Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-2017nr. 43, item 4

4 Vragenuur: Vragen Smaling

Vragen van het lid Smaling aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu over het bericht dat driekwart van de Brabantse chemiebedrijven veiligheid niet op orde heeft en het wachten is op de volgende ramp. 

De voorzitter:

Ik heet de staatssecretaris van harte welkom. 

De heer Smaling (SP):

Voorzitter. Van de interne veiligheid naar de externe veiligheid. Gisteren kwam Omroep Brabant met resultaten van eigen onderzoek naar inspectierapporten van de provincie Brabant in 2015 en 2016. Die inspectierapporten gaan over de zogenaamde Brzo-bedrijven; dat rzo staat voor risico's zware ongevallen. Het zijn, zeg maar, de meest gevaarlijke bedrijven die er zijn. Die moeten dan ook aan heel strenge eisen voldoen. Dat is ook niet zo gek, want als die ontploffen zijn de rapen gaar. Het is zes jaar geleden dat Chemie-Pack op de Moerdijk getroffen werd door een zware brand. Er lagen ook redenen aan ten grondslag die terug te voeren zijn op een veiligheidscultuur die niet op orde is. 

Nu heeft Omroep Brabant geconcludeerd dat in 75% van de gevallen waarbij een inspectie heeft plaatsgevonden, er sprake is geweest van minstens één overtreding. 75% is natuurlijk heel erg veel. De ene overtreding is weer een andere dan de andere overtreding. Dus in die zin is er wel reden tot zorg. Professor Ben Ale, een grootheid op het gebied van veiligheidscultuur en veiligheidsrisico's zei: het is wachten op de volgende ramp. Dat is een heel apocalyptische stellingname maar het is natuurlijk wel een man die weet waar hij het over heeft. Dus ik zou de staatssecretaris willen vragen wat zij van de uitlating van professor Ale vindt. Hoe kijkt zij verder naar de resultaten die Omroep Brabant heeft gepresenteerd? Is er sprake van een veiligheidscultuur die niet op orde is? Is er wellicht sprake van een inspectie die niet kan leveren wat wij graag zouden zien? Of zijn de sancties te licht? Je kunt het dan ook nog omdraaien en zeggen: misschien is Brabant juist heel actief met de inspectie en heb je daardoor zo veel ongevallen geregistreerd. Dat is dus eigenlijk het gespiegelde verhaal. Ik zou graag van de staatssecretaris horen hoe zij naar deze kwestie kijkt, want de mensen in Brabant en elders in het land maken zich waarschijnlijk toch zorgen over deze rapportage. 

Staatssecretaris Dijksma:

Voorzitter. Dank aan de heer Smaling voor deze vragen. Ik kan mij heel goed voorstellen dat als je dat bericht van Omroep Brabant tot je neemt, de schrik je om het hart slaat. Toch zou ik hier graag willen opmerken dat de gegevens die in dat bericht naar voren komen, niet nieuw zijn. Uw Kamer kent ze. Ze zijn al in de Staat van de Veiligheid, die ik in de zomer vorig jaar naar u heb gestuurd, naar voren gekomen. Daaruit bleek dat er weliswaar in deze regio veel overtredingen zijn maar dat het niet per definitie de overtredingen zijn die vallen in de zwaarste categorie, de zogenaamde categorie 1-overtredingen. Want als sprake is van dat laatste, wordt het bedrijf onmiddellijk stilgelegd en zo hoort dat ook. Er is gisteren nog weer contact geweest met de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant en het bevoegd gezag, de welbekende gedeputeerde de heer Van den Hout. Daaruit blijkt dat in 2015 in Brabant vijf keer een bedrijf is stilgelegd tijdens zo'n zogenoemde Brzo-inspectie, en dat dat kwam door arbeidsomstandigheden. In 2016 is dat geen enkele keer gebeurd. Bedrijven moeten zich uiteraard aan de regels houden. Daarom zijn die inspecties ook heel belangrijk, en onze indruk is dat men het in Brabant juist heel goed doet. Als je zoekt, dan vind je ook. Als je erbovenop zit met inspecties — en dat doet men in Brabant — kom je natuurlijk altijd dingen tegen die uiteindelijk niet volgens de regels zijn. In Brabant wordt namelijk niet alleen jaarlijks een vooraf aangekondigde controle uitgevoerd, maar men bezoekt bovendien ook onaangekondigd alle bedrijven. 

Het is belangrijk dat juist die inspecties ook gebruikt worden om de situatie in die bedrijven zelf te verbeteren. Het feit dat men zo veel tegenkomt, is op zichzelf niet goed, maar het is ook niet meteen reden voor de apocalyptische waarschuwing van de hoogleraar waar de heer Smaling naar verwijst. We zoeken nu uit wat de achtergrond van deze overtredingen is. Het is voor mij een teken dat Brabant erbovenop zit, en dat is nu juist waar ik op hoop. Dan vind je namelijk veel en daarmee verbeter je de veiligheidscultuur bij de bedrijven. 

