Tweede Kamer der Staten-Generaal

36 550 XIII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (XIII) voor het jaar 2024 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

Vergaderjaar 2023‒2024

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 en 2

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2024 wijzigingen aan te brengen in:

  • 1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;

  • 2. de begrotingsstaat inzake de agentschappen van dit ministerie;

Vanwege de spoedeisende maatregelen is op 16 februari 2024 de tweede incidentele suppletoire begroting naar de Tweede Kamer verzonden. De behandeling in de Staten-Generaal heeft nog niet plaatsgevonden. Om deze reden is de in de begrotingsstaat opgenomen stand nog niet door de beide Kamers bekrachtigd. Vanwege de snelle opeenvolging van begrotingswetsvoorstellen, om het budgetrecht van de Staten Generaal te waarborgen, bevat de kolom ‘vastgestelde begroting’ zowel de vastgestelde stand bij ontwerpbegroting als de mutaties die bij incidentele suppletoire begrotingen zijn opgenomen.

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

Mede namens de Minister voor Klimaat en Energie,

De Minister van Economische Zaken en Klimaat,M.A.M.Adriaansens

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1 Leeswijzer

Opbouw 1e suppletoire begroting 2024

Deze 1e suppletoire begroting geeft een geactualiseerd beeld van de begrotingsuitvoering 2024. Onderdeel B, de begrotingstoelichting, is als volgt opgebouwd:

  • 1. Leeswijzer met onder andere een overzicht van de coronamaatregelen die op de begroting van het Ministerie van EZK zijn opgenomen.

  • 2. Overzicht belangrijkste suppletoire uitgaven- en ontvangstenmutaties. De belangrijkste verplichtingenmutaties zijn toegelicht in de artikelen.

  • 3. De beleidsartikelen. Voor ieder beleidsartikel is de tabel «Budgettaire gevolgen van beleid» opgenomen. Hierin zijn de begrotingsmutaties voor de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten weergegeven.In aansluiting op de ontwerpbegrotingen en de Voorjaarsnota worden vanaf 2024 ook de mutaties voor het jaar t+5 opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid van de 1e suppletoire begrotingen. Dit betreft de extrapolatie van de begroting – het toevoegen van het jaar t+5 – en vervolgens de mutaties tot en met t+5 die tijdens de voorjaarsbesluitvorming zijn verwerkt.

  • 4. De niet-beleidsartikelen. In de budgettaire tabellen zijn de begrotingsmutaties voor de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten opgenomen.

  • 5. De agentschappen. In deze 1e suppletoire begroting zijn de aanpassingen in de agentschapsparagrafen van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) opgenomen.

Ondergrenzen toelichtingen

Voor het toelichten van de begrotingsmutaties zijn in deze eerste suppletoire begroting de ondergrenzen gehanteerd zoals opgenomen in de onderstaande tabel.

Tabel 1 Ondergrenzen conform RBV

Omvang begrotingsartikel (stand ontwerpbegroting) in € miljoen

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 < 1000

5

10

=> 1000

10

20

In sommige gevallen, waar politiek relevant, worden ook posten toegelicht beneden deze ondergrenzen.

Overzicht coronamaatregelen

Hieronder een overzicht van de coronamaatregelen met daarin de coronagerelateerde uitgaven vanuit de begroting van het Ministerie van EZK. Een uitgebreid overzicht is te vinden op Overheidsfinancien in coronatijd op Rijksfinancien.nl. 

Tabel 2 Overzicht coronamaatregelen (bedragen x € 1 mln)

Artikel

Naam maatregel/regeling

Bedrag verplichtingen 2024

Bedrag uitgaven 2024

Bedrag ontvangsten 2024

Relevante Kamerstukken

2

Tegemoetkoming vaste lasten (TVL)

49

52

100

Kamerstuk 35 420, nr. 38, Kamerstuk 35 420, nr. 42, Kamerstuk 35 420, nr. 81, Kamerstuk 35 420, nr. 105, Kamerstuk 35 420, nr. 214, Kamerstuk 35 420, nr. 217, Kamerstuk 35 420, nr. 226, Kamerstuk 35 420, nr. 237, Kamerstuk 35 420, nr. 247, Kamerstuk 35 420, nr. 248, Kamerstuk 35 420, nr. 270, Kamerstuk 35 420, nr. 314, Kamerstuk 35 420, nr. 273, Kamerstuk 35 420, nr. 458, Kamerstuk 35 420, nr. 462, Kamerstuk 35 420, nr 466, Kamerstuk 35 420, nr. 479

2

Tegemoetkoming vaste lasten starters

1

1

 

Kamerstuk 35 420, nr. 217, Kamerstuk 35 420, nr. 479

2

Bedrijfssteun

  

42

Kamerstuk 35 420, nr. 72, Kamerstuk 35 420, nr. 105, Kamerstuk 35 420, nr. 252

2

Herstructurering winkelgebieden en binnensteden

24

16

 

Kamerstuk 31 757, nr. 105

2

Subsidieregeling R&D mobiliteitssectoren

 

33

 

Kamerstuk 35 420, nr. 248

2

Evenementenregeling

9

9

 

Kamerstuk 35 420, nr. 217, Kamerstuk 35 420, nr. 354, Kamerstuk 35 420, nr 454, Kamerstuk 35 420, nr 462

2

Qredits

 

30

 

Kamerstuk 35 420, nr. 2, Kamerstuk 35 420, nr. 16, Kamerstuk 35 420, nr. 105, Kamerstuk 35 420, nr. 217, Kamerstuk 35 420, nr. 277

2

Garantie ondernemersfinanciering (GO-Corona)

 

15

 

Kamerstuk 35 420, nr. 2, Kamerstuk 35 420, nr. 16, Kamerstuk 35 420, nr. 462

2

Bijdrage RVO.nl

9

9

 

Kamerstuk 35 420, nr. 2, Kamerstuk 35 420, nr. 38, Kamerstuk 35 420, nr. 105, Kamerstuk 35 420, nr. 217, Kamerstuk 35 420, nr. 248

2

Begrotingsreserve GO-Corona

  

21

Kamerstuk 35 420, nr. 2, Kamerstuk 35 420, nr. 16

3

Corona Overbruggingslening (COL)

  

30

Kamerstuk 35 420, nr. 16, Kamerstuk 35 420, nr. 38, Kamerstuk 35 420, nr. 42

3

Dutch Future Fund

 

13

 

Kamerstuk 33 009, nr. 96

3

Deep Tech Fund

 

50

 

Kamerstuk 33 009, nr. 96

3

Fonds Alternatieve Financiering (Dutch Alternative Credit Instrument)

 

26

 

Kamerstuk 33 009, nr. 96

      
 

Totaal

92

254

192

 

2 Beleid

2.1 Overzicht belangrijke uitgaven- en ontvangstenmutaties

Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2024

Tabel 3 Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2024 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Artikelnummer

Uitgaven 2024

Uitgaven 2025

Uitgaven 2026

Uitgaven 2027

Uitgaven 2028

Uitgaven 2029

Vastgestelde begroting 20241

 

12.735.901

10.895.395

12.810.700

12.343.820

13.364.933

5.737.312

Belangrijkste suppletoire mutaties

       
        

Indirectie Kosten Compensatie ETS

2

186.000

     

Eindejaarsmarge Klimaatfonds

2+4

420.743

     

Ontwerp Meerjarenprogramma Klimaat 2025

2+4

60.569

424.331

558.099

395.316

409.216

400.616

Energiemaatregelen

2+4

297.461

5.387

2.703

   

DEI+

4

1.525

22.007

52.677

66.526

60.340

128.226

SDE- domein

4

629.945

37.632

‒ 1.862.620

‒ 1.673.959

‒ 1.230.031

‒ 574.630

ISDE

4

‒ 55.602

 

53.102

   

Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS)

4

‒ 222.040

‒ 1.784

‒ 3.748

363

42.900

184.043

Norg akkoord

5

‒ 292.000

     

Schade afhandeling

5

‒ 108.634

23.913

284.144

‒ 155.008

1.893

102.071

Versterkingsoperatie

5

36.838

381.435

196.768

‒ 26.140

‒ 88.820

 

Vulmaatregelen gasopslag

5

‒ 240.000

0

233.000

   

Overhevelingen PEGA

4+5

167.235

286.473

156.541

122.989

118.144

58.163

Bijdrage aan EBN voor de kosten van schade en versterken Groningen

5

  

293.838

709.850

152.052

‒ 35.630

Voedingsartikel NGF

6

‒ 959.141

‒ 548.002

‒ 420.861

‒ 158.927

‒ 1.269.232

111.661

Loon- en prijsbijstelling

41

233.753

250.076

208.878

195.054

187.386

167.542

        

Overige mutaties

 

1.361.513

196.477

417.942

43.465

89.726

5.858.943

Stand 1e suppletoire begroting 2024

 

14.254.066

11.973.340

12.981.163

11.863.349

11.838.507

12.138.317

X Noot
1

Incl. ISB's, NvW en amendementen

Toelichting

Indirectie Kosten Compensatie ETS

Vanwege de gestegen energiekosten en ten behoeve van een level playing field voor de energie-intensieve industrie wordt de subsidieregeling voor compensatie van bedrijven voor hun Indirecte ETS kosten (IKC-ETS) wederom voor één jaar opengesteld. Deze regeling zal in 2024 worden opengesteld en compensatie uitkeren over de indirecte kosten in 2023. Dekking voor deze regeling in 2024 is gevonden binnen de subsidie Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE).

Eindejaarsmarge Klimaatfonds

Bij de 1e suppletoire begroting zijn klimaatfondsmiddelen toegevoegd die vorig jaar niet tot besteding zijn gekomen. Klimaatfondsmiddelen vallen onder het Investeringsplafond waardoor zij 100% eindejaarsmarge kennen. Hiermee kan klimaatbeleid worden voorgezet.

Ontwerp Meerjarenprogamma Klimaat 2025

Gelijktijdig met de Voorjaarsnota worden via het Meerjarenprogramma Klimaat 2025 toekenningen gedaan vanuit het Klimaatfonds. Voor het Ministerie van Economische zaken en Klimaat wordt totaal € 2,7 mld toegekend onder andere voor vergassingsprojecten (€ 500,0 mln), subsidieregeling warmtenetten (€ 972,5 mln), de ISDE (€ 218,1 mln),  waterstofnetwerk op zee (€ 100,0 mln), voor gebiedsinvestering netten op zee (€ 500,0 mln) en nog meerdere maatregelen. Zie het Meerjarenprogramma Klimaatfonds 2025 voor meer informatie.

Energiemaatregelen

Deze post bevat drie energiemaatregelen namelijk, Tegemoetkoming Energiekosten (TEK), Prijsplafond en Tijdelijke Tegemoetkoming Blokaansluitingen (TTB). In 2024 wordt de TEK subsidie vastgesteld op basis van de energieprijzen uit 2023. De verwachting is dat de komende jaren nog kosten gemaakt worden voor nabetalingen onder andere ten aanzien van de vaststelling en uitvoeringskosten van RVO.Met ingang van 2024 is het prijsplafond definitief niet meer van kracht. Leveranciers leveren maandelijks nog jaar- en eindnota’s aan, zodat RVO de definitieve prijsplafondkortingen kan verrekenen met het door de leverancier ontvangen subsidievoorschot. In 2024 vinden er nog uitbetalingen plaats op basis van aanvragen voor de regeling TTB in 2023. Dit budget wordt opgehoogd met € 67,2 mln. Een deel van deze ophoging wordt veroorzaakt door aanvragen die eerder niet goed ingelezen waren.. Deze ophoging wordt daarnaast ook verklaard door een hoger gemiddeld subsidiebedrag per aanvraag dan eerder werd verwacht.

DEI+

De beleidsinzet die voorheen via de HER+ verliep, verloopt vanaf 2024 via de DEI+ en innovatieprogrammering van de Topsector Energie. Daarvoor wordt tot en met 2031 extra budget toegevoegd aan het DEI+-budget. Ook wordt vanuit artikel 2 van de EZK-begroting in totaal € 36 mln toegevoegd voor de DEI+-Industrie. Het Ministerie van BZK hevelt in totaal € 5,4 mln over ter financiering van de DEI+-Aardgasloze wijken. Tenslotte wordt in totaal over de periode 2026-2029 € 133,3 mln toegevoegd vanuit de SDE+ als voorfinanciering van de middelen die de DEI+ nog in de periode na 2029 moet terugontvangen van de subsidieregeling Opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse (OWE).

SDE-domein

Het SDE- domein bestaat uit drie onderdelen namelijk, SDE, SDE+ en SDE++. Vanwege lagere energieprijzen dan initieel geraamd zijn de kosten voor de SDE hoger uitgevallen dan geraamd, deze worden in 2024 gefinancierd uit de ontvangsten (terugbetaalde subsidievoorschotten) en de ruimte binnen het SDE++-budget en in 2025 uit de reserve duurzame energie en klimaattransitie.Voor de SDE+-regeling en het flankerend beleid rond de SDE+(+) en Wind op zee worden extra middelen toegevoegd, deels gedekt uit ontvangsten van terugbetaalde subsidievoorschotten SDE/SDE+/SDE++, deels uit het budget van de SDE++. Daarnaast is er een tekort op het budget voor de bevoorschotting op de subsidie aan TenneT voor de aanleg van het net op zee. Dit wordt voor het grootste deel gedekt uit de SDE++ en voor een klein deel uit de reserve duurzame energie en klimaattransitie.Het SDE++ budget wordt enerzijds opgehoogd met middelen vanuit de reserve duurzame energie en klimaattransitie ter financiering van de kosten in 2024 voor de nadeelcompensatie van kolencentrales en anderzijds vindt een verschuiving van budget plaats naar de SDE.Vanuit de reserve duurzame energie, SDE+ en SDE++ worden middelen ingezet voor de continuering van de HER+ via de DEI+ en de TSE/MOOI. Het grootste deel wordt gedekt uit de beschikbare middelen van de SDE+.Voor de SDE+ en SDE++ geldt dat er middelen worden overgeheveld van de EZK-begroting naar de bestaande reservering op de Aanvullende Post voor stimulering duurzame energieproductie (SDE) en overig klimaatbeleid. Deze middelen worden gereserveerd voor toekomstige klimaatbesluitvorming.

ISDE

Het budget in 2024 is verlaagd met € 2,5 mln als gedeeltelijke dekking van het aandeel van EZK van € 5 mln in de tijdens de COP28 bekend gemaakte bijdrage van Nederland van € 15 mln aan het Loss and Damage Fund. Dit is een fonds gericht op het aanpakken van schade en verlies als gevolg van klimaatverandering. Daarnaast wordt de eindejaarsmarge via een schuif aan het budget voor 2026 toegevoegd, omdat er in 2024 en 2025 naar verwachting voldoende middelen beschikbaar zijn en de budgetten na 2025 (fors) lager zijn.

Warmtenetten Investeringssubsidie

De middelen van de openstellingen van de WIS 2023 en 2024 zijn in het juiste kasritme gezet met een kasschuif. Dit ritme is vastgesteld op basis van de meest recente prognose van de uitfinancieringsperiode van de WIS 2023 en 2024.

Norg akkoordConform de afspraken in het Norg akkoord betaalt de Staat een vergoeding aan NAM voor de gewijzigde inzet van gasopslag Norg. De geraamde uitgaven voor het Norg akkoord zijn naar beneden bijgesteld als gevolg van de lagere CPB gasprijs.

SchadeafhandelingDe raming voor de schadeafhandeling is door de uitvoeringsorganisatie (IMG) bijgesteld, op basis van geactualiseerde verwachtingen over de nieuwe wijze van schadeafhandeling die op 6 oktober 2023 is aangekondigd (Kamerstukken II, 2023-2024, 35 561, nr. C). Op basis van deze raming is de EZK-begroting met t/m 2029 cumulatief € 148 mln bijgesteld.

VersterkingsoperatieDe raming voor de versterkingsoperatie is geactualiseerd aan de hand van het Meerjarenversterkingsplan (MJVP) van uitvoerder Nationaal coördinator Groningen (NCG). De raming loopt tot en met 2028 in verband met de geplande afronding van de versterkingsoperatie in 2028. De NCG is gevraagd een analyse te doen naar de haalbaarheid van de afronding van de versterking in 2028 (Kamerstuk II, 2023-2024, 33 529, nr. 1227). Op basis van deze raming is de EZK-begroting t/m 2029 cumulatief met ca. € 500 mln bijgesteld.

Vulmaatregel gasopslag

In lijn met de lange termijnvisie gasopslagen zal EBN ook in het vulseizoen 2025-2026 weer gas opslaan in de gasopslag Bergermeer. De verplichting hiervoor wordt dit jaar al aangegaan om EBN binnen de gestelde kaders maximaal de ruimte te geven om gas in de opslag te houden. Het uitgavenbudget 2025 wordt hiervoor met € 233 mln opgehoogd. Tegelijkertijd wordt het budget 2024 met € 240 mln verlaagd, omdat de regeling van RVO voor het vullen van gasopslagen niet meer wordt opengesteld: hierdoor valt het hiervoor in 2024 gereserveerde kasbudget van € 240 mln vrij.

Overhevelingen PEGAVoor diverse maatregelen uit Nij Begun (de kabinetsreactie op PEGA) worden middelen opgevraagd van de Aanvullende Post. In de toelichting op artikel 5 is een overzichtstabel opgenomen (tabel 24). De nog resterende middelen blijven beschikbaar op de Aanvullende Post voor Groningen en zullen later worden opgevraagd.

Bijdrage aan EBN voor de kosten van schade en versterken GroningenDe kosten voor schade en versterken worden (exclusief btw) doorbelast aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), die namens de Maatschap (NAM en beleidsdeelneming EBN) verantwoordelijk is voor de kosten voor schade en versterken. In lijn met de economische verhoudingen binnen de Maatschap komt 40% van de kosten voor rekening van EBN. Op basis van de actualisatie van de ramingen voor schade en versterken is de bij EBN aanwezige voorziening niet toereikend om het EBN-deel van de geraamde uitgaven voor schade en versterken te voldoen. Om die reden wordt vanaf 2026 in de Rijksbegroting een bijdrage aan EBN opgenomen voor de kosten van schade en versterken Groningen, cumulatief € 1.610 mln tot en met 2029, wat resulteert in een tegenvaller van € 1.120 mln. De omvang van deze bijdrage wordt verklaard doordat de NAM uitgaat van lagere kosten voor NAM voor schade en versterken dan de Staat, en omdat de voorziening bij EBN op de inschatting van NAM is gebaseerd.

Voedingsartikel NGF

Op het voedingsartikel van het Nationaal Groeifonds worden verschillende mutaties doorgevoerd, om aansluiting te behouden met de fondsbegroting. Onderdeel hiervan is de uitname voor investeringen in de Nederlandse halfgeleidersector (microchipsector). Het kabinet heeft in het voorjaar middelen ter beschikking gesteld om in deze sector knelpunten aan te pakken, ter bevordering van het ondernemingsklimaat en ter bevordering van het duurzaam verdienvermogen en de economische veiligheid van Nederland. De middelen zijn bestemd voor verschillende maatregelen op het gebied van woningbouw, infrastructuur en onderwijs in de regio Eindhoven. Hiervoor wordt cumulatief € 1,279 mld uit het budget van het Nationaal Groeifonds gehaald. Daarnaast wordt bij 1e suppletoire begroting het amendement Erkens c.s. verwerkt. Bij de behandeling van het Belastingplan 2024 heeft de Tweede Kamer ermee ingestemd om de accijns op benzine, diesel en LPG per 1 januari 2024 niet te verhogen. Ter dekking hiervan is € 1,212 mld aan het Nationaal Groeifonds onttrokken in 2028. Tenslotte worden er verschillende omzettingen verwerkt, welke in detail worden toegelicht onder beleidsartikel 6 van de 1e suppletoire begroting van EZK, en in de 1e suppletoire begroting van het NGF.

Loon- en prijsbijstelling

Bij Voorjaarsnota 2024 is de loon- en prijsbijstellingstranche 2024 uitgedeeld. De loonbijstelling betreft de vergoeding voor de stijging van de contractloonontwikkeling en de stijging van de sociale lasten voor de overheidswerkgever. De prijsbijstelling betreft de verwerking van de stijging van de diverse prijsindexen. De loon- en prijsbijstellingstranche 2024 zal bij de eerst volgende begrotingsronde uitgedeeld worden aan de relevante loon- en prijsgevoelige onderdelen

Belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2024

Tabel 4 Belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2024 (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Artikelnummer

Ontvangsten 2024

Ontvangsten 2025

Ontvangsten 2026

Ontvangsten 2027

Ontvangsten 2028

Ontvangsten 2029

Vastgestelde begroting 20241

 

5.789.765

5.351.333

4.924.322

7.856.346

6.229.519

1.920.000

Belangrijkste suppletoire mutaties

       
        

Onttrekking reserve duurzame energie en klimaattransitie

4

541.322

70.662

    

Heffing gasleveringszekerheid

4

 

‒ 148.475

‒ 1.750

‒ 1.750

‒ 1.750

146.725

ETS-ontvangsten

4

‒ 550.000

‒ 550.000

‒ 650.000

‒ 950.000

‒ 850.000

‒ 750.000

Terugontvangsten Prijsplafond

4

109.000

     

Ontvangsten NAM versterkingsoperatie

5

 

22.749

326.767

129.197

  

Ontvangsten NAM schadeafhandeling

5

413.063

255.143

416.449

597.289

48.036

101.769

Dividenduitkering EBN

5

‒ 446.000

‒ 541.000

‒ 374.000

‒ 270.000

‒ 197.000

‒ 158.000

Ontvangsten Mijnbouwwet

5

‒ 280.000

‒ 330.000

‒ 220.000

‒ 90.000

10.000

10.000

        

Overige mutaties

 

291.447

94.273

87.135

23.887

‒ 69.772

3.103.737

Stand 1e suppletoire begroting 2024

 

5.868.597

4.224.685

4.508.923

7.294.969

5.169.033

4.374.231

X Noot
1

Incl. ISB's, NvW en amendementen

Toelichting

Onttrekking reserve duurzame energie en klimaattransitie

De begrotingsreserve Duurzame Energie en klimaattransitie wordt aangesproken om de hogere kosten voor de SDE-regeling te bekostigen als gevolg van lagere energieprijzen dan geraamd in 2025. Ook zijn er in 2024 hogere uitgaven dan geraamd voor de subsidie aan TenneT voor de aanleg van het net op Zee. De uitgaven voor de nadeelcompensatie kolenmaatregelen komen in 2024 tot betaling, waardoor deze ook onttrokken moeten worden uit de reserve. Er worden in 2024 en 2025 ook middelen onttrokken aan de reserve voor de continuering van de HER+ via de DEI+ en TSE/MOOI. Voor verdere toelichting zie deze posten.

