Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-2018nr. 57, item 28

28 Milieuraad

Aan de orde is het VAO Milieuraad (AO d.d. 20/02).

De voorzitter:

Dan is nu aan de orde het VAO Milieuraad. Ik geef de heer Wassenberg namens de Partij voor de Dieren het woord.

De heer Wassenberg (PvdD):

Dank u wel, voorzitter. Dit VAO vloeit voort uit een AO ter voorbereiding op de Milieuraad die gisteren heeft plaatsgevonden. Dit is een bijzondere constructie, maar als ik het goed begrijp, zijn er gisteren zaken besproken, zoals de Europese strategie met betrekking tot plastics, die de komende maanden vaker en prominenter op de agenda staan. Om in een vroeg stadium al te zorgen dat we goede afslagen nemen en ook de iets langere termijn in de gaten houden, wil ik toch graag enkele moties indienen. Het zijn er drie. Ze zijn heel compact.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een Europees verbod op toegevoegde plastics in verzorgingsproducten en cosmetica al lang op zich laat wachten;

constaterende dat Zweden en het Verenigd Koninkrijk daarom zelf met een verbod komen;

verzoekt de regering om te onderzoeken of een Nederlands verbod op toegevoegde plastics in verzorgingsproducten en cosmetica mogelijk is op vergelijkbare gronden als in Zweden of het Verenigd Koninkrijk,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 707 (21501-08).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat voor recycling van plastic veel meer winst te behalen valt bij het productieproces dan bij de scheiding van afval achteraf;

constaterende dat de verpakkingsindustrie zeker 250 soorten plastics gebruikt in verpakkingen, waarvan slechts een klein deel gerecycled kan worden;

verzoekt de regering om in de onderhandelingen over de Europese plasticstrategie ook in te zetten op heldere productieafspraken, zoals het reduceren van het aantal soorten plastic, waardoor recycling van plastic vereenvoudigt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 708 (21501-08).

De heer Wassenberg (PvdD):

Mijn derde en tevens laatste motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat voor recycling van plastic de meeste winst te behalen valt bij het productieproces;

overwegende dat door een verplicht percentage gerecycled plastic in verpakkingen het afval een hogere waarde krijgt;

verzoekt de regering te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn van een oplopend Europees verplicht percentage gerecycled plastic in verpakkingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 709 (21501-08).

De heer Wassenberg (PvdD):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Wassenberg. Dan ga ik nu naar mevrouw Kröger namens GroenLinks.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Van mijn hand twee moties, één over plastics en één over een onderwerp dat ook in de toekomst zeer vaak op de agenda van de Milieuraad staat, namelijk diesel.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat 150 organisaties hebben gevraagd om een wereldwijd verbod op oxo-degradeerbare plastics omdat ze niet milieuvriendelijk zijn;

constaterende dat de Europese Commissie daarom voornemens is het aantal oxo-degradeerbare plastics sterk te reduceren en overweegt een verbod in te stellen;

verzoekt de regering in Europees verband haar steun te betuigen voor een totaalverbod op oxo-degradeerbare plastics, en de Europese Commissie op te roepen zo snel mogelijk te komen met wetgeving,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 710 (21501-08).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er steeds meer en steeds betere alternatieven zijn voor fossielebrandstofmotoren;

overwegende dat de auto-industrie nog steeds niet in staat is om haar nieuwste dieselmodellen in de praktijk aan emissiewaardes voor NOx en PM te laten voldoen die tien jaar geleden zijn afgesproken;

overwegende dat hierdoor het schoner worden van onze lucht praktisch al jaren stagneert;

overwegende dat veel Europese steden zich gedwongen voelen om steeds ingrijpendere maatregelen tegen dieselvoertuigen te nemen;

overwegende dat steeds meer automakers uit zichzelf stoppen met het produceren van nieuwe diesels;

overwegende dat de nieuwste afspraken omtrent emissies en rijtests, de rekenfactoren en gewenningsperiodes, de huidige generatie diesels niet schoner hebben gemaakt en dat deze (legaal) evenveel uitstoten als de tien jaar oude Euro 5-norm;

overwegende dat we, om aan de klimaatdoelstellingen te voldoen, sowieso af moeten van fossiele brandstoffen;

verzoekt de regering om zich in Europa in te zetten voor het uitfaseren van voertuigen op fossiele brandstoffen, te beginnen met het vaststellen van een einddatum voor de toelating van nieuwe voertuigen met een dieselmotor,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 711 (21501-08).

