Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-2020nr. 58, item 5

5 Vragenuur: Vragen Azarkan

Vragen van het lid Azarkan aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij afwezigheid van de minister voor Milieu en Wonen, over onbeantwoorde schriftelijke vragen inzake de uitspraak van de kantonrechter met betrekking tot Vestia (2020Z00646).

De voorzitter:

Dan geef ik tot slot het woord aan de heer Azarkan namens DENK voor zijn vragen aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, die eigenlijk de minister voor Milieu en Wonen vervangt. De vragen gaan over onbeantwoorde schriftelijke vragen inzake de uitspraak van de kantonrechter met betrekking tot Vestia. De heer Azarkan.

De heer Azarkan (DENK):

Dank voorzitter. Helaas hebben wij niet op tijd antwoord gekregen op de vragen die ik gesteld heb, dus vandaar dat ik het op deze manier doe.

De volkshuisvesting in Nederland staat onder druk. We hadden daar vorige week een goed debat over. We hebben een grote woningnood. Sommigen noemen het een woningcrisis. Sommige mensen moeten vijftien jaar wachten op een sociale huurwoning. Alsof dat niet genoeg is, stijgen de huren dermate dat steeds meer mensen zeggen: we kunnen het gewoon niet meer betalen Terwijl de sociale woningmarkt echt op slot zit, besluiten woningbouwcorporaties, zoals de woningbouwcorporatie Vestia, in Rotterdam, in de Tweebosbuurt, te gaan slopen. Goede voorzieningen, goede sociale huurwoningen moeten gesloopt worden, 535 stuks in dit geval. Asociaal, rechts rotbeleid. Ongelofelijk dat de gemeente daar goedkeuring voor gegeven heeft. We zien dan dat het tekort aan sociale huurwoningen verder oploopt. De huidige bewoners van de Tweebosbuurt kwamen in het geweer en zeiden, om het maar op z'n Rotterdams te zeggen: "Wij gaan niet optiefen. Wij gaan de rechter vragen om een uitspraak." De rechter heeft uitspraak gedaan en heeft gezegd: Vestia heeft de mensen niet goed betrokken, Vestia heeft niet aangeboden om ze te begeleiden naar een andere woning en Vestia heeft ook niet gezegd dat die mensen terug kunnen keren naar een woning die vervangen wordt. De rechter heeft gezegd: "Dat gaat niet door. Voor die zeventien geef ik geen goedkeuring."

DENK is blij met deze uitspraak. Ik wil graag van de minister weten: deelt de minister de mening dat de plannen van Vestia om honderden sociale huurwoningen in de Tweebosbuurt te slopen, wegens de uitspraak van de kantonrechter geen doorgang meer kunnen vinden? En wat vindt hij ervan dat Vestia in hoger beroep is gegaan?

De voorzitter:

Het woord is aan de minister.

Minister Knops:

Dank u wel, voorzitter. Dank aan de heer Azarkan voor het stellen van deze vragen. Het was inderdaad de bedoeling dat uw schriftelijke vragen beantwoord zouden zijn. Er is ook een uitstelbericht gekomen. Maar goed, de procedure is zo dat als dat niet op tijd gebeurt, ik deze vragen hier alsnog mag beantwoorden, in dit geval namens de collega voor Milieu en Wonen. De vragen zijn op 17 januari gesteld. Dit is een complexe casus, want de casus waar de heer Azarkan over spreekt, gaat over een buurt in Rotterdam, onderdeel van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid, waarbij alles op alles wordt gezet om leefbaarheid en betaalbare woningen te creëren in Rotterdam. In een stad als Rotterdam heerst ook grote woningnood. Dat is een opgave die veel breder is dan alleen de stad Rotterdam, maar ik spits het even toe op deze casus vanwege de concrete vraag. Het is gebaseerd op de woonvisie zoals die door de gemeenteraad van Rotterdam is vastgesteld. Dat is ook de manier waarop we werken: woningcorporaties komen samen met gemeenten, in dit geval ook met het Nationaal Programma Rotterdam Zuid, tot een plan van aanpak om de opgaven die er zijn, om betaalbare woningen voor de verpleger en de politieagent te realiseren, ook mogelijk te maken. Dan is het zo dat je in bepaalde situaties moet besluiten om te slopen, om daar uiteindelijk weer nieuwe woningen voor terug te bouwen. Zo werkt dat in de volkshuisvesting. Dat betekent ook dat sommige mensen, die zelf helemaal geen behoefte hebben om weg te gaan, op dat moment ergens anders moeten gaan wonen. De corporatie heeft de plicht om die mensen op een adequate wijze tijdelijk dan wel definitief onder te brengen. Daar gelden regels voor. Daar is ook beroep tegen mogelijk. Daarvoor kun je naar de Huurcommissie of naar de rechter.

