Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-2021nr. 59, item 11

11 Initiatiefnota van het lid Diertens over een gezonde leefstijl

Aan de orde is het VAO Initiatiefnota van het lid Diertens over een gezonde leefstijl (AO d.d. 10/02).

De voorzitter:

Aan de orde is het VAO over de initiatiefnota van het lid Diertens over een gezonde leefstijl. Ik heet de minister voor Medische Zorg van harte welkom en geef mevrouw Van Esch als eerste spreker namens de Partij voor de Dieren het woord. U denkt: ik zag de minister gisteravond nog.

Mevrouw Van Esch (PvdD):

Ja, het is niet lang geleden dat we elkaar gezien hebben.

Voorzitter, dank u wel. Ik wil deze twee minuten beginnen met het nogmaals bedanken van mevrouw Diertens voor haar mooie nota over een gezonde leefstijl, die wij behandeld hebben. Wat ons betreft praten we in dit huis niet vaak genoeg over die gezonde leefstijl.

Ik heb vandaag een vraag en een motie. De vraag gaat over het eind januari gepubliceerde wetenschappelijk onderzoeksrapport van de WUR over de ongezonde voedselomgeving. Daarin worden aanbevelingen aan de overheid gedaan om in te grijpen. Een van die aanbevelingen heb ik verwerkt in mijn motie, die ik straks zal voorlezen, maar ik zou graag een schriftelijke reactie van de staatssecretaris willen vragen en ontvangen. Die vraag stel ik bij dezen aan de minister, maar die is dus eigenlijk bedoeld voor de staatssecretaris.

Nu kom ik bij mijn zeer lange motie. Ik ga dus snel beginnen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kamer reeds heeft uitgesproken dat kindermarketing vooral gericht wordt op producten uit de Schijf van Vijf, om kinderen te ontzien van kindermarketing voor ongezonde producten (motie-De Groot/Diertens (31532, nr. 201), 14 juni 2018);

constaterende dat de staatssecretaris van VWS in 2018 met het bedrijfsleven heeft afgesproken dat kinderidolen (licensed media characters) gericht op kinderen tot en met 12 jaar niet langer op ongezonde producten zullen staan;

constaterende dat uit een rapport van UNICEF (september 2020) blijkt dat desondanks bij een kwart van de ongezonde kinderproducten in de supermarkt kindermarketing wordt gebruikt en er tevens gebruik wordt gemaakt van animatiefiguren;

constaterende dat een nieuw wetenschappelijk onderzoeksrapport van de WUR (januari 2021) en een alliantie van UNICEF, de gemeente Amsterdam en vier gezondheidsfondsen (Diabetes Fonds, Hartstichting, Maag Lever Darm Stichting en Nierstichting) (februari 2021) de overheid aanbevelen om een verbod in te stellen op kindermarketing;

constaterende dat voor een verbod op kindermarketing ruim draagvlak bestaat onder de bevolking (zeven op de tien Nederlanders zijn voor);

verzoekt de regering een verbod in te stellen op alle vormen van reclame gericht op kinderen onder de 18 jaar voor voedingsmiddelen die buiten de Schijf van Vijf vallen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Esch en Renkema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 4 (35655).

Dank u wel, mevrouw Van Esch. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Gerven namens de SP.

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Allereerst een woord van dank aan mevrouw Diertens, die een nota heeft ingediend die in al haar punten eigenlijk de hele wereld omvatte. Als we dat allemaal zouden uitvoeren, zouden we een hele mooie samenleving hebben. Ik wil op één aspect nog de nadruk leggen, namelijk de sociaal-economische gezondheidsverschillen. Een samenleving waarin die verschillen groter worden, is niet een samenleving die de SP wil. We moeten toe naar het verkleinen van die verschillen. Vandaar de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in Nederland grote verschillen bestaan in de gezondheid tussen mensen met een hoge en mensen met een lagere sociaal-economische positie in de samenleving;

constaterende dat een belangrijk onderdeel van het aanpakken van sociaal-economische gezondheidsverschillen tussen mensen ligt bij het verbeteren van de woon-, werk- en leefomstandigheden voor mensen;

verzoekt de regering om te erkennen dat het verbeteren van deze woon-, werk- en leefomstandigheden cruciaal is voor het aanpakken van sociaal-economische gezondheidsverschillen, verantwoordelijkheid te nemen voor het significant verbeteren van deze omstandigheden en een integraal plan op te stellen om dit te bewerkstelligen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Gerven en Hijink. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 5 (35655).

