Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-2009nr. 67, pagina 5323-5327

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Op verzoek van het lid Rutte stel ik voor, zijn motie op stuk 31371, nr. 66 opnieuw aan te houden. Op verzoek van het lid Van der Burg stel ik voor, haar motie op stuk 31700-XVIII, nr. 54 opnieuw aan te houden. Op verzoek van het lid Cramer stel ik voor, zijn motie op stuk 31700-A, nr. 55 opnieuw aan te houden. Op verzoek van het lid De Wit stel ik voor, zijn moties op stuk 31700-VI, nr. 36 en op stuk 31386, nr. 13 opnieuw aan te houden. Op verzoek van het lid Van Velzen stel ik voor, haar motie op stuk 31700-VI, nr. 38 opnieuw aan te houden. Op verzoek van het lid Roemer stel ik voor, zijn moties op stuk 25847, nrs. 64 tot en met 66 opnieuw aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Dit betekent dat de in artikel 69, tweede lid, genoemde termijn van twee maanden voor deze moties opnieuw gaat lopen.

De minister-president heeft mij verzocht, u toestemming te vragen om niet aanwezig te zijn bij het voor hedenmiddag geagendeerde debat over het verslag van de Europese Top, in verband met dringende andere verplichtingen. De minister-president stelt voor, het debat te voeren met de minister en de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken. Ik stel voor, hiermee in te stemmen.

De heer Van Bommel (SP):

Wij hadden voorafgaand aan deze top al enorme moeite om de minister-president bij het debat aanwezig te laten zijn. Nu de top eenmaal geweest is en er al vergaande besluiten genomen zijn, lijkt het mij verstandig om de minister-president over de uitkomsten van de top te horen in het debat. Als dat nu niet lukt, om belangrijke redenen die ik niet ken, zou dat wellicht op een later moment kunnen. De top is al geweest; dat verandert niet meer.

De heer Blom (PvdA):

De PvdA-fractie kan zich van alles voorstellen bij de opmerking dat de minister-president vanmiddag met iets anders bezig is. De Kamer heeft er ook op aangedrongen dat het pakket maatregelen zo snel mogelijk in de Kamer komt. Wij zouden het dus niet in ons hoofd durven halen om dat proces te frustreren. Ik ben dan ook heel blij met de komst van minister Verhagen en staatssecretaris Timmermans.

De heer Pechtold (D66):

Ik zou het willen omdraaien. Laten wij het debat over de Europese Top uitstellen en laten wij de minister-president van harte uitnodigen om nou eens hier in het openbaar zijn plan te komen vertellen. Ik denk dat wij daarop zitten te wachten. Er moet ook met sociale partners over gesproken worden, maar de Kamer is als eerste aan zet. Het irriteert me dat de minister-president vorige week dacht, de voorbereiding van de top schriftelijk te kunnen doen, terwijl hij wel tijd had voor een partijgenotenfeestje in Europa. Nu moet hij kennelijk nog langer achter de gesloten hekken blijven. Ik zou zeggen: wij nodigen hem van harte uit om vanavond de stand van zaken rond de onderhandelingen met ons te delen.

De voorzitter:

Dat is een nieuw voorstel.

De heer De Roon (PVV):

De minister-president heeft de onderhandelingen op de Europese Top gevoerd. Het ligt daarom voor de hand dat hij hier antwoord komt geven op vragen erover. Wij hechten er dan ook zeer aan dat dit inderdaad zal gebeuren. Als dat leidt tot uitstel van het plenaire debat over de Europese Top, dan zij het zo.

De heer Ormel (CDA):

In tegenstelling tot de D66-fractie, die helemaal geen debat meer wil over de Europese Top, willen wij dat wel en liefst zo snel mogelijk na de top; vandaag dus. Als dat met de minister van Buitenlandse Zaken en de staatssecretaris voor Europese Zaken is, dan is het daarmee.

De heer Van der Staaij (SGP):

In het licht van de omstandigheden heeft de SGP-fractie er geen bezwaar tegen om het debat te voeren met de minister van Buitenlandse Zaken en de staatssecretaris voor Europese Zaken.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

De ChristenUnie vindt het prima om een debat te voeren met de minister en de staatssecretaris, zeker gelet op de agenda van de Kamer zelf. Ik denk daarbij aan morgen.

De heer Ten Broeke (VVD):

De VVD-fractie kan niet wachten tot de regering eindelijk eens een ei heeft gelegd. Verder zijn wij allang blij dat de CDA-fractie dit niet schriftelijk wil afdoen.

