Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatscourant 2019, 18984Convenanten

Convenant Batch 1588

Partijen,

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, handelend in hoedanigheid van bestuursorgaan, hierna te noemen de minister van EZK, de heer E.D. Wiebes;

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, handelend in hoedanigheid van bestuursorgaan, hierna te noemen de minister van BZK, mevrouw K.H. Ollongren;

en

De gemeente Delfzijl, te dezen vertegenwoordigd door de burgemeester, de heer G. Beukema;

De gemeente Appingedam, te dezen vertegenwoordigd door de burgemeester, heer A.W. Hiemstra;

De gemeente Midden-Groningen, te dezen vertegenwoordigd door wethouder A.F. Woortman;

De gemeente Groningen, te dezen vertegenwoordigd door de burgemeester, heer P.J.E den Oudsten.

Overwegende dat:

  • a. in het bestuurlijk overleg Groningen van 2 juli 2018 is afgesproken dat de versterking van de woningen in batch 1588 met een verhoogd risicoprofiel (P50) doorgaat op basis van de voorbereide versterkingsadviezen (NPR9998:2015);

  • b. ook de versterking van de woningen in batch 1588 met een licht verhoogd risicoprofiel (P90) door eigenaren kan worden voortgezet op basis van de voorbereide versterkingsadviezen;

  • c. met het oog op de ontstane verwachtingen en het effect daarvan op de veiligheidsbeleving van de bewoners in batch 1588, ook de aanpak van de woningen die volgens de laatste inzichten vallen binnen het normale risicoprofiel (buiten P90) mogelijk wordt gemaakt.

  • d. dat de Ministerraad op 3 juli 2018 met deze wijze van uitvoering van batch 1588 heeft ingestemd;

  • e. met deze wijze van uitvoering van batch 1588 invulling wordt gegeven aan de motie Jetten (Kamerstuk 33 529, nr. 479) en de motie Van der Lee (Kamerstuk 33 529, nr. 558).

Spreken het volgende af:

Artikel 1 Definities

In dit convenant wordt verstaan onder:

1. Batch 1588:

de door de NCG benoemde batch van 1588 woningen in de gemeenten Delfzijl, Appingedam, Midden-Groningen en Groningen waarvoor versterkingsadviezen zijn opgesteld. (NPR9998:2015).

2. Versterken:

bouwkundig versterken en sloop-nieuwbouw.

3. Specifieke uitkering:

specifieke uitkering op grond van de Financiële verhoudingswet.

4. Subsidieverordening:

de subsidieverordening voor eigenaren van woningen in de batch 1588, die door de respectievelijke gemeenteraden van Delfzijl, Appingedam, Midden-Groningen en Groningen gelijkluidend wordt vastgesteld.

5. Prijslijst:

de in de subsidieverordening opgenomen bijlage waarin is opgenomen met welk bedrag per kostenpost (inclusief BTW) gerekend wordt.

6. Gemeenten:

de gemeenten Delfzijl, Appingedam, Midden-Groningen en Groningen.

7. Wijk:

wijk of buurt, zoals opgenomen in het uitvoeringsplan van de gemeenten.

8. Corporaties:

de Stichting Woongroep Marenland, Stichting Acantus, Woonstichting Groninger Huis, Wierden en Borgen en Woonzorg Nederland.

9. NCG:

de Nationaal Coördinator Groningen.

10. Programma Eigen Initiatief:

een programma waarin woningeigenaren zelfstandig de versterking van hun woning ter hand nemen.

Artikel 2 Inzet en acties van de Gemeenten

  • 1. De gemeenten bevorderen samen met de corporaties en de NCG dat bij de uitvoering van batch 1588 prioriteit wordt gegeven aan woningen die het meest risicovol zijn (P50), overeenkomstig het Plan van Aanpak Advies Mijnraad NCG, d.d. 22 november 2018.

  • 2. De gemeenten spannen zich samen met de corporaties en de NCG in om de uitvoering van de batch 1588 binnen de betreffende wijk mogelijk te maken.