Heffing gasleveringszekerheid

De kosten voor de vulmaatregelen worden via een opslag op de transporttarieven van GTS doorbelast aan gasgebruikers in binnen- en buitenland. Er waren het afgelopen jaar geen kosten voor de RVO vulmaatregel, daarom worden ook de ontvangsten uit de heffing naar beneden bijgesteld. Daarnaast worden de inkomsten gerelateerd aan de vultaak van EBN voor het vulseizoen 2025-2026 (€ 233 mln, zie bij Uitgaven) toegevoegd aan de ontvangstenraming. De heffing kan op zijn vroegst in 2026 in werking treden, vandaar dat de hele reeks een jaar opschuift.

ETS-ontvangsten

De ETS-prijs is sterk gedaald ten opzichte van de vorige raming. Dit komt onder andere door een hele sterke daling van de vraag naar emissierechten (o.a. door aanhoudende hoge fossiele energieprijzen), gecombineerd met een historische daling van de emissies van de Europese elektriciteitssector (die goed is voor ongeveer de helft van de ETS-emissies) met 25% in één jaar. Er zijn daardoor meer rechten dan nodig en dit doet de prijs dalen. De ontvangstenraming voor de jaren 2024 en verder is daarom aanzienlijk naar beneden bijgesteld.

Terugontvangsten Prijsplafond

RVO verwacht over 2024 in totaal € 109 mln aan te veel betaalde voorschotten in het kader van het prijsplafond 2023.

Ontvangsten NAM versterkingsoperatieDe uitgaven voor de versterkingsoperatie worden via een heffing bij NAM in rekening gebracht. Jaarlijks worden de geraamde uitgaven voor de versterkingsoperatie bijgesteld. Dat leidt ook tot een bijstelling van de geraamde ontvangsten.

Ontvangsten NAM schadeafhandelingDe uitgaven voor de schadeafhandeling worden via een heffing bij NAM in rekening gebracht. Als gevolg van de bijstelling van de uitgaven voor fysieke schade worden ook de geraamde ontvangsten van NAM bijgesteld. De omvang van de totale bijstelling wordt mede verklaard doordat in de jaarlijkse actualisatie ook de ontvangsten zijn ingeboekt die volgen uit de nieuwe wijze van schadeafhandeling die op 6 oktober 2023 is aangekondigd (Kamerstuk II, 2023-2024, 35 561, nr. C). Via een Nota van Wijziging op de ontwerpbegroting 2024 zijn destijds enkel de uitgaven bijgesteld. In deze eerste suppletoire begroting worden ook de met de nieuwe schadeafhandeling samenhangende ontvangsten bijgesteld. Daarnaast komen in 2024 ook ontvangsten binnen die aanvankelijk geraamd waren voor 2023.

Dividenduitkering EBN De geraamde ontvangsten aan dividend EBN worden bijgesteld voornamelijk vanwege de lagere CPB gasprijsraming en de verwachte lagere winning.

Ontvangsten Mijnbouwwet De geraamde ontvangsten Mijnbouwwet worden bijgesteld naar aanleiding van de meest recente CPB gasprijsraming en de verwachte lagere winning.

3 Beleidsartikelen

3.1 Beleidsartikel 1 Goed functionerende economie en markten

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 5 Budgettaire gevolgen van beleid art. 1 Goed functionerende economie en markten (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
           
 

Ontwerpbegroting 2024 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2)

Vastgestelde begroting 2024 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Verplichtingen

365.226

61.000

426.226

59.026

485.252

401

‒ 1.101

‒ 2.044

‒ 1.044

326.084

           

Uitgaven

365.745

41.000

406.745

10.471

417.216

2.563

1.177

361

3.801

325.678

           

Subsidies (regelingen)

52.523

41.000

93.523

3.826

97.349

0

0

0

0

8.500

Cyber security

202

 

202

1.009

1.211

     

Subsidiemaatregel telecom Caribisch Nederland

7.800

 

7.800

 

7.800

    

3.500

EU-cofinanciering Digital Europe

9.900

 

9.900

‒ 1.890

8.010

    

5.000

Beter aanbesteden

  

0

295

295

     

NGF - project AiNed

28.589

 

28.589

4.460

33.049

     

NGF - project Nationaal Onderwijslab

6.032

 

6.032

‒ 48

5.984

     

NGF - project 6G Future Network Services

 

41.000

41.000

 

41.000

     
           

Opdrachten

48.733

0

48.733

‒ 9.760

38.973

‒ 487

‒ 371

‒ 139

2.301

50.597

Onderzoek&opdrachten

9.270

 

9.270

‒ 1.369

7.901

‒ 1.163

‒ 1.163

‒ 638

‒ 638

3.610

Beleidsvoorbereiding en evaluaties Veiligheid en Frequenties

3.646

 

3.646

222

3.868

676

792

499

2.939

5.068

Digital trust centre

6.739

 

6.739

‒ 982

5.757

    

7.875

Cyber security

11.500

 

11.500

‒ 2.755

8.745

    

12.901

ICT beleid

7.837

 

7.837

‒ 3.193

4.644

    

8.612

CSIRT - DSP

6.031

 

6.031

‒ 84

5.947

    

12.531

Nationaal Groeifonds

2111

 

2.111

 

2.111

     

Vervolgprogramma beter aanbesteden

1.599

 

1.599

‒ 1.599

0

     
           

Bijdrage aan agentschappen

61.907

0

61.907

12.160

74.067

0

0

0

0

65.995

Bijdrage RVO.nl

13.656

 

13.656

12.160

25.816

    

11.365

Bijdrage RDI

48.251

 

48.251

 

48.251

    

54.630

           

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

198.035

0

198.035

3.513

201.548

3.050

1.548

500

1.500

196.024

Bijdrage Metrologie

12.330

 

12.330

 

12.330

    

12.330

Raad voor de Accreditatie

1.326

 

1.326

260

1.586

90

   

467

Bijdrage ACM

848

 

848

 

848

    

848

Bijdrage aan het CBS

183.531

 

183.531

3.253

186.784

2.960

1.548

500

1.500

182.379

           

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

4.547

0

4.547

732

5.279

0

0

0

0

4.562

Bijdrage Nederlands Normalisatie Instituut

1.405

 

1.405

 

1.405

    

1.405

Bijdrage aan internationale organisaties

3.142

 

3.142

732

3.874

    

3.157

           

Ontvangsten

74.579

0

74.579

74

74.653

395

500

614

740

48.235

Ontvangsten ACM

162

 

162

 

162

    

162

Ontvangsten High Trust

40.200

 

40.200

 

40.200

    

44.700

Diverse ontvangsten

34.217

 

34.217

74

34.291

395

500

614

740

3373

Tabel 6 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2024 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2)

Vastgestelde begroting 2024 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Verplichtingen

365.226

61.000

426.226

59.026

485.252

401

‒ 1.101

‒ 2.044

‒ 1.044

326.084

waarvan garantieverplichtingen

          

waarvan overige verplichtingen

365.226

61.000

426.226

59.026

485.252

401

‒ 1.101

‒ 2.044

‒ 1.044

326.084

Budgetflexibiliteit

Het percentage juridisch verplicht en bestuurlijk gebonden is 99,1%. Dit is ongeveer 0,7% hoger dan bij de ontwerpbegroting 2024. Dit heeft te maken met reeds aangegane verplichtingen bij onder andere de onderzoeksbudgetten.

Toelichting

Verplichtingen

De verhoging van het verplichtingbudget met € 59,0 mln wordt voornamelijk veroorzaakt door de opgevraagde eindejaarsmarge van € 38,3 mln voor het NGF-project AiNed en een verplichtingenschuif van € 11,8 mln bij de Bemiddelingsdienst voor doven en slechthorenden. In 2024 wordt de verplichting voor de Bemiddelingsdienst voor doven en slechthorenden meerjarig aangegaan. Hiervoor dient het verplichtingbudget tot en met 2028 naar 2024 geschoven te worden.

Uitgaven

Bijdrage Baten-Lastendiensten

Bijdrage RVO.nl

Voor de opdracht aan RVO voor het jaar 2024 heeft er een overheveling van middelen plaatsgevonden, ter hoogte van € 12,2 mln. Deze middelen bestaan uit uitvoeringskosten van onder meer het Nationaal Groeifonds, het Programmbureau Cybersecurity Dcypher en de subsidieregeling Beter aanbesteden.

3.2 Beleidsartikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleid art. 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2024 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2)

Vastgestelde begroting 2024 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Verplichtingen

2.912.997

434.000

3.346.997

1.343.367

4.690.364

36.425

79.469

‒ 46.582

‒ 4.281

2.335.386

           

Uitgaven

2.268.712

88.700

2.357.412

795.799

3.153.211

‒ 17.435

201.419

21.732

52.391

1.279.553

           

Subsidies (regelingen)

1.097.061

78.700

1.175.761

672.125

1.847.886

‒ 13.677

85.149

25.324

41.077

241.901

MKB-Innovatiestimulering Topsectoren (MIT)

23.250

 

23.250

‒ 14.749

8.501

‒ 8.962

‒ 8.962

  

42.361

Eurostars

22.269

 

22.269

 

22.269

    

21.736

Bevorderen ondernemerschap

19.395

 

19.395

‒ 3.384

16.011

‒ 15

‒ 15

‒ 15

‒ 35

17.768

Cofinanciering EFRO

31.977

 

31.977

 

31.977

    

24.077

Bijdrage aan ROM's

11.049

4.000

15.049

 

15.049

    

11.049

Verduurzaming industrie

79.322

 

79.322

9.372

88.694

‒ 200

‒ 750

‒ 6.450

‒ 2.150

83.700

Startup beleid

12.136

 

12.136

‒ 4.682

7.454

‒ 835

1.965

1.155

  

Urgendamaatregelen Industrie

11.940

 

11.940

 

11.940

     

Invest-Nl

11.625

 

11.625

150

11.775

    

11.625

Tegemoetkoming vaste lasten

  

0

52.000

52.000

     

Europees Defensie Fonds cofinanciering

5.000

 

5.000

 

5.000

     

Tegemoetkoming vaste lasten Startersregeling

  

0

1.003

1.003

     

Infrastructuur duurzame industrie (PIDI)

  

0

1.150

1.150

4.098

    

Herstructurering winkelgebieden

16.388

 

16.388

‒ 989

15.399

    

6.038

R&D mobiliteitssectoren

33.100

 

33.100

 

33.100

     

SEG

  

0

6.900

6.900

     

NGF - project Groenvermogen van de Nederlandse economie

84.879

 

84.879

383.058

467.937

     

NGF - project Health-RI

12.000

 

12.000

 

12.000

     

NGF - project RegMed XB

10.649

 

10.649

‒ 4.950

5.699

     

NGF - project QuantumDeltaNL

127.818

 

127.818

‒ 1

127.817

     

NGF - project Oncode-PACT

49.963

 

49.963

20.958

70.921

     

NGF - project Circulaire Plastics

23.040

 

23.040

69.167

92.207

     

NGF - project NXTGEN HIGH TECH

78.220

 

78.220

14.825

93.045

     

NGF - project PhotonDelta

67.125

 

67.125

30.758

97.883

‒ 13.000

13.000

   

NGF - project Opschaling PPS beroepsonderwijs

39.189

 

39.189

2.994

42.183

     

NGF - project Biobased Circular

 

21.700

21.700

 

21.700

     

NGF - project Material Independence & Circular Batteries

 

53.000

53.000

5.359

58.359

6.921

17.968

9.658

  

Indirecte Kosten Compensatie ETS

  

0

186.000

186.000

     

IPCEI Cloudinfrastructuur en services

20.642

 

20.642

‒ 9.257

11.385

‒ 7.017

‒ 4.768

12.450

10.317

8.035

IPCEI Micro elektronica

143.088

 

143.088

‒ 105.072

38.016

‒ 67.454

85.198

24.606

47.150

15.290

Aanvullende tegemoetkoming evenementen

  

0

1.900

1.900

     

Investeringen Verduurzaming Industrie - Klimaatfonds

134.210

 

134.210

‒ 4.200

130.010

‒ 13.936

‒ 21.390

‒ 16.080

‒ 14.205

‒ 7.965

EuroHPC

10.193

 

10.193

 

10.193

     

EuroQCI

5.606

 

5.606

 

5.606

     

Tegemoetkoming Energiekosten

  

0

23.190

23.190

5.387

2.703

   

Qredits duurzaamheid

  

0

10.000

10.000

     

Brexit Adjustment Reserve

  

0

425

425

81.136

    

Ruimte voor economie / bedrijventerreinen

2.789

 

2.789

 

2.789

     

Overig

10.199

 

10.199

200

10.399

200

200

  

8.187

           

Leningen

30.000

0

30.000

0

30.000

0

0

0

0

0

Qredits

30.000

 

30.000

 

30.000

     

NGF project PhotonDelta leningen

  

0

 

0

     
           

Garanties

87.945

10.000

97.945

‒ 10.000

87.945

‒ 10.000

‒ 10.000

0

0

56.345

BMKB

42.228

 

42.228

 

42.228

    

35.628

Groeifaciliteit

8.972

 

8.972

 

8.972

    

8.972

Garantie Ondernemersfinanciering

11.745

 

11.745

 

11.745

    

11.745

Garantie Ondernemersfinanciering Corona

25.000

 

25.000

‒ 10.000

15.000

‒ 10.000

‒ 10.000

   

MKB Financiering

 

10.000

10.000

 

10.000

     
           

Opdrachten

23.052

0

23.052

1.329

24.381

22.606

32.281

22.106

11.706

9.338

Onderzoek en opdrachten

6.170

 

6.170

‒ 325

5.845

    

4.432

Caribisch Nederland

847

 

847

‒ 57

790

‒ 47

‒ 47

‒ 47

‒ 47

774

Regeldruk

2.450

 

2.450

‒ 114

2.336

‒ 114

‒ 114

‒ 114

‒ 114

2.450

Budget Samenwerking regio

815

 

815

400

1.215

    

665

Small Business Innovation Research

150

 

150

 

150

     

Stikstofaanpask piekbelasters industrie

11.500

 

11.500

1.725

13.225

21.750

31.425

21.250

10.850

 

Verduurzaming industrie

1.120

 

1.120

‒ 300

820

1.017

1.017

1.017

1.017

1.017

           

Bijdrage aan agentschappen

122.915

0

122.915

50.939

173.854

1.367

1.170

380

380

101.003

Bijdrage RVO.nl

122.170

 

122.170

50.939

173.109

1.367

1.170

380

380

100.258

Bijdrage RDI

745

 

745

 

745

    

745

           

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

380.925

0

380.925

30.218

411.143

18.908

18.159

14.038

11.438

358.877

Bijdrage aan TNO

209.862

 

209.862

14.962

224.824

5.083

4.121

0

0

191.390

Kamer van Koophandel

142.917

 

142.917

15.256

158.173

13.825

14.038

14.038

11.438

139.796

Bijdrage aan NWO-TTW

28.146

 

28.146

 

28.146

    

27.691

           

Bijdrage aan medeoverheden

20.386

0

20.386

11.949

32.335

8.962

8.962

0

0

0

MKB Innovatiestimulering Topsectoren (MIT)

20.386

 

20.386

11.949

32.335

8.962

8.962

   
           

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

506.428

0

506.428

39.239

545.667

‒ 45.601

65.698

‒ 40.116

‒ 12.210

512.089

Internationaal Innoveren

55.539

 

55.539

 

55.539

    

75.536

PPS toeslag

200.686

 

200.686

‒ 4.775

195.911

    

187.161

TO2 (excl. TNO)

60.234

 

60.234

1.530

61.764

    

58.912

Topsectoren overig

13.796

 

13.796

‒ 1.502

12.294

‒ 670

‒ 528

‒ 528

‒ 80.907

25.204

Ruimtevaart (ESA)

83.719

 

83.719

‒ 345

83.374

    

80.668

Bijdrage NBTC

10.169

 

10.169

35

10.204

35

35

35

35

9.204

Overige bijdragen aan organisaties

6.061

 

6.061

371

6.432

    

6.061

Economische ontwikkeling en technologie

5.514

 

5.514

 

5.514

    

10.868

EU-cofinanciering JTF

17.730

 

17.730

 

17.730

    

156

Faciliteiten toegepast onderzoek TO2 en RKI

43.250

 

43.250

43.925

87.175

‒ 44.966

66.191

‒ 39.623

68.662

58.319

NGF project NXTGEN Ruimtevaart

9.730

 

9.730

 

9.730

     
           

Ontvangsten

258.597

10.000

268.597

36.938

305.535

34.916

32.854

8.042

0

117.489

Luchtvaartkredietfaciliteit

863

 

863

 

863

     

Rijksoctrooiwet

45.966

 

45.966

 

45.966

    

47.666

Eurostars

4.250

 

4.250

 

4.250

    

4.000

F-35

10.576

 

10.576

 

10.576

    

10.576

Diverse ontvangsten

1.242

10.000

11.242

‒ 10.000

1.242

    

1.247

Bedrijfssteun

41.700

 

41.700

 

41.700

     

Tegemoetkoming vaste lasten

  

0

100.000

100.000

     

BMKB

33.000

 

33.000

 

33.000

    

33.000

BMKB groen

  

0

 

0

     

Groeifaciliteit

8.000

 

8.000

 

8.000

    

8.000

Garantie Ondernemingsfinanciering

13.000

 

13.000

 

13.000

    

13.000

Onttrekking reserve Garantie Ondernemingsfinanciering

0

 

0

20.750

20.750

     

Tegemoetkoming Energiekosten

100.000

 

100.000

‒ 73.812

26.188

34.916

32.854

8.042

  

Brexit Adjustment Reserve

  

0

 

0

     
Tabel 8 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2024 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2)

Vastgestelde begroting 2024 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Verplichtingen

2.912.997

434.000

3.346.997

1.343.367

4.690.364

36.425

79.469

‒ 46.582

‒ 4.281

2.335.386

waarvan garantieverplichtingen

1.250.000

10.000

1.260.000

25.000

1.285.000

    

1.250.000

waarvan overige verplichtingen

1.662.997

424.000

2.086.997

1.318.367

3.405.364

36.425

79.469

‒ 46.582

‒ 4.281

1.085.386

Budgetflexibiliteit

De budgetflexibiliteit naar aanleiding van de wijzigingen uit de 1e suppletoire begroting is ongeveer 46%. Dit betekent dat 54% van het beschikbare kasbudget juridisch verplicht is. Van de 46% van de flexibele budgetten is 35% bestuurlijk gebonden. Dit betreft onder andere budgetten voor NGF-projecten. De resterende 10% is beleidsmatig gereserveerd.

Vergeleken met de stand uit de Ontwerpbegroting 2024 is het percentage juridisch verplicht gedaald met 5%. Dit komt onder andere door de toekenning van middelen voor twee nieuwe NGF-projecten via een Nota van Wijziging op de Ontwerpbegroting 2024 en aanvullende budgetten voor de afwikkeling van coronamaatregelen. Hierdoor is ook het percentage van bestuurlijk gebonden budgetten gestegen van 20% bij de Ontwerpbegroting naar 35%. Het percentage voor de beleidsmatig gereserveerde budgetten is met 11% gedaald ten opzichte van de Ontwerpbegroting 2024.

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget in 2024 is opgehoogd met 1,34 mld. Dit is het saldo van met name de volgende mutaties:

  • Voor de volgende NGF-projecten wordt het verplichtingenbudget dat in 2023 niet is besteed weer beschikbaar gesteld voor dezelfde doelen en uitgaven via de eindejaarsmarge over 2023. Hierdoor is het verplichtingenbudget voor de NGF-projecten Groenvermogen (€ 327,3 mln), Circulaire Plastics (€ 84,2 mln), NXTGEN HIGH TECH (€ 29,7 mln), PhotonDelta (€ 40,8 mln), en Opschaling PPS beroepsonderwijs (€ 17,1 mln) opgehoogd.

  • Voor de verlenging van de Indirectie Kosten Compensatie ETS is € 186 mln verplichtingen budget toegevoegd. Vanwege de gestegen energiekosten en ten behoeve van een level playing field voor de energie-intensieve industrie wordt de subsidieregeling voor compensatie van bedrijven voor hun Indirecte ETS kosten (IKC-ETS) wederom voor één jaar opengesteld. Deze regeling zal in 2024 worden opengesteld en compensatie uitkeren over de indirecte kosten in 2023.

  • Voor de Klimaatfondsmiddelen voor de Verduurzaming Industrie is de Eindejaarsmarge over 2023 toegevoegd aan het budget van 2024 van in totaal € 107,5 mln. Hiernaast wordt er € 30 mln aan verplichtingenbudget afgeboekt ten behoeve van de dekking voor de beschikking aan Yara uit 2023 voor het CCS-project in het kader van de bredere Maatwerkaanpak Industrie. Per saldo wordt het verplichtingenbudget voor dit instrument daarom opgehoogd met € 75,2 mln.

  • Voor een aantal specifieke (bovenwettelijke) stikstofmaatregelen op het gebied van industrie, bouw en mobiliteit is er in totaal € 87 mln beschikbaar gesteld vanuit LNV. Specifiek voor de industrie wordt hier invulling aangegeven middels de Stikstofaanpak Piekbelasters Industrie. Een groot gedeelte van deze middelen (€ 67 mln) wordt ingezet voor een bredere en algemene aanpak, namelijk de Aanpak Piekbelasters Industrie (API). Hiermee is de bedoeling dat middels een specifieke biedingsprocedure projecten worden uitgevoerd voor het reduceren van ammoniakemissies. Een ander deel (€ 20 mln) wordt nu al ingezet voor een specifieke bovenwettelijk stikstofreductiemaatregel in de ammoniakemissies.

  • Het verplichtingenbudget voor de Brexit Adjustment Reserve is in 2025 opgehoogd met per saldo € 81,1 mln. Dit betreft onder andere een overheveling van LNV van niet bestede middelen bij LNV van in totaal € 63 mln, het opvragen van de Eindejaarsmarge over 2023 van € 9,7 mln, en het opvragen van de resterende middelen op de Aanvullende Post bij Financiën voor de uitvoeringskosten omtrent de BAR van € 8,4 mln. In 2025 zal naar verwachting de verrekening met de EU plaatsvinden via EZK als coördinerend departement.

