Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-2013nr. 66, item 8

8 Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Op verzoek van een aantal leden stel ik voor, enkele door hen ingediende moties opnieuw aan te houden. Dit betekent dat de in artikel 69, tweede lid, van het Reglement van Orde genoemde termijn van twee maanden voor de volgende moties opnieuw gaat lopen: de motie Dik-Faber (33400-A, nr. 31); de motie Dik-Faber c.s. (29984, nr. 354); de motie Thieme (33400-V, nr. 43); de motie Ouwehand (33400-VI, nr. 82); de motie Elias (31936, nr. 127).

Ik stel voor toe te voegen aan de agenda:

  • - het VAO Transitiecommissie Stelselherziening Jeugdzorg naar aanleiding van een algemeen overleg gehouden op 21 maart, met als eerste spreker het lid Keijzer (CDA);

  • - het VAO Stand van zaken politietrainingsmissie Afghanistan naar aanleiding van een algemeen overleg gehouden op 21 maart, met als eerste spreker het lid Van Bommel (SP).

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Berndsen-Jansen van D66.

Mevrouw Berndsen-Jansen (D66):

Voorzitter. Ik wil graag een debat aanvragen met de minister van Veiligheid en Justitie. Vorige week werd bekend dat met name in de grensstreek de overlast door drugscriminaliteit vertwee- dan wel verdrievoudigd is. Zo langzamerhand loopt dat echt de spuigaten uit. Ik hoop dat wij daar nu eindelijk een keer een debat over kunnen voeren.

De voorzitter:

Een verzoek om steun voor een debat.

De heer Oskam (CDA):

Prima om het erover te hebben. Steun.

Mevrouw Hilkens (PvdA):

Geen steun voor het debat, wel eventueel een brief. Ik heb een suggestie: er staat nog een debat van mevrouw Berndsen op de langetermijnagenda dat ook over drugs gaat. Wij zouden beide bij een algemeen overleg kunnen onderbrengen om verder te discussiëren.

De heer Van der Steur (VVD):

Steun voor de brief. De suggestie van collega Hilkens om beide onderwerpen in een algemeen overleg te behandelen, vind ik uitstekend. Als mevrouw Berndsen dat morgen bij de procedurevergadering vraagt, zal de VVD-fractie haar steunen.

De heer Bontes (PVV):

De drugsoverlast moet minder worden, dus steun voor een debat. Absoluut.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ook van GroenLinks steun voor dit debat. De wietpas was een totale mislukking en we moeten daarover eens goed van gedachten wisselen.

Mevrouw Kooiman (SP):

Ik wil graag over deze flop spreken. Of het nu plenair of in een algemeen overleg is, we gaan dat gewoon doen. Steun dus.

De voorzitter:

Steun voor een debat, begrijp ik.

De heer Segers (ChristenUnie):

Steun voor de brief en voor het debat.

De voorzitter:

Mevrouw Berndsen, u hebt geen steun van de meerderheid voor een debat. U hebt wel steun voor de brief.

Mevrouw Berndsen-Jansen (D66):

Dit is weer het oude liedje. Iedere keer wordt in deze zaal een debat over cannabisgebruik of -teelt geblokkeerd. Ik zal morgen in de procedurevergadering een spoed-AO aanvragen. Ik vind het eigenlijk wel heel treurig. In de Kamer is brede steun voor een debat over dit onderwerp, maar iedere keer wordt dat geblokkeerd door de coalitiepartijen. Een uitgestoken hand? Ik zie 'm niet in dit dossier.

De voorzitter:

Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan de heer Van Vliet van de PVV. Hij heeft drie punten. Laten we ze per stuk behandelen.

De heer Van Vliet (PVV):

Daarom heb ik deze gele iPad bij me bij wijze van geheugensteun. Voorzitter. De vorige week bereikte ons het bizarre bericht dat EU-onderdanen in Nederland die er nog niet zeker van zijn dat ze hier zomaar kunnen blijven, wel een bijstandsuitkering kunnen krijgen. De Centrale Raad van Beroep heeft bepaald dat gemeenten niet meer het recht hebben om die uitkering te weigeren. Mijn vraag is natuurlijk of het kabinet al een aantal miljarden extra heeft ingeboekt om dit te bekostigen. Daar zou ik zeer graag een debat over voeren met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De voorzitter:

U vraagt om steun voor een debat.