  • 3. De rol van de gemeenten omvat in ieder geval, maar niet uitputtend: a) het samen met de corporaties en de NCG voeren van dialoog met eigenaren en bewoners, b) het verlenen van de noodzakelijke vergunningen, c) indien noodzakelijk het wijzigen of vaststellen van bestemmings-plannen en/of aanpassing van lokale regelgeving, d) het overleg met relevante partijen.

  • 4. De gemeenten dragen zorg voor de besteding van de specifieke uitkering. Voor zover het vergoedingen aan eigenaren betreft worden de middelen verstrekt op grond van een model subsidieverordening batch 1588 ten behoeve van eigenaren van de woningen en op basis van een prijslijst in de bijlage (concept).

  • 5. Kosten die de gemeente zelf maakt betalen de gemeenten rechtstreeks uit de specifieke uitkering, bedoeld in lid 3. Het betreft kosten gerelateerd aan de prijslijst in de bijlage.

  • 6. De gemeenten wijzen uiterlijk in april 2019 gezamenlijk een administratiekantoor aan voor betalingen op basis van door eigenaren ondertekende subsidieaanvragen.

  • 7. De gemeenten stemmen onderling af hoe om te gaan met de toepassing van de in de gemeentelijke subsidieverordening op te nemen ‘hardheidsclausule’. Op grond hiervan kunnen door het college bepalingen uit de subsidieverordening buiten toepassing worden gelaten laten, indien naar het oordeel van het college in bijzondere individuele gevallen de toepassing van een artikel uit de gemeentelijke subsidieverordening leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 3 Inzet en acties van de Ministers

  • 1. De Minister van EZK draagt zorg voor de financiering van de uitvoering van batch 1588 via een nog nader vast te stellen specifieke uitkering.

  • 2. Vooruitlopend op deze specifieke uitkering spant de Minister van EZK zich in een eenmalige incidentele specifieke uitkering toe te kennen bij wijze van pilot voor de aanloopkosten van de eerste te versterken woningen binnen batch 1588, zoals bedoeld in artikel 4, lid 10. Dit budget wordt aangewend overeenkomstig artikel 2, lid 4.

Artikel 4 Financiële afspraken

  • 1. Het budget voor de uitvoering van batch 1588 bedraagt maximaal € 420 mln. Dit is in overeenstemming met de door de ministers van EZK en BZK en de provincie en gemeenten gemaakte afspraak in het bestuurlijk overleg d.d. 2 juli 2018 en besluitvorming in de MR d.d. 3 juli 2018.

  • 2. Overeenkomstig in het in het eerste lid genoemde bestuurlijk overleg is de dekking van batch 1588 als volgt vastgesteld:

    Dekking

    Bedrag (in mln.)

    Bijdrage NAM

    € 232

    Aardgasvrije wijken

    € 10

    Verhuurderheffing

    € 37

    Energiebesparing

    € 11

    Overige Rijksbijdrage

    € 45

    Corporaties + rijksbijdrage bij wijze matching (20 mln +20 mln)

    € 40

    Nationaal Programma Groningen (reservering)

    € 45

    Totaal

    € 420

  • 3. Het via het Rijk beschikbaar te stellen budget wordt met een specifieke uitkering via de begroting van EZK aan de gemeenten toegekend. Ook de bijdrage van NAM voor batch 1588 wordt via de EZK-begroting met deze specifieke uitkering aan de gemeenten toegekend. Daarnaast is er dekking in de vorm van de aftrek verhuurderheffing, de subsidie aardgasvrije wijken en de subsidie verduurzaming woningen.

  • 4. Partijen hebben voorafgaand aan het in het eerste lid genoemde bestuurlijk overleg met de corporaties afgesproken dat de corporaties bij wijze van cofinanciering circa € 20 mln. bijdragen aan de uitvoering van batch 1588, enkel en alleen met betrekking tot hun eigen bezit (€ 20.000 per corporatiewoning).

  • 5. In het in het eerste lid genoemde budget is begrepen een voorziening voor financiële risico’s bij de uitvoering van circa € 30 mln. Hieruit kunnen tegenvallers in de uitvoering en maatwerk in aanvulling op de prijslijst worden gedekt. Meevallers worden ingezet om deze voorziening verder te vullen.