  • Voor de Tegemoetkoming vaste lasten (TVL) is het verplichtingenbudget opgehoogd met € 49 mln in 2024 om te kunnen voldoen aan nog lopende bezwaar- en beroepzaken.

  • Het verplichtingenbudget voor Qredits is met € 25 mln verhoogd binnen het garantie-instrument MKB Financiering. De afgelopen 15 jaar heeft Qredits zich ontwikkeld tot een professionele kredietverstrekker voor starters en kleine ondernemers in Nederland, een doelgroep die minder toegang heeft tot financiering. Om aan de krediet aanvraag van het micro- en kleinbedrijf te blijven voldoen heeft Qredits het voornemen om een nieuwe lening van € 50 mln op te halen bij de Europese Investeringsbank (EIB). De Staat zal voor 50% garant staan voor deze lening nadat het toetsingskader is goedgekeurd door de Ministerraad. Met deze nieuwe garantie blijft het garant gestelde bedrag onder het eerder vastgestelde garantieplafond van € 130 mln.

  • Voor de Tegemoetkoming Energiekosten (TEK) is er een ramingsbijstelling geweest. Het verplichtingenbudget is met € 19,8 mln opgehoogd. In 2024 wordt de TEK subsidie vastgesteld op basis van de 2023 energieprijzen. Ondernemers hadden op basis van de TEK, in afwachting van de vaststelling, recht op een voorschot van 35% van de maximale subsidie. De verwachting is dat de komende jaren nog kosten gemaakt worden voor nabetalingen onder andere ten aanzien van de vaststelling en uitvoeringskosten van de RVO.

  • Het verplichtingenbudget voor de Rijksbijdrage aan TNO is opgehoogd met € 14,5 mln. Dit als gevolg van aanvullende onderzoeksvragen en -opdrachten vanuit verschillende departementen welke TNO uitvoert.

  • Vanuit het Klimaatfonds is € 10 mln beschikbaar gesteld voor een rentesubsidie voor duurzaamheidsleningen tot max. € 50.000 voor het klein mkb ter stimulering van verduurzaming en energiebesparing. Met deze subsidie kan Qredits duurzaamheidsleningen aanbieden met een lage rente in lijn met het amendement 15 De Jong en Aartsen op de EZK Ontwerpbegroting 2024.

Uitgaven

Subsidies

MKB-Innovatiestimulering Topsectoren (MIT)

De MIT-regeling kent een centraal, en een decentraal deel. Het decentrale deel wordt uitgevoerd door de provincies. Het Rijk hevelt hiervoor middelen over aan de provincies middels een specifieke uitkering (SPUK). De uitbetaling van deze SPUK gebeurt vanaf het instrument MKB-Innovatiestimulering Topsectoren (MIT) onder de categorie 'Bijdragen aan medeoverheden'.

Tegemoetkoming vaste lasten

Betreft een bijgestelde raming van € 52 mln voor de Tegemoetkoming vaste lasten (TVL) om te voldoen aan lopende beroep- en bezwaarzaken die nog gegrond verklaard kunnen worden. De berekening voor deze aanvullende middelen is gebaseerd op de reeds afgewikkelde beroep- en bezwaarzaken, waarvan 46% gegrond is verklaard.

NGF-project Groenvermogen van de Nederlandse economie

Voor het NGF-project Groenvermogen zijn alle niet bestede middelen uit 2023 (€ 284,3 mln) toegevoegd aan het budget voor 2024 via de specifieke eindejaarsmarge die voor alle NGF-projecten geldt. Ook is er een toekenning van € 99 mln uit het Nationaal Groeifonds overgeheveld vanuit de NGF-begroting. Tevens worden de uitvoeringskosten (€ 0,2 mln) voor dit NGF-project naar het RVO-instrument overgeheveld. Per saldo wordt hierdoor het kasbudget voor 2024 opgehoogd met € 383,1 mln.

NGF-project Oncode-PACT

Voor het NGF-project Oncode-PACT zijn alle niet bestede middelen uit 2023 (€ 20,9 mln) toegevoegd aan het budget voor 2024 via de specifieke eindejaarsmarge die voor alle NGF-projecten geldt.

NGF-project Circulaire Plastics

Voor het NGF-project Circulaire Plastics zijn alle niet bestede middelen uit 2023 (€ 69,2 mln) toegevoegd aan het budget voor 2024 via de specifieke eindejaarsmarge die voor alle NGF-projecten geldt.

NGF-project NXTGEN HIGH TECH

Voor het NGF-project NXTGEN HIGH TECH zijn alle niet bestede middelen uit 2023 (€ 14,8 mln) toegevoegd aan het budget voor 2024 via de specifieke eindejaarsmarge die voor alle NGF-projecten geldt.

NGF-project PhotonDelta

Voor het NGF-project PhotonDelta zijn alle niet bestede middelen uit 2023 (€ 30,7 mln) toegevoegd aan het budget voor 2024 via de specifieke eindejaarsmarge die voor alle NGF-projecten geldt.

Indirectie Kosten Compensatie ETS

Vanwege de gestegen energiekosten en ten behoeve van een level playing field voor de energie-intensieve industrie wordt de subsidieregeling voor compensatie van bedrijven voor hun Indirecte ETS kosten (IKC-ETS) wederom voor één jaar opengesteld. Deze regeling zal in 2024 worden opengesteld en compensatie uitkeren over de indirecte kosten in 2023. Dekking voor deze regeling in 2024 is gevonden binnen de subsidie Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE).

Verduurzaming industrie

Dit betreft het saldo van verschillende begrotingsmutaties op instrumenten voor de Verduurzaming van de Industrie waaronder toevoeging van een bedrag van € 9 mln voor verduurzaming MKB (voortzetting SVM). Een overheveling naar het Provinciefonds voor de uitbreiding van de expertpool vergunningen bij de omgevingsdienst in het kader van de Maatwerkaanpak (€ 5,8 mln), uit het Klimaatfonds zijn middelen vrijgemaakt voor Biobased Bouwen (€ 4,2 mln). Verder betreft het overheveling van budget voor de DEI+ regeling (€ 40 mln) naar artikel 4 van de EZK-begroting en middelen voor de uitvoering van TSE-haalbaarheidsstudies en de overboeking van budget voor uitvoeringskosten RVO (€ 5,1 mln).

IPCEI Cloudinfrastructuur en services

Voor het project IPCEI Cloudinfrastructuur en services (CIS) is het kas- en verplichtingenritme aangepast. De beschikking is in 2023 afgegeven en de uitfinanciering is recent gestart na afronding van het vertraagde (pre-)notificatietraject van de Europese Commissie. Het ritme is aangepast op basis van de verwachte uitfinancieringsperiode, welke langer doorloopt dan initieel geraamd.

IPCEI Micro elektronica

Voor het project IPCEI Micro elektronica (ME2) is het kas- en verplichtingenritme aangepast. De uitfinanciering is recent gestart na afronding van het vertraagde (pre-)notificatietraject van de Europese Commissie. Het ritme is aangepast op basis van de verwachte uitfinancieringsperiode, welke langer doorloopt dan initieel geraamd.

Tegemoetkoming Energiekosten

In 2024 wordt de Tegemoetkoming Energiekosten (TEK) subsidie vastgesteld op basis van de energieprijzen uit 2023. Ondernemers hadden op basis van de TEK, in afwachting van de vaststelling, recht op een voorschot van 35% van de maximale subsidie. De verwachting is dat de komende jaren nog kosten gemaakt worden voor nabetalingen onder andere ten aanzien van de vaststelling en uitvoeringskosten van RVO.

Brexit Adjustment Reserve

Voor de Brexit Adjustment Reserve (BAR) wordt er per saldo € 81,1 mln toegevoegd in 2025. Dit betreft onder andere een overheveling van LNV van niet bestede middelen bij LNV van in totaal € 63 mln, het opvragen van de Eindejaarsmarge over 2023 van € 9,7 mln, en het opvragen van de resterende middelen op de Aanvullende Post bij Financiën voor de uitvoeringskosten omtrent de BAR van € 8,4 mln. Deze middelen zijn benodigd voor de afrekening met de EU welke naar verwachting in 2025 plaats zal vinden, hierom worden deze middelen volgens de begrotingssystematiek opgevraagd in 2024 en vervolgens met een kasschuif doorgeschoven naar 2025.

Qredits duurzaamheid

Vanuit het klimaatfonds is € 10 mln rentesubsidie beschikbaar gesteld voor duurzaamheidsleningen tot max. € 50.000 voor het klein mkb ter stimulering van verduurzaming en energiebesparing. Met deze subsidie kan Qredits duurzaamheidsleningen aanbieden met een lage rente. Bovenstaande is in lijn met het amendement 15 De Jong en Aartsen dat aangenomen is tijdens de begrotingsbehandeling van de Ontwerpbegroting 2024 van EZK.

Garanties

Garantie Ondernemersfinanciering Corona

De Garantie Ondernemersfinancirieng Corona (GO-C) is reeds per 1 juli 2022 gesloten voor nieuwe aanvragen. Het aantal aanvragen was lager dan in eerste instantie verwacht. Hierdoor zijn er minder schade uitbetalingen de komenden jaren en wordt daarom het budget met in totaal € 30 mln verlaagd over de jaren 2024, 2025 en 2026.

Opdrachten

Stikstofaanpak piekbelasters industrie

Voor een aantal specifieke (bovenwettelijke) stikstofmaatregelen op het gebied van industrie, bouw en mobiliteit is er in totaal € 87 mln beschikbaar gesteld vanuit LNV, verdeeld over de jaren 2024 tot en met 2028. Specifiek voor de industrie wordt hier invulling aangegeven middels de Stikstofaanpak Piekbelasters Industrie. Een groot gedeelte van deze middelen (totaal 67 mln) wordt ingezet voor een bredere en algemene aanpak, namelijk de Aanpak Piekbelasters Industrie (API). Hiermee is de bedoeling dat middels een specifieke biedingsprocedure projecten worden uitgevoerd voor het reduceren van ammoniakemissies. Daarnaast wordt € 20 mln ingezet voor een specifieke bovenwettelijk stikstofreductiemaatregel in de ammoniakemissies. Gezamenlijk maakt dit dat met deze middelen er vanuit de industrie ook een bijdrage wordt geleverd aan de stikstofproblematiek.

Bijdrage aan agentschappen

Bijdrage RVO.nl

Dit betreft het ter beschikking stellen van middelen voor de jaarlijkse RVO-opdracht van DG Bedrijfsleven & Innovatie in 2024. Zowel beleidsmiddelen, als HGIS-middelen (via NFIA).

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Bijdrage aan TNO

Voor TNO is het kasbudget voor de jaren 2024 tot en met 2029 opgehoogd als gevolg van aanvullende onderzoeksvragen en -projecten welke TNO uitvoert. Hiervoor hebben verschillende departementen budget overgeheveld naar de EZK-begroting. Voor 2024 wordt het kasbudget opgehoogd met € 14,9 mln.

Kamer van Koophandel

Het budget van de Kamer van Koophandel wordt verhoogd met € 15,3 mln in verband met verschillende opdrachten in het kader van Werk aan Uitvoering (WaU), een bijdrage vanuit de VNG voor het gebruik van de gegevens uit het Handelsregister en diverse bijdrages voor het UBO-register, de digitaliseringsrichtlijn, mobiliteitsrichtlijn en kosten van het CBS.

Bijdrage aan medeoverheden

MKB-innovatiestimulering Topsectoren (MIT)

De MIT-regeling kent een centraal, en een decentraal deel. Het decentrale deel wordt uitgevoerd door de provincies. Het Rijk hevelt hiervoor middelen over aan de provincies middels een specifieke uitkering (SPUK). De overheveling van het budget voor het decentrale deel gebeurt vanaf dit instrument.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Topsectoren overig

In de jaren 2028 en 2029 wordt er € 81,3 mln overgeheveld van het instrument Innovatieprogramma's algemeen naar het instrument voor Faciliteiten Toegepast Onderzoek (FTO). Deze middelen zijn in 2021 initieel tijdelijk op «Topsectoren overig» gezet en zijn in 2022 overgeheveld naar het FTO instrument. Het restant van de middelen in 2028 en 2029, welke buiten de meerjarenperiode van de begroting 2022 vielen, wordt hiermee op het juiste instrument geplaatst. Hiernaast vinden er een aantal kleinere mutaties plaats voor onder andere de POA-bijdragen aan de Topsectoren.

Faciliteiten toegepast onderzoek TO2 en RKI

Voor de Faciliteiten Toegepast Onderzoek is er in de jaren 2028 en 2029 € 81,3 mln overgeheveld vanaf het instrument Innovatieprogramma's algemeen (zie ook Topsectoren overig). Hiernaast heeft er voor de middelen van de FTO een kas- en verplichtingenschuif plaatsgevonden. De kasmiddelen zijn in het juiste ritme gezet voor de uitfinanciering van de 1e ronde van de FTO, welke eind 2023 bekend is geworden.

Ontvangsten

Diverse ontvangsten

Het ontvangstenbudget wordt met € 10 mln naar beneden bijgesteld als gevolg van een correctie op een boeking naar aanleiding van Amendement 364140-XIII nr. 15.

Tegemoetkoming vaste lasten

Betreft een bijgestelde ontvangstenraming van € 100 mln voor de Tegemoetkoming vaste lasten (TVL). Naar verwachting zal er meer worden ontvangen dan initieel geraamd op basis van nog de lopende bezwaar- en beroepzaken.

Tegemoetkoming Energiekosten

Doordat de energieprijzen lager uitvielen dan verwacht blijkt dat bij veel bedrijven een (deel) van de Tegemoetkoming Energiekosten (TEK) subsidie voorschot terugbetaald dient te worden. De RVO hanteert ruime terugbetalingsmogelijkgheden van twee tot drie jaar, daanaast zijn maatwerkafspraken mogelijk. De ontvangstenraming is hierop aangepast.

Toelichting op de Begrotingsreserves

De begrotingsreserves zijn bedoeld om inkomsten uit premies en uitgaven voor schades, die over de jaren kunnen fluctueren, te verevenen. De reserve dient als buffer voor uitgaven door EZK in geval bedrijven niet aan hun terugbetalingsverplichtingen kunnen voldoen inzake leningen bij financieringsinstellingen waarop EZK een borgstelling heeft afgegeven.

Er zijn begrotingsreserves voor de Borgstelling mkb-kredieten (BMKB, inclusief BMKB-C), de BMKB groen, de Garantie Ondernemings-financiering (GO, inclusief de GO-C), de Groeifaciliteit (GF), de Garantie MKB-financiering en Klein Krediet Corona (KKC). De GO, GF, KKC en Garanties MKB-financiering betreffen kostendekkende garanties, waarvan de te realiseren premieontvangsten naar verwachting toereikend zijn voor het afdekken van eventuele verliesdeclaraties. Ultimo 2024 wordt op basis van de gerealiseerde ontvangsten en uitgaven vastgesteld of een onttrekking of storting dient plaats te vinden.

Tabel 9 Begrotingsreserve Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) (bedragen x € 1 mln)

Stand 1/1/2024

234,0

+ Geraamde storting

 

– Geraamde onttrekking

 

Stand (raming) per 31/12/2024

234,0

De begrotingsreserve van de BMKB bestaat uit een begrotingsreserve voor de reguliere BMKB en de BMKB-C. Vooralsnog is geen storting in de reserve BMKB geraamd. Aan het eind van 2024 zal op basis van de gerealiseerde ontvangsten en de schadedeclaraties de storting of onttrekking aan de reserve BMKB worden vastgesteld.

Tabel 10 Begrotingsreserve Borgstelling MKB-kredieten groen (BMKB groen) (bedragen x € 1 mln)

Stand 1/1/2024

13,1

+ Geraamde storting

 

– Geraamde onttrekking

 

Stand (raming) per 31/12/2024

13,1

De begrotingsreserve van de BMKB groen is in 2022 aangemaakt als aparte reserve voor het groene luik onder de BMKB. Vooralsnog is geen storting in de reserve BMKB groen geraamd. Aan het eind van 2024 zal op basis van de gerealiseerde ontvangsten en de schadedeclaraties de storting of onttrekking aan de reserve BMKB groen worden vastgesteld.

Tabel 11 Begrotingsreserve Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) (bedragen x € 1 mln)

Stand 1/1/2024

232,0

+ Geraamde storting

 

– Geraamde onttrekking

‒ 20,8

Stand (raming) per 31/12/2024

211,2

De begrotingsreserve van de GO bestaat uit een begrotingsreserve voor de reguliere GO en de GO-C. De regeling is gesloten voor nieuwe aanvragen en de openstaande garanties zijn afgenomen. Daarom is er in 2024 een onttrekking geraamd van € 20,8 mln. Aan het eind van 2024 zal op basis van de gerealiseerde ontvangsten en de schadedeclaraties de storting of onttrekking aan de reserve GO worden vastgesteld.

Tabel 12 Begrotingsreserve Groeifaciliteit (bedragen x € 1 mln)

Stand 1/1/2024

64,1

+ Geraamde storting

 

– Geraamde onttrekking

 

Stand (raming) per 31/12/2024

64,1

Vooralsnog is geen storting in de reserve Groeifaciliteit geraamd. Aan het eind van 2024 zal op basis van de gerealiseerde ontvangsten en de schadedeclaraties de storting of onttrekking aan de reserve Groeifaciliteit worden vastgesteld.

Tabel 13 Begrotingsreserve Garantie MKB-financiering (bedragen x € 1 mln)

Stand 1/1/2024

22,5

+ Geraamde storting

 

– Geraamde onttrekking

 

Stand (raming) per 31/12/2024

22,5

Vooralsnog is geen storting in de reserve Garantie MKB-financiering geraamd. Aan het eind van 2024 zal op basis van de gerealiseerde ontvangsten en de schadedeclaraties de storting of onttrekking aan de reserve Garantie MKB-financiering worden vastgesteld.

Tabel 14 Begrotingsreserve Klein Krediet Corona (bedragen x € 1 mln)

Stand 1/1/2024

15,1

+ Geraamde storting

 

– Geraamde onttrekking

 

Stand (raming) per 31/12/2024

15,1

Vooralsnog is geen storting in de reserve Klein Krediet Corona (KKC) geraamd. Aan het eind van 2024 zal op basis van de gerealiseerde ontvangsten en de schadedeclaraties de storting of onttrekking aan de reserve KKC worden vastgesteld.

3.3 Beleidsartikel 3 Toekomstfonds

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 15 Budgettaire gevolgen van beleid art. 3 Toekomstfonds (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2024 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2)

Vastgestelde begroting 2024 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Verplichtingen

219.039

‒ 4.000

215.039

272.144

487.183

0

0

0

0

165.689

           

Uitgaven

282.206

‒ 4.000

278.206

436.880

715.086

0

0

0

0

153.378

           

Subsidies (regelingen)

3.169

0

3.169

1.424

4.593

0

0

0

0

0

Smart Industry (subsidie)

  

0

420

420

     

Thematisch Technology Transfer

3.169

 

3.169

1.004

4.173

     
           

Leningen

269.485

‒ 4.000

265.485

424.777

690.262

0

0

0

0

143.864

Startups / MKB financiering

          

Volledig revolverend

          

Fund to Fund

13.101

 

13.101

71.763

84.864

    

23.000

ROM's

  

0

13.849

13.849

     

Dutch Future Fund

6.000

 

6.000

6.584

12.584

     

Deep Tech Fund

25.000

 

25.000

25.000

50.000

     

Fonds Alternatieve Financiering

10.000

 

10.000

15.907

25.907

     

Economische Veiligheid Fonds

50.000

 

50.000

50.000

100.000

     

European Tech Champions Initiative (ETCI)

  

0

78.100

78.100

     

Deels revolverend

  

0

 

0

     

Innovatiekrediet

58.689

 

58.689

62.045

120.734

    

57.689

Risicokapitaal SEED

61.253

 

61.253

42.805

104.058

    

44.086

Vroege fase / informal investors

31.597

‒ 4.000

27.597

29.638

57.235

    

14.597

Start ups / MKB

825

 

825

 

825

    

492

Q4C

  

0

9.689

9.689

     

Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek

          

Met vermogensbehoud

          

Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek

  

0

5.893

5.893

     

Onco research

630

 

630

8.096

8.726

    

2.500

Smart Industry (leningen)

  

0

279

279

     

Thematische Technology Transfer

4.390

 

4.390

5.129

9.519

     

RegMed XB

8.000

 

8.000

 

8.000

    

1.500

           

Bijdrage aan agentschappen

9.552

0

9.552

10.679

20.231

0

0

0

0

9.514

Bijdrage RVO.nl

9.552

 

9.552

10.679

20.231

    

9.514

           

Ontvangsten

80.300

0

80.300

69.600

149.900

0

0

0

0

56.300

ROM's

30.000

 

30.000

 

30.000

     

Fund to Fund

15.000

 

15.000

65.550

80.550

    

6.000

DVI II

5.000

 

5.000

4.050

9.050

    

17.000

Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek

  

0

 

0

     

Thematische Technology Transfer

  

0

 

0

     

Innovatiekredieten

20.000

 

20.000

 

20.000

    

23.000

SEED

10.300

 

10.300

 

10.300

    

10.300

Ontvangsten VFF

  

0

 

0

     
Tabel 16 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2024 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2)

Vastgestelde begroting 2024 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Verplichtingen

219.039

‒ 4.000

215.039

272.144

487.183

0

0

0

0

165.689

waarvan garantieverplichtingen

          

waarvan overige verplichtingen

219.039

‒ 4.000

215.039

272.144

487.183

    

165.689

Budgetflexibiliteit

De budgetflexibiliteit naar aanleiding van de wijzigingen uit de 1e suppletoire begroting is ongeveer 44%. Dit betekent dat 56% van het beschikbare kasbudget juridisch verplicht is. Van de 44% van de flexibele budgetten is 17% bestuurlijk gebonden. De resterende 27% is beleidsmatig gereserveerd.

Vergeleken met de stand uit de Ontwerpbegroting 2024 is het percentage juridisch verplicht gestegen met 15%. Dit komt onder andere door het volledig aangaan van de verplichtingen voor de Nederlandse bijdrage aan het European Tech Champions Initiative (ETCI) van € 100 mln. Hierdoor is ook het percentage van bestuurlijk gebonden budgetten gedaald van 33% bij de Ontwerpbegroting naar 17%. Het percentage voor de beleidsmatig gereserveerde budgetten is met 1% gestegen ten opzichte van de Ontwerpbegroting 2024.