De heer Azmani (VVD):

Volgens mij is de spoedeisendheid hoog. Daarom heb ik donderdag via een e-mailprocedure gevraagd om een zo snel mogelijke reactie van het kabinet over de gevolgen die het aan die uitspraak wil verbinden. Het lijkt me handig om gewoon een AO te plannen. Via de voorzitter verzoek ik deze mijnheer dus om gewoon een AO te organiseren. Wij geven geen steun aan een debat hier.

De voorzitter:

U geeft dus geen steun aan een debat? Een AO regelen we niet op deze manier.

De heer Azmani (VVD):

Dat begrijp ik volkomen. Gelet op de actualiteit en het spoedeisende karakter lijkt het me het handigst om het in aan AO te doen. Geen steun voor een debat dus. Ik heb al gevraagd om een reactie en een gevolgtrekking. Daarom wil ik het in een AO onderbrengen. Dan kunnen we er zo snel mogelijk over debatteren.

De heer Kerstens (PvdA):

De fractie van de Partij van de Arbeid sluit zich aan bij de woorden van de heer Azmani.

De heer Van Vliet (PVV):

Origineel!

De voorzitter:

Geen steun voor een debat dus.

De heer Heerma (CDA):

Steun voor het verzoek om een debat. De gevraagde brief kan daarin prima worden meegenomen.

De voorzitter:

Mijnheer Van Vliet, u hebt geen steun voor een debat.

De heer Van Vliet (PVV):

Tja, daar gaan we weer. Dan wordt het weer lekker afgeraffeld in een AO'tje. Om aan deze quatsch een einde te maken, doe ik bij dezen al een vooraankondiging van een VAO. Helaas pindakaas. Bedankt coalitie!

De voorzitter:

Ik zal het gedeelte van het stenogram dat over de brief gaat, doorgeleiden naar het kabinet. We gaan verder met uw volgende punt.

De heer Van Vliet (PVV):

Op de stemmingslijst staat onder punt 9 de motie-Van Vliet (28165, nr. 151). Die is ingediend tijdens het VAO Staatsdeelnemingen en gaat over de schimmige deal van de NS die het hele openbaar vervoer in Nederland gaat opslokken. Ik zou de stemming over deze motie willen uitstellen totdat de Kamer een debat heeft kunnen voeren over concurrentie in het Nederlandse openbaar vervoer en de uiterst dominante positie van de NS daarin. Ik houd de motie dus niet aan, maar vraag om uitstel van stemming.

De voorzitter:

Dat kan, want het is uw eigen motie. Ik kijk even of daar steun voor is. Officieel moet dat, maar meestal wordt zo'n verzoek niet geblokkeerd. Daar ga ik ook in dit geval van uit. We zullen niet over deze motie stemmen. Op een later moment mag u aangeven wanneer we er wel over zullen stemmen.

Dan uw volgende punt.

De heer Van Vliet (PVV):

Mooi. Dan kom ik bij mijn laatste punt. Daarmee help ik u uit de brand, voorzitter. We hebben een wetgevingsoverleg gepland over de Wet uniformering loonbegrip en de zeer nadelige neveneffecten daarvan voor de gepensioneerden in Nederland. Dat betekent dat het dertigledendebat over het bericht "pensioenen lager door belastingen" dat onderaan de lijst bungelt en over zeventien weken aan de beurt komt, geschrapt kan worden. Dat wetgevingsoverleg wordt namelijk op mijn aandringen heel snel ingepland.

De voorzitter:

Wij zullen het van de lijst halen. Dit zijn verzoeken die ik graag hoor.

De heer Van Vliet (PVV):

Merci beaucoup.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Voortman van GroenLinks.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Voorzitter. Afgelopen vrijdag presenteerde de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken het rapport Verloren tijd. Daaruit blijkt dat het gebrek aan dagbesteding voor asielzoekers hun psychische gezondheid schaadt. Ik wil daarover graag een debat aanvragen met daaraan voorafgaand een brief. In dit verzoek word ik gesteund door de fracties van de ChristenUnie, de SP en D66.

De voorzitter:

Het gaat om een verzoek om steun voor een debat met de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Wil nog een lid van een andere fractie dan deze drie hierop reageren?