Mevrouw Verdonk (Verdonk):

De minister-president is op de top geweest. Hij had al besloten om daarheen niet de minister van Financiën mee te nemen, maar de staatssecretaris. Ik vind dat de minister-president verantwoording moet afleggen en ik ben dus voor een debat op een later tijdstip.

Mevrouw Peters (GroenLinks):

Ik steun het voorstel van de heer Pechtold van harte. De Kamer moet niet als laatste worden geïnformeerd over de belangrijke overleggen waaraan de minister-president deelneemt. Als het nodig is om plaats in te ruimen op de agenda en het debat over de Europese Top te verplaatsen, werken wij daar graag aan mee, omdat wij ook liever de minister-president zelf erbij hebben.

De voorzitter:

Zoals u weet, bepaalt een Kamermeerderheid het tijdstip van debatten. Ik heb gehoord dat een Kamermeerderheid eraan hecht om het debat over de Europese Top vanmiddag te voeren; zo zullen wij het dus doen.

Op verzoek van de minister van Financiën stel ik voor, het VAO Begrotingsexperimenten en aanverwante onderwerpen van de agenda van heden af te voeren.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Brinkman.

De heer Brinkman (PVV):

Ik wil graag het verslag van het AO over het Actieplan Polarisatie en Radicalisering op de plenaire agenda plaatsen.

De voorzitter:

Wij zullen dit VAO toevoegen aan de agenda van volgende week.

Het woord is aan mevrouw Van Velzen.

Mevrouw Van Velzen (SP):

Ik heb vorige week verzocht om een debat met de staatssecretaris van Justitie over mensen die vrijkomen uit tbs-klinieken nadat zij daar ten onrechte geplaatst waren. De Kamer heeft toen in al haar wijsheid gevraagd om een brief. Ik wacht daar nog steeds op. Ik zou die brief graag zo snel mogelijk ontvangen; ik stel voor morgen voor 18.00 uur.

De voorzitter:

Wij zullen het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Griffith.

Mevrouw Griffith (VVD):

Voorzitter. Ik wil vragen om de stemmingen over het wetsvoorstel Maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast (31467) uit te stellen. Wij hebben een brief gekregen van de minister van Justitie. Dat vergt nader overleg.

De voorzitter:

Wij zullen dit punt afvoeren van de stemmingslijst.

Het woord is aan de heer Jan de Vries.

De heer Jan de Vries (CDA):

Voorzitter. Vorige week hebben wij om uitstel van stemmingen gevraagd over de moties die zijn ingediend bij de interpellatie-Jasper van Dijk en om een reactie van de bewindslieden van BZK en de staatssecretaris van OCW. Die reactie is helaas nog niet ontvangen. Daarom vragen wij opnieuw om uitstel van de stemmingen.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voorzitter. Ik heb geen reactie van het kabinet nodig: die wet op het maximumsalaris moet er gewoon komen. Wat mij betreft kunnen wij gewoon stemmen.

De voorzitter:

Zoals u weet, is het wel gebruikelijk om te voldoen aan het verzoek van een lid om iets uit te stellen, tenzij er zwaarwegende bezwaren zijn. Ik stel daarom voor om aan het verzoek te voldoen.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Van der Ham.

De heer Van der Ham (D66):

Voorzitter. Ik wil u verzoeken om de stemmingen over de Mediawet (31804), inclusief de moties, uit te stellen tot donderdag en een dezer dagen de beraadslagingen kort te heropenen voor het indienen van een aantal moties.

De voorzitter:

U doet twee voorstellen. U wilt de stemming over de Mediawet en de moties afvoeren van de stemmingslijst. Dat zullen wij doen. Verder vraagt u om een heropening. Ik zal proberen dat zo snel mogelijk te plannen.

De heer Van der Ham (D66):

Heel goed, en dan donderdag daarover stemmen, want dat wil de minister ook graag.

De voorzitter:

Ik begrijp wat u bedoelt.

Het woord is aan de heer Depla.

De heer Depla (PvdA):

Voorzitter. Ik zou graag uitstel van de stemmingen willen over de moties, ingediend bij het VAO mbo. Begin volgende week krijgen wij van de staatssecretaris richtlijnen voor toetsing van fusies, wat mede bepaalt hoe wij de motie van de heer Jasper van Dijk moeten beoordelen.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voorzitter. Ook hier vind ik uitstel niet nodig. Die fusie loopt gewoon, docenten zijn bezorgd, wij kunnen wat mij betreft gewoon stemmen.

