35 420 Noodpakket banen en economie

Nr. 2 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT, VAN FINANCIËN, VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID EN DE STAATSECRETARISSEN VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT EN VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 maart 2020

Sinds vorige week heeft Nederland te maken met een nieuwe werkelijkheid: grote delen van onze bedrijvigheid liggen stil. De maatregelen die we als land tegen de uitbraak van het coronavirus nemen, hebben een grote impact op werknemers, zzp-ers en bedrijven. Veel ondernemers en verenigingen, zoals restaurants, cafés en sportclubs, moeten tijdelijk hun deuren sluiten of hebben veel minder vraag. Werknemers vragen zich thuis af of hun baan er straks nog is en zzp-ers zien dat opdrachten worden afgezegd en hebben tijdelijk (veel) minder werk. De zorgen over geld om de rekeningen te betalen, het in dienst kunnen houden van mensen, of het overeind houden van het bedrijf nemen we als kabinet zeer serieus. Op 12 maart jl. (Kamerstuk 35 420, nr. 1) heeft het kabinet uw Kamer geïnformeerd over de maatregelen die het kabinet al eerder nam ten aanzien van de economische gevolgen van het coronavirus. Inmiddels is de situatie een nieuwe fase ingegaan die vraagt om extra maatregelen die werknemers, zzp-ers en bedrijven in staat stellen om deze moeilijke periode te overbruggen.

Het kabinet acht het van groot belang om in deze situatie banen te behouden en ondersteuning te bieden bij acute problemen die werknemers, zzp-ers en bedrijven (gaan) ondervinden. Het kabinet kondigt daarom een noodpakket banen en economie aan. Het kabinet heeft gekozen voor een massief en breed pakket dat door de potentiele inzet van miljarden per maand het doel heeft banen te behouden en de economische gevolgen te beperken. Zodat mensen hun inkomen behouden en getroffen sectoren zoals de horeca en de culturele sector worden ondersteund in deze moeilijke periode. De situatie waarin we ons bevinden is omgeven met onzekerheden. Om goed in te kunnen spelen op ontwikkelingen geldt dit noodpakket voor de komende drie maanden. Het kabinet volgt de ontwikkelingen nauwlettend en is daarbij voortdurend in gesprek met werkgevers- en werknemersorganisaties, bedrijven en financiers om de noodzakelijke aanpassingen te kunnen doen als de situatie daarom vraagt. Het kabinet volgt ook nauwlettend de gevolgen van het coronavirus voor de inwoners van Caribisch Nederland en beziet de mogelijkheden voor ondersteunende maatregelen in lijn met de inzet in Europees Nederland. Het kabinet volgt ook de effecten van coronavirus op de landen binnen het koninkrijk.

Het kabinet benadrukt dat financiële middelen geen beperkende factor zijn. We hebben de afgelopen jaren in goede tijden buffers opgebouwd, zodat we in minder goede tijden deze buffers kunnen inzetten. Dat gebeurt nu. En dit geldt breder: de eerste prioriteit van het kabinet is om het coronavirus maximaal te controleren en goede zorg te verlenen voor diegenen die dit nodig hebben. Op het moment dat ziekenhuizen of zorgverzekeraars extra kosten maken om de benodigde zorg te kunnen verlenen en dit tot betalingsproblemen zou leiden, zal het kabinet deze middelen per direct beschikbaar stellen.

Het noodpakket wordt hieronder toegelicht. Eerst zal worden ingegaan op maatregelen op het terrein van loonkosten en inkomen zzp-ers, waarna de maatregelen gericht op liquiditeitssteun worden toegelicht. Vervolgens zal ingegaan worden op de manier waarop de economische gevolgen doorwerken op de begroting. De komende periode zullen de maatregelen worden uitgewerkt en gepreciseerd waardoor er nog veranderingen kunnen plaatsvinden. U wordt hierover uiteraard geïnformeerd.

Economisch beeld

De economie ziet nu al een uitval van arbeidskrachten en diverse voorzorgsmaatregelen zorgen ervoor dat mensen niet kunnen werken of hun werk noodgedwongen anders moeten vormgeven. Dit beperkt op het moment de productie van sommige bedrijven. Ook de productiecapaciteit in het buitenland, onder andere in landen als China, Zuid-Korea en Italië, ondervindt last van het coronavirus en genomen preventiemaatregelen tegen verdere verspreiding ervan. Dat raakt wereldwijde productieketens, en werkt daarmee ook door in de productie van zowel kleine als grote Nederlandse bedrijven. Het is essentieel dat voedselvoorziening en aanvoer van medische hulpmiddelen beschikbaar blijven.