Dank u wel, meneer Van Gerven. Dan geef ik nu het woord aan de heer Renkema namens de fractie van GroenLinks.

De heer Renkema (GroenLinks):

Voorzitter, dank u wel. De initiatiefnota die we hebben besproken, gaat over een belangrijk onderwerp. Preventiebeleid is de afgelopen periode vaak aan bod geweest in deze Kamer, niet ten onrechte, gezien de pandemie waarmee we te maken hebben. Ik heb twee moties. De eerste gaat over prijsmechanismen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het RIVM de suikertaks als een te overwegen maatregel identificeert;

constaterende dat meerdere politieke partijen in hun verkiezingsprogramma aangeven prijsmechanismen te willen inzetten als beleidsmaatregel (bijvoorbeeld verlaging van btw op groente en fruit);

overwegende dat prijsmechanismen een positief effect kunnen hebben op het beschermen van de volksgezondheid;

verzoekt de regering op korte termijn een quickscan uit te voeren naar de vormgeving en te verwachten effecten van verschillende prijsmechanismen te weten:

  • -een verhoging respectievelijk verlaging van btw op ongezonde respectievelijk gezonde producten;

  • -het invoeren dan wel verhogen van accijns op ongezonde producten;

  • -combinaties hiervan;

en de resultaten van deze quickscan per 15 april naar de Kamer te sturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Renkema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 6 (35655).

Mevrouw Kuik (CDA):

Ik heb nog een vraag aan de heer Renkema. Dit klinkt sympathiek, maar de heer Blokhuis heeft ons verteld dat hij hier al mee bezig is. Ik vraag me even af wat hier nieuw aan is.

De heer Renkema (GroenLinks):

In het notaoverleg heeft de heer Blokhuis inderdaad een aantal toezeggingen gedaan, ook dat er wordt geïnventariseerd wat de mogelijkheden zijn van bijvoorbeeld zo'n suikertaks en ook als het gaat over de btw. Wat ik met deze motie toevoeg, is dat ik vind dat we daar op korte termijn inzicht in moeten hebben. We weten dat er na de verkiezingen een nieuw kabinet komt. Daarom vraag ik om een quickscan per 15 april. Ik voeg er een deadline aan toe. Dat is nieuw ten opzichte van de toezegging die is gedaan.

De heer Van Gerven (SP):

Ik heb ook nog een vraag. De SP is niet zo'n voorstander van een suikertaks. U noemt die wel in de overweging van uw motie. Valt een onderzoek naar een producententaks ook onder de doelstelling van de motie?

De heer Renkema (GroenLinks):

Ook dat is deel van het woord prijsmechanisme, alleen wordt het dan ergens anders belegd. Dat zou daaraan toegevoegd kunnen worden. Het is in het debat vrij uitgebreid over de btw gegaan. Ik hoorde ook de lijsttrekker van het CDA van de week zeggen dat hij eigenlijk naar 0% btw op gezonde producten wil. Het lijkt me dus echt relevant dat we snel na de verkiezingen inzicht hebben in de mogelijkheden en onmogelijkheden van de verschillende prijsmechanismen.

De voorzitter:

Dank u wel. Of was u nog niet klaar?

De heer Renkema (GroenLinks):

Ik heb nog een motie.

De voorzitter:

Ja, natuurlijk. Gaat uw gang.

De heer Renkema (GroenLinks):

En die gaat over de GGD, een instelling waarmee we het afgelopen jaar ontzettend veel te maken hebben gehad. Heel veel Nederlanders kennen nu de GGD, zal ik maar zeggen. Dat zijn er meer dan bij het consultatiebureau.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de GGD'en het afgelopen jaar zeer veel werk hebben verricht in het kader van de bestrijding van COVID-19 als infectieziekte;

constaterende dat de bestrijding van infectieziekten slechts een van de hoofdtaken is in de publieke gezondheidszorg;

overwegende dat meerdere politieke partijen extra aandacht willen geven aan preventie, het bevorderen van gezond gedrag en het bereiken van bepaalde doelgroepen;

overwegende dat niet duidelijk is in hoeverre de GGD'en momenteel voldoende capaciteit hebben om dit soort taken op zich te kunnen nemen;

verzoekt de regering te verkennen hoe een wenselijke infrastructuur voor wat betreft de publieke gezondheidszorg eruit zou kunnen zien als de GGD'en meerdere en ambitieuzere taken zouden toegewezen krijgen in het kader van het beschermen van de volksgezondheid, en de resultaten van deze verkenning dit voorjaar naar de Kamer te sturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Renkema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 7 (35655).

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Renkema.

Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Belhaj namens D66. Gaat uw gang.

Mevrouw Belhaj (D66):

Voorzitter. Ik begin meteen met de moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in Nederland vele bewezen en kosteneffectieve interventies zijn om de gezondheid van mensen te bevorderen en dat deze in kaart worden gebracht via het loket Gezond Leven;

overwegende dat veel interventies, pilots en living labs onvoldoende opschalen omdat duidelijke regie ontbreekt, omdat de financiering en opbrengsten gefragmenteerd zijn of omdat deze op terreinen van meerdere departementen liggen;

overwegende dat er voornamelijk instanties zijn die doelen op het gebied van gezondheid monitoren, zoals het RIVM, maar dat gerichte beleids- en wetgevingsadviezen voor optimaal gezondheidsbeleid ontbreken;

van mening dat het belangrijk is dat de kansen en belemmeringen structureel in kaart zijn, zodat de rijksoverheid, gemeenten en verzekeraars beter geadviseerd worden om beleid te maken voor een gezonder Nederland;

verzoekt de regering een voorstel te doen om een nationaal rapporteur gezond leven aan te stellen die jaarlijks:

  • -belemmeringen in de opschaling van succesvolle interventies in kaart brengt;

  • -adviezen geeft aan de rijksoverheid, lokale overheden en verzekeraars hoe deze toegankelijk kunnen worden gemaakt voor zo veel mogelijk mensen;

  • -zich hierbij met name richt op groepen die een achterstand hebben in gezonde levensverwachting,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Belhaj, Diertens, Van Esch, Van Gerven, Kuiken en Sazias.

Zij krijgt nr. 8 (35655).

De voorzitter:

Gaat u verder.

Mevrouw Belhaj (D66):

Voorzitter. De tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat veel producenten van levensmiddelen de ambities hebben hun producten gezonder samen te stellen met minder zout, vet en suiker of met meer vezels;

overwegende dat deze producenten een ongelijk speelveld ervaren, omdat concurrenten met extra suiker of vet in hun producten beter verkopen;

verzoekt de regering in gesprek te gaan met producenten en verkopers van levensmiddelen die als doel hebben om hun producten gezonder te produceren en te verkopen om na te gaan wat er nodig is om dit ongelijke speelveld te bestrijden en aan de hand hiervan nog in 2021 voorstellen te doen richting de Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Belhaj, Diertens, Kuik, Sazias en Renkema.

Zij krijgt nr. 9 (35655).

De heer Bolkestein (VVD):

Ik heb een vraag over de laatste motie. Aan wat voor maatregelen zou u denken? Moeten we dan denken aan regelgeving of wetgeving, of kan dit ook gewoon binnen het veld zelf?

Mevrouw Belhaj (D66):

Ik vind eigenlijk alle drie de opties die u neerlegt fantastische denkrichtingen. In de motie wordt natuurlijk ook verzocht om daar juist het gesprek over te hebben, ook omdat het zo complex is. Het zou een beetje gek zijn als wij hier zouden voorsorteren op wat het zou moeten zijn. Toch, mevrouw Diertens? Ik heb daar mijn eigen gedachtes over. Ik ben geen woordvoerder en ik ben eigenlijk ook iets meer van de liberale tak. Ik doe dit van harte, maar u kunt zich voorstellen dat het belangrijk is dat breed wordt bekeken wat je zou kunnen doen.

De voorzitter:

Bent u overtuigd, meneer Bolkestein?

De heer Bolkestein (VVD):

Misschien via de voorzitter en via mevrouw Belhaj aan mevrouw Diertens: voor de VVD is het belangrijk om te weten of hiermee wordt vooruitgelopen op het idee van regelgeving. Dat zou misschien wat minder goed vallen. Of gaat het hier ook om het veld zelf en de samenwerking met het veld zelf? Dat is toch wel belangrijk. Misschien een knikje of een schudje.

Mevrouw Belhaj (D66):

Over de eerste opmerking die u maakt: ik kan me voorstellen dat het belangrijk is dat we dat niet al vastleggen, zoals ik net al zei.

De voorzitter:

Ik kijk even naar mevrouw Diertens. Bedoelt zij dit?

Mevrouw Belhaj (D66):

Nee, we kennen elkaar heel goed, voorzitter. Ze heeft mij dit laten doen, van de liberale tak van de fractie, dus ik voel me ook vrij om dat te zeggen. Als mevrouw Diertens dat graag had gewild, had het erin gestaan. U moet het zo zien: het zou een uitkomst kunnen zijn. Misschien niet, waarschijnlijk niet, want daarvoor heb je uiteindelijk ook weer een meerderheid in de Kamer nodig. Dus laten we hopen dat het eerste niet gebeurt. Het kan wel. Het tweede is dan het meest wenselijk.