  • 6. Indien en voor zover het praktisch onmogelijk blijkt dat corporaties de dekking uit de aftrek op de verhuurderheffing te realiseren voor het bedrag van € 37 mln. dat is geraamd bij de afspraak van 2 juli 2018, zal het Rijk zo nodig oplossingen aandragen op een nog nader te bepalen wijze.

  • 7. De verdeling van de specifieke uitkering over de gemeenten is gebaseerd op de realisatie van het aantal te versterken woningen per gemeente in batch 1588, de wijze van uitvoering van versterken en de daarbij behorende kosten, zoals opgenomen in de model subsidieverordening.

  • 8. Bij de verdeling van de specifieke uitkering wordt uitgegaan van de volgende verdeling van woningen in batch 1588: Delfzijl maximaal 527 woningen, Appingedam maximaal 849 woningen, Midden-Groningen maximaal 89 woningen en Groningen maximaal 123 woningen.

  • 9. Indien het beschikbare budget van maximaal € 420 mln. lopende de uitvoering door onvoorziene omstandigheden dreigt te worden overschreden, treden Partijen terstond met elkaar in overleg zoals bedoeld in artikel 11. Er wordt geen (aanvullende) financiële bijdrage gevraagd van gemeenten, particuliere eigenaren en corporaties (> € 20.000 per woning).

  • 10. De eerste overboeking door het Rijk ad € 42 mln. zoals bedoeld in artikel 3, lid 2 zal plaatsvinden uiterlijk 15 juni 2019 en wordt over de gemeenten verdeeld naar rato van het aantal woningen per gemeente in batch 1588.

     

    Aantal woningen

    % aandeel

    Overboeking 2019

    Appingedam

    849

    53%

    € 22.000.000

    Delfzijl

    527

    33%

    € 14.000.000

    Midden-Groningen

    89

    6%

    € 2.500.000

    Groningen

    123

    8%

    € 3.500.000

     

    1588

    100%

    € 42.000.000

Artikel 5. Subsidie door gemeenten

  • 1. De bijdragen voor de kosten worden uitgekeerd aan eigenaren van te versterken woningen op basis van een door de gemeenten vast te stellen subsidieverordening batch 1588.

  • 2. De gemeenten hanteren bij deze subsidieverordening allen dezelfde prijslijst (zie bijlage xx) en stemmen onderling af hoe de voorziening voor financiële risico’s van circa € 30 mln. wordt besteed en gevuld.

  • 3. De gemeenten kunnen zelf het proces bepalen inzake de begeleiding van met name particuliere eigenaren bij het aanvragen van subsidie en het geven van opdrachten aan aannemers en dergelijke. Het is daarbij wel van belang dat dit wordt gedaan met in achtneming van de geldende wet- en regelgeving en de rechten van de eigenaren van de woningen. In dit proces wordt voorzien in de mogelijkheid voor eigenaren om gebruik te maken van een bouwdepot.

  • 4. De gemeenten wijzen desgewenst de NCG aan om samen met hen de subsidieaanvragen door eigenaren in batch 1588 te ondersteunen, waarbij de NCG tevens een rol kan spelen bij de verdere begeleiding van met name particuliere eigenaren.

  • 5. Het door de gemeenten aan te wijzen administratiekantoor maakt jaarlijks in het derde kwartaal een voortgangsrapportage ten opzichte van de vastgestelde prijslijst. Hierin wordt ook aangegeven de mate waarin het noodzakelijk is gebleken de voorziening voor financiële risico’s te moeten aanspreken. Deze rapportage wordt gedeeld met en besproken door Partijen.

Artikel 6 Inzet corporaties

  • 1. Partijen hebben met de corporaties afgesproken dat zij aanneemovereenkomsten met opdrachtnemers/ aannemers sluiten voor hun eigen bezit. Dat kunnen de corporaties uit kostenoverweging desgewenst gezamenlijk doen.

  • 2. De gemeenten kunnen met de corporaties een convenant sluiten met nadere afspraken over de uitvoering van groep 1588.