Vanwege het wegvallen van internationaal vliegverkeer wordt ook export naar het buitenland voor specifieke sectoren lastiger. Door het terugvallen van de Nederlandse vraag naar bijvoorbeeld de siertuinbouw en het wegvallen van vluchten naar diverse landen wordt het exporteren van hoogwaardige producten op veilingen complexer. Door een gebrek aan afzetmogelijkheden staan de prijzen van bijvoorbeeld bederfelijke producten onder druk. De voedselexport ervaart oplopende kosten van koel- en vriestransport.

Specifieke sectoren, zoals de horeca, reis-, toerisme-, transport- en de cultuur- en evenementensector en detailhandel worden bijzonder hard geraakt door terugvallende vraag en noodzakelijke sluiting of afgelastingen. De druk op deze sectoren wordt breed erkend, zo blijkt bijvoorbeeld uit de breed gesteunde motie van het lid Jetten die oproept tot een steunpakket voor de culturele sector (Kamerstuk 25 295, nr. 133). Deze druk kent ook weer zijn weerslag op de toeleverende sectoren. Verder stellen huishoudens en bedrijven wereldwijd, ofwel vanwege onzekerheid, ofwel noodgedwongen, uitgaven en investeringen uit. Hierdoor daalt ook in het buitenland de vraag naar Nederlandse producten.

Door een combinatie van productiebeperkingen en vraaguitval zullen bedrijven lagere winstverwachtingen en mogelijk sterke verliezen ondergaan. Door dit alles wordt ook de werkgelegenheid aangetast. Uit bovenstaande blijkt dat er sprake is van effecten die elkaar negatief versterken.

Distributie van levensmiddelen

De afgelopen dagen is gebleken dat mensen zich zorgen maken over de beschikbaarheid van voldoende voedsel en andere levensbehoeften in de winkels. Het kabinet neemt deze zorgen serieus, net als de sector zelf. De sector geeft aan dat er ruim voldoende voedsel wordt geproduceerd en meer dan genoeg voorraad aanwezig is in de distributiecentra. Op dit moment wordt er door de sector hard aan gewerkt om de schappen als gevolg van de piekdrukte van afgelopen dagen aan te vullen, zodat de supermarkten snel weer hun normale aanbod zullen hebben. Het kabinet doet hier opnieuw de oproep aan iedereen om op reguliere manier boodschappen te blijven doen.

Het kabinet heeft frequent contact met de branches. Met branchevertegenwoordigers is afgesproken dat zij gericht gaan communiceren over de beschikbaarheid van producten in de winkels. Tevens gaan zij en ervoor zorgen dat producten waarnaar een overmatige vraag is, in grotere hoeveelheden dan gebruikelijk in de winkels aanwezig zijn. Het kabinet heeft de voedselketen ook opgenomen bij de vitale beroepsgroepen om de samenleving draaiende te houden tijdens de uitbraak van het coronavirus. Ouders of verzorgenden die hieraan werken, kunnen gebruik maken van de kinderopvang.

In deze uitzonderlijke tijden roept het kabinet alle ketenpartijen op om redelijkheid te betrachten in de prijsonderhandelingen, zodat de primaire producent – die vaak prijsnemer is – niet onevenredig hard wordt getroffen door de gevolgen van het coronavirus. Het voorbeeld van Aldi Duitsland om juist in deze onzekere tijden een hogere prijs voor melk aan leveranciers te betalen, verdient in Nederland navolging. Breder geldt dat het bedrijfsleven coulance kan betrachten bij het innen van rekeningen van getroffen partijen en sectoren.

Noodpakket banen en economie

1. Loon werknemers en inkomen zzp-ers

Werktijdverkorting

De huidige werktijdverkorting-regeling (wtv-regeling), die is opgenomen in de Beleidsregel ontheffing verbod van werktijdverkorting 2004, heeft ten doel om werkgevers in staat te stellen hun personeel te behouden als ze tijdelijk te maken krijgen met een fors werkurenverlies door een calamiteit die buiten het normale bedrijfsrisico valt. De uitbraak van het coronavirus is zo’n calamiteit. Dit heeft de afgelopen weken geleid tot een ongekend groot beroep op deze regeling. Hier is de regeling niet op berekend. Daarom is deze regeling met onmiddellijke ingang ingetrokken1, en wordt tegelijkertijd gewerkt aan de invoering en openstelling van een nieuwe Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkbehoud (NOW). Deze tegemoetkomingsregeling maakt het mogelijk om meer werkgevers financieel tegemoet te komen en dit bovendien sneller te doen dan binnen de ingetrokken wtv-regeling. Deze regeling geldt voor bedrijven van alle omvang. Bovendien is het aanvraagproces door loskoppeling van de WW sterk vereenvoudigd, en worden geen WW-rechten van werknemers opgesoupeerd.

