Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2003-2004nr. 31, pagina 2169-2171

Vragen van het lid Van Haersma Buma aan de minister van Justitie over de financiering van illegale activiteiten door legale dierenbeschermingsorganisaties.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Voorzitter. Afgelopen zaterdag stond er in NRC Handelsblad een onthullend artikel over de verwevenheid van organisaties die zich op een legale manier vredelievend bezighouden met het welzijn van dieren en illegalen die zich op een criminele manier denken bezig te houden met de bescherming van dieren. In het artikel komen mensen aan het woord die enigszins trots vertellen wat zij in de jaren tachtig allemaal wel niet hebben gedaan wat tegen de wet was. Voor zover zij over die tijd spraken, is dat laf, want het is niet meer te vervolgen. Er kwam ook een activist aan het woord die zei wat hij nog gaat doen. Hij wil nog weer klappen gaan uitdelen, bijvoorbeeld aan de minister van LNV, omdat hij het honden- en kattenbesluit wilde intrekken. De activist: "Wie dat doet, is voor mij de vijand. Die verdient het een klap te worden toegebracht." Tot slot geeft het artikel een doorkijkje in de financiering van illegale activiteiten door legale organisaties, soms zonder dat ze het wisten, maar het ging wel om gesubsidieerde organisaties die subsidiegeld uiteindelijk indirect doorsluisden naar deze clubs. Ik stel de minister van Justitie daarover vier vragen.

Is het samenstel van de gepresenteerde feiten in het artikel voor de minister aanleiding om nader onderzoek te doen of strafrechtelijke feiten geconstateerd kunnen worden in wat er gedaan is en wat men nog wil gaan doen?

Is de minister bereid te onderzoeken of legale organisaties als de Dierenbescherming uiteindelijk geld, misschien via lokale afdelingen, hebben doorgesluisd om illegale activiteiten, sabotageacties te kunnen subsidiëren?

Wil hij daarbij ook onderzoeken of dit misschien nog steeds gebeurt? Er zijn vele organisaties en uit verschillende recente publicaties weten wij dat de grens tussen de boven- en de onderwereld van dierenactivisten schimmig is.

Is de minister bereid om, wanneer subsidiegeld is gebruikt voor deze illegale activiteiten, dat van die organisaties terug te vorderen?

Minister Donner:

Voorzitter. Er wordt verwezen naar een artikel in de NRC van afgelopen zaterdag. De heer Van Haersma noemt het onthullend, maar het was een samenstel van vermoedens, suggesties en horen zeggen.

In de eerste plaats is de inhoud van het artikel bekeken door het openbaar ministerie of er aanleiding is voor een strafrechtelijk onderzoek. Vooralsnog is de conclusie dat dit artikel daarvoor geen grond bevat.

De heer Van Haersma vraagt om een onderzoek of er gelden zijn doorgesluisd. Ik wijs erop dat de Dierenbescherming zelf bezig is met een onderzoek naar hoe het in het verleden met de gelden is gegaan en hoe het op dit moment gaat. Dat zou ik willen afwachten voordat ik eventueel besluit tot nader onderzoek.

In de derde plaats merk ik op dat, zeker als de Dierenbescherming ermee bezig is, het vraagpunt of het geld eventueel teruggevorderd kan worden pas dan aan de orde is, en dat in de eerste plaats aan de Dierenbescherming zelf is.

Relevant is verder wat er op dit moment gebeurt. Enkele maanden geleden heb ik daarover al overleg gehad met de Kamer. Wat daar gezegd is, staat nog steeds, namelijk dat wij dierenactivisme en dit soort organisaties serieus nemen. Op dit moment vindt de criminaliteitsbeeldanalyse plaats, in het kader waarvan zaken zoals de onderhavige worden betrokken. Onlangs is er door het openbaar ministerie een aanwijzing uitgegaan dat waar er acties zijn, er een gerichtere reactie moet komen. Ik hoop de Kamer komend voorjaar verder in te lichten over de stand van zaken op het punt van dierenactivisme.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Voorzitter. Ik dank de minister voor zijn beantwoording en met name voor het feit dat het OM meteen heeft nagegaan of het desbetreffende artikel rechtstreeks aanleiding was voor nadere activiteiten. Overigens blijft wat mij betreft overeind dat gelet op wat aangekondigd wordt, alertheid van het openbaar ministerie vereist is.

Verder heeft de minister ten aanzien van de financiering gezegd dat het hierbij een zaak van de Dierenbescherming en eventuele andere organisaties betreft. Dat is op zichzelf waar, maar het is mogelijkerwijs wel belastinggeld. En als dat laatste zo is, komen wij aan bod. Is de minister bereid om in ieder geval de Dierenbescherming te helpen bij het onderzoek en de Kamer in het voorjaar te informeren, zodanig dat wij er van uit mogen gaan dat het niet zo is dat subsidiegeld terechtgekomen is bij illegale activisten?

