Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-2016nr. 57, item 7

7 Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Ik stel voor, op dinsdag 1 maart ook te stemmen over de brief van de vaste commissie voor Europese Zaken inzake de beëindiging van het parlementair behandelvoorbehoud zoals vastgelegd bij de EU-voorstellen Toegankelijkheidsakte COM (2015) (34386, nr. 3). 

Ik stel voor, toestemming te verlenen tot het houden van een wetgevingsoverleg met stenografisch verslag op: 

  • -donderdag 18 februari 2016 van 17.00 uur tot 19.00 uur, van de vaste commissie voor Economische Zaken over het wetsvoorstel Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 (tijdig realiseren doelstellingen Energieakkoord) (34401). 

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda: 

  • -het VAO IVD-aangelegenheden (AO d.d. 17/2), met als eerste spreker het lid Koşer Kaya namens D66; 

  • -het VAO Politie (AO d.d. 17/2), met als eerste spreker het lid Kooiman namens de SP; 

  • -het VAO Arbeidsmarktbeleid zorgsector/TSN (AO d.d. 18/2), met als eerste spreker het lid Leijten namens de SP. 

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten. 

De heer Van Nispen (SP):

Namens mijn collega Leijten merk ik op dat het laatstgenoemde VAO vandaag moet worden gehouden, inclusief stemmingen, in verband met een deadline die aanstaande maandag verloopt. 

De voorzitter:

Daar zullen wij rekening mee houden. 

Het woord is aan mevrouw Swinkels van de fractie van D66. 

Mevrouw Swinkels (D66):

Voorzitter. Twee maanden geleden stelde mijn fractiegenoot Pechtold een vraag in het plenaire debat over de Teevendeal. Die vraag betrof de strafbaarheid van de geheimhoudingsclausule, dus het buitensluiten van de Belastingdienst in die Teevendeal. Die vraag is nog steeds niet beantwoord. De Kamer heeft gisteren een brief ontvangen, maar de essentiële vraag wordt daarin niet beantwoord. Dat is de reden dat ik hier sta om mede namens de SP en de ChristenUnie daarover een debat aan te vragen. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik vind het punt dat de fractie van D66 noemt, heel terecht. Het kan niet dat de minister elke keer langs de rand glipt en geen antwoord geeft. Ik wil in elk geval weer een brief waarin we wel een antwoord krijgen. Verder is dit, denk ik, een collegiale ondersteuning voor het debatverzoek van de ChristenUnie-fractie over de commissie-Oosting. Ik zie ons namelijk niet twee keer over grofweg hetzelfde onderwerp debatteren. Ik zie echter verbazing bij mevrouw Swinkels. Misschien klopt mijn aanname niet. 

De voorzitter:

Wij bekijken hier ook even of dit hetzelfde onderwerp is. 

Mevrouw Swinkels (D66):

Zal ik daarop reageren? De onderzoeksopdracht aan de commissie-Oosting bepaalt op dit moment niets op dit punt. Het maakt dus geen onderdeel uit van de onderzoeksopdracht. Als de Kamer dat zou willen, kunnen wij daartoe besluiten. 

De voorzitter:

Dan ligt er nu gewoon het verzoek voor het houden van een debat. 

De heer Krol (50PLUS):

Steun voor de brief en voor het debat. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Ik wil steun geven aan het verzoek om een nieuwe brief, waarin heel scherp wordt gevraagd om op deze vraag antwoord te geven. Mocht die brief niet komen, dan overwegen wij steun aan een debat sec over dit punt. Als die wel komt, stel ik voor om die bij het debat over de commissie-Oosting te betrekken. Of dit nu wel of geen deel uitmaakt van de onderzoeksvraag, het past in ieder geval bij dat debat. 

De voorzitter:

Dus u geeft voorlopig geen steun aan een debat, wel aan het vragen om een brief. 

De heer Recourt (PvdA):

Dat klinkt alleszins redelijk. Steun voor een brief. Nog geen steun voor het debat. 

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Steun voor een brief. Wij denken dat dit prima kan worden betrokken bij het debat over de commissie-Oosting. Een apart debat is niet nodig, denk ik. Ik wil wel absoluut een brief. Daarna hebben wij het erover. 

De heer Van Oosten (VVD):

Daarbij sluit ik mij aan. Daarbij merk ik op dat het sowieso voor eenieder mogelijk is om tijdens dit debat over de commissie-Oosting, dat al gepland gaat worden, die vragen neer te leggen die men wil stellen. 

De heer Van Vliet (Van Vliet):

Een brief specifiek over dat fiscale punt lijkt mij zeer verhelderend. 

De voorzitter:

Mevrouw Swinkels, u hebt geen meerderheid voor het houden van een debat, wel steun voor het vragen van een brief over het onderwerp waarover u een debat wilde. 

Mevrouw Swinkels (D66):

Dank u wel. Ik weet mij in goed gezelschap als het gaat om het belang van de informatieverstrekking aan de Kamer. 

De voorzitter:

Dank u wel. Ik stel voor om het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. 

Ik heb op mijn lijst de heer Smaling, maar ik zie de heer Van Nispen. Die heeft vandaag opdrachten meegekregen. Het woord is aan de heer Van Nispen. 

De heer Van Nispen (SP):

Ja, ik heb corvee vandaag. Ik vervang ook mijn collega de heer Smaling. Ik dien een rappel in over onbeantwoorde schriftelijke vragen over een mogelijke btw-deal bij de afwikkeling van aardbevingsschade in Groningen, ingezonden op 22 december jl., en over onbeantwoorde vragen over het traineren door de NAM van een afgesloten overeenkomst bij een complexe schade in Groningen. Die vragen zijn ingezonden op 26 januari jl. 

