Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-2012nr. 97, item 4

4 Vragenuur

Vragen van het lid Kuiken aan de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, bij afwezigheid van de minister, over het bericht "Politie laat Nederlander in nood te lang wachten".

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Voorzitter. Als je 112 belt, telt elke seconde en moet je erop kunnen vertrouwen dat de politie ook snel, in ieder geval binnen vijftien minuten, ter plaatse is. Het is dan ook onacceptabel dat in 168 gemeenten vier miljoen mensen er niet op kunnen rekenen dat de politiek deze afspraak kan nakomen. Minister Opstelten moet ervoor zorgen dat de politie in staat wordt gesteld om de aanrijdtijden van vijftien minuten daadwerkelijk te behalen. Bij afwezigheid van de minister heb ik de volgende vragen aan de staatssecretaris.

In het regeerakkoord van VVD en CDA en gedoogpartner PVV staat letterlijk dat de aanrijdtijden van de politie moeten worden verbeterd, zowel in het stedelijk gebied als op het platteland. Wat is er van deze belofte terecht gekomen?

Staatssecretaris Teeven:

Voorzitter. Ik wil allereerst mevrouw Kuiken danken voor haar vragen. Het doet er natuurlijk zeer toe. Het is heel belangrijk dat de politie op tijd ter plaatse is als burgers 112 bellen. Laat helder zijn dat de streefnorm die door de politie wordt gehanteerd, is om binnen vijftien minuten op de plaats te zijn waar het verzoek om noodhulp zich voordoet. In 90% van de gevallen constateert de politie dat die streefnorm ook is gehaald.

Dat betekent dat hiervan in een aantal gevallen nog geen sprake is. Dat is spijtig en dat is niet goed. Dat betekent dat een en ander nog verbeterd moet worden, maar dat is ook de reden waarom de minister een aantal heel concrete verbeteringen heeft voorgesteld.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Wellicht kan de staatssecretaris er niets aan doen, maar hij kent de cijfers ook niet. Een van de zaken die uit de RTL-nieuwsuitzending naar voren kwamen, is dat in sommige gevallen 80% van de vijftien minuten aanrijdtijd werd gehaald en ook dat wel heel gemakkelijk wordt uitgemiddeld. Stedelijk en landelijk gebied worden gemiddeld: soms zijn de aanrijdtijden zes minuten en in andere gevallen 20 of misschien wel 25 minuten. Dan kom je wel aan het gemiddelde. De PvdA-fractie is van mening dat vijftien minuten vijftien minuten is. Daar moet aan worden voldaan. Ik herhaal mijn vraag wanneer wij erop kunnen rekenen dat de eigen belofte van deze minister wordt gehaald en de 90% geen wassen neus is, maar de burgers er werkelijk op kunnen rekenen dat de politie ook daadwerkelijk komt als zij 112 bellen.

Staatssecretaris Teeven:

Als ik zou zeggen dat in 90% van de gevallen de norm niet gehaald wordt, zal het mevrouw Kuiken volstrekt helder zijn dat we in 10% van de gevallen ook onder de 90% zitten. Het kan dus ook zijn dat er meer mis is dan die 90%.

Welke maatregelen zijn er genomen? Wat proberen we om ervoor te zorgen dat het wel in orde komt? We zijn bezig om op de meldkamers van de politie ervoor te zorgen dat de tijd om gegevens te verwerken sterk wordt bekort. Wij proberen ervoor te zorgen dat behalve noodhulpeenheden van de politie die worden gebeld en in actie komen bij 112 ook andere eenheden op een melding kunnen reageren, bijvoorbeeld recherche-eenheden. Ook proberen wij in het kader van het actieprogramma tegen bureaucratie capaciteit vrij te spelen. De minister heeft in het algemeen overleg al gemeld dat eenmanssurveillance wordt bekeken. Dat heeft ook risico's in landelijke gebieden, iets wat wij al eerder met de Kamer hebben gedeeld.

Al deze maatregelen moeten ertoe leiden dat de streefnorm van 90% binnenkort wel wordt behaald. Maar laten we wel wezen; als je kijkt naar de grote steden en de niet-landelijke gebieden, zie je dat het heel goed gaat, maar dat er bijvoorbeeld in een regio als Zeeland wel problemen zijn, gezien de uitgestrektheid van de provincie.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ik ben blij dat de staatssecretaris met ons constateert dat er problemen zijn en dat dit onacceptabel is. Twee jaar geleden werd in het regeerakkoord de afspraak gemaakt om de aanrijdtijden te verbeteren. Ik moet constateren dat dit tot op heden niet is gelukt. Wanneer zijn al deze mooie maatregelen wel een feit en is norm dan ook norm? Met andere worden, kunnen korpsen dan niet zelf nog bepalen dat zij dat een beetje kunnen afzwakken?

Staatssecretaris Teeven:

Het is bekend dat de nationale politie binnenkort in een andere Kamer van het parlement wordt besproken. Met alle korpsen is de afspraak gemaakt dat die norm moet worden gehaald. Wij gaan dat straks, als de Eerste Kamer tot de vorming van een nationale politie komt, centraal aansturen. De minister heeft een aantal concrete maatregelen voorgesteld. Die worden op dit moment onderzocht en in een aantal gevallen wordt ermee gewerkt. Ik verwacht dat wij dit voor het eind van het jaar op orde hebben.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Wij zitten in een aparte situatie omdat het kabinet demissionair is. Het is belangrijk om te weten dat dit zo snel mogelijk wordt opgepakt. Zoals ik al zei: 112 bel je als je in nood zit. Het gaat dan om een inbraak, geweld of een verkrachting. Je kunt daarmee niet langer dan een seconde wachten.