Toelichting

Verplichtingen

Voor alle instrumenten op het Toekomstfonds is er bij de 1e suppletoire begroting de eindejaarsmarge over 2023 toegevoegd. Voor het Toekomstfonds geldt een 100% eindejaarsmarge, wat betekend dat alle niet-bestede middelen uit het voorgaande begrotingsjaar mee worden genomen naar het nieuwe begrotingsjaar. Als gevolg hier van wordt het verplichtingenbudget in 2024 met € 272,1 mln verhoogd. Dit betreft onder andere het verplichtingenbudget voor het Innovatiekrediet (€ 133,9 mln), Economische Veiligheidsfonds (€ 50,0 mln), Vroegefasefinanciering (€ 18,4 mln), Fund to Fund (€ 14,0 mln), SEED (€ 13,6 mln), ROM's (€ 10,0 mln), Bijdrage aan RVO (€ 10,7 mln), Q4C (€ 9,7 mln) en Thematische Technology Transfer (€ 6,9 mln).

Ter vermindering van de jaarlijkse onderuitputting, van zowel het kas- als verplichtingenbudget, worden alle ramingen op het Toekomstfonds geactualiseerd in overleg met het Ministerie van Financiën. De begrotingstechnische verwerking hiervan is voorzien bij de Miljoenennota.

Uitgaven

Leningen

Fund to fund

Het budget voor het Dutch Venture Initiative (DVI) en Dutch Venture Initiative II (DVI II) in 2024 is opgehoogd met € 71,7 mln als gevolg van minder capital calls dan geraamd in 2023. Deze middelen zijn toegevoegd via de specifieke eindejaarsmarge die voor alle instrumenten op het Toekomstfonds geldt.

ROM's

Voor de kapitaalverstrekking aan de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM's) is het budget met € 13,8 mln opgehoogd via de specifieke eindejaarsmarge die voor alle instrumenten op het Toekomstfonds geldt. Het gaat hierbij om middelen die in 2023 niet zijn besteed doordat er minder stortingen aan de ROM's hebben plaatsgevonden dan verwacht. Deze middelen zijn bestuurlijk gebonden middels toezeggingen aan de ROM's en de Provincies en zullen in de komende jaren tot uitbetaling komen.

Dutch Future Fund

Voor het Dutch Future Fund is € 6,6 mln aan de begroting 2024 toegevoegd via de specifieke eindejaarsmarge die voor alle instrumenten op het Toekomstfonds geldt. Het gaat hierbij om middelen die in 2023 niet zijn besteed doordat er minder capital calls waren dan geraamd.

Deep Tech Fund

Voor het Deep Tech Fund is € 25,0 mln aan de begroting 2024 toegevoegd via de specifieke eindejaarsmarge die voor alle instrumenten op het Toekomstfonds geldt. Het gaat hierbij om middelen die in 2023 niet zijn besteed doordat er minder capital calls waren dan geraamd.

Fonds Alternatieve Financiering

Voor het Fonds Alternatieve Financiering is € 15,9 mln aan de begroting 2024 toegevoegd via de specifieke eindejaarsmarge die voor alle instrumenten op het Toekomstfonds geldt. Het gaat hierbij om middelen die in 2023 niet zijn besteed doordat er minder capital calls waren dan geraamd.

Economische Veiligheid Fonds

Voor de middelen die halverwege 2023 beschikbaar zijn gesteld voor de Beschermingsvoorziening Economische Veiligheid (BEV) is de uitwerking van de eerste tranche van € 50,0 mln niet afgerond, waardoor deze nog niet is beschikt aan InvestNL. Deze middelen zijn aan de begroting 2024 toegevoegd via de specifieke eindejaarsmarge die voor alle instrumenten op het Toekomstfonds geldt. In 2024 zal het volledig beschikbaar gestelde bedrag voor de BEV van € 100 mln worden beschikt aan InvestNL.

European Tech Champions Initiative (ETCI)

Het European Tech Champions Initiative (ETCI) is een nieuw Europees fonds dat belegd is bij het Europees Investeringsfonds (EIF). Nederland neemt sinds 2023 deel aan ETCI voor in totaal € 100 mln. Uitbetalingen aan ETCI vinden plaats op basis van capitall calls, in 2023 heeft de eerste capital call en uitbetaling plaatsgevonden. Het resterende bedrag uit 2023 (€ 78,1 mln) is via de specifieke eindejaarsmarge die voor alle instrumenten op het Toekomstfonds geldt toegevoegd aan de begroting 2024.

Innovatiekrediet

Op het budget van Innovatiekrediet is via de specifieke eindejaarsmarge die voor alle instrumenten op het Toekomstfonds geldt € 62,0 mln toegevoegd. Dit onder andere door een meevaller op de ontvangsten van het Innovatiekrediet aan het eind van vorig jaar welke via de revolverende systematiek van het Toekomstfonds wordt toegevoegd aan het budget voor 2024.

Risicokapitaal SEED

Voor de Seed Capital en Seed Business Angels is € 42,8 mln aan de begroting 2024 toegevoegd via de specifieke eindejaarsmarge die voor alle instrumenten op het Toekomstfonds geldt. Deze niet bestede middelen uit 2023 zijn lastig te ramen doordat de aangegane verplichtingen over een lange tijdsperiode kunnen worden uitbetaald (minimaal 12 jaar).

Vroegefasefinanciering

Voor de regeling Vroegefasefinanciering (VFF) is € 29,6 mln aan de begroting 2024 toegevoegd via de specifieke eindejaarsmarge die voor alle instrumenten op het Toekomstfonds geldt. Deze niet bestede middelen uit 2023 zijn ontstaan doordat het aantal aanvragen door bedrijven in het nationale luik en provincies in het regionale luik lager uitviellen dan verwacht.

Q4C

Op het budget van Q4C is € 9,7 mln toegevoegd via de specifieke eindejaarsmarge die voor alle instrumenten op het Toekomstfonds geldt. De onderuitputting is ontstaan door vertraging in de invulling van het advies van het Comité voor Ondernemerschap over de solvabiliteitspositie van het MKB. In 2024 dient nog de dekking voor het amendement van Strien uit de middelen voor Q4C te worden gehaald á 4 mln welke ten tijde van het indienen van het amendement tijdelijk uit de Vroegefasefinanciering is gedekt omdat de middelen voor Q4C al waren afgeboekt.

Investeringen in Fundamenteel en Toegepast Onderzoek

Op het budget van Investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek is € 5,9 mln aan de begroting 2024 toegevoegd via de specifieke eindejaarsmarge die voor alle instrumenten op het Toekomstfonds geldt.

Onco Research

Op het budget van Onco Research is € 8,1 mln toegevoegd via de specifieke eindejaarsmarge die voor alle instrumenten op het Toekomstfonds geldt. De onderuitputting in 2023 is ontstaan door vertraging in de uitfinanciering van de Oncode-projecten.

Thematische Technology Transfer

Op het budget van Thematische Technology Transfer (TTT) is € 5,1 mln toegevoegd via de specifieke eindejaarsmarge die voor alle instrumenten op het Toekomstfonds geldt. De onderuitputting in 2023 is ontstaan door vertraging in de uitfinanciering van de TTT-projecten.

Bijdrage aan agentschappen

Bijdrage aan RVO.nl

Op het budget Bijdrage aan RVO is € 10,7 mln aan de begroting 2024 toegevoegd via de eindejaarsmarge over 2023. De eindejaarsmarge is ontstaan door opgehoopte onderuitputting over de afgelopen jaren. Bij de Miljoenennota worden de ramingen van het Toekomstfonds herzien waarbij de budgetten voor de uitvoeringskosten van RVO ook worden meegenomen.

Ontvangsten

Fund to Fund

Voor de Dutch Venture Initiative (DVI) en Dutch Venture Initiative II (DVI II) zijn in 2023 de geraamde ontvangsten van in totaal € 65,5 mln niet gerealiseerd. Dit omdat de uitvoerder van DVI en DVI II de ontvangsten die bij de uitvoerder binnen komen saldeert met de uitgaven. Doordat deze ontvangsten uiteindelijk nog wel worden verwacht terug te vloeien naar de begroting van EZK wordt het ontvangsten budget opgehoogd met het niet ontvangen bedrag uit 2023.

3.4 Beleidsartikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 17 Budgettaire gevolgen van beleid art. 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2024 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2)

Vastgestelde begroting 2024 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Verplichtingen

11.775.356

201.900

11.977.256

13.929.593

25.906.849

8.613.786

5.421.803

5.239.373

227.579

1.626.569

           

Uitgaven

4.543.049

132.300

4.675.349

891.402

5.566.751

602.320

‒ 991.802

‒ 1.201.625

‒ 674.485

3.370.401

           

Subsidies (regelingen)

3.605.154

110.000

3.715.154

712.980

4.428.134

462.731

‒ 1.050.433

‒ 1.303.957

‒ 794.586

2.174.572

Missiegedreven Onderzoek Ontwikkeling en Innovatie (MOOI)

55.465

 

55.465

3.069

58.534

18.178

27.561

31.236

27.078

58.328

Hernieuwbare Energietransitie (HER+)

42.000

 

42.000

‒ 15.786

26.214

     

Energie-efficiency

2.368

 

2.368

‒ 1.112

1.256

    

2.368

Green Deals

500

 

500

‒ 457

43

    

500

Demonstratieregeling Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+)

90.251

 

90.251

1.525

91.776

50.107

131.077

173.826

185.740

247.226

Subsidieregeling Duurzame Scheepsbouw (SDS)

1.696

 

1.696

1.032

2.728

     

Projecten Klimaat en Energieakkoord

13.452

 

13.452

‒ 2.436

11.016

‒ 184

‒ 184

‒ 184

‒ 184

‒ 737

SDE

200.000

 

200.000

69.500

269.500

46.773

   

185.000

SDE+

307.428

 

307.428

366.348

673.776

‒ 6.842

‒ 1.812.308

‒ 1.648.959

‒ 1.205.031

‒ 93.585

SDE++

280.367

 

280.367

252.598

532.965

‒ 2.299

‒ 50.312

‒ 25.000

‒ 25.000

1.184.512

Aardwarmte

37.500

 

37.500

 

37.500

     

ISDE-regeling

686.290

20.000

706.290

‒ 2.500

703.790

 

271.202

  

97.700

Carbon Capture Storage (CCS)

4.664

 

4.664

‒ 214

4.450

‒ 214

‒ 214

‒ 214

‒ 214

5.166

Hoge Flux Reactor

6.925

 

6.925

‒ 1.485

5.440

    

6.925

Caribisch Nederland

13.344

 

13.344

6.278

19.622

    

4.144

Overige subsidies

62.391

 

62.391

45.098

107.489

 

20.000

20.000

20.000

38.000

Opschalingsinstrument waterstof

389.000

 

389.000

21.250

410.250

148.150

‒ 7.811

‒ 34.813

‒ 11.813

‒ 11.813

Maatregelen voor CO2-reductie

0

 

0

615

615

     

Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE)

0

 

0

500

500

‒ 3.500

1.000

1.000

1.000

23.095

Subsidieondersteuning verduurzaming MKB

9.000

 

9.000

‒ 9.000

0

     

IPCEI waterstof

396.815

 

396.815

41.793

438.608

 

‒ 50.000

  

3.000

Vulmaatregelen gasopslag

340.400

 

340.400

‒ 240.000

100.400

 

233.000

   

MIEK

14.450

 

14.450

‒ 7.042

7.408

‒ 7.449

‒ 1.192

   

Schadeafhandeling mijnbouw Limburg

4.087

5.000

9.087

‒ 5.559

3.528

505

‒ 3.000

3.000

3.000

4.000

Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS)

110.000

 

110.000

‒ 92.401

17.599

164.916

162.952

167.063

209.600

350.743

NGF-project NieuweWarmteNu!

37.620

 

37.620

‒ 2.069

35.551

5.152

6.478

2.778

‒ 4.672

 

Tegemoetkoming energieprijzen 2022

0

 

0

1.000

1.000

     

Tijdelijk prijsplafond energie kleinverbruikers 2023

100.000

 

100.000

200.000

300.000

     

Compensatie aanbestedende diensten SEFE-contracten

50.000

 

50.000

10.000

60.000

10.000

    

Tegemoetkoming blokaansluitingen

178.641

 

178.641

67.189

245.830

1.050

    

Investeringen waterstofbackbone

34.500

 

34.500

‒ 90

34.410

‒ 90

‒ 90

‒ 90

‒ 90

70.000

NGF - project Circulaire zonnepanelen

135.000

 

135.000

 

135.000

     

Geothermie (Klimaatfonds)

1.000

 

1.000

2.000

3.000

‒ 2.000

    

Ondersteuning energiehubs

0

55.000

55.000

‒ 7.364

47.636

3.108

3.108

   

Kwaliteitsbudget energieprojecten

0

25.000

25.000

‒ 10.300

14.700

10.300

    

Energiecoöperaties en burgerbetrokkenheid energietransitie (SE)

0

5.000

5.000

‒ 5.000

0

1.070

1.300

1.400

  

Subsidie project Djewels

0

 

0

26.000

26.000

26.000

17.000

5.000

6.000

 
           

Leningen

24.000

0

24.000

0

24.000

0

0

0

0

0

Lening EBN

24.000

 

24.000

 

24.000

     
           

Opdrachten

76.433

22.300

98.733

50.471

149.204

16.891

26.801

29.622

24.528

29.809

Onderzoek mijnbouwbodembeweging

1.590

 

1.590

3.851

5.441

4.638

4.638

4.638

4.638

2.308

SodM onderzoek

2.188

 

2.188

‒ 5

2.183

‒ 6

   

2.500

Uitvoeringsagenda klimaat

473

 

473

 

473

    

473

Klimaat mondiaal

370

 

370

910

1.280

    

420

Onderzoek en opdrachten

47.507

7.300

54.807

31.331

86.138

12.259

22.163

24.984

19.890

24.108

Programma Opwek Energie op Rijksvastgoed (OER)

16.805

‒ 5.000

11.805

14.384

26.189

     

Energiehulp Oekraïne

7.500

20.000

27.500

 

27.500

     
           

Bijdrage aan agentschappen

131.906

0

131.906

15.067

146.973

947

1.447

2.377

2.370

115.472

Bijdrage RVO.nl

96.476

 

96.476

12.848

109.324

872

872

‒ 123

‒ 330

90.819

Bijdrage RDI

9.041

 

9.041

 

9.041

    

3.885

Bijdrage NEa

18.432

 

18.432

2.571

21.003

‒ 170

‒ 170

  

12.823

Bijdrage KNMI

2.313

 

2.313

530

2.843

2.000

2.500

2.500

2.700

2.313

Bijdrage NVWA

968

 

968

 

968

    

968

Bijdrage RIVM

2.763

 

2.763

‒ 1.755

1.008

‒ 1.755

‒ 1.755

  

2.755

Bijdrage RWS

1.913

 

1.913

873

2.786

    

1.909

           

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

150.657

0

150.657

11.590

162.247

7.300

7.300

7.300

7.300

147.937

Doorsluis COVA-heffing

111.000

 

111.000

 

111.000

    

111.000

TNO kerndepartement

37.580

 

37.580

11.590

49.170

7.300

7.300

7.300

7.300

34.860

TNO SodM

2.077

 

2.077

 

2.077

    

2.077

           

Bijdrage aan medeoverheden

543.993

0

543.993

72.009

616.002

114.451

23.083

63.033

85.903

890.351

Uitkoopregeling

0

 

0

1.055

1.055

     

Regeling toezicht energiebesparingsplicht

16.760

 

16.760

‒ 400

16.360

  

14.865

14.865

14.865

Uitvoeringskosten klimaat medeoverheden

527.233

 

527.233

71.354

598.587

114.451

23.083

48.168

71.038

875.486

           

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

10.906

0

10.906

29.285

40.191

0

0

0

0

12.260

Nuclear Research Group (NRG)

6.685

 

6.685

13.319

20.004

    

8.272

Internationale contributies

1.790

 

1.790

15.966

17.756

    

1.790

PBL Rekenmeesterfunctie

2.431

 

2.431

 

2.431

    

2.198

           

Ontvangsten

1.935.077

160.000

2.095.077

202.399

2.297.476

‒ 627.813

‒ 651.750

‒ 951.750

‒ 851.750

1.284.052

Ontvangsten COVA

111.000

 

111.000

 

111.000

    

111.000

Opbrengst heffing ODE (SDE++)

5.000

 

5.000

0

5.000

    

‒ 1.920.000

Ontvangsten zoutwinning

2.511

 

2.511

0

2.511

    

2.511

Onttrekking reserve duurzame energie en klimaattransitie

404.186

160.000

564.186

541.322

1.105.508

70.662

   

4.186

ETS-ontvangsten

1.400.000

 

1.400.000

‒ 550.000

850.000

‒ 550.000

‒ 650.000

‒ 950.000

‒ 850.000

2.900.000

Diverse ontvangsten

12.380

 

12.380

211.077

223.457

    

39.630

Heffing gasleveringszekerheid

0

 

0

 

0

‒ 148.475

‒ 1.750

‒ 1.750

‒ 1.750

146.725

Tabel 18 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2024 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2)

Vastgestelde begroting 2024 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Verplichtingen

11.775.356

201.900

11.977.256

13.929.593

25.906.849

8.613.786

5.421.803

5.239.373

227.579

1.626.569

waarvan garantieverplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

waarvan overige verplichtingen

11.775.356

201.900

11.977.256

13.929.593

25.906.849

8.613.786

5.421.803

5.239.373

227.579

1.626.569

Budgetflexibiliteit

De oorspronkelijke budgetflexibiliteit in de Ontwerpbegroting 2024 was 49%, ofwel 51% van het beschikbare kasbudget (€ 4.543 mln) was al juridisch verplicht. 48% van het budget was bestuurlijk gebonden.

Op basis van diverse amendementen die bij de behandeling van de Ontwerpbegroting 2024 van EZK zijn aangenomen en de suppletoire begroting waarmee het budget voor de energiehulp aan Oekraïne is opgehoogd, is in totaal € 132,3 mln aan het uitgavenbudget toegevoegd. Deze middelen zijn nog niet juridisch verplicht, zodat het percentage juridisch verplicht bij aanvang van het begrotingsjaar 2024 is gedaald naar 49,5%.

Met de voorstellen voor de 1e suppletoire begroting wordt in totaal € 891,4 mln aan het uitgavenbudget toegevoegd. Omdat deze middelen nog niet juridisch verplicht zijn, daalt het percentage juridisch verplicht verder naar 42%.

Tegelijkertijd zijn in het eerste kwartaal van 2024 al voor € 4.694 mln aan nieuwe verplichtingen aangegaan. Het overgrote deel van deze verplichtingen heeft echter een kasuitfinanciering naar latere jaren (dit geldt bijvoorbeeld voor de verplichtingen die op basis van de SDE++ zijn aangegaan). De inschatting is dat van deze aangegane verplichtingen circa € 250 mln een kasbeslag op 2024 leggen: hiermee stijgt het percentage juridisch verplicht weer van 42% naar 46% aan het einde van het eerste kwartaal van 2024.

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget in 2024 is verhoogd met € 13.930 mln. Dit is het saldo van met name de volgende mutaties:

  • SDE++ (€ 9.998,8 mln): het budget wordt met € 9.593 mln opgehoogd om alle resterende beschikkingen op basis van de openstelling 2023 en de nieuwe beschikkingen op basis van de openstelling 2024 te kunnen verlenen. Daarnaast wordt het budget opgehoogd met € 497,1 mln voor de regeling nadeelcompensatie kolencentrales. Hier tegenover staan verlagingen van € 50 mln ter dekking van de additionele opdrachten in het kader van het programma Opwek Energie Rijksvastgoed (OER) en € 50 mln (ook in de jaren 2025, 2026 en 2027) ter dekking van de continuering van de HER+ via de DEI+ en de TSE-MOOI.

  • Opschalingsinstrument waterstof (€ 1.826,6 mln): met diverse verplichtingenschuiven uit de jaren 2025 e.v. naar 2024 wordt het budget 2024 in totaal met € 1.580 mln opgehoogd. Daarnaast wordt via de eindejaarsmarge van het Klimaatfonds niet-besteed verplichtingenbudget 2023 (€ 250 mln) toegevoegd aan het budget 2024.

  • IPCEI Waterstof (€ 825,3 mln); de ophoging betreft in 2023 onbestede verplichtingenbudgetten die via de eindejaarsmarge van het Klimaatfonds aan het budget 2024 worden toegevoegd.

  • Vulmaatregelen gasopslagen (€ 233 mln): dit betreft het toevoegen van verplichtingenbudget voor de vultaak gasopslagen van EBN voor het gasseizoen 2025-2026 (zie ook bij Uitgaven).

  • Tijdelijk prijsplafond energie kleinverbruikers 2023 (€ 200 mln): dit is het bedrag dat volgens de raming van RVO in 2024 nog extra toegekend moet worden aan de energiebedrijven (zie ook bij Uitgaven).

  • SDE+ (€ 167,8 mln): de ophoging heeft vooral betrekking op het dekken van tekorten op het flankerend beleid SDE+ en het flankerend beleid Wind op Zee. Daarnaast wordt via de eindejaarsmarge van het Klimaatfonds niet-besteed verplichtingenbudget 2023 toegevoegd aan het budget 2024.

  • Uitvoeringskosten klimaat medeoverheden (€ 113,7 mln): met een verplichtingenschuif wordt € 63 mln van de jaren 2025, 2026 en 2027 naar het jaar 2024 geschoven. Vanuit het Meerjarenprogramma 2025 van het Klimaatfonds wordt in 2024 € 50 mln toegevoegd aan het budget voor gebiedsinvesteringen door medeoverheden in de gebieden waar aanlandplekken voor netten op zee zijn gepland. In totaal wordt voor de periode 2024-2030 € 500 mln aan de EZK-begroting toegevoegd (zie ook bij Uitgaven).

  • Onderzoek en opdrachten (€ 84,9 mln): het budget wordt opgehoogd met verplichtingenbudgetten die in 2023 niet zijn besteed en via de eindejaarsmarge van het Klimaatfonds aan het budget 2024 wordt toegevoegd. Ook vindt er een verplichtingenschuif van € 54,6 mln uit latere jaren naar 2024 plaats van Klimaatfondsmiddelen voor de ondersteuning van de ontwikkeling van SMR's.

