Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2003-2004nr. 31, pagina 2171-2173

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Ik stel voor, te behandelen donderdag bij het begin van de vergadering:

  • - het wetsvoorstel Partiële herziening PKB Waddenzee 1993 (29227);

  • - het wetsvoorstel Vierde partiële herziening van het Structuurschema Buisleidingen (SBUI 1985) Verlenging Structuurschema Buisleidingen (28743).

Naar verwachting zijn dit hamerstukken.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Bos.

De heer Bos (PvdA):

Voorzitter. Tijdens de algemene politieke beschouwingen heeft de minister-president de oppositie, mijzelf incluis, verweten, een nummer te maken van de gevolgen van het voorgenomen kabinetsbeleid voor de koopkracht van chronisch zieken en gehandicapten. Het letterlijke citaat van de minister-president in dat debat luidt als volgt: wij zullen zorgen dat de inkomensontwikkeling evenwichtig is. Iedereen zal tussen de 0 en min 1 zitten. Ik heb gesteld dat dit een evenwichtige verdeling van de pijn is. Wij doen extra zaken voor chronisch zieken, namelijk via de compensatieregeling.

Voorzitter. Vandaag heeft iedereen in de krant kunnen lezen dat die belofte van de minister-president niet meer gestand wordt gedaan door het kabinet en dat inmiddels aangenomen moet worden dat de plannen van het kabinet met name voor chronisch zieken en gehandicapten inkomensgevolgen kunnen hebben, en wel in die mate dat volgend jaar sprake kan zijn van een daling van 8%.

Voorzitter. Ik verzoek via u de minister-president om de Kamer nog voor het begin van de begrotingsbehandeling van Sociale Zaken en werkgelegenheid, morgenmiddag, een brief te doen toekomen waarin hij uitlegt hoe zijn woorden tijdens de algemene politieke beschouwingen zich verhouden tot de daden, waarvan wij dezer dagen de consequenties leren kennen.

Mevrouw Verburg (CDA):

Voorzitter. Ik ben een beetje verbaasd over het verzoek van de heer Bos. Wij hebben juist naar aanleiding van de ontwikkeling van de koopkracht op initiatief van drie vaste Kamercommissies, te weten Financiën, VWS en Sociale Zaken en Werkgelegenheid, afgesproken dat er vanmiddag een algemeen overleg plaatsvindt over het inkomensbeleid. Nu vraagt de heer Bos om nog een brief. Er wordt vanmiddag over gesproken.

De heer Van der Vlies (SGP):

Ik sluit mij aan bij wat mevrouw Verburg zei. Het streven is om om half vier een algemeen overleg over deze materie te houden.

De voorzitter:

Het zal iets later worden, na afloop van de stemmingen.

De heer Van der Vlies (SGP):

Bij dat overleg kan elke relevante vraag worden gesteld. Overigens ben ik het met de heer Bos eens dat er iets aan de hand is.

De heer Rouvoet (ChristenUnie):

Dat laatste lijkt mij een understatement; er is heel veel aan de hand. De beweegreden van de heer Bos begrijp ik. De Kamer heeft echter al een heleboel brieven gevraagd en gekregen. De juiste gang van zaken lijkt mij dat er vanmiddag en in de loop van de week tot zaken wordt gekomen op dit punt van de kwetsbare groepen; dat moet niet tot volgende week worden uitgesteld. Mijn fractie kan zich vinden in het vragen om een extra brief voor de behandeling van de begroting van SZW, maar vanmiddag in het algemeen overleg en later deze week bij de afronding van de begroting van VWS moet ervoor worden gezorgd dat er een adequate regeling komt voor de chronisch zieken en gehandicapten. Ik neem aan dat de heer Bos dat steunt.

De heer Bos (PvdA):

Evenals mevrouw Verburg was ook ik verbaasd; de mensen in het land die dit straks voor hun kiezen krijgen, zullen nog meer verbaasd zijn dan wij allemaal. In het debat over de algemene politieke beschouwingen is door de minister-president zelf een belofte gedaan over de koopkrachtgevolgen van het door hem voorgenomen beleid. Ik begrijp best dat het moeilijk is om hem te vragen, vóór half vier vanmiddag uit te leggen hoe die belofte zich verhoudt tot wat wij inmiddels weten. In dat verband doe ik een schappelijk voorstel door hem de tijd te geven tot het debat morgen over de begroting van SZW. Ik blijf het relevant vinden hoe de belofte die hier door de minister-president zelf is gedaan, zich verhoudt tot wat wij dezer dagen te weten zijn gekomen.

Mevrouw Verburg (CDA):

Het inkomensbeleid is voor de gehele Kamer, ook voor de CDA-fractie, een buitengewoon aangelegen punt.

De voorzitter:

Ik verzoek u geen inhoudelijke discussie te voeren bij de regeling.