De voorzitter:

Ik heb u net gezegd dat het gebruikelijk is om, als zo'n verzoek wordt gedaan, daaraan te voldoen. Ik zie geen overwegende bezwaren daartegen, dus wij zullen het punt afvoeren van de stemmingslijst.

Het woord is aan de heer Van Gerven.

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Afgelopen zaterdag konden wij in het Algemeen Dagblad lezen dat 50% van de Nederlandse ziekenhuizen ernstig ziek is. Wij kennen de drama's rond de IJsselmeerziekenhuizen, de ziekenhuizen in Goes en Vlissingen en Orbis Medisch Centrum. Wij zijn er voorstander van om een spoeddebat te houden, aangezien wij vinden dat het zo niet langer kan en direct maatregelen nodig zijn.

De heer Van der Veen (PvdA):

Voorzitter. Dit punt is al vaker aan de orde geweest. De minister heeft toegezegd om in mei met een notitie te komen, die wij dan aan de orde zullen hebben. Wij wachten die notitie graag af.

Mevrouw Smilde (CDA):

Voorzitter. Ik sluit mij aan bij de woorden van de heer Van der Veen.

Mevrouw Agema (PVV):

Voorzitter. Wij vinden een spoedig debat wel van belang, maar het mag wat ons betreft ook een spoedig AO zijn. Als dat in de strooppot verdwijnt, verwacht ik dat wij hier overmorgen weer zullen staan.

De heer Zijlstra (VVD):

Voorzitter. Tijdens de procedurevergadering van de vaste commissie voor VWS is op verzoek van mevrouw Schippers afgesproken om een debat te houden over de problematiek bij de ziekenhuizen, waarvan dit er een is. Dat debat zit volgens mij in de planning. Laten wij dat onderwerp daar bespreken. Het moet inderdaad snel, maar een spoeddebat lijkt ons niet nodig.

De heer Van der Vlies (SGP):

Voorzitter. Mijn fractie sluit zich aan bij de woorden van de heer Zijlstra.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Voorzitter. Dat doet mijn fractie ook.

De voorzitter:

Mijnheer Van Gerven, u hebt geen steun voor een spoeddebat.

De heer Van Gerven (SP):

De cijfers die naar buiten zijn gekomen, zijn dermate dramatisch dat nu actie geboden is. Ik ben ervan op de hoogte dat er in mei een brief van de minister komt. Gisteren kregen wij nog antwoorden op vragen van mij, waarin de minister zegt: ze zoeken het zelf maar uit. Wij vinden dat het zo niet kan en dat direct moet worden gehandeld. Anders dient het volgende faillissement van een ziekenhuis zich alweer aan.

De voorzitter:

Dank u wel. De regeling van werkzaamheden is hiervoor niet bedoeld, dat weet u ook. Wij hebben besloten dat wij het niet doen.

De heer Van Gerven (SP):

Wij komen hierop op een andere wijze terug.

De voorzitter:

Zeker.

Het woord is aan mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):

Voorzitter. Twee weken geleden ging de grootste thuiszorgorganisatie van Nederland, Meavita, failliet. Er was maar ternauwernood geld voor de cao's van het personeel. Er mocht absoluut geen staatssteun naar dit wanbeheer gaan. En wat lezen wij vandaag? Voor de reorganisatie van de nieuwe stichtingen is geld nodig, dus geld voor ontslagen komt er wel. Ik wil hierover graag de staatssecretaris interpelleren.

De voorzitter:

Kan het wat rustiger zijn in een bepaald aantal vakken, met name dat vak waar ik recht tegenover zit. Dank u zeer.

Mevrouw Agema (PVV):

Ook mijn fractie heeft grote zorg over de 100.000 mensen die afhankelijk zijn van Meavita. Kan mevrouw Leijten haar verzoek omzetten in een vraag om een spoeddebat? Dat ondersteunen wij graag, want ook mijn fractie heeft veel vragen en die willen wij graag beantwoord zien.

De heer Jan de Vries (CDA):

Mijn fractie is verbaasd over dit verzoek. In de laatste brieven van de staatssecretaris over Meavita staat dat het mogelijk is dat vanwege de continuïteit van zorg de nieuwe stichtingen een beroep doen op de Nederlandse Zorgautoriteit. Laten wij nu rustig afwachten hoe dat eventuele verzoek er zal uitzien en wat daarover wordt beslist. Dan kan de Kamer alsnog besluiten om hierover eventueel een debat te voeren.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD):

Ik steun de woorden van de heer De Vries.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Ik ook.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Ik ook.