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van Eijs namens D66.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Voorzitter. De EU-Milieuraad was inderdaad gisteren. Misschien is het niet het meest zuivere model om zo moties in te dienen, maar mijn moties gaan in ieder geval over de inzet in Europees verband voor de lange termijn voor een schoner milieu en een circulaire economie. De eerste motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de EU zich inzet voor een circulaire economie;

overwegende dat het stimuleren van design for recycling kan bijdragen aan het versnellen van de transitie naar een circulaire economie;

overwegende dat het stimuleren van het gebruik van gerecyclede grondstoffen belangrijk is voor het daadwerkelijk creëren van circulaire grondstoffenstromen;

verzoekt de regering om op EU-niveau in gesprek te gaan met relevante stakeholders met als doel een systeem van tariefdifferentiatie uit te werken dat zowel de volledige recyclebaarheid van producten als het gebruik van gerecyclede grondstoffen voor nieuwe producten stimuleert,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Eijs en Agnes Mulder. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 712 (21501-08).

Mevrouw Van Eijs (D66):

Dan mijn tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat microplastics bijdragen aan de plastic soep;

overwegende dat de aandacht voor het probleem van de plastic soep toeneemt en er een groeiend draagvlak is om dit probleem aan te pakken;

overwegende dat in motie 34000-XII, nr. 29 van de leden Mulder en Cegerek al in 2014 werd opgeroepen om het gebruik van microplastics in cosmetica tot nul te reduceren;

verzoekt de regering een Europees verbod op bewust toegevoegde microplastics te bespoedigen en indien noodzakelijk een gelijkgestemde kopgroep binnen de EU te vormen om gezamenlijk in te zetten op een verbod op de bewust toegevoegde microplastics in Nederland en gelijkgestemde landen voor 2019,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Eijs en Agnes Mulder. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 713 (21501-08).

De laatste motie is ook mede door u ingediend, mevrouw Agnes Mulder.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Ja, dat klopt. Ik kon niet bij het AO aanwezig zijn, dus ik vond het niet chic om hier dan het woord te gaan voeren. Ik was bij de plenaire behandeling van de Warmtewet. Maar ik denk dat mevrouw Van Eijs net als ik benieuwd is of de staatssecretaris ook ingaat op de eventuele vervanging van microplastics door nanoplastics. Want als de vluchtroute van de industrie is om ze gewoon nog kleiner te maken, dan maken we daarmee het probleem eigenlijk nog groter.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Het is in ieder geval de insteek van het CDA dat dat in ieder geval niet de bedoeling is. Dus ik zou graag van mevrouw Van Eijs willen weten of ze dat met het CDA eens is, en ik vraag de staatssecretaris of ze daarop kan reageren.

Mevrouw Van Eijs (D66):

Ja, ik zou graag van de staatssecretaris horen hoe zij daarover denkt.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Van Eijs. Dan kijk ik naar de staatssecretaris. Twee minuten? Dan wachten we even op de laatst ingediende moties. Dan geef ik daarna het woord aan de staatssecretaris.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Dank u wel, voorzitter. Ik dank de woordvoerders voor hun moties. Laat ik als eerste zeggen dat de eerste ervaring gister in de Milieuraad een heel goede was. Ik zag heel veel collega's uit andere landen die graag samen met ons hard willen lopen voor een aantal van de onderwerpen die de leden hier nadrukkelijk onder de aandacht brengen. En zij hebben ook de Commissie aangespoord tot verdere actie. In de Milieuraad in juni hoopt het voorzitterschap Raadsconclusies aan te nemen over de plasticstrategie. Daarin zal het onderwerp "microplastics", maar ook een aantal andere, nadrukkelijk aan de orde komen. En ik kom zo op een individueel punt nog verder terug bij de moties. Maar het was een goede vergadering gister in Brussel.

