Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-2012nr. 97, item 2

2 Vragenuur

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 136 van het Reglement van Orde.

Vragen van het lid Arib aan de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, bij afwezigheid van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, over het uitschrijven van vrouwen en kinderen bij het bevolkingsregister bij achterlating in landen van herkomst.

De voorzitter:

Aanvankelijk hadden zich zes sprekers aangemeld voor het vragenuur, maar mevrouw Thieme is momenteel in de Eerste Kamer. Er worden daarom vijf sets vragen gesteld. Het woord is allereerst aan mevrouw Arib.

Mevrouw Arib (PvdA):

Voorzitter. Voor de zoveelste keer hebben wij afgelopen zaterdag in het Parool kunnen lezen dat anno 2012 vrouwen en kinderen zonder hun medeweten uit het bevolkingsregister worden uitgeschreven met alle gevolgen van dien. Vrouwen, vaak met kinderen, worden in landen van herkomst gedumpt en aan hun lot overgelaten. Geen enkele instantie vraagt zich af waarom zij ineens van de aardbodem zijn verdwenen. De PvdA-fractie vindt dat onbegrijpelijk. Al jarenlang heeft mijn fractie hiervoor verschillende keren aandacht gevraagd door schriftelijke en mondelinge vragen, door debatten te voeren en zelfs door een plan van aanpak over huwelijksdwang en achterlating te presenteren en aan de voormalig minister van Justitie te overhandigen. Nog steeds komt dit probleem echter voor. Dit verschijnsel wordt helaas nog steeds niet krachtig bestreden, wat hier vaak wel is beloofd. Het probleem krijgt hier vaak niet de prioriteit die het verdient.

Ik vraag de minister als eerste hoe het mogelijk is dat mannen, zonder dat de vrouwen het weten, vrouwen uit het bevolkingsregister uitschrijven. Als tweede vraag ik de minister of hij weet wat de consequenties zijn van het uitschrijven uit het bevolkingsregister voor de vrouwen en de kinderen. Zij verliezen al hun rechten, al hebben zij hier jaren gewoond en geleefd. Wanneer zij terugkomen, wordt het uitschrijven niet teruggedraaid. Ik hoor hierop graag een reactie.

Ik hoor graag of de minister bekend is met de erbarmelijke omstandigheden waaronder vrouwen en kinderen vaak worden achtergelaten, tegen hun wil. In het Parool van 28 april stond een uitgebreid verhaal – het leek wel een horrorfilm – van vrouwen en kinderen die jarenlang werden opgesloten terwijl zij eigenlijk de Nederlandse nationaliteit hadden en de kinderen hier op school hadden gezeten. Wat doet de minister om deze vrouwen en kinderen te beschermen?

De voorzitter:

Het woord is aan de minister. Ik had verzuimd te zeggen dat hij vandaag in plaats van de minister van BZK bij ons is.

Minister Leers:

Voorzitter. Ik dank mevrouw Arib voor haar vragen. Zij stelt een terecht punt aan de orde; onvrijwillige achterlating, het "dumpen" zoals zij dat noemt, is triest. Mevrouw Arib heeft er volstrekt gelijk in dat dat met kracht bestreden moet worden. Zij doet dat zelf aan de hand van het actieplan dat ze gepresenteerd heeft. Het kabinet neemt dat ook zeer serieus. Er is een reactie gekomen op dat actieplan en die heeft mevrouw Arib inmiddels ontvangen. Daarin is ook aandacht besteed aan het probleem dat zij nu schetst.

Mevrouw Arib vraagt hoe het kan dat vrouwen en kinderen worden uitgeschreven uit de GBA. In Nederland geldt de praktijk dat leden van een gezin elkaar kunnen uitschrijven. Bij een verhuizing kan één persoon naar het gemeentekantoor gaan. Daar hoeft niet het hele gezin bij te zijn. Als echter wordt vermoed dat er iets aan de hand is, dan moet de gemeente dat checken. Dat staat ook in de circulaire van 2005. Het is hartstikke nodig om dat nog eens goed onder de aandacht te brengen zodat gemeenteambtenaren weten dat zij moeten doorvragen als alleen vrouw en kinderen worden uitgeschreven. Mevrouw Arib heeft daarmee een punt. Als er een vermoeden bestaat, dan kan de gemeenteambtenaar nasporing verrichten en laten uitzoeken waarom personen zijn uitgeschreven.

Om de situatie waarin iemand ten onrechte gekort wordt of verantwoordelijk wordt gesteld voor een hiaat in het verblijf – dat ontstaat dan, daarin heeft mevrouw Arib gelijk – te herstellen, kan de overheid gebruikmaken van hardheidsclausules en dergelijke. Ook daarin moeten wij naar mijn mening actiever worden. Wij moeten duidelijker maken dat als blijkt dat iemand ten onrechte is uitgeschreven en is achtergelaten of wat dan ook, dat niet ten nadele van die persoon mag worden uitgelegd.

Mevrouw Arib (PvdA):

Ik dank de minister dat hij erkent dat het hier gaat om een schrijnend probleem, een probleem dat heel veel psychische en materiële gevolgen heeft voor vrouwen en kinderen die hier soms zijn geboren en opgegroeid. Ik krijg echter graag een concrete toezegging. Het klopt inderdaad dat ambtenaren, als ze een vermoeden hebben dat iemand wordt uitgeschreven terwijl er iets aan de hand is, actie kunnen ondernemen door nader onderzoek te doen. Dat doen ze echter niet. Ze sturen een brief naar het adres van de achtergelaten vrouw. Die vrouw zit in Marokko en kan niet reageren. Op welke manier gaat de minister ervoor zorgen dat de gemeenten dat niet meer doen? In verband met de zomervakantie begint het probleem nu al te spelen.