Mevrouw Leijten (SP):

Er is wel geld voor reorganisatie maar geen geld voor opgebouwde rechten van het personeel, zoals uitbetaling van overuren of het betalen van de kapper in de woonzorgcentra in Den Haag.

De voorzitter:

Het is misschien goed dat u reageert op het voorstel van mevrouw Agema.

Mevrouw Leijten (SP):

Het lijkt ons goed om hierover een spoeddebat te houden en wij zien dat graag ingepland.

De heer Jan de Vries (CDA):

Voorzitter. Gelukkig kunt u bepalen op welk moment dat debat wordt gevoerd. Ik geef u in overweging om te wachten tot meer bekend is over de feiten. Misschien kunnen wij de staatssecretaris vragen, de Kamer daarover te informeren.

De voorzitter:

Een spoeddebat is een spoeddebat. Aldus besloten.

Het woord is aan mevrouw Kant.

Mevrouw Kant (SP):

Voorzitter. Ik hoop dat het koukleumen voor menig journalist in Den Haag nu afgelopen is, want ik begreep dat het kabinet er uit is. Er ligt een plan. Het lijkt mij dus een goed moment om zo spoedig mogelijk in de Tweede Kamer een debat over dat plan te voeren en om dat niet nog langer uit te stellen. Ik begrijp dat het kabinet graag eerst nog wil overleggen met de coalitiefracties en de sociale partners, maar het lijkt mij dat nu toch de Tweede Kamer, de volksvertegenwoordiging, aan de beurt is. Daarom vraag ik mede namens de heer Rutte, mevrouw Halsema, de heer Pechtold en de heer Wilders om zo spoedig mogelijk een debat met het kabinet over het plan te mogen voeren.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Als mede-indiener zal ik natuurlijk niets over het voorstel zeggen, want dat steun ik. Het lijkt mij echter dat voorafgaand aan het debat de minister-president in de Kamer zal verschijnen voor het afgeven van een verklaring. Ik neem aan dat u de uitnodiging inmiddels heeft doen uitgaan. Die verklaring kan volgens mij nu elk moment worden gegeven en niet pas na afloop van de onderhandelingen met de sociale partners.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Het lijkt mij heel goed om een debat te houden als het plan er is. Zoals wij weten is het plan er nog niet definitief. Het lijkt mij ook een heel goed idee dat de minister-president, als het plan er is, als eerste in de Kamer een verklaring komt afleggen. Wel in die volgorde: eerst het plan en dan de rest.

Mevrouw Verdonk (Verdonk):

Er is geen enkele reden om een definitief plan af te wachten. Ik denk dat het een uitstekend tijdstip is om nu te zorgen dat het plan in de Kamer voorligt, want daarop wachten wij al drie maanden. Ik ben geen medeondertekenaar maar ondersteun het verzoek van harte.

De heer Pechtold (D66):

Mag ik nu – even excuses aan mevrouw Kant – aan collega Hamer vragen of ik het goed begrijp dat het plan pas rond is wanneer de sociale partners ermee instemmen? Mevrouw Hamer zegt dat er nog geen plan is, maar dat wel met de sociale partners wordt gesproken. Klopt dat?

Mevrouw Hamer (PvdA):

Er is pas een plan als het in het kabinet is afgerond.

De heer Pechtold (D66):

Dat is een zijpaadje, mijn vraag was of afronding van het plan medeafhankelijk is van de sociale partners. Mevrouw Hamer is altijd open en duidelijk. Wij wachten nu al drie weken, ik ben veel het land in, ik lees veel bij en dat soort dingen. Wij zouden langzamerhand toch wel willen weten wat er achter die hekken vandaan komt. Een van die vragen lijkt mij heel belangrijk: is het parlement nu aan zet of moeten wij wachten op vakbonden en verenigingen?

Mevrouw Hamer (PvdA):

Wachten op vakbonden en verenigingen lijkt mij wel heel breed geformuleerd. Er wordt ook gewerkt aan een sociaal akkoord. Het is natuurlijk belangrijk om dat in samenhang te bekijken. Ik neem aan dat de heer Pechtold dit ook in samenhang in de Kamer wil bespreken.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Voorzitter. Ik wil graag uw oordeel hierover horen. De minister-president heeft steeds aangekondigd dat het plan in de Kamer bekendgemaakt wordt. Als ik het goed begrijp, bedoelt hij daarmee dat het plan in de Kamer bekend wordt gemaakt nadat de sociale partners hierover zijn gehoord, nadat het naar de media is gelekt en nadat verschillende bewindslieden in allerlei televisieprogramma's zijn opgetreden. Daarna, over een aantal weken, kan de Kamer worden gehoord. Ik wil graag van u horen dat u dit ook niet accepteert.