De heer Recourt (PvdA):

Wij steunen de aanvraag van een debat, maar dat moet dan wel plaatsvinden nadat een reactie van het kabinet op dat rapport is ontvangen. Bij dat debat wil ik ook graag een ander ACVZ-rapport betrekken, namelijk het rapport Recht op menswaardig bestaan. Daarop is op 22 maart jongstleden al wel een kabinetsreactie gekomen.

De heer Azmani (VVD):

Volgens mij moeten wij de kabinetsreactie afwachten. Aan de hand daarvan kunnen wij bepalen of wij een debat willen of niet. Vooralsnog steunen wij de aanvraag van een debat niet. Eerst een kabinetsreactie, dan pas een debat.

De voorzitter:

U steunt het verzoek dus niet?

De heer Azmani (VVD):

Nee, dat klopt.

Mevrouw Keijzer (CDA):

Wij steunen het verzoek niet. Wel ontvangen wij graag een brief om duidelijk te krijgen hoe dit zit.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Steun voor het verzoek.

De voorzitter:

Mevrouw Voortman, wij moesten even de stemmen tellen, maar u hebt geen steun voor een debat.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Volgens mij steunt de PvdA-fractie de debataanvraag, mits het debat voorafgegaan wordt door een brief.

De voorzitter:

Ik keek ook even, want u hebt niet per definitie voldoende steun als de PvdA het verzoek steunt. In dit geval hebt u steun voor uw verzoek om een debat. Ik zal dit gedeelte van het stenogram over de brief doorgeleiden naar het kabinet. Wij zullen het debat pas inplannen als de brief er is.

Het woord is aan mevrouw Kooiman.

Mevrouw Kooiman (SP):

Voorzitter. Afgelopen vrijdag presenteerde staatssecretaris Teeven zijn afbraakplan: 26 gevangenissen, 3 tbs-klinieken en 1 jeugdgevangenis worden gesloten. 3.700 man komt op straat te staan, 2.000 boeven komen thuis op de bank te zitten, de forensische zorg wordt afgebroken en zo kan ik wel doorgaan. Genoeg om over te debatteren, lijkt mij. Ik verzoek, mede namens de fracties van het CDA en de PVV, om een debat met de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.

De voorzitter:

Het verzoek is steun voor een debat.

De heer Van der Steur (VVD):

Het moge duidelijk zijn dat het plan dat de staatssecretaris gepresenteerd heeft, zeer ingrijpend is, vooral voor het gevangenispersoneel. De VVD-fractie steunt het verzoek om een debat, zonder daarmee onmiddellijk de woorden van mevrouw Kooiman te steunen.

De heer Schouw (D66):

Het is een draconisch plan, dus van onze zijde is er veel steun voor een debat. Meestal is de spreektijd bij deze debatten vier minuten per fractie. Gezien de belangrijkheid van dit debat verzoek ik u, voorzitter, om er zes minuten van te maken.

Mevrouw Helder (PVV):

Wij steunen het verzoek om een debat over het afbraakplan; ik herhaal die term wel. Naar aanleiding van de uitzending van Nieuwsuur heb ik een dertigledendebat over elektronische detentie aangevraagd. Dat debat is ook geagendeerd. Het onderwerp maakt deel uit van het nu aangevraagde debat en kan daarbij betrokken worden. Het dertigledendebat over elektronische detentie kan dan van de agenda worden afgevoerd. Wel zou ik dan een ruimere spreektijd willen. Een spreektijd van zes minuten lijkt mij prima.

De heer Marcouch (PvdA):

Wij vinden het inderdaad een ingrijpend plan, dat masterplan gevangeniswezen. Wij steunen het verzoek, maar ik distantieer mij van de term "afbraakplan".

De heer Segers (ChristenUnie):

Het plan is slecht voor de veiligheid en de regio en moet zo snel mogelijk besproken worden. Wij steunen het verzoek om een debat en het verzoek om ruimere spreektijden.

De heer Van der Staaij (SGP):

De SGP-fractie steunt het verzoek om een debat. Ook wij hebben heel veel kritiek op en vragen over dit plan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Wij steunen het verzoek om een debat en het verzoek om een ruimere spreektijd, maar ik denk dat er zo veel vragen zijn dat wij het niet voor elkaar zullen krijgen in zes minuten. Als bijvoorbeeld het Justitieel Medisch Centrum hier in Scheveningen dichtgaat, waar worden de mensen dan geopereerd die daar nu behandeld worden? Gebeurt dat dan in burgerziekenhuizen? Wat kost dat allemaal? Dergelijke vragen hebben wij. Ik stel dan ook voor dat wij in de procedurevergadering, voorafgaand aan het debat, een feitelijkevragenronde organiseren, want er zijn veel meer vragen dan wij in een debat kwijt zullen kunnen.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Steun voor een debat en steun voor een feitelijkevragenronde. Wij moeten nu echt eens grondig debatteren over de visie van de staatssecretaris op dit hele gebied.