Als het gaat om de hardheidsclausule hoor ik graag op welke manier dit bij de IND wordt aangekaart, want vrouwen moeten alles bewijzen. Dat is niet altijd mogelijk.

Minister Leers:

Zoals ik heb gezegd is er op 25 mei een kabinetsreactie gekomen op het actieplan van mevrouw Arib. Daarin is aangekondigd dat er een aantal dingen gaat gebeuren. Wij gaan de circulaire van 2005 opnieuw bekijken en aanvullen. Het is namelijk wel een hiaat dat de gemeentelijke rol op dit punt onderbelicht blijft en onvoldoende uit de verf komt. Wij zullen de circulaire tevens opnieuw onder de aandacht brengen van de gemeenten. Daarnaast komt er een protocol achterlating, waaraan op dit moment hard wordt gewerkt, met afspraken tussen alle betrokkenen, niet alleen gemeenten maar ook jeugdzorg, scholen en ngo's. Daarin worden afspraken gemaakt over wie wat kan doen bij achterlating. Dit protocol is in de maak en wordt nu besproken. Ik hoop dat hierover komend jaar en aan het begin van volgend jaar heldere afspraken kunnen worden gemaakt.

Mevrouw Arib (PvdA):

Het zijn allemaal goede toezeggingen, waarmee ik blij ben. Toch hoor ik graag de precieze termijn waarop wij deze acties tegemoet kunnen zien, omdat ik weet dat er nu al een probleem speelt. Heel veel families gaan op vakantie naar de landen van herkomst. In die periode zien mannen helaas vaak hun kans om, zonder enige verantwoordelijkheid te nemen ten opzichte van kinderen, van die vrouwen af te komen en wel op een afschuwelijke manier. Ik hoor dus graag de precieze termijn waarop deze acties worden ondernomen.

Minister Leers:

Een datum is wat mij betreft lastig te geven. Ik weet dat het opstellen van zo'n protocol een lastige zaak is waarbij veel partijen betrokken zijn. Ik hoop van harte dat het feit dat mevrouw Arib deze vraag nu heeft gesteld, leidt tot voldoende publiciteit en aandacht op dit punt, zodat gemeenten alert zijn en zelf het initiatief nemen in gevallen waar mensen worden uitgeschreven en niet met de handen over elkaar gaan zitten wachten totdat de circulaire uit 2005 is gereactiveerd.

Mevrouw Arib (PvdA):

Zo werkt het dus niet. Ik was blij met de toezeggingen maar het einde maakt mij wel een beetje wantrouwig. Dat de minister hoopt dat de gemeenten misschien naar het vragenuur kijken en de lijn gaan volgen, is aardig meegenomen, maar zo werkt het niet. Al jaren vragen wij aandacht hiervoor. Toch blijkt keer op keer dat gemeenten het gewoon over het hoofd zien. Concreet: is de minister bereid om een brief te schrijven naar de gemeenten, zoals zijn voorganger Verdonk destijds ook heeft gedaan?

Minister Leers:

Ik wil dat met de verantwoordelijke collega opnemen. Ik kan het niet toezeggen, want ik weet niet wat de effecten ervan zijn. Mevrouw Arib vroeg mij om voor de vakantie, op korte termijn iets te doen. Daarvan heb ik gezegd dat wij realistisch moeten blijven omdat het maken van zo'n protocol lastig is. Ik ben echter graag bereid om het met mijn collega te overleggen. Zij zal de Kamer daar dan over informeren.

De heer Dibi (GroenLinks):

Elk jaar als de zomer aanbreekt, breekt ook weer het debat los over gedumpte vrouwen in Marokko. De minister heeft gezegd dat een protocol in de maak is en dat hij gaat overleggen met een collega-minister of er wel of niet een brief moet worden gestuurd. Wij willen gewoon dat deze vrouwen geen persoonlijk bezit zijn van welke man dan ook en dat Nederlandse gemeenten er niet indirect aan meewerken. Gemeenten schrijven nu vrouwen uit, maar schrijven bijvoorbeeld ook mensen in met een dubbele nationaliteit terwijl ze dat niet willen. Kan de minister dus niet gewoon toezeggen dat hij na dit vragenuur een brief schrijft naar alle gemeenten om hen te vragen, hiermee op te houden?

Minister Leers:

Voorzitter. De heer Dibi doet tekort aan de gemeenschappelijke inspanningen. We zijn er allemaal van overtuigd dat dit een zeer onacceptabel fenomeen is, een trieste zaak waar we met kracht een vuist tegen willen maken. Daartoe zijn afspraken gemaakt in de circulaireaanpassing 2005. Ik heb de Kamer toegezegd dat ik bereid ben, mijn collega nogmaals te vragen om ook de gemeenten te alerteren op dit punt. Het gaat mij te ver om gemeenten te verwijten dat ze op dit punt niets doen. Een gemeenteambtenaar kan niet anders dan op een gegeven moment vaststellen dat iemand niet meer is ingeschreven in Nederland. Dan moet die persoon dus uitgeschreven worden uit de GBA. Dat kan niet anders. Wij hebben niet de mensen aan een touwtje die hun gezin, hun vrouw en hun kinderen, achterlaten. Wat we kunnen doen, is proberen om daar zo stevig en hard mogelijk tegen te ageren.