Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 57, item 22

22 Staatsdeelnemingen

Aan de orde is het VAO Staatsdeelnemingen (AO d.d. 03/02). 

De voorzitter:

Ik heet de minister van Financiën van harte welkom. Het woord is aan mevrouw Van Tongeren. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Voorzitter. Ik dien de volgende moties in. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat er door de verplichte splitsing van DELTA financiële uitdagingen zijn ontstaan rond de kerncentrale Borssele; 

overwegende dat de aangenomen motie-Vos/Van Tongeren de regering vraagt om een oplossing te vinden voor de kerncentrale Borssele; 

verzoekt de regering, meerdere scenario's uit te werken voor de nationalisatie van Borssele, onder andere volledige sluiting, het voldoen aan alle huidige veiligheidseisen en sowieso opbouw van voldoende fondsen voor eindberging, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 234 (28165). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat momenteel meerdere staatsdeelnemingen een basis in fossiele energie hebben; 

overwegende dat we staatsdeelnemingen hebben om een publiek doel te dienen; 

overwegende dat het regeringsbeleid is om te komen tot een economie die meer en meer gebaseerd is op schone energie; 

verzoekt de regering, een langetermijnstrategie te ontwikkelen voor staatsdeelnemingen met de focus op het publieke belang van een duurzame economie en hierover jaarlijks te rapporteren, bijvoorbeeld in het jaarverslag Staatsdeelnemingen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 235 (28165). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat URENCO een 100% staatsdeelneming is; 

overwegende dat financiële speculatie in radioactieve stoffen kan leiden tot meer transporten van radioactieve stoffen; 

overwegende dat deze speculatie zeker niet in het publieke belang is; 

overwegende dat elk nucleair transport extra risico geeft en dit in strijd is met verschillende verdragen die transporten beperken tot de strikt noodzakelijke; 

verzoekt de regering, te zorgen dat staatsdeelnemingen niet participeren in speculatie met radioactieve stoffen of deze faciliteren; 

verzoekt de regering tevens, niet mee te werken aan het verlenen van transportvergunningen die speculatie ondersteunen, en de Kamer hierover te informeren, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 236 (28165). 

De heer Ronnes (CDA):

Voorzitter. In navolging van onze suggestie tijdens het AO Staatsdeelnemingen om een meerderheidsbelang in URENCO te verwerven, dient het CDA een motie in die de mogelijkheden daartoe in kaart brengt. Dit is in lijn met de motie-Van Hijum uit 2013 en de motie-Omtzigt uit 2014. Zeker nu de regering niet meer voornemens is om aandelen URENCO te verkopen, wil het CDA de strekking van de oude moties nogmaals ter overweging inbrengen. Vandaar de volgende motie, die mede wordt ondersteund door het lid Merkies van de SP. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de regering niet meer voornemens is aandelen van URENCO te verkopen; 

overwegende dat het bijkopen van aandelen URENCO economisch rendabel kan zijn; 

voorts overwegende dat een meerderheidsbelang ter borging van de publieke belangen een alternatief zou kunnen zijn voor een bijzonder aandeel met rechten en bevoegdheden; 

verzoekt de regering, in kaart te brengen wat de voor- en nadelen en de mogelijkheden zijn van het verwerven van een staatsbelang van 51% in URENCO en de Kamer hierover te informeren in aanloop naar het door de minister aangekondigde wetsvoorstel over de borging van publieke belangen in URENCO, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ronnes en Merkies. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 237 (28165). 

Ik stel vast dat de minister meteen kan antwoorden. Het woord is aan de minister. 

Minister Dijsselbloem:

Voorzitter. De motie-Van Tongeren op stuk nr. 234 gaat over de toekomst van de kerncentrale Borssele. Mijn begrip van de situatie is dat er al een motie in de Kamer is aangenomen die momenteel wort uitgewerkt door het ministerie van EZ, met betrokkenheid van het ministerie van I en M. Het betreft de motie van Jan Vos waarin de regering wordt verzocht te onderzoeken of de kerncentrale kan worden genationaliseerd. Het is nog maar de vraag of dat een verstandige stap is, maar daar hoeven wij vanavond niets van te vinden. De vakdepartementen zijn daarmee bezig. Zoals altijd bij staatsdeelneming is de eerste vraag of het betrokken publieke belang niet gewoon geborgd kan worden met wet- en regelgeving. Die vraag zal beantwoord worden door de vakdepartementen. Op die motie zal dan worden gereageerd, dus de toegevoegde waarde van deze motie zie ik op dit moment niet. Ik wil die dan ook ontraden. 