Voorzitter. Ik kom op de moties. Als eerste de motie van de Partij voor de Dieren op stuk nr. 707, over een verbod op microplastics. Daarin wordt verzocht om te onderzoeken of een Nederlands verbod op nanoplastics in verzorgingsproducten mogelijk is op vergelijkbare gronden als in Zweden of het Verenigd Koninkrijk. Ik wil de Partij voor de Dieren vragen om deze motie aan te houden. Ik heb in het AO namelijk al gezegd dat mijn eerste inzet is om echt te gaan voor een Europees verbod. Anders krijgen we een lappendeken van allerlei verschillende verboden in verschillende landen. Volgens mij is dat niet zo effectief. Het meest effectief is echt een Europees verbod. Ik vraag de heer Wassenberg dus om deze motie aan te houden, zeker ook gezien de goede discussie en zeker ook gezien het feit dat we al in juni meer duidelijkheid zullen hebben. Dan krijgt de heer Wassenberg dus al binnen een paar maanden een beeld van welke kant het opgaat.

De heer Wassenberg (PvdD):

Dan houd ik deze motie graag aan. Maar dan doe ik nogmaals het verzoek waarover we het in het AO ook hebben gehad. De staatssecretaris laat kijken hoe de situatie in Zweden en in het Verenigd Koninkrijk is. Als ze dat de Kamer kan laten weten, dan zou ik dat heel fijn vinden. De motie kan ik dan in ieder geval vooralsnog aanhouden.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Wassenberg stel ik voor zijn motie (21501-08, nr. 707) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Op de vraag over Zweden kan ik de heer Wassenberg vertellen dat ik meteen aan mijn Zweedse collega heb gevraagd hoe zij dat hebben gedaan. Daarop gaf ze aan dat ze in Zweden zelf niets produceren, wat het ook makkelijker maakt om zo'n verbod in te stellen. Maar dat lost het probleem misschien ook wel wat minder op dan we met elkaar zouden willen. Er is dus meer nodig, maar laten we dan voor een Europese aanpak gaan. Overigens heeft al 96,6% van de leden van de Nederlandse cosmeticabranche op vrijwillige basis microplastics uitgefaseerd. De overige 3,4% wil dit op korte termijn volgen. Bij onze bedrijven is het probleem dus goed bekend. Ze nemen het heel serieus.

De voorzitter:

De heer Geurts.

De heer Ziengs (VVD):

Eh, Ziengs.

De voorzitter:

O, Ziengs!

De heer Ziengs (VVD):

We lijken zelfs niet op elkaar, voorzitter. Maar gelukkig vergis ik mij ook weleens een keer met een naam en een partij. Kennelijk gebeurt dat ook wel bij de Voorzitter zelf! Dank daarvoor.

De voorzitter:

Daar is-ie, de heer Geurts!

(Hilariteit)

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Meneer Geurts, u ligt de voorzitter na aan het hart!

De heer Ziengs (VVD):

Voorzitter, ik herinner me dat ik ook een keer een foutje maakte op die stoel. Dus ik denk: het is goed …

De voorzitter:

Ja, dat weet ik. Toen heb ik daar een grapje over gemaakt.

De heer Ziengs (VVD):

Daarom. Dus ik denk: ik pak haar even terug.

De voorzitter:

Ja, u pakt me terug. Ik hoor het! Dat mag.

De heer Ziengs (VVD):

Mijn vraag aan de staatssecretaris is de volgende. De heer Wassenberg houdt die motie nu wel aan, maar we hebben nog geen advies gehoord over de motie als die wel zou worden ingediend. Wat gaan we dan doen?

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Dan ontraad ik de motie, want ik wil nu echt eerst het Europese spoor volgen. Dat heb ik ook duidelijk gezegd in het AO. Maar ik ben blij dat de heer Wassenberg inmiddels heeft aangegeven dat hij de motie wil aanhouden.

De voorzitter:

Gaat u verder.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

In de motie op stuk nr. 708 verzoekt de heer Wassenberg om in de onderhandelingen over de Europese plasticstrategie ook in te zetten op heldere productieafspraken, zoals het reduceren van het aantal soorten plastic, waardoor de recycling van plastic vereenvoudigd wordt. Ik ben daar zeer voor en wil dit zeker ook in Europees verband met elkaar proberen af te spreken. Die schone stromen zijn van enorm belang. Ik beschouw de oproep als ondersteuning van het beleid en zou de motie kunnen overnemen.