Mevrouw Berndsen (D66):

Uit het antwoord van de minister op het bericht van RTL blijkt dat hij opnieuw zegt dat bij de nationale politie alles beter zal worden. Het is zo ongeveer de panacee voor alles. Ik vraag de staatssecretaris hoe de nationale politie dit volgens hem kan verbeteren. Een tweede argument is dat de meldkamers beter gaan functioneren. Hoe gaat dat gebeuren?

Staatssecretaris Teeven:

Ik heb gezegd dat wij ook aan andere zaken werken, zoals de eenmanssurveillance. Wij werken ook aan het actieprogramma tegen bureaucratie. Daarmee spelen wij capaciteit vrij, een belangrijk punt. Mevrouw Berndsen weet uit eigen ervaring dat het in landelijke uitgestrekte gebieden soms problemen oplevert om de norm te halen. Daaraan wordt hard gewerkt, ook in het politieapparaat. Wij denken eind van het jaar de streefnorm te kunnen halen.

De heer Çörüz (CDA):

De CDA-fractie gelooft in de nationale politie. Als wij nationale politie krijgen, moeten wij ook één nationale aanrijdtijd krijgen. Ik wil focussen op een motie die collega Van der Staaij en ik vorig jaar hebben ingediend, in het bijzonder over de politie-inzet op het platteland. Wij zijn nu een jaar verder en het schort vooral aan de aanrijdtijden en bereikbaarheid van de politie aldaar. In de grote steden komt het meestal wel goed, maar in de kleine dorpen en de regio's zijn er moeilijkheden. Wat gaat de staatssecretaris daaraan doen?

Staatssecretaris Teeven:

Ik heb een aantal maatregelen genoemd. De minister heeft die ook meegedeeld. Er zijn ook enkele toezeggingen gedaan in het vorige algemeen overleg. Wij zijn bezig om die te realiseren. In een provincie als Zeeland of Drenthe zijn er echter nog wel problemen.

De heer Bontes (PVV):

Het budget van de politie is de afgelopen jaren verhoogd van 1,5 mld. naar 3,5 mld. De sterkte van de politie is met bijna 50% toegenomen. Hoe kan het dat korpschefs nu nog zeggen dat de aanrijdtijden niet worden gehaald? Het gaat hier om belangrijke meldingen. Dat is een kwestie van voertuigen en mensen. De korpschefs zeggen dat zij onvoldoende voertuigen en mensen hebben. Het budget is zwaar verhoogd en er zijn veel mensen aangenomen, maar de veiligheid van de burger kan bij belangrijke meldingen nog steeds niet worden gegarandeerd. Kan de staatssecretaris hierop reageren?

Staatssecretaris Teeven:

De heer Bontes weet – zijn fractie heeft ook het gedoogakkoord ondertekend – dat een van de doelstellingen daarin was om binnen de totale sterkte van 69.000 mensen over te hevelen van niet-operationele taken naar operationele taken om in ieder geval de politiesterkte van 50.000 op peil te houden. In het kader van de vorming van de nationale politie willen wij robuuste basiseenheden maken, van waaruit je die noodhulp goed kunt verlenen. Daaraan is de afgelopen 20 maanden met steun van de PVV-fractie gewerkt en wij zullen daarmee het komende halfjaar doorgaan. Er waren zeker problemen op het gebied van voertuigen, maar ik zeg dat voor het eind van het jaar deze problemen zijn opgelost.

Mevrouw Kooiman (SP):

Ik mocht enige tijd geleden een weekendje een nachtdienst draaien met de politie in Winterswijk. Men maakt zich grote zorgen. De aanrijdtijden worden bij lange na niet gehaald. 15% komt te laat. Men geeft aan dat er juist door de nationale politie een post wordt gesloten, waardoor de aanrijdtijden te lang zijn. Door de robuuste teams doen zij er veel langer over. De politie in Winterswijk is niet de enige, ik hoor het van heel veel agenten. Wat gaan de staatssecretaris en de minister eraan doen om de capaciteit te behouden, om ervoor te zorgen dat de robuuste teams niet de aanleiding zijn voor langere aanrijdtijden en dat er geen posten worden gesloten?

Staatssecretaris Teeven:

Het is wel aardig dat mevrouw Kooiman en ik in hetzelfde gebied op werkbezoek zijn geweest. Ik ben nog niet zo lang geleden in Dinxperlo geweest en dat is hetzelfde werkgebied waar ook zij is geweest. Ik heb daar ook gesproken met de politie die mij vertelt dat de uitgestrektheid van gebieden het probleem is. Soms kun je de aanrijdtijden halen, maar soms moet je ervoor zorgen dat er voldoende opvolging is wanneer je met zijn tweeën naar zo'n melding toegaat. Dat is soms het probleem waardoor men de aanrijdtijden niet haalt. Het is niet altijd een kwestie van het sluiten van posten, maar soms is het probleem dat je het werk ook moet kunnen doen.

De heer Van der Staaij (SGP):

Het is goed dat er allemaal maatregelen worden genomen om de aanrijdtijden korter te maken zodat men sneller ter plaatste kan zijn als dat moet. Het punt blijft evenwel dat we het hebben over het verdelen van schaarste. Als je hier echt iets aan wilt doen, moet je op termijn simpelweg meer geld beschikbaar stellen om meer agenten te krijgen.

Staatssecretaris Teeven:

Dat is een heel andere kwestie. We zullen dat zien in de verkiezingsprogramma's van de verschillende politieke partijen die door een aantal partijen al zijn opgesteld en door een aantal partijen nog niet. Ik zie het programma van de SGP en de bijbehorende financiering graag tegemoet, dan zal het kabinet ernaar kijken.

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris voor het beantwoorden van de eerste vraag. We gaan nu naar de tweede vraag die aan hem wordt gesteld door het lid Van Klaveren van de PVV.