Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-2008nr. 70, pagina 4866-4868

Vragen van het lid Dibi aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de minister van Verkeer en Waterstaat over de plannen van het kabinet om wel voor pas afgestudeerden een ov-kaart te regelen, terwijl er nog geen ov-kaart is voor 16- en 17-jarige mbo-studenten.

De heer Dibi (GroenLinks):

Voorzitter. Laatst kreeg ik er weer één: een mailtje van een moeder van een 17-jarige mbo-scholier. Of ik even kon uitleggen waarom haar zoon geen recht heeft op een ov-jaarkaart, maar zijn even oude vrienden in het hoger onderwijs wel. Dat kon ik niet, en dat kan niemand hier. De meerderheid van de Kamer heeft in het verleden dan ook gezegd dat de ov-jaarkaart er ook moet komen voor mbo-scholieren. Toen ik dit onlangs aan de staatssecretaris vroeg, bleek zelfs zij niet te begrijpen waarom het niet is geregeld. Zij moest helaas op zoek naar geld, zo vertelde zij. Maar wie schetst mijn verbazing? Vorige week sprak minister Eurlings met de studentenvakbond over een ov-jaarkaart voor afgestudeerden. Voor hen is er wel geld. Het is een nobel streven, maar opnieuw worden meer dan 100.000 mbo-scholieren vergeten. GroenLinks wil een ov-jaarkaart voor alle studenten, en daarom stel ik de volgende vragen.

Willen beide bewindslieden uitspreken dat zij ervoor zorgen dat vanaf het komende schooljaar een einde komt aan de ongelijke behandeling van mbo-scholieren?

Aan de staatssecretaris van Onderwijs vraag ik het volgende. U zou op zoek gaan naar een potje. Is dat al gelukt en bent u hierover in gesprek met uw collega's, zoals minister Eurlings? Blijkbaar zijn er nog wel mogelijkheden.

Aan de minister van Verkeer en Waterstaat vraag ik: wat vindt u van de huidige onrechtvaardige situatie? Gaat u ook spreken met de mbo-scholieren, vertegenwoordigd door de JOB? U komt uit Limburg, en juist van u verwachten wij hart voor alle scholieren die ver moeten reizen en voor hun ouders, die daar veel voor moeten betalen.

Staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart:

Voorzitter. Ik dank de heer Dibi voor de door hem gestelde vragen en voor zijn betrokkenheid bij het mbo. Nog niet zo lang geleden hebben wij hierover in de Kamer gesproken tijdens een ander debat, waaraan ook de heer Dibi deelnam. Ik wil graag kort ingaan op zijn punt. De minister zal zo meteen aangeven hoe het zit met zijn plan, waarmee hij een specifiek doel voor ogen heeft.

In het debat dat wij een aantal weken geleden hebben gevoerd, heb ik aangegeven dat wij op dit moment in het middelbaar beroepsonderwijs voor minderjarigen de ov-jaarkaart niet kennen. Enerzijds komt dat, omdat er een behoorlijk fors budget voor nodig is – ik heb u toen geschetst wat dit betekent – en anderzijds omdat de mbo-scholen zich relatief dichter bij de jongeren bevinden, in vergelijking met de hbo-instellingen en de universiteiten. Dat is gewoon zo, dat hebben wij bekeken. Daar komt nog bij dat heel veel jongeren in de buurt van hun school wonen. Alle mbo-leerlingen een ov-jaarkaart geven, zou schieten zijn met een schot hagel. Het zou langs heel veel jongeren heen gaan. De zorg die de heer Dibi opvangt uit de brief die hij ontvangen heeft, bereikt ook mij meerdere malen per maand. Ook ik heb dus in mijn achterhoofd dat ik, als ik maar enigszins een mogelijkheid zie om in het kader van het vervoer iets te doen voor de jongeren in het mbo, die mogelijkheid zeker zal benutten.

Voorzitter. Dat is in het kort mijn reactie vanuit mijn verantwoordelijkheid voor het mbo. Ik heb begrepen dat de minister met zijn plan een ander doel dient dan waar ik voor sta met mijn jongeren in het mbo. Ik heb ook begrepen dat het budget waar het hier om gaat, niet in verhouding staat tot datgene wat je nodig zou hebben voor het mbo. Het lijkt mij goed dat de minister daar zelf nog het een en ander over zegt.

Ik blijf alert op mogelijkheden als ik ze zie, maar ik moet zeggen dat ik om financiële en inhoudelijke redenen op dit moment weinig tot geen mogelijkheden heb.