De voorzitter:

Een korte vraag over de motie. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Er zijn zeker vijf relevante aangenomen moties rond de kerncentrale Borssele. Ik zal de minister niet vermoeien met het opnoemen daarvan, maar dit is een verdere specificering van wat de GroenLinksfractie graag in kaart gebracht wil zien. De motie-Vos vraagt alleen om nationaliseren, deze motie vraagt om ons inzicht te geven in de verschillende opties. Wij weten allemaal dat deze berekeningen en voorstellen op dit moment in verschillende ministeries circuleren. De Kamer zou daar graag wat meer informatie over willen hebben. 

Minister Dijsselbloem:

Die krijgt u ook. Ik zie overigens dat het een motie-Vos/Van Tongeren is, het is een beetje een faux pas om mevrouw Van Tongeren hier niet bij te vermelden. In zijn reactie zal het kabinet ingaan op de positie en de toekomst van die kerncentrale. Die motie ligt er echt al en het heeft naar mijn gevoel geen enkele toegevoegde waarde om steeds nog verfijndere moties in te dienen, terwijl de vorige nog niet eens door het kabinet is beantwoord. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Daarover kunnen wij van mening verschillen. Als wij wachten tot het uitgewerkt is en dan pas komen met "ja maar, u hebt de sluiting daarin niet meegenomen", dan antwoordt de minister dat het gemeld had moeten worden toen het werd uitgewerkt. Er is een motie-Vos, er is een motie-Vos/Van Tongeren en er is ook nog een motie-Van Gent over dit onderwerp. Die stellen allemaal in algemene zin dat er een staatsbelang geborgd moet worden en dat er eens gekeken moet worden naar nationalisatie. Mijn vraag nogmaals is: is het echt niet mogelijk om ook dit door te geleiden, desnoods naar de vakdepartementen? Anders moet dit weer in antwoord op schriftelijke vragen. 

Minister Dijsselbloem:

Ik blijf bij mijn oordeel. Er liggen blijkbaar drie moties over dit thema en het lijkt mij verstandig om die eerst te beantwoorden. 

De motie op stuk nr. 235, verzoekt de regering een langetermijnstrategie te ontwikkelen voor staatsdeelnemingen, gaat vooral over duurzame economie en fossiele energie. Staatsdeelnemingen moeten transparant zijn over hun beleid voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, specifiek op het gebied van duurzaamheid. Ik heb mevrouw Van Tongeren in het AO toegezegd om het thema duurzaamheid expliciet aan de orde te laten komen in de strategiebesprekingen die wij met regelmaat met staatsdeelnemingen hebben. Zij benoemen en behandelen het in hun jaarverslag en ik vind dat het daar ook thuishoort. Over het totaal van de jaarverslagen brengen wij dan weer het jaarverslag staatsdeelneming uit en dan rapporteren wij in hoeverre en hoe goed zij scoren op duurzaamheid. Dat doen we dus al. Ik ben niet van plan om daar één aparte strategie voor te ontwikkelen. Het zijn zeer verschillende bedrijven, dus dat lijkt mij niet zinvol. Bedrijven moeten dat zelf doen en moeten dat met de aandeelhouder, de staat, bespreken en daarover in hun jaarverslag verantwoording afleggen. Deze motie kan ik om die reden niet steunen. 

De voorzitter:

Een korte vraag. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik ken deze minister als een heel slimme minister. Ik vraag niet of het kantorenbeleid van een staatsdeelneming duurzaam is. Ik vraag of de Staat niet zou moeten nadenken over het totale pakket van staatsdeelnemingen die wij hebben, want dat moet het algemeen belang dienen, waar het Rijk naar een duurzame economie toe wil. Moet je dan niet van sommige staatsdeelnemingen af of moet je die misschien ombouwen? Het gaat over de overkoepelende duurzaamheidstrategie en niet over de vraag of de interne bedrijfsvoering van een staatsdeelneming voldoende groen is en of ze wel met elektrische auto's rijden. 

Minister Dijsselbloem:

Nogmaals, ik vind het echt niet zinvol om het thema duurzaamheid over de staatsdeelnemingen te beleggen. Er zijn vele tientallen die zeer verschillende activiteiten ontplooien in zeer verschillende sectoren. Dat zou een zeer algemene en dus ongerichte en zinloze strategie worden. Ik wil dat elk groot staatsbedrijf dat daar zeer actief mee bezig is, of het nu de NS, de Gasunie of TenneT is, daar met ons over spreekt, zodat het voldoende ambitie en realiteitszin heeft en zich vervolgens daarover verantwoordt. Dat is onze benadering. Dat was ook een toezegging aan mevrouw Van Tongeren. Ik geloof dat zij op het niveau van een individuele staatsdeelneming een goed punt heeft. 