De heer Smaling (SP):

In wat ik van de staatssecretaris hoor, kan ik ver meegaan. Toch blijft het zo dat 75%, dus driekwart van de bedrijven, minstens één overtreding maakt. Dat vind ik, ook voor de bevolking, een zorgwekkend percentage. Hoe kom je nu uit op pakweg 10%? In de uitzending van Omroep Brabant komt ook een inspecteur aan het woord die meent dat het haalbaar moet zijn om op 10% uit te komen. Van 75% naar 10%: dan is er nog wel een lange weg te gaan, lijkt me. Hoe ziet de staatssecretaris dat? Hoe doet Brabant het ten opzichte van de rest van het land? Is deze provincie een soort koploper, of is dat nu niet zo te zeggen? 

Staatssecretaris Dijksma:

Een paar antwoorden op verschillende vragen. Allereerst de vraag of er regionale verschillen zijn en zo ja, waar dat dan door komt. Daar doen we nu onderzoek naar, en de uitkomst daarvan krijgt de Kamer te horen bij de volgende Staat van de Veiligheid. Wat ik er nu alvast van kan zeggen is dat wij de indruk hebben dat Brabant het heel goed doet. Wij zien ook dat er daar meer dan in andere regio's onaangekondigde inspecties worden gedaan. Het is dus niet gezegd dat het cijfer dat in beeld komt, betekent dat men het niet goed doet, want als er heel weinig bedrijven tegen de lamp lopen, wordt er misschien ook wel te weinig geïnspecteerd. 

Hoe zorgen we ervoor dat dat aantal overtredingen wordt verminderd, ook als dat kleine overtredingen zijn? Soms staat bijvoorbeeld een radio op een plek waar deze niet mag staan. Dat betekent dan een potentieel gevaar voor een werknemer omdat er vonkjes kunnen vrijkomen. Als die in aanraking komen met een gevaarlijke stof, heb je wel een probleem. Ook het aantal kleinere overtredingen moet dus teruggebracht worden en het idee is nu juist dat je met een actieve cultuur en een lik-op-stukbeleid van een inspectie die erbovenop zit, het bewustwordingsproces bij die bedrijven echt op gang brengt. We zullen het uiteindelijk bewezen moeten zien in dat onderzoek, maar ik denk dus dat Brabant het goed doet. Het cijfer moet naar beneden, ook als het om kleine overtredingen gaat, want uiteindelijk is elke overtreding er één te veel, hoe groot of klein die ook is. Maar bij grote overtredingen worden bedrijven gewoon stilgelegd, zoals ook gebleken is. Dat is dus echt van een andere orde. 

De heer Smaling (SP):

Wat mij opviel aan het stuk dat Omroep Brabant heeft gepubliceerd is dat de omgevingsdienst, samen met de inspecties, die inspecties ook onverwacht uitvoert. Nog niet zo lang geleden ging het er met de vorige staatssecretaris nog uitgebreid over dat de inspectie alleen maar in staat was om haar werk te doen nadat van tevoren gebeld was of het wel schikte om die inspectie te komen doen. Dit is een heel ander geluid. Gaat dit model werken, zo vraag ik de staatssecretaris? De Onderzoeksraad Voor Veiligheid en de oud-voorzitter daarvan, Pieter van Vollenhoven, pleitten immers eerder voor één nationale inspectie, en wij hebben daar ook wel vaker over gedebatteerd. Wat vindt de staatssecretaris daarvan, in het licht van dit onderzoek? 

De allerlaatste vraag is of het sanctieregime wel werkt. Als ik het goed hoor gaat het hier om veel wortel en vrij weinig stok. Zijn die sancties wel voldoende prikkelend voor bedrijven om die veiligheidscultuur ook sneller op orde te brengen dan nu het geval lijkt te zijn? 

Staatssecretaris Dijksma:

Om met dat laatste punt te beginnen: als je een overtreding in de zwaarste categorie begaat, kun je als ondernemer eigenlijk niet harder worden getroffen dan dat je bedrijf wordt stilgelegd. Per uur dat dit gebeurt, kost dat heel veel geld. Dat is ook goed. Ik vind het dus heel belangrijk dat er een actief inspectiebeleid is, want als dat nodig is en een bedrijf wordt stilgelegd, heeft dat meteen een heel groot effect. 

Daarnaast is er de vraag hoe je in de praktijk goed handhaaft. Uit mijn eigen ervaring weet ik dat inspectie er niet per definitie sterker van wordt als je heel veel verschillende inspecties op één hoop gooit, om het maar even plat te zeggen. U kent de discussie met mij in mijn vorige functie over de NVWA. Het gaat erom dat je de informatie die nodig is, in de praktijk goed uitwisselt. In dit geval gebeurt dat bijvoorbeeld tussen de FIOD en de inspectiediensten. Het gaat er ook om dat je samenwerkt op de werkvloer. Dat gebeurt in Brabant en op veel andere plekken. De omgevingsdiensten en de arbeidsinspectie organiseren daar hand in hand hun inspecties. Dat doen ze misschien niet letterlijk hand in hand, maar zo wordt het wel ervaren. Dat moet gebeuren. Dat is een goed model. Hoe meer onaangekondigde inspecties, hoe liever. "Take them by surprise" is toch wel een van de beste manieren om de boel flink onder druk te zetten. 

De voorzitter:

Dank u wel. Tot slot is het woord aan de heer Ronnes namens het CDA.