De voorzitter:

Heeft iemand bezwaar tegen het overnemen van de motie?

De heer Van Aalst (PVV):

Ja.

De voorzitter:

Dan wordt de motie gewoon in stemming gebracht.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Hetzelfde geldt wat mij betreft voor de motie-Wassenberg op stuk nr. 709, waarin de regering wordt verzocht om een verplicht aandeel aan gerecycleerd plastic in verpakkingen te onderzoeken, omdat de motie is geformuleerd als onderzoek. Een algemene doelstelling van x% recyclaat voor alle producten generiek is niet haalbaar, omdat de situatie van product tot product verschilt. Daarom wil ik de sectoren vragen om met doelstellingen en sectorplannen te komen. Ik ga tevens onderzoeken of we voor specifieke producten ook gewoon Europese afspraken kunnen maken. Maar ook dan zullen Europese sectoren een bijdrage moeten leveren. Daarmee kunnen we de vraag naar gerecycleerde grondstoffen vergroten en dat maakt het ook weer aantrekkelijk om ze volgens een bepaalde kwaliteit op de markt te brengen. Dan zorgen we meteen voor de hoogwaardige recycling waar het bedrijfsleven behoefte aan heeft. Ik ben dus van plan om daarover met de sectoren het gesprek aan te gaan.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Is de staatssecretaris ook bereid om in het algemeen overleg over de circulaire economie dat wij volgende week hebben, een nadere toelichting te geven op de vraag of we misschien met percentages zouden moeten werken in de aanbestedingen die wij als overheden zelf doen? Want daarmee kunnen we ook sturen en wordt het aantrekkelijker om daar wat mee te doen. Misschien kan de staatssecretaris daar nu al wat over zeggen, maar anders in ieder geval volgende week tijdens het debat.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Ik kan daar inderdaad volgende week tijdens het debat misschien wat uitgebreider op terugkomen. Dan hebben de collega's van mevrouw Mulder ook de gelegenheid om wat meer vragen daarover te stellen. Maar in z'n algemeenheid geldt dat aanbesteden natuurlijk een heel belangrijk instrument is om de circulaire economie een kans en een slinger te geven. Want door de vraag te stellen, daag je de markt ook uit en krijgen ondernemers kansen om al hun innovatieve toepassingen aan ons aan te bieden.

De voorzitter:

Gaat u verder.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Voorzitter. Dan komen we op de motie van …

De heer Wassenberg (PvdD):

Het was mij niet helemaal duidelijk. Was het nou oordeel Kamer of …?

De voorzitter:

O ja, het oordeel.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Overnemen was het oordeel.

De voorzitter:

Overnemen. En ik had gevraagd of iemand daar bezwaar tegen had.

De heer Laçin (SP):

Nee, dat was de vorige.

De voorzitter:

O, dat was de vorige.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Ik zei: dat geldt evenzo voor de volgende motie. Daardoor ontstond waarschijnlijk de onduidelijkheid.

De voorzitter:

De motie-Wassenberg (21501-08, nr. 709) is overgenomen.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Dan is er de motie van mevrouw Kröger op stuk nr. 710. Zij wil inzetten op een verbod op oxo-degradables. Ik denk dat dit inderdaad een categorie is waar we eigenlijk vanaf zouden moeten. Dit is namelijk plastic dat uiteenvalt in kleine stukjes plastic in plaats van echt degradeerbaar te zijn. De Europese Commissie stelt in de EU-kunststoffenstrategie ook voor om voor oxo-degradeerbaar plastic een restrictieprocedure te starten. In Brussels jargon komt dit eigenlijk neer op een verbod. Ook dit is dus iets wat we Europees moeten regelen, maar de Commissie is er al voorstander van. Ik ben er zelf ook voorstander van. Ik zie uw motie dus als ondersteuning van mijn inzet in Brussel en kan haar overnemen.

De voorzitter:

Heeft iemand bezwaar tegen het overnemen van de motie van mevrouw Kröger op stuk nr. 710?

De heer Ziengs (VVD):

Ja.