De derde motie van mevrouw Van Tongeren op stuk nr. 236 gaat over speculatie met radioactieve stoffen. Als minister van Financiën moet je echt overal verstand van hebben! Ik wist niet dat het bestond. Mevrouw Van Tongeren heeft er eerder Kamervragen over gesteld, niet aan mij, dacht ik, maar aan de minister van EZ, misschien. Dit had ik niet moeten vragen … 

De voorzitter:

U begon erover. Mevrouw Van Tongeren? Het hoeft niet. 

Minister Dijsselbloem:

Waar speculatie plaatsvindt, heeft dat op zichzelf geen consequenties voor de veiligheid van URENCO of de locatie. Er wordt ook niet extra verrijkt uranium gemaakt bij URENCO vanwege speculatie, want dat mag helemaal niet. De hoeveelheid die gemaakt mag worden, is in de vergunningen bepaald. Dat geldt ook voor wat er mag worden opgeslagen op de locatie van URENCO. Dat zou dus helemaal niet kunnen. Transporten vereisen vergunning, zeker als het een export betreft. Dat is allemaal geregeld, meer kan ik er niet aan doen. Ik zal de motie dan ook moeten ontraden. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Goldman Sachs heeft dit in kaart gebracht. Er gaat uranium van Kazachstan naar Nederland. Vervolgens wordt het verrijkt, waarna het naar Rusland gaat. Daarna gaat het weer naar URENCO en vervolgens weer naar Rusland. Wij geven daar exportvergunningen voor af. Dit gebeurt uitsluitend voor de speculatie met grondstoffenhandel. Als de minister zegt dat het überhaupt niet bestaat in Nederland, zou ik daarover graag iets zien. Ik ben graag bereid om aan te leveren wat ik ervan weet. Dit vraagt om een bevestiging van wat de minister zegt, namelijk dat wij dat echt niet doen. Het gebeurt wel. 

Minister Dijsselbloem:

Er kan wel degelijk handel plaatsvinden met deze verrijkte grondstof, dat is het punt niet. URENCO werkt ook voor private partijen. Om te speculeren op de prijs van grondstoffen hoef je grondstoffen niet te verplaatsen. Uw insteek is dat er extra transporten plaatsvinden vanwege speculatie en dat wij de transporten om die reden moeten verbieden. Ik vaar hier op de antwoorden die de minister van EZ u al heeft gegeven: dit is niet aan de orde en wat wel gebeurt past binnen de vergunningen, is toelaatbaar en wordt gecontroleerd. 

De voorzitter:

Tot slot. Kort graag. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

De minister van I en M heeft recentelijk moeten toegeven dat zij per ongeluk geheel tegen de regels in daarvoor exportvergunningen heeft verleend. Ik wil graag een statement van de regering — het maakt mij niet uit welke minister het is — dat wij hier niet meer aan meewerken. Het gebeurt gewoon wel en uitsluitend voor speculatie, tegen onze verdragsverplichtingen in. Daarin zeggen wij dat er alleen maar, precies zoals de minister denkt, mag worden getransporteerd als het elders wordt gebruikt. Dan valt niet te verklaren dat dezelfde partij twee keer naar Rusland gaat. 

Minister Dijsselbloem:

Ik weet niet of ik dit voorstel mag doen, maar het lijkt mij meer voor de hand liggen dat mevrouw Van Tongeren vervolgvragen stelt aan de betrokken ministers. Mijn beeld is dat de exportvergunningen op dit gevoelige terrein worden verleend door het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dat is mij gezegd. De minister van EZ heeft antwoorden gegeven en mijn informatie is als volgt. Ja, er kan speculatie plaatsvinden, want het is een verhandelbaar goed. URENCO werkt ook voor private partijen. Daarvoor hoeft het echter niet extra te worden verplaatst, heen en weer. Mevrouw Van Tongeren brengt mij in een lastige positie, omdat ik er beleidsinhoudelijk niet op kan antwoorden. Ik moet mij beroepen op wat de minister van EZ de Kamer eerder heeft geschreven. Misschien is het een idee om een vervolgvraag aan hem te stellen als mevrouw Van Tongeren andere informatie heeft. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik wil dat met plezier doen, maar ik word door de minister van Economische Zaken naar de minister van I en M gestuurd. Die zegt dat zij ten onrechte vergunningen heeft verleend en dat zij dit nooit meer zal doen maar dat ik bij de eigenaar moet zijn. Dan kom ik bij Staatsdeelnemingen en word ik weer teruggestuurd naar EZ. Ik ga het doen, maar ik vind het wel een lastige weg voor een simpel Kamerlid om in een periode van twee jaar enige vordering te krijgen. 

