Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-2015nr. 99, item 34

34 Agenda Europese top 25 en 26 juni

Aan de orde is het debat over de agenda van de Europese top van 25 en 26 juni 2015.

De voorzitter:

Aan de orde is het debat over de agenda van de Europese top van 25 en 26 juni 2015 en het zou ook zomaar vanavond over Griekenland kunnen gaan, heb ik begrepen in de regeling van werkzaamheden. Ik heet alle aanwezigen in de zaal van harte welkom, in het bijzonder de minister-president. Er hebben zich tien sprekers gemeld. De spreektijden hebben wij vanmiddag in de regeling van werkzaamheden vastgesteld. Ik geef als eerste het woord aan de heer Koolmees van de fractie van D66.

De heer Koolmees (D66):

Voorzitter. Ik begin inderdaad met het nieuws van de dag: Griekenland. Zoals Merkel constateerde: gelukkig zitten er meerdere dagen in één week. Wij lijken ze deze week hard nodig te hebben. Verder wil ik vandaag vier andere punten bespreken: de begrotingstop, het Five President's Report, de Europese migratie-agenda en de mensenrechten-apk.

Ik begin met Griekenland. Er lijkt beweging aan de zijde van Syriza. Er is een plan waarover te praten valt. Na maanden van impasse krijgt Tsipras het nu toch benauwd. Was het de strenge blik van Merkel of toch de eigen Griekse bevolking, de gewone Grieken die de straat opgaan om met tienduizenden tegelijk te protesteren vóór een akkoord, maar ook de gewone Grieken die de straat opgaan om te pinnen? Met miljarden tegelijk lopen de banken leeg. De ECB voorziet de Griekse banken continu van nieuwe liquiditeit. Vier keer in zes dagen kwam de Governing Council bijeen om het plafond voor de noodsteun keer op keer te verhogen.

Optimistisch bekeken is een akkoord iets dichterbij. Morgen praat de eurogroep verder over het voorstel van de Grieken, maar wij moeten ook vaststellen dat er een jaar lang geen enkele voortgang is geboekt. Waar eerst nog groei werd verwacht in Griekenland, heeft de aanhoudende onzekerheid het herstel in de kiem gesmoord. Het nieuwe voorstel, althans wat wij ervan hebben gezien, met vooral weer lastenverzwaringen, zal de economie opnieuw zwaar vallen. Wat is de eerste analyse van de regering? Hoeveel graden moet er worden bijgestuurd?

Jarenlang was het mantra: eerst implementeren, dan pas uitkeren. Is daar nu nog tijd voor met nog één week te gaan tot het einde van het programma? Oppositiepartijen Nea Dimokratia en PASOK lijken een constructieve toon aan te slaan. Zij kunnen Tsipras aan een meerderheid helpen in het parlement. Maar ook als er deze week een akkoord ligt, is een echte oplossing nog altijd ver weg. Hoe kijkt het kabinet aan tegen de periode na 30 juni? Tsipras wil dat schuldverlichting onderdeel is van de deal. Daarvoor ligt morgen wellicht iets op tafel, of misschien in de periode daarna. Kan de premier iets meer vertellen over het persoonlijke reddingspotje van de heer Juncker? Waar komt zijn 35 miljard precies vandaan?

Er staat nog meer op de agenda van de top. Er is nog genoeg te bespreken en te doen. Daarom verbaast het mijn fractie dat het kabinet zo weinig actie onderneemt op het Europese vlak. Ik begin met de Europese begroting. Iedereen wil af van het ondoorzichtig rondpompen van Europees geld en het gedoe over de afdrachten en de naheffingen. De premier zelf noemde dit een bizar proces. De Kamer heeft het kabinet per motie opgedragen om tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap een begrotingstop te organiseren over een radicale hervorming van de EU-begroting. Voormalig minister Timmermans omarmde dit voorstel van D66 en noemde het een goed idee om van hervorming van de EU-begroting een prioriteit te maken. Kan de minister-president mij uitleggen waarom er nu een briefje naar de Kamer komt met procedurele argumenten om van deze kans geen gebruik te maken?

D66 wil een transparante Europese begroting die direct wordt gefinancierd, zodat helder is waar het geld vandaan komt en heen gaat. Zo krijgt de Europese belastingbetaler waar voor zijn geld en komt hij niet meer voor verrassingen te staan, zoals de naheffing. Het gaat om het vertrouwen van de burger in Europa. Ik meende dat het kabinet die ambitie deelde, maar er kan slecht een seminar van af. Waarom wordt niet deze kans gegrepen om op het hoogste niveau een top te organiseren?

Dan kom ik op het Five President's Report. Op de valreep kwam er nog één extra president bij: de heer Schulz. Het is mooi dat er een visie vanuit Europa komt en dat er hierbij iets concreets ligt. Het rapport lijkt op het eerste gezicht positief. Mijn fractie is verheugd dat erkend wordt dat de Monetaire Unie alleen hand in hand gaat met een politieke unie. Maar hiermee is de muntunie nog niet af. Hoe wordt gegarandeerd dat wij hiermee niet weer een extra ondemocratisch orgaan in het leven roepen? Kan ervan uitgegaan worden dat het geheel een communautaire structuur krijgt binnen de Europese verdragen met een volledige democratische controle en gerechtelijke toetsing? Wij vinden het goed dat de minister van Financiën als voorzitter van de eurogroep aan dit rapport heeft bijgedragen. Mijn fractie is wel benieuwd naar de appreciatie van de minister-president. Graag een reactie.

Dan kom ik op de mensenrechten-apk. Terwijl in de afgelopen tijd veel gesproken is over de monetaire unie, mogen wij niet vergeten dat wij ook een unie van waarden zijn. Ook binnen onze Unie is dat vaak lang niet vanzelfsprekend, zoals Hongarije in de afgelopen tijd helaas veelvuldig heeft laten zien. Daarom ben ik blij dat het Europees Parlement het plan van mijn collega Sophie in 't Veld heeft omarmd: een jaarlijkse mensenrechtencheck om de grondrechten, de rechtsstaat en de democratie binnen de Europese Unie te verstevigen. Dit plan zal worden uitgewerkt tot een wetgevend initiatiefvoorstel. Is de premier bereid om dit initiatief volmondig te steunen en zich hiervoor hard te maken bij zijn Europese collega's tijdens de Europese top?

De Kamer vraagt al sinds de publicatie van de Europese migratieagenda, afgelopen mei, om helderheid over het standpunt van het kabinet hierover. Wat is de Nederlandse inzet geweest tijdens de JBZ-Raad? Heeft de staatssecretaris onderhandeld over een andere verdeelsleutel voor herplaatsing en hervestiging? Zo ja, wat zijn de resultaten hiervan? Graag een reactie.

Vervolgens een opmerking over de militaire missie van de Europese Unie om het businessmodel van mensensmokkelaars te ondermijnen. Hoe staat het met het verkrijgen van een mandaat van de VN-Veiligheidsraad? Vindt de minister-president dat de acties van mensensmokkelaars een bedreiging zijn voor de internationale vrede en veiligheid, zoals die zijn vastgelegd in het VN-Handvest? Mocht het mandaat verkregen worden, hoe zullen de verdere besluitvorming en de parlementaire controle hierop worden vormgegeven?

Hoe ziet de minister-president de verdere uitvoering van de migratieagenda? Wat is de inzet van Nederland qua tijdpad bij deze uitvoering? Ook op dit punt graag een reactie.

De heer Segers (ChristenUnie):

Mevrouw de voorzitter. Tweeënhalf jaar geleden publiceerde de ChristenUnie een onafhankelijk onderzoek naar de toekomst van Griekenland binnen de eurozone. De conclusie was dat Griekenland en de andere landen binnen de eurozone geen optimale muntunie kunnen vormen omdat de economieën daar te ongelijksoortig voor zijn. Het is altijd flauw om achteraf je gelijk te halen, maar wij zijn nu tweeënhalf jaar en vele kredietverleningen verder en er is voor de Grieken nog steeds geen licht aan het eind van de tunnel. Massawerkloosheid, een schuld die niet meer terugbetaald kan worden en de ene top na de andere die de Europeanen eerder van elkaar vervreemden dan dichter bij elkaar brengen. Het begint een traditie te worden: eerst de druk richting de top flink opvoeren, om vervolgens doodleuk te zeggen dat er geen akkoord komt, maar dat de komende dagen echt cruciaal zullen worden. Over zeven dagen loopt het leningenprogramma af. In feite zijn de onderhandelingen al mislukt, want de Grieken zullen er niet in slagen om voor die tijd wetgeving aan te nemen die de weg opent voor het vrijgeven van de resterende 7,2 miljard euro.

Ik vraag de minister-president wat er gisteren dan wél is afgesproken met de Grieken. Waar komt het optimisme van gisteravond vandaan, na maanden van chagrijn? De Griekse regering heeft een flinke stap gezet op het vlak van de vroegpensionering en de btw, maar de grote vraag is wat premier Tsipras hiervoor terug wil. Het lijkt onvermijdelijk dat er een vorm van schuldverlichting of kwijtschelding komt. Bondskanselier Merkel heeft al gezegd dat zij schuldkwijtschelding niet uitsluit. Hoe zit dat in Nederland? De minister-president heeft eerder schuldkwijtschelding uitgesloten, maar doet hij dit nog steeds? Kan dit een onderdeel vormen van een oplossing? Het IMF heeft aangegeven schuldkwijtschelding noodzakelijk te vinden. Het kabinet heeft altijd gezegd dat deelname van het IMF voor Nederland een harde voorwaarde is. Hoe verhoudt het een zich tot het ander?

Dan een opmerking over het Five Presidents' Report. Terwijl de onderhandelingen met de Grieken keihard aantonen dat bestaande afspraken in de praktijk onvoldoende worden nagekomen, komt men in Brussel doodleuk met een road-map voor de EMU. Het rapport-Van Rompuy en de blauwdruk van de commissie zijn afgestoft. Sommige elementen zijn eruit gehaald, zoals de lidstaatcontracten en de eurobonds, maar de inzet blijft staan: een verdere ontwikkeling naar een politieke unie is onvermijdelijk. Het kabinet heeft gepleit voor het benutten, naleven en handhaven van de huidige regels in plaats van het optuigen van nieuwe regelgeving. Nu lees ik in het rapport dat de Commissie binnen twee jaar komt met nieuwe wetgeving om het EMU-bouwwerk verder op te bouwen. Wat vindt het kabinet van dit rapport? De brief die wij daarover hebben gelezen, is heel vrijblijvend en enigszins afstandelijk. Hoe beoordeelt het kabinet de landenspecifieke aanbevelingen, die zeer vergaand kunnen zijn, bijvoorbeeld die over ons pensioenstelsel? Hoe beoordeelt het kabinet die inzet? Wat de ChristenUnie-fractie betreft, vraagt dit om een ferme politieke standpuntbepaling.

Vervolgens een opmerking over TTIP. Onduidelijk blijft hoe een en ander precies vormgegeven zal worden, maar ook is niet duidelijk wat de economische winst en de banenwinst voor Nederland en de Europese Unie zullen zijn. Specifiek gaat het om de geschillenbeslechting. Dat is een heel heikel punt. Wat kunnen we met de toezegging van de Eurocommissaris dat ISDS op termijn wordt vervangen door een permanent arbitragehof? Dat betekent dat er nog steeds wordt uitgegaan van exclusieve rechtsbescherming van multinationals buiten de nationale rechtsgang om. Hoe staat dit in verhouding tot aangekomen Kamermoties op dat punt, die uitspreken dat geschillenbeslechting in TTIP geen afbreuk mag doen aan ons nationale rechtssysteem?

Wat betreft migratie is bekend geworden dat de EU-ministers van Buitenlandse Zaken een akkoord hebben bereikt over een militaire missie in de Middellandse Zee. Ik ga ervan uit dat wij hiervoor een artikel 100-procedure zullen volgen en dat die brief dus richting de Kamer zal komen. Ik wil daarbij opmerken dat voor de ChristenUnie-fractie van belang is dat netwerken van mensensmokkelaars in kaart worden gebracht, maar dat dit niet hetzelfde is als bijvoorbeeld het vernietigen van vissersboten aan de kust, want dat gaat veel verder. Ik spreek de wens uit dat er ruimte blijft om vluchtelingen die op de Middellandse Zee bivakkeren te helpen en dat daarvoor ook binnen die missie nog ruimte zal zijn. In vragende vorm leg ik dit aan de minister-president voor.

De heer Merkies (SP):

Voorzitter. We lopen wat Griekenland betreft van deadline naar deadline. Als je daar maar lang genoeg mee doorgaat, begint dat een doodlopend pad te worden. We moeten uiteindelijk naar een echte oplossing. Dat is ook een van de voorwaarden die ik twee jaar geleden heb gesteld. Als je met een oplossing komt, dan moet die ook lang houdbaar zijn. Dat was een van de redenen waarom wij toen tegen waren. De andere reden was dat er niet werd afgeschreven op private schulden. De lasten werden niet bij de banken gelegd. Ik ben dus wel benieuwd naar de reactie van de premier op het feit dat 90% van het geld niet bij de publieke sector is gekomen, maar bij de banken. Het is toch een mythe om te zeggen dat we de Grieken hebben geholpen en niet onze eigen banken?

Ik heb nog een paar andere mythes die ik de premier zou willen voorleggen. Wat is zijn reactie op de mythe dat de Grieken lui en verwend zijn? Volgens statistische gegevens van de OESO werken de Grieken de meeste weken per jaar. Zijn de lonen daar niet enorm omlaag gegaan met 37%? Wat is er waar van de mythe dat de Grieken niets doen? Ze zouden niet met voorstellen komen. Ik zie echter regelmatig lijstjes met voorstellen langskomen. Je kunt ze niet leuk vinden, maar ze komen wel met voorstellen. Ze hebben de grootste bezuinigingsoperatie achter de rug. Laten we niet vergeten dat dit ook eindelijk een kans biedt om corruptie en belastingontwijking aan te pakken. Dat is de afgelopen jaren gewoon vergeten door het vorige kabinet. Dit biedt die kans wel. Ze gaan heel ver — we weten niet hoever, want we kennen het akkoord nog niet — met de pensioenen. Die zijn al 40% tot 50% achteruitgegaan. Erkent de premier dat? Over welke voorstellen van de Griekse regering is de premier enthousiast?

De laatste mythe is dat de Grieken alles aan zichzelf te danken zouden hebben en dat ons geen enkele blaam treft. Het IMF doet tenminste wel aan zelfreflectie. Dat heeft in 2013 gezegd: we hebben inderdaad verkeerd gehandeld en het middel was erger dan de kwaal. Vijf jaar lang is het beleid van de trojka gedicteerd en moest er meer worden bezuinigd. Het afpakken van rechten van werknemers werd verpakt in de verhullende noemer "hervormingen". We hebben gezien waartoe dit beleid heeft geleid: een land dat schaamteloos kapot is bezuinigd, een Griekenland dat er veel slechter voor staat onder trojkabeleid. De economie is met een kwart gekrompen. De jeugdwerkloosheid is hoog. Een op de twee jongeren is werkloos en veel jongeren zoeken hun heil nu in het buitenland. Ik wil gewoon van de premier weten of hij enige vorm van zelfreflectie heeft en bekijkt wat wij van onze kant fout hebben gedaan. Hij wijst veel naar de Grieken, maar vindt hij dat we de afgelopen jaren goed met de Grieken zijn omgegaan? Vervolgens is de vraag natuurlijk hoe het nu verder moet. Waarschijnlijk ligt er een akkoord. Dat weten we nog niet, dus dat wachten we af. De vraag is natuurlijk wel: wat voor akkoord? Als er geen akkoord ligt, dan lijkt het mij duidelijk dat de Europese samenwerking heeft gefaald. Als er wel een akkoord ligt, wil ik weten wat wij van onze kant hebben gedaan. Is het een houdbaar akkoord? Biedt het perspectief aan de Grieken op langere termijn? Dat is uiteindelijk ook het beste voor onszelf. Een florerend Griekenland is het beste voor Europa, voor de Grieken en voor ons.

Dan kom ik op het Five Presidents' Report. Inmiddels zijn het five presidents. Ik wil daar eerst iets over zeggen. Hun uitgangspunt is nog meer Europa. We hebben in de afgelopen jaren gezien dat alle landen — en dat is ook een van de problemen met Griekenland geweest — door dezelfde mal zijn gehaald. Dat doet toch onrecht aan de diversiteit? Van Griekenland kun je proberen een Duitsland te maken, maar Griekenland is geen Duitsland en vice versa. Het draagvlak onder de Europese samenwerking neemt juist af door de verwoede pogingen om alles in een keurslijf te doen. In plaats van meer soevereiniteit voor de landen, willen de vijf presidenten zo snel mogelijk een begrotingsunie van Europa maken. Hierin worden lidstaten strenger gehouden aan het implementeren van hervormingen, rechtshervormingen. Meer macht komt te liggen bij Europese instellingen. Op den duur zou er zelfs een Europese schatkist, een eurozoneschatkist, komen.

Saillant detail is dat het rapport is opgesteld op verzoek van Mario Draghi. Het komt helemaal niet voort uit de gedeelde wens van de lidstaten. Het is toch apart dat dat in eerste instantie van de ECB-voorzitter komt? Wat zegt dat überhaupt over het rapport? Hoe verhoudt dit zich tot de visie van het kabinet? Dit gaf eerder aan voornamelijk het bestaande instrumentarium te willen uitputten en geen nieuwe EU-instituties op te willen tuigen.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik begrijp dat de heer Merkies als erelid van Syriza erg begaan is met de Grieken. Dat begrijp ik wel. Echter, wat is nu de oplossing van de SP voor Griekenland? Moet het gewoon doormodderen? Moeten we de schuld kwijtschelden? Wat is nu de ideale oplossing voor dit erelid van Syriza?

De heer Merkies (SP):

Ik ben niet van Syriza, maar van de SP. Ik vind echter wel dat de Grieken een volksvertegenwoordiging hebben gekozen; daar hebt u ook mee te maken. Zij hebben een nieuwe richting gekozen. Je kunt toch niet tegen de Grieken zeggen dat zij precies hetzelfde moeten doen als wat zij in de vorige periode hebben gedaan? Onder het bewind van Samaras hadden we toch ook behoorlijk wat corruptie. Bent u dan zo'n vriend van Samaras? Zegt u maar voor welke partij u dan bent in Griekenland. Je kunt toch niet tegen Griekenland zeggen dat het precies hetzelfde beleid moet voeren als het voorheen heeft gevoerd? Griekenland heeft wel degelijk een nieuwe richting gekozen.

De voorzitter:

Mijnheer Van Dijck, we doen interrupties in tweeën.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Dat is prima. Ik vroeg wat de oplossing is voor de SP. Syriza slaat nu een andere weg in. Dat moet zij zelf weten, maar is het niet veel beter voor Griekenland om de euro vaarwel te zeggen en met de drachme weer economische groei te creëren? Griekenland kan de drachme laten devalueren. Hierdoor wordt het interessant voor investeerders en goedkoop voor toeristen. Griekenland kan de molensteen van de euro om zijn nek blijven houden, maar biedt dit niet veel meer perspectief?

De heer Merkies (SP):

De heer Van Dijck weet dat wij aanvankelijk niet voor de euro waren. We hebben nu wel de euro. Als de drachme er al was, had je een ander verhaal. Als je nu overstapt naar de drachme, levert dat een grote ramp op. Daar heeft voornamelijk de armste bevolking onder te lijden. De heer Van Dijck zegt dat hij nog wat wil terugzien van de schulden. Denkt hij werkelijk dat hij er op dat moment nog wat van terugziet? Die schulden staan dan nog in euro's, terwijl de Grieken in drachmen hun euro's moeten verdienen. Ik denk niet dat hij er dan nog wat van zal terugzien.

De heer Segers (ChristenUnie):

Collega Van Bommel, ook van de SP-fractie, heeft eerder gezegd dat het geen ramp zou zijn als Griekenland de euro zou verlaten. Wat heeft de SP-fractie van inzicht doen veranderen? Waarom was het toen geen ramp en zou het nu wel een ramp zijn?

De heer Merkies (SP):

Ik denk dat het een groot probleem zou zijn. Wij zeggen dat het aan het land zelf is om ervoor te kiezen. Dat is het verschil. Wij zeggen dus niet, zoals de ChristenUnie zegt: gooi Griekenland er maar uit. Dat kan overigens ook niet, want zo hebben we dat afgesproken. Het is aan de Grieken zelf om ervoor te kiezen om uit de euro te gaan. Dat kunnen we niet leuk vinden, maar dat is ook democratie.

De heer Segers (ChristenUnie):

De fractie van de ChristenUnie heeft nooit gezegd dat je iemand uit de euro kunt gooien. We hebben gezegd dat het voor de Grieken beter zou zijn om een toekomst buiten de eurozone te hebben. In een reactie op een interruptie van de PVV-fractie hoorde ik u net zeggen dat we ons geld nooit terug zouden krijgen en dat het een ramp zou zijn. Eerder heeft een woordvoerder van de SP-fractie echter gezegd dat het geen ramp zou zijn. Dan is er toch iets veranderd? Ik begrijp niet wat er veranderd is.

De heer Merkies (SP):

Volgens mij zijn wij altijd heel consequent geweest, consequenter dan de ChristenUnie. Zo zijn wij bijvoorbeeld vanaf het begin voor een schuldenafschrijving op private schulden geweest. De ChristenUnie was er naar verloop van tijd ook voor, maar in eerste instantie niet. Ik denk dat wij in die zin een lange, consequente lijn hebben gevoerd. Maar ik denk inderdaad wel dat wat het Kamerlid van de ChristenUnie zegt — hij noemt het nu een advies, maar ik heb het hem ook weleens wat harder horen zeggen — met de strekking "zet ze maar uit de euro, dan hebben ze drachmen en in drachmen zullen ze zeker niet dat geld terugverdienen om uiteindelijk hun schulden terug te betalen" juist is.