De voorzitter:

Dan wordt deze motie gewoon in stemming gebracht. Gaat u verder.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Soms kan het snel gaan. Er ontstaat iets in de pers en daar wordt direct een motie over ingediend. Dat is de motie-Kröger/Van Tongeren op stuk nr. 711 over het uitfaseren van diesels in Europa. In z'n algemeenheid zet ik me in voor het uitfaseren van voertuigen op fossiele brandstoffen. We hebben daar ook in het regeerakkoord afspraken over gemaakt. We streven ernaar dat vanaf 2030 alle nieuwe auto's emissieloos zijn. Europa is nog niet zover dat er echt een uitfasering van diesel speelt. Daar spreekt men over 30% minder CO2-uitstoot in 2030. Daarnaast kunnen lokale overheden natuurlijk zelf maatregelen nemen. Er zitten dus een aantal punten in de motie waar ik wat andere kritieken bij heb. Ik moet deze motie dus ontraden, maar vanuit het regeerakkoord streven we natuurlijk naar alleen nog maar emissieloze voertuigen vanaf 2030. Dat weet mevrouw Kröger, want dat kan zij gewoon lezen in het regeerakkoord. Daar is deze motie dus niet voor nodig.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Ik zou het zonde vinden om deze motie stuk te laten lopen op de grote hoeveelheid overwegingen waar de staatssecretaris wellicht anders over denkt. Het gaat mij er met name om in Europa toch te streven naar een einddatum voor de toelating van nieuwe voertuigen. Dat is een gesprek om in Europa te voeren. Dat is de essentie. Ik begrijp dat de Nederlandse inzet sowieso 2030 is, maar het gaat erom dat dat gesprek ook in Europa gevoerd wordt. Wellicht is die einddatum dan niet 2030, maar het gaat erom dat we het in ieder geval met elkaar hebben over een einddatum voor nieuwe toelating.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Nogmaals, dit is niet echt onderwerp van debat geweest tijdens het AO. Het komt nu op, omdat er nu een VAO is. Ik begrijp dat van mevrouw Kröger, maar het maakt het voor mij lastig om nu hier even met haar te onderhandelen over de tekst. Als zij de motie aanhoudt, wil ik er best nog eens nader naar kijken, maar een aantal van de overwegingen zijn volgens mij feitelijk niet juist. Daar zou ik echt heel voorzichtig mee willen zijn. Maar dat wij de doelstelling hebben om te streven naar alleen nog maar emissieloze voertuigen, is al bekend. U kent ook onze brede ambitie in Europa. Dan ga ik nog wel even het gesprek aan met mevrouw Kröger over de vraag of we tot iets kunnen komen dat iets toevoegt aan hetgeen we al hebben. Maar goed, daar komen we dan nog over te spreken. Fijn dat de motie kan worden aangehouden. Anders moet ik haar ontraden.

Voorzitter. Dan de motie van de leden Van Eijs en Agnes Mulder op stuk nr. 712. Zij vragen om op EU-niveau in gesprek te gaan met relevante stakeholders met als doel een systeem van tariefdifferentiatie uit te werken dat zowel de volledige recyclebaarheid van producten als het gebruik van gerecyclede grondstoffen voor nieuwe producten stimuleert. Dat gaat eigenlijk over tariefdifferentiatie in het kader van de EPR. Op zijn Engels heet dat geloof ik "eco-modulation". Ik vond het een vreselijk begrip, maar ik ben het al tegengekomen in mijn dossier voor de Raad. Dat is niet voor niks, maar dat is omdat er ook in de EU draagvlak voor is. Er wordt hard gewerkt om dit goed uitvoerbaar en handhaafbaar te maken. De invulling van de tariefdifferentiatie vindt altijd plaats op nationaal niveau, maar het is goed dat het concept ook op Europees niveau speelt. Dus als ik de motie zo mag lezen dat ik eerst aan de slag ga in Nederland en daarna onze aanpak als best practice graag op tafel leg in Europa, beschouw ik deze oproep als ondersteuning van beleid en kan ik de motie overnemen.