De voorzitter:

U weet zich hier heel goed uit te redden.

Mevrouw Belhaj (D66):

Dank u. Ik wilde tot slot ook nog iets zeggen, ondanks dat ik nog maar één seconde heb. Inderdaad, deze initiatiefnota is geschreven door mijn dierbare collega Antje Diertens, Groninger, topper, sportfanaat, gezondheids- en leefstijlfanaat. Ik heb haar de afgelopen jaren als zijinstromer in de politiek af en toe aan de arm mogen meenemen. Dat vond ik fantastisch. Deze initiatiefnota is heel bijzonder, omdat ik weet dat ze de afgelopen twee jaar elke keer heeft gezocht naar manieren om het voor elkaar te krijgen om het vandaag in de Kamer te kunnen bespreken, zodat er belangrijke moties kunnen worden aangenomen om dit ook in werking te zetten. Antje, ik ga je ontzettend missen en ik ben heel erg trots op je.

De voorzitter:

Nou, wat lief. Dank u wel. Dat was een mooie afscheidsspeech van mevrouw Belhaj, maar een echte speech komt nog. Dit was trouwens ook een echte speech, hoor. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Kuiken namens de PvdA.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Voorzitter. Ik doe dat ook gewoon even. Ik kon helaas niet bij het initiatiefnotaoverleg zijn, maar ik gebruik mijn twee minuten ook om mevrouw Diertens even te bedanken. Laiverd, het ga je goed. We hebben een hele leuke tijd samengewerkt, met name in de commissie Koninkrijksrelaties. Preventie, gezonde leefstijl, is en was jouw motto. Dat blijf je ook doen, zeker nu er een kleinkind op komst is. Ik hoop dat je met haar nog heel veel avonturen en reizen mag verzamelen, op Pic Paradis of op het Pronkjewailpad: de beroemde tocht rondom het Noorden, Groningen. Het ga je goed. Heel veel dank voor alles.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Kuiken. Mevrouw Kuik, wat gaat u zeggen? Toch wel heel leuk dat dit zo spontaan gebeurt. Mevrouw Kuik namens het CDA.

Mevrouw Kuik (CDA):

Voorzitter. Ik begin eerst even met de motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in de Reclamecode Voor Voedingsmiddelen geregeld is dat het niet toegestaan is om reclame te maken voor ongezonde voeding bij kinderen tot en met 12 jaar en er geen kinderidolen gebruikt mogen worden in de marketing;

constaterende dat deze reclamecode echter niet op sociale media van toepassing is, omdat formeel gezien een account pas aangemaakt mag worden vanaf 13 jaar;

overwegende dat het zeer twijfelachtig is dat hierdoor kinderen tot en met 12 jaar niets meekrijgen van sociale media, al is het maar omdat deze ook zonder account zichtbaar zijn;

overwegende dat uit de laatste monitor om deze redenen al is gebleken dat sociale media een grijs gebied zijn wanneer het aankomt op kindermarketing, en dat verder onderzoek daarom niet nodig is;

verzoekt de regering ervoor te zorgen dat de Reclamecode Voor Voedingsmiddelen wordt aangepast, zodanig dat in deze code sociale media niet meer uitgezonderd worden, en de Kamer hierover voor de zomer te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kuik en Diertens. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 10 (35655).

Mevrouw Kuik (CDA):

Voorzitter, tot slot wil ik natuurlijk mevrouw Diertens bedanken voor de goede samenwerking en voor dat nuchtere Groningse geluid in de Kamer. Het is toch fijn om elkaar als noorderlingen weer even op te kunnen zoeken. We blijven elkaar gewoon zien.

De voorzitter:

Zo is dat. Dank u wel, mevrouw Kuik. Dan geef ik tot slot het woord aan de heer Bolkestein namens de VVD.

De heer Bolkestein (VVD):

Dank u wel. Ook complimenten aan mevrouw Diertens voor het algemeen overleg en voor haar initiatiefnota. Het was heel erg leuk om samen te werken. We spreken elkaar nog wel.