Mevrouw Verburg (CDA):

Als de heer Bos een brief wil krijgen, stel ik voor om het algemeen overleg van hedenmiddag uit te stellen tot het moment waarop de Kamer die brief heeft. Anders volgt er na het algemeen overleg van vanmiddag morgen een herhaling van zetten naar aanleiding van de brief van de minister-president.

De voorzitter:

Dit voorstel van mevrouw Verburg voeg ik toe aan dit onderdeel van de regeling.

De heer Rouvoet (ChristenUnie):

Kortheidshalve is het wellicht het beste om aan de heer Bos te vragen hoe hij zijn verzoek ziet in relatie tot het voor vanmiddag geagendeerde debat.

De heer Bos (PvdA):

Het zou het beste zijn als de brief er voor half vier is, maar ik zie in dat dit moeilijk te realiseren valt. Daarom stel ik voor dat de brief er morgen is. In het belangrijkste debat dat wij hier elk jaar voeren, de algemene politieke beschouwingen, is door niet zomaar iemand, maar door de minister-president, een belofte gedaan over de koopkrachtontwikkeling voor de meest kwetsbare mensen in deze samenleving. In dat licht is het alleszins legitiem, hem te vragen om een uitleg over hoe die belofte zich verhoudt tot wat wij daarover vandaag te weten zijn gekomen!

De heer Herben (LPF):

Ik steun het verzoek van de heer Bos. Het gaat niet alleen om het koopkrachtplaatje voor chronisch zieken en gehandicapten. Overigens heeft een motie op dit punt van de heer Bos en ondergetekende het bij de algemene politieke beschouwingen niet gehaald. Het algemene koopkrachtbeleid is onduidelijk; ik krijg daarop graag een nadere toelichting.

De heer Weekers (VVD):

Het gaat om een uitermate belangrijke zaak, waarover wij vanmiddag vier uur (zouden) gaan vergaderen. De mensen om wie het gaat, hebben recht op duidelijkheid. Wij schieten er echter niets mee op om iedere keer over dezelfde zaak te vergaderen. In dat licht sluit ik mij aan bij de suggestie van mevrouw Verburg: als de heer Bos die brief wil, kan het debat van vanmiddag beter worden verschoven, zodat er één afrondend debat over dit onderwerp wordt gevoerd.

De voorzitter:

Wellicht wil mevrouw Noorman als voorzitter van een van de commissies het woord voeren? Dat is niet het geval.

Mevrouw Vos (GroenLinks):

Het is begrijpelijk dat de heer Bos uitleg wil van de premier over deze kwestie. Mijn fractie wil echter wel dat het debat van vanmiddag doorgaat; op initiatief van mijn fractie is dat vorige week geregeld. De Kamer beschikt nu over de cijfers, waarop het kabinet vandaag moet worden afgerekend.

De heer Bos (PvdA):

De vergadering van vanmiddag is een algemeen overleg. Het begrotingsdebat in de loop van deze week kan daarvan in heel veel opzichten een afronding vormen. In dat kader past het alleszins om het laatste brok informatie dat nodig is om dat debat te voeren, tijdig beschikbaar te hebben. Dat laat onverlet dat vanmiddag gewoon kan worden gedebatteerd over specifieke en technische aspecten van de desbetreffende brieven van het kabinet.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet, in het bijzonder naar de minister-president. Ik denk dat het nuttig is om een afschrift ter informatie te sturen naar de drie bij het algemeen overleg van vanmiddag betrokken bewindslieden, te weten de ministers van VWS en van SZW en de staatssecretaris van Financiën.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Gelet op het verzoek van mevrouw Verburg, dat de steun heeft van de heer Weekers en van andere leden, stel ik voor dat de voorzitters van de drie vaste commissies onmiddellijk na de stemmingen bij elkaar komen om in commissieverband te beslissen wat er met het verzoek van mevrouw Verburg moet gebeuren. Het is niet mogelijk en wenselijk om in de plenaire vergadering beslissingen te nemen over activiteiten van commissies.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Depla.

De heer Depla (PvdA):

Voorzitter. Ik stel voor, de stemmingen over de begroting van het ministerie van VROM een week uit te stellen, mede tegen de achtergrond van de brief die wij gisteren hebben gekregen van de minister van SZW, waarin de specifieke inkomenseffecten zichtbaar werden van de verschillende niet-algemene inkomensmaatregelen. Een heel belangrijke daarvan is de huursubsidie. Over alle andere specifieke maatregelen wordt deze week gedebatteerd bij de behandeling van de begroting van het ministerie van SZW. Wij willen pas stemmen over zaken als huursubsidie, waarbij inkomenseffecten voor dezelfde groep mensen aan de orde zijn, als wij over het totale plaatje beschikken. Wij willen dus niet stemmen over de begroting van het ministerie van VROM voordat wij goed in beeld hebben wat de effecten zijn van de maatregelen.