Mevrouw Maij (PvdA):

Op het gevaar af dat de heer Merkies mij nu gaat vertellen wat de PvdA vindt, vraag ik hem — ik heb ook de debatten met de heer Van Bommel gevolgd die toen echt een andere mening had — waarom hij er nu anders instaat en zegt dat Griekenland er niet zomaar uit zou moeten. De heer Van Bommel heeft heel duidelijk hier meerdere keren aangegeven dat dit best een goede oplossing zou zijn.

De heer Merkies (SP):

Ik kan zeggen wat het standpunt is van de SP. Het standpunt van de SP is dat de Grieken er zelf over gaan of zij uit de euro gaan of niet. De meeste Grieken zijn daar geen voorstander van. Ik denk ook dat het problematisch zal zijn. Op de lange duur zou je er wat aan hebben, maar dan heb ik het echt over de lange duur. Het probleem is dat in de tijd daarvoor — en volgens mij hebben we hierover dezelfde mening — er behoorlijk wat rampen zullen zijn in het land. Dat denk ik zeker. En vooral de armste bevolking zal daar schade van ondervinden.

Mevrouw Maij (PvdA):

Ik denk dat we dan kort mogen concluderen dat sinds de verkiezingen in Griekenland het standpunt van de SP is veranderd.

De heer Merkies (SP):

Ik denk het niet.

Ik ga door met het Five Presidents' Report. Het verbaast mij dat dit op verzoek van Draghi kwam. Waarom is Draghi daar leidend in? Is het niet zinniger om de Europese regeringsleiders om tafel te zetten, ook gezien het feit dat in het rapport wordt erkend dat regeringen en parlementen meer zeggenschap moeten krijgen over de toekomst van de eurozone?

Over een aantal aspecten uit het rapport heb ik specifieke vragen. Allereerst over de stabiliteitsfunctie die erin wordt genoemd. Er wordt namelijk vooral beschreven wat deze niet is. De stabiliteitsfunctie is geen permanent overdrachtsmechanisme en is ook geen instrument voor crisismanagement. Wat is deze functie dan wel? Is deze functie een opgetuigde versie van het Junckerfonds? Welke instellingen hebben inspraak in de totstandkoming en werking van het mechanisme? Is dit niet gewoon een verkapte poging om toch weer een eurozonebegroting in te voeren? Ik wil uiteraard ook weten welke mening de minister heeft over de mogelijke eurozonebegroting. Dan is er ook nog de budgettaire raad die een adviserende functie krijgt. De noodzaak van deze raad is mij totaal niet duidelijk. Er vindt al heel veel controle plaats door Europese entiteiten op nationale begrotingen. Een dergelijke raad zou die tendens nog verder versterken. We hebben al een begrotingscommissaris. Hoe verhouden die zich dan tot elkaar? Hoe kijkt de regering aan tegen deze budgettaire raad en welk doel dient hij eigenlijk? Wat is volgens de regering het wenselijke doel?

Het rapport verordonneert dat er competitieve autoriteiten in het leven worden geroepen die moeten controleren of de loonontwikkeling wel in de pas loopt met de productiviteit, ook in vergelijking met andere landen. Dit is toch waanzinnig en onnodig? We hebben al nationale statistische bureaus die de macro-economische ontwikkelingen in de gaten houden en in Nederland gaan de sociale partners over de lonen. Is de premier het met mij eens? Graag een duidelijk antwoord.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Voorzitter. Het moge duidelijk zijn: de S van de SP staat tegenwoordig voor Syriza.

Griekenland: ik raak er bijna niet over uitgesproken, want ik ben al vijf jaar aan het ageren tegen het beleid omtrent Griekenland. Deze Griekse soap loopt namelijk al sinds mei 2010. Al meer dan vijf jaar. Al vijf jaar beloven de Grieken van alles maar gebeurt er niets. Al vijf jaar laten we ons voor de gek houden en al vijf jaar probeert Brussel de brand te blussen met miljarden van onze euro's. het is alles of niets, de euro zal en moet gered worden. "Whatever it takes", scandeerde Draghi. De euro is onomkeerbaar, zei mevrouw Merkel. En het mag wat kosten. De instituties pompten 250 miljard in dat land en de ECB houdt nu de Griekse banken overeind. Terwijl de Grieken al hun spaargeld weghalen — we hebben het kunnen zien — mag de ECB deze tekorten aanvullen. Inmiddels hebben de banken al 90 miljard aan liquiditeitssteun ontvangen. In het begin van dit jaar was dit nog 30 miljard. De Grieken hebben 50 miljard van hun spaarrekening gehaald. Hoelang denkt de ECB hiermee door te kunnen gaan? Is dit niet in strijd met het mandaat van de ECB? Is dit niet gewoon een extra steunpakket van 90 miljard? Geld dat we ook kwijt zijn.

Eerst 250 miljard aan noodhulp en nu 90 miljard van de ECB. Bijna 350 miljard. En nog is het niet genoeg. Het geld is op. Over bodemloze putten gesproken. Natuurlijk komt er donderdag weer een akkoord. Natuurlijk belooft men weer van alles. Natuurlijk gaan ze iets doen aan het vervroegd pensioen; dat beloven ze al vijf jaar. Een op de zes Grieken gaat op zijn 50ste met pensioen. Wie wil dat niet? Natuurlijk gaan ze de btw verhogen, nadat ze die eerst hebben verlaagd naar 13% voor de horeca. Ze gaan belasting heffen bij rijken, beloven ze. Maar de rijken in Griekenland betalen geen belasting, dat weet iedereen. Zo wordt straks het blikje weer een paar maanden verder geschopt. In september staan we hier weer en praten we over een derde steunpakket. En zo gaat het al jaren. De Grieken hebben ons gewoon in de tang en dat weten ze. De regeringsleiders laten zich openlijk chanteren en schofferen. Als Griekenland valt, valt de euro en vallen Spanje en Italië, dreigen ze. Ze dreigen zelfs jihadisten door te sturen naar Berlijn. Ze zoeken steun bij Poetin. Ze eisen keer op keer schuldkwijtschelding en uitstel van betaling. Ze noemen het IMF, dat hen probeert te helpen, zelfs een criminele organisatie. De ECB is onbetrouwbaar, de eurogroep is een vreemde, besluiteloze club, Merkel is politiek zwak en andere landen zijn gewoon ordinaire sadisten. Dat is Griekenland, dat is het land dat we met miljarden proberen te helpen; en ondanks alles blijven de softe Europese heelmeesters met geld strooien. Er staat 16 miljard klaar uit het IMF-fonds, er staat 7,2 miljard uit het noodfonds klaar en er staat nog 10,9 miljard uit het noodfonds klaar voor de banken. De Commissie, in de persoon van de heer Juncker, deelt nu een cadeautje uit — de heer Koolmees refereerde daar ook al aan — door te zeggen tegen Griekenland: als jullie tekenen bij het kruisje, krijgen jullie van ons nog eens een bonus van 35 miljard. Met welk mandaat doet de Europese Commissie dit?

De Grieken moeten dit jaar bijna 14 miljard aflossen. Dat geld hebben ze niet. Tegelijkertijd geven de Grieken driekwart van hun begroting uit aan ambtenarensalarissen en pensioenen. Driekwart van hun begroting gaat daaraan op. De helft van Griekenland is ambtenaar of is met pensioen! Ze weigeren te korten op de pensioenen. 16% van het bbp oftewel 18 miljard gaat naar pensioenen. De Grieken weigeren ambtenaren te ontslaan, hoewel vijf jaar geleden afgesproken was dat 250.000 ambtenaren naar huis zouden worden gestuurd. De Grieken hebben immers het grootste aantal ambtenaren per hoofd van de bevolking ter wereld. Ze hebben echter ambtenaren aangenomen in plaats van die te ontslaan. Ze weigeren te privatiseren, ze weigeren belasting te betalen en dat gaat tegen alle afspraken in. De andere eurolanden mogen de tekorten aanvullen, de schulden aflossen en de ambtenarensalarissen betalen. Hoelang denkt deze premier dit nog vol te houden?

Verlos de Grieken van de euro en verlos ons van de Grieken. Deze soap heeft nu lang genoeg geduurd. Een klein landje dat nog geen 1,8% van de Europese economie uitmaakt, gijzelt ons nu al jaren. Dit moet gewoon stoppen. Hoe langer men wacht, hoe hoger de rekening wordt. Als de Grieken geen belasting willen betalen, of als de Grieken op hun 50ste met pensioen willen, dan moeten ze dat lekker zelf weten, maar niet op onze kosten.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Voorzitter. Vanavond is er veel aandacht voor Griekenland. Dat is logisch, want daar zal de EU-top voor een groot deel over gaan. Het is wel van belang dat wij ons realiseren dat de EU-top ook zal gaan over het Europese beleid voor migratie. Daarom wil ik daar graag mee beginnen. Het migratiebeleid staat onder druk door de vele mensen in de wereld die huis en haard verlaten voor een veiliger toekomst in Europa. Het antwoord lijkt bijzonder simpel: de vluchtelingen moeten eerlijk over de lidstaten van de Europese Unie worden verdeeld. Dat simpele antwoord vereist echter duidelijkheid en Europese solidariteit. Alle landen lijken gevangen in hun nationale belangen, alsof de humanitaire plicht om onderdak te bieden aan kwetsbare vluchtelingen zich leent voor het afschuiven van verantwoordelijkheid of soms zelfs voor ordinaire koehandel.

GroenLinks vroeg de premier eerder al om ambitie te tonen en indien nodig een voortrekkersrol op zich te nemen als sommige lidstaten niet willen meedoen met de voorstellen van de Europese Commissie. Ik herhaal dat beroep op de premier hier graag. Wat gaat hij doen om andere EU-lidstaten ervan te overtuigen om mee te werken aan de plannen van de Europese Commissie? Ik hoor graag concrete actiepunten van de premier. Is het kabinet bereid om toe te zeggen dat het vrijwillig zal meewerken aan de verdeelsleutel voor hervestiging door dit jaar alvast 732 nieuwe vluchtelingen uit te nodigen via het UNHCR-programma?

De situatie met Griekenland is voor GroenLinks helder. Het is een illusie dat al het geleende geld terugkomt. Ook hier staan de oogkleppen van het nationaal belang een logische oplossing in de weg. Er moet gedeeltelijke schuldsanering komen voor Griekenland. Dat moet omdat dit solidair is, want samen zijn wij één Unie, die geen lidstaten kan laten vallen zonder dat dit consequenties heeft voor iedereen. Is het ons werkelijk waard om een land dat sinds de crisis al een kwart van zijn welvaart is kwijtgeraakt, nog verder in de problemen te drukken? Hebben wij niet genoeg welvaart om met de hand over het hart te kunnen strijken? Wie logisch redeneert, begrijpt dat je nog meer geld kwijt bent als je Griekenland uit de eurozone duwt of failliet laat gaan, om maar niet te spreken over de geopolitieke instabiliteit die dit zou veroorzaken in de Balkan en de gevolgen voor de stabiliteit van de euro.

Ik heb begrepen dat het goed mogelijk is dat uit de EU-top wederom een tijdelijke oplossing zal komen, waarmee de hete aardappel naar de herfst wordt doorgeschoven. Klopt dat? Wanneer zal Griekenland dan opnieuw schulden moeten aflossen en om welk bedrag gaat dat? De vraag is vooral wat wij met dat doorschuiven willen. Kan de premier toezeggen dat hij zal inzetten op een structurele en definitieve oplossing? Ziet het kabinet daarbij ook ruimte voor schuldverlichting of kwijtschelding? De voortdurende onzekerheid is niet alleen slecht voor mensen in Griekenland, maar ook voor de Europese economie als geheel. Kan de premier ook ingaan op het Nederlandse standpunt over de voorstellen van Juncker om de eurozone te versterken? Welke stappen moet de EU volgens Nederland nemen om Griekse tragedies in de toekomst te voorkomen?

Een echte Europese Unie werkt alleen als wij verder kunnen kijken dan onze nationale belangen en ook in het belang van de gehele Unie durven te denken. Dat besef, samen met een vernieuwd besef van solidariteit zou de uitkomst moeten zijn van deze EU top. Daarbij zijn de Grieken, de vluchtelingen, maar vooral ook de Europese Unie zelf het meest geholpen.

De heer Bontes (Groep Bontes/Van Klaveren):

Voorzitter. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Dat is een oer-Hollands spreekwoord waar men in Brussel helaas nog nooit van heeft gehoord. Hoe lang blijven we nog onderhandelen met de bedriegende, veredelde krakersbende uit Athene? Wanneer komt er nu eens een einde aan het Griekse drama? Weer wordt er tijd gekocht, weer komt er geen structurele oplossing en weer blijven we aanmodderen. Nederland schreef voor Griekenland een cheque uit van 12 miljard en staat daarnaast voor nog eens 6 miljard garant. Dat is meer dan €1.000 per Nederlander. Hetzelfde bedrag was door u, premier Rutte, niet aan de Grieken maar aan werkend Nederland beloofd, maar dat geld stroomt weer naar Zuid-Europa.

Laten we elkaar niet langer voor de gek houden. Iedereen weet wat er moet gebeuren. De oplossing is simpel. Griekenland moet zo snel mogelijk uit de eurozone. Het corruptie en frauderende land had natuurlijk nooit tot de euro mogen toetreden. Helaas hebben we te maken met een EU-elite die Griekenland hoe dan ook binnenboord wil houden. Het falen van Griekenland toont namelijk hun eigen falen en dat mag natuurlijk nooit gebeuren. Daarom zijn de belangen van Noord-Europese belastingbetalers al jarenlang ondergeschikt aan het mislukte euro-experiment. Aan het einde van de maand wordt gewoon weer ruim 7 miljard overgemaakt aan Griekenland.

Het einde van alle ellende is nog lang niet in zicht. Lidstaten moeten nu volgens een nieuw integratieplan van de eurobobo's Juncker, Tusk, Draghi, Schulz en Dijsselbloem nog meer soevereiniteit opgeven om de eurozone te redden. Wij roepen het kabinet op om op deze extra Europese top daar krachtig afstand van te nemen en in te zetten op een Grieks afscheid. Hoe meer armlastige landen de euro verlaten, hoe beter.

De Europese Unie moet zo snel mogelijk worden ontmanteld. Hopelijk is een Grexit hiertoe een eerste stap.

Mevrouw Maij (PvdA):

Voorzitter. De Europese Raad van donderdag en vrijdag heeft een volle agenda, maar zal, zoals de meeste collega's al aangaven, ongetwijfeld vooral in het teken staan van Griekenland. Daar wil ik het vandaag dan ook graag over hebben. Er staan ook andere onderwerpen op de agenda die voor de Partij van de Arbeid zeer belangrijk zijn, zoals migratie, het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, het Five Presidents' report en ook het VK. Deze onderwerpen maken duidelijk waarom de PvdA zoveel belang hecht aan een Europa dat veiligheid biedt en dat verbindt, een Europa dat meer kijkt naar sociaal beleid en naar werkgelegenheid. Onze grondrechten en onze vrijheden zijn daarvoor essentieel. Die moeten in alle lidstaten gerespecteerd en nageleefd worden. De PvdA spant zich ervoor in dat Nederland die rechten, werkgelegenheid, veiligheid en lotsverbondenheid, voortdurend in Europa op de agenda houdt.

Ik begin met Griekenland. Het lijkt erop dat er maandag stappen zijn gezet. Dat stemt nog zeker niet gerust, maar het is echt van groot belang dat die stappen worden gezet, morgen ook weer verder. Het gaat wat de PvdA betreft dan niet alleen om technische stappen, maar ook om de politieke wil bij alle spelers — de Grieken en de anderen — om eruit te komen. Uitgangspunt van de PvdA blijft dat we zoeken naar een oplossing waarbij Griekenland binnen de EU en de eurozone blijft. Net als andere lidstaten, ik noem Cyprus en Ierland, moet Griekenland wel beloftes nakomen. Het land heeft dat proces de afgelopen maanden bepaald geen dienst bewezen en dient zich professioneler en constructiever op te stellen. Het zou mooi zijn als dat deze week echt zou blijken.

Het is goed dat Griekenland meer werk wil maken van het tegengaan van belastingontduiking en het aanpakken van corruptie en fraude. Het pakket kan rekening houden met de economische en sociale veranderingen die Griekenland heeft doorgemaakt in de afgelopen periode. Wat de PvdA betreft, wordt een pakket beoogd dat de terugbetaling van de rekening door Griekenland mogelijk maakt. Een instabiel Griekenland, overstroomd door migranten en vluchtelingen, grenzend aan het toch al imploderende Midden-Oosten en de Balkan zou, zoals collega Voortman al zei, voor de Griekse bevolking een humanitaire calamiteit kunnen worden. Dat zou voor de stabiliteit van de Europese Unie als geheel een heel slechte oplossing zijn. Wij vragen de regering of het echt de inzet is om eruit te komen, of de politieke wil daartoe er daadwerkelijk is, in ieder geval bij deze regering, maar toch ook bij de andere lidstaten. Geen cadeautjes, maar ook geen politieke experimenten met een EU-land dat al op de rug ligt.

Ik kom op het onderwerp migratie. Het migratieplan van de Europese Commissie is hier al een aantal keren besproken. Helaas concentreert het debat zich telkens op het aantal mensen dat voor hervestiging of relocatie in de EU in aanmerking zou moeten komen en op hoe we de last zouden moeten verdelen. Het lijkt haast wel dat we uit het oog verliezen dat oorlog, onderdrukking en armoede aan de grenzen van Europa zorgen voor enorme vluchtelingen- en migrantenstromen en een menselijk drama op de Middellandse Zee. Gisteren sprak de president van Malta voor de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa. Malta is een land met een heel grote migratiedruk, en toch belichtte zij ook de andere kant van migratie. Zij zei dat het helpen van migranten niet moet worden gezien als lastenverdeling, maar als het delen van kansen, die een positieve invloed kunnen hebben op de afnemende beroepsbevolking in Europa. Ze zei letterlijk: migranten kunnen een aanwinst worden voor onze economieën. We mogen niet wegkijken of gewend raken aan humanitaire drama's.

Het plan van de Commissie is een belangrijke stap vooruit in de aanpak van deze problematiek. Het bevat een aantal punten waar de PvdA al langer voor pleit. Opvang en hervestiging in alle Europese landen, kijken naar mogelijkheden voor legale migratie en een robuuste, humanitaire missie op de Middellandse Zee om mensenlevens te redden, meer geld voor opvang in de regio en een harde aanpak van mensensmokkelaars. Ook pleit de Commissie net zoals de regering voor bredere partnerschappen met migratie-, transit- en herkomstlanden. Partnerschappen waar de landen van herkomst, transit en bestemming baat bij hebben, maar ook de migranten en de vluchtelingen zelf. Het gaat om een integrale agenda en geen keuzemenu.

Over het politieke uitgangspunt hoopt de regering het in de Europese Raad eens te worden. Ondertussen nemen echter diverse landen stappen die ingaan tegen de gemeenschappelijke afspraak om vluchtelingen op te nemen en bescherming te bieden. Zo komt een oplossing natuurlijk niet dichterbij. De oplossing ligt besloten in een daadwerkelijk gezamenlijke en ambitieuze Europese agenda. We staan op een kruispunt. Gaan we kiezen voor een beleid van afschuiven, beperken, hekken bouwen en mensen laten verkommeren, of pakken we nu echt als hele EU door en nemen we verantwoordelijkheid? De PvdA dringt er sterk op aan dat het laatste ook de inzet van deze premier zal zijn bij de top.

We lezen dat er in 2015 een EU/Afrikatop over migratie gaat komen. De PvdA ontvangt graag bijtijds de agenda en de inzet van de regering hiervoor. Voor de PvdA zal die inzet ook weer geïntegreerd moeten zijn. Opvang in de EU, het redden van levens, mensensmokkelaars aanpakken, geld voor opvang in de regio, maar ook een versterkt buitenlandbeleid dat bijdraagt aan de stabiliteit en ontwikkeling van de landen rondom de EU.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Mevrouw Maij gaf een tijdje terug de premier twee keuzes, of een Europa met hekken eromheen dat mensen buiten wil houden, of juist een Europa met een open houding. Ik wil van mevrouw Maij graag het volgende horen. Het kabinet heeft tot nu toe gezegd: wij willen op zich best meewerken aan de verdeelvoorstellen van de Europese Commissie, maar ja, dan moeten andere landen dat ook doen. Daarmee houd je elkaar in de houdgreep. Vindt mevrouw Maij net als GroenLinks dat Nederland juist een voortrekkersrol moet spelen en dat Nederland zou moeten zeggen: wij moeten hier nu echt stappen in gaan zetten? Vindt ook zij dat Nederland dus niet moet afwachten wat andere landen doen?

Mevrouw Maij (PvdA):

Laat duidelijk zijn dat ik zie dat er inderdaad keuzes zijn, maar dat zijn niet mijn keuzes. Ik leg zeker niet twee keuzes voor aan de premier. Dat van die hekken eromheen en de verantwoordelijkheid afschuiven, is voor de PvdA geen optie. We zien wel dat een aantal landen die stappen gaat zetten. Zoals ik zojuist in mijn bijdrage heb gezegd, zien we ook dat de discussie uiteindelijk alleen maar gaat over de platte herverdeling van het aantal mensen in Europa dat zich op dit moment in Italië en Griekenland heeft gemeld en dat herverdeeld zou moeten worden over de andere landen. Ik denk dat Nederland daaraan moet meedoen en moet stimuleren dat zo veel mogelijk andere landen, bij voorkeur alle Europese lidstaten, daar ook aan meedoen. Het is echter geen keuzemenu. Het is een onderdeel van een heel groot pakket.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Daar ben ik het zeer mee eens. Mevrouw Maij heeft net ook gezegd wat de andere elementen in dat pakket zijn. Het Nederlands kabinet zegt nu echter in Europa: andere landen moeten ook meedoen en als andere landen meedoen, willen wij ook meedoen. Op dat moment zit je alleen maar op elkaar te wachten. Zou Nederland niet juist een voortrekkersrol moeten vervullen en ervoor moeten zorgen dat andere landen ook gaan meedoen? Anders zitten we toch alleen maar op elkaar te wachten?