  • 3. De corporaties zullen 150 woningen binnen batch 1588 met een normaal risicoprofiel laten herbeoordelen. Indien hierdoor het beschikbare budget van maximaal € 420 mln. wordt overschreden, is artikel 4, lid 9 van overeenkomstige toepassing.

OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 7 Financiële verantwoording

Door het College van B&W van de gemeenten wordt aan de betreffende gemeenteraden via jaarrekening verantwoording afgelegd over de besteding van de specifieke uitkering. De verantwoording aan het Rijk vindt plaats via de methodiek van Single Information Single Audit.

Artikel 8 Staatssteunregels, mededinging en aanbesteding

De staatssteunregels zijn neergelegd in de artikelen 107, 108 en 109 Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie. Bij het verlenen van steun nemen de gemeenten deze bepalingen in acht. De Gemeente is verantwoordelijk voor de naleving en een correcte toepassing van de staatssteunregels.

Een algemene uitleg over staatssteun staat in de Handreiking staatssteun voor de overheid (https://europadecentraal.nl/wp-content/uploads/2017/01/Handreiking-Staatssteun-2016.pdf). Voor algemene informatie kan de Gemeente terecht bij het Kenniscentrum Europa Decentraal (www.europadecentraal.nl).

De toepassing en uitwerking van dit convenant en/of daaruit voortvloeiende maatregelen mogen niet strijdig zijn met Europese en/of nationale mededingings- en aanbestedingsregels.

Artikel 9 Monitoring, verslaglegging

  • 1. De resultaten van dit convenant monitort de NCG en worden aan het eind van de looptijd van het convenant geïnventariseerd, vastgelegd en aan partijen aangeboden.

  • 2. Na afloop van de looptijd van het convenant stellen de gemeenten een verslag op van de uitvoering van het convenant en de behaalde resultaten.

Artikel 10 Publiekrechtelijke medewerking

  • 1. Partijen verbinden zich jegens elkaar om de voor de uitvoering van dit convenant benodigde publiekrechtelijke besluiten zodanig vast te stellen respectievelijk te nemen, dat de uitvoering van dit convenant publiekrechtelijk is toegestaan.

  • 2. Partijen bevorderen daarbij zoveel mogelijk, met inachtneming van wettelijke procedures en de te betrachten zorgvuldigheid jegens derden, dat de procedures tot het nemen van publiekrechtelijke besluiten met voortvarendheid worden doorlopen.

  • 3. Ingeval de in het tweede lid bedoelde procedures ertoe leiden dat de uitvoering van het convenant niet of althans niet op de door partijen bij het aangaan van het convenant voorgestane wijze kan worden uitgevoerd, bezien partijen of dit convenant wijziging, of (gedeeltelijke) beëindiging behoeft. De artikelen 11 en 12 worden hierbij in acht genomen.

  • 4. De in het kader van dit convenant door partijen te verlenen publiekrechtelijke medewerking laat de publiekrechtelijke positie en bevoegdheden van partijen onverlet.

Artikel 11 Gewijzigde of onvoorziene omstandigheden

  • 1. Partijen treden met elkaar in overleg indien zich onvoorziene omstandigheden voordoen, die wezenlijke gevolgen hebben voor de uitvoering van dit convenant.

  • 2. Het in het eerste lid bedoelde overleg vindt plaats binnen een maand nadat een Partij de wens hiertoe aan de andere Partij schriftelijk kenbaar heeft gemaakt.

Artikel 12 Wijziging convenant

  • 1. Elke Partij kan de andere Partij schriftelijk verzoeken het convenant te wijzigen. De wijziging behoeft de schriftelijke instemming van alle partijen.

  • 2. Partijen treden in overleg binnen een maand nadat een Partij de wens daartoe aan de andere Partij schriftelijk heeft meegedeeld.

  • 3. De wijziging en de verklaring tot instemming worden als bijlage aan het convenant gehecht.