  • Subsidie project Djewels (€ 80 mln): dit budget wordt toegevoegd aan de EZK-begroting om het Djewels-project in Groningen te kunnen financieren (zie ook bij Uitgaven).

  • Tegemoetkoming blokaansluitingen (€ 67,2 mln): zie bij Uitgaven.

  • DEI+ (€ 59,0 mln); de beleidsinzet die voorheen via de HER+ verliep, verloopt vanaf 2024 via de DEI+ en innovatieprogrammering van de Topsector Energie. Daarvoor wordt voor de periode 2024 tot en met 2027 € 20 mln. per jaar toegevoegd aan het DEI+-budget. Daarnaast wordt vanuit artikel 2 van de EZK-begroting € 40 mln. aan het DEI+-budget toegevoegd en hevelt het Ministerie van BZK voor de DEI+-Aardgasloze wijken € 6 mln. over. Hiertegenover staat een verschuiving van € 5 mln. naar het MOOI-budget voor de openstelling in 2024 van de regeling Energie en Klimaat Onderzoek en Ontwikkeling (EKOO).

  • TSE-MOOI (€ 47,6 mln): de beleidsinzet die voorheen via de HER+ verliep, verloopt vanaf 2024 via de DEI+ en innovatieprogrammering van de Topsector Energie. Daarvoor wordt voor de periode 2024 tot en met 2027 € 30 mln. per jaar toegevoegd aan het TSE/MOOI-budget. Daarnaast hevelt het Ministerie van BZK € 10,5 mln. over naar de EZK-begroting voor de openstelling van de MOOI-Gebouwde Omgeving en wordt vanuit artikel 2 € 3 mln. overgeheveld voor de openstelling van de TSE-Industrie in 2024.

  • Overige subsidies (€ 45,5 mln): de verhoging heeft vooral betrekking op het opvragen van niet-besteed verplichtingenbudget 2023 dat via de eindejaarsmarge Klimaatfonds aan het budget 2024 wordt toegevoegd aan het budgetten voor EBN versnellen onderzoek CCS, de Correctieregeling duurzame warmte en het project Verbetering Informatievoorziening Energietransitie (VIVET). Zie ook bij Uitgaven.

  • NGF-project NieuweWarmteNu! (€ 30,2 mln): het opvragen van niet-besteed verplichtingenbudget 2023 dat via de eindejaarsmarge NGF aan het budget 2024 wordt toegevoegd.

  • Internationale contributies (€ 16 mln): zie bij Uitgaven.

  • Programma Opwek Energie op Rijksvastgoed (OER) (€ 14,4 mln): zie bij Uitgaven.

  • Bijdrage RVO (€ 12,8 mln): zie bij Uitgaven.

  • Compensatie aanbestedende diensten SEFE-contracten (€ 10 mln): zie bij Uitgaven.

Uitgaven

Het uitgavenbudget 2024 wordt per saldo met € 891 mln verhoogd. Dit wordt voornamelijk verklaard door de volgende mutaties (groter dan € 10 mln).

Subsidies

Missiegedreven Onderzoek Ontwikkeling en Innovatie (MOOI)

De beleidsinzet die voorheen via de HER+ verliep, verloopt vanaf 2024 via de DEI+ en innovatieprogrammering van de Topsector Energie. Daarvoor wordt tot en met 2031 extra budget toegevoegd aan het budget voor de TSE/MOOI. De reden hiervoor is dat de HER+ regeling wordt gecontinueerd via de TSE/MOOI en DEI+. De voornaamste reden om de HER+ te continueren via de DEI+ en de TSE/MOOI is dat binnen de HER+ het alleen mogelijk was om projecten gericht op kostprijsreductie te ondersteunen, terwijl het in de DEI+ en de TSE/MOOI ook mogelijk is om projecten zowel op kostprijsreductie als ook op andere maatschappelijk relevante uitdagingen te ondersteunen. Dit sluit beter aan bij de innovatie-uitdagingen om tot een klimaatneutraal energiesysteem te komen.

Hernieuwbare Energietransitie (HER+)

Het budget voor de HER+ wordt met € 16 mln. verlaagd. Deze middelen worden ingezet voor tekorten binnen het SDE+-domein en het Loss and Damage Fund.

Demonstratieregeling energie- en klimaatinnovatie (DEI+)

De beleidsinzet die voorheen via de HER+ verliep, verloopt vanaf 2024 via de DEI+ en innovatieprogrammering van de Topsector Energie (zie ook MOOI). Daarvoor wordt tot en met 2031 extra budget toegevoegd aan het DEI+-budget. Ook wordt vanuit artikel 2 van de EZK-begroting in totaal € 36 mln toegevoegd voor de DEI+-Industrie. Het Ministerie van BZK hevelt in totaal € 5,4 mln over ter financiering van de DEI+-Aardgasloze wijken. Tenslotte wordt in totaal over de periode 2026-2029 € 133,3 mln toegevoegd vanuit de SDE+ als voorfinanciering van de middelen die de DEI+ nog in de periode na 2029 moet terugontvangen van de subsidieregeling Opschaling volledig hernieuwbare waterstofproductie via elektrolyse (OWE).

SDE

Vanwege lagere energieprijzen dan initieel geraamd zijn de kosten voor de SDE hoger uitgevallen dan geraamd, deze worden in 2024 gefinancierd uit de ontvangsten (terugbetaalde subsidievoorschotten) en de ruimte binnen het SDE++-budget en in 2025 uit de reserve duurzame energie en klimaattransitie.

SDE+

De ophoging van het SDE+-budget 2024 kent een groot aantal oorzaken. Allereerst worden voor de SDE+-regeling en het flankerend beleid rond de SDE+(+) en Wind op zee extra middelen toegevoegd, deels gedekt uit ontvangsten van terugbetaalde subsidievoorschotten SDE/SDE+/SDE++, deels uit het budget van de SDE++. Daarnaast is er een tekort op het budget voor de bevoorschotting op de subsidie aan TenneT voor de aanleg van het net op zee. Dit wordt voor het grootste deel gedekt uit de SDE++ en voor een klein deel uit de reserve duurzame energie en klimaattransitie. Tenslotte worden ook de in 2023 niet-bestede Klimaatfondsmiddelen voor het flankerend beleid Wind op zee toegevoegd aan het budget 2024.

Doordat energieprijzen meerjarig hoger uitvallen is er in de periode 2026-2029 minder budget benodigd voor de SDE+. De kasraming wordt hierop aangepast en in totaal met € 4.338 mln verlaagd. Deze ruimte komt ten goede van het generale beeld. In de jaren 2027-2029 wordt in totaal € 657 mln overgeheveld van de EZK-begroting naar bestaande reservering op de Aanvullende Post voor stimulering duurzame energieproductie (SDE) en overig klimaatbeleid. Deze middelen worden gereserveerd voor toekomstige klimaatbesluitvorming.

SDE++

Het SDE+-budget wordt enerzijds opgehoogd met middelen vanuit de reserve duurzame energie en klimaattransitie ter financiering van de kosten in 2024 voor de nadeelcompensatie van kolencentrales, anderzijds vindt een verschuiving van budget plaats naar de SDE en de SDE+ (zie de toelichting bij deze instrumenten) en wordt € 49 mln overgeheveld van de EZK-begroting naar bestaande reservering op de Aanvullende Post voor stimulering duurzame energieproductie (SDE) en overig klimaatbeleid. Deze middelen worden gereserveerd voor toekomstige klimaatbesluitvorming.

ISDE

Het ISDE-budget wordt opgehoogd vanwege een aantal redenen. Allereerst is via de eindejaarsmarge de onderuitputting (€ 53,1 mln) op de Klimaatfondsmiddelen in 2023 opgevraagd. Deze middelen worden via een schuif aan het budget voor 2026 toegevoegd, omdat er in 2024 en 2025 naar verwachting voldoende middelen beschikbaar zijn en de budgetten na 2025 (fors) lager zijn. Daarnaast wordt er vanuit het Meerjarenprogramma 2025 van het Klimaatfonds in 2026 € 216,7 mln toegevoegd aan de beschikbare middelen vanuit het Nationaal Isolatie Programma (NIP) voor de subsidiëring van isolatiemaatregelen via de ISDE. Ook is er vanuit het Meerjarenprogramma 2025 van het klimaatfonds in 2026 € 1,4 mln toegevoegd voor de stimulering van biobased isolatiemateriaal. Tenslotte is het budget in 2024 verlaagd met € 2,5 mln als gedeeltelijke dekking van het aandeel van EZK van € 5 mln in de tijdens de COP28 bekend gemaakte bijdrage van Nederland van € 15 mln aan het Loss and Damage Fund. Dit is een fonds gericht op het aanpakken van schade en verlies als gevolg van klimaatverandering.

Overige subsidies

Via de eindejaarsmarge wordt de onderuitputting op de Klimaatfondsmiddelen in 2023 van zowel de subsidie aan EBN voor het onderzoek naar het versnellen van CCS (€ 10,6 mln), de Correctieregeling duurzame warmte (€ 31,1 mln) als het project Verbetering Informatievoorziening Energietransitie (€ 0,3 mln) toegevoegd aan het budget 2024. Ter financiering van de batterijverplichting voor zonneparken wordt vanuit het Klimaatfonds voor de periode 2026-2030 in totaal € 100 mln toegevoegd.

Opschalingsinstrument waterstof

Vanuit het Meerjarenprogramma 2025 van het Klimaatfonds wordt in 2026 € 100 mln toegevoegd aan het budget voor het waterstofnetwerk op zee. Daarnaast vindt op dit budget een kasschuif van € 20 mln plaats van 2027 naar 2024 en 2025. Op het budget voor Elektrolyse-offshore (40Mw) vindt een kasschuif plaats van 2026-2029 naar 2024 en 2025. Tenslotte wordt via de eindejaarsmarge de onderuitputting op de Klimaatfondsmiddelen in 2023 op het budget voor het Kennisplatform Elektrolyse-offshore en ketenbrede consortia aan het budget voor 2024 toegevoegd.

IPCEI Waterstof

Via de eindejaarsmarge wordt de onderuitputting op de Klimaatfondsmiddelen in 2023 (€ 49,3 mln) van de IPCEI Waterstof golf 2 en golf 3 aan het budget 2024 toegevoegd. Ter financiering van het waterstofproject Djewels in Groningen (zie onder) wordt € 50 mln gedekt vanuit het IPCEI Waterstof budget.

Vulmaatregelen gasopslagen

In lijn met de lange termijnvisie gasopslagen zal EBN ook in het vulseizoen 2025-2026 weer gas opslaan in de gasopslag Bergermeer. De verplichting hiervoor wordt dit jaar al aangegaan om EBN binnen de gestelde kaders maximaal de ruimte te geven om gas in de opslag te houden. Het uitgavenbudget 2025 wordt hiervoor met € 233 mln opgehoogd. Tegelijkertijd wordt het budget 2024 met € 240 mln verlaagd, omdat de regeling van RVO voor het vullen van gasopslagen niet meer wordt opengesteld: hierdoor valt het hiervoor in 2024 gereserveerde kasbudget van € 240 mln vrij.

MIEK

Vanuit het MIEK-budget wordt budget overgeheveld naar het apparaatsbudget op artikel 40 ter dekking van de formatie van de directie Verduurzaming Industrie, de projectdirectie Delta Rhine Corridor (DRC) en de formatie benodigd bij de directie Realisatie Energietransitie voor werkzaamheden voor de DRC in het kader van de Rijkscoördinatieregeling. Daarnaast wordt budget overgeheveld naar artikel 2 (Bedrijvenbeleid,  Innovatie en duurzaam ondernemen) ter financiering van het beleidsbudget en de RVO-uitvoeringskosten van de directie Verduurzaming Industrie.

Schadeafhandeling mijnbouw Limburg

De openstelling van de regeling voor de schadeafhandeling in Limburg duurt langer dan verwacht vanwege de benodigde afstemming met de regio. Hierdoor zijn de in 2023 beschikbare middelen niet tot besteding gekomen. Aangezien het aantal verwachte schadegevallen gelijk is gebleven, zijn deze middelen wel benodigd en is de onderuitputting aan het budget in latere jaren toegevoegd. Ook wordt hierdoor een deel van de beschikbare middelen in 2024 naar latere jaren verschoven. Tenslotte zijn de uitvoeringskosten van RVO voor de regeling voor de jaren 2024, 2025 en 2026 overgeheveld naar het RVO-uitvoeringsbudget.

Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS)

Vanuit het Meerjarenprogramma 2025 van het Klimaatfonds wordt in totaal over de periode 2025-2030 € 972,5 mln toegevoegd aan de beschikbare middelen voor de WIS. Met deze middelen worden toekomstige openstellingen van de WIS mogelijk gemaakt. Daarnaast is via de eindejaarsmarge van het klimaatfonds de onderuitputting uit 2023 (€ 129,6 mln) aan het budget 2024 toegevoegd. Tenslotte zijn de middelen van deopenstellingen van de WIS 2023 en 2024 in het juiste kasritme gezet met een kasschuif. Dit ritme is vastgesteld op basis van de meest recente prognose van de uitfinancieringsperiode van de WIS 2023 en 2024.

NGF-project NieuweWarmteNu!

Met een kasschuif wordt het kasritme van het budget voor het NGF-project NieuweWarmteNu! geactualiseerd op basis van de meest recente prognose van RVO. Daarnaast is de onderuitputting op het budget 2023 opgevraagd via de eindejaarsmarge van het NGF. 

Tijdelijk prijsplafond energie kleinverbruikers 2023

Met ingang van 2024 is het prijsplafond definitief niet meer van kracht. Leveranciers leveren maandelijks nog jaar- en eindnota’s aan, zodat RVO de definitieve prijsplafondkortingen kan verrekenen met het door de leverancier ontvangen subsidievoorschot. De raming van RVO is dat er in 2024 nog € 300 mln betaald moet worden aan de energiebedrijven. Er is in 2024 een kasbudget van € 100 mln beschikbaar, daarom wordt het budget met € 200 mln opgehoogd. Daarnaast raamt RVO dat er € 109 mln terugbetaald moet worden door de energiebedrijven aan RVO. Er zijn in 2024 geen ontvangsten geraamd voor het prijsplafond, dus er is een ontvangstenmeevaller van € 109 mln. Per saldo is er dus een tegenvaller van € 91 mln in 2024. Medio 2025 dienen alle subsidies definitief vastgesteld te zijn.

Compensatie aanbestedende diensten SEFE-contracten

Voor deze compensatieregeling stond aanvankelijk € 20 mln geraamd in 2023. Omdat de regeling later is opengesteld dan gepland, was het niet langer mogelijk om deze middelen in 2023 te besteden. Om die reden zijn deze middelen opgevraagd voor 2024. De kasschuif van € 10 mln van 2024 naar 2025 is vervolgens doorgevoerd op basis van nieuwe verwachtingen rond de momenten waarop RVO de aanvragen voor deze regeling verwacht te ontvangen

Tegemoetkoming blokaansluitingen

In 2024 vinden er nog uitbetalingen plaats op basis van aanvragen voor de regeling Tijdelijke Tegemoetkoming Blokaansluitingen (TTB) in 2023. Er was in 2024 € 178,6 mln. budget beschikbaar en dit bedrag wordt opgehoogd met € 67,2 mln. Dit is op basis van een nieuwe raming van de Belastingdienst. Een deel van deze ophoging wordt veroorzaakt door aanvragen die eerder niet goed ingelezen waren in het systeem van de Belastingdienst. De Kamer is hier eerder over geïnformeerd met een Kamerbrief op 28 maart (Kamerstuk 29 023, nr. 495). Deze ophoging wordt daarnaast ook verklaard door een hoger gemiddeld subsidiebedrag per aanvraag dan eerder werd geprognosticeerd.

Kwaliteitsbudget energieprojecten

Op basis van het amendement Kröger-Boucke is bij de behandeling van de EZK-begroting 2024 € 25 mln aan de EZK-begroting toegevoegd als kwaliteitsbudget voor energieprojecten. Omdat een deel van de uitgaven hiervan doorlopen naar 2025, wordt € 10,3 mln (kas)budget verschoven van 2024 naar 2025. 

Subsidie project Djewels

Ter financiering van het innovatieve waterstofproject Djewels in Groningen is € 80 mln beschikbaar gesteld. Djewels past een innovatieve elektrolyse–technologie toe met hoge druk. Dat scheelt in het ruimtegebruik, waardoor elektrolyse op zee dichterbij komt en er op land minder ruimte nodig is voor elektrolyse. Van de toegezegde € 80 mln wordt € 50 mln gedekt vanuit het IPCEI Waterstof budget: € 30 mln komt uit het budget van artikel 5 (PEGA-budget).

Opdrachten

Onderzoek mijnbouw bodembeweging

Het budget voor de onderzoeksprojecten bodembeweging wordt omhoog bijgesteld met de Nij Begun middelen voor toezicht, kennis en monitoring (PEGA-budget, maatregelen 49 t/m 50). Hiermee wordt onder andere het programma ‘duurzaam gebruik diepe ondergrond’ opgezet en de onderzoeken in het kader van het Kennisprogramma Effecten Mijnbouw (KEM) uitgebreid.

Onderzoek en opdrachten

De mutatie op dit instrument kent een groot aantal oorzaken. De belangrijkste zijn:

  • Via de eindejaarsmarge wordt de onderuitputting op de Klimaatfondsmiddelen in 2023 van het RCR-budget (€ 3,8 mln), het budget voor onderzoeken nieuwbouw kerncentrales (€ 24,2 mln), de ondersteuning van de ontwikkeling van SMR's (€ 0,9 mln) en de bedrijfsduurverlenging Borssele (€ 0,7 mln) aan het budget 2024 toegevoegd.

  • Vanuit het Meerjarenprogramma 2025 van het Klimaatfonds wordt vanaf 2025 jaarlijks budget toegevoegd aan het budget voor onderzoeken nieuwbouw kerncentrales (€ 2,5 mln per jaar), aan het budget voor de kennisinfrastructuur kernenergie (totaal € 32 mln in de periode 2025-2029) en aan het budget voor de ondersteuning van de ontwikkeling van SMR's (€ 49,5 mln in de periode 2025-2029).

Programma Opwek Energie op Rijksvastgoed (OER)

Via de eindejaarsmarge van het Klimaatfonds wordt € 14,4 mln aan niet-bestede middelen 2023 toegevoegd aan het budget 2024. 

Bijdrage aan agentschappen

Bijdrage aan RVO

Aan het uitvoeringsbudget van RVO wordt in 2024 totaal € 12,8 mln toegevoegd. Het RVO-uitvoeringsbudget wordt opgehoogd met bedragen voor het Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG), de uitvoering van het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) en de middelen die vanuit de begroting van het Ministerie van BZK en vanuit artikel 2 van de EZK-begroting zijn overgeheveld voor de DEI+-Aardgasvrije wijken, de MOOI-Gebouwde Omgeving  en de TSE-Industrie. Ook is meerjarig budget toegevoegd om de tariefstijging van RVO te compenseren. Via de eindejaarsmarge wordt de onderuitputting op de Klimaatfondsmiddelen in 2023 van het RVO-uitvoeringsbudget toegevoegd aan het budget 2024. Tenslotte is ook het over 2023 te veel aan RVO betaalde voorschot voor de uitvoeringskosten 2023 aan het uitvoeringsbudget 2024 toegevoegd.

Bijdrage KNMI

De bijdrage voor KNMI wordt voor de jaren 2024-2028 omhoog bijgesteld met de Nij Begun middelen voor toezicht, kennis en monitoring (maatregelen 49 t/m 50). Hiermee kan de bestaande seismische monitoring van het KNMI worden uitgebreid.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

TNO Kerndepartement

De bijdrage aan TNO wordt voor de jaren 2024-2028 omhoog bijgesteld met de Nij Begun middelen voor toezicht, kennis en monitoring (maatregelen 49 t/m 50). Hiermee kunnen de data en kennis van de ondergrond versneld vergroot en ontsloten worden. Daarnaast vinden enkele overhevelingen plaats vanuit de begrotingen van BZK en SZW en wordt via de eindejaarsmarge van het Klimaatfonds € 0,9 mln aan niet-bestede middelen 2023 toegevoegd aan het budget 2024.

Bijdrage aan medeoverheden

Regeling toezicht energiebesparingsplicht

Voor de verlenging van de regeling toezicht energiebesparingsplicht na 2026 wordt vanaf 2027 het benodigde budget toegevoegd aan de begroting. De opzet van de nieuwe regeling kan op basis van een in 2024 of 2025 uit te voeren evaluatie van de bestaande regeling nog wijzigen.

Uitvoeringskosten Klimaat medeoverheden

Over de periode 2024-2030 wordt vanuit het Klimaatfonds in totaal € 500 mln toegevoegd ter financiering van gebiedsinvesteringen rond de aanlandplekken van netten op zee. Hiertegenover staat dat er middelen worden overgeheveld naar de IenW-begroting voor de uitvoering van het Programma Nucleaire Veiligheid en de nucleaire ambities van het huidige kabinet. Ook wordt budget overgeheveld naar het apparaatsbudget van het Ministerie van EZK ter financiering van de formatie en inhuur van de directie Kernenergie. Ook worden de niet-bestede Klimaatfondsmiddelen 2023 weer toegevoegd aan het budget 2024. Tenslotte vindt een kasschuif plaats van 2026 en 2027 naar 2024 en 2025 om de hogere uitvoeringskosten in deze jaren van gemeenten en provincies voor de aanpak van netcongestie te dekken.

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Nuclear Research Group (NRG)

De ophoging van het budget voor NRG wordt vooral veroorzaakt doordat NRG dit jaar de laatste tranche (€ 12 mln) opvraagt uit de in 2014 verstrekte lening. Deze lening is in algemene zin gericht op de continuïteit van bedrijfsvoering van NRG (voorheen onderdeel van ECN) en in het bijzonder op het scheppen van de noodzakelijke investeringen voor het in bedrijf houden van de Hoge Flux Reactor (HFR) totdat de Pallas Reactor operationeel is.

Internationale contributies

De ophoging van het budget wordt voornamelijk verklaard door het beschikbaar komen van € 15 mln voor de Nederlandse bijdrage aan het Loss and Damage Fund. Daarnaast is via de eindejaarsmarge van het Klimaatfonds € 1 mln aan niet-bestede middelen 2023 aan het budget 2024 toegevoegd.