Mevrouw Maij (PvdA):

Zo heb ik de inzet van het kabinet bij de top over de migratie niet gelezen. Daar werd heel duidelijk gezegd: andere landen moeten ook meedoen. Er werd echter niet gezegd: alleen wanneer alle landen meedoen, zal Nederland ook stappen zetten. De inzet was: zo veel mogelijk landen.

De heer Koolmees (D66):

Betekent dat dan dat de fractie van de Partij van de Arbeid ook voorstander is van het accepteren van die verdeling? Mevrouw Maij zegt dat het over platte aantallen gaat, maar betekent dit dat de Partij van de Arbeid voorstander is van het accepteren van die verdeling en dat zij dat ook uitdraagt richting de andere landen in Europa?

Mevrouw Maij (PvdA):

Dat lijkt mij bijna vragen naar de bekende weg. Ik hoop dat de heer Koolmees eerder ook de inbreng van mijn collega Kuiken heeft gehoord. Jazeker.

De heer Koolmees (D66):

Het is niet mijn terrein, dus ik moet af en toe iets langer nadenken. Ik begrijp dat de fractie van de Partij van de Arbeid toch tegen een aantal moties heeft gestemd waarin juist dit punt in de Kamer aan de orde kwam. Nu hoor ik mevrouw Maij zeggen: wij zijn daarvoor; wij vinden dat Nederland ook een voortrekkersrol op zich moet nemen. Kan mevrouw Maij dan uitleggen waarom haar partij toch tegen die moties heeft gestemd?

Mevrouw Maij (PvdA):

Volgens mij is het heel belangrijk dat we het doel halen en dat we de regering de inzet laten plegen die is afgesproken. De geurvlag van de motie vind ik dan iets minder belangrijk. Er is in dat debat heel duidelijk aangegeven wat de inzet van de PvdA was. Mijn collega Kuiken is daar zonder meer helder over geweest. Dat is ook hetgeen we toen aan de premier — pardon, ik bedoel de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie — hebben gevraagd.

Ik kom op het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid. De Europese Raad zal waarschijnlijk een opdracht geven voor een strategie voor de herziening van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid. Dit is noodzakelijk vanwege de veranderingen in het internationale speelveld en de effecten daarvan op de Europese Unie. Dit houdt overigens ook nauw verband met het vorige thema. De PvdA steunt de inzet om spoedig, bij voorkeur al begin 2016, tot een conclusie van een gemeenschappelijke visie te komen. Wat de PvdA betreft werken we samen waar het kan en waar het nodig is. Dat kan meer en beter. We zijn het eens met de inzet van de Hoge Vertegenwoordiger Mogherini.

Ik ga nog even kort in op het Five Presidents' Report. Eerst waren het vier voorzitters en toen werden het er vijf. Zij zijn bezig met het nadenken over het herinrichten van het bestuur van de eurozone. De meeste collega's refereerden daar al aan. Ik dank de regering voor de eerste appreciatie, die wij vlak voor het debat hebben ontvangen. Het rapport beslaat feitelijk drie fases. De eerste daarvan is eigenlijk al redelijk uitgewerkt, maar die is ook de enige die redelijk is uitgewerkt en waar we op dit moment mee bezig zijn. Als ik het goed begrijp, moeten de fases daarna allemaal nog verder worden uitgewerkt. Laat ik aangeven wat volgens de PvdA de hoofdlijnen moeten zijn voor de fases daarna. De agenda voor een beter bestuur moet in het teken staan van groei en banen, werkgelegenheid. Hij moet geen afbreuk doen aan onze sociale zekerheid. Lidstaten moeten hun eigen keuzes kunnen blijven maken met betrekking tot het sociale stelsel, het pensioenstelsel, de zorg et cetera. Daarnaast zullen de rol en de inbreng van de nationale parlementen hierbij veel duidelijker moeten worden. Dat is ook een belangrijk punt.

Tot slot kom ik op het VK. Het VK staat ook op de agenda van de Raad en dan vooral de inzet van het VK met betrekking tot het referendum. Wat is nu precies het Britse initiatief? Wat wordt er precies besproken? De PvdA deelt de opvatting die het kabinet eerder bij de Raad Algemene Zaken had dat het VK in de Unie zou moeten blijven. Ook wij willen trouwens een beter Europa, net als het VK, maar niet per se alleen een beter Europa op de voorwaarden van het VK; we willen een Unie die werkt. Hoe je daar komt, daarover zijn de meningen verschillend. We willen niet alleen minder Europa, grenzen dicht en vrij spel op de interne markt voor multinationals en financiële instellingen. We willen ook een sociaal Europa, een Europa dat door burgers wordt herkend en dat voor burgers is. Is dat ook de inzet van de Nederlandse regering tijdens de Raad en met name bij dit onderwerp?

De heer Segers (ChristenUnie):

Volgens het Five Presidents' Report moet er meer aandacht komen voor de implementatie van landenspecifieke aanbevelingen. Tijdens het Europese semester zouden er ook onderwerpen zoals nationale hervorming van gezondheidszorg, pensioenstelsel en sociale zekerheidsstelsel hoog op de agenda moeten komen. Wat is de lijn als de PvdA-fractie zegt dat landen er zelf over moeten kunnen beslissen en op die heel belangrijke terreinen hun eigen keuzes moeten maken? Wat is de lijn als het gaat om de landenspecifieke aanbevelingen en hoe verstrekkend mogen die aanbevelingen zijn?

Mevrouw Maij (PvdA):

Volgens mij is dit een van de onderwerpen die verder uitgewerkt moeten worden. Ik denk dat ik heel helder heb aangegeven dat de lidstaten wat ons betreft die keuzes zelf moeten blijven maken, met name als het gaat over het sociale stelsel en voor Nederland ook over ons pensioenstelsel.

De heer Segers (ChristenUnie):

Zelfs als het gaat om landenspecifieke aanbevelingen, zowel preventieve als correctieve, kan vanuit Brussel niet worden voorgeschreven hoe wij ons pensioenstelsel optuigen en hoe ons sociale stelsel eruit moet zien? Zegt de PvdA-fractie dat Brussel daar niet over mag gaan?

Mevrouw Maij (PvdA):

Zoals ik net al zei, wordt dit onderwerp verder uitgewerkt. Wij hebben duidelijk aangegeven wat onze inzet daarbij zou moeten zijn. Ik begrijp dat er een eerste gesprek in de Europese Raad hierover wordt gehouden, als er nog tijd over is nadat Griekenland en andere belangrijke thema's zijn besproken. Ik heb begrepen dat het een eerste aanzet is van vijf heren en dat we uiteindelijk met veel meer mensen, mannen en hopelijk ook vrouwen, gaan praten over de wijze waarop we dat gaan invullen.

De heer Bisschop (SGP):

Mevrouw de voorzitter. Ik wil drie punten aan de orde stellen: veiligheid, het Britse referendum en — hoe kan het anders — het Griekse probleem. Veiligheid zal een belangrijk thema zijn op de komende top. Er is sprake van een ring van instabiliteit rondom de helft van de EU. In dat licht maakt de SGP zich grote zorgen over het nucleaire tromgeroffel, dat inmiddels opklinkt vanuit west en oost. Dit is wel het slechtste wat de wereld kan overkomen. De oplaaiende discussie toont ook hoe complex de nucleaire optie is. Als Oekraïne zijn kernmacht destijds niet had afgestoten, was de Krim wellicht niet ingenomen en was er nu geen strijd in het oosten van Oekraïne. Dat is natuurlijk speculatief, maar welke consequenties verbindt de EU aan deze ontwikkeling, ook als het gaat om haar eigen nucleaire paraplu? Is de minister-president bereid om dit thema in het kader van het gesprek over het gemeenschappelijke veiligheids- en defensiebeleid aan de orde te stellen?

Het tweede punt is het Britse referendum. Het vertrek van Groot-Brittannië zou een drama zijn voor de EU. De opstelling van Nederland ten aanzien van het Britse referendum vindt de SGP daarom op dit moment nog veel te passief. Dit is niet de tijd voor een stiff upperlip. Ik heb al eerder in een overleg met de minister van Buitenlandse Zaken gezegd dat het sentiment dat leeft onder veel Engelse burgers, hetzelfde kritische sentiment is dat we zien bij veel Nederlanders. Het besef dat het referendum meer is dan een louter Engelse aangelegenheid, klinkt volgens ons onvoldoende door in de brief van de minister. De EU zou zich goed rekenschap moeten geven van dit sentiment en niet doordraven op de eenmaal ingeslagen wegen. Het is de hoogste tijd voor het terugleggen van bevoegdheden vanuit het Europese spectrum naar het nationale niveau en de aanvaarding van een grotere beleidsvrijheid van de lidstaten. In de toekomst zal de Europese Unie veel dienstbaarder moeten zijn aan de lidstaten en zich meer moeten inspannen om haar beleid tegenover de burgers te rechtvaardigen. Wil de minister-president zich hiervoor inspannen en op deze wijze helpen het Britse referendum gestalte te geven en te benutten voor beïnvloeding van het Europese beleid?

Het derde punt is Griekenland. In februari ontvingen wij een lijst met bezuinigingsvoorstellen van de Grieken. Daarop werd ijlings het steunprogramma met vier maanden verlengd. Helaas voelde de Griekse regering zichzelf niet zozeer aan deze lijst gecommitteerd en waren de onderhandelingen terug bij af. De Grieken hebben vervolgens deadline na deadline laten verstrijken zonder tot een akkoord te komen. Geld werd incidenteel bij elkaar geschraapt, van de lagere overheden, en de eigen IMF-noodreserve werd ingezet. Maar ja, nu is het geld inderdaad echt op. Inderdaad, Griekenland behoort op dit moment nog niet tot het illustere rijtje wanbetalers waaronder landen als Zimbabwe, Zaïre en Somalië vallen. De tijd die Griekenland met allerlei uitsteltrucjes heeft gekocht, is echter vrijwel op. De spanning neemt toe, want over een week moet Griekenland 1,5 miljard terugbetalen aan het IMF en loopt ook het steunprogramma af. Wat gebeurt er als ook deze datum passeert? Inderdaad, Griekenland kwalificeert zich dan als wanbetaler.

En dan? Een half jaar geleden gaf minister Dijsselbloem nog aan niet na te willen denken over een plan B, maar de afgelopen weken is dit scenario een stuk reëler geworden. Hoewel? Opeens waren er gisteren stralende blikken, brede glimlachen en optimistische berichten: er waren aanknopingspunten, het bood perspectief en meer van dat soort peptalk. Er was een plan ingediend door Griekenland. Waar is dat optimisme echter op gestoeld? Als u uw hart openlegt, vindt u dan eigenlijk ook niet dat dit optimisme wel heel erg lijkt op een opgeplakte grote plastic glimlach?

Als er al een akkoord wordt bereikt, blijft de vraag of dat op de langere termijn een oplossing biedt. Wat hier gebeurt, is dan dat aflossing van schuld wordt gefinancierd met het lenen van bedragen. Schuld wordt dus met schuld gefinancierd. De onevenwichtigheden op de langere termijn blijven bestaan. Hoe wordt invulling gegeven aan het aanpakken van de onderliggende problemen? Hoe wordt voorkomen dat wij over een paar weken, een paar maanden, een paar jaar of misschien maar één jaar, weer hier staan om te debatteren over Griekenland? Graag krijg ik daarop een reactie.

De heer Van 't Wout (VVD):

Voorzitter. Wie aan het begin van deze zomer een beetje door zijn oogharen naar Europa kijkt, kan daar niet heel vrolijk van worden. In het zuiden hebben we het probleem Griekenland en vanuit datzelfde zuiden wordt Europa overspoeld met een bijna onbeheersbare stroom migranten. In het oosten bedreigt Poetin onze veiligheid en in het westen is er de dreiging van een brexit. Het zijn allemaal dossiers die grote zorgen baren. Laat ik het eerst hebben over Griekenland.

Ten aanzien van Griekenland is er in de week sinds het debat dat wij in de Kamer voerden eigenlijk weinig veranderd. Vorige week was dat debat, waarin de VVD haar inzet al duidelijk heeft meegegeven. Die is eigenlijk al sinds het akkoord van februari hetzelfde en die is ook eenvoudig. Als er wat uitkomt, dan moet het voldoen aan de afspraken die in dat akkoord zijn gemaakt: je moet het tweede steunprogramma afmaken en je mag maatregelen vervangen mits ze hetzelfde opbrengen en de trojka dat ook goedkeurt. Terwijl wij op Twitter en in de media bijna van minuut tot minuut voorstellen voorbij zien komen die wel of niet kloppen, met allerlei duidingen waar we ook weinig mee kunnen, is er eigenlijk maar één ding gebeurd sinds vorige week: er zijn weer zeven dagen kostbare tijd verstreken. We kennen het voorstel van de Grieken nog niet en we wachten nu het oordeel van de trojka af.

Ondertussen kwamen de vier presidenten — het zijn er inmiddels vierenhalf, zelfs vijf — met hun rapport over de toekomst van de eurozone. Daaraan refereerden andere sprekers ook al. Ik meen dat het de heer Segers was die zei: het is toch wel een bijzondere timing, want men maakt nu weer zo'n sprong voorwaarts terwijl men nog aan het proberen is om het huidige instrumentarium bij Griekenland enigszins te laten functioneren. Als vader van kleine kinderen doet dit me een beetje denken aan wat ik thuis zo weleens zie. Een kind begint soms met een beetje Duplo, dan rent het naar de klei om een poppetje half af te maken en daarna gaat het met de kralenketting bezig. Aan het einde van de dag is er zo niets af, maar het is wel een grote rommel in je huiskamer. Dat is wat we vaak zien in Europa. Je doet niet goed wat je al hebt afgesproken. Daarna volgt een enorme sprong voorwaarts, waarbij allerlei nieuwe instituten dreigen te worden opgetuigd en allerlei nieuwe dingen dreigen te ontstaan. De inzet van de VVD bij dit rapport is heel simpel: ga nou eens gewoon doen wat we met elkaar hebben afgesproken. Het probleem zit niet in te weinig soevereiniteitsoverdracht, maar het probleem is dat we de afspraken niet nakomen die we met elkaar maken. Mij is overigens ook onduidelijk wat we nu verder gaan doen met dit rapport en wat de Europese Raad daar woensdag mee gaat doen. Wat mij betreft kan in ieder geval dat tweede of derde deel uit het rapport worden gescheurd. Aan al die vergezichten heeft de VVD geen behoefte.

Die dagdromen over die verdere Europese eenwording uit dat tweede en derde hoofdstuk uit het rapport, de hoofdstukken die we net eigenlijk de shredder in hebben gedaan, helpen ook niet bij dat andere grote zorgdossier, namelijk de ontwikkeling in het Verenigd Koninkrijk. De VVD hecht zeer aan het EU-lidmaatschap van de Britten. Wij hebben een historie om ze erbij te houden. Dat deden we destijds in de Unie. We hebben wat ons betreft ook de plicht om ze erbij te houden en hebben daar een belangrijke rol in te spelen. Laten we dat referendum nou vooral eens als een kans zien. Het is een kans op meer markt, minder regels, meer welvaart; op precies de dingen waarvoor we Europa wat de VVD betreft hebben bedacht. Wij verwachten van het kabinet dan ook een actieve en open houding om daarvan samen met de Britten werk te maken. Daarbij past het overigens ook wel om te zeggen dat het zou helpen als de Britten een stap zetten bij het verder concretiseren van hun plannen, want veel van wat we voorbij zien komen, zijn dingen waarmee je het op hoofdlijnen eens kunt zijn. Men zegt: we willen TTIP graag. Daarmee zijn wij het hartstikke eens, dus dat kunnen we zo regelen. Maar wat wil men concreet nog meer? Ook hoor ik graag van de minister-president of hij verwacht nu in die zin al wat meer van het Verenigd Koninkrijk te horen.

Ik kom op de migratieproblematiek. Dat is, vrees ik, overigens ook een dossier dat niet zal helpen om te komen tot een gewenste uitslag van een referendum in Groot-Brittannië. We zien immers de migratiestromen veelal die kant op gaan. Op dit moment worden Nederlandse vrachtwagenchauffeurs niet meer alleen in Calais, maar nu ook al in Hoek van Holland geconfronteerd met vluchtelingen die richting Groot-Brittannië willen. We zien individuele lidstaten hekken bouwen, asielprocedures stoppen, mensen ongedocumenteerd maar op de trein zetten, verder Europa in. Met deze ontwikkelingen dreigt dat, als we niet uitkijken, een van de fundamenten van de Europese Unie, namelijk het vrije verkeer van personen, onder druk komt te staan. Dat moeten we voorkomen. Dat voorkomen we door het probleem bij de bron aan te pakken: opvang in de regio. Asielprocedures moeten daar worden aangegaan. Het is ondenkbaar dat Europa of Nederland de huidige enorme migratiestroom, laat staan die van de toekomst, hier op kan vangen.

Tijdens de laatste JBZ-Raad is over dit onderwerp gesproken. Voor zover ik het goed heb begrepen, hebben alle lidstaten daar eigenlijk verteld wat ze willen, maar is er verder niet zo veel gebeurd. Daarom vraag ik de premier wat er nu, op deze Europese Raad en in de komende weken, op dit dossier gaat gebeuren. Het speelt immers natuurlijk vooral in deze zomermaanden.

Ik ga naar de oostgrens van Europa. Een lichtpuntje deze week in de Unie was volgens de VVD dat Europa eensgezind wist op te trekken bij het verlengen van de sancties tegen Rusland. Nog even los van de besluiten over de sancties zeg ik: dat eensgezind optreden ten opzichte van Poetin is ongelooflijk belangrijk. De situatie blijft daar wel heel erg zorgelijk. Op zich verwelkomen wij wat er op de komende Europese top te gebeuren staat. Er wordt gesproken over verdere verbetering van het gemeenschappelijke veiligheids- en defensiebeleid, een meer integrale benadering en de strategische agenda. Ik vraag de premier hoe wij ervoor zorgen dat het tempo er een beetje in blijft en dat het niet een eindeloos vergader- en overlegcircus wordt. Aan de oostgrens wacht men immers niet tot wij zijn uitvergaderd.

Tempo is wat mij betreft ook nodig met TTIP. Dat is ook belangrijk in het kader van het Britse referendum. De VVD vindt TTIP cruciaal voor de Europese Unie om onze welvaart te vergroten en om Nederlandse ondernemers de kans te geven hun spullen in de enorme markt van de Verenigde Staten te verkopen. Hoe ziet de premier in dit kader de uitgestelde stemming in het Europese Parlement, maar ook de hiccup die wij in de Verenigde Staten hebben gezien met betrekking tot het onderhandelingsmandaat van Obama?

De VVD wil een Europa dat welvaart creëert en problemen oplost waar lidstaten dat in hun eentje niet kunnen. Een Europa dat Nederlanders meer geld in de portemonnee oplevert door vrijhandel binnen en buiten de Unie mogelijk te maken en door lidstaten aan begrotingsafspraken te houden. Een Europa dat de veiligheid van Nederlanders beschermt door migratie beheersbaar te maken en Rusland buiten de deur te houden. Willen wij de Nederlandse belastingbetaler ervan overtuigen dat hij beter af is in de Unie, dan moet die Unie vooral gaan leveren. Dat moet de continue inzet van dit kabinet zijn.

De voorzitter:

Als laatste spreker in de eerste termijn van de Kamer de heer Omtzigt, die zich heeft gehaast om bij dit debat aanwezig te kunnen zijn.

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Inderdaad, ik kom net terug uit Straatsburg, waar een aantal Griekse collega's interessante dingen wilde vertellen. Griekenland staat weliswaar niet formeel op de agenda, maar het zal ongetwijfeld een onderwerp zijn dat deze top zal domineren. Ik heb ook nog een aantal vragen over andere onderwerpen die op de agenda staan.

Het is heel lastig om een mening te geven over een tussenresultaat van een onderhandeling waarvan wij niet alle ins en outs kennen. Dat gaat het CDA dan ook niet doen. Op basis van wat geruchten in de wandelgangen en een aantal krantenartikelen willen wij de regering een aantal richtingen meegeven. Het hervormingsplan van Griekenland dient echt geloofwaardig te zijn. Er moeten geen onderhandelingen komen die leiden tot een nieuw pakket over zes maanden of een nieuwe heronderhandeling. Dat is niet in het belang van Griekenland en al helemaal niet in het belang van de rest van de Unie. De Griekse economie lijkt een soort kortetermijneconomie te zijn geworden, omdat wij niet weten hoe lang het huidige stelsel nog meegaat.

Het CDA vindt dat er geen cadeaus kunnen worden weggegeven, al was het alleen maar omdat landen als Italië, Portugal en Ierland recht zouden hebben op hetzelfde cadeau, eigenlijk nog met een bonus eroverheen. Zij kwamen de afspraken immers wel na en zij voerden de hervormingen wel uit. Dan wordt het, zeker als Italië daaraan mag meedoen, onbetaalbaar. Griekenland moet zelf het heft in eigen handen nemen ofwel de Grieken moeten zelf hun eigen instituties willen versterken. Misschien moet ik wel zeggen: niet verder willen verzwakken. Het bankenstelsel daar heeft immers enorm te lijden onder de besluiten die de regering neemt.

De kapitaalrestricties worden in snel tempo hoogst noodzakelijk. Als er 1 miljard tot 1,5 miljard per dag weggaat en op een buitenlandse bankrekening wordt gestald en als dat wordt opgevuld met ELA-steun uit de ECB, moet dat gestopt worden. Die steun bedraagt in Target-2 bijna 100 miljard. Dat is een extra exposure op Griekenland en ook nog een heel grote. Deelt de regering de mening dat die steun gestopt moet worden?

Wij zijn benieuwd hoe het parlement in Griekenland betrokken wordt bij het vaststellen van dit plan. Wij vragen dat omdat wij, als de regering akkoord gaat en het parlement niet, nog geen akkoord hebben. Op welke wijze wordt dat in het pakket verwerkt?

Wij hebben ook het Five President's Report ontvangen. Dat is een hyperambitieus rapport met grote vergezichten, zoals verdragswijzigingen, een soort EFSF/ESM-fusie, woorden als "politieke unie" en ik kan nog wel even doorgaan. Het is mede geschreven door minister Dijsselbloem, de enige van de vijf presidenten die ook een nationale rol en functie heeft. Wij hebben net een brief van de regering gehad waarin de Kamer het voorlopige standpunt van de regering duidelijk wordt gemaakt, maar wij zouden toch een aantal vragen daarover willen stellen.

Ten eerste, is de input van eurogroepvoorzitter Dijsselbloem afgestemd met het kabinet? Of waren er eigenlijk twee inbrengen: een van de eurogroepvoorzitter, die een ambitieus plan maakt, en een van de Nederlandse regering, die ook gezien de officiële inbreng, redelijk aan het remmen was? Wanneer krijgen wij een definitief kabinetsstandpunt? Wanneer wordt de Kamer daarover geïnformeerd? Wij appreciëren de snelle appreciatie die wij vandaag hebben ontvangen van het kabinet. Wij kunnen ons ook vinden in het feit dat er een knip gemaakt wordt tussen de korte en de lange termijn, en dat de regering wat afstand neemt van de grote vergezichten daarin, maar wanneer gaan wij daar een formeel standpunt over innemen?

Ten derde, zullen wij over dit soort rapporten eerst eens een nationale discussie voeren voordat wij er op Europees niveau een discussie over voeren? Anders is het laatste hoofdstuk van wat daar wordt voorgesteld, een betere democratische controle, een totale farce. Wij gaan hier niet in 24 uur voorstellen bespreken, laat staan goedkeuren, die de facto de Nederlandse Grondwet veranderen. Graag krijg ik een reactie en een verzekering van de premier op dit punt.

Dit is ook een beetje de centrale zorg bij deze Europese top: je weet nooit precies wanneer wat besproken wordt en wanneer wat besloten wordt. En als het besloten is, is het besloten en wordt het hier als een feit gepresenteerd. Daartussen lijkt vooral het duidelijk democratisch verantwoorden volledig weg te glippen. Dat mag bij dit rapport niet gebeuren.

Dan kom ik op migratie en bootvluchtelingen. Het CDA heeft al meerdere keren zijn positie aangegeven: een aanpak in de regio en een gelijke verdeling over Europese lidstaten. Maar men blijft maar praten en concrete acties zie ik niet. Deze week is een zee-operatie gestart om smokkelaars aan te pakken, maar deze missie kan pas echt effectief en offensief worden als er een VN-mandaat ligt. Ook voor het CDA is een belangrijke voorwaarde om op land te kunnen ingrijpen. Wat is de stand van zaken aangaande het VN-mandaat en hoe lang gaat dat nog duren? Hoe staat het met de toezegging over de opvang van vluchtelingen door Europese landen? En, heel precies, wat hebben de Hongaren precies gezegd dat ze aan het opzeggen zijn? Zijn wij nu aan het meemaken dat de landen een voor een afhaken? Dan wil ik daar ook graag een tussenstand van hebben, zodat wij opnieuw de stand kunnen opnemen.

Dan kom ik op TTIP. Waarom staat dit eigenlijk op de agenda van de regeringsleiders? Het Europees Parlement heeft onlangs een rapport niet in stemming gebracht omdat er dusdanig veel onenigheid bestond dat het in stemming brengen volgens de voorzitter van het EP niet verstandig leek. Na het reces zal er een nieuwe poging worden gedaan. In dit rapport moet ook een mandaat voor de onderhandelingen worden uitgewerkt. Nogmaals, waarover wordt er tijdens de top dan gesproken: een nieuw onderhandelingsmandaat, terwijl het Europees Parlement dat nog niet heeft vastgesteld, een voortgangsrapportage? Indien het een gedetailleerde stand van zaken is van de onderhandelingen, dan vraag ik de premier deze ook naar de Kamer te sturen. Wij kunnen pas echt een debat voeren over TTIP en over ons eindoordeel wanneer wij een verdragstekst hebben. Wij staan positief tegenover vrijhandelsakkoorden, maar daarbij moeten Europese normen, mensenrechten en democratie — het moet dus niet in een geheime kamer gebeuren — absolute uitgangspunten zijn.

Ik sluit mij aan bij wat de voorgaande spreker heeft gezegd over Rusland en Oekraïne. Zal de Nederlandse regering, nu de sancties verlengd worden, ernaar streven om unaniem een internationaal tribunaal af te dwingen voor de MH17, zoals nu overal in de media verschijnt? Dat lijkt het CDA een zeer verstandige lijn. Daar hebben wij ook eerder voor gepleit. Het lijkt ons zeer verstandig dat wordt vastgesteld dat je zoiets doet voordat er een verdachte in beeld komt. Laat ik helder zijn: als dat rapport in september, oktober verschijnt, dan zou dat zomaar een kant kunnen op wijzen. Wil de regering dat agenderen en ervoor zorgen dat in ieder geval onze Europese partners onze inzet zullen steunen?

De voorzitter:

Daarmee is er een einde gekomen aan de eerste termijn van de zijde van de Kamer. De premier is al opgesprongen, waarmee hij aangeeft direct over te kunnen gaan tot de beantwoording. Ik geef het woord aan de minister-president.

Minister Rutte:

Voorzitter. Er zijn een hoop vragen gesteld. Ik denk dat het goed is even in een aparte kopjes stil te staan bij de situatie in Griekenland. Vervolgens kom ik op het vijfpresidentenrapport, migratie, VK en dan de rubriek Overige. Ik zal proberen alle vragen te beantwoorden.

Ik begin met Griekenland. Daarover is eigenlijk niet zo veel nieuws te melden. De instituties hebben gisteren aan de leden van de eurogroep en de eurozonetop laten weten dat er nieuwe voorstellen van Griekenland zijn binnengekomen, die een goede basis vormen voor het verder spreken met de Grieken over de situatie waarin wij ons bevinden. Daarvan heeft zowel de eurogroep als de eurozonetop kennisgenomen. De eurozonetop heeft de hoop uitgesproken dat de eurogroep in staat is om voor de volgende Europese Raad van donderdagmiddag en vrijdag te komen tot conclusies op dit punt. Wij wachten dit verder af. Ik ga hier dus geen appreciatie geven van de nieuwe Griekse voorstellen. Dat vind ik niet de taak van de Nederlandse regering of van welke regering dan ook. De procedure is dat wij afwachten wat de instituties zeggen over de voorstellen en over de mate waarin die tegemoetgekomen aan de gestelde randvoorwaarden.

Zoals bekend werken wij binnen het mandaat van de eurogroep van 20 februari jongstleden. Kort samengevat wordt in dit mandaat gezegd dat de Griekse regering zich moet houden aan de afspraken van de vorige Griekse regering, maar dat er op twee punten mogelijkheden zijn tot aanpassing. Ten eerste mag men voorstellen vervangen door andere voorstellen, mits de optelsom van alle voorstellen leidt tot dezelfde effecten. Ten tweede kunnen de instituties op enig moment schatten wat de actuele economische situatie is en in hoeverre die doorwerkt in het primaire overschot dat Griekenland moet leveren. Die nieuwe schatting hebben de instituties gedaan. Dit zijn twee aanpassingen ten opzichte van het programma van de vorige Griekse regering, maar daar blijft het dan ook bij. Binnen die randvoorwaarden zijn de instituties momenteel bezig met het beoordelen van de laatste Griekse voorstellen. Wij hopen dat dit zo snel mogelijk gebeurt, maar op dit punt kunnen wij geen garanties geven. Het zal geen verbazing wekken dat ik het eens ben met alle woordvoeders die zeggen dat het goed zou zijn als het snel gebeurt. Wij proberen er binnen de randvoorwaarden uit te komen, zeg ik tegen mevrouw Maij. Iedereen is daarvoor zeer gemotiveerd, maar het moet natuurlijk nog wel lukken.

Het goede nieuws is in ieder geval dat er nu, na maanden van slechte of geen voorstellen, voorstellen op tafel liggen waarvan de instituties zeggen dat zij een basis vormen voor gesprekken. Daarmee zijn wij er echter nog niet. Vandaag, morgen en wellicht ook nog donderdag zullen dus spannende dagen blijven.

Voordat ik het opmerkingen onder het kopje "Griekenland" afrond, zal ik nog ingaan op de specifieke vragen die hierover gesteld zijn. Gevraagd is hoe het verder gaat als er een akkoord zou zijn. Het voornemen is om dan te komen tot een lijst van prior actions. De huidige inschatting is dat het akkoord een lijst met prior actions moet behelzen, maar dat men ook de bedoeling moet hebben om die prior actions te gebruiken voor het trancheren van de bedragen die beschikbaar zijn in het geval van een overeenkomst met de Grieken, zodat de prior actions daadwerkelijk geïmplementeerd kunnen worden. Daaraan voorafgaand is natuurlijk aan de orde een goedkeuring in algemene zin door het Griekse parlement. Zo kijken wij er op dit moment tegenaan.

De heer Koolmees heeft een vraag gesteld over de 35 miljard van Juncker. Dat bedrag is als volgt opgebouwd: 15,5 miljard uit het budget voor structuur en cohesie en 20 miljard uit het landbouwbudget. Dat geld is via de normale structuur en het landbouwbudget beschikbaar als Griekenland voldoet aan alle voorwaarden.

Ik ben heel terughoudend in het beantwoorden van de vragen over ELA, de Emergency Liquidity Assistence, omdat dit een instrument is van de Europese Centrale Bank, die binnen de monetaire verhoudingen in de Europese Unie en vooral in de eurozone in onafhankelijkheid zijn werk doet. Ik kan de Kamer er wel technisch over bijpraten. De Griekse banken die volgens SSM solvabel zijn, kunnen liquiditeit verkrijgen bij de nationale centrale bank van Griekenland. De ECB kan in onafhankelijkheid de hoogte bepalen van het totale plafond voor ELA dat de Griekse nationale bank mag verstrekken. Die cijfers worden niet openbaar gemaakt. Het is dus niet zo — ik wijs in dit verband op het uitstekende artikel van Peter de Waard dat vanmorgen in de Volkskrant stond — dat de ECB geld overmaakt aan de Griekse overheid. ELA is bedoeld voor liquiditeit van de Griekse banken.

Ik denk hiermee alle vragen over Griekenland te hebben beantwoord.

De voorzitter:

Er zijn nog een paar aanvullende vragen.

Minister Rutte:

Daar was ik al bang voor.

De heer Omtzigt (CDA):

Het gaat om de ELA. Ik sprak bewust niet over het afstoppen van de ELA, want de ELA is inderdaad de exclusieve bevoegdheid van de Europese Centrale Bank. Ik vroeg of de eurotop ook bereid is om te praten over kapitaalrestricties. Als kapitaal massaal je land uitstroomt en daar ander kapitaal voor in de plaats komt, krijg je enorme onevenwichtigheden binnen de eurozone. Daar gaat de Council over. De enige manier om dat te stoppen is een vorm van kapitaalrestricties. Die zijn ook toegepast bij Cyprus en hebben toen een goed effect gehad. Cyprus heeft dat hele hervormingsprogramma afgelopen. Zijn deze kapitaalrestricties voor de regering in beeld indien er niet heel snel een akkoord ligt met Griekenland?

Minister Rutte:

Thans niet.

De heer Omtzigt (CDA):

Ik pleit daar wel voor. Ik ben het daar dus niet mee eens, dus ik kom er in mijn tweede termijn op terug, maar het antwoord is op zich helder.

De heer Merkies (SP):

Ik heb op heel veel vragen geen antwoord gekregen. Ik heb de premier enkele mythes voorgelegd. Ik zag hem toen druk schrijven, maar ik weet niet of hij het heeft gehoord. Ik vraag me af of hij daarop kan reageren. Ik heb hem ook gevraagd om, belangrijker nog, aan enige zelfreflectie te doen. Het IMF heeft dat wel gedaan. Ik heb de premier gevraagd of de Nederlandse regering nou helemaal niets fout heeft gedaan. Het feit dat hij daar helemaal niets over zegt, vind ik eerlijk gezegd tekenend.

Minister Rutte:

We zitten nu midden in de afwikkeling van het tweede Griekse steunpakket. Ik vind het een beetje merkwaardig om in die fase uitvoerig te gaan reflecteren. Als ik er toch iets over moet zeggen, zou het het volgende zijn. Ik stel vast dat de eurozone bereid is om landen die ernstig in de problemen komen te helpen, mits zij zich verbinden aan zeer duidelijke voorwaarden en programma's. Daarvoor is eerst de EFSF opgezet en daarna het European Stability Mechanism. Dat is gebeurd onder enorme publieke druk in de eurolidstaten. Daar was ook veel kritiek op. Niettemin waren het noodzakelijke instrumenten om de stabiliteit in de eurozone te bevorderen. Dat is wel gedaan vanuit de gedachte dat tegenover steun ook verplichtingen staan. Nu moeten de Grieken hun deel van de deal leveren. Daar wachten we nu al vier, vijf maanden op. Daar zit het probleem. Ik vind het wat ingewikkeld om, nu de Grieken al vijf maanden niet leveren en sinds gisteren voor het eerst met voorstellen zijn gekomen waarvan de instituties zeggen dat ze een basis bieden voor gesprekken — dat is toch te elfder ure — de zweep te pakken en onszelf te gaan slaan. Volgens mij is het vooral zaak dat de Grieken gaan leveren.

De voorzitter:

En de mythes?

Minister Rutte:

Tja, die mythes. Ik kan niet zo veel met al die beelden. Ik geloof dat iedereen in Europa hard werkt, zijn best doet en er het beste van probeert te maken. Maar je hebt ook te maken met regeringen.

De heer Merkies (SP):

Enige sympathie richting het gewone volk in Griekenland, dat wel degelijk hard werkt, zou niet misstaan. Het zou aardig zijn als dat richting de Grieken zou worden uitgesproken en niet in het algemeen. Enige zelfreflectie zou de premier ook niet misstaan. En dan heb ik het niet over de afgelopen vijf maanden, maar over de afgelopen vijf jaar. Het gaat dan natuurlijk om het enorme bezuinigingsbeleid waardoor het land kapot is bezuinigd. Dat beleid stond deze regering voor. Griekenland heeft een beleid uitgevoerd waar deze regering voor was. Dat heeft geleid tot massale werkloosheid en jeugdwerkloosheid. Een op de twee jongeren is werkloos. Er heerst massale armoede. Het is toch op zijn minst geen succes te noemen. Dan mag je toch hopen dat de regering bekijkt wat daarin haar rol was. Misschien doet zij dat niet nu, maar dan hoop ik dat zij dat toch zeer binnenkort doet.

Minister Rutte:

Laat mij daarover twee opmerkingen maken. De Grieken leven al jaren op te grote voet. Laten we daar reëel over zijn. Zij waren dus gedwongen om hun uitgavenpatroon aan te passen aan de inkomsten. Dat moet soms, al is dat slecht nieuws voor de Socialistische Partij. Je kunt niet blijven lenen. Vervolgens moet je vaststellen dat er in de Griekse traditie makkelijker gewerkt wordt aan het verhogen van de inkomsten dan aan bezuinigingen en structurele hervormingen. Als je een goede mix hebt van soms, helaas, het verhogen van inkomsten, bezuinigingen, maar vooral structurele hervormingen, zal die economie weer groeien. We zien dat in Portugal, in Ierland en ook in Spanje. Daar staan alle cijfers weer op groen. Dat zijn de feiten. De Grieken zullen toch gewoon de tering naar de nering moeten zetten.

De heer Bisschop (SGP):

Alle ogen zijn nu gericht op het bereiken van een akkoord. Mijn verzoek echter is om de ogen vanuit Europa verder te richten, op de middellange en langere termijn. Het is niet bestendig als je schuld met schuld blijft financieren, als je een voortdurende kapitaaluitstroom hebt. Uiteindelijk gaat het daarom. De minister-president geeft aan dat daar nu geen oog, of geen oplossing voor is. Is de minister-president bereid om dat in Europa aan de orde te stellen? Dan komt dat perspectief iets verder te liggen dan de eigen neus.

Minister Rutte:

Ik ben het eens met de heer Bisschop. Wij doen dit ook. In november 2012 zijn er afspraken gemaakt met de Grieken over de schuldhoudbaarheid. De looptijden zijn toen verlengd en de rentes verlaagd. Als je de schuld in Griekenland gaat vergelijken met het nationaal inkomen, de debt to GDP, zie je dat dat heel hoge cijfers zijn. Na 2016 is er, ook gegeven die schuldverlenging en renteverlaging uit november 2012, een veel houdbaarder plaatje dan je zou vermoeden. Je kijkt dan naar de reële kosten van de schuld en hoe die drukken op de jaarlijkse begroting van Griekenland nadat ze door 2015 en 2016 heen zijn gegaan. Dat zijn de moeilijke jaren, met de spikes en de afbetalingen. Er wordt dus wel degelijk steeds naar de lange termijn gekeken en dat moeten we ook blijven doen.

Ook nu wordt er natuurlijk opnieuw gekeken naar de impact van de programma-afronding waar nu over gesproken wordt in relatie tot de langetermijnbeelden. Dat moet altijd gebeuren. Je hoort heel vaak dat de schuld van de Grieken niet houdbaar is. Het klopt wel dat die houdbaarheid kwestieus is in relatie tot het percentage van het nationaal inkomen. Gegeven de verlenging van de looptijden en de verlaging van de rentes, dus de reële impact op de begroting, is de schuld alweer een stuk houdbaarder. Dit zal altijd onderdeel blijven van alle assessments.

De heer Bisschop (SGP):

Zolang Griekenland geld moet lenen om aflossing te kunnen financieren, lijkt me de zaak nog steeds niet gezond.

Minister Rutte:

Nee, daarom moeten de Grieken ook een primair overschot hebben. Dat is natuurlijk een van de eisen. Zij moeten dit jaar 1%, volgend jaar 2%, dan 3% en dan 3,5% primair overschot hebben.

De heer Bisschop (SGP):

Of dat lukt met steeds nieuwe leningen, is voor mij de vraag. Zoals het leningenpatroon en het aflossingenpatroon er nu uitzien, zal een hele generatie Griekse burgers die last moeten dragen. Pas daarna is het weer enigszins gesaneerd. Daar komt het op neer. Dat klopt toch?

Minister Rutte:

Het interessante is natuurlijk dat de vorige Griekse regering bezig was om te komen tot een vrij fors primair overschot. De vorige Griekse regering had al maatregelen genomen. Ik refereer aan waar Griekenland eind vorig jaar stond, in combinatie met de besluiten die in november 2012 waren genomen over de schuldverlichting. Er was geen sprake van afslag of een write-off, maar de looptijden waren wel verlengd. Griekenland was dus bezig om op een zeer houdbaar pad te komen. Ook nu is het zaak om met elkaar vast te stellen dat er een houdbaar pad is. Dat is natuurlijk het doel van alle gesprekken die nu plaatsvinden. De Grieken moeten een inspanning leveren die hen weer op het houdbare pad brengt. Daar hoort dat primaire overschot bij, ook tegen de achtergrond van de schuldensituatie. Het lijkt allemaal haalbaar, maar dan moeten de Grieken het wel doen. Daarom vind ik het zo belangrijk dat we, als we deze week tot afspraken komen, getrancheerd uitkeren tegen het concreet implementeren van acties. Dat zei ik al in het begin.

De heer Segers (ChristenUnie):

Ik ga hier graag op door. De minister-president schetst een heel realistisch scenario. In alle ernst zegt hij dat de verhouding tussen schuld en nationaal inkomen kwestieus is. Het is maar zeer de vraag of het goed gaat. We moeten zien hoe stevig die afspraken zijn en of het Griekse parlement ze goedkeurt. Sluit hij uit dat een vorm van schuldsanering onderdeel van het pakket kan zijn?

Minister Rutte:

Op dit moment is daar totaal geen sprake van. Daar wil ook helemaal niemand nu over spreken. Ik zei zojuist dat er een probleem zou kunnen zijn in de verhouding tussen schuld en nationaal inkomen, maar eigenlijk is dat de verkeerde manier van ernaar kijken. Een veel reëlere manier van kijken naar de Griekse schuldpositie is bekijken wat de daadwerkelijke kosten van de schuld zijn in relatie tot de jaarlijkse begrotingen en de kosten van de debt services. Dan is er echt een aanzienlijk houdbaarder plaatje. We hebben de looptijden namelijk al enorm verlengd. We hebben de rentes verlaagd. De rek die er nog in zit, is beperkt. Er is nu geen sprake van dat we daar in de discussies verder over zullen spreken. Dat is in de gesprekken niet aan de orde.