Minister Eurlings:

Voorzitter. Ik dank de heer Dibi voor zijn vragen. Samen met de staatssecretaris dank ik hem voor zijn betrokkenheid, niet alleen in dit debat, bij de positie van mbo-studenten. Vanzelfsprekend dank ik hem ook voor zijn hartverwarmende opmerking aan het adres van Limburg en de Limburgers. Ik zal in mijn beantwoording ingaan op de link tussen het plan om 5% groei op het spoor te bewerkstelligen, een aanbod voor studenten na hun studie en de kwestie van de ov-kaart voor 16- en 17-jarige mbo'ers.

Op 19 november 2007 is het actieplan Groei op het spoor gepresenteerd, waarin maar liefst 29 maatregelen zijn opgenomen om de groei te stimuleren. Het kabinet zet daar in deze periode 200 mln. voor in. Vervolgens bouwen wij met een pakket van 4,5 mld. extra sporen. De 200 mln. zijn voor concrete maatregelen bedoeld die op korte termijn uitvoerbaar zijn, die draagvlak hebben en die tot groei leiden. Tal van maatregelen, voor- en natransport, extra fietsstallingen, wachtruimtes op stations, verbeterde informatievoorziening, meer treinaanbod in spits- en daluren en kennismakingsacties voor specifieke doelgroepen zoals automobilisten op corridors.

Een van de maatregelen is een aanbod dat wij gaan doen aan ex-studenten op het moment dat zij hun ov-studentenkaart inleveren. Wij willen dat studenten ook na hun studie, als zij beginnen te werken, de trein blijven gebruiken. Als zij dat in het eerste jaar na hun studie doen, denken wij dat zij dat de jaren daarna ook blijven doen. Dan zouden mensen veel meer de trein gebruiken, ook voor het woon-werkverkeer. Dit betreft ex-studenten aan een universiteit, maar ook in het hbo en – dat zeg ik nadrukkelijk – ex-studenten in het mbo. Mensen die afstuderen in het mbo, krijgen dadelijk een aanbod waarmee trein, bus, metro en tram aantrekkelijker worden. Het wordt geen volledige ov-studentenkaart om het hele jaar gratis mee te reizen, maar een aanbod. Dat is belangrijk en wij verwachten er veel van, als studenten die gewend zijn om het ov te gebruiken, dat ook na afloop van hun studie blijven doen. Voor deze stimuleringsmaatregel is voor universiteiten, hbo en mbo samen 15 mln. gereserveerd. Natuurlijk zou je nog meer mensen in de trein hebben als je 16- en 17-jarigen uit het mbo een totale ov-kaart zou geven, maar dan hebben wij het over een totaal andere orde van grootte. Immers, ik heb al bij de begrotingsbehandeling in antwoord op vragen aangegeven dat een kaart voor mbo-studenten ongeveer 110 mln. per jaar zou kosten, in samenwerking met het ministerie van OCW. Dat is een totaal andere orde van grootte dan de 15 mln. waar wij het hier over hebben.

Ik hoop dat ik daarmee de twee zaken voldoende van elkaar heb kunnen separeren. Ik hoop ook dat ik heb kunnen aangeven dat met deze stimuleringsmaatregel wel degelijk ook voor mbo-studenten iets extra's wordt bereikt. Zij zullen immers het eerste jaar na afloop van hun studie gemakkelijker met het ov kunnen blijven reizen.

De heer Dibi (GroenLinks):

Ik dank beide bewindslieden voor hun antwoorden, maar ik heb een beetje moeite met bewindslieden die allebei op een potje geld zitten en zeggen: jij betaalt er maar voor; ik ga dat niet doen. Waar een wil is, is een weg. Volgens mij zijn de bewindslieden het spoor bijster. Hoe eerder jongeren met openbaar vervoer gaan reizen, hoe langer zij daar blijkens onderzoek mee doorgaan, en hoe minder files wij ook op langere termijn hebben. GroenLinks wil dat dit wordt geregeld bij de Voorjaarsnota. Als de staatssecretaris dat niet doet, zullen wij dat per amendement doen. Dit kost jaarlijks ongeveer 115 mln. Dat kan gevonden worden in het FES. Wat zeggen de bewindslieden tegen een moeder die honderden euro's per maand betaalt voor haar kind dat ver moet reizen om op school te komen?

Staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart:

Voorzitter. Ik schrijf heel vaak met deze moeders. Dit onderwerp gaat mij ook aan het hart. Ik heb al gezegd dat ik graag meer zou willen doen voor deze mbo-studenten. Ik leg in mijn brieven aan deze mensen ook uit dat de kosten van de ov-jaarkaart 110 mln. bedragen. Van de mbo-studenten blijkt dat 50% minder dan vijftien km hoeft te reizen. Voor mensen met een lager inkomen biedt de WTOS een vergoeding voor boeken, leermiddelen en reiskosten. Voor het stads- en streekvervoer bestaan kortingskaarten die ongeveer 34% korting geven. Dat is wat ik schrijf aan ouders in gebieden waar de afstanden groter zijn, om aan te geven welke mogelijkheden wij al hebben. Aan het einde van de brief constateer ik dat met een brede invoering van de ov-jaarkaart heel veel geld gemoeid is. De heer Dibi spreekt over bewindslieden die op potjes zitten. Ik zit niet op een potje maar kom juist nog altijd potjes voor heel veel doeleinden tekort.

De heer Pechtold (D66):

De staatssecretaris zegt dat zij heel wat afschrijft. Zij zou veel postzegels kunnen besparen als dit kabinet de weeffout erkende dat wij een minister van Verkeer hebben die zijn plannen er maar niet door krijgt, die geld heeft en die zich nu zelfs met onderwijsbeleid, met afgestudeerden, gaat bemoeien. Daarnaast hebben wij een staatssecretaris die verkeerde keuzes maakt, voor gratis schoolboeken en maatschappelijke stages, en die tegen het mbo moet volhouden dat zij het geld niet heeft. Zij heeft dat geld wel, maar zij zet het verkeerd in en schrijft zich inmiddels een lamme arm omdat zij niet weet wat het antwoord is. Wat mij betreft zou de staatssecretaris hier gewoon moeten zeggen dat zij er met haar collega's en met de ministeries van Algemene Zaken en van Financiën voor zorgt dat het mbo dit jaar de ov-jaarkaart krijgt. Zij moet niet spreken over schieten met hagel op regionaal vervoer, maar deze zaak regelen en andere keuzes maken.

Staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart:

De heer Pechtold trekt nu verschillende zaken samen. Dat kan. Ik heb naar mijn mening wel degelijk een antwoord gegeven op de vraag van de heer Dibi wat ik zeg tegen de ouders om wie het hier gaat. Dat is niet wat de heer Pechtold wil horen, zoals ik begrijp uit zijn reactie, maar het is wel degelijk een antwoord. Wij moeten met elkaar zien hoe wij op de beste wijze onze middelen kunnen besteden, ook in het mbo. Wij proberen via de WTOS ouders met een laag inkomen tegemoet te komen. Wij proberen verder de mogelijkheden van het stads- en streekvervoer en de kortingen daarop goed onder de aandacht van ouders te brengen. Daarnaast hebben wij binnen het mbo nog een aantal andere prioriteiten waaraan wij de middelen besteden. Ik stel vast dat het gebruik van de ov-jaarkaart binnen het hbo anders is dan in het hbo en het wo.

Mevrouw Leijten (SP):

De SP vindt dat de ov-jaarkaart voor 16- en 17-jarige mbo-studenten er gewoon moet komen. Het is uw keuze dat u daar geen geld voor heeft. Wij hebben in onze tegenbegroting 120 mln. gereserveerd, dus zelfs 10 mln. te veel, voor deze kaart. Als u zegt dat u die graag zou willen hebben, vind ik dat u de studenten en vooral de ouders een grote worst voorhoudt. Regel het of regel het niet, maar doe geen beloften die u niet kunt waarmaken. De PvdA-fractie roept overal te vinden dat de ov-jaarkaart voor het mbo er moet komen, maar stemt niet mee met onze moties en voorstellen. Dat mag de PvdA wat mij betreft wel even uitleggen.

Staatssecretaris Van Bijsterveldt-Vliegenthart:

Ik heb het niet beloofd en ik beloof het ook niet omdat ik het niet kan waarmaken. Dus mevrouw Leijten moet niet zeggen dat ik dit heb beloofd.

De heer Depla (PvdA):

Het antwoord is heel eenvoudig. In ons verkiezingsprogramma staat dat ook mbo-studenten een gratis ov-kaart moeten krijgen. Wij hebben niet voor de motie gestemd omdat dit al een paar keer eerder door de Kamer was uitgesproken. Als je niet zorgt dat het geld er ook voor is, is het een vrijblijvende motie. Wij zullen voor een dergelijke motie stemmen op het moment dat wij het geld gevonden hebben. Daarover heb ik een vraag.

De voorzitter:

Die mag u straks stellen.

