Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 70, item 3

3 Vragenuur: Vragen Bontes

Vragen van het lid Bontes aan de minister van Defensie over het bericht "Helft alle voertuigen leger kapot".

De heer Bontes (Groep Bontes/Van Klaveren):

Voorzitter. De terreurdreiging is nog nooit zo groot geweest. We zijn in oorlog met IS, maar onze krijgsmacht, hét instrument om onze veiligheid te waarborgen, verkeert in deplorabele staat. Afgelopen zaterdag stelde de scheidend commandant van de landmacht, generaal De Kruif, in het AD dat ruim de helft van zijn voertuigen niet inzetbaar is. De landmacht kampt met een ernstig gebrek aan munitie. Verbindingssystemen draaien nog op Windows XP. Militairen moeten zelfs op Marktplaats naar onderdelen zoeken om problemen te verhelpen. Het is vreselijk om te zien. De krijgsmacht verdient beter; Nederland verdient beter.

Ik heb de volgende vragen. Wat gaat de minister van Defensie eindelijk doen om deze enorme problemen bij de landmacht op te lossen? Wanneer komt zij met een langetermijnvisie voor de krijgsmacht, iets waar ook generaal De Kruif krachtig voor pleit? Wat gaat de minister doen met de forse kritiek van de NAVO, die stelde dat Nederland veel te weinig geld uitgeeft aan de krijgsmacht? Hoe gaat zij de minister van Financiën verleiden om met extra miljarden voor defensie over de brug te komen? Ik krijg graag antwoord op deze vragen.

Minister Hennis-Plasschaert:

Voorzitter. Ik dank de heer Bontes voor de gestelde vragen. Generaal De Kruif heeft afgelopen zaterdag in het AD in feite hetzelfde gezegd als wat ik de Kamer al eerder heb gerapporteerd, bijvoorbeeld bij de begroting voor 2016 en in het bijzonder in de inzetbaarheidsrapportage. Daarin wordt duidelijk aangegeven dat we nog steeds grote problemen hebben met de materiële gereedheid. Ik heb ook gezegd dat dit niet eventjes is opgelost. De stapje-voor-stapjevooruitgang die kan worden geboekt aan de hand van bijvoorbeeld de intensiveringen in de begroting voor 2016 betekent dus niet dat de effecten daarvan ook nu al voelbaar zijn bij de operationele eenheden.

De heer Bontes stelt: de krijgsmacht verdient beter. Dat ben ik van harte met hem eens. Dat is de reden waarom ik het meerjarige perspectief heb geschetst, mede in antwoord op de eerste en de tweede motie-Van der Staaij. Ik weet dat de heer Bontes hartgrondig voorstander is van verdere intensiveringen en dat is precies waarover ik de begrotingsbilaterale heb met de collega van Financiën.

De heer Bontes (Groep Bontes/Van Klaveren):

Ik dank de minister voor haar antwoorden, maar ik heb het idee dat zij nog steeds de urgentie hiervan niet echt inziet. Generaal De Kruif stelde al eerder dat ons leger het echte vechten verleerd is. Zoiets kan toch niet in deze tijden?

De minister heeft de afspraak gemaakt met de NAVO om 2% van het nationaal inkomen te besteden aan defensie. Wanneer gaat het kabinet deze afspraak nakomen? Wanneer toont de minister zich een betrouwbare bondgenoot? Wanneer gaat zij, zoals mijn fractie al jarenlang wil, defensie versterken met 5 miljard euro extra?

Minister Hennis-Plasschaert:

Ik voel de urgentie wel degelijk, want ik mag dag in, dag uit met de krijgsmacht werken. Ik heb dus heel goed zicht op waar de pijn zit. Die zit zeker bij het Commando Landstrijdkrachten maar ook bij de andere krijgsmachtsdelen. Ik heb vaker met de Kamer intensief van gedachten gewisseld over de problemen die voortvloeien uit twee decennia van taakstellingen en opeenvolgende bezuinigingen. Onder leiding van dit kabinet is een intensivering, een weg opwaarts, ingezet. Dat gaat stapje voor stapje. Ik heb ook gezegd dat het einde van die noodzakelijke intensiveringen nog niet in zicht kan zijn. De heer Bontes stelt terecht dat er afspraken zijn gemaakt tijdens de afgelopen NAVO-top in Wales. Er komt weer een nieuwe NAVO-top aan in Warschau. Ook daar zal weer gesproken worden over die zogenoemde NAVO-norm van 2%. Nederland zit daar ver onder; daar maak ik ook geen geheim van. Het is op dit moment 1,13% of 1,14% van het bbp. We zullen echt beter moeten presteren — dat zegt de NAVO inderdaad — maar dat heeft ook te maken met de financiële mogelijkheden die het kabinet heeft om daaraan in een bepaald tempo vorm te geven. Ik heb niet voor niks vorige week nog in een debat met de Kamer gesteld: als wij überhaupt in de buurt van het Europees NAVO-gemiddelde willen komen, is 2 miljard nodig. Dat blijf ik herhalen.