De heer Oskam (CDA):

Het verzoek is mede namens mij ingediend. Natuurlijk ben ik er dus voor. Ik ben ook voor het voorstel van de heer Schouw om een ruimere spreektijd van zes minuten te hanteren.

De voorzitter:

Mevrouw Kooiman, er is ruime steun om een debat te houden. Ik hoor ook veel steun voor ruimere spreektijden. Ik zal daarmee rekening houden bij het inplannen van het debat.

Mevrouw Kooiman (SP):

Heel fijn. Dank u wel.

De voorzitter:

Mevrouw Helder, heb ik goed begrepen dat u uw dertigledendebat nu van de lijst hebt gehaald? Dat blijkt het geval. Dank u.

Het woord is aan de heer Jan Vos.

De heer Jan Vos (PvdA):

Voorzitter. Gezien de uitgebreide beantwoording van de mondelinge vragen door de minister zojuist, zal ik vanmiddag bij de procedurevergadering van de commissie voor Economische Zaken om een brief vragen. In overleg met de fracties wil ik die betrekken bij het AO op 16 april.

De voorzitter:

U ziet dus af van het verzoek dat u had aangemeld? Dank u.

Het woord is aan de heer Pechtold van D66.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. De minister-president heeft de Kamer zojuist in het vragenuurtje om geduld gevraagd. Wij moeten die oproep positief benaderen, maar zowel procedureel als inhoudelijk zijn er in de Kamer en in de maatschappij heel veel vragen over het sociaal polderoverleg. De premier sprak over enkele weken. Mede namens de collega's van CDA, ChristenUnie, SGP en GroenLinks vraag ik om over twee weken, op dinsdag 8 april, een stand-van-zakenbrief te krijgen die zowel de procedure van de polder als de inhoud schetst. Zoals ik zojuist bij de mondelinge vragen al zei, wacht nu alles op alles. Dat is niet verstandig. De brief op 8 april is met het oog op de mogelijkheid van een debat, wanneer daartoe aanleiding is door de uitkomsten van het polderoverleg of door de brief.

De voorzitter:

Ik zal het verzoek om een brief doorgeleiden naar het kabinet. Ik heb de steun van de meerderheid van de Kamer nodig om in die week ook een debat te kunnen plannen.

De heer Pechtold (D66):

Als "her majesty's most loyal opposition" zeggen deze partijen nog niet dat er een debat moet komen, maar omwille van de agenda wijs ik op de mogelijkheid. Mochten wij op 8 april besluiten dat de brief toch tot een debat zou moeten leiden, dan is het een beetje vervelend als wij pas na twee of drie weken een debat kunnen voeren. Daarom vragen wij om een brief op 8 april. Wij vragen u als voorzitter om met potlood rekening te houden met de mogelijkheid dat wij op 8 april een debat aanvragen.

De voorzitter:

Dank u. Niet alleen regeren, maar ook het plannen van de Kameragenda is vooruitzien. Daarom vind ik het toch fijn om nu al te horen of er in zo'n geval steun is van een meerderheid van de Kamer.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Wij hebben heel goed geluisterd naar de antwoorden van de minister-president op de vragen van de heer Pechtold. Volgens mij heeft de minister-president heel nadrukkelijk gezegd dat hij geen einddatum wil. Wij zullen een voortgangsbrief uiteraard niet blokkeren. Ik begrijp de positieve grondhouding tegenover het sociaal akkoord, die eigenlijk de hele Kamer heeft. Het is belangrijk om dat vast te stellen. Als wij kunnen vaststellen dat dit niet het karakter heeft van een deadline of van druk op de sociale partners, vinden wij het prima. Dan kunnen wij op 8 april bekijken hoe het staat. Ik wil wel graag vastgesteld hebben dat wij slechts de intentie hebben om de voortgang te bespreken en om daarop alleen verder in te gaan in noodgevallen.