De rechter heeft in twee situaties over vergelijkbare casuïstiek als deze kwestie gesproken. In de eerste uitspraak van de rechter kreeg Vestia gelijk. De tweede uitspraak was contrair daaraan en leidde tot het feit dat Vestia in het ongelijk is gesteld. Dat betekent dus ook dat de plannen voor deze concrete situatie tot die tijd, zolang de rechtszaak loopt, on hold staan. Het past mij niet in deze positie, niet als minister van Binnenlandse Zaken, maar ook niet als vervanger voor de collega voor Milieu en Wonen, om een uitspraak te doen over een zaak die nog onder de rechter is. De heer Azarkan vroeg namelijk wat ik ervan vind dat Vestia hoger beroep heeft aangetekend. Het staat iedereen in een rechtsstaat natuurlijk vrij om hoger beroep aan te tekenen als hij of zij van mening is dat de uitspraak niet past binnen het beleid en de wetgeving die we kennen. Dat moeten we dus afwachten. Tegelijkertijd zeg ik er wel bij: hiervoor gelden gewoon spelregels, ook bescherming voor de huurder. Daar gaan we buitengewoon zorgvuldig mee om. Maar ik zeg heel nadrukkelijk dat ik ook heel veel waarde hecht aan het feit dat als op democratisch niveau, op lokaal niveau, besloten wordt om zo'n grote opgave uit te voeren, dat ook op een goede manier gebeurt. En Rotterdam-Zuid is echt een grote opgave; het Rijk heeft zich niet voor niets achter dit programma geschaard. Dan zal er ook af en toe gesloopt moeten worden.

De heer Azarkan (DENK):

Voorzitter. Ik vermoed dat de minister niet de juiste informatie heeft, want hij begon ermee dat dit leidt tot een beter woonaanbod en betaalbaar wonen. De conclusie is dat de herstructurering die Vestia voor ogen heeft, een vermindering oplevert van het aanbod in de laagste categorie van 347 woningen. Hier is dus helemaal geen sprake van een verbetering voor de groep die het zo lastig heeft. Ik wil van de minister weten of hij nu, als vervanger weliswaar, regie gaat nemen op die woningnood, op die wooncrisis, of gewoon aan de kant staat en blij vertelt dat we in een democratische staat leven waarin iedereen naar de rechter kan.

Minister Knops:

Dat laatste, het aan de kant staan, is niet mijn natuurlijke houding. Ik hecht wel aan soevereiniteit, in die zin dat de gemeente — de gemeenteraad, in dit geval — bevoegd is om een woonvisie op te stellen en daarin haar eigen keuzes te maken, vanuit diezelfde gedachte en overtuiging dat er meer moet gebeuren om de woningnood te lenigen. Dan kom je met voorstellen, met plannen, waarbij je ervoor zorgt dat de leefbaarheid in de wijken ook zodanig vorm krijgt dat je daar verschillende categorieën woningen hebt en dat je voor de mensen die zich niet willen verplaatsen adequate herhuisvesting regelt. Daar zijn gewoon regels voor, dus dat moet goed gebeuren. Uiteindelijk is er wel, zeg ik toch ook in deze casus, zonder mij in de specifieke situatie te mengen, een rechter die een uitspraak heeft gedaan. Die uitspraak hebben wij te respecteren, maar er is hoger beroep aangetekend. Zolang die zaak loopt, zullen we dat moeten afwachten en zullen deze mensen ook niet weghoeven. Uiteindelijk zal wel door de rechter in hoger beroep beoordeeld moeten worden of het besluit terecht is of niet.

Ten aanzien van de andere vragen die de heer Azarkan gesteld heeft, kan ik hem melden dat ik van collega Van Veldhoven begrepen heb dat zij nog deze week de antwoorden op de vragen zal sturen. De reden dat het langer geduurd heeft, is dat we ook moesten afstemmen met een aantal partijen die bij dit project betrokken zijn.

De heer Azarkan (DENK):

Tot slot nog, voorzitter. We hebben natuurlijk gezien dat in het geval van Valkenburg vanuit de centrale overheid wel degelijk inmenging is geweest, omdat we een groot probleem hebben vanuit het perspectief dat we een tekort aan woningen hebben en dat er gewoon gebouwd moet worden. Ik hoor het bijna in elk debat: bouwen, bouwen, bouwen. En niet: slopen, slopen, slopen. Als dit tegen het beleid ingaat — we zijn ook in Utrecht aan het kijken of we druk kunnen uitoefenen met een aanwijzing of het dreigen daarmee — wat maakt dan dat de minister niet zegt: maar hier gebeurt fundamenteel iets verkeerds, hier onttrekken we goede sociale huurwoningen? Sterker nog, ook een rechter zegt: dit is gewoon niet goed. En dan zegt de minister: ik blijf aan de kant staan en ik wacht het proces af?