Eén motie van de VVD, die gaat over reclame voor alcohol die gericht is op jongeren.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat alcoholreclame aan specifieke regels is onderworpen en zich niet op jongeren mag richten;

overwegende dat het belangrijk is dat fabrikanten hiervoor zelf hun verantwoordelijkheid nemen en dat zij dat in veel gevallen gelukkig ook doen;

verzoekt de regering om, indien nodig intensiever, in overleg te gaan en blijven met de alcoholbranche om gezamenlijk tot aanvullende afspraken te komen zodat alcoholreclame zich in geen enkele vorm richt op jongeren;

verzoekt de regering tevens om indien dit niet tot een bevredigende samenwerking leidt de Kamer hiervan verslag te doen alvorens over te gaan tot aanvullende wet- en regelgeving,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bolkestein. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 11 (35655).

Dank u wel, meneer Bolkestein. Ik kijk even of de minister direct kan reageren. Nee, we schorsen vijf minuten.

De vergadering wordt van 13.58 uur tot 14.04 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik geef de minister het woord.

Van Ark:

Voorzitter, dank u wel. Ik neem vandaag mijn collega staatssecretaris Blokhuis waar, die inderdaad in een heel mooi algemeen overleg deze initiatiefnota van mevrouw Diertens heeft besproken met uw Kamer. Ik zal de oordelen die hij gegeven zou hebben over de moties graag met uw Kamer delen. Ik wil mevrouw Diertens ook bedanken voor haar nota.

Voorzitter. Mevrouw Van Esch vroeg nog om een schriftelijke reactie op het rapport van de WUR. Die zeg ik haar toe. Ik geleid dat verzoek door naar mijn collega.

De motie op stuk nr. 4 gaat over een verbod op alle vormen van reclame gericht op kinderen onder de 18 jaar, omwille van het totaalverbod. Dat gaat te ver. Daarmee ontraad ik deze motie.

Van de motie op stuk nr. 5, van de heer Van Gerven en de heer Hijink, denk ik: dat moet een missionair kabinet doen. Daarmee ontraad ik deze motie.

Datzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 6, van de heer Renkema. Daarin is inderdaad een datum toegevoegd aan de toezegging die mijn collega al heeft gedaan. Die verkenning komt er, maar die datum gaat net te ver. Deze motie is dus ook ontraden.

De motie op stuk nr. 7 gaat over de GGD. We gaan aan de slag met dat idee. Het is een heel goed voornemen om die discussie te voeren. Ik denk wel dat we dan eerst de discussie moeten voeren over de taken van de GGD en die niet alvast moeten invullen. Daarom ontraad ik deze motie. Maar we gaan wel aan de slag met dit thema.

De motie op stuk nr. 8 vraagt om een nationaal rapporteur. Daar is in het overleg veelvuldig over van gedachten gewisseld. In de optiek van het kabinet doet het RIVM dit. Daarmee ontraad ik deze motie.

Voorzitter. De motie op stuk nr. 9 gaat over de voorstellen over het gelijk speelveld en vraagt om in gesprek te gaan. Ik heb ook heel goed het interruptiedebatje gezien tussen de heer Bolkestein en mevrouw Belhaj. Dat in gesprek gaan, dat kan, maar we kunnen ons nog niet vastleggen op de vorm van de voorstellen. Daarmee krijgt de motie oordeel Kamer.

Datzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 10, die gaat over het doortrekken van de reclamecode naar sociale media. Deze motie krijgt dus oordeel Kamer.

Dan kom ik op de motie op stuk nr. 11, van de heer Bolkestein. Daarbij voel ik mij een beetje hetzelfde zoals mevrouw Belhaj het verwoordde. Ik heb het in mijn geval dan over de liberale kant van het kabinet, maar ik sta hier namens mijn collega en daarmee ontraad ik toch de motie van de heer Bolkestein.

De voorzitter:

Korte vraag, mevrouw Belhaj.

Mevrouw Belhaj (D66):

Ik heb een korte vraag over de motie op stuk nr. 8. De minister gaf aan dit al gebeurt door het RIVM, maar dat is niet zo. De bedoeling is juist dat wanneer iedereen op al die verschillende plekken dingen aan het doen is en op een gegeven moment het overzicht er niet meer is, je ervoor zorgt dat één iemand dat goed bewaakt. Bureaucratie en technocratie hebben we genoeg. Dus mijn vraag is of de minister het gewoon niet eens is met D66.

Van Ark:

Ik heb begrepen dat hierover in het debat al veelvuldig van gedachten is gewisseld, dus dat de Kamer zegt: als de regering het niet wil doen, vragen we er zelf een uitspraak over. Het advies van de regering is in ieder geval "ontraden".

De voorzitter:

Goed, dan wil ik u hiermee bedanken.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

We zijn hiermee aan het eind gekomen van dit VAO. Over de moties zullen we aan het eind van de dag stemmen.