De voorzitter:

Als u het goed vindt, interpreteer ik uw woorden als volgt: u hebt er in principe geen bezwaar tegen als ik het in potlood inplan. Mochten er andere redenen zijn, dan kunt u dat met mij communiceren. Dit voorkomt dat we op 8 april hierover een regeling van werkzaamheden moeten hebben. Mag ik het zo interpreteren?

Mevrouw Hamer (PvdA):

Ik wil het beperken tot de vraag van de heer Pechtold om een brief op 8 april. Of er een debat nodig is, lijkt me nu helemaal niet aan de orde.

Mevrouw Van Nieuwenhuizen-Wijbenga (VVD):

Ik hoorde de heer Pechtold ook om niets anders dan een brief op 8 april vragen. We willen dat verzoek zeker niet blokkeren. Tegen die tijd zullen we zien wat er te melden valt over de stand van zaken. Dan zullen we naar bevind van zaken handelen.

De heer Pechtold (D66):

Toch even wat scherper. Mijn fractie en de leden van de oppositie zijn niet degenen die een deadline hebben gesteld, dat hebben de leden van het kabinet gedaan. Mijn fractie vraagt om een brief, maar zegt niet dat er op 8 april helderheid moet zijn. Misschien is die er dan wel, misschien is er meer te melden. Daarom noemen we het ook een stand-van-zakenbrief. Ik vind het echter wel jammer als de voorzitter nu niet de ruimte krijgt om in potlood alvast rekening te houden met een debat, terwijl wij zo ongelooflijk coöperatief zijn door het kabinet de komende twee weken de tijd te geven. Dat was namelijk de vraag van het kabinet. Dat doen we ook. Als we uitgaan van 8 april, zal het debat pas half april plaatsvinden. Ik vind het geen onredelijke vraag. Ik verzoek de twee coalitiepartijen om het de voorzitter in potlood te laten inschrijven. Ze kunnen altijd nog – ik spreek nu even voor mijn eigen fractie – op 8 april de steun voor het debat intrekken, maar dan heeft de voorzitter tenminste wat helderheid in de agenda.

De voorzitter:

Ik heb de heer Pechtold goed gehoord. Ik ga die week gewoon een paar dertigledendebatten inplannen. Volgens mij hebben we het dan opgelost. Vindt u dat goed, mijnheer Roemer?

De heer Roemer (SP):

Ja. Steun voor de brief. Als er echt een groot debat nodig is, kunnen we dat hier vragen en kunnen we dat desnoods 's avonds al doen. Laat die potloden dus maar mooi weg. Als het echt nodig is, komen we wel.

De voorzitter:

Ik weet wat er op mijn pad komt in die week. Dank u wel.

De heer Pechtold (D66):

Mijn ervaring met potloden, zeker als ze rood zijn, is al niet zo goed.

De voorzitter:

Die voorwaarde dat het rood moet zijn, had u er niet aan gesteld!

Het woord is aan de heer Omtzigt van het CDA.

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Net als de heer Vos van de Partij van de Arbeid ben ik eigenlijk zeer tevreden met de antwoorden van staatssecretaris Van Rijn. Daarom hoef ik op dit moment geen motie in te dienen over pleegkinderen in Turkije. Ik wacht even het afschrift af van de brief die de regering naar Turkije zal sturen. Tot die tijd zal ik geen aanvraag voor een VSO doen.

De voorzitter:

Dan zien we u weer terug. Dank u wel voor deze mededeling.

Het woord is aan de heer Merkies.

De heer Merkies (SP):

Voorzitter. Er ligt inmiddels een akkoord over Cyprus. Eigenlijk roept dat akkoord vooral heel veel vragen op. Het gaat over 10 miljard. We hebben daar zegge en schrijve vier minuten voor om er vanmiddag over te debatteren. Dat is 2,5 miljard per minuut. Dit lijkt mij rijkelijk weinig, gezien de hoeveelheid vragen. Ik stel dus voor om langere spreektijden aan te houden. Er is mij gevraagd een voorstel te doen en ik stel een spreektijd voor van zes minuten.

De voorzitter:

Ik stel voor, de spreektijden van het debat van vanmiddag vast te stellen op zes minuten per fractie.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Hiermee is er een einde gekomen aan de regeling van werkzaamheden. Ik verzoek de leden, voor zover ze dat nog niet hebben gedaan, om de presentielijst te tekenen en daarna hun plaatsen in te nemen. Dan kunnen we stemmen.