De voorzitter:

Ik zal het u te zijner tijd laten weten.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Voorzitter.

De voorzitter:

Mevrouw Halsema, dit moet u niet doen. Het wordt een beetje een gewoonte. Ik probeer zo goed mogelijk te luisteren naar wat Kamermeerderheden willen. Iedereen weet dat ik vind dat de regering een verklaring moet afleggen in het parlement. Dat zeg ik keer op keer in ieder interview. Ik wil u daar graag een beknopte samenvatting van geven.

Mevrouw Kant (SP):

Voorzitter. U merkt dat terecht op. Het gaat echter ook om het moment waarop dat gebeurt. Nu wordt eerst overleg gevoerd met sociale partners en, nog erger, wordt het stuk eerst in de coalitiefracties besproken. Dan pas mag de volksvertegenwoordiging die is gekozen door het Nederlandse volk er ook nog even over praten, helemaal aan het eind als alles al is geregeld. Dat lijkt mij geen goede gang van zaken. Het plan moet nu naar de Kamer komen, de minister-president kan het prima toelichten, en dan houden wij hier een debat. Maar dat kan niet gaan over een uitgekauwd stuk waar allang een akkoord over is bereikt tussen de coalitiepartners. Wij hebben hier als volksvertegenwoordiging ook nog iets over te zeggen.

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Ik heb heel goed geluisterd en heel goed gekeken naar de mensen die het voorstel steunen. Ik stel vast dat er voor uw verzoek geen steun is van een Kamermeerderheid.

De heer Rutte (VVD):

Dan zet ik het verzoek van mevrouw Kant om en verzoek ik om een spoeddebat.

De voorzitter:

Dat is mogelijk, daarvoor hebt u ruim voldoende steun.

De heer Rutte (VVD):

Uiterlijk donderdag aanstaande.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Vandaag!

De heer Pechtold (D66):

Mevrouw Kant sprak namens ons, maar wij vullen haar graag aan. Kan de vicepremier de garantie geven dat er vandaag en morgen geen stukken ...

De voorzitter:

Nee, mijnheer Pechtold ...

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. U doet geen uitspraken over hoe het er hier aan toe gaat. Morgen gaan wij een dagje over zelfreflectie praten. Ik wil van de vicepremier graag de toezegging hebben dat er dadelijk niet weer een stuk bij de pers ligt, maar dat het stuk hier komt.

De voorzitter:

In de regeling van werkzaamheden voert de regering niet het woord. Dat houd ik staande.

Mevrouw Verdonk (Verdonk):

Ik vind het een uitstekend idee om in plaats van morgen te navelstaren het debat te voeren.

Mevrouw Kant (SP):

Ik heb toch nog een punt. Het kan echt niet zo zijn dat dit plan nu naar de coalitiefracties wordt gestuurd, die dat dan eerst kunnen bespreken. Als het plan naar de Kamer komt, dan komt dat naar de volledige Kamer, en niet alleen naar de coalitiefracties. Het gaat om gelijke informatie voor alle partijen in de Kamer.

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Ik stel vast dat er 30 leden zijn voor het houden van een spoeddebat en ik zal zien wanneer het mogelijk is, dat te plannen.

Het woord is aan mevrouw Peters.

Mevrouw Peters (GroenLinks):

Voorzitter. Na dit spannende drama heb ik mede namens de PvdA een verzoek om een brief van de minister van Buitenlandse Zaken over de concrete Nederlandse inzet bij en de verwachte resultaten van de Afghaanse conferentie. Het vragenuur bood helaas onvoldoende duidelijkheid, terwijl het goed gebruik is dat de Kamer concreet wordt geïnformeerd over belangrijke conferenties. Ik zou die brief graag morgen ontvangen, zodat wij daar bij het overleg van donderdag over de informele bijeenkomst van de Europese ministers van Buitenlandse Zaken met de minister over kunnen spreken.

Mevrouw Ferrier (CDA):

Ik wil een dergelijke brief ook van de minister voor Ontwikkelingssamenwerking hebben. Wat zijn de verwachtingen van deze minister van de conferentie?

De voorzitter:

Misschien kunnen zij samen een brief schrijven.

Mevrouw Peters (GroenLinks):

Dat lijkt mij een heel goed plan.

De voorzitter:

Wij zullen het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.