Artikel 13 Ontbinding

  • 1. Onverminderd wat in het convenant is vastgelegd, kan elk van de partijen het convenant door middel van een aangetekend schrijven buiten rechte geheel of gedeeltelijk ontbinden indien de andere partij in verzuim is, dan wel nakoming blijvend of tijdelijk onmogelijk is.

  • 2. Indien een van de partijen gedurende een bij dit convenant te bepalen periode ten gevolge van overmacht haar verplichtingen op grond van dit convenant niet kan nakomen, heeft de andere partij het recht dit convenant door middel van een aangetekend schrijven met onmiddellijke ingang buiten rechte geheel of gedeeltelijk te ontbinden, zonder dat daardoor enig recht op schadevergoeding zal ontstaan.

  • 3. Onder overmacht wordt in ieder geval niet verstaan: gebrek aan personeel, stakingen, ziekte van personeel en tekortschieten van ingeschakelde derdepartijen.

  • 4. Ingeval van overmacht gaan partijen niet eerder tot ontbinding over dan nadat een termijn van 3 maanden is verstreken, tenzij partijen een andere termijn overeenkomen.

Artikel 14 Afdwingbaarheid

Dit convenant is niet in rechte afdwingbaar.

Artikel 15 Escalatieregeling

  • 1. Een partij die meent dat een geschil bestaat, deelt dat schriftelijk aan de andere partij(en) mee. De mededeling bevat een aanduiding van het geschil.

  • 2. Binnen 15 werkdagen na de dagtekening van de in het eerste lid bedoelde mededeling zendt elke partij zijn zienswijze over het geschil, alsmede een voorstel voor een oplossing daarvan, aan de andere partij(en).

  • 3. Binnen 15 werkdagen na afloop van de in het tweede lid genoemde termijn overleggen partijen over een oplossing van het geschil. Elke partij kan zich door deskundigen doen bijstaan. Indien één van partijen binnen 15 werkdagen na afloop van de in het tweede lid genoemde termijn de wens daartoe kenbaar maakt, wordt het overleg voorgezeten door een door partijen gezamenlijk of, bij gebreke van overeenstemming daarover binnen twee dagen, door de Ministers te benoemen voorzitter.

  • 4. Elke partij draagt de eigen kosten, voortvloeiend uit de procedure van het eerste tot en met het derde lid. De kosten van de in het derde lid bedoelde voorzitter worden door elke partij voor een gelijk deel gedragen.

Artikel 16 Ongeldigheid

Indien een bepaling van dit convenant in enige mate als nietig, vernietigbaar, ongeldig, onwettig of anderszins als niet-bindend moet worden beschouwd, wordt die bepaling, voor zover nodig, uit dit convenant verwijderd en vervangen door een bepaling die wel bindend en rechtsgeldig is en die de inhoud van de niet-geldige bepaling zoveel mogelijk benadert. Het overige deel van het convenant blijft in een dergelijke situatie ongewijzigd.

SLOTBEPALINGEN

Artikel 17 Inwerkingtreding en looptijd

  • 1. Dit convenant treedt in werking met ingang van de dag na ondertekening door alle Partijen en eindigt op 31 december 2023.

  • 2. Na afloop van de in het eerste lid genoemde duur wordt dit convenant voortgezet indien en zolang dit noodzakelijk is voor de uitvoering van batch 1588.

  • 3. Partijen geven zo spoedig mogelijk na ondertekening van het convenant uitvoering alle in dit convenant genoemde afspraken.

Artikel 18 Toepasselijk recht

Op dit convenant is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.

Artikel 19 Publicatie in de Staatscourant

  • 1. Binnen een maand na ondertekening van dit convenant wordt de zakelijke inhoud daarvan gepubliceerd in de Staatscourant.

  • 2. Bij wijzigingen in het convenant vindt het eerste lid overeenkomstige toepassing.

Aldus overeengekomen en ondertekend,

teGroningen, 11 maart 2019,

G. Beukema Burgemeester Delfzijl

E.D. Wiebes Minister van Economische Zaken en Klimaat

A.W. Hiemstra Burgemeester Appingedam

K.H. Ollongren Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

A.F. Woortman Wethouder Midden-Groningen

P.E.J. den Oudsten Burgemeester Groningen