Ontvangsten

Onttrekking reserve duurzame energie en klimaattransitie

De begrotingsreserve Duurzame Energie en klimaattransitie wordt aangesproken om de hogere kosten voor de SDE-regeling te bekostigen als gevolg van lagere energieprijzen dan geraamd in 2025. Ook zijn er in 2024 hogere uitgaven dan geraamd voor de subsidie aan TenneT voor de aanleg van het net op Zee. De uitgaven voor de nadeelcompensatie kolenmaatregelen worden in 2024 gedaan, waardoor deze ook onttrokken moeten worden uit de reserve. Er worden in 2024 en 2025 ook middelen onttrokken aan de reserve voor de continuering van de HER+ via de DEI+ en TSE/MOOI. Voor verdere toelichting zie deze posten.  

ETS-ontvangsten

De ETS-prijs is sterk gedaald ten opzichte van de vorige raming. Dit komt onder andere door een hele sterke daling van de vraag naar emissierechten (o.a. door aanhoudende hoge fossiele energieprijzen), gecombineerd met een historische daling van de emissies van de Europese elektriciteitssector (die goed is voor ongeveer de helft van de ETS-emissies) met 25% in één jaar. Er zijn daardoor meer rechten dan nodig en dit doet de prijs dalen. De ontvangstenraming voor de jaren 2024 en verder is daarom aanzienlijk naar beneden bijgesteld.

Diverse ontvangsten

De hogere diverse ontvangsten hebben verschillende oorzaken. RVO verwacht over 2024 in totaal € 109 mln aan te veel betaalde voorschotten in het kader van het prijsplafond 2023 en € 96 mln aan eerder toegekende subsidievoorschotten op de SDE en SDE+ terug te ontvangen. Daarnaast verwacht EZK ruim € 5,3 mln terug te ontvangen aan uitvoeringskosten die in 2023 te veel aan RVO zijn uitbetaald.

Heffing gasleveringszekerheid

De kosten voor de vulmaatregelen worden via een opslag op de transporttarieven van GTS doorbelast aan gasgebruikers in binnen- en buitenland. Er waren het afgelopen jaar geen kosten voor de RVO vulmaatregel, daarom worden ook de ontvangsten uit de heffing naar beneden bijgesteld. Daarnaast worden de inkomsten gerelateerd aan de vultaak van EBN voor het vulseizoen 2025-2026 (€ 233 mln, zie bij Uitgaven) toegevoegd aan de ontvangstenraming. De heffing kan op zijn vroegst in 2026 in werking treden, vandaar dat de hele reeks een jaar opschuift.

Toelichting op de Begrotingsreserves

Tabel 19 Begrotingsreserve Duurzame energie en Klimaattransitie (bedragen x € 1 mln)

Stand 1/1/2024

5.773,4

+ Geraamde storting

 

– Geraamde onttrekking

‒ 1.105,5

Stand (raming) per 31/12/2024

4.667,9

De begrotingsreserve voor duurzame energie en klimaattransitie is bestemd voor onbesteed gebleven middelen als gevolg van vertraging bij of het niet doorgaan van projecten waaraan subsidie is toegekend op basis van de MEP, de SDE, de SDE+, de SDE++, de HER+ of de ISDE. Via de reserve blijven deze middelen ook in de toekomst beschikbaar voor het stimuleren van hernieuwbare energieproductie of CO2-reductie.

De onttrekking aan de reserve is in 2024 opgebouwd uit de volgende elementen:

  • Bij de Startnota van het kabinet Rutte-III is besloten € 1.700 mln verspreid over meerdere jaren aan de reserve te onttrekken en toe te voegen aan het meerjarig voor de SDE++ beschikbare budget. Voor 2024 gaat het om een bedrag van € 400 mln.

  • Daarnaast wordt € 4,2 mln onttrokken ter financiering van de kasgevolgen van het amendement-Sienot over de ophoging van de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) naar € 100 mln.

  • Ter financiering van een aantal door de Kamer aangenomen amendementen bij de begrotingsbehandeling 2024 wordt in totaal € 175 mln (onbestede middelen Porthos-lening) aan de reserve onttrokken.

  • Ter dekking van de kosten van de nadeelcompensatie kolencentrales wordt € 497,1 mln aan eerder in de reserve gestorte middelen weer aan de reserve onttrokken.

  • Om de hogere bevoorschotting aan TenneT op de subsidie voor de aanleg van het net op zee te dekken wordt in 2024 € 22 mln aan de reserve onttrokken.

  • Om het tekort op de continuering van de HER+ via de DEI+ te dekken wordt € 7,2 mln aan de reserve onttrokken.

Tabel 20 Begrotingsreserve Aardwarmte (bedragen x € 1 mln)

Stand 1/1/2024

18,0

+ Geraamde storting

 

– Geraamde onttrekking

‒ 0,2

Stand (raming) per 31/12/2024

17,8

De begrotingsreserve voor de garantieregeling Aardwarmte is bedoeld om het budget voor het mogelijk uitbetalen van verliesdeclaraties meerjarig in te kunnen zetten en een eventuele mismatch in de tijd tussen inkomsten (premies) en uitgaven (verliesdeclaraties) op te vangen. Om gebruik te kunnen maken van de garantieregeling Aardwarmte betalen marktpartijen een kostendekkende premie aan de uitvoerder van de regeling (RVO) die wordt gestort in de begrotingsreserve. Het tekort op de RVO-uitvoeringskosten 2024 wordt onttrokken aan de reserve.

Tabel 21 Begrotingsreserve aan NRG verstrekte leningen (bedragen x € 1 mln)

Stand 1/1/2024

6,6

+ Geraamde storting

 

– Geraamde onttrekking

 

Stand (raming) per 31/12/2024

6,6

De middelen in de begrotingsreserve risicopremie ECN/NRG zullen worden aangesproken als ECN – al dan niet tijdelijk – (gedeeltelijk) niet kan voldoen aan de terugbetalingsverplichtingen volgens de afgesloten leningsovereenkomst.

3.5 Beleidsartikel 5 Een veilig Groningen met perspectief

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 22 Budgettaire gevolgen van beleid art. 5 Een veilig Groningen met perspectief (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2024 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2)

Vastgestelde begroting 2024 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Verplichtingen

2.579.159

453.000

3.032.159

544.288

3.576.447

662.962

1.105.423

683.874

231.709

456.396

           

Uitgaven

2.593.594

453.000

3.046.594

‒ 87.208

2.959.386

701.877

1.143.461

674.705

203.957

541.279

           

Subsidies (regelingen)

162.480

91.000

253.480

‒ 42.491

210.989

‒ 62.133

172.822

23

23

0

Waardevermeerderingsregeling

13.000

91.000

104.000

‒ 41.876

62.124

     

Geestelijke bijstand

550

 

550

 

550

 

486

   

Duurzaam herstel

111.000

 

111.000

‒ 71.569

39.431

‒ 70.264

169.833

   

Woonbedrijf

   

1.330

1.330

2.000

815

   

Diverse subsidies versterken

   

66.537

66.537

4.560

1.865

200

200

 

Subsidieregelingen bestuurlijke afspraken

5.000

 

5.000

2.914

7.914

1.748

    

Huurderscompensatie

   

350

350

     

Nieuwbouwregeling

4.930

 

4.930

 

4.930

     

Economische bedrijvigheid

28.000

 

28.000

‒ 177

27.823

‒ 177

‒ 177

‒ 177

‒ 177

 
           

(Schade)vergoeding

406.580

273.000

679.580

128.395

807.975

82.260

279.979

‒ 103.441

5.663

122.389

Vergoeding fysieke schade

330.446

273.000

603.446

‒ 178.967

424.479

49.164

274.735

‒ 102.173

4.431

122.389

Vergoeding waardedaling

10.000

 

10.000

54.000

64.000

16.000

    

Vergoeding immateriële schade

35.000

 

35.000

53.215

88.215

10.037

12

‒ 5.000

‒ 2.500

 

Commissie Bijzondere Situaties

3.000

 

3.000

 

3.000

     

Herbeoordeling waardedaling

    

0

     

Vastgelopen dossiers

10.000

 

10.000

10.949

20.949

 

3.732

3.732

3.732

 

Vergoeding zelf aangebrachte voorzieningen

2.334

 

2.334

 

2.334

     

Vergoeding schade door versterkingsmaatregelen

0

 

0

63.755

63.755

5.000

    

Knelpunten (bestuurlijke afspraken)

0

 

0

3.234

3.234

1.500

1.500

   

Versterken industrie

800

 

800

559

1.359

559

    

Knelpunten IMG

15.000

 

15.000

10.000

25.000

     

Versterken in eigen beheer

0

 

0

111.650

111.650

     
           

Opdrachten

1.620.531

0

1.620.531

‒ 402.729

1.217.802

474.598

227.459

‒ 22.940

‒ 89.020

0

Werkbudgetten

22.691

 

22.691

5.432

28.123

‒ 919

‒ 550

‒ 550

‒ 200

 

Versterkingsoperatie

776.457

 

776.457

‒ 139.120

637.337

445.517

218.009

‒ 26.140

‒ 88.820

 

Knelpunten (bestuurlijke afspraken)

20.000

 

20.000

5.492

25.492

 

10.000

3.750

  

Versterken industrie

241

 

241

0

241

     

Nieuwbouwregeling

0

 

0

 

0

     

Vergoeding Norg akkoord

786.142

 

786.142

‒ 292.000

494.142

     

Vastgelopen dossiers

   

3.500

3.500

     

Verduurzaming bij versterken

15.000

 

15.000

13.967

28.967

30.000

    
           

Vermogensverschaffing/-onttrekking

0

0

0

0

0

0

293.838

709.850

152.052

281.323

Bijdrage aan EBN voor de kosten van schade en versterken Groningen

0

 

0

 

0

 

293.838

709.850

152.052

281.323

           

Bijdrage aan agentschappen

211.049

89.000

300.049

‒ 43.302

256.747

‒ 55.614

4.821

‒ 52.411

‒ 38

78.304

Bijdrage RVO.nl

208.479

89.000

297.479

‒ 43.302

254.177

‒ 55.614

4.821

‒ 52.411

‒ 38

75.899

Bijdrage aan bestuur Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG)

2.570

 

2.570

0

2.570

    

2.405

           

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

1.400

0

1.400

8.058

9.458

8.058

9.050

9.050

9.050

1.100

TNO publieke SDRA

1.400

 

1.400

 

1.400

 

1.100

1.100

1.100

1.100

Raad voor de Rechtbijstand

   

8.058

8.058

8.058

7.950

7.950

7.950

 
           

Bijdrage aan medeoverheden

185.956

0

185.956

264.167

450.123

253.556

153.824

132.272

126.227

58.163

Mkb-programma

2.200

 

2.200

5.000

7.200

5.000

5.000

5.000

5.000

 

Nationaal Programma Groningen

52.290

 

52.290

44.885

97.175

25.000

    

Compensatie gemeenten en provincie

8.097

 

8.097

106.180

114.277

48.300

18.800

18.200

17.700

 

Clustering en gebiedsfonds

121.369

 

121.369

46.432

167.801

51.236

51.504

48.552

44.007

12.663

Sociaal-emotionele ondersteuning door gemeenten (bestuurlijke afspraken)

2.000

 

2.000

0

2.000

     

NCG bijdrage aan medeoverheden

   

6.350

6.350

     

Knelpunten gemeenten sociaal domein

   

14.400

14.400

14.400

14.400

   

Leefbaarheid en wijkontwikkeling

   

12.500

12.500

37.500

37.500

37.500

37.500

37.500

Sociale agenda

   

15.100

15.100

56.800

9.800

9.000

8.500

8.000

Erfgoedprogramma

   

13.320

13.320

15.320

16.820

14.020

13.520

 
           

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

5.598

0

5.598

694

6.292

1.152

1.668

2.302

0

0

Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG)

3.098

 

3.098

‒ 3.098

0

1.152

1.668

2.302

  

Raad voor de Rechtspraak

2.500

 

2.500

3.792

6.292

     
           

Ontvangsten

3.184.287

0

3.184.287

‒ 283.309

2.900.978

‒ 589.967

152.357

370.081

‒ 182.882

867.563

Ontvangsten Mijnbouwwet

480.000

 

480.000

‒ 280.000

200.000

‒ 330.000

‒ 220.000

‒ 90.000

10.000

30.000

Dividenduitkering EBN

1.613.000

 

1.613.000

‒ 446.000

1.167.000

‒ 541.000

‒ 374.000

‒ 270.000

‒ 197.000

142.000

Dividenduitkering GasTerra

3.600

 

3.600

 

3.600

     

Ontvangsten NAM fysieke schade

329.091

 

329.091

121.327

450.418

94.888

346.019

513.590

53.773

145.214

Ontvangsten NAM uitvoeringskosten schade

194.152

 

194.152

204.846

398.998

48.969

40.322

79.616

‒ 737

80.747

Ontvangsten NAM waardedaling

67.500

 

67.500

‒ 6.753

60.747

54.000

16.000

   

Ontvangsten NAM immateriële schade

70.000

 

70.000

89.572

159.572

53.215

10.037

12

‒ 5.000

 

Ontvangsten NAM publieke SDRA

1.400

 

1.400

2.106

3.506

  

1.100

1.100

1.100

Ontvangsten NAM versterken industrie

1.430

 

1.430

1.643

3.073

559

559

   

Diverse ontvangsten

0

 

0

4.145

4.145

     

Ontvangsten NAM versterkingsoperatie

394.184

 

394.184

‒ 5.001

389.183

22.749

326.767

129.197

‒ 51.584

461.936

Nationaal Programma Groningen (bijdrage NAM)

25.000

 

25.000

25.000

50.000

     

Ontvangsten NAM Nieuwbouwregeling

4.930

 

4.930

1.735

6.665

     

Ontvangsten NAM juridische bijstand

   

4.071

4.071

6.653

6.653

6.566

6.566

6.566

Tabel 23 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2024 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2)

Vastgestelde begroting 2024 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Verplichtingen

2.579.159

453.000

3.032.159

544.288

3.576.447

662.962

1.105.423

683.874

231.709

456.396

waarvan garantieverplichtingen

          

waarvan overige verplichtingen

2.579.159

453.000

3.032.159

544.288

3.576.447

662.962

1.105.423

683.874

231.709

456.396

Budgetflexibiliteit

Van het totale uitgavenbudget op artikel 5 in 2024 is circa 96% juridisch verplicht of bestuurlijk gebonden en de overige 4% beleidsmatig gereserveerd. Dit is het geval omdat de meeste uitgaven op artikel 5 een verplichting zijn op basis van wettelijke of ministeriële regelingen of onderdeel zijn van bestuurlijke afspraken. Daarbij is eveneens een van de de grootste uitgavenposten in 2024, de vergoeding voor het Norg-akkoord (ca. € 494 mln), juridisch verplicht.

Toelichting

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget in 2024 is verhoogd met € 544 mln. Dit is het saldo van met name de volgende mutaties:

  • Overboekingen vanaf de Aanvullende Post voor diverse maatregelen uit Nij Begun (€ 675 mln). In de toelichtingen op de uitgavenmutaties is nader toegelicht welke maatregelen dit betreft. Voor een groot deel van de maatregelen is in 2024 het volledige verplichtingenbudget geraamd, omdat het voornemen is de maatregelen uit te voeren via een meerjarige regeling voor specifieke uitkeringen. Op het moment van publicatie van de regeling wordt de volledige financiële verplichting aangegaan. In tabel 24 is een overzicht opgenomen van alle opvragen voor de maatregelen uit Nij Begun die bij deze 1e suppletoire begroting zijn overgeboekt naar de EZK-begroting.

  • Niet bestede middelen 2023 (€ 347 mln): een groot deel van het budget dat in 2023 niet tot besteding is gekomen, is toegevoegd aan de EZK-begroting voor 2024.

  • Kasschuiven (- € 240 mln): om budgetten in een meer realistisch kasritme te plaatsen, zijn diverse kasschuiven doorgevoerd. Het betreft met name het doorschuiven van de niet bestede middelen uit 2023 naar latere jaren om onderuitputting in 2024 te voorkomen.

  • Bijstelling uitgaven Norg-akkoord (- € 292 mln): De geraamde uitgaven voor het Norg akkoord zijn naar beneden bijgesteld als gevolg van de ontwikkeling van de gasprijs.

Uitgaven

Subsidies

Waardevermeerderingsregeling

In 2023 is door de Kamer een amendement op de EZK-begroting voor 2024 aangenomen aangaande de waardevermeerderingsregeling, waardoor op artikel 5 een budget van € 104 mln ontstond, maar op artikel 41 een tekort resteerde van € 104 mln. Met de 1e suppletoire begroting 2024 wordt het tekort op artikel 41 opgelost en wordt tevens budget vrijgemaakt voor de verlenging (totaal ca. € 63 mln waarvan ca. € 22 mln op de EZK-begroting, zie Kamerstuk II, 2023-2024, 33 529, nr. 1205) en uitbreiding van de waardevermeerderingsregeling (ca. € 40 mln). Hierdoor is voor de regeling in 2024 een budget beschikbaar van ca. € 62 mln op de EZK-begroting.

Duurzaam herstel

Duurzaam schadeherstel zal deel gaan uitmaken van de versterkings- en hersteloperatie (Kamerstuk 33 529, nr. 948). De uitgaven voor Duurzaam herstel zijn in 2024 per saldo neerwaarts bijgesteld met € 71,6 mln. Dit komt enerzijds door het toevoegen van de middelen die in 2023 niet tot besteding zijn gekomen (€ 28 mln). Anderzijds wordt het budget middels een kasschuif in een ander ritme geplaatst op basis van de door IMG opgestelde meerjarenbegroting (neerwaartse bijstelling van ca. € 100 mln in 2024).

Diverse subsidies versterken

De uitgaven in 2024 voor Diverse subsidies versterken zijn opwaarts bijgesteld met € 66,5 mln. Dit komt met name door een overboeking van € 50 mln van het financiële instrument opdrachten naar het financiële instrument subsidies omdat een deel van de versterkingsoperatie wordt uitgekeerd in de vorm van een subsidie in plaats van een opdracht. Dit zijn uitgaven die onder de oude subsidieregeling versterken gebouwen Groningen worden uitgekeerd.

Daarnaast zijn de middelen die in 2023 niet tot besteding zijn gekomen toegevoegd aan de begroting voor 2024 (€ 10,6 mln) en is er vanuit de aanvullende post € 7,5 mln voor de ombouw grootverbruikers overgeheveld.

Schade(vergoedingen)

Vergoeding fysieke schade

De raming van de schadeafhandeling door het IMG wordt ieder jaar geactualiseerd. Naar aanleiding daarvan wordt het in de EZK-begroting opgenomen bedrag voor de fysieke schadebetalingen bijgesteld over de gehele begrotingsperiode. De uitgaven in 2024 voor vergoedingen fysieke schade zijn neerwaarts bijgesteld met € 174 mln. Daarnaast zijn de middelen voor de raming voor juridische bijstand, die eerder onderdeel uitmaakte van de post ‘vergoeding fysieke schade’, apart inzichtelijk gemaakt op de EZK-begroting (€ 4,9 mln).

Vergoeding waardedaling

De raming van de schadeafhandeling door het IMG wordt ieder jaar geactualiseerd. Naar aanleiding daarvan wordt het in de EZK-begroting opgenomen bedrag voor de vergoedingen voor waardedaling bijgesteld over de gehele begrotingsperiode. De uitgaven in 2024 voor vergoedingen waardedaling zijn opwaarts bijgesteld met € 54 mln.

Vergoeding immateriële schade

De raming van de schadeafhandeling door het IMG wordt ieder jaar geactualiseerd. Naar aanleiding daarvan wordt het in de EZK-begroting opgenomen bedrag voor de immateriële schadebetalingen bijgesteld over de gehele begrotingsperiode. De uitgaven in 2024 voor vergoedingen immateriële schade zijn opwaarts bijgesteld met € 53,2 mln.

Vastgelopen dossiers

In het aardbevingsgebied doet zich een aantal schrijnende situaties voor waardoor het dossier voor de schadeafhandeling of versterkingsoperatie is vastgelopen. De uitgaven in 2024 voor vastgelopen dossiers zijn opwaarts bijgesteld met € 10,9 mln. Middelen die in 2023 niet tot besteding zijn gekomen, zijn toegevoegd aan de begroting voor 2024 (€ 25,6 mln). Een deel hiervan is met een kasschuif naar latere jaren geschoven.

Vergoeding schade door versterkingsmaatregelen

Per 1 juli 2023 is de regeling schade door versterkingsmaatregelen overgegaan in de Tijdelijke Wet Groningen. Omdat dit wordt verantwoord onder het financieel instrument (schade)vergoedingen wordt € 58 mln vanuit het financieel instrument opdrachten overgeheveld. Daarnaast is er voor de uitvoering van PEGA-maatregel 16 (vergoeding eigen tijd van bewoners) € 5 mln in 2024 en 2025 overboekt van de Aanvullende Post.

Knelpunten IMG

In de kabinetsreactie op de parlementaire enquête is aangekondigd dat het IMG de bevoegdheid krijgt om individuele knelpunten in de schadeafhandeling voortvarender op te lossen (maatregel 4 uit Nij Begun). De in 2023 niet tot besteding gekomen middelen (€ 10 mln) worden toegevoegd aan het budget voor 2024.

Versterken in eigen beheer

Sinds de inwerkingtreding van de Tijdelijke Wet Groningen (TwG) per 1 juli 2023 is er de mogelijkheid om een vergoeding te ontvangen voor het in eigen beheer uitvoeren van versterking. Hiervoor is € 110 mln overgeboekt vanuit de versterkingsoperatie op het financieel instrument opdrachten.

Opdrachten

Versterkingsoperatie

De meerjarige bijstelling van de versterkingsoperatie op het financieel instrument opdrachten kent verschillende oorzaken.

  • Ten eerste wordt ieder jaar bij Voorjaarsnota de raming van de versterkingsoperatie geactualiseerd. Naar aanleiding van deze actualisatie worden de geraamde uitgaven en ontvangsten voor de gehele periode tot en met 2028 aangepast. De raming loopt tot en met 2028 in verband met de geplande afronding van de versterkingsoperatie in 2028. De uitvoerder (NCG) is gevraagd een analyse te doen naar de haalbaarheid van de afronding van de versterking in 2028 (Kamerstuk II, 2023-2024, 33 529, nr. 1227).