De heer Segers (ChristenUnie):

Het gaat om het bieden van toekomstperspectief aan Griekenland. Het gaat om het bieden van een reëel perspectief, van hoop. Laten we dan eens bekijken hoeveel schuld de Grieken hebben gemaakt, met hoeveel schuld we hen hebben opgezadeld en hoe hoog de jeugdwerkloosheid is. Stel dat we een helder zicht hebben op de heel kwestieuze verhoudingen en op de omvang van de problemen. Stel dat de problemen op tafel liggen, sluit de minister-president dan uit dat er een vorm van schuldsanering, geen volledige kwijtschelding maar een vorm van schuldsanering, kan plaatsvinden die hoop biedt aan de Grieken?

Minister Rutte:

Niemand is voor sanering. In november 2012 zijn de rentes verlaagd en verlengd. Daar is nu langzamerhand de rek uit. In 2015 en 2016 zijn er natuurlijk enorme bedragen af te lossen. Daarom praten we nu over de afronding van het tweede steunpakket in relatie tot die grote uit te betalen bedragen. Na 2016 is de schuld aanzienlijk houdbaarder. Uit de berekening van de instituties moet blijken of hij houdbaar is. Mijn inschatting is dat hij aanzienlijk houdbaarder is, juist ook vanwege het feit dat we eigenlijk naar een verkeerd criterium kijken. Debt to gdp is bij zolang doorgetrokken schulden en zulke lage rentes niet de goede maatstaf. De goede maatstaf is wat de schulden jaarlijks kosten in de begroting, temeer ook omdat de Grieken nu moeten toewerken naar 3,5% kruissnelheid primair surplus, als het aan de instituties ligt.

De heer Koolmees (D66):

Ik ga verder op dit punt, want ik vind dit een heel interessant punt. De beschouwing van de minister-president over de schuld herken ik. Dat is ook de situatie en die is onvergelijkbaar met de situatie in Italië of Portugal, omdat er heel lang wordt afgelost en heel lage rentes worden betaald. Tegelijkertijd is het ook zo — de minister-president gaf dit zelf ook aan — dat het IMF met name in de totale beoordeling van deze pakketten heel scherp kijkt naar de schuldhoudbaarheid. Nu begrijp ik dat president Hollande en bondskanselier Merkel hebben laten doorschemeren dat er wel degelijk te praten valt over schuldverlichting. Wellicht niet nu, maar wel op de iets langere termijn, juist ook met het oog op de houdbaarheid — wat de heer Segers net zegt — van de Griekse schuld op de langere termijn. Kan de minister-president daar een tipje van de sluier van oplichten?

Minister Rutte:

Dit is niet nieuw; in november 2012 is afgesproken dat we opnieuw naar het schuldprobleem, als dat er dan nog is, zouden kijken als Griekenland alles doet wat nodig is, als Griekenland zich houdt aan alle afspraken en als Griekenland alle prior actions uitvoert. Dat is de afspraak die in november 2012 is gemaakt. Het probleem is natuurlijk dat de Grieken zich niet aan al die afspraken gehouden hebben, maar goed die afspraak uit 2012 staat. Mochten de Grieken nu, all of a sudden, wel besluiten — en dat lijkt mij heel verstandig als er een deal zou komen — om zich aan alle afspraken te houden, dan staat die afspraak uit 2012; die vigeert dan nog steeds. Alleen staat die afspraak op dit moment "uit", omdat ze zich nergens aan gehouden hebben.

De heer Koolmees (D66):

Dat herken ik en ik ben dat ook met de minister-president eens. Tegelijkertijd ben ik wel blij met dit antwoord, omdat je daarmee toch ook een helder perspectief biedt aan de Grieken dat zij het niet voor niets doen en dat er perspectief is op groei uit deze misère. Ik ben blij met dit antwoord.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Ik ben iets minder blij met dit antwoord, omdat het toch een beetje lijkt of de oplossing die nu wordt gevonden een tijdelijke oplossing is. Zou het niet veel beter zijn — dat zeg ik ook als aanvulling op wat de heer Segers net aangaf — om nu meteen voor een structurelere oplossing te gaan? In zo'n structurele oplossing moet toch ruimte zijn om te kijken naar gedeeltelijke schuldenverlichting?

Minister Rutte:

Nogmaals, dat gaat terug naar de afspraak van november 2012. Het probleem is alleen dat die afspraak op dit moment niet vigeert omdat ze zich nergens aan gehouden hebben. De Grieken is toen ook in perspectief gegeven dat wanneer ze zich aan alles zouden houden en alles goed zou gaan et cetera, maar er toch de noodzaak zou zijn om naar die schulden te kijken, wij daartoe bereid zouden zijn, zonder er beloftes over te doen. Ik stel wel vast dat al die looptijden en rentes zozeer verlaagd zijn, dat de impact van de schuldaflossing en rentebetaling op de jaarlijkse Griekse begrotingen na 2016 doable is, dus dat het redelijk te doen lijkt.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Volgens mij is dat niet te doen en hangt die schuld als een molensteen om de nek van de Grieken. Zolang gezegd wordt van "we kijken het wel weer een tijdje aan", heb je er geen oplossing voor. Ik denk ook dat we eerlijk tegen onszelf moeten zijn. Geloven we nu werkelijk dat die hele schuld überhaupt terugkomt? Ik heb er sowieso een hard hoofd in. Dan kun je beter nu kiezen voor schuldenverlichting of gedeeltelijke kwijtschelding in plaats van dat in een later stadium alsnog te doen.

Minister Rutte:

Ik zou er bezwaar tegen hebben om naar de schuldpositie te kijken alleen vanwege het mentale probleem, omdat het zo'n groot bedrag of zo'n hoog percentage is. Je moet kijken naar het schuldenprobleem als het een reëel probleem oplevert na 2016. We kijken nu hoe we ze door de komende anderhalf jaar kunnen leiden met al die aflossingen en vooral dit jaar. Vanaf 2017 en verder moet je kijken of het een probleem is in de jaarlijkse begroting. Als de rentes laag zijn en de doorlooptijd heel lang is, dan is het jaarlijkse effect van die schuld overzichtelijk. Dat is ook wat we gedaan hebben in november 2012. Ik zou er ook nog aan willen toevoegen dat er ook nog zoiets is als vertrouwen opbouwen. De Grieken hebben natuurlijk al het vertrouwen verspeeld van echt iedereen. Ik ben hier nu rustig, maar gisterenavond in die eurozonetop ging het er af en toe heftig aan toe. We zijn allemaal bezig met vergaande hervormingen en moeilijke bezuinigingen doorvoeren. En dan zegt een land dat zo veel steun heeft gekregen vijf maanden lang doodleuk: we laten jullie maar eens even wachten op hoe wij denken dit probleem van onze kant te gaan oplossen. Gelukkig liggen er nu voorstellen, maar om dan in die fase een afspraak uit november 2012 weer in te roepen die geconditioneerd en gecontextualiseerd gedaan was in het totaal naleven van alle afspraken, wat de Grieken evident niet gedaan hebben, vind ik nogal wat.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik kan mij dat goed voorstellen. In mijn termijn heb ik gezegd dat u bent geschoffeerd en beledigd en dat het IMF zelfs een criminele organisatie werd genoemd, terwijl u nu doet alsof er niets aan de hand is en u de Grieken nog steeds alle voordeel van de twijfel geeft. Is een uitstel, wederom een verlenging van de termijn, na die twee maanden, na die vier maanden — de Grieken sturen daar nu ook weer op aan, want dinsdag halen ze natuurlijk niet — bespreekbaar voor u?

Minister Rutte:

Mijn inschatting is dat het verder verlengen van het pakket, als er geen afspraak ligt, voor niemand bespreekbaar is. Dat lijkt me van niet.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Nou ja, dat kan de minister-president nu wel zeggen, maar er is al een keer met twee maanden verlengd, het pakket is daarna met vier maanden verlengd, dus een derde keer verlengen is ook mogelijk. Het is al twee keer gebeurd.

Minister Rutte:

Ja, dat is gebeurd, maar niet zonder dat daarbij afspraken zijn gemaakt.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Een andere vraag is of het voor de minister-president bespreekbaar is dat het IMF niet meer aan boord is. Het IMF is heel kritisch over dit pakket en heeft al vaker laten doorschemeren eigenlijk geen heil meer te zien in het Griekse programma. Is het bespreekbaar dat het IMF van boord stapt?

Minister Rutte:

Nee, dat lijkt mij een buitengewoon slechte zaak. Het IMF dient hier echt bij betrokken te blijven. Het heeft ook zelf de intentie, in alle opzichten, om betrokken te blijven bij de oplossing van dit probleem.

De voorzitter:

Mijnheer Merkies, ik zie dat u een vraag wilt stellen, maar u hebt in deze ronde al een keer geïnterrumpeerd.

Minister Rutte:

Misschien is de vraag van de heer Merkies of 90% van het destijds geleende geld bij de banken terecht is gekomen. Is dat zijn vraag?

De voorzitter:

Het lijkt mij een goed plan dat de premier dan eerst die vraag beantwoordt.

Minister Rutte:

Ik heb nog één vraag over Griekenland liggen en die is van de heer Merkies. De heer Merkies vroeg mij of het klopt dat 90% van het geld bij de banken terecht is gekomen. Daar wil ik het volgende over zeggen. Griekenland heeft in de beginjaren te veel geld geleend en schulden gemaakt, zoals ik al zei. Dat geld is wel degelijk in Griekenland zelf terechtgekomen. Er zijn salarissen van betaald, er zijn pensioenen uitgekeerd. Daarnaast heeft de private sector een significante bijdrage geleverd aan de schuldomruil in 2012. Toen is er enorm afgeschreven op de private schuld. Het totale verlies voor de private sector was toen ongeveer 75% van de netto contante waarde. Ik denk daarom dat de stellingname van de heer Merkies niet terecht is.

De heer Merkies (SP):

Ik ben blij dat ik de gelegenheid heb om daar kort op te reageren. Er wordt bij dat enorme bedrag van 75% altijd uitgegaan van de veronderstelling dat men de belachelijk hoge rente die men dacht te halen, tot het einde van de looptijd blijft halen. Dat is natuurlijk een absurde veronderstelling. Ja, dan kom je aan de 75%, maar dat is gewoon niet realistisch. Het is niet realistisch om te zeggen: eigenlijk zou ik niets meer moeten krijgen, maar ik ging ervan uit dat ik nog vele jaren lang 20% zou krijgen. Ja, als je die veronderstelling handhaaft, wordt de afschrijving wel heel erg groot. Mijn vraag gaat over het volgende. Het komende jaar gaat het inderdaad niet meer over de terugbetaling van de schulden aan ons, want die is op de lange baan geschoven. Het gaat nu om terugbetalingen aan de ECB en het IMF. Voor het ECB betreft dat deze zomer al 3,5 miljard. Dan is dat eigenlijk een acuter probleem. Is daar speelruimte in? Is het bijvoorbeeld mogelijk dat de ECB overgaat tot herprofilering van die schuld, zodat de Grieken die later kunnen terugbetalen?

Minister Rutte:

Dat zou aan de ECB zijn. Daar hebben wij echter geen aanwijzingen voor. In het huidige schema van aflossingen van Griekenland zijn grote afbetalingen aan de ECB voorzien op 20 juli en 20 augustus, in de orde van grootte van ruim 7 miljard, zo zeg ik uit mijn hoofd.

De heer Merkies (SP):

Ik hoop wel dat men daar dan ook over spreekt met de ECB. De ECB zit overal aan tafel en zit ook in de trojka. Het is een van de grootste en acuutste schuldeisers. In die zin is de ECB onderdeel van het probleem en dus ook van de oplossing. De ECB kan ervoor zorgen dat Griekenland wat lucht krijgt dit jaar.

Minister Rutte:

Er is nu voorzien in afspraken met de Grieken ter afronding van het tweede steunpakket. Daarin zitten allerlei middelen, zoals middelen voor het Griekse bankenprogramma, de 7,2 miljard en allerlei andere zaken. Die zouden voldoende moeten zijn, zo is onze taxatie, om de verplichtingen voor de rest van dit jaar maar ook voor een deel van het komende jaar te financieren, inclusief de ECB-aflossingen.

Ik kom op het EMU-rapport van de vijf presidenten. De Kamer heeft hierover een brief ontvangen van het kabinet. Ik kan daarover nog een paar dingen zeggen naar aanleiding van vragen die daarover gesteld zijn. In het rapport wordt geschreven over een verdere verdieping van het systeem van landenspecifieke aanbevelingen. Wij willen dat de landenspecifieke aanbevelingen en eigenlijk het hele systeem van de CSR's, de hele mailprocedure en het hele Europees semester gebruikt worden om te convergeren naar een hoger niveau en dus niet naar een lager niveau. Daarbij zijn de CSR's, de landenspecifieke aanbevelingen, natuurlijk belangrijk. Op korte termijn moeten daarvoor de huidige procedures worden versterkt. Er is al heel veel gebeurd. In het rapport wordt daarop voortgebouwd. Over de lange termijn staat er ook nog iets: het meer afdwingbaar maken van de aanbevelingen. Het kabinet heeft gezegd dat het daar de noodzaak niet van ziet. Wij zien noch hierin noch in het in wetgeving verankeren van het convergentieproces een meerwaarde, maar wij steunen wel alle voorstellen die erop gericht zijn om een groter succes te maken van de landenspecifieke aanbevelingen.

Dan kom ik op de vraag over de competitieautoriteit, die wordt voorgesteld. Die kennen wij in Nederland. Dat is het Centraal Planbureau. Het zou goed zijn dat ook andere landen gaan genieten van zo'n centraal planbureau. Dat is ook een van de voorstellen die Nederland heeft ingebracht. De Kamer heeft de Nederlandse inzet gezien. Dat kan ook helpen in het publieke debat. Het houdt politieke partijen ook scherp, weten wij hier in Nederland. Het zou het zicht op concurrentiekracht in brede zin versterken en het zicht zou daar ook meer op worden gericht.

Er is ook een vraag gesteld over de stabiliteitsfunctie. Daar zijn wij geen voorstander van, zoals de Kamer weet. Er zijn veel betere manieren om schokken op te vangen, zoals ervoor zorgen dat je overheidsfinanciën gezond zijn, dat je een flexibele economie hebt en een goed functionerende kapitaalmarkt. Als het echt fout gaat, hebben wij het ESM met volledige conditionaliteiten. Wij zijn dus geen voorstander van schokabsorberingsfondsen of stabiliteitsfuncties. We gaan niet betalen voor de Fransen, vat ik even kort samen.

Hoe wordt voorkomen dat weer nieuwe instituties worden opgericht zonder democratische legitimiteit? Wij zijn juist van mening dat we moeten proberen om de bestaande instituties beter te laten functioneren. Kijk naar het speelgoed dat de heer Van 't Wout in de Raad moet opruimen. Dit richt zich ook op de macro-economische onevenwichtighedenprocedure, de meo-procedure, en de betrokkenheid van de nationale parlementen. Wij zien eigenlijk niets in het verder optuigen van allerlei nieuwe instituties. Laten wij eerst maar eens een succes maken van wat er is, het twopack, het sixpack en het SGP. Wat hebben wij allemaal niet voor mooie dingen wat dat betreft?

In dat kader is er ook een vraag gesteld over dat European fiscal board. Het goede nieuws is dat in het rapport staat dat het Stabiliteits- en Groeipact het anker is. Wij hebben de nationale begrotingsautoriteit. We moeten maar eens kijken wat de betekenis van zo'n fiscal board zou moeten zijn in dat geheel. Ik heb er al nader naar gekeken maar wij zien op dit moment nog niet precies het nut ervan. Wij zien ook niet hoe dit zou moeten functioneren, los van de Commissie. Eigenlijk hebben wij er dus heel veel vragen over maar het lijkt iets nieuws. Wij zijn er, voor zover dat soort instituties nationaal is, een groot voorstander van. Ik wijs wat dat betreft op die cpb's van andere landen.

Waaruit bestaat een sociaal Europa? Voor ons is het belangrijk dat wij naast de versterking van de interne markt en in samenhang daarmee de sociale dimensie versterken. Dat laat ook alle kleuren van deze coalitie zien, zonder dat een van de partijen exclusief een van die kleuren bezit. De kwaliteit van het sociale beleid van de lidstaten moeten worden verbeterd. Belangrijk daarbij is dat lidstaten worden ondersteund door uitvoering van de aanbevelingen in het kader van het Europees Semester. De sociale dimensie moet gaan over het voorkomen van de negatieve gevolgen van de werking van de interne markt. Het gaat dan bijvoorbeeld ook om de arbeidsmigratie. We kennen allemaal de Decent Work Agenda die de minister van Sociale Zaken entameert. Ik ben er zelf ook een groot voorstander van en ik probeer die aan alle kanten verder te helpen. De agenda helpt ons ook in de discussie met bijvoorbeeld het VK. Dat zijn allemaal voorbeelden van hoe wij de sociale dimensie willen versterken. Dat naar aanleiding van de vragen over het rapport van de vijf presidenten.

De heer Segers (ChristenUnie):

De minister-president gaat losjes door allerlei voorstellen heen. Hij zegt dat het kabinet daar geen behoefte aan heeft. Het gaat dan ook om de verdergaande bemoeienis via de landenspecifieke aanbevelingen. Tegelijkertijd staat de handtekening van minister Dijsselbloem er wel onder. Kan de minister-president zich voorstellen dat er enige verwarring is over de mate van steun of afkeur van het Nederlandse kabinet als het gaat om deze plannen?

Minister Rutte:

Het is niet zo dat die vijf presidenten met elkaar het pennetje hebben vastgehouden en alles hebben opgeschreven. We moeten vaststellen dat er over de kortetermijnvoorstellen in het rapport van de vijf presidenten een grote mate van overeenstemming bestaat. Uit de Nederlandse reactie blijkt ook dat het erop lijkt dat wij die voorstellen voor een deel hebben geschreven want ze komen verdacht veel overeen met onze eigen inbreng. Kijk je vervolgens naar de langere termijn, dan divergeert het veel meer. Dan worden er richtingen gewezen en wordt er gesproken over "zou kunnen". Ik noem een minister van Financiën in 2025. Daar hebben wij heel veel vragen bij. Dat zijn vragen die de verschillende presidenten zonder twijfel zelf ook hebben. Vandaar dat die voorstellen voor de langere termijn staan. Die moeten nog nader worden bestudeerd.

De heer Segers (ChristenUnie):

Naarmate het verder in de tijd is, zou minister Dijsselbloem het er minder mee eens zijn en zou het minder zijn tekst zijn dan als het gaat om de korte termijn. Als de arbeidsmarkt, de sociale zekerheid, het pensioenstelsel en de gezondheidszorg onderdeel kunnen uitmaken van het Europese semester, gaan die landenspecifieke aanbevelingen toch heel ver? Wat is dan een ferme positie van Nederland tegenover de inzet van dit stuk?

Minister Rutte:

Ik heb zojuist geschetst dat wij daar vragen bij hebben, dat wij nieuwe instituties niet zien zitten en dat wij geen meerwaarde zien in wetgeving, het vastleggen van dit soort zaken. Wel zijn wij ook voor de langere termijn natuurlijk zeer geïnteresseerd in de wijze waarop de voorstellen uit het vijfpresidentenrapport kunnen bijdragen aan verdere convergentie op een hoger niveau. Naar aanleiding van het begin van de reactie van de heer Segers merk ik op dat dit voor alle vijf presidenten geldt. Het is niet een rapport waarin precies staat hoe de wereld er in 2025 uitziet; het geeft vrij precies aan wat er de komende jaren moet gebeuren en het schetst vervolgens een aantal zichtlijnen voor de wat langere termijn. Die zijn nuttig, omdat die ons in het debat helpen om posities te bepalen en te bezien hoe wij verder procederen vanuit de basis, die veel meer in 2017 en 2018 ligt dan in 2015.

De heer Koolmees (D66):

Ik ben deze laatste woorden nog even aan het verwerken. Het doet mij namelijk een beetje denken aan de discussie over de bankenunie. In 2011 hadden we plotseling een bankenprobleem in Europa en werden allerlei landen door de banken meegezogen. Het lumineuze idee ontstond toen plotseling om een bankenunie op te richten. Dat is in een paar jaar gebeurd en die werkt nu hartstikke goed. Tegelijkertijd staan hier een heleboel interessante vergezichten in om de Monetaire Unie beter te laten werken. De minister-president reageert daarop met te zeggen dat het op de korte termijn wel leuk is en wel goed, maar dat we op de langere termijn stoppen met nadenken. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? In 2017 komt er een white paper met juist die vergezichten op de lange termijn en ik neem toch aan dat het Nederlandse kabinet daarover meedenkt, alleen al om te voorkomen dat je anders verrast wordt door allerlei ontwikkelingen, zoals met de bankenunie in 2011.

Minister Rutte:

Zo is het.

De heer Koolmees (D66):

Dat is een kort en krachtig antwoord, maar dat betekent dus dat deze voorstellen een interessante basis vormen voor de vergezichten voor Europa na 2017?

