Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal1998-1999nr. 30, pagina 2144-2145

Aan de orde is de stemming over het voorstel van het lid Van den Doel om heden niet te stemmen over wetsvoorstel26019 .

De voorzitter:

Ik deel de Kamer het volgende mee. Vanmiddag bij de regeling van werkzaamheden heeft de heer Van Middelkoop mij verzocht nog eens goed na te denken hoe wij zouden moeten omgaan met de stemming over het voorstel van wet van het lid Van Ardenne-van der Hoeven tot wijziging van de bepalingen betreffende pensioen in de Uitkeringswet tegemoetkoming twee tot vijfjarige diensttijd veteranen (26019). Dat heeft, met veel medewerking van een aantal mensen, tot het volgende geleid.

Ik heb gehoord dat de staatssecretaris van Defensie bereid is morgen in het kabinet een mogelijke eventuele dekking in het kabinet aan de orde te stellen, mocht het initiatiefwetsvoorstel-Van Ardenne-van der Hoeven aangenomen worden. Daarvan zal hij de Kamer dan uiterlijk maandag mededeling doen. Dat zou betekenen dat wij dan, indachtig de wens van in ieder geval een groot deel van de fracties, dinsdag over het wetsvoorstel kunnen stemmen.

Ik heb mij ervan verzekerd dat de Eerste Kamer in dit geval bij hoge uitzondering, ook omdat het om een initiatiefwetsvoorstel van de Tweede Kamer gaat, bereid is dat voorstel toe te voegen aan de lijst van wetsvoorstellen die voor 1 januari in de Eerste Kamer behandeld worden. Ik stel voor, op deze wijze te handelen. Dat houdt in dat de stemmingen over het voorstel van het lid Van den Doel en over het initiatiefwetsvoorstel-Van Ardenne-van der Hoeven nu van de agenda worden afgevoerd.

Daartoe wordt besloten.