Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal1998-1999nr. 30, pagina 2149-2150

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen en de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (26249).

(Zie vergadering van 25 november 1998.)

In stemming komt het gewijzigde amendement-Reitsma (stuk nr. 8, I).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks, het CDA, het GPV, de RPF en de SGP voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast, dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 8 voorkomende gewijzigde amendement als verworpen kan worden beschouwd.

Artikel I wordt zonder stemming aangenomen.

De artikelen II t/m VI en de beweegreden worden zonder stemming aangenomen.

De voorzitter:

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van een stemverklaring vooraf.

De heer Reitsma (CDA):

Mevrouw de voorzitter! Het wetsvoorstel omtrent een aantal regelingen van de SPAK vinden wij op zichzelf en in algemene zin een goed voorstel. Een onderdeel van het voorstel heeft betrekking op de verhoging van het urencriterium voor het leerlingwezen van 32 naar 36 uur. Dat nu vind ik een slecht voorstel en daarop heb ik een amendement ingediend, dat is verworpen. Er bestaat namelijk alle reden voor om het leerlingwezen in Nederland fors te stimuleren en om alles uit de kast te halen om de terugloop in het leerlingwezen tegen te gaan. Een fiscale faciliteit, toegespitst op 22 uur, is daartoe heel hard nodig, terwijl de verhoging naar 36 uur negatief zal uitwerken op de aantrekkingskracht van het leerlingwezen. Daarnaast zijn andere maatregelen nodig om dit proces te stimuleren. Onderwijs en bedrijfsleven schreeuwen hard om deze maatregel in stand te houden en dit voorstel staat daar haaks op.

Alles afwegende, zal mijn fractie het wetsvoorstel toch steunen, temeer omdat een motie is ingediend – waarover straks gestemd wordt – die ook betrekking heeft op het leerlingwezen. De CDA-fractie zal dan ook voor die motie stemmen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:

Ik constateer, dat het wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.