13 Toekomstvisie transgenderzorg

Aan de orde is het VSO Toekomstvisie transgenderzorg (31016, nr. 295).

De voorzitter:

We gaan verder met het VSO Toekomstvisie Transgenderzorg. Ik geef mevrouw Bergkamp namens D66 het woord.

Mevrouw Bergkamp (D66):

Dank u wel, voorzitter. Drie moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat transgenderpersonen voor de toegang tot somatische zorg een psychische evaluatie moeten ondergaan;

overwegende dat dit onnodig veel capaciteit kost in de transgenderzorg, waar al een gebrek aan capaciteit is;

van mening dat transgender zijn geen psychische aandoening is en transgenderpersonen recht hebben op zo toegankelijk mogelijke zorg;

verzoekt de regering aan betrokken beroepsverenigingen te vragen om bij de evaluatie van de Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg Somatisch aandacht te besteden aan de ontwikkelingen en mogelijkheden met betrekking tot de depathologisering van genderincongruentie en daarbij ook te kijken naar:

  • -de psychische evaluatie als voorwaarde voor de indicatiestelling voor somatische transgenderzorg;

  • -de triagecriteria om snel te kunnen bepalen wanneer een uitgebreide psychische evaluatie wel of niet is aangewezen;

  • -in hoeverre depathologisering de norm is of kan worden in hun richtlijnen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bergkamp. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 337 (31016).

Mevrouw Bergkamp (D66):

Dan een motie die ik indien samen met de heer Van den Berge.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de vraag naar transgenderzorg in één jaar tijd met 42% is gestegen, waardoor de wachtrijen fors zijn toegenomen;

constaterende dat de realisatie van zorgcapaciteit mogelijk achterblijft bij de inkoop van zorg;

overwegende dat het realiseren van zorgaanbod een belangrijke factor is in het terugdringen van deze wachtrijen;

van mening dat de minister een verantwoordelijkheid heeft om ervoor te zorgen dat er voldoende aanbod van zorg is;

verzoekt de regering om met zorgverzekeraars en zorgaanbieders in gesprek te gaan om te bezien hoe de realisatie van zorgaanbod versneld kan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Bergkamp en Renkema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 338 (31016).

Mevrouw Bergkamp (D66):

Dank u wel voorzitter. De laatste motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in november jongsleden de Handreiking Transgenderzorg voor gemeenten is verschenen met als doel gemeenten te ondersteunen om psychologische zorg voor kinderen en jongeren met genderissues op een goede manier te organiseren en in te kopen;

constaterende dat gemeenten de verantwoordelijkheid hebben om passende zorg en ondersteuning te organiseren voor gender-non-conforme kinderen met een hulpvraag;

overwegende dat gemeenten het soms lastig vinden om de inrichting, bekostiging en samenwerking van zorg voor jongeren met genderdysforie te organiseren;

van mening dat het belangrijk is dat gender-non-conforme kinderen de juiste zorg en bescherming krijgen;

verzoekt de regering in gesprek te gaan met de VNG met als doel dat gemeenten voortvarend aan de slag gaan met de aanbevelingen uit de Handreiking Transgenderzorg voor gemeenten, zodat de zorg voor kinderen en jongeren met genderissues op een goede manier georganiseerd en ingekocht wordt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bergkamp. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 339 (31016).

Mevrouw Bergkamp, u weet heel goed dat het binnen de spreektijd moet gebeuren.

Mevrouw Bergkamp (D66):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dan geef ik nu het woord aan de heer Stoffer namens de SGP.

De heer Stoffer (SGP):

Voorzitter. Eén motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de begeleiding van tieners met genderdysforie uiterste zorgvuldigheid vraagt;

constaterende dat het gewijzigde beleid van de National Health Service in het Verenigd Koninkrijk aangeeft dat bepaalde effecten van puberteitsremmers onomkeerbaar kunnen zijn en dat het Hooggerechtshof aldaar heeft geoordeeld dat jongeren niet in staat geacht moeten worden om geïnformeerde toestemming te geven voor het gebruik van puberteitsremmers;

verzoekt de regering naar aanleiding van de ontwikkelingen in het Verenigd Koninkrijk te onderzoeken of beleidswijzigingen ten aanzien van minderjarigen nodig zijn en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Stoffer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 340 (31016).

Dank u wel, meneer Stoffer. Dan geef ik tot slot het woord aan de heer Van Gerven namens de SP.

