Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-2015nr. 72, item 7

7 Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Dit deel van de regeling van werkzaamheden heeft betrekking op de stemmingen die we dadelijk hebben.

Ik stel voor, hedenmiddag ook te stemmen over de aangehouden motie-Remco Dijkstra/Van Veldhoven (21501-08, nr. 555) en over de aangehouden motie-Klein (34073, nr. 22).

Op verzoek van een aantal leden stel ik voor, enkele door hen ingediende moties opnieuw aan te houden. Dit betekent dat de in artikel 69, tweede lid, van het Reglement van Orde genoemde termijn van twee maanden voor de volgende moties opnieuw gaat lopen: 34000-VIII-49; 34000-VIII-51; 34002-67.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Ik geef nu het woord aan enkele leden die een opmerking hebben over de stemmingslijst. Als eerste is dat de heer Kerstens van de PvdA.

De heer Kerstens (PvdA):

Voorzitter. Ik wil namens mevrouw Vermeij een motie aanhouden. Het gaat om de motie op stuk nr. 157 over beschut werk van mevrouw Vermeij en mijzelf, die is ingediend bij het VAO WWB-onderwerpen en de Participatiewet, punt 15 op de stemmingslijst.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Vermeij stel ik voor, haar motie (30545, nr. 157) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De heer Van Meenen (D66):

Voorzitter. Ik wil de stemming over de motie op stuk nr. 428 over SURF, die is ingediend bij het VAO Wetenschapsbeleid, punt 18 op de stemmingslijst, met één week uitstellen.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Van Meenen stel ik voor, zijn motie (31288, nr. 428) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

De motie wordt voor volgende week dinsdag toegevoegd aan de stemmingslijst.

De heer Ulenbelt (SP):

Voorzitter. Ik wil de motie op stuk nr. 155 aanhouden die is ingediend bij het VAO WWB-onderwerpen en de Participatiewet, punt 15 op de stemmingslijst.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Ulenbelt stel ik voor, zijn motie (30545, nr. 155) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Mijnheer Beertema, ik zie u bij de interruptiemicrofoon staan vanwege uw verzoek om een hoofdelijke stemming. Maar de heer Voordewind heeft eerst een opmerking over de stemmingslijst. U zult zo begrijpen waarom ik het op deze manier doe.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik zou de stemming over de moties ingediend bij het VSO inzake het gesprek met de Federatie Armeense Organisaties in Nederland, punt 4 op de stemmingslijst, graag willen uitstellen. Ik doe dit verzoek mede namens het CDA.

De voorzitter:

Daarvoor hebt u de steun van de meerderheid van de Kamer nodig.

De heer Ten Broeke (VVD):

Dit voorstel steunen wij.

De heer Beertema (PVV):

Wij zijn daar zeer op tegen. Het gaat om die kwestie rond de genocide. De regering spreekt heel nadrukkelijk over de kwestie van de genocide. Wij willen daar eens een eind aan maken. Het is een beetje flauw om de stemming daar nu voor uit te stellen.

De heer Van der Staaij (SGP):

Steun voor uitstel van de stemming.

De heer Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk):

Ik zie geen enkele reden om de stemming uit te stellen.

De heer Servaes (PvdA):

Ik heb van zowel voor- als tegenstanders geen argumenten gehoord waarom zij de stemming al dan niet uit willen stellen. Ik heb er in ieder geval geen bezwaar tegen.

De voorzitter:

Daarmee is een meerderheid van de Kamer voor uitstel van de stemming.

De heer Beertema (PVV):

Dan zou ik graag een hoofdelijke stemming willen over het besluit om de stemming uit te stellen. Het is voor ons een heel belangrijk, heel principieel punt. Ik wil daar een hoofdelijke stemming over.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Misschien helpt het dat ik alleen uitstel wil tot donderdag, omdat er over een paar moties van ons en van het CDA nog nader overleg nodig is.

De voorzitter:

Het is geen principiële kwestie, zo zegt de heer Voordewind; er moet nog over overlegd worden.

De heer Beertema (PVV):

Het is ook voor de heer Voordewind een heel principiële kwestie, en daarom volhard ik in mijn verzoek om nu een hoofdelijke stemming over dit verzoek te houden.

De voorzitter:

Dan stel ik voor dat wij dat direct doen. Wij zijn nu allen bijeen en punt 4 was ook het eerste punt waarover wij zouden gaan stemmen, maar wij stemmen nu over het voorstel om de stemming onder punt 4 uit te stellen.

De heer Roemer (SP):

Mijn fractie vindt het wel belangrijk dat u er dan bij zegt dat het tot donderdag is.

De voorzitter:

Uitstel van stemmingen tot donderdag. Dan kunnen we donderdag opnieuw …

De heer Roemer (SP):

Als dat het besluit is, dan is het oké.

De voorzitter:

Dat is het voorstel. We gaan bekijken wat het besluit wordt. Daar gaan we nu hoofdelijk over stemmen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik verzoek de leden in de zaal zo stil mogelijk te zijn zodat we deze stemming zo snel mogelijk kunnen afronden.