De voorzitter:

Heeft iemand bezwaar tegen het overnemen? Ik zie dat dat het geval is. Dan komt de motie gewoon in stemming. Dan de motie op stuk nr. 713.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

In de motie op stuk nr. 713 wordt de regering verzocht een Europees verbod op bewust toegevoegde microplastics te bespoedigen en indien noodzakelijk een gelijkgestemde kopgroep binnen de EU te vormen om gezamenlijk in te zetten op een verbod op de bewust toegevoegde microplastics in Nederland en gelijkgestemde landen voor 2019. Ik had afgelopen zondag al een diner met een kopgroep van landen die graag deze ambitie onderschrijven. Die kopgroep is dus gevormd. We hebben ook afgesproken dat we elkaar wat vaker zullen treffen op dit soort onderwerpen om te kijken of we wat meer gezamenlijk kunnen optrekken. Ik kan de motie dus overnemen. In zijn algemeenheid is er eerst een vrijwillig spoor en komt er daarna regelgeving, maar dus het liefst op Europees niveau, want daar is het effectief. 2019 is overigens wel heel snel. Ik weet niet of de EU zo snel zal zijn. Eerst probeer ik het op EU-niveau te regelen. Nogmaals, in juni zouden we tot Raadsconclusies moeten komen, maar een wetgevingstraject op EU-niveau duurt echt langer. Maar goed, als de intentie er al is, weet de industrie natuurlijk ook waar ze aan toe is.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

De achtergrond is natuurlijk dat we er al sinds 2013 in deze Kamer over spreken. Wij hebben eerst geprobeerd om de industrie in Nederland te verleiden om in ieder geval 80% te reduceren, het liefst nog meer. We willen uiteindelijk naar nul toe. We willen wel de vaart erin houden. We hebben het over een motie in 2013 en 2014. We zitten nu in 2018. Ik zie dat de staatssecretaris haar best doet. Kan zij nogmaals bevestigen dat het dan niet alleen gaat over microplastics maar ook over nanoplastics?

Staatssecretaris Van Veldhoven:

We lossen het probleem niet op als we van micro- naar nanoproblemen gaan. Dan wordt het probleem alleen maar groter, denk ik, omdat die nanodeeltjes misschien nog wel lastiger via waterzuivering en dergelijke te filteren zijn. Overigens is die verleiding zo succesvol geweest dat we niet op 80%, maar op 96,6% van uitfasering zitten in Nederland. Dat heeft dus heel goed gewerkt. Nogmaals, ik ga graag aan de slag om ook in Europa tot een verbod te komen dat voor de hele interne markt geldt, om versnippering te voorkomen. Maar voor Nederland is zo'n verbod dus niet nodig, omdat het de facto nu eigenlijk al vrijwel uitgefaseerd is. We willen dat graag verankeren. Je wilt namelijk niet naar nano of je wilt niet dat het in de toekomst alsnog weer gebeurt. Maar gelukkig is er sinds 2013 heel veel gebeurd en heeft de industrie ook haar verantwoordelijkheid genomen.

De voorzitter:

Ik moet nog even vragen of iemand bezwaar heeft tegen het overnemen van de motie van mevrouw Van Eijs en Agnes Mulder op stuk nr. 713. Dat is niet het geval.

De motie-Van Eijs/Agnes Mulder (21501-08, nr. 713) is overgenomen.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Voorzitter, dank dat ik nog even een vervolgvraag mag stellen. Die laatste procent om tot de 100% te komen: hoe gaat de staatssecretaris daarmee aan de slag? Heeft zij zicht op wanneer dat geregeld zou kunnen zijn hier in Nederland?

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Volgens mij gaf ik in een eerder antwoord al aan dat ook die laatste 3,4% van plan is het over te nemen. Dus in principe hebben we eigenlijk vrijwel volledige dekking gerealiseerd met de aanpak die we tot nu toe hebben gevolgd. Dat is natuurlijk ook mede dankzij de druk die er altijd vanuit de Kamer op dit dossier is gezet — niet in de laatste plaats door mevrouw Mulder.

Nog even het volgende. Soms krijg je nog technische informatie. Die is in dit geval cruciaal voor een gestelde vraag. De definitie van microplastics is "alles onder de 5 millimeter", dus nanoplastics vallen daaronder. Je kunt dus niet zeggen: we stappen over op nanoplastics en daarmee vallen we niet onder de uitfasering van de microplastics.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit VAO. Ik dank de staatssecretaris. Over de ingediende moties zullen we volgende week dinsdag stemmen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.