Minister Rutte:

Voor de korte termijn versterken ze de competitiekracht van Europa op veel punten, omdat het landen dwingt om volstrekt openlijk en inzichtelijk te maken hoe zij ervoor staan. Zo wordt de impact van het beleid op de toekomst onafhankelijk bepaald en niet door de regering, om maar eens een element te noemen. Voor de langere termijn geldt wat betreft de Nederlandse regering dat we heel veel instrumenten hebben. Laten we reëel zijn. Ik blijf een beetje in het beeld hangen van het speelgoed dat de heer Van 't Wout schetste: als je iedere keer iets nieuws oppakt en de puzzel, het treintje of het huisje niet afmaakt en weer naar iets nieuws springt, is het allemaal niet zo nuttig. Wij geloven dus niet zo in het bouwen van nieuwe instituties. Wij willen een succes maken van wat er is. We hebben het hele instrumentarium al en wat nu veel belangrijker wordt, is dat wij elkaar eraan houden. Een van de aantrekkelijke elementen van het overnemen van de Nederlandse, betere governance agenda die heel erg wordt weerspiegeld in het verhaal over de korte termijn, is dat hiermee niet alleen de competitiekracht maar ook de sociale kant van de economie volstrekt wordt geobjectiveerd, zodat de discussie nationaal gevoerd kan worden in het parlement en in de media. Je kunt niet meer wegduiken, omdat dingen zichtbaar worden. Dat voegt nu echt iets toe. Maar ja, om nu te gaan filosoferen over een minister van financiën voor de eurozone in 2025? We moeten echt eerst die stappen zetten, stap voor stap

De heer Tony van Dijck (PVV):

Volgens mij kunnen we donderdag beter de heer Van 't Wout sturen, want die zei gewoon heel duidelijk dat deel 2 en deel 3 door de shredder kunnen. Die boodschap geeft hij de minister-president mee, dat wil zeggen dat hij gewoon een streep moet zetten zoals een halfjaar geleden. Toen zei hij dat hij dat hij lidstaatcontracten of een eurobegroting niet zou meemaken. Dat was het geluid van een halfjaar geleden. Nu zegt de minister-president dat we het wel zullen zien en spreekt hij over vergezichten. Hij weet toch hoe ze zijn daar in Brussel? Stap voor stap voor stap en voordat je weet, zit hij aan die lidstaatcontracten en kan hij versneld de hypotheekrenteaftrek afbouwen, omdat ze dat in Brussel zo nodig willen. Hij moet veel harder een streep trekken: tot hier en niet verder en deel 2 en 3 kunnen wat Nederland betreft door de shredder.

Minister Rutte:

Op dat punt meen ik dat we het idee van die lidstaatcontracten tegemoet zijn getreden, zij het niet op de manier die hier gesuggereerd wordt, anders had je ze namelijk inmiddels wel gehad, maar op de verstandige rustige wijze van de Nederlandse regering, waarop je dingen op termijn kunt zetten om ze vervolgens van tafel te zien verdwijnen.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Dat is niet de werkwijze. Ze beginnen met vrijblijvende aanbevelingen, dan maken ze ze iets dwingender, dan zit je in de correctieve arm en dan moet je, en voordat je het weet, hang je eraan. Dat is de werkwijze in Brussel en u, de minister-president, moet keihard afstand nemen van die bemoeizucht, van die overdracht van soevereiniteit! Ik zie u hier nog staan een jaar geleden: geen soevereiniteit meer naar Brussel. Dit rapport staat vol van overdrachten van soevereiniteit!

Minister Rutte:

Ik geloof niet dat de heer Van Dijck en ik zo heel veel verschillen, alleen de toonhoogte is misschien wat anders. Wat overigens die verplichtingen van het Stabiliteits- en Groeipact betreft: het is maar goed dat wij die hebben! Als de PVV haar gang zou gaan, dan zou onze begroting natuurlijk gierend uit de klauwen lopen.

De heer Omtzigt (CDA):

Wanneer ontvangen wij de definitieve appreciatie? In hoofdstuk 5 staat: er moet betere, democratische controle zijn.

Minister Rutte:

Ik hoor hier te seinen naar mijn ambtenaren.

De heer Omtzigt (CDA):

Ik neem aan dat dit een sein is. Volgens mij zit daar ook nog een mooi schermpje.

Minister Rutte:

Nee, dat doet niks. Dat zeg ik echt ook voor de kijkers thuis: dat schermpje staat altijd uit, dus ik moet het helemaal zelf doen.

De heer Omtzigt (CDA):

Oké. Ik had toch gedacht dat de ICT hier beter zou werken, maar dat is weer een ander verhaal.

Minister Rutte:

Hier staat die uit.

De heer Omtzigt (CDA):

Er worden hier vrij vergaande voorstellen gedaan. Dat is de enige overeenkomst tussen D66 en PVV. Als je vindt dat we daar democratisch naar moeten kijken, dan moet het niet zo gaan als met de bankenunie: het is nú heel hard nodig; we zeggen ja; we weten niet of we er ja tegen zeggen en ineens heb je de bankenunie. Ik vind dat we tegen een aantal van deze voorstellen heel duidelijk ja of nee moeten zeggen. Onze standpunten over pensioenen zijn bekend: no way, om er maar eens eentje te noemen. Daarom vraag ik ook om dat definitieve standpunt van de regering te ontvangen. Ik wil weten wanneer er besluiten genomen worden door de Europese Unie en wanneer het ter besluitvorming in de Europese Raad voorligt.

De tweede vraag.

De voorzitter:

Zullen we de premier eerst vragen om de eerste vraag te beantwoorden?

Minister Rutte:

In het kader van mijn trefzeker leiderschap ga ik mij ambtelijk op dat punt verstaan. Ik ga mijn ambtenaren vragen of ze hun antwoord doorsturen en dan ga ik u dat braaf voorleggen.

De voorzitter:

De tweede vraag van de heer Omtzigt.

De heer Omtzigt (CDA):

Die kwam er een beetje achteraan. Kunnen we er zeker van zijn dat met name ten aanzien van die vergezichten, van alles wat meer dan een jaar verwijderd is van dit rapport, geen stappen ondernomen worden tijdens de aanstaande Europese top?

Minister Rutte:

Natuurlijk.

De heer Omtzigt (CDA):

Niet dat het straks in de verklaring vastligt en er later naar verwezen wordt.

Minister Rutte:

Als er de komende toppen al iets verder geconcretiseerd wordt, zal dat vooral voor de korte termijn zijn. Dat gebeurt ook niet op deze Europese Raad. De verwachting is dat we daarover op deze Europese Raad vooral procedureel zullen spreken. Die voorstellen op langere termijn liggen er op langere termijn. Ik meen ook over een aantal dingen te zeggen dat wij die niet zien zitten. Ik heb ze genoemd. Bij een aantal andere punten hebben we veel vragen, dus we lopen niet over van enthousiasme over die langeretermijnvoorstellen. We zijn wel enthousiast over veel voorstellen tussen nu en 2017, al was het maar omdat die grotendeels uit onze koker komen.

De voorzitter:

Gaat u verder.

Minister Rutte:

We moeten ook even trots zijn dat soms dingen lukken in Brussel.

Dan kom ik bij het vraagstuk van de migratie. Eigenlijk is daar niet zo heel veel nieuws ten opzichte van het vorige debat dat daarover met de migratiewoordvoerders is gevoerd, behalve dat de vraag er ligt of je wel of niet de bijdrage van de lidstaten aan de relocatie verplicht moet stellen. Dat is eigenlijk de belangrijkste vraag die voorligt. Als je het helemaal afpelt, is ook die vraag niet zo heel relevant voor Nederland, omdat wij steeds de positie hebben gekozen dat wij bereid zijn op al die onderdelen onze bijdrage te leveren, mits dat in samenhang is met alle andere elementen van het pakket en mits ook andere landen meedoen. Naarmate dat meer het geval is, doen wij ook meer. Wij willen daar een positieve bijdrage aan leveren, en wel in samenhang. Dus eigenlijk is nu vooral van belang om de komende weken en maanden te kijken wat andere landen gaan doen. Wij zijn bereid om serieuze stappen te zetten, maar wel in samenhang. Voor relocatie en resettlement hebben we natuurlijk nog het thema aan de vork geprikt van de verdeling, de percentages. Hoe ga je daarmee om? Hoe hou je rekening — dat is een wens die Nederland heeft ingebracht in de JBZ-Raad — met de inspanningen die lidstaten al leveren? Hoe zorg je ervoor dat die zwaarder worden meegewogen? Hoe zorg je ervoor dat alle lidstaten hun verplichtingen nakomen en de migranten ook registreren, daar waar ze Europa binnenkomen? Hoe zorg je dat ze dat doen op de manier zoals het is voorzien in het Europese asielbeleid?

Dat zijn allerlei randvoorwaarden. Als je naar resettlement kijkt, dan komen daar nog verschillende vraagstukken bij. Moet je elke boot naar Europa sleuren of kun je hem ook terug naar Afrika laten gaan en in een veilig deel van Afrika zetten? Wat doet de rest van Afrika? Hoe zorg je ervoor dat je überhaupt voorkomt dat die bootjes gaan varen, door ze aan te pakken als ze nog leeg zijn? Het gaat dan om al dat soort zaken. Er is eigenlijk niets veranderd sinds vorige keer. Wij stellen ons positief op. Mevrouw Maij, de heer Van 't Wout en andere sprekers zeiden dat al. Wij willen gewoon serieus helpen om dit probleem op te lossen, maar wel in samenhang met de andere beleidselementen en vaststellend dat ook andere landen bereid zijn om verantwoordelijkheid te nemen. We gaan bekijken hoe zich dat verder ontwikkelt, ook richting juli. Ik kan mij zomaar voorstellen dat een van de conclusies is dat de Commissie ook de komende weken na deze Europese Raad ten aanzien van relocatie de netten gaat ophalen om uit te vinden wat andere landen van plan zijn te gaan doen. Ik weet dat niet zeker, maar dat zou weleens heel erg nuttig kunnen zijn, want dan zie je hoe dat loopt. Dan kom je misschien ook wat los van het leerstuk of het nu verplicht is of niet.

Tegen die achtergrond kom ik op een paar concrete vragen die zijn gesteld. Ik heb al verteld wat de heer Dijkhoff heeft gedaan op de JBZ-Raad. Er werd gevraagd naar Hongarije. Het staat voorop dat alle lidstaten hun verplichtingen en afspraken dienen na te komen, ook onder lastige omstandigheden. Die kunnen niet eenzijdig worden opgeschort. Dat geldt dus ook voor Hongarije, zeg ik tegen de heer Omtzigt. Hongarije heeft aangegeven de terugname van de vluchtelingen tijdelijk te hebben gestopt vanwege technische problemen van tijdelijke aard. Er is geen sprake van een eenzijdige opzegging van de Dublinverplichtingen, zo zegt Hongarije. De Commissie heeft nu een onderzoek ingesteld. Bovendien wordt deze kwestie morgen aan de orde gesteld in het zogenaamde Dublincontactcomité. Daar zal Hongarije uitleg moeten geven. Ik denk dat ik daarmee deze vragen beantwoord heb.

Ik heb inmiddels wel, geheel van het bovennatuurlijke, een antwoord binnengekregen op de vraag hoe wij komen tot een definitief kabinetsstandpunt over het vijfpresidentenrapport. Als er verder geen vragen zijn over migratie, kan ik dat antwoord nu geven. Zoals ik al zei, is dit rapport aan de orde op deze Europese Raad. Ik denk dat het vooral een procesdiscussie zal zijn. Vervolgens zal dit in het reguliere overleg met de Kamer worden gebracht en ook in de normale overleggen aan de orde worden gesteld. Dan moet de Kamer ook denken aan een reactie op het witboek in 2017 en dergelijke. Dit is gewoon onze definitieve reactie. Dit vinden wij van het rapport.

Ik kom op de vragen over het VK. Ik ben het eens met iedereen die het belang heeft benadrukt dat het Verenigd Koninkrijk bij de Unie blijft. De VVD heeft dat gedaan en andere partijen ook. Zoals bekend is Nederland actief op dat punt. Wij vinden het van belang om daarbij ook een aantal voor Nederland belangrijke onderwerpen een rol te laten spelen. Denk aan het verdiepen van de markt, de simplificatie van Europa — dat wil zeggen: het Europa van de dingen en niet van de dingetjes — het thema fairness in migratie en werkverhoudingen, gelijk loon voor gelijk werk et cetera. Mijn verwachting voor deze Europese Raad is eerlijk gezegd niet veel meer dan dat de Engelse collega op een aantal hoofdlijnen uiteen zal zetten wat hij zou willen bereiken de komende — ik taxeer — 18 tot 24 maanden of 12 tot 18/24 maanden. Nederland wil daar echt een actieve bijdrage aan leveren. Dat heb ik ook gezegd tegen mijn Engelse collega. Dat doen we op alle niveaus. We willen ervoor zorgen dat er uiteindelijk een uitkomst is die niet alleen voor het VK, maar voor heel Europa beter is. We moeten die discussie echt reframen van VK versus de 27. Nee, het is een kans voor alle 28 lidstaten om te komen tot een betere Europese Unie.

Ik kom bij de restcategorie. Er is een vraag gesteld over het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid en het VN-mandaat. Zoals de Kamer weet, is een volkenrechtelijk mandaat voor Nederland buitengewoon belangrijk. De besprekingen daarover liggen voorlopig stil in afwachting van de voortgang van de gesprekken met de Libische autoriteiten over de samenwerking bij de maritieme operaties. In het verlengde daarvan werd een vraag gesteld over parlementaire controle. Moet er geen artikel 100-brief komen? De missie is afgelopen maandag tijdens de Raad Buitenlandse Zaken, de Foreign Affair Council, gelanceerd. Daarover is de Kamer geïnformeerd via de geannoteerde agenda voor de Raad en ook via het algemeen overleg dat minister Koenders heeft gevoerd. Nu gaat het alleen om fase 1, het verzamelen van inlichtingen. De volgende fases kunnen alleen van start gaan als dat adequate volkenrechtelijke mandaat aanwezig is. Het is aan de Raad om te beoordelen of dat het geval is. Voordat zo'n besluit wordt genomen, wordt de Kamer geïnformeerd via de reguliere weg. Een artikel 100-procedure is alleen aan de orde als er sprake is van inzet of het ter beschikking stellen van de Nederlandse krijgsmacht. Dat is op dit moment niet het geval. Uiteraard wordt de Kamer op de geëigende wijze en volgens de afgesproken procedure hierover geïnformeerd.

Ik kom op de grondrechtencheck van de EU zoals voorgesteld door het Europese Parlement. Voorop staat dat alle lidstaten de verplichting hebben om de EU-verdragen na te leven. Het kabinet hecht specifiek aan de bescherming van de waarden die genoemd zijn in artikel 2 van het verdrag en de grondrechten van het EU-handvest. Dat gaat onder andere over het verbod op de doodstraf. De kern is dat het kabinet een actieve opstelling heeft en vooral gebruik wil maken van bestaande instrumenten. Ook hier is het kabinet geen voorstander van nieuwe en extra initiatieven als de bestaande nog niet optimaal worden benut. Als het Europees Parlement een dergelijk initiatief wil uitwerken, is dat natuurlijk aan het Europees Parlement als een van de instellingen van de Unie. Nogmaals, wij denken dat de bestaande instrumenten en mechanismen voldoende basis bieden om te handelen.

De begrotingstop. Ik begrijp dat D66 pas rust heeft als de top plaatsvindt in de eerste helft van volgend jaar. Ik zou niet al te veel naar de instrumenten kijken, maar vooral naar de doelstellingen. We zijn het namelijk totaal eens met elkaar over de geest van de motie waarin om zo'n begrotingstop wordt gevraagd. Laat daar geen verwarring over zijn. Dat is ook de reden waarom wij ambitieus zijn om een groot seminar te organiseren op hoog niveau, zodat we in een heel vroeg stadium richting kunnen geven aan de discussie over het nieuwe meerjarige financieel kader. Daarna komt er, als het aan ons ligt, een ministeriële bespreking in de informele Raad Algemene Zaken. Voordat zo'n top zin heeft, moet je de publicaties hebben van de tussentijdse evaluatie van het meerjarig financieel kader en ook het rapport van de high-level group on own resources, ik meen onder leiding van de Italiaanse oud-premier Monti. Beide stukken worden naar verwachting in de tweede helft van 2016 behandeld. Tegen die achtergrond meen ik oprecht dat een top in de eerste helft van 2016 ontijdig is. Laten we voor een goede opbouw zorgen tijdens ons voorzitterschap: een seminar, de informele Raad Algemene Zaken, vervolgens de rapporten van Monti die beschikbaar komen, en dan de evaluatie van het MFK. In de tweede helft van het jaar heb je de basis om de top te houden. Europa is dan niet gestopt, zeg ik tegen D66. Europa bestaat ook nog na 1 juli 2016. Daar gaan we met elkaar aan werken, en dan kunnen we daar goede zaken doen.

Over TTIP zijn verschillende vragen gesteld. Het gaat vooral om het bespreken van de stand van zaken. Er staan op het moment geen grote besluiten op de agenda van de Europese Raad. De heer Segers heeft specifiek gevraagd wat ons standpunt is over de kwestie van de investeringsbescherming en geschillenbeslechting. Zoals u weet, is het opnemen van internationale afspraken over investeringsbescherming in TTIP van belang. Dat biedt ook basisregels voor bescherming van buitenlandse investeerders tegen onrechtmatig handelen door overheden. Die basisregels zien toe op een eerlijke, billijke behandeling en non-discriminatie. In Nederland zijn de regels al ingebed in het nationale rechtssysteem. Daarom is er in Nederland nog nooit een claim geweest. De kwaliteit van de nationale rechtsgang of een eerlijk proces in het buitenland is natuurlijk niet overal gegarandeerd. Daarom blijft een alternatieve route via internationale geschillenbeslechting van belang. Daartoe biedt TTIP een mogelijkheid om tot een meer mondiale standaard te komen. Daarvoor moet de investeringsbescherming wel verbeterd worden. Wij zetten daarbij actief in op het moderniseren van het huidige mechanisme en tegelijkertijd op het adresseren van de bestaande zorgen. We hebben daar voorstellen toe gedaan. Mevrouw Ploumen, minister voor Buitenlandse Handel, is daarbij zeer actief en zij geniet veel gezag bij haar collega's in het buitenland.

De heer Segers (ChristenUnie):

De minister-president zegt dat niet overal rechtszekerheid is gegarandeerd en dat daarom investeringsbescherming nodig is. Daarvan kan toch geen sprake zijn in de Europese Unie en de Verenigde Staten? Dat zijn toch volwassen, fatsoenlijke rechtsstaten waar je bij de nationale rechtbank gewoon je recht kunt halen?

Minister Rutte:

Zo'n vrijhandelsverdrag heeft ook een enorme uitwerking op andere delen van de wereld. Je praat wel over de twee grootste handelsblokken, die samen 45% van de wereldeconomie omvatten. Je komt er dus niet onderuit om met dit type grote handelsverdragen afspraken te maken over de vraagstukken rondom investeringsbescherming en geschillenbeslechting of die in ieder geval in ogenschouw te nemen.

De heer Segers (ChristenUnie):

Ik probeer het antwoord op mij in te laten werken. Natuurlijk moet je dat in ogenschouw nemen. In het geval van de Verenigde Staten en de Europese Unie is sprake van fatsoenlijke rechtsstaten, waar je bij de rechter je recht kunt halen en waar een mkb'er die een probleem heeft gewoon naar de rechter gaat. Maar als het gaat om multinationals, wordt er opeens een supranationale rechtbank opgericht en gaan we onze rechtspraak voor een deel privatiseren. Daarover bestaan grote zorgen en zijn moties aangenomen door de Kamer. Ik mag hopen dat het kabinet echt de vinger hierop legt en duidelijk maakt dat er geen sprake kan zijn van die privatisering van onze rechtspraak.

Minister Rutte:

Daarom zetten wij juist in op het zo veel mogelijk moderniseren van het huidige mechanisme en tegelijkertijd het adresseren van al dit type zorgen.

Mevrouw Maij (PvdA):

Volgens mij was de insteek om geen private ISDS te hebben, dus geen privaat mechanisme, maar een publiek mechanisme van geschillenbeslechting.

Minister Rutte:

Ik kom in tweede termijn hierop terug. Ik heb inmiddels gemerkt dat alles wat ik hierover zeg zo op een weegschaaltje wordt gewogen dat ik, voordat ik een fuik inloop, mij nog even ambtelijk ga verstaan.

Mevrouw Maij (PvdA):

Wij wegen alles wat u zegt op een heel mooi weegschaaltje.

Minister Rutte:

Ik weet het. Daarom ben ik ook zo zorgvuldig.

De voorzitter:

Mijnheer Omtzigt, betekent dit dat ook uw vraag doorgeschoven kan worden naar het antwoord dat de minister-president nog gaat geven over TTIP?

De heer Omtzigt (CDA):

Als ik de vraag nu stel, kan die misschien meegenomen worden.

De voorzitter:

Dan kan daarop ook een antwoord voorbereid worden. Dat is misschien niet onverstandig.

De heer Omtzigt (CDA):

U kent mij, dus u snapt waarom.

Het Europees Parlement heeft de stemming over TTIP aangehouden. Er ligt dus geen onderhandelingsmandaat. Wat ligt er nu precies ter besluitvorming voor bij de komende Europese top? Wordt er een nieuw onderhandelingsmandaat gegeven? Ook voor de tweede termijn heb ik nog een opmerking in aanvulling op wat collega Segers zei. Wij hebben in de Europese Unie zelfs een Europees arrestatiebevel. Dat betekent dat er voor individuele Europese burgers op zich geen toets is, maar dat je rechtstreeks onder de Poolse, Bulgaarse of Italiaanse rechter gebracht kunt worden. Hoe kan het dat dit voor burgers van dit land op zich geen probleem is, maar dat het voor bedrijven een wat groter probleem zal zijn?

