Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-2013nr. 66, item 3

3 Vragenuur

Vragen van het lid Van Ojik aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de berichtgeving dat Nederland moet ingrijpen bij het milieuschandaal bij de Isla-raffinaderij op Curaçao.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Voorzitter. Nu is het genoeg geweest met de Isla-raffinaderij op Curaçao. GroenLinks maakt zich al jarenlang, vaak met een meerderheid van andere partijen in deze Kamer, kwaad over een milieuvervuiling binnen ons Koninkrijk van ongehoorde omvang. Elke keer hebben achtereenvolgende ministers, voorgangers van deze minister, bezworen dat de autoriteiten van Curaçao werken aan verbeterplannen, aan alternatieve scenario's voor de raffinaderij en aan strengere handhaving van de milieunormen. Wie de ZEMBLA-uitzending eind vorige week heeft gezien, moet constateren dat er helemaal niets van terecht is gekomen. Nog steeds is de raffinaderij een regelrechte bedreiging voor mens en milieu. Zij veroorzaakt structurele gezondheidsschade. In ZEMBLA wordt zelfs gesproken over achttien doden per jaar. Natuurgebieden raken regelmatig besmeurd en onvervangbare natuur gaat verloren. Ondertussen laat de raffinaderij Isla zich niets gelegen liggen aan welke milieunorm dan ook. De milieudienst zou met 0,5 miljoen op poten worden gezet, maar niemand weet waar dat geld gebleven is. Als Isla in Nederland had gelegen, zou de raffinaderij allang gesloten zijn. Ik heb drie vragen voor de minister.

Is de minister het met mij eens dat de maat nu eindelijk vol is en dat dit zo niet langer kan?

Wat is er met het geld gebeurd voor het optuigen van een daadkrachtige milieudienst?

Is de minister bereid om de noodzakelijke stappen te zetten om de Isla-raffinaderij zo spoedig mogelijk plat te leggen?

Minister Plasterk:

Voorzitter. Ik deel volledig de verontrusting, zorg en boosheid ook van de heer Van Ojik over de situatie daar. Het is inderdaad waar dat in de afgelopen jaren met name GroenLinks voortdurend de aandacht daarvoor heeft gevraagd. Mevrouw Van Gent heeft dat vele jaren gedaan. Dit onderwerp is voor mij een skelet in de kast.

Bij de staatkundige inrichting van 10-10-2010 hebben wij heel nadrukkelijk milieuzorg en gezondheidszorg, de twee dingen die hierbij in het geding zijn, tot taak van het autonome land Curaçao gemaakt. Dat betekent overigens niet dat er vanuit Nederland sindsdien niets meer is gebeurd. In de afgelopen twee jaar zijn bijvoorbeeld de twee meetstations neergezet, waardoor wij nu van dag tot dag kunnen meten dat de lucht inderdaad niet schoon is. Die stonden er niet en ze staan er nu wel dankzij de Nederlandse bijdrage. Er is een verbetertraject opgestart voor de milieudienst.

Daarmee beantwoord ik meteen de tweede vraag: wat is er met het geld gebeurd? Er zijn mensen van opgeleid en de meetstations zijn ervan aangelegd, maar het heeft tot op heden niet geleid tot een permanente milieudienst. Dat is inderdaad niet goed.

Er is met Nederlandse steun een toekomstvisie opgesteld met scenario's van het bureau Ecorys om te kijken wat je daarmee zou kunnen doen. Als je de beelden van de uitzending ziet, denk je inderdaad dat zo'n toestand in het Koninkrijk der Nederlanden niet zou mogen voorkomen. Naar aanleiding daarvan heb ik nog eens gebeld met minister-president Hodge en erop aangedrongen dat men doet wat er zou moeten gebeuren. Er is bijvoorbeeld een aangescherpte milieuvergunning; die zou geïmplementeerd moeten worden. Er is vorig jaar met hulp van het ministerie van I&M een plan van aanpak opgesteld dat wat ons betreft zou kunnen worden geïmplementeerd. Ik doe wat ik kan, maar dat is wel binnen de grenzen van bijstand, advies en expertise, maar niet financiële steun. Ook uw Kamer heeft bij gelegenheid en regelmatig gezegd dat wij dat niet voor daar gaan betalen. Het gaat altijd om grote bedragen.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

De minister en ik zijn het over een ding eens. Als je die beelden ziet, kun je maar een ding denken: deze situatie mag binnen ons Koninkrijk niet voorkomen. Wij zijn er allemaal aan gehouden om ervoor te zorgen dat dat inderdaad niet gebeurt. De minister zegt over de meetstations dat wij in ieder geval weten hoe ernstig het probleem is. Laten wij onze zegeningen tellen, zou je cynisch zeggen. Nu weten wij hoe groot het probleem is, maar dat doet natuurlijk niets aan het probleem zelf.

In dezelfde uitzending van ZEMBLA komt een hoogleraar bestuursrecht aan het woord die zegt wat wij eigenlijk al wisten, namelijk dat de minister op basis van onbehoorlijk bestuur juridisch bevoegd zou zijn om in dit geval met een aanwijzing te werken in de richting van de Curaçaose overheid, omdat er bijvoorbeeld aantoonbaar sprake is van gezondheidsschade. Als wij de uitzending van ZEMBLA mogen geloven – en dat doen wij – zouden daardoor jaarlijks ook doden vallen. Is de minister bereid om in het kader van de Koninkrijksregering – dat zou dan moeten gebeuren in de ministerraad – dat juridische instrumentarium, die bevoegdheid te gebruiken op basis van het vaststellen van het vóórkomen van onbehoorlijk bestuur?