De voorzitter:

Ik heb de drie commissievoorzitters niet gevraagd om in de plenaire vergaderzaal te vergaderen. Ik ben blij dat u zo snel aan mijn verzoek gevolg geeft, maar dit iets te veel van het goede!

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Ik steun het verzoek van de heer Depla van harte, want het amendement-Van Gent c.s. op stuk nr. 15 gaat over het terugdraaien van de bezuiniging op de huursubsidie. Het lijkt mij daarom heel zinvol om het debat over de inkomensplaatjes eerst goed af te ronden, want dan kan men nog eens nadenken over dat amendement.

De voorzitter:

Ik stel voor, de stemmingen in verband met de Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer voor het jaar 2004 (29200-XI) van de agenda af te voeren. Het betreft de agendapunten 11 en 12. De stemmingen zullen plaatsvinden op een nader te bepalen tijdstip.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Van der Staaij. De heer Van der Staaij alleen heeft het woord; mijnheer Bakker, mijnheer Weekers, mijnheer Van As... iedereen die praat wordt genoemd. Ik ga nu even het oude regime instellen. Ik heb dat van iemand geleerd. Het geldt ook voor u, mijnheer Bert Bakker!

De heer Van der Staaij (SGP):

Voorzitter. Mede namens de woordvoerders van alle andere fracties verzoek ik, de behandeling van het wetsvoorstel Implementatie EG-kaderrichtlijn water (28808) van de agenda af te voeren. De achtergrond van dit voorstel is de onduidelijkheid over de mogelijke gevolgen van de kaderrichtlijn voor diverse beleidsterreinen. Vorige week is er een rapport verschenen van het instituut Alterra uit Wageningen, waarin werd gesproken van vergaande gevolgen voor de Nederlandse landbouw. De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat heeft gisteren van de staatssecretaris een brief ontvangen, waarin deze verwijst naar een notitie over het ambitieniveau van de Nederlandse regering bij de implementatie van de richtlijn. Ik verzoek de regering om eerst zo snel mogelijk die notitie over het ambitieniveau aan de Kamer toe te sturen, voordat de plenaire behandeling van het wetsvoorstel plaatsvindt, zodat wij daarover een inhoudelijk debat kunnen voeren.

De voorzitter:

Ik stel voor, de behandeling van het wetsvoorstel Implementatie EG-kaderrichtlijn water (28808) van de agenda af te voeren. Tevens stel ik voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te geleiden naar het kabinet, in het bijzonder naar de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Dit betekent overigens voor de agenda van vandaag dat er vanmiddag op een bepaald moment een wat langere schorsing tot vanavond acht uur nodig is. Dat spijt mij uiteraard zeer, omdat wij deze week een volle agenda hebben. Wij hebben ons best gedaan om andere onderwerpen die deze week op de agenda staan naar voren te halen, maar dat is niet gelukt. Het is dus niet anders.

Het woord is aan mevrouw Karimi.

Mevrouw Karimi (GroenLinks):

Voorzitter. Ik verzoek u om het verslag van het algemeen overleg over Suriname, dat verleden week is gehouden met de minister van Buitenlandse Zaken en de minister voor Ontwikkelingssamenwerking, op de agenda van de plenaire vergadering te zetten.

De voorzitter:

Misschien kan dat vanmiddag om half zes.

Mevrouw Karimi (GroenLinks):

Wat mij betreft, kan dat.

De voorzitter:

Dat lijkt mij echter geen redelijk verzoek aan de bewindslieden. Ik stel de Kamer dan ook voor om aan het verzoek van mevrouw Karimi te voldoen. De Kamer krijgt een nader voorstel voor het tijdstip waarop dit agendapunt aan de orde kan komen, deze of volgende week. Wij doen ons best.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Kraneveldt.

Mevrouw Kraneveldt (LPF):

Voorzitter. De minister van Financiën moest mij in het mondeling vragenuurtje het antwoord schuldig blijven op de vraag waar hij het aantal islamitische scholen vandaan haalde dat zich specifiek richtte op de 1.9-doelgroep. Dat antwoord verwacht ik nog graag, maar dan van minister Van der Hoeven. Kan zij ons in een schriftelijke reactie wél de cijfers geven?

De voorzitter:

Ik stel voor, met dit deel van het uitgewerkte stenogram dit verzoek door te geleiden naar de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Daar dit verzoek een verlengde is van het vragenuur stel ik ook voor om dit deel van het uitgewerkte stenogram met nadruk ter informatie aan de twee andere bewindslieden te sturen die bij het desbetreffende deel van het vragenuur aanwezig waren, en wel de minister van Financiën en die voor Vreemdelingenbeleid.

Daartoe wordt besloten.