Werkgevers die te maken hebben met tenminste 20% verwacht omzetverlies, kunnen – gerelateerd aan het omzetverlies – bij UWV voor een periode van 3 maanden een tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen ter hoogte van maximaal 90% van de loonsom. Werkgevers betalen het loon aan betrokken werknemers 100% door. In de keuze voor het percentage van 90 komt tot uitdrukking dat het kabinet een afweging heeft gemaakt tussen de verantwoordelijkheid van de overheid om bedrijven in deze bijzondere situatie tegemoet te komen en het beroep dat de overheid doet op het bedrijfsleven, om onder deze bijzondere omstandigheden ook een eigen verantwoordelijkheid te nemen om te doen wat in het breder maatschappelijk belang is. Deze periode kan éénmalig worden verlengd met nog een keer 3 maanden. In de regeling kan (vooraf) worden bepaald dat aan de verlenging van de tegemoetkoming nadere voorwaarden zullen worden gesteld. De regeling ziet op omzetdalingen vanaf 1 maart 2020.

Deze tegemoetkomingsregeling komt tijdelijk in de plaats van de huidige werktijdverkorting. Reeds ingediende wtv-aanvragen worden beschouwd als ingediende aanvragen voor de nieuwe regeling; wel zal aanvullende informatie opgevraagd worden bij de indieners. Bij de aanvraag committeert de werkgever zich vooraf aan de verplichting géén ontslag op grond van bedrijfseconomische redenen aan te vragen voor zijn werknemers gedurende de periode waarover de tegemoetkoming ontvangen wordt. Werkgevers betalen het loon aan betrokken werknemers, zoals ook hiervoor is vermeld, volledig door. De tegemoetkomingsregeling voorziet in ondersteuning in de vorm van tegemoetkoming in de loonkosten van vaste werknemers en werknemers met een flexibel contract voor zover zij in dienst blijven gedurende de aanvraagperiode.2 Werkgevers kunnen dus ook werknemers met flexibele contracten met behulp van de tegemoetkoming in de loonkosten in dienst houden. Ook uitzendbureaus kunnen voor uitzendkrachten die bij hen in dienst zijn een aanvraag indienen. Het kabinet roept werkgevers dan ook op om werknemers zoveel mogelijk in dienst te houden voor de uren die zij werkten.

UWV zal op basis van de aanvraag een voorschot van de tegemoetkoming (in elk geval 80% van het bedrag) verstrekken. Achteraf wordt vastgesteld wat het daadwerkelijke verlies in omzet is geweest. Voor grote aanvragen is hierbij een accountantsverklaring vereist.

Bij de definitieve vaststelling van de tegemoetkoming vindt een correctie plaats indien er sprake is geweest van een daling van de loonsom. Op basis van de te verstrekken gegevens kan derhalve achteraf worden vastgesteld of het voorschot te ruim of te beperkt is geweest, en kan de definitieve tegemoetkoming worden vastgesteld. Daarbij zal nabetaling of terugvordering aan de orde kunnen zijn.

Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en UWV werken op dit moment met grote inzet om op korte termijn tot een werkbare tegemoetkomingsregeling te komen. UWV staat voor de buitengewone taak om op korte termijn een uitvoerbare regeling open te stellen. Het kabinet heeft dan ook grote waardering voor de wijze waarop UWV deze taak oppakt. Zodra bekend is vanaf welke datum aanvragen bij UWV kunnen worden ingediend, wordt hier onmiddellijk breed bekendheid aan gegeven. De uitvoeringsaspecten worden in de tussentijd uitgewerkt in nauwe samenwerking met UWV. Daarbij wordt een afweging gemaakt tussen snelle en adequate dienstverlening enerzijds en de belangen van tijdige en correcte naleving van de regeling anderzijds. Voorbehoud dat hierbij gemaakt moet worden is dat vooraf geen volledige uitvoeringstoets kan plaatsvinden, omdat maximaal wordt ingezet op spoedige inwerkingtreding. Wel mag duidelijk zijn dat een tegemoetkomingsregeling met bevoorschotting vooraf en verrekening achteraf uitvoeringstechnisch complex zal zijn. Parallel worden voor Caribisch Nederland maatregelen uitgewerkt die passen bij de problematiek en lokale context van deze eilanden.

De nieuwe tegemoetkomingsregeling heeft forse budgettaire consequenties. Naast uitgaven aan de regeling zelf is sprake van uitvoeringskosten voor het uitvoeren van de regeling. Hoe groot deze zijn hangt sterk af van het aantal aanvragen van werkgevers en de omvang van deze aanvragen. Als een kwart van de werkgevers een aanvraag doet voor gemiddeld 45 procent van hun loonsom, dan zijn de verwachte uitgaven circa € