijen bij betrokken zijn. Dat is goed, want die alertheid mag van ons gevraagd worden.

De voorzitter:

Tot slot? Dank u wel, meneer Rog.

De heer Rudmer Heerema namens de VVD.

De heer Rudmer Heerema (VVD):

Ik heb een aanvullende vraag. Kinderen moeten te allen tijde veilig kunnen zijn op school. Scholen hebben de verantwoordelijkheid om aangifte te doen als er iets binnen hun muren plaatsvindt. Hoe vaak dat gebeurt, gaat de minister nu hopelijk in beeld krijgen voor ons in het kader van de monitor veiligheid, maar kan hij daar dan ook namen en rugnummers bij leveren? Ik ben wel benieuwd op welke scholen op deze wijze wordt omgegaan met de veiligheid van onze kinderen. Is het mogelijk dat de minister dat ook meelevert?

Minister Slob:

Het is belangrijk dat scholen de veiligheid en ruimte voelen om het te melden als er in hun omgeving iets speelt waarvan zij denken dat het bijvoorbeeld met het onderwerp drugs te maken heeft of met andere onderwerpen zoals mensenhandel. Er zijn meer dingen genoemd die ernstig zijn en waarmee jonge mensen kunnen worden geconfronteerd, en die komen bij de scholen bij elkaar. Dat zijn dus soms ook plekken waar dat soort spannende situaties zich kunnen voordoen. Mocht blijken, maar dat is het gesprek dat wij moeten aangaan, dat scholen toch te grote drempels ervaren om die meldingen te doen, dan hebben wij natuurlijk met elkaar wel een behoorlijk vraagstuk te pakken waarover verder moet worden gesproken. Ik denk dat de hele specifieke situatie in Gelderland-Midden die nu door de media naar buiten is gekomen, een gelegenheid is om daar heel gericht op in te zoomen. Dat gebeurt dus ook; daar worden deze week ook al gesprekken over gevoerd. Ik zal u daar verder over informeren en dan kunnen wij het debat in de breedte verder met elkaar voeren, al dan niet met rugnummers.

De voorzitter:

Dank u wel. Hiermee zijn wij aan het einde van de mondelinge vragen gekomen. Ik schors de vergadering tot 15.00 uur en dan gaan wij stemmen.

De vergadering wordt van 14.55 uur tot 15.03 uur geschorst.