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Een tweetal moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de wachttijden voor transgenderzorg, met meer dan twaalf maanden, veel te lang zijn met alle gevolgen van dien voor de mensen die deze zorg nodig hebben;

constaterende dat de acties ingezet door de Kwartiermaker Transgenderzorg tot op heden niet hebben geleid tot kortere wachttijden en dat wachttijden zelfs lijken op te lopen als gevolg van coronamaatregelen;

van mening dat een kinderarts, na goede voorlichting en informed consent, puberteitsremmers voor kan schrijven;

van mening dat we leed zo veel mogelijk moeten voorkomen en dat we alle daarvoor geschikte partijen in moeten zetten;

verzoekt de regering zo spoedig mogelijk met de verenigingen voor kinderartsen in gesprek te gaan en actief te zoeken naar mogelijkheden waardoor kinderartsen kunnen bijdragen aan het oplossen van het probleem omtrent de wachttijden in de transgenderzorg, waaronder bijvoorbeeld het voorschrijven van puberteitsremmers,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 341 (31016).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de wachttijden voor transgenderzorg, met meer dan twaalf maanden, veel te lang zijn met alle gevolgen van dien voor de mensen die deze zorg nodig hebben;

constaterende dat in oktober 2018 een Kwartiermaker Transgenderzorg is aangewezen met als doel een versnelling aan te brengen in het realiseren van oplossingen;

constaterende dat de Kwartiermaker Transgenderzorg zich vooral richt op het bij elkaar brengen van vraag en aanbod, een handreiking voor gemeenten en de inkoop bij zorgverzekeraars;

constaterende dat deze acties tot op heden niet hebben geleid tot kortere wachttijden en dat wachttijden zelfs lijken op te lopen als gevolg van coronamaatregelen;

van mening dat we leed nu en in de toekomst moeten voorkomen;

verzoekt de regering per direct een actieteam in te schakelen om binnen een halfjaar met concrete voorstellen te komen hoe de wachtlijsten op te lossen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 342 (31016).

Dank u wel. Ik schors de vergadering voor maximaal vijf minuten.

De vergadering wordt van 14.29 uur tot 14.33 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik geef de minister het woord.

Van Ark:

Dank u wel, voorzitter. Ik heb een aantal moties die ik van een oordeel wil voorzien. Allereerst de motie van mevrouw Bergkamp op stuk nr. 337. Deze motie geef ik oordeel Kamer. Ik ben bereid om te doen wat deze motie van mij vraagt en ik heb in de schriftelijke beantwoording al aangegeven dat ik partijen zal vragen om bij de evaluatie van de kwaliteitsstandaard somatische transgenderzorg aandacht te besteden aan de ontwikkeling en de mogelijkheden rond de depathologisering van genderincongruentie. Ik ga partijen zeker vragen of zij in dat kader specifiek zouden willen kijken naar de drie in de motie genoemde onderwerpen. Ik geef de motie oordeel Kamer.

De motie van mevrouw Bergkamp en de heer Van den Berge op stuk nr. 338 geef ik ook oordeel Kamer. Ik blijf met de hulp van de kwartiermaker vol inzetten op het verkorten van de wachttijden in de transgenderzorg. Als ik de motie zo mag interpreteren dat ik daarmee via de kwartiermaker onverminderd doorga, dan kan ik haar oordeel Kamer geven.

Mevrouw Bergkamp (D66):

De motie mag zo geïnterpreteerd worden. Ik heb abusievelijk de heer Van den Berge genoemd. Het moet de heer Renkema zijn.

Van Ark:

Ik verander het.

Dan de motie op stuk nr. 339 van mevrouw Bergkamp. Ik heb sympathie voor deze motie en ik kan mij voorstellen dat het goed is om dit vraagstuk in het overleg met de VNG nog een keer onder de aandacht te brengen. Daarmee laat ik het oordeel van de motie over aan de Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 340 van de heer Stoffer naar aanleiding van de ontwikkelingen in het Verenigd Koninkrijk. Deze motie ontraad ik, want die stuurt aan op beleidswijzingen die wat mij betreft niet aan de orde zijn.

De motie op stuk nr. 341 van de heer Van Gerven ligt lastig binnen onze rolverdeling, want hij verzoekt de regering in overleg te gaan met de kinderartsen, terwijl juist de partijen zelf onderdeel zijn van het overleg. Wat mij betreft zou het een onderdeel kunnen en moeten zijn van de evaluatie van de kwaliteitsstandaard, maar gezien de rolverdeling ontraad ik dus deze motie.

De motie op stuk nr. 342 verzoekt om een actieteam. Wij houden vast aan het traject met een kwartiermaker en daarom ontraad ik ook deze motie.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we gekomen aan het einde van dit VSO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over de moties zullen we aan het einde van de middag stemmen.

Naar boven