De voorzitter:

Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. 

Het woord is aan de heer Merkies. 

De heer Merkies (SP):

Wij hebben afgelopen maandag van de VPRO de gewobde stukken ontvangen over de Fiscale verzamelwet 2014, de nota van wijziging en de besprekingen daarover binnen de Belastingdienst en met het ministerie van Financiën. Die hebben betrekking op de coco's. Het debat daarover voeren wij vanavond. In het stuk zijn grote delen weggelakt. Die zijn volledig wit. Het enige wat men schijnt te hebben geleerd van de heer Van der Steur is dat men het niet zwart maakt en dat men inkt bespaart, maar voor de rest ziet het er hetzelfde uit. Ik kan een willekeurige pagina openslaan. 

De voorzitter:

Nee, dat gaan we niet doen, maar het verzoek is helder. 

De heer Merkies (SP):

Kortom, hier hebben wij niets aan. Mijn verzoek, mede namens de heer Grashoff en de heer Omtzigt, luidt om voor vanavond 18.00 uur vertrouwelijk inzage te krijgen in het volledige stuk, dus zonder alle weggelakte delen. 

De voorzitter:

Wie wil hierover het woord? Nee, mijnheer Omtzigt. Het verzoek is mede namens u ingediend. Ik wacht eerst af wat andere fracties zeggen. 

De heer Krol (50PLUS):

Steun. 

De heer Nijboer (PvdA):

Dit is buitengewoon ongebruikelijk. Ik vind het prima dat het verzoek naar de minister wordt doorgeleid, maar het is niet gebruikelijk dat wij allemaal vertrouwelijke stukken inzien waarmee we vervolgens in het debat niks kunnen doen. We hebben dit debat vanavond, maar het lijkt er een beetje op dat de oppositie haar eigen falen bij de behandeling van de wet, namelijk allemaal instemmen met een hamerstuk, wil verbloemen. 

De voorzitter:

Nee, nee, nee. Zo gaan we het niet doen. Daar hebben we vanavond het debat voor. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Ik heb er moeite mee dat we over een WOB-verzoek, dat wordt ingewilligd maar dat ons vervolgens niet bevalt, vragen gaan stellen. Ik denk dat we onze eigen vragen moeten stellen. Als we vragen hebben, zou ik die los van dit verzoek willen zien. 

De heer Koolmees (D66):

Ik dacht even na over wat er werd gezegd, maar ik ben natuurlijk voor transparantie. We hebben de wetten en de regels van de WOB, maar waar ik wel moeite mee heb, is dat we er vanavond in het debat niks mee kunnen als het vertrouwelijk ter inzage wordt gelegd. Dat zou natuurlijk een rare gang van zaken zijn. Het is prima om het verzoek door te geleiden naar de minister. We kunnen dan bekijken wat er terugkomt, gegeven deze wet. Het moet wel in de openbaarheid, want anders kunnen we er niks mee. 

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):

Ik vind het een moeilijk verzoek, omdat we er in het debat niks mee kunnen doen. Ik kan me voorstellen dat het wordt doorgeleid naar de minister, maar wat mij betreft hoeft dat niet, omdat we er in het debat toch niks mee kunnen doen. 

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter, aanvullend. We kunnen de minister gewoon vragen om niet onder de WOB, maar onder artikel 68 van de Grondwet een besluit te nemen. Dan moet hij ons vertellen wat hiervan openbaar gemaakt kan worden. Wat we nu hebben gezien, is helemaal wit gemaakt. Er staat wel één interessante zin in, namelijk: "Gaat ermee akkoord dat in de wetstekst de reikwijdte van de regeling expliciet wordt beperkt tot banken. Dat geeft een groot staatssteunrisico." Dat stukje is de minister vergeten wit te maken. Daar gaat het hele dossier over; voor de rest is het allemaal wit gemaakt. 

Het gaat waarschijnlijk over een boete van 500 miljoen. Wij zouden daarom graag dat besluit voor 18.00 uur ontvangen. Daarbij zou ik graag de andere mails en stukken over het staatssteunrisico die intern beschikbaar waren, ontvangen. Verder is het heel belangrijk dat wij de communicatie krijgen van de afgelopen twee jaar tussen de Europese Commissie en de Nederlandse regering tot het moment dat de vertrouwelijke procedure begon. Die communicatie kan ook naar de Kamer worden gestuurd. 

De voorzitter:

En dat allemaal voor 18.00 uur. 

De heer Omtzigt (CDA):

Ja, maar hier is al meerdere keren om gevraagd. Het ligt daar al en ze hoeven het alleen maar op te sturen. 

De heer Grashoff (GroenLinks):

Ik sluit me van harte aan bij de heer Omtzigt. We moeten dat debat vanavond echt op een goede manier kunnen voeren. Natuurlijk kun je in het debat niet uit vertrouwelijke informatie putten, maar voor de achtergrond is het buitengewoon relevant om dit te kunnen weten. 

De heer Van Vliet (Van Vliet):

Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw De Vries: je hebt er niks aan in het debat. 

De heer Fritsma (PVV):

De PVV wil ook dat alle informatie boven tafel komt, maar wij willen die informatie ook kunnen gebruiken in het debat. Wat dat betreft sluit ik mij dus aan bij de heer Omtzigt. 

De voorzitter:

Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. 

Dank u wel, mijnheer Merkies.