Minister Rutte:

Het Europees Parlement heeft op 9 en 10 juni jl. met een nipte meerderheid besloten om een debat plus stemming uit te stellen. Op 29 juni bespreekt het Handelscomité van het Europees Parlement wanneer het debat wordt vervolgd. Je ziet verdeeldheid bij een aantal fracties, onder andere de sociaaldemocratische fractie. Dat betekent dat het naar juli of september gaat. We hebben natuurlijk de problemen in Amerika. Obama heeft geen steun gekregen voor een Trade Adjustment Assistance en daaraan gekoppeld een Trade Promotion Authority (TPA), en daarmee het versneld afronden van de onderhandelingen. Aan de ene kant hebben die ontwikkelingen geen gevolgen voor de volgende onderhandelingsronde, die is voorzien in de week van 13 juli. Mogelijk hebben ze wel gevolgen voor het tot dusverre raadsbrede commitment om eind 2015 een politiek akkoord te bereiken. Dat is de streeftijd die steeds genoemd is. Nederland houdt ook nog steeds vast aan dat tijdpad, maar wij zeggen wel, zoals steeds, dat zorgvuldigheid boven snelheid gaat. In het najaar moeten wij dus de balans opmaken, ook tegen de achtergrond van deze ontwikkelingen in het Congres en in het Europees Parlement, of dat tijdpad haalbaar is. Daarom ook verwacht ik in deze Europese Raad niet meer dan een terugkoppeling van voorzitter Schulz van het Europees Parlement over hoe een en ander in het Europees Parlement is gelopen en hoe hij daar verder over denkt. Verder is er geen discussie over TTIP voorzien in deze Europese Raad.

De heer Omtzigt (CDA):

Dat laatste is een helder antwoord. Er komt dus geen nieuw onderhandelingsmandaat of iets dergelijks.

Minister Rutte:

Nee.

De heer Omtzigt (CDA):

Wanneer krijgen wij de tekst te zien?

Minister Rutte:

Waarvan?

De heer Omtzigt (CDA):

Van TTIP. Wanneer kunnen wij die zien?

Minister Rutte:

Geen idee. Ik zal die vraag hopelijk in de tweede termijn kunnen beantwoorden.

Er is nog een vraag gesteld over de MH17. Daarover kan ik zeggen dat, zoals bekend, de VN-Veiligheidsraad op 21 juli 2014 resolutie 2166 heeft aangenomen, waarin wordt geëist dat de daders van het neerhalen van de MH17 worden vervolgd. Op dit moment bekijken de landen van het Joint Investigation Team — dat zijn Australië, België, Maleisië, Nederland en Oekraïne — de beste opties voor vervolging, natuurlijk ook in voorbereiding op de afronding van het strafrechtelijk onderzoek en het onderzoek van de onafhankelijke Onderzoeksraad Voor Veiligheid. Op dit moment vindt consultatie plaats door deze landen met andere landen om steun te zoeken voor de beste optie. Ik kan daarover verder niets zeggen.

Ik kom tot slot bij de vraag van de heer Bisschop of de crisis tussen Oekraïne en Rusland ook gevolgen heeft voor de nucleaire paraplu in Europa. Ik kan zeggen dat het juist vanwege alle ontwikkelingen rondom de Europese Unie, onder andere de crisis in Oekraïne, van belang is dat er een strategische herziening komt van het Europees buitenlands en veiligheidsbeleid. Wij moeten adequaat antwoorden formuleren op die huidige ontwikkelingen. De nucleaire paraplu is natuurlijk niet een zaak van de Europese Unie, maar van de NAVO. Dat is daarom ook geen onderwerp op deze Europese Raad. Wij proberen steeds een heel scherp onderscheid te maken tussen NAVO-taken en zaken waar de Europese Unie over gaat. In NAVO-verband geldt dat wijzigingen in de nucleaire posture van de NAVO nu niet aan de orde zijn. Zoals bekend is het nucleaire beleid van de NAVO vastgelegd in het strategisch concept en de Deterrence and Defence Posture Review. Er zijn nu dus geen voornemens om daaraan iets te veranderen. Als dat al het geval zou zijn, zou dat zeker niet op deze Europese Raad aan de orde zijn, omdat het een Europese Raad is, en geen NAVO-Raad.

Voorzitter, ik meen dat ik, op een enkele vraag over TTIP na, hiermee alle vragen ruimhartig heb beantwoord. Ik heb in ieder geval mijn best gedaan om alle vragen te beantwoorden. Of dat ruimhartig was, moet u maar beoordelen.

De voorzitter:

Hiermee is er een einde gekomen aan de eerste termijn van de zijde van de regering. Naar ik aanneem, is er behoefte aan het houden van een tweede termijn. Daarvoor geldt een spreektijd van een derde van de spreektijd in de eerste termijn.

De heer Koolmees (D66):

Dat moet lukken, voorzitter.

Voorzitter. Ik dank de minister-president voor de antwoorden. Ik ben een positief mens, dus ik zie wel een paar lichtpuntjes in de antwoorden, met name over Griekenland. Als de prior actions inderdaad lukken, dan is er voldoende tijd met tranchering om ook tot een goede uitvoering van een eventueel akkoord te kunnen komen. Ik vind het ook belangrijk dat de minister-president heeft gezegd dat de schuldhoudbaarheidsanalyse echt een integraal onderdeel is van de hele benadering, ook van het IMF. Dat betekent dus ook dat er wordt gekeken naar het perspectief van de Grieken op de lange termijn, eventueel ook met schuldverlichting. Ik wens de minister-president veel succes met dit lastige probleem bij de Europese top.

Over het Five Presidents' Report ben ik wel wat kritischer. De heer Van 't Wout volgde de klassieke VVD-lijn. Hij zei: ik heb niks met vergezichten. Ik hoor de minister-president hierover al iets meer genuanceerds zeggen. Dat biedt toch een beetje hoop. Af en toe is het namelijk toch best goed om tien jaar vooruit te kijken. Af en toe is het best goed om te bedenken hoe we omgaan met de inrichting van de monetaire unie in politiek, economisch, maar ook democratisch opzicht. De vraag is inderdaad hoe we dit gaan behandelen. D66 vindt het namelijk verstandig om dit in ons parlement uitgebreid te behandelen en om daar na te denken over die vergezichten en over die stip op de horizon. Daarop hoor ik graag nog een reactie. Ik meen dat de heer Omtzigt daar ook naar vroeg.

Mijn fractievoorzitter zal bij de terugkoppeling waarschijnlijk nog uitgebreid met de minister-president gaan worstelen over migratie. Het is wel opvallend dat er zojuist een bericht is binnengekomen uit Beieren. Daar overweegt men om weer grenscontroles in te voeren. Misschien is dat een puntje dat de minister-president morgen nog even kan bespreken met zijn Duitse collega.

Minder positief ben ik over de wat afhoudende reactie van de minister-president over de grondrechtencheck. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een bindend mechanisme om de democratie, rechtsstaat en grondrechten in de EU te handhaven ontbreekt;

overwegende dat het Europees Parlement een voorstel heeft aangenomen dat pleit voor de uitwerking van een instrument ter waarborging van naleving en handhaving van het handvest en de verdragen door alle EU-lidstaten, op basis van gemeenschappelijke en objectieve indicatoren;

verzoekt de regering, in de Europese Raad ervoor te pleiten dat het voorstel voor een bindend EU-mechanisme voor democratie, rechtsstaat en grondrechten uitgewerkt wordt door de Europese Commissie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Koolmees. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 987 (21501-20).

De heer Koolmees (D66):

Dat was het.

De voorzitter:

Ik heb de minister-president het antwoord horen geven over het rapport van de Five Presidents.

De heer Koolmees (D66):

Dan heb ik dat gemist.

De voorzitter:

Misschien wil de minister-president dan zo meteen nog een keer het antwoord geven.

De heer Segers (ChristenUnie):

Mevrouw de voorzitter. Ik dank de minister-president voor de antwoorden. Op een aantal vragen over TTIP krijgen wij nog antwoord. Wij wachten dat af.

Met betrekking tot Griekenland heeft de minister-president voorzichtig de deur geopend naar schuldsanering. Dat moedigen wij aan, want dat kan onderdeel zijn van een solide oplossing. Hij schetst een scenario dat het in het parlement nog altijd mis kan gaan met de stevigheid van de afspraken die nog moeten worden gemaakt. Ik vraag hem of de minister-president nog steeds van mening is dat het eventuele loslaten van Griekenland in de eurozone ook het einde van het EU-lidmaatschap van Griekenland betekent. In een vorig debat heeft hij dat nogal vierkant neergezet. Als dat het scenario kan zijn, zou het wel heel dramatisch zijn als wij elkaar ook in EU-verband zouden moeten loslaten.

Met betrekking tot het rapport van de Five Presidents heb ik een motie om duidelijk te maken dat wij geen scenario willen hebben à la de speelkamer bij de familie Van 't Wout.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de five presidents concluderen dat de eurozone zich slechts tot een economische en monetaire unie kan ontwikkelen "indien wordt overgegaan van een stelsel van regels en richtsnoeren voor het uitstippelen van nationaal economisch beleid naar een systeem waarbij de soevereiniteit in sterkere mate wordt gedeeld met gemeenschappelijke instellingen";

van mening dat de bestaande afspraken over het begrotings- en macro-economisch beleid afdoende zijn en dat van nieuwe afspraken, waarbij soevereiniteit in sterkere mate wordt gedeeld, nu geen sprake kan zijn;

spreekt uit dat lidstaten zelf moeten kunnen blijven beslissen over de maatregelen waarmee ze invulling geven aan de verplichtingen uit het Stabiliteits- en Groeipact en het Europees semester,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Segers, Omtzigt, Bisschop en Van 't Wout. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 988 (21501-20).

De voorzitter:

Dan geef ik het woord aan de heer Merkies van de SP.

De heer Merkies (SP):

Voorzitter. Wij hebben het net uitvoerig gehad over Griekenland. Terugkijkend zie ik nog weinig zelfreflectie. Misschien komt dat nog op een goed moment. Als wij vooruitkijken, weten wij nog niet wat er komt. Er lijkt een akkoord op handen. Ik pleit ervoor dat het een sociaal akkoord is, waarin rekening wordt gehouden met de noden van de Grieken, en ook een houdbaar akkoord, dat langer meegaat, zodat wij hier niet deze zomer weer staan. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een akkoord met Griekenland ophanden is;

verzoekt de regering om zich in te spannen voor een akkoord met Griekenland dat perspectief biedt op een duurzame oplossing, waarbij Griekenland de benodigde ruimte krijgt om zijn economie te herstellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Merkies. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 989 (21501-20).

De heer Merkies (SP):

Het plan moet nog door het Griekse parlement. Ik vraag de premier wat er gebeurt als het Griekse parlement hiertegen stemt. Wordt hiermee rekening gehouden? Dat zou nota bene ook door Néa Dimokratia, de rechtse partij in Griekenland, kunnen gebeuren. Dan hebben wij nog steeds geen akkoord. Wat gebeurt er dan?

Dan kom ik bij het rapport van de Five Presidents. Inderdaad ontbreekt de langetermijnvisie. Daar hebben wij weer die olifant. Het zou fijn zijn als er wat verder weg wordt gekeken, zodat wij daar inzicht in krijgen. Als er dingen zijn die de regering niet aanstaan, laat haar dat dan ook duidelijk uitspreken. Mogelijk geldt dat voor die fiscal board omdat die overbodig is, en voor de stabilisatiefunctie, die vaag is. Ik heb daar de volgende motie over.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er veel onduidelijkheid heerst rondom de Europese stabilisatiefunctie zoals voorgesteld in het rapport van de vijf presidenten;

verzoekt de regering, een stabilisatiefunctie voor de eurozone als opmaat naar een eurozonebegroting, categorisch af te wijzen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Merkies. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 990 (21501-20).

De heer Merkies (SP):

Omdat ik nog een heel klein beetje tijd heb, wil ik nog graag weten waarom dat enorme stempel van het ECB hierop zit. De ECB heeft hier toch een wat leidende rol. Meer in de breedte, als ik ook kijk naar Griekenland, zie ik dat de ECB steeds meer op de stoel van de politicus gaat zitten. Wat vindt de premier daarvan?

De voorzitter:

Dan geef ik het woord aan de heer Tony van Dijck van de PVV.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Voorzitter. Allereerst wens ik de minister-president veel succes aanstaande donderdag met het tekenen van de volgende cheque, want die gaat er gewoon komen. Dat gaat om 7,2 miljard. Dat brengt mij gelijk bij mijn volgende vraag. Die 10,9 miljard, waar kennelijk ook nog voor getekend wordt, staat er officieel vanuit het noodfonds voor de banken. Betekent dat dat dat rechtstreeks naar de banken gaat of zal dat ook naar de Griekse regering gaan?

Daarnaast vraag ik de premier of hij nog steeds gelooft dat het geld terugkomt met rente. Dat dacht de vorige minister van Financiën. De roep om kwijtschelding vanuit Griekenland is de laatste maanden namelijk nog nooit zo hard geweest. Nog nooit heeft zo open geklonken: wij moeten kwijtschelding, wij moeten schuldsanering. Het IMF begint dat ook al te roepen. Volgens mij is de minister-president nog de enige die denkt dat het geld terugkomt.

Dan heb ik een procedurele vraag. Stel dat er donderdag een akkoord komt. Dan moet het Griekse parlement nog instemmen, dan moeten nog zes lidstaten parlementaire goedkeuring geven, waaronder Nederland, en dan moet er volgende week dinsdag 1,6 miljard worden overgemaakt naar het IMF in Washington. Hoe denkt de minister-president dat te doen? Ik heb begrepen dat uitstel van die termijn van 30 juni immers geen optie is voor deze minister-president. Dat heb ik hem net specifiek gevraagd. Als het ze niet lukt om voor 30 juni 1,6 miljard over te maken, zo heeft het IMF gezegd, dan zijn ze in default en gaat de ELA-kraan ook dicht.

Stel dat de trojka morgen "oké" geeft. Nou is de trojka de ECB en die geeft "oké" want die wil de ELA-kraan dichtdraaien. De Europese Commissie geeft ook altijd "oké", want die wil de euro redden. Dus de enige hoop is gevestigd op het IMF. Dat is de enige partij aan tafel met nog een beetje realiteitszin. Ik lees dat het IMF zeer kritisch is, want er zitten geen bezuinigingen in het plan maar wel heel veel lastenverzwaringen. Dat is slecht voor de houdbaarheid van de Griekse schuld en zou de economische groei alleen maar in de kiem smoren. Om het IMF en de Grieken over de streep te trekken, zwaait Juncker nu met 35 miljard om "groeidrukkende tendensen in het compromis tegen te gaan". Is die 35 miljard uit de Landbouw- en Structuurfondsen bedoeld om groeidrukkende tendensen in het compromis tegen te gaan en om het IMF en de Grieken uiteindelijk over de streep te trekken? Volgens mij is dat misbruik van Europees geld.

De voorzitter:

Dan geef ik het woord aan mevrouw Voortman van GroenLinks.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Voorzitter. Wat GroenLinks betreft is een duurzame oplossing voor Griekenland een oplossing waarin erkend wordt dat er sprake zal moeten zijn van gedeeltelijke schuldenverlichting of kwijtschelding. De heer Segers hoorde de premier net zeggen dat daar ruimte voor zou kunnen zijn. Ik heb dat niet zo precies gehoord, dus ik zou de premier willen vragen om zijn standpunt hierover nog een keer te herhalen.

Daarnaast heb ik gevraagd hoe het zit met de planning voor de lange termijn. Ik had vernomen dat er sprake zou zijn van het sluiten van een voorlopig akkoord, waarbij de hete aardappel zou worden doorgeschoven naar het najaar, maar dat lijkt mij geen goede structurele oplossing. Graag hoor ik welke concrete stappen volgens Nederland door de EU genomen moeten worden.

De premier merkte op dat er niet veel nieuws te melden is over migratie. Dat is precies het probleem, want in dat geval is er sprake van stilstand en is er geen sprake van een totaalpakket aan oplossingen dat snel in werking gezet kan worden. Ik vraag de premier wat Nederland doet om andere landen mee te krijgen. Daar zit het kennelijk op vast.

De heer Bontes (Groep Bontes/Van Klaveren):

Voorzitter. Ik heb twee moties. De eerste motie gaat over de zogenaamde vergezichten van de zogenaamde vijf presidenten. Dat voorstel moet zo snel mogelijk van tafel, want dat zal leiden tot soevereiniteitsoverdracht.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de voorzitters van de Europese Commissie, de Eurogroep, het Europees Parlement en de EU- en ECB-presidenten een plan presenteerden voor verdere integratie van de EMU;

overwegende dat lidstaten in dit plan nog meer soevereiniteit moeten opgeven met als doel om de eurozone te redden;

verzoekt de regering, bij de Europese top krachtig afstand te nemen van dit plan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bontes. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 991 (21501-20).

De heer Bontes (Groep Bontes/Van Klaveren):

Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, bij de Europese top in te zetten op een Grieks vertrek uit de eurozone,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bontes. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 992 (21501-20).

Mevrouw Maij (PvdA):

Voorzitter. Ik dank de premier voor zijn antwoorden in eerste termijn. Overigens dank ik de regering voor de annotatie. Vanuit de vaste commissie voor Europese Zaken hebben wij een aantal keren aangedrongen op het iets meer reliëf brengen in de annotatie, zodat wij een beter beeld krijgen van wat bijvoorbeeld het Europese Parlement en de andere lidstaten vinden. Wij constateren dat wat dit betreft in deze annotatie voor het eerst een goede stap is gezet. Het kan natuurlijk altijd nog een stapje beter, maar dank hiervoor. Ik zie dat er geknikt wordt op de ambtelijke bank.

Ik heb vragen gesteld over Griekenland. Het lijkt mij goed dat het kabinet eerst wil afwachten wat de visie van de instituties is, maar ik vind het ook goed dat de premier stelt dat de wil aanwezig is om eruit te komen. Die politieke wil is naar mijn mening echt noodzakelijk voor het zetten van stappen vooruit.

Voorts nog een opmerking over het rapport van de vijf voorzitters, de vijf presidenten. Ik denk dat wij de eerste stap al zetten, zoals ik in eerste termijn heb gezegd, maar wij moeten nu vooral afwachten wat er besproken zal worden aan het eind van deze week en wat het tijdpad zal zijn. Ook enkele collega's hebben naar het tijdpad gevraagd. Ik sluit mij daar graag bij aan. Wat is het tijdpad dat daarna zal komen? Dat horen wij graag terug, misschien nu al, maar waarschijnlijk volgende week.

Wat ons betreft is het belangrijk dat de sociale dimensie niet uit het oog verloren wordt.

Ik sluit mij graag aan bij de vraag van mijn college van GroenLinks over de migratie. Als wij inderdaad allemaal als egeltjes om elkaar heen draaien, is er niet veel vooruitgang. Het is ontzettend belangrijk dat het voorstel van de commissie, dat een geïntegreerd voorstel is — ook de premier heeft benadrukt dat het geen keuzepakket is, maar een pakket dat wij gezamenlijk in alle verschillende facetten moeten oppakken — wel moet worden uitgevoerd. De vraag is gerechtvaardigd wat Nederland doet om hier een beetje vaart achter te zetten.

Ten slotte een opmerking over het VK en het verdiepen van de markt. Ik word daar altijd een beetje angstig van, want meestal gaat het dan alleen over de markt. Ik hoop echter dat het niet alleen gaat over het verbeteren van de interne markten ten behoeve van het bedrijfsleven, maar dat ook goed gekeken wordt naar de sociale effecten, in het bijzonder de arbeidsmigratie, maar ook de arbeidsverdringing die bijvoorbeeld in een aantal landen plaatsheeft, doordat op dezelfde plek niet voor een gelijk loon wordt gewerkt.

De voorzitter:

De heer Bisschop heeft zich afgemeld voor de rest van de vergadering, dus ik geef het woord aan de heer Van 't Wout.

De heer Van 't Wout (VVD):

Voorzitter. Om morgen thuis nog een warme ontvangst te kunnen krijgen, is het misschien goed om te zeggen dat al mijn opmerkingen over het kinderspeelgoed metaforisch waren en dat mijn kinderen keurig alles afmaken waaraan ze beginnen. Anders hebben we daar weer ellende van morgen, en de weken zijn al spannend genoeg de komende tijd.

Gerustgesteld kun je niet zijn over de situatie in Griekenland, maar ik ben wel gerustgesteld vanwege de herbevestiging van de inzet van het kabinet ten aanzien van Griekenland, zoals dat vorige week ook door de minister van Financiën is gedaan op de inzet van de VVD.

Dan kom ik op het Four Presidents' Report … O nee, het Five Presidents' Report. Volgens mij is er iemand heel erg beledigd als we die vijfde niet noemen. Hij staat er in de typografie echt een beetje bij. Dat zegt volgens mij al heel veel. Hoe dan ook, ik geloof dat de heer Omtzigt zei dat wij daarover moeten praten hier, nog voordat daar verder dingen uit komen. Ik zie daarin dus een rol voor onszelf als commissies. Wat de VVD betreft, nog even los van wat wij van al die delen vinden, gaat daar de komende dagen geen besluitvorming over plaatsvinden. Ik zeg vooral dank aan alle vijf de presidenten om verdere ruzie te voorkomen.

Misschien geldt het volgende niet voor deze Raad, maar voor later, als de premier met zijn collega's doorpraat. Het hele Brexitverhaal hangt natuurlijk samen met veel thema's waarmee we de komende tijd bezig gaan: TTIP, migratie en versterking van de digitale markt. Ik denk dat het goed is om tegen alle lidstaten die er belang bij hebben dat de Britten erbij blijven, te zeggen: zorg nou dat we daar de komende tijd op gaan leveren, want dan hebben we daar bij een referendum — hoe verschrikkelijk dat instrument verder ook is — in ieder geval een goed verhaal over.

Verder denk ik dat ik het hier maar bij moet laten, zodat de premier in ieder geval vanavond eens een keer op tijd in zijn bed kan liggen.

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. De premier gaat het in Brussel waarschijnlijk later maken dan hij het hier vandaag maakt, gezien de problemen die er zijn. De problemen met Griekenland zijn waarlijk groot. Het bijzinnetje "het Griekse parlement moet ook nog instemmen" is voor ons een heel spannend bijzinnetje. Volgens mij zit iedereen echt aan zijn max van wat hij dragen kan. Wij gaan de komende tijd goed bekijken wat er gebeurt met de uitgangspunten die wij hier geformuleerd hebben.