  • Ten tweede zijn in 2024 herschikkingen gedaan van het budget van de versterkingsoperatie op het financiële instrument opdrachten naar de financiële instrumenten subsidies (- € 50 mln) en (schade)vergoedingen (- € 110 mln). Deze herschikkingen zijn gedaan omdat een deel van de versterkingsoperatie via subsidies verloopt en er (schade)vergoedingen worden uitgekeerd voor versterken in eigen beheer en voor schade door versterkingsmaatregelen.

  • Ten derde is een tegenvaller als gevolg van gestegen bouwkosten (meerjarig € 99 mln) op diverse versterkingsprojecten uit bestuurlijke afspraken gedekt vanuit een vrijval van middelen op de Aanvullende Post en de generale middelen.

  • Tot slot zijn voor maatwerk in de versterkingsoperatie de in 2023 niet tot besteding gekomen middelen (€ 16 mln) toegevoegd aan de begroting voor 2024 en zijn hiervoor aanvullende middelen opgevraagd van de Aanvullende Post (€ 20 mln in 2024 en € 37,5 mln in 2025).

Vergoeding Norg akkoord

Conform de afspraken in het Norg-akkoord betaalt de Staat een vergoeding aan NAM. De berekeningswijze van de vergoeding is vastgesteld in arbitrage, de hoogte van de vergoeding is afhankelijk van de gasprijs. Over de vergoeding moet btw worden betaald (Kamerstuk 33 529, nr. 997). De geraamde uitgaven voor het Norg akkoord zijn naar beneden bijgesteld (- € 292 mln) als gevolg van de gedaalde gasprijs.

Verduurzaming bij versterken

Ter uitvoering van maatregel 28 uit Nij Begun neemt NCG verduurzamingsmaatregelen mee bij de uitvoering van de versterkingsoperatie. Middelen die in 2023 niet tot besteding zijn gekomen (€ 14 mln), worden toegevoegd aan de begroting voor 2024. Daarnaast is voor 2025 aanvullend € 30 mln opgevraagd van de Aanvullende Post.

Vermogensverschaffing/-onttrekking

Bijdrage aan EBN voor de kosten van schade en versterken Groningen

De kosten voor schade en versterken worden (exclusief btw) doorbelast aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), die namens de Maatschap (NAM en beleidsdeelneming EBN) verantwoordelijk is voor het betalen van de kosten voor schade en versterken. In lijn met de economische verhoudingen binnen de Maatschap komt 40% van de kosten voor rekening van EBN. Op basis van de actualisatie van de ramingen voor schade en versterken is de bij EBN aanwezige voorziening niet toereikend om het EBN-deel van de geraamde uitgaven voor schade en versterken te voldoen. Om die reden wordt vanaf 2026 in de Rijksbegroting een bijdrage aan EBN opgenomen voor de kosten van schade en versterken Groningen, cumulatief € 1.610 mln tot en met 2029 wat resulteert in een tegenvaller van € 1.120 mln. De omvang van deze bijdrage wordt verklaard doordat de NAM uitgaat van lagere kosten voor NAM voor schade en versterken dan de Staat, en omdat de voorziening bij EBN op de inschatting van NAM is gebaseerd.

Bijdrage aan agentschappen

Bijdrage RVO

De uitgaven in 2024 voor Bijdrage aan RVO zijn neerwaarts bijgesteld met € 43,3 mln. RVO levert het personeel en de ondersteuning voor het IMG. De raming van de schadeafhandeling door het IMG wordt ieder jaar geactualiseerd, waaronder ook de uitvoeringskosten. Naar aanleiding daarvan wordt ook het in de EZK-begroting opgenomen bedrag voor de uitvoeringskosten van het IMG bijgesteld.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Raad voor Rechtsbijstand

Bewoners die in bezwaar of beroep gaan tegen besluiten rondom schade- en versterkingsgevallen kunnen op grond van de Tijdelijke wet Groningen rechtsbijstand ontvangen. Bij Voorjaarsnota 2022 is hiervoor een raming opgenomen in de EZK-begroting, destijds onder de post ‘vergoeding fysieke schade’. De raming is geactualiseerd: waar eerder rekening werd gehouden met ca. € 4,9 mln aan kosten per jaar, worden de jaarlijkse kosten inmiddels op ca. € 8,1 mln geschat. De raming wordt vanaf deze suppletoire begroting tevens apart inzichtelijk gemaakt.

Bijdrage aan medeoverheden

MKB-programma

Zoals aangekondigd in Nij Begun wordt het bestaande mkb-programma uitgebreid (maatregel 25). Hiervoor is € 25 mln van de Aanvullende Post overgeheveld naar de EZK-begroting, waarvan € 5 mln in 2024. Middels een specifieke uitkering zal dit aan de provincie worden uitgekeerd. Hiervoor is een meerjarige regeling in voorbereiding. 

Nationaal Programma Groningen

Met het Nationaal Programma Groningen (NPG) wordt geïnvesteerd in de leefbaarheid, economische ontwikkeling en energietransitie in Groningen. Het NPG is een samenwerkingsverband van het Rijk, de provincie en gemeenten. Aan het oorspronkelijke NPG draagt NAM € 500 mln bij en het Rijk meerjarig in totaal € 650 mln. In 2023 is hiervan € 37,8 mln niet tot besteding gekomen. Deze middelen worden toegevoegd aan de EZK-begroting voor 2024.

Daarnaast is in Nij Begun aangekondigd (maatregel 35) dat het NPG wordt versterkt met een Economische agenda voor ontwikkeling van de regio. Hiervoor is € 65 mln naar de EZK-begroting overgeboekt, waarvan € 35 mln is bestemd voor het opstellen en opstarten van de Economische agenda en € 30 mln wordt overgeboekt ten behoeve van artikel 4.

Compensatie gemeenten en provincie

De versterkingsoperatie in Groningen vraagt personeelscapaciteit van de provincie Groningen en de aardbevingsgemeenten. Voor deze kosten worden zij gecompenseerd. Vanuit maatregel 18 uit Nij Begun wordt hiervoor aanvullend € 92 mln beschikbaar gesteld. Middels een specifieke uitkering zal dit aan de gemeenten worden uitgekeerd. Hiervoor is een meerjarige regeling in voorbereiding. 

Tevens worden gemeenten gecompenseerd voor de uitvoering van de versterkingsoperatie van Batch 1588. Voor de bijdrage van het Rijk is € 122,8 mln toegevoegd aan de EZK-begroting, waarvan een deel reeds gereserveerd was op de Aanvullende Post. Dit is € 85 mln voor de resterende bijdrage op basis van het convenant uit 2019 (Stcrt. 2019, 18984) en € 37 mln voor het amendement Beckerman) (Kamerstuk II 2020-2021, 35 603, nr. 39). Voor Batch 1588 resteert dan nog € 34 mln op de Aanvullende Post vanuit maatregel 17 Nij Begun. 

Clustering en gebiedsfonds

In het kader van de bestuurlijke afspraken uit 2020 worden uitkeringen gedaan aan medeoverheden voor clustering en het gebiedsfonds (blokken B en D uit de bestuurlijke afspraken). Middelen die in 2023 niet tot besteding zijn gekomen (€ 143 mln), zijn toegevoegd aan de EZK-begroting voor 2024. Deze zijn vervolgens middels een kasschuif verdeeld over de jaren 2024-2028 om beter aan te sluiten bij het tempo van uitvoering.

Aanvullend op de bestuurlijke afspraken uit 2020 is met maatregel 15 uit Nij Begun het beschikbare budget met € 120 mln opgehoogd vanwege toegenomen kosten door inflatie en langer doorlopen van versterkingswerkzaamheden. Dit budget is aan de EZK-begroting toegevoegd vanaf de Aanvullende Post. Middels een specifieke uitkering zal dit aan de gemeenten worden uitgekeerd. Hiervoor is een meerjarige regeling in voorbereiding. 

Knelpunten gemeenten en sociaal domein

In opvolging van maatregel 31 uit Nij Begun krijgen gemeenten budget om inwoners die naast de versterking van hun huis te maken hebben met sociaaleconomische, psychosociale of gezondheidsproblemen te helpen. Hiervoor is € 43,2 mln aan de EZK-begroting toegevoegd vanaf de Aanvullende Post. Middels een specifieke uitkering zal dit aan de gemeenten worden uitgekeerd. Hiervoor is een meerjarige regeling in voorbereiding. 

Leefbaarheid en wijkontwikkeling

Voor het verbeteren van de leefbaarheid in gebieden waar veel woningen worden versterkt is in Nij Begun € 200 mln beschikbaar gesteld (maatregel 14). Dit wordt vanaf de Aanvullende Post aan de EZK-begroting toegevoegd. Middels een specifieke uitkering zal dit aan de gemeenten worden uitgekeerd. Hiervoor is een meerjarige regeling in voorbereiding. 

Sociale agenda

In Nij Begun is afgesproken dat Rijk en regio samen een Sociale Agenda opstellen (maatregel 34). De agenda zal bestaan uit concrete doelstellingen en investeringen die ten goede komen aan de leefbaarheid, onderwijskwaliteit, armoedebestrijding, gezondheid en arbeidsparticipatie van inwoners. Voor het opstellen en opstarten van deze activiteiten is € 60 mln aan de EZK-begroting toegevoegd vanaf de Aanvullende Post (€ 10 mln in 2024 en € 50 mln in 2025). Tevens wordt er vooruitlopend op de Sociale Agenda meerjarig € 55 mln voor het gemeentelijke programma Sociaal en Gezondheid beschikbaar gesteld. Middels een specifieke uitkering zal dit budget aan de gemeenten worden uitgekeerd. Hiervoor is een meerjarige regeling in voorbereiding. 

Erfgoedprogramma

In het Erfgoedprogramma werken het Rijk, de aardbevingsgemeenten, Steunpunt Libau, het maatschappelijk middenveld en de provincie Groningen sinds 2017 samen aan de instandhouding, versterking en doorontwikkeling van erfgoedpanden in het aardbevingsgebied. Voor het verlengen van het erfgoedprogramma tot en met 2028 is in Nij Begun € 73 mln beschikbaar gesteld (maatregel 26). Dit is vanuit de Aanvullende Post toegevoegd aan de EZK-begroting en zal middels een specifieke uitkering aan de gemeenten worden uitgekeerd. Hiervoor is een meerjarige regeling in voorbereiding. 

Juridische bijstand

Bewoners die in bezwaar of beroep gaan tegen besluiten rondom schade- en versterkingsgevallen kunnen op grond van de Tijdelijke wet Groningen rechtsbijstand ontvangen. Bij Voorjaarsnota 2022 is hiervoor een raming opgenomen in de EZK-begroting, destijds onder de post ‘vergoeding fysieke schade’. De raming is geactualiseerd: waar eerder rekening werd gehouden met ca. € 4,9 mln aan kosten per jaar, worden de jaarlijkse kosten inmiddels op ca. € 8,1 mln geschat. De raming wordt vanaf deze suppletoire begroting tevens apart inzichtelijk gemaakt.

Ontvangsten

Ontvangsten Mijnbouwwet

De geraamde ontvangsten Mijnbouwwet worden neerwaarts bijgesteld met € 280 mln naar aanleiding van de meest recente CPB gasprijsraming en de verwachte lagere winning.

Dividenduitkering EBN

De geraamde ontvangsten aan dividend EBN worden neerwaarts bijgesteld met € 446 mln voornamelijk vanwege de lagere CPB gasprijsraming en de verwachte lagere winning.

Ontvangsten NAM fysieke schade

De uitgaven voor de schadeafhandeling worden via een heffing bij NAM in rekening gebracht. Als gevolg van de bijstelling van de uitgaven voor fysieke schade worden ook de geraamde ontvangsten van NAM bijgesteld. De geraamde ontvangsten voor fysieke schade zijn opwaarts bijgesteld met cumulatief € 1,2 mld tot en met 2029 naar aanleiding van de jaarlijkse actualisatie van de schaderaming.

De omvang van de totale bijstelling wordt mede verklaard doordat in de jaarlijkse actualisatie ook de ontvangsten zijn ingeboekt die volgen uit de nieuwe wijze van schadeafhandeling die op 6 oktober 2023 is aangekondigd (Kamerstuk II, 2023-2024, 35 561, nr. C). Via een Nota van Wijziging op de ontwerpbegroting 2024 zijn destijds enkel de uitgaven bijgesteld. In deze eerste suppletoire begroting worden ook de met de nieuwe schadeafhandeling samenhangende ontvangsten bijgesteld.

De opwaartse bijstelling in 2024 betreft een bedrag van ca. € 121 mln en wordt deels verklaard doordat in 2024 ook ontvangsten binnenkomen die aanvankelijk voor 2023 waren begroot. Daarbij betreft een bedrag van ca. € 4 mln de raming voor juridische bijstand. Deze raming was eerder onderdeel van de post ‘Ontvangsten NAM fysieke schade’, maar wordt vanaf de 1e suppletoire begroting 2024 apart inzichtelijk gemaakt op de EZK-begroting.

Ontvangsten NAM uitvoeringskosten schade

De uitgaven voor uitvoeringskosten van de schadeafhandeling worden via een heffing bij NAM in rekening gebracht. Als gevolg van de bijstelling van de uitgaven worden ook de geraamde ontvangsten van NAM bijgesteld. De geraamde ontvangsten voor de uitvoeringskosten voor de schadebetalingen worden opwaarts bijgesteld met cumulatief € 400 mln tot en met 2029 naar aanleiding van de jaarlijkse actualisatie van de schaderaming. De opwaartse bijstelling in 2024 betreft een bedrag van ca. € 204 mln.

De omvang van de bijstelling wordt mede verklaard doordat in de jaarlijkse actualisatie ook de ontvangsten zijn ingeboekt die volgen uit de nieuwe wijze van schadeafhandeling die op 6 oktober 2023 is aangekondigd (Kamerstuk II, 2023-2024, 35 561, nr. C). Via een Nota van Wijziging op de ontwerpbegroting 2024 zijn destijds enkel de uitgaven bijgesteld. In deze eerste suppletoire begroting worden ook de met de nieuwe schadeafhandeling samenhangende ontvangsten bijgesteld. Daarnaast wordt de opwaartse bijstelling ook deels verklaard doordat in 2024 ontvangsten binnenkomen die aanvankelijk voor 2023 waren begroot.

Ontvangsten NAM immateriële schade

De uitgaven voor de schadeafhandeling worden via een heffing bij NAM in rekening gebracht. Als gevolg van de bijstelling van de uitgaven voor immateriële schade worden ook de geraamde ontvangsten van NAM bijgesteld. De geraamde ontvangsten voor immateriële schade worden opwaarts bijgesteld met cumulatief € 145 mln naar aanleiding van de jaarlijkse actualisatie schaderaming. De opwaartse bijstelling in 2024 betreft een bedrag van ca. € 90 mln en wordt deels verklaard doordat in 2024 ook ontvangsten binnenkomen die aanvankelijk voor 2023 waren begroot.

Ontvangsten NAM versterkingsoperatie

De uitgaven voor de versterkingsoperatie worden via een heffing bij NAM in rekening gebracht. Jaarlijks worden de geraamde uitgaven voor de versterkingsoperatie bijgesteld. Dat leidt ook tot een bijstelling van de geraamde ontvangsten. Enkel bij de gerealiseerde ontvangsten over 2023, die begin 2024 binnen gekomen is, is rekening gehouden met de gedeeltelijke betaling van de factuur door NAM. Vanaf 1 juli 2023 is de Tijdelijke wet Groningen onderdeel versterken van kracht. Vanaf dat moment wordt gewerkt met een heffing, die NAM enkel volledig kan betalen. De eerste heffing (over de kosten uit de tweede helft van 2023) wordt in 2024 opgelegd.

Nationaal Programma Groningen (bijdrage NAM)

De geraamde ontvangsten voor de jaarlijkse bijdrage aan het Nationaal Programma Groningen worden opwaarts bijgesteld met € 25 mln. In 2023 is per abuis de factuur niet verzonden aan NAM. Om die reden worden de ontvangsten uit 2023 in 2024 verwacht.

Ontvangsten juridische bijstand

De kosten voor juridische bijstand aan bewoners worden bij NAM in rekening gebracht (excl. btw). De actualisatie van de uitgavenraming leidt daarom eveneens tot een bijstelling op de ontvangsten. De ontvangstenraming was eerder onderdeel van de post ‘Ontvangsten NAM fysieke schade’, maar wordt vanaf de 1e suppletoire begroting 2024 apart inzichtelijk gemaakt op de EZK-begroting.

Nij Begun-middelen uit de Aanvullende Post

In onderstaande tabel wordt weergegeven voor welke maatregelen bij de voorjaarsnota 2024 middelen zijn opgevraagd van de Aanvullende Post PEGA/Nij Begun. In de ontwerpbegroting 2024 tabel 57 is weergegeven welke middelen eerder naar de EZK-begroting zijn overgeboekt. De resterende middelen blijven beschikbaar op de Aanvullende Post voor Groningen en zullen later worden opgevraagd.

Tabel 24 Overzichtstabel: opvragen van de Aanvullende Post uit PEGA-middelen eerste suppletoire begroting 2024 (bedragen x € 1 mln)
  

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Totaal

Overlastvergoeding corporatiehuurders

EZK-begroting, artikel 5

3,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

3,0

Toezicht, kennis en monitoring

EZK-begroting, artikel 4

11,1

13,0

13,5

13,5

13,7

0,0

65,0

MKB-programma

EZK-begroting, artikel 5

5,0

5,0

5,0

5,0

5,0

0,0

25,0

Overige maatregelen schade

EZK-begroting, artikel 5

21,5

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

21,5

Aanbieden van overig maatwerk versterking

EZK-begroting, artikel 5

5,0

10,0

0,0

0,0

0,0

0,0

15,0

Aanbieden van maatwerk sloop/nieuwbouw

EZK-begroting, artikel 5

15,0

27,5

0,0

0,0

0,0

0,0

42,5

Leefbaarheid en wijkontwikkeling bij versterking

EZK-begroting, artikel 5

12,5

37,5

37,5

37,5

37,5

37,5

200,0

Verruimen financiële middelen gebiedsfonds

EZK-begroting, artikel 5

18,7

23,4

23,7

20,7

16,2

12,7

115,4

Vergoeding voor eigen tijd van bewoners

EZK-begroting, artikel 5

5,0

5,0

0,0

0,0

0,0

0,0

10,0

Personele kosten decentrale overheden

EZK-begroting, artikel 5

18,0

19,3

18,8

18,2

17,7

0,0

92,0

Voortzetting Erfgoedprogramma

EZK-begroting, artikel 5

13,3

15,3

16,8

14,0

13,5

0,0

73,0

Verduurzaming bij versterking

EZK-begroting, artikel 5

0,0

30,0

0,0

0,0

0,0

0,0

30,0

Knelpuntenbudget gemeente sociaal domein

EZK-begroting, artikel 5

14,4

14,4

14,4

0,0

0,0

0,0

43,2

Invulling sociale agenda

EZK-begroting, artikel 5

15,1

56,8

9,8

9,0

8,5

8,0

107,2

Aanvullende financiering maatschappelijke organisaties

EZK-begroting, artikel 5

0,0

2,2

0,0

0,0

0,0

0,0

2,2

Nationaal Programma Groningen 2.0

EZK-begroting, artikel 5

10

27,0

17

5

6

0

65,0

Totaal

 

167,7

286,5

156,5

123,0

118,1

58,2

910,0

3.6 Beleidsartikel 6 Bijdrage Nationaal Groeifonds

Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 25 Budgettaire gevolgen van beleid art. 6 Bijdrage Nationaal Groeifonds (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2024 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2)

Vastgestelde begroting 2024 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Verplichtingen

4.889.040

‒ 281.000

4.608.040

‒ 1.961.459

2.646.581

‒ 647.765

‒ 1.364.474

58.397

145.220

558.665

           

Uitgaven

1.572.266

‒ 115.700

1.456.566

‒ 959.141

497.425

‒ 548.002

‒ 420.861

‒ 158.927

‒ 1.269.232

111.661

           

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

1.572.266

‒ 115.700

1.456.566

‒ 959.141

497.425

‒ 548.002

‒ 420.861

‒ 158.927

‒ 1.269.232

111.661

Bijdrage aan het Nationaal Groeifonds

1.572.266

‒ 115.700

1.456.566

‒ 959.141

497.425

‒ 548.002

‒ 420.861

‒ 158.927

‒ 1.269.232

111.661

           

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Tabel 26 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2024 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2)

Vastgestelde begroting 2024 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Verplichtingen

4.889.040

‒ 281.000

4.608.040

‒ 1.961.459

2.646.581

‒ 647.765

‒ 1.364.474

58.397

145.220

558.665

waarvan garantieverplichtingen

          

waarvan overige verplichtingen

4.889.040

‒ 281.000

4.608.040

‒ 1.961.459

2.646.581

‒ 647.765

‒ 1.364.474

58.397

145.220

558.665

Budgetflexibiliteit

De mate van budgetflexibiliteit is terug te vinden bij de afzonderlijke artikelen van Hoofdstuk L - Nationaal Groeifonds.

Toelichting

Amendement Erkens en Stoffer

Bij de behandeling van het Belastingplan 2024 heeft de Tweede Kamer ingestemd met amendement Erkens c.s. waarmee besloten is om de accijns op benzine, diesel en LPG per 1 januari 2024 niet te verhogen. Ter dekking hiervan is € 1,212 mld aan het Nationaal Groeifonds onttrokken in 2028.

Loon- en prijsbijstelling

De tranche 2024 van de loon- en prijsbijstelling wordt toegevoegd aan de begroting van het Nationaal Groeifonds.

Omzettingen

Dertien omzettingen worden door middel van deze 1e suppletoire begroting verwerkt:

  • de omzetting voor het project Re-Ge-NL werd geadviseerd in de nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2024 (Kamerstuk 36 410 L, nr. 4);

  • de omzettingen voor de projecten Luchtvaart in Transitie en Rail Gent-Terneuzen werden geadviseerd in de Kamerbrief over de tussentijdse evaluatie van het Nationaal Groeifonds (Kamerstuk 36 410 L, nr. 7);

  • de overige omzettingen werden geadviseerd in de Kamerbrief over aanvullende advisering over projecten uit de eerste, tweede en derde indieningsronde (Kamerstuk 36 410 L, nr. 12).

Project Techkwadraat (OCW)

Een reservering van € 351,6 mln voor dit project uit de derde ronde is omgezet in een definitieve toekenning van € 145,8 mln en een voorwaardelijke toekenning van € 205,8 mln. De uitgaven voor 2024 zijn geraamd op € 6,4 mln.