De heer Bontes (Groep Bontes/Van Klaveren):

Het is allemaal too little too late, wat de minister vandaag zegt. We moeten nu handelen. Geen woorden maar daden. We hebben nú geen miljoenen maar miljarden nodig.

Ik kom bij mijn laatste vraag. Nederland kampt met een enorme terreurdreiging. Kan de minister garanderen dat de operationele capaciteit van alle krijgsmachtsdelen voldoende is om deze dreiging het hoofd te bieden?

Minister Hennis-Plasschaert:

De krijgsmacht wordt ingezet aan de hand van de zogenaamde inzetbaarheidsdoelstellingen. Dat is het ambitieniveau. Het is een beetje een raar woord, maar het zijn die inzetbaarheidsdoelstellingen die tellen. Steeds weer wordt de Kamer erover geïnformeerd of de krijgsmacht die inzetbaarheidsdoelstellingen weet te realiseren. Dat gaat niet altijd makkelijk, maar de Nederlandse krijgsmacht is voorbereid op zijn taken.

De heer Knops (CDA):

De minister laat niet na om continu op radio en tv te pleiten voor meer geld voor defensie. De vraag is wat er nu in deze Kamer daadwerkelijk gebeurt. Is de minister bereid om die woorden, die wensen en die noodzaak — die is er en die onderschrijf ik van harte — om te zetten in concrete voorstellen, bijvoorbeeld bij de Voorjaarsnota?

Minister Hennis-Plasschaert:

Zoals te doen gebruikelijk heb ik de komende weken, net als mijn andere collega's, begrotingsgesprekken met de minister van Financiën. Die gaan niet zozeer over het opplussen van budgetten bij de Voorjaarsnota, want intensiveringen krijgt de Kamer gepresenteerd bij de begroting van 2017, op Prinsjesdag dus.

Mevrouw Belhaj (D66):

Vorige week hebben we ook al van de minister mogen horen hoe belangrijk zij het vindt dat er meer geld bij komt voor Defensie. We hebben dat toen in zekere zin nog even laten lopen. In haar toon en stijl lijkt het echter bijna alsof de minister niet al drie jaar verantwoordelijk is voor de situatie bij Defensie, los van de oproep tot meer geld. Ik blijf toch met de vraag zitten wat de minister de afgelopen drie jaar eigenlijk heeft gedaan met de middelen die zij heeft. Welke keuzes heeft zij gemaakt zodat een interview zoals dat nu gegeven is, eigenlijk niet meer hoeft voor te komen?

Minister Hennis-Plasschaert:

Ik zou tegen mevrouw Belhaj willen zeggen: hebt u even? Drie jaar vallen niet samen te vatten in een paar minuten. We hebben niet voor niets bij het aantreden van dit kabinet de weg voorwaarts ingezet. Er moesten heel drastische keuzes worden gemaakt, al bij aanvang van het kabinet, mede als gevolg van eerdere besluitvorming. Daar loop ik helemaal niet voor weg, want die verantwoordelijkheid neem ik gewoon over. Of ik me verantwoordelijk voel? Van kruin tot kleine teen; laat dat duidelijk zijn. Ik ben hier elke dag mee bezig. Ik heb net al gezegd dat ik zie wat nog dagelijks de pijn is bij de operationele eenheden. Het geschetste meerjarenperspectief heeft de afgelopen drie jaar geleid tot verschillende intensiveringen. We zullen die weg voorwaarts moeten blijven bewandelen om ervoor te zorgen dat de krijgsmacht kan blijven doen wat hij doet en dat dit huis kan blijven bouwen en vertrouwen op de inzet van de krijgsmacht.

De voorzitter:

Ik dank de minister van Defensie voor haar antwoorden.

Er zouden nog twee series mondelinge vragen gesteld worden aan de minister voor Wonen en Rijksdienst. Ik heb echter zojuist vernomen dat hij vastzit in de Eerste Kamer. Er wordt druk gebeld om te vernemen hoe laat hij daar ongeveer klaar kan zijn.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik heb zojuist vernomen dat de minister niet voor 14.30 uur aanwezig zal zijn. Het is ook niet helemaal zeker of hij hier na 14.30 uur zal zijn. Ik stel voor om in elk geval tot 14.30 uur te schorsen en daarna te overleggen met de vraagstellers.

De vergadering wordt van 14.17 uur tot 14.30 uur geschorst.