De heer Zijlstra (VVD):

In het mbo komt veel schooluitval voor. Daaraan moeten wij iets doen. De randvoorwaarden moeten in orde worden gebracht. De ov-kaart zou daarvan onderdeel kunnen zijn. Op zijn minst moeten degenen die veel reizen een vergoeding krijgen. De minister van Verkeer en Waterstaat zegt hij mij maar een klein potje geld beschikbaar heeft en dat hij dus iets doet voor de afgestudeerden. Dat is zo ongeveer de portee van zijn betoog. Mensen die afgestudeerd zijn, zijn toch op hun eigen verantwoordelijkheid aangewezen? De overheid heeft in hen zo veel mogelijk geïnvesteerd. Zij moeten zo veel mogelijk zelfstandig hun individuele keuzen maken. De overheid doet dat niet meer voor hen. Kan de minister het geld dan niet veel beter besteden aan het reizen van mbo-scholieren van en naar school opdat deze hun opleiding afmaken en wij dat maatschappelijk probleem oplossen?

Minister Eurlings:

Vanuit mijn hoedanigheid van minister van Verkeer en Waterstaat acht ik het van groot belang dat wij mensen stimuleren om het openbaar vervoer meer te gebruiken. Mensen die net afgestudeerd zijn, ontvangen niet alleen hun bul maar moeten zo ongeveer op dezelfde dag hun ov-kaart inleveren. Rücksichtslos raken zij die kaart kwijt. Wij vinden die knip te hard. Wij willen deze mensen ook het volgend jaar nog stimuleren om het openbaar vervoer te gebruiken. Zo kunnen wij met weinig geld veel goeds doen. Uit het land ontvangen wij veel positieve signalen. Deze maatregel valt goed.

Ik hecht eraan om nog eens te onderstrepen wat de staatssecretaris heeft gezegd. Dit zijn twee zaken van financieel heel andere orde van grootte. De heer Hermans, partijgenoot van de heer Zijlstra, zal als oud-minister van Onderwijs kunnen bevestigen dat er een verlaging van de beurs tegenover stond toen de ov-jaarkaart werd ingevoerd. Los van de financierbaarheid, is het de vraag of iedere mbo-student er zo gigantisch op vooruit zou gaan als hij minder beurs krijgt. Veel studenten wonen binnen 15 km. Zij maken dus slechts kleine ritten. Ik ken de VVD bovendien als een partij die financieel solide opereert. Het staat hen vrij om voor meer dan 100 mln. per jaar te amenderen. Ik betwijfel of het FES hiervoor de juiste bron is, gelet op de criteria die daarvoor gelden. Ik meen nog nooit een amendement van de VVD hierover te hebben gezien. Het is echter mijn begroting niet. Niettemin meen ik dat ik deze opmerking moet maken.

De heer Depla (PvdA):

Ook de Partij van de Arbeid is voor gratis openbaar vervoer voor mbo-studenten, zeker wanneer zij verder van school wonen. De staatssecretaris heeft zojuist gezegd dat het voor mensen met een lager inkomen goed was geregeld met de Wet tegemoetkoming studiekosten. Wanneer je wat verder van school af woont, is deze wet nu juist niet toereikend. Bestaat de mogelijkheid om een eerste stap te zetten door voor de mensen met een laag inkomen de aftopping bij de kilometervergoeding op te heffen zodat zij wel de mogelijkheid hebben om hun kinderen naar school te sturen? Als zij bijvoorbeeld in Veendam wonen, kunnen hun kinderen toch in Groningen naar school.

Minister Eurlings:

Ik ben minister op basis van een coalitieakkoord tussen PvdA, CDA en ChristenUnie. Daarin is een doelstelling opgenomen tot een groei van de reizigersaantallen op het spoor met 5%. Daarvoor moeten wij met weinig middelen proberen veel te bereiken. De heer Depla bepleit om het beschikbare bedrag van 15 mln. in te zetten om een klein gedeelte van de mbo-studenten iets tegemoet te komen. Ik kan daarmee het bedrag dat wij nodig hebben voor iets meer dan 10% dekken. Dan bereiken wij heel weinig resultaat. Wanneer ik het bedrag inzet zoals wij het van plan zijn, is sprake van een stimulans voor ex-studenten van universiteiten, hogescholen en mbo. Dan kan ik een veel grotere doelgroep een steuntje in de rug geven. Ik heb dan een veel grotere kans om daadwerkelijk extra mensen in het openbaar vervoer te krijgen en om aldus de doelstelling van 5% groei haalbaar te maken.

De voorzitter:

Ik dank de bewindslieden voor hun beantwoording.