Minister Plasterk:

Ik ben het niet eens met wat die hoogleraar in die uitzending zei. De waarborgfunctie staat in artikel 43, lid 2 van het Statuut: het Koninkrijk als geheel waarborgt dat er sprake is van het handhaven van mensenrechten, een rechtsstaat, functionerende instituties. Zelfs als je vindt dat er sprake is van iets wat sommigen als een misstand zouden beoordelen, kun je onmogelijk concluderen dat dús de instituties niet meer functioneren. Men doet daar wellicht andere dingen dan u en ik, als wij het voor het zeggen hadden, zouden doen, maar dat geeft niet het land Nederland, noch het Koninkrijk het recht om in te grijpen in het autonome land Curaçao. Bij een andere gelegenheid kunnen wij misschien nog eens doorpraten over wat die waarborgfunctie precies om het lijf heeft. Dat gesprek voeren wij ook regelmatig in een andere context. Nogmaals, die waarborgfunctie biedt mij niet het instrumentarium om bij deze raffinaderij in te grijpen.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Dit antwoord stelt mij echt teleur. De minister doet nu ineens heel erg luchtig: wellicht doen zij daar dingen anders dan wij ze zouden doen. Dat is iets anders dan hij in eerste termijn zei: als je dit ziet, dan zijn wij het er toch allemaal over eens dat dit binnen het Koninkrijk niet kan bestaan. Ik druk de minister op het hart om nog eens heel precies te kijken naar de bevoegdheden en mogelijkheden die hij juridisch heeft, en niet direct te zeggen dat het niet kan omdat het een autonome bevoegdheid van Curaçao zou zijn. Als sprake is van onbehoorlijk bestuur – dat lijkt mij hier duidelijk aan de hand – dan heeft Nederland de mogelijkheid om binnen de Koninkrijksrelatie een eigen verantwoordelijkheid te nemen.

Minister Plasterk:

Ik kijk voortdurend naar de reikwijdte en de instrumenten in het kader van artikel 43, lid 2. Die discussie komt voortdurend op bij andere landen. Ik kijk naar de heer Van Raak omdat ik het met hem regelmatig heb over Sint-Maarten. Wij kunnen dat nu hier niet helemaal uitbenen. Ik zeg met alle plezier toe dat ik voortdurend zal bekijken wat artikel 43, lid 2 van het Statuut met zich meebrengt aan mogelijkheden om op te treden als ergens iets niet op orde is. Maar dan gaat het om een vangnet en dan moet er sprake zijn van niet functionerende instituties. Dat is iets anders dan dat men ter plekke een afweging maakt die u en ik niet zouden maken. Ik voeg er iets aan toe. Wij hebben een inventarisatie laten maken van wat het zou kosten om die hele raffinaderij op te ruimen …

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Plat te leggen.

Minister Plasterk:

Plat te leggen. Die schattingen bedragen iets tussen de 1 miljard en 3 miljard euro. De begroting van het hele land Curaçao bedraagt 1 miljard euro per jaar. Dat het geen simpele kwestie is, moge dus ook duidelijk zijn.

Mevrouw Hachchi (D66):

Een paar weken geleden hebben wij het eerste debat met minister Plasterk kunnen voeren over Koninkrijksrelaties. Ik heb daarbij onder meer over de Isla-raffinaderij gesproken. Ik was blij dat de minister niet de deur dichtgooide en alleen maar verwees naar de verantwoordelijkheid van Curaçao. Vorige week heeft de minister een brief gestuurd waarin hij aangeeft iets meer tijd nodig te hebben, ook in de gesprekken met Curaçao. Ik hoor vandaag dat hij minister-president Hodge heeft gesproken. Wil de minister de Kamer informeren over de gemaakte afspraken en de voortgang?

Minister Plasterk:

Dat zal ik doen. Ik heb contact gehad en aangedrongen op spoed. Zodra er een stap gezet is of wij vinden dat een stap te lang uitblijft, zal ik de Kamer daarvan op de hoogte brengen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De reactie van de minister vind ik wat onbevredigend. Ik ben erg benieuwd naar de uitkomst van de gesprekken. Als hij meent dat hij serieus naar de mogelijkheden kijkt, vraag ik hem of hij de Kamer daarvan uitvoerig op de hoogte wil houden, zodat wij de argumentatie rustig kunnen beoordelen. Ik zou het ook mooi vinden als de minister er voortaan netjes bij zegt: dit is de erfenis van Shell. Dan weten we ten minste hoe de problemen daar zijn ontstaan. Welke mogelijkheden ziet de minister om het initiatief van de stichting die ter plekke een greentown wil inrichten, verder te helpen om uiteindelijk die raffinaderij te kunnen sluiten en over te schakelen op een groene economie?

Minister Plasterk:

Ik weet van twee stichtingen: een Stichting SMOC en de Human Care Foundation. Het feit dat er stichtingen bezig zijn, bevestigt dat men ook daar de zaak opneemt. Ik zal dat waar ik kan steunen en bijstaan. Ik had al toegezegd dat de Kamer op de hoogte te zullen houden. Laat ik zeggen dat ik het evenals mevrouw Ouwehand een onbevredigende situatie vind dat wanneer je samen in het Koninkrijk zit, er zich in een ander land van het Koninkrijk iets voordoet waarvan je je afvraagt wat daar precies gebeurt, maar je tegelijkertijd moet accepteren dat zo'n autonoom land daar in principe de eerste verantwoordelijkheid voor heeft. Het is dus niet helemaal bevredigend maar het is wel het bestel waar we nu in zitten.

De voorzitter:

Dank voor uw antwoord en voor uw komst naar de Kamer.