Minister Knops:

Nee, nee, maar — dat zeg ik toch even — zo werkt het wel in de rechtsstaat. Het is niet aan mij om op dit moment over deze casus uitspraken te doen. In het algemeen kan ik zeggen dat het tegendeel waar is. We staan niet aan de kant. Collega Van Veldhoven en ook eerder collega Ollongren hebben zich buitengewoon hard gemaakt om die woningbouwopgave te realiseren. Er zijn veel debatten in de Kamer over geweest.

Ik wil er nog wel iets bij zeggen. Als je wilt herstructureren in bestaand stedelijk gebied, is dat buitengewoon complex. Dat kun je niet doen zonder ook af en toe te schuiven, door woningen eruit te nemen en andere, nieuwe kwaliteiten toe te voegen. Sommige woningen zijn ook gewoon aan het einde van hun levensduur. De casuïstiek van Valkenburg die de heer Azarkan noemt, is een wezenlijk andere. Dat is een grondgebied dat voor het overgroot deel in eigendom is van het Rijksvastgoedbedrijf, de rijksoverheid dus. Daar hebben wij dus ook een rol als eigenaar. Bovendien staan daar geen woningen, dus je kunt daar allemaal nieuwe woningen bouwen. Dat is relatief eenvoudig, zeker als je het afzet tegen de complexe situatie in Rotterdam.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Azarkan. Dan mevrouw Beckerman namens de SP.

Mevrouw Beckerman (SP):

Niet alleen de Vestiahuurders in de Tweebosbuurt, maar duizenden Vestiahuurders zitten in een dramatische situatie. De SP is een meldpunt gestart, een zwartboek. We hebben al meer dan 1.000 klachten, van klachten over ziekmakende schimmel tot klachten van mensen die al een jaar geen werkende verwarming hebben. Achterstallig onderhoud, maar wel elk jaar huurverhoging op huurverhoging. Het gaat niet om één set onbeantwoorde vragen. Ik heb er drie, die allemaal niet beantwoord worden. Terwijl de Grondwet zegt dat mensen een goed huis verdienen, grijpt het kabinet, zeg ik via de voorzitter, nog steeds niet in bij Vestia. Dit is een politiek probleem. Wat zegt u, zou ik willen vragen, tegen de huurders van Vestia? Wanneer gaat u echt ingrijpen? Dit kan zo niet langer.

Minister Knops:

Ik ken de specifieke vragen zoals die door mevrouw Beckerman zijn gesteld niet. Ik sta hier in plaats van mijn collega, dus dat antwoord moet ik u schuldig blijven. Ik wil wel zeggen dat voor elke huurder de mogelijkheid openstaat om naar de Huurcommissie te gaan en ook om naar de rechter te gaan, in geval er klachten zijn over de wijze waarop de verhuurder omgaat met de huisvestingssituatie. Dat is wat ik daar in algemene zin over kan zeggen. Het kabinet hecht buitengewoon veel waarde aan goed overleg met corporaties. Daar waar het niet goed gaat, is het juist door het instrumentarium dat we hebben dat ook corporaties daar waar ze het niet goed doen gecorrigeerd worden. Ik zal de laatste zijn die zegt dat er nergens fouten worden gemaakt, maar we moeten ook niet het beeld neerzetten dat het overal niet goed is. Het gaat op heel veel plekken ontzettend goed. Corporaties hebben een heel belangrijke maatschappelijke taak om juist in dat stedelijke gebied die opgaves samen met andere partijen, met private partijen, te realiseren. Dat kunnen ze niet alleen. Daar hebben ze de overheid ook voor nodig. Collega Van Veldhoven heeft eerder ook al aangegeven dat wij alles op alles zullen zetten om de woningnood die er is, met name in de Randstad, maar ook steeds meer in andere gebieden, aan te pakken. Dat zullen we samen met de gemeenten en de corporaties doen.

De voorzitter:

En als er sprake is van onbeantwoorde schriftelijke vragen, kan de minister dit misschien doorgeven aan de minister voor Milieu en Wonen. Anders staat u volgende week weer hier.

Minister Knops:

Dat zal ik zeker doen, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we ook aan het einde gekomen van het mondelinge vragenuur. Ik schors de vergadering enkele ogenblikken. Dan gaan we stemmen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.