Minister Donner:

Ik zal mij zonder meer op de hoogte laten houden van de resultaten van het onderzoek van de Dierenbescherming en ik zeg toe dat ik de Kamer daarover in het voorjaar zal rapporteren. Wat betreft de vraag of er teruggevorderd kan worden, antwoord ik dat eerst moet blijken of het belastinggelden betreft die gebruikt zijn. Daarop kan ik nu dus geen algemeen antwoord geven.

Mevrouw Vos (GroenLinks):

Voorzitter. Ook de fractie van GroenLinks wijst gewelddadig dierenactivisme af en vindt dat dit bestrijden moet worden. Wel menen wij dat de ontwikkelingen in de juiste proporties moeten worden gezien. Ik zou de volgende vraag aan de minister willen voorleggen. De Dierenbescherming is met eigen gelden bezig met acties ter bevordering van het dierenwelzijn. Is in die zin de vraag die de heer Van Haersma Buma aan de minister voorlegt niet een vraag waarop hij nu reeds kan antwoorden dat het niet aan de orde kan zijn dat hij geldstromen van die organisatie gaat onderzoeken om te bezien of er ergens belastinggeld blijft hangen?

Minister Donner:

Voorzitter. De eerste vraag is of en op welke wijze gelden niet in het kader van de doelstelling van de Dierenbescherming zijn besteed. De tweede vraag is hoe het zit met de geldstromen en de inkomsten van de Dierenbescherming zelf. Als het eigen middelen betreft, is het geen kwestie van belastinggelden. Wij praten nu alleen maar over berichten, vermoedens en beweringen over wat er in de jaren tachtig is gebeurd. Zelfs als het overheidsgeld zou betreffen, kan ik niet terugvorderen op basis van de jaren tachtig. Ten aanzien van wat er nu plaatsvindt, zal ik eerst meer informatie moeten hebben voordat ik er wat zinnigs over kan zeggen.

Mevrouw Griffith (VVD):

Kan de minister de Kamer berichten welke dierenorganisaties hoeveel geld krijgen van de overheid en hoeveel dat is sinds de jaren tachtig? Het zou natuurlijk heel kwalijk zijn als blijkt dat overheidsgeld gebruikt is om deze illegale activiteiten te financieren.

Minister Donner:

Ik wil deze vraag ook gaarne doorgeleiden aan mijn collega van het ministerie van Landbouw. Dat is namelijk het ministerie waar de subsidiestromen meestal vandaan komen. Ik meen overigens dat wij het wat moeten inperken. Ik ga er althans van uit dat u niet bedoelt het Productschap voor Vee en Vlees.

Mevrouw Griffith (VVD):

Ik bedoel de gewone, legale dierenorganisaties, waarvan nu blijkt dat zij waarschijnlijk geld gebruiken voor de financiering van illegale activiteiten.

Mevrouw Vos (GroenLinks):

Voorzitter. Dit gaat gewoon te ver...

De voorzitter:

De procedure van het vragenuur laat geen interruptie toe.

De heer Van der Ham (D66):

Voorzitter. Ook de D66-fractie heeft met grote verbazing kennisgenomen van het artikel. Het is zeer kwalijk dat een aantal organisaties denkt, op die wijze de rechten van dieren te bevorderen, want het tegendeel is het geval. Het is kwalijk dat op die wijze aandacht voor dit soort onderwerpen wordt gevraagd. Dierrechten zijn bijzonder belangrijk, maar zij mogen nooit via een criminele slag worden verkregen. De minister heeft toegezegd, onderzoek te zullen doen naar aanleiding van de uitspraken in de krant, maar begrijp ik hem goed dat hij op dit moment geen aanwijzingen heeft dat grote dierenorganisaties aanleiding geven tot dit soort criminele activiteiten?

Minister Donner:

Het artikel zelf geeft daartoe geen aanwijzingen. Daarin wordt over het verleden gesproken en over wat eventueel in de toekomst geldt. In reactie op de vraag van mevrouw Griffith: ik krijg zojuist door dat het ministerie van Landbouw een bescheiden subsidie verleent aan de Dierenbescherming, specifiek bedoeld voor de inspectie. De besteding daarvan wordt streng gecontroleerd. Ik weet overigens dat ik hiermee haar vraag niet geheel beantwoord, maar de aanwending van die gelden wordt in ieder geval gecontroleerd.

De voorzitter:

Waarmee mevrouw Vos toch indirect een antwoord heeft gekregen op haar vraag tussendoor.