Kapitaalrestricties zijn nu niet aan de orde, zei de premier. Daar denken wij anders over, dus daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er grote onevenwichtigheden ontstaan in Griekenland doordat kapitaal ongecontroleerd en systematisch naar het buitenland wordt gesluisd;

overwegende dat het beter voor Griekenland is dat kapitaal in het land blijft en voor de eurolanden dat de exposure op Griekenland niet verder oploopt;

verzoekt de regering om direct in overleg te treden met EU-partners en Griekenland om tot kapitaalrestricties voor Griekenland te komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Omtzigt en Segers. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 993 (21501-20).

De heer Omtzigt (CDA):

Ik kom op het Five Presidents' Report. In de voorlopige appreciatie, die waarlijk snel kwam, stond dat elementen van het rapport nader bestudeerd dienen te worden. Toen dachten wij: als ze nader bestudeerd worden, worden wij er ook nader over geïnformeerd. Aangezien het over heel grote thema's gaat, kan ik me best voorstellen dat er geen definitieve appreciatie ligt binnen 24 of 48 uur. Dat snap ik heel goed, maar hij moet er wel komen. Anders is hoofdstuk 5 ervan, over betere democratische controle, een totale farce. Je kunt niet zeggen dat je grote voorstellen gaat doen voor de arbeidsmarkt, het verdiepen van de markt, de pensioenen, het Europees semester en de Europese noodfondsen, en vervolgens zeggen: we zien wel wanneer dat gebeurt. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Five Presidents' Report vergaande voorstellen bevat over bijvoorbeeld de kapitaalmarktunie, de Europese noodfondsen, de pensioenen, de arbeidsmarkt, het Europees semester en vele andere onderwerpen die de nationale beleidsruimte en soevereiniteit vol raken;

verzoekt de regering, voor 1 september 2015 een appreciatie te geven van elk van de voorstellen en richtingen in het rapport,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Omtzigt. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 994 (21501-20).

De heer Omtzigt (CDA):

We zijn benieuwd naar de antwoorden op de vragen over TTIP. We begrijpen dat het een ingewikkelde onderhandeling is. Wanneer kunnen we een tekst zien en weten we hoe die wordt goedgekeurd? Dat hangt namelijk nog steeds in de lucht bij TTIP.

Dan kom ik op de MH17-vervolging. Wij vroegen niet wat de precieze strategie is. We vinden het wel buitengewoon wijs van deze regering dat er internationaal gezocht wordt naar steun voor een vervolgingsstrategie, voordat de OVV en het OM naar buiten komen met het antwoord op de vraag wie het gedaan zou kunnen hebben. Anders wordt de vervolging nog veel politieker, en zij wordt al heel moeilijk. Zorgt de minister-president ervoor dat hij op de Europese top steun van alle 27 collega's heeft om hier een gezamenlijk Europees standpunt van te maken?

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de minister-president voor zijn reactie op de ingediende moties en de openstaande vragen.

Minister Rutte:

Voorzitter. Ik ga nog een paar antwoorden over TTIP geven, maar als er dan vervolgvragen komen, ga ik stoppen. Ik zal ook zeggen waarom. TTIP wordt verder helemaal niet besproken op deze Europese Raad. Dus in het kader van dit debat heb ik mij er ook minder in verdiept dan in alle andere onderwerpen. Ik weet inmiddels dat dit een kwestie is waarbij ieder antwoord nog gevoeliger is dan bij andere onderwerpen. Dus ik ga een poging doen om u te bedienen, maar bij vervolgvragen ga ik toch vragen om het met mevrouw Ploumen, de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, op te pakken.

Gevraagd is wanneer er resultaten van TTIP worden verwacht. Wij steunen de snelle afronding van de onderhandelingen, maar kwaliteit gaat boven snelheid. De thema's in de TTIP-discussie zijn breed, complex en taai. Ze hadden in 2014 vooral een technisch karakter. Toen was er sprake van de verkiezingen voor het Europees Parlement en de instelling van een nieuwe Europese Commissie. De grootste mogelijkheid om tot iets te komen, is natuurlijk dit jaar, 2015, want er zijn geen grote verkiezingen in Europa of in Amerika. Niettemin moet er nog veel worden besproken en er is zeker nog geen overeenstemming. Dat betekent dat het nog onzeker is of het gaat lukken om er in 2015 uit te komen. Aan de andere kant is er wel een grote wil. Dat heeft ook president Obama bevestigd en de Europese Raad heeft dat in maart bevestigd. Wij zijn er nog steeds positief over dat we dit jaar die resultaten kunnen boeken. Daarbij zijn we voorstander van transparantie. Dat bevordert een op feiten gebaseerd maatschappelijk debat. De minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft dat ook toegelicht in haar Kamerbrief van 8 juni jongstleden. De volledige tekst voor TTIP krijgt de Kamer te zien als de onderhandelingen zijn afgerond. Daarvoor vindt er uiteraard overleg plaats met de minister bij elke Raad Buitenlandse Zaken wanneer het op de agenda staat. Veel EU-voorstellen voor de hoofdstukken in TTIP zijn al openbaar en online in te zien bij DG Trade.

Dan kom ik op de vraag over de investeringsbescherming, publiek of privaat. De conclusie is dat in hoeverre deze uitsluitend publiek geregeld gaat worden nog onderdeel is van besprekingen met de Europees Commissaris. Bij de vraag of het publiek of privaat is, gaat het om de mogelijkheid voor Nederland om eigen beleid te maken zonder het risico te lopen op rechtszaken van investeerders. Daarom hebben we samen met andere landen een aantal verbeteringen voorgesteld ten aanzien van de investeringsbescherming. Het zijn eigenlijk vier elementen. Het overheidsbeleid op het gebied van bijvoorbeeld milieu, gezondheidszorg en sociale zekerheid moet kunnen veranderen. Dat mag niet leiden tot schadeclaims van investeerders. Verder moeten de arbiters onafhankelijk zijn in hun uitspraken van hoge kwaliteit. Dat kan bijvoorbeeld door een gedragscode of door een zogeheten geschillenbeslechtingsorgaan met een permanent karakter, zoals een internationaal investeringshof of secretariaat. Het moet mogelijk zijn om in beroep te gaan tegen arbitrage-uitspraken, en uitspraken van het arbitragetribunaal of het investeringshof mogen de nationale rechtspraak niet doorkruisen. Ik kan zeggen dat een uiteindelijk voorstel voor investeringsbescherming wat betreft het Nederlandse kabinet deze waarborgen zal moeten bevatten. Nogmaals, of dat uitsluitend publiek geregeld gaat worden, zijn we aan het bespreken met de Commissaris.

De heer Koolmees heeft nog gevaagd naar het vijfpresidentenrapport. Ik meende — de voorzitter suggereerde het al — die vraag al beantwoord te hebben.

De heer Segers heeft gevraagd of Griekenland eruit moet. Ik heb eerder gezegd dat er een considerable body of opinion is dat zegt: dat zou dan het gevolg zijn. Er zijn echter ook Europese juristen die zeggen dat dit niet zo is. Laat ik het maar voorzichtig zeggen: we weten het niet zeker. Het Europees recht is daarover onduidelijk. Er is zeker geen automatisme van: verlaat de eurozone of verlaat de Europese Unie. Ik vermoed dat we het er allemaal over eens zijn dat als het al zou komen tot een grexit — we werken eraan dat te voorkomen — het verstandig is dat Griekenland lid blijft van de Europese Unie. Of het ook juridisch kan, is iets waar mijn uitspraak toen over ging. Het was geen doeluitspraak of een uitspraak over wat er wenselijk is. Het was een inschatting van het EU-recht. Nu wij ons er nader in verdiept hebben, blijkt het aanzienlijk minder concludent te zijn.

De heer Segers (ChristenUnie):

Dan zetten we daar in ieder geval een streep onder. Vorige keer was de minister-president zeer, zeer uitgesproken: dat zou de noodzakelijke vervolgstap zijn. Ik ben blij dat dit nu genuanceerd is. Ik begrijp dat het niet de richting is waar het kabinet op aanstuurt, maar het is nu in ieder geval helder dat het een optie is die eventueel op tafel kan komen.

Minister Rutte:

Ja. Dan kom ik op de opmerking van de heer Merkies over de ECB. Hij vroeg of de ECB niet te veel op de stoel van de politiek gaat zitten. Ik vind van niet. We moeten er ook voor oppassen dat we niet op de stoel van de ECB gaan zitten, zo zeg ik maar even tegen de woordvoerder van de Socialistische Partij, want dan kan bij de ECB ook de neiging toenemen om op onze stoel te gaan zitten. Een van de kernelementen uit het eurosysteem en de Europese Unie — de ECB gaat verder dan alleen de eurozone, al heeft hij daarin een bijzondere verantwoordelijkheid — is een onafhankelijke ECB, zonder politieke beïnvloeding.

Dan kom ik op de 25 miljard van Juncker voor Griekenland. Ik heb al toegelicht dat dit geen nieuw geld is, maar dat het bestaand geld is dat via allerlei fondsen beschikbaar is voor de Grieken. Dat heeft niets te maken met de afronding van het tweede steunpakket. Het is een ontwikkeling vanuit de Commissie die we moeten zien als een ontwikkeling naast de afronding van het tweede steunpakket en niet als onderdeel van de afronding van het tweede pakket. Zo heb ik het begrepen.

Ik zie dat de heer Merkies wil terugkomen op de ECB.

De heer Merkies (SP):

Ja, precies, want daarover wil ik graag duidelijkheid. De premier zegt dat hij er geen mening over heeft als de ECB op de stoel van de politicus gaat zitten. Daar mag hij toch wel een mening over hebben? De ECB heeft toch gezegd dat hij arbeidsmarkt- en pensioenhervormingen wil? Dan gaat hij toch op de stoel van de politicus zitten?

Minister Rutte:

De ECB is onderdeel van het leningenstelsel voor Griekenland en onderdeel van de trojka. Als onderdeel van de trojka werkt de ECB mee aan het maken van goede afspraken met de Grieken. In die context hoort dat ook, maar de trojka is einig und eins.

De heer Merkies (SP):

Ik zou het willen omkeren: moet de ECB om die reden wel bij de trojka zitten? Mijn hoofdvraag blijft echter staan: moet de ECB zich bemoeien met zaken die eigenlijk intern zijn in Griekenland en die de rechten en pensioenen van werknemers betreffen?

Minister Rutte:

Nogmaals, we hebben miljarden uitstaan bij Griekenland. Het lijkt mij logisch dat, als wij praten over de afwikkeling daarvan en het weer op eigen benen laten staan van de Grieken, wij ook kijken naar de economische situatie in Griekenland. Het lijkt mij goed dat wij alle knappe koppen daarbij gebruiken. Aangezien de ECB geïnvolveerd is in het leningenstelsel, vind ik het volstrekt logisch dat men onderdeel is van het groepje instituties, formerly known as trojka.

Dan de vraag over migratie. Mevrouw Maij zei het goed. Het is een geïntegreerd voorstel. Zo kijkt Nederland er ook naar en zo benaderen wij het ook. Ik denk eerlijk gezegd — maar ik weet het niet helemaal zeker —- dat na deze Europese Raad de uitkomst zou kunnen zijn dat de Commissie gaat kijken wat de verschillende landen gaan doen. Dat is een belangrijke vervolgstap. Afhankelijk van de uitkomsten van deze Europese Raad en van wat de JBZ-Raad er nog verder aan zou moeten doen, zullen wij bevorderen dat de besluitvorming over migratie snel en geïntegreerd verloopt. Ik verwacht eerlijk gezegd ook dat de besluitvorming in die zin zal zijn. Iedereen dringt er ook zeer op aan. De discussie heeft niet zozeer met de snelheid te maken, maar meer met het vraagstuk van verplichtend of niet verplichtend.

Ik ben het eens met mevrouw Maij als het gaat om het Verenigd Koninkrijk. Ik meende ook al benadrukt te hebben dat de sociale effecten, de fairness-agenda rondom werk en ook de aspecten van het vrij verkeer, allemaal onderdeel zijn van de discussie met het VK. Ik ben het in dat kader ook eens met de heer Van 't Wout dat dit ook een kans is om een aantal andere elementen uit de Nederlandse agenda te bevorderen. Ik noemde al de verdieping van de markt, de agenda over minder regels maar ook het element dat mevrouw Maij noemt, het vrij verkeer. Er zijn verder zaken als de positie van de eurolanden versus de niet-eurolanden. Dat raakt ook aan de positie van de city, zeker als het aantal eurolanden zo groot wordt dat men beschikt over een kwalificerende meerderheid. Ik noem kwesties als de rol van de nationale parlementen en de vraag of je naast een oranje en een gele kaart geleidelijk aan ook naar een meer rode kaart toe moet. Al dat soort discussies en thema's waar Nederland opvattingen over heeft, bieden voor ons een aanknopingspunt, maar ook voor het VK, om de deal die Europa biedt te versterken en daarmee het verkopen van de deal in

Engeland te bevorderen. Daarom zoek ik ook zo naar een weg uit die gedachte van het VK tegen de 27. Nee, het is een kans voor de 28 om te komen tot een Europa dat relevant is voor de inwoners.

De opmerkingen van de heer Omtzigt over MH17 laat ik onbesproken. Alles wat ik daarover in het openbaar zeg, of een reactie van mij op berichten in de media, is verder niet behulpzaam. Ik laat het bij wat ik er in eerste termijn over zei. Ik neem kennis van de opvattingen van de heer Omtzigt maar ik ga er verder niet op in.

Ik kom dan bij de moties. De eerste motie, die van de heer Koolmees op stuk nr. 987, moet ik ontraden. Het initiatief gaat verder dan wat Nederland wil en ook verder dan het Handvest van de grondrechten. We hebben artikel 7 van het EU-verdrag, een mechanisme bij ernstige mensenrechtenschendingen. Het Hof van Luxemburg kan toetsen aan het handvest. De bestaande instrumenten zijn dus al voldoende. Ik ontraad die motie.

De tweede motie, op stuk nr. 988 van de heer Segers, gaat over het rapport van de vijf presidenten. Volgens mij is dat een ondersteuning van het beleid en daarmee overbodig, want zoals het er staat, zo zit het precies. Ik ontraad de motie omdat die overbodig is.

De heer Koolmees (D66):

Een vraag over de tweede motie, die van de heer Segers. Het verbaast mij toch een beetje, want in de overwegingen staat duidelijk dat er geen nieuwe afspraken kunnen worden gemaakt waarbij soevereiniteit wordt gedeeld. In het kader van de bankenunie en de kapitaalmarktunie is dat echter wel degelijk de bedoeling.

Minister Rutte:

Ik heb alleen naar de uitspraak gekeken. Al die consideransen vind ik vers twee maar dat komt misschien door de snelheid. De uitspraak is in ieder geval ondersteuning van het beleid. Ik herzie mijn oordeel over de motie niet. Die blijft staan.

De derde motie, die van de heer Merkies op stuk nr. 989, gaat over het op handen zijnde akkoord met Griekenland. Griekenland moet ruimte krijgen om de economie te herstellen. Daar ben ik niet op tegen maar we kunnen het ook anders zeggen. Griekenland moet gewoon de afspraken van het memorandum van 20 februari, de conclusies van de eurogroep van 20 februari, naleven. Dan is er een mogelijkheid om maatregelen te vervangen door andere maatregelen, mits er opgeteld sprake is van hetzelfde bedrag. Ik vind de motie van de heer Merkies te ruim gesteld. Daarmee is die risicovol en dus ontraad ik die.

In zijn motie op stuk nr. 990 vraagt de heer Merkies om een stabilisatiefunctie. Ik heb nu al zo vaak gezegd dat wij daartegen zijn, dat de motie overbodig is en daarom wordt ontraden. Wij zien geen stabilisatiefonds ontstaan. Het past niet in ons model van een monetaire unie. Ik zeg het nog een keer. Maar we zijn het eens en laten we even van dat moment genieten.

De heer Merkies (SP):

Ik stel alleen vast — dat heb ik al vaker gedaan — dat ik nu een motie heb waarover wij het eens zijn. Anderen zijn het daarmee oneens, maar het maakt eigenlijk niet uit, want het wordt altijd ontraden. Het is ondersteunend beleid en dus is het overbodig. Maar goed, dit heb ik al vaker meegemaakt met de premier. Hij geeft standaard een negatief advies.

Minister Rutte:

Nee, nee! Als een motie het kabinet oproept om dingen te doen die we nog niet voornemens waren en die we goed vinden, ben ik voor zo'n motie. Maar als een motie vraagt om iets te doen wat we al doen, vind ik haar overbodig. In het belang van het gedeelde nut dat de SP en ik zien van versterking van het milieu wil ik voorkomen dat de motie tig keer gekopieerd wordt.

De motie op stuk nr. 991 van het lid Bontes gaat zo kort door de bocht dat ik aanneem dat de indiener begrijpt dat ik de motie ontraad. Hetzelfde geldt voor zijn motie op stuk nr. 992.

De motie op stuk nr. 993 van de leden Omtzigt en Segers gaat over de kapitaalrestricties. Dat is echt aan de Griekse autoriteiten en niet aan de eurozone, de top of aan de eurogroep. In plaats van nu met zijn allen de Griekse autoriteiten ergens van te gaan overtuigen, zouden wij ons er in de laatste uren misschien op moeten richten om het programma af te ronden als dat lukt. Dat biedt ook de beste garantie op het afnemen van de exposures. Daar zou ik mijn energie op willen richten en niet op het overtuigen van de Grieken die hopelijk allemaal in een ander zaaltje zitten. Ik ontraad deze motie.

Hetzelfde doe ik met de motie op stuk nr. 994 van de heer Omtzigt. Het rapport zegt zelf dat die issues pas spelen vanaf 2018 in fase twee. Wij hebben onze appreciatie gegeven. Alle elementen zullen terugkomen als de Commissie met nadere voorstellen komt. Ik weet niet of het nu zin heeft om van onszelf een soort studieclub te maken en eindeloos nadere appreciaties te geven van voorstellen waarvan zelfs de Commissie zegt dat zij de komende jaren niet reëel zijn.

De heer Omtzigt (CDA):

De Commissie heeft niet gezegd dat die voorstellen niet reëel zijn. Sterker nog, ze is met het Five Presidents' Report gekomen om verregaande voorstellen te doen. Bepaalde voorstellen kan de minister-president reëel vinden en andere niet, maar laten we het democratisch proces serieus nemen en ook serieus reageren op voorstellen. Dan weten wij wat de positie van de Nederlandse regering daarin is. Daarom doe ik een klemmend beroep op de minister-president om aan te geven wanneer we een duidelijke appreciatie krijgen van alle voorstellen in het Five Presidents' Report, ook om te vermijden dat wij allemaal vragen gaan stellen over wat hij van concrete plannen vindt.

Minister Rutte:

Die ligt er, naar mijn absolute overtuiging. Heel veel dingen in het Five Presidents' Report voor de langere termijn zijn niet uitgewerkt. Zodra ook maar iets daarvan uit de Commissie nader uitgewerkt wordt, zullen wij dat van een appreciatie voorzien. Dat zeg ik toe, maar om nu nog meer tekst te wijden aan al die vogels in de lucht die wij deels geprobeerd hebben uit de lucht te schieten en deels te appreciëren, vind ik zonde van de steeds beperktere ambtelijke capaciteit, terwijl het op heel veel punten nog zo vaag is als het maar zijn kan.

De voorzitter:

De toezegging is als er concrete zaken komen …

Minister Rutte:

Zodra de Commissie dreigt te bevallen van iets concreets komen wij meteen met een appreciatie op onderdelen. Als we het tweede deel van het rapport nu nog verder gaan appreciëren, worden we een soort studieclub. Dan moeten we echt gaan raden wat ze met dingen bedoelen.

De heer Omtzigt (CDA):

Dan hebt u minister Dijsselbloem zojuist gedegradeerd tot lid van een studieclub met vage voorstellen. Ik vond die voorstellen niet vaag en op bepaalde punten vond ik ze zelf zeer duidelijk, ook al ben ik het er misschien niet mee eens. Ik doe het dringend verzoek aan de minister-president ze nader te bestuderen als hij eerst zegt dat elementen van het rapport nader bestudeerd dienen te worden. Dat dient te gebeuren, want dat heeft zijn regering vandaag aan de Kamer geschreven. Vervolgens dient hij te vertellen wat er nader bestudeerd is en wat de conclusie daarvan is. Als je over een gemeenschappelijke arbeidsmarkt en dergelijke wilt spreken, wil je daar toch een beleidsopvatting over hebben?

Minister Rutte:

Met nader bestuderen bedoelen we natuurlijk ook dat we het bezien als er meer informatie komt over wat de Commissie ermee bedoelt. Het rapport is concreet over de eerste paar jaar. Er staat ook in dat het tweede deel veel meer een visie is op de wat langere termijn. Voor zover daar concrete dingen in zitten, reageren wij daar al op in deze kabinetsreactie. Denkt u bijvoorbeeld aan wat vroeger het schokabsorberingsfonds heette. Het heet nu anders. Dat willen we niet. Bij andere elementen zeggen we dat we ernaar zullen moeten kijken. Dan moet je echter wel voorstellen hebben, anders vind ik het ingewikkeld. Dan moet je gaan raden wat er bedoeld wordt. Mijn voorstel aan de heer Omtzigt zou dan ook zijn dat we met elkaar afspreken dat wij het van een appreciatie voorzien, zodra er op onderdelen meer concreetheid komt.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Wij stemmen morgen aan het einde van de middagvergadering over de ingediende moties, dus pas na het debat over de herziening van het belastingstelsel, maar voordat de premier aangekomen is in Brussel.