Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2004-2005nr. 74, pagina 4529-4530

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Ik stel voor om toestemming te verlenen tot het houden van een wetgevingsoverleg met stenografisch verslag op woensdag 27 april aanstaande van 10.00 uur tot 12.30 uur van de vaste commissie voor Financiën over de wijziging van enkele belastingwetten (29686).

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Halsema.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Voorzitter. Burgemeester Leers van Maastricht heeft de afgelopen jaren een naam opgebouwd als helder formulerend bestuurder. Zo ook gisteravond in een uitzending van Netwerk. Hij zei dat hij het zat was om 100.000 politie-uren per jaar kwijt te zijn aan de bestrijding van softdrugs. Bestrijding van thuisplantages, aldus de heer Leers, is dweilen met de kraan open. Daarom deed hij een indringend appèl op de Haagse politiek om gebruik, teelt en handel in softdrugs wettelijk te regelen. Daarop vooruitlopend verzocht hij om ruimte te scheppen voor het Maastrichtse gemeentebestuur om een pilot te starten. Graag wil hij daarover een uitspraak van de Nederlandse regering.

Voorzitter. GroenLinks, zowel in de Kamer als in Maastricht, steunt burgemeester Leers in zijn uitermate realistische pleidooi. Ik wil dan ook via u verzoeken om de minister van Justitie hierover te mogen interpelleren om duidelijkheid te krijgen van de regering.

Mevrouw Albayrak (PvdA):

De burgemeester van Maastricht zal hierover donderdag in het Europees Parlement spreken en daarbij pleiten voor een wat liberalere houding in het drugsbeleid. Is het niet slim om eerst die bijeenkomst af te wachten alvorens wij erover debatteren? Dan kunnen wij wat er in het Europees Parlement is gezegd in reactie op de inbreng van burgemeester Leers, betrekken bij het debat.

Mevrouw Joldersma (CDA):

De minister heeft ons al lang geleden een uitwerking van zijn cannabisbeleid toegezegd. Ik wil graag eerst de brief daarover van de minister ontvangen waarin ook wordt ingegaan op een experiment in de regio Maastricht voordat wij hierover in de Kamer debatteren.

De heer Van der Ham (D66):

Voorzitter. Ook de fractie van D66 is groot voorstander van de start van experimenten met het openen van de achterdeur, juist om de problemen in de steden te voorkomen. Wij gunnen de heer Leers graag die ruimte. Ik wil echter ook graag eerst het debat in het Europees Parlement afwachten. Wellicht kunnen wij daarover volgende week debatteren. Wij willen dat er schot in die zaak komt.

De heer De Wit (SP):

Naast de burgemeester van Maastricht mag zeker de burgemeester van Heerlen niet vergeten worden, die hetzelfde heeft bepleit. Ik denk dat het goed is om daarover een debat te voeren. Je zou je inderdaad kunnen afvragen of wij niet moeten afwachten wat er deze week gebeurt. Wellicht is het mogelijk om er een spoeddebat van te maken en dat te houden in de loop van deze week of volgende week.

De heer Rouvoet (ChristenUnie):

Wij hebben niet de traditie om verzoeken om een interpellatiedebat zomaar af te wijzen, maar eerlijk gezegd heb ik geen zware behoefte aan zo'n debat. In de Kamer zijn verschillende moties ingediend. Dat de burgemeester van Maastricht zich nu achter verworpen moties schaart, is voor ons geen reden om daarover het debat te heropenen.

De heer Eerdmans (LPF):

Het lijkt de fractie van de LPF weinig zinvol om inzake het cannabisbeleid op Europa te wachten. Wij vinden het daarom niet nodig om de vergadering van donderdag af te wachten. Het debat vinden wij zinvol en een interpellatie vinden wij prima, maar het spoeddebat dat de heer De Wit voorstelt, krijgt zeker onze steun. Daarbij let ik ook op de eerlijker spreektijden die daarbij gelden.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Gelet op de vrij algemene behoefte aan een gedachtewisseling met de minister, ben ik graag bereid mijn verzoek om een interpellatie om te zetten in een verzoek tot het houden van een kort debat.

Ik kan mij goed voorstellen dat wij het pleidooi dat de heer Leers aanstaande donderdag in het Europees Parlement houdt, betrekken bij het debat. Dat geeft ons ook de ruimte om de brief af te wachten. Ik verzoek de voorzitter daarom begin volgende week een kort debat in te plannen. Daarbij zij aangetekend dat de desbetreffende brief de Kamer daarvoor moet hebben bereikt.

De voorzitter:

Gelet op dit laatste verzoek en op hetgeen eerder is gezegd door mevrouw Albayrak, de heer De Wit, de heer Eerdmans en anderen, stel ik voor aan het laatste verzoek te voldoen en volgende week op een nader te bepalen moment een kort debat te houden met spreektijden van drie minuten per fractie. Ik stel mij voor dat de gevraagde informatie de Kamer voor die tijd bereikt. Daarvoor kan worden gezorgd door het stenogram van dit gedeelte van de vergadering toe te zenden aan de minister van Justitie.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Griffith.

Mevrouw Griffith (VVD):

Voorzitter. Aan de minister van Justitie en de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat heb ik Kamervragen gesteld over Air Holland. Daar heb ik nog geen antwoord op gekregen.

Ook heb ik Kamervragen gesteld aan de minister van Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken over de DNA-databank vermiste personen.

Ik verzoek beide ministers en de staatssecretaris om de Kamer hierover zo spoedig mogelijk te informeren of om antwoord te geven op mijn vragen, als dat mogelijk is, voor vrijdag aanstaande.

De voorzitter:

Daarbij gaat het om vragen van 23 februari, waarover weliswaar een tussenbericht is ontvangen, maar waarvan de termijn van zes weken is verlopen, en om vragen van 4 maart, waarover geen tussenbericht is ontvangen, zodat ook die termijn is verlopen.

Ik stel voor aan dit verzoek te voldoen door het stenogram van dit gedeelte van de vergadering toe te zenden aan de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en aan de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Algra.

De heer Algra (CDA):

Voorzitter. De fractie van het CDA wil graag het verslag van een algemeen overleg over een aantal politieonderwerpen op de agenda plaatsen. Dit algemeen overleg is op 31 maart gehouden. Hierbij gaat het met name om het onderwerp "defibrillators in politieauto's". Daarom willen wij graag naast de minister van Binnenlandse Zaken bij dit VAO spreken met de minister van VWS.

De voorzitter:

Ik stel voor aan dit verzoek te voldoen en dit punt toe te voegen aan de agenda van volgende week.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Van der Ham.

De heer Van der Ham (D66):

Voorzitter. Ik heb Kamervragen gesteld over de Zuid Oost-pas. Daarover moet 28 april een beslissing worden genomen. Juist met het oog daarop wil ik deze schriftelijke Kamervragen zo snel mogelijk beantwoord hebben. Het lijkt mij de snelste route om dat verzoek bij de regeling van werkzaamheden te doen, want dan heeft het nog zin.

De voorzitter:

Ik weet het niet uit mijn hoofd, maar ik neem aan dat u die termijn in uw vragen had genoemd.

De heer Van der Ham (D66):

Nee, wij zijn er vandaag achter gekomen dat die vragen voor dat tijdstip beantwoord moeten worden. Daarom vraag ik het nu.

De voorzitter:

Vooruit. Ik stel voor, het stenogram van dit gedeelte van de vergadering door te zenden aan de betrokken bewindslieden.

Daartoe wordt besloten.