Minister Dijsselbloem:

Laat ik het volgende toezeggen. Als mevrouw Van Tongeren de vraag nu ook aan ons stelt, dan zal ik ervoor zorgen dat er dit keer een afgestemd coherent antwoord komt, maar de inhoud zal primair van de andere vakdepartementen moeten komen. Mevrouw Van Tongeren overvraagt mij. 

De motie op stuk nr. 237 van de heer Ronnes en de heer Merkies gaat over de toekomst van URENCO. Zoals bekend bereiden wij een wetsvoorstel voor om alle (veiligheids)waarborgen rond URENCO goed en ook beter te regelen. Wij moeten daarbij samenwerken, want URENCO is deels in handen van Duitse bedrijven en van de Britse overheid. We moeten dus ook samenwerken met andere overheden. Op dit moment moeten de laatste knopen worden doorgehakt, ook in Berlijn. Als dat is gebeurd, komt het wetsvoorstel naar de Kamer. Ik wil de Kamer vragen om deze motie aan te houden, omdat het er in de eerste plaats om gaat of die wetgeving adequaat is om de publieke belangen te borgen. Dat moet volgens mij de insteek zijn. We weten op dit moment ook niet wat andere aandeelhouders gaan doen. De Britten zijn er heel expliciet over, maar van de Duitsers weten we dat nog niet definitief. Zodra we dat weten, moeten we een debat gaan voeren over de vraag wat dat betekent voor ons aandeel in URENCO; daar hebben de indieners van de motie natuurlijk gelijk in. 

De heer Ronnes (CDA):

Ik kan de minister redelijk volgen, maar waarom is het niet slim om er in voorbereiding op het wetsvoorstel voor te zorgen dat je de andere strategieën ook goed in beeld hebt? In deze motie wordt slechts gevraagd om de voor- en nadelen goed op een rijtje te zetten zodat de Kamer, op het moment dat geconstateerd wordt dat we er met die wetgeving niet goed uit komen, alsnog zou kunnen overgaan tot uitbreiding van het belang. 

Minister Dijsselbloem:

De situatie is als volgt. De minister van EZ en ik beseffen dat de optie die wij eerder op tafel hebben gehad, namelijk de optie dat wij ons minderheidsaandeel dan ook zouden gaan verkopen, in de Kamer geen meerderheid zal krijgen. Het enige wat wij op dit moment zeker weten is dat wij die wetgeving nodig hebben, zeker als andere aandeelhouders gaan weglopen; dan hebben we sowieso die wetgeving nodig om ervoor te zorgen dat de zaak goed geborgd is. Daarnaast wachten we af wat met name de Duitse aandeelhouders uiteindelijk gaan doen, wat de Duitse regering daarover zal beslissen. Dan bepalen wij wat wij verder doen met het belang dat wij dan nog wel hebben. We bepalen dan of we dat moeten uitbreiden, in welke mate we dat dan moeten doen en welke alternatieven er zijn. De heer Ronnes heeft zelf gevraagd naar het gouden aandeel als een mogelijkheid. Ik vind die mogelijkheid juridisch wankel. Maar goed, dat debat moeten we dan voeren. Op dit moment vind ik het gewoon prematuur. We kunnen wel het volgende doen. Als we straks het wetsvoorstel naar de Kamer sturen, dan gaat de Kamer vast en zeker — ik vermoed dat dat toch gaat gebeuren — in de schriftelijke behandeling van het wetsvoorstel al deze vragen stellen. Ik zal daar dan uiteraard op ingaan, maar ik vind het niet zinvol om nu, nog voordat we überhaupt aan het wetsvoorstel toe zijn, al op het andere spoor in te gaan, namelijk: wat doen we nu met de aandelen? Dat is echt niet de goede volgorde. Als we nu met elkaar afspreken dat we dit meenemen in de schriftelijke behandeling en daarna natuurlijk in het debat over de wet — dat moet echt eerst gebeuren — dan kunnen we elkaar misschien vinden. 

De heer Ronnes (CDA):

Ik kan alleen constateren dat ik dat erg jammer vind, want het zou juist een veel betere optie kunnen zijn om het via de wet op te lossen. 

De beraadslaging wordt gesloten.