Project Innovatie Onderwijshuisvesting (OCW)

Dit project uit de derde ronde kreeg destijds een voorwaardelijke toekenning van € 275,2 mln en een reservering van € 208,5 mln. De voorwaardelijke toekenning wordt nu deels omgezet in een toekenning van € 124,2 mln. De reservering wordt omgezet in een voorwaardelijke toekenning. Daardoor is nu in totaal € 124,2 mln toegekend en € 359,5 voorwaardelijk toegekend. De uitgaven voor 2024 zijn geraamd op € 16,6 mln.

Project Impuls Open Leermiddelen (OCW)

Een voorwaardelijke toekenning van € 57,5 mln voor dit project uit de tweede ronde is deels omgezet in een toekenning van € 19,5 mln. Daarmee is nu in totaal € 40,0 mln aan dit project toegekend. Er blijft € 38,0 mln voorwaardelijk toegekend. De uitgaven voor deze toekenning voor 2024 zijn nihil.

Project Meer Uren Werkt! (SZW)

Dit project uit de derde ronde had een voorwaardelijke toekenning van € 30,0 mln en een reservering van € 45,0 mln. De voorwaardelijke toekenning wordt nu definitief toegekend. Het eerder gereserveerde bedrag wordt een voorwaardelijke toekenning. De uitgaven voor 2024 zijn geraamd op € 4,7 mln.

Project Creative Industries Immersive Impact Coalition (CIIIC) (OCW)

Dit project uit de derde ronde had een voorwaardelijke toekenning van € 200,0 mln. Daarvan wordt nu € 102,3 mln definitief toegekend. Het restant blijft voorwaardelijk toegekend. De uitgaven voor 2024 zijn geraamd op € 0,7 mln.

Project Luchtvaart in Transitie (I&W)

Aan dit project uit de tweede ronde werd destijds € 263,9 mln toegekend en € 119,0 mln voorwaardelijk toegekend. De voorwaardelijke toekenning wordt nu deels omgezet in een toekenning van € 73,3 mln. Dat betekent dat aan dit project nu in totaal € 337,2 mln is toegekend en € 45,7 mln voorwaardelijk is toegekend. De uitgaven voor deze toekenning voor 2024 zijn geraamd op € 10,0 mln.

Project Re-Ge-NL (LNV)

Dit project uit de derde ronde had een voorwaardelijke toekenning van € 129,0 mln. Deze wordt nu omgezet in een definitieve toekenning. De uitgaven voor 2024 zijn geraamd op € 11,7 mln.

Project POLARIS (DEF)

Dit project uit de derde ronde had een voorwaardelijke toekenning van € 101,7 mln. Deze wordt nu omgezet in een definitieve toekenning. De uitgaven voor 2024 zijn geraamd op € 9,7 mln.

Project Material Independence & Circular Batteries (EZK)

Dit project uit de derde ronde ontving aanvankelijk een voorwaardelijke toekenning van € 118,0 mln en een reservering van € 178,0 mln. Bij een nota van wijziging op de ontwerpbegroting voor 2024 werd de voorwaardelijke toekenning al omgezet in een definitieve toekenning. Nu wordt ook een deel van de reservering omgezet in een toekenning, namelijk een bedrag van € 39,9 mln. Daarmee is nu in totaal € 157,9 mln toegekend en resteert een reservering van € 138,1 mln. De geraamde uitgaven voor deze omzetting voor 2024 bedragen € 5,4 mln.

Project Centrum voor Proefdiervrije Biomedische Translatie (CPBT) (LNV)

Voor dit project uit de derde ronde was € 124,5 mln gereserveerd. Deze reservering wordt nu omgezet in een toekenning van € 55,0 mln en een voorwaardelijke toekenning van € 69,5 mln. De uitgaven voor 2024 zijn geraamd op € 180.000.

Project GroenvermogenNL (EZK)

Voor dit project uit de eerste en tweede ronde wordt € 99,0 mln van de voorwaardelijk toegekende middelen van € 396,0 mln omgezet in een toekenning. In totaal is nu aan dit project € 541,0 mln toegekend. De voorwaardelijk toegekende middelen bedragen nu € 297,0 mln. De geraamde uitgaven voor deze omzetting bedragen € 99,0 mln in 2024.

Project Holomicrobioom (LNV)

De reservering van € 200,0 mln voor dit project uit de derde ronde wordt omgezet in een toekenning van € 60,0 mln en een voorwaardelijke toekenning van € 140,0 mln. De uitgaven voor 2024 zijn geraamd op € 3,7 mln.

Project Rail Gent-Terneuzen (I&W)

Dit project uit de eerste ronde had een voorwaardelijke toekenning van € 105,0 mln. Dit wordt omgezet in een toekenning van € 103,3 mln. Het restant vloeit terug naar de onverdeelde middelen van het Nationaal Groeifonds. De uitgaven voor 2024 zijn geraamd op € 103,3 mln.

Uitname Nationaal Groeifonds voor investeringen in Nederlandse halfgeleidersector (microchipsector)

Het kabinet heeft in het voorjaar middelen ter beschikking gesteld om knelpunten aan te pakken in de Nederlandse halfgeleidersector (microchipsector), ter bevordering van het ondernemingsklimaat en ter bevordering van het duurzaam verdienvermogen en de economische veiligheid van Nederland. De middelen zijn bestemd voor verschillende maatregelen op het gebied van woningbouw, infrastructuur en onderwijs in de regio Eindhoven. Hiervoor wordt onder meer cumulatief € 1,279 mld uit het budget van het Nationaal Groeifonds gehaald.

Overige mutaties

Dit betreft enkele kasschuiven en een verhoging van de uitvoeringskosten voor het Nationaal Groeifonds voor RVO.

4 Niet-beleidsartikelen

4.1 Artikel 40 Apparaat Kerndepartement

Tabel 27 Apparaatsuitgaven Kerndepartement (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2024 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2)

Vastgestelde begroting 2024 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Verplichtingen

619.029

0

619.029

92.209

711.238

86.546

28.191

‒ 11.771

‒ 30.244

451.513

           

Uitgaven

619.029

0

619.029

92.209

711.238

86.546

28.191

‒ 11.771

‒ 30.244

451.513

           

Personele uitgaven

462.785

0

462.785

78.423

541.208

79.351

21.403

‒ 20.943

‒ 44.979

311.562

eigen personeel

426.839

0

426.839

77.020

503.859

78.856

32.774

‒ 13.589

‒ 41.164

284.059

inhuur externen

18.318

0

18.318

4.210

22.528

981

974

986

854

12.582

overige personele uitgaven

17.628

0

17.628

‒ 2.807

14.821

‒ 486

‒ 12.345

‒ 8.340

‒ 4.669

14.921

           

Materiële uitgaven

156.244

0

156.244

13.786

170.030

7.195

6.788

9.172

14.735

139.951

ICT

17.321

0

17.321

‒ 8.076

9.245

‒ 2.290

‒ 2.055

‒ 563

117

15.303

bijdrage aan SSO's

13.382

0

13.382

 

13.382

0

0

0

0

13.382

DICTU

19.614

0

19.614

‒ 26

19.588

0

0

0

0

20.050

overige materiële uitgaven

105.927

0

105.927

21.888

127.815

9.485

8.843

9.735

14.618

91.216

           

Ontvangsten

86.925

0

86.925

53.130

140.055

55.821

50.640

11.636

‒ 26.594

80.592

NCG

63.898

0

63.898

53.130

117.028

55.821

50.640

11.636

‒ 26.594

57.746

Overig

23.027

0

23.027

0

23.027

0

0

0

0

22.846

Toelichting op de verplichtingen en uitgaven

Personele uitgaven

Er is voor 2024 cumulatief € 78,4 mln toegevoegd aan de personeelsbudgetten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De toevoeging heeft voornamelijk te maken met bijstelling van de uitvoeringskosten van de Nationaal Coördinator Groningen (€ 54,0 mln), versterking van de capaciteit bij het kerndepartement (€ 13,1 mln) en met de taken van het Centraal Planbureau en van de toezichthouders Autoriteit Consument en Markt en Staatstoezicht op de Mijnen (totaal € 9,6 mln).

Materiële uitgaven

Er is voor 2024 cumulatief € 13,8 mln toegevoegd aan de materiële budgetten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De toevoeging betreft voornamelijk bijstelling van de uitvoeringskosten van de Nationaal Coördinator Groningen (€ 3,7 mln), Budget voor klimaatcommunicatie (€ 5,7 mln) en taken van de Autoriteit Consument en Markt (€ 1,1 mln).

Ontvangsten

Aan de ontvangstenbudgetten is € 53,1 mln toegevoegd als gevolg van van de bijstelling van de ontvangsten van de Nationaal Coördinator Groningen.

4.2 Artikel 41 Nog onverdeeld

Tabel 28 Nog onverdeeld (Eerste suppletoire begroting) (bedragen x € 1.000)
 

Ontwerpbegroting 2024 (1)

Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB's (2)

Vastgestelde begroting 2024 (3) = (1) + (2)

Mutaties 1e suppletoire begroting (4)

Stand 1e suppletoire begroting (5) = (3) + (4)

Mutatie 2025

Mutatie 2026

Mutatie 2027

Mutatie 2028

Mutatie 2029

Verplichtingen

0

‒ 104.000

‒ 104.000

337.753

233.753

250.076

208.878

195.054

187.386

167.542

           

Uitgaven

0

‒ 104.000

‒ 104.000

337.753

233.753

250.076

208.878

195.054

187.386

167.542

           

Loonbijstelling

0

0

0

124.415

124.415

135.082

130.690

125.368

128.453

121.625

Prijsbijstelling

0

0

0

109.338

109.338

114.994

78.188

69.686

58.933

45.917

Onverdeeld

0

‒ 104.000

‒ 104.000

104.000

0

0

0

0

0

0

Onvoorzien

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

           

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Toelichting op de verplichtingen en uitgaven

Loon- en prijsbijstelling

Bij Voorjaarsnota 2024 is de loon- en prijsbijstellingstranche 2024 uitgedeeld. De loonbijstelling betreft de vergoeding voor de stijging van de contractloonontwikkeling en de stijging van de sociale lasten voor de overheidswerkgever. De prijsbijstelling betreft de verwerking van de stijging van de diverse prijsindexen. De loon- en prijsbijstellingstranche 2024 zal bij de eerst volgende begrotingsronde uitgedeeld worden aan de relevante loon- en prijsgevoelige onderdelen.

Onverdeeld

Bij de behandeling van de EZK-begroting 2024 is er een amendement ingediend voor verlenging en uitbreiding van de Waardevermeerderingsregeling, waardoor een tekort van € 104 mln op artikel 41 is ontstaan. Dit tekort wordt opgelost door € 104 mln toe te voegen aan artikel 41. De verlenging en uitbreiding van de Waardevermeerderingsregeling wordt op een alternatieve wijze gedekt (zie hiervoor de toelichting op artikel 5).

5 Agentschappen

5.1 Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)

De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) is de onafhankelijke nationale autoriteit voor de uitvoering van en het toezicht op marktinstrumenten die bijdragen aan een klimaatneutrale samenleving. De NEa ondersteunt bedrijven om hun verplichtingen na te leven, maar treedt ook op bij overtredingen. Ook draagt de NEa bij aan de totstandkoming van uitvoerbaar en doelmatige wet- en regelgeving.

Het gaat daarbij om het Europees Emissiehandelsysteem (EU-ETS), de HBE-systematiek (Hernieuwbare brandstofeenheden) voor het behalen van de Europese klimaatdoelen voor transport uit de Europese Richtlijn hernieuwbare energie en om diverse nationale instrumenten, waaronder de CO2-heffing voor de industrie. In de afgelopen jaren heeft de NEa verschillende nieuwe taken opgepakt die voortvloeien uit het Europese Fit for 55 pakket en die binnenkort uitgevoerd gaan worden, zoals het EU-ETS voor de Zeevaart en voor de gebouwde omgeving en wegtransport, de Europese brandstofverordeningen voor luchtvaart en zeevaart en de koolstofgrensheffing (CBAM). Ook nationale instrumenten zoals de inframarginale elektriciteitsheffing (IME) en de bijmengverplichting voor groen gas gaat de NEa uitvoeren.

De uitvoering van de wettelijke taken van het agentschap NEa valt onder de eindverantwoordelijkheid van het bestuur van de NEa dat als zodanig een ZBO is.

Tabel 29 Exploitatieoverzicht Baten-lastenagentschap NEa Eerste suppletoire begroting 2024 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

(1) Vastgestelde begroting

(2) Mutaties 1e suppletoire begroting

(3)=(1)+(2) Totaal geraamd

Baten

   

Omzet

20.824

2.428

23.252

waarvan omzet moederdepartement

15.712

392

16.104

waarvan omzet overige departementen

5.112

2.036

7.148

waarvan omzet derden

0

0

0

Rentebaten

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

Totaal baten

20.824

2.428

23.252

    

Lasten

   

Apparaatskosten

20.006

2.030

22.036

Personele kosten

14.644

1.790

16.433

waarvan eigen personeel

12.523

1.285

13.808

waarvan inhuur externen

1.367

421

1.788

waarvan overige personele kosten

753

84

837

Materiële kosten

5.363

240

5.603

waarvan apparaat ICT

1.282

640

1.922

waarvan bijdrage aan SSO's

1.571

168

1.739

waarvan overige materiële kosten

2.510

‒ 568

1.942

Rentelasten

80

‒ 10

70

Afschrijvingskosten

853

293

1.146

Materieel

0

0

0

waarvan apparaat ICT

0

0

0

waarvan overige materiele afschrijvingskosten

0

0

0

Immaterieel

853

293

1.146

Overige lasten

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

    

Totaal lasten

20.939

2.313

23.252

    

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

‒ 115

115

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

    

Saldo van baten en lasten

‒ 115

115

0

Toelichting op de baten

Omzet overige departementen

De omzet overige departementen stijgt met € 2,0 mln ten opzichte van de ontwerpbegroting voor 2024. Deze verhoging heeft te maken met de nieuwe opdracht van het Ministerie van Financiën voor uitvoering van de CBAM.

Toelichting op de lasten

Personele kosten

Voor de uitvoering van CBAM wordt extra personeel aangenomen en wordt meer ingehuurd. Hierdoor stijgen de personele kosten.

Materiële kosten

De ICT-kosten zijn met € 0,6 mln gestegen ten opzichte van de ontwerpbegroting. Dit komt met name door migratie naar een andere cloudomgeving (€ 0,1 mln), uitgesteld beheer en onderhoud van het Emissiehandel portaal (EHP), het CO2-Heffingsregister (CHeR) (€ 0,2 mln) en de kosten van een ontwikkeltool voor de nieuwe taak IME (€ 0,1 mln).

De kosten van SSO’s stijgen met € 0,2 mln door toename van het aantal fte en als gevolg van de inflatie.

De overige materiële kosten dalen met € 0,6 mln, met name als gevolg van het uitstellen van het project IME met een half jaar. De aangiftedatum is bij de wet gewijzigd van 1 oktober 2024 naar 1 april 2025. De begrote inhuur voor accountants en juristen wordt hierdoor verschoven naar 2025.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten op immateriële activa zijn gebaseerd op de activering van kosten voor de bouw van het EHP, het Register Energie voor Vervoer (REV) en het CHeR. De afschrijvingskosten stijgen met € 0,3 mln omdat meer wordt geïnvesteerd in het EHP dan eerder voorzien, onder meer door uitbreiding van het ETS-taak naar Zeevaart en gebouwde omgeving.

Tabel 30 Kasstroomoverzicht (bedragen x € 1.000)
 

Omschrijving

(1) Vastgestelde begroting

(2) Mutaties 1e suppletoire begroting

(3)=(1)+(2) Totaal geraamd

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2024 + depositorekeningen

591

4.541

5.132

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

20.824

2.428

23.252

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 20.086

‒ 2.020

‒ 22.106

2.

Totaal operationele kasstroom

738

408

1.146

 

Totaal investeringen (-/-)

‒ 2.104

‒ 426

‒ 2.530

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

3.

Totaal investeringkasstroom

‒ 2.104

‒ 426

‒ 2.530

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

‒ 1.067

‒ 1.067

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

0

0

 

Aflossingen op leningen (-/-)

‒ 843

‒ 252

‒ 1.095

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

2.104

426

2.530

4.

Totaal financieringskasstroom

1.261

‒ 893

368

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2024 (=1+2+3+4)

486

3.630

4.116

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten gecorrigeerd voor afschrijvingen.

Investeringskasstroom

De investering neemt met name toe door de doorontwikkeling van het EHP.

Financieringskasstroom

Het beroep op de leenfaciliteit wordt gedaan voor hierboven vermelde investeringen.

5.2 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)

Tabel 31 Exploitatieoverzicht Baten-lastenagentschap RVO.nl Eerste suppletoire begroting 2024 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

(1) Vastgestelde begroting

(2) Mutaties 1e suppletoire begroting

(3)=(1)+(2) Totaal geraamd

Baten

   

Omzet

1.024.888

227.055

1.251.943

waarvan omzet moederdepartement

498.286

132.071

630.357

waarvan omzet overige departementen

489.635

99.830

589.465

waarvan omzet derden

36.967

‒ 4.846

32.121

Rentebaten

7.000

0

7.000

Vrijval voorzieningen

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

Totaal baten

1.031.888

227.055

1.258.943

    

Lasten

   

Apparaatskosten

1.040.120

227.055

1.267.175

Personele kosten

647.425

87.536

734.961

waarvan eigen personeel

439.756

82.067

521.822

waarvan inhuur externen

186.268

4.822

191.090

waarvan overige personele kosten

21.401

648

22.049

Materiële kosten

392.695

139.518

532.213

waarvan apparaat ICT

3.360

1.962

5.322

waarvan bijdrage aan SSO's

203.930

88.787

292.717

waarvan overige materiële kosten

185.405

48.769

234.174

Rentelasten

0

0

0

Afschrijvingskosten

12.100

0

12.100

Materieel

100

0

100

waarvan apparaat ICT

0

0

0

waarvan overige materiele afschrijvingskosten

100

0

100

Immaterieel

12.000

0

12.000

Overige lasten

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

    

Totaal lasten

1.052.220

227.055

1.279.275

    

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

‒ 20.332

0

‒ 20.332

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

    

Saldo van baten en lasten

‒ 20.332

0

‒ 20.332

Als agentschap werkt RVO met het uitgangspunt van een kostendekkende begroting. Door hogere kosten heeft RVO het tarief 2024 meer verhoogd dan initieel begroot. Daarnaast hebben er ten opzichte van de begroting een aantal wijzigingen plaatsgevonden in het opdrachtenpakket. 

Toelichting op de baten

Omzet moederdepartement

De totale mutatie in de omzet vanuit het moederdepartement bedraagt € 132,1 mln. Deze mutatie wordt verklaard door mutaties van opdrachten bij de vier DG’s. De opdracht van DG Bedrijfsleven & Innovatie stijgt met € 19,4 mln. Dit komt voornamelijk door de tariefverhoging.

De opdracht van de DG Klimaat en Energie stijgt met € 22,9 mln. Deze toename is naast de tariefstijging te verklaren door intensivering bij stimuleringsregelingen voor duurzame energie, Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie, Bureau Energieprojecten en Gebiedsgerichte Aanpak Energie.

De opdracht van de DG Groningen en Ondergrond stijgt met € 81,4 mln. De definitieve opdracht van het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) is hoger dan voorzien in de ontwerpbegroting, wat leidt tot een stijging van € 64,4 mln. Daarnaast is sprake van intensivering bij ACVG en Ondersteuning Mijnbouwprojecten (OMP).

De overige opdrachten stijgen met € 8,3 mln. Deze stijging komt voornamelijk door de groei van de opdracht voor het Inkoop Uitvoeringscentrum.

Omzet overige departementen

De totale mutatie in de omzet van overige departementen bedraagt € 99,8 mln. Deze mutatie is naast de tariefverhoging te verklaren door een aantal aanvullende opdrachten.

De opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit stijgt met € 43,6 mln met als oorzaak de tariefverhoging en meerwerk. Bovendien is de definitieve opdracht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken € 30,9 mln hoger dan initieel begroot. De verklaring hiervoor naast de tariefstijging zijn de grote aanvullende opdrachten, waaronder de Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Combinatie-aanpak, de Oekraïne faciliteit en ‘Energising Development 5’. De opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stijgt met € 6,1 mln. Tenslotte is de definitieve opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat met€ 14,5 mln gestegen. Dit is onder andere te verklaren door meerwerk op de bestaande opdrachten.

Omzet derden

De totale omzet derden valt € 4,8 mln lager uit dan begroot in de ontwerpbegroting. Deze mutatie komt voornamelijk doordat er minder opdrachten vanuit Provincies zijn dan geraamd.

Toelichting op de lasten

De lasten stijgen met € 227,1 mln. Dit is te verklaren door een stijging van de personele lasten met € 87,5 mln ten opzichte van de raming. De kosten voor ambtelijk personeel zijn gestegen met € 82,1 mln. De kosten voor externe inhuur zijn gestegen met € 4,8 mln. Verder nemen de materiële kosten nemen toe met € 139,5 mln. Meer dan de helft van de stijging is te verklaren door de gestegen bijdrage aan ‘Shared Service Organisations’ met € 88,8 mln.

Tabel 32 Kasstroomoverzicht (bedragen x € 1.000)
 

Omschrijving

(1) Vastgestelde begroting

(2) Mutaties 1e suppletoire begroting

(3)=(1)+(2) Totaal geraamd

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2024 + depositorekeningen

181.948

‒ 30.872

151.076

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

1.031.888

227.055

1.258.943

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 1.040.120

‒ 227.055

‒ 1.267.175

2.

Totaal operationele kasstroom

‒ 8.232

0

‒ 8.232

 

Totaal investeringen (-/-)

‒ 27.800

‒ 5.900

‒ 33.700

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

3.

Totaal investeringkasstroom

‒ 27.800

‒ 5.900

‒ 33.700

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

20.332

0

20.332

 

Aflossingen op leningen (-/-)

‒ 19.620

0

‒ 19.620

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

27.800

5.900

33.700

4.

Totaal financieringskasstroom

28.512

5.900

34.412

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2024 (=1+2+3+4)

174.428

‒ 30.872

143.556

Toelichting op het kasstroomoverzicht

In het kasstroomoverzicht is zichtbaar dat het grotere opdrachtpakket zorgt voor hogere operationele ontvangsten en uitgaven. Ook de investeringen zijn toegenomen en betreft met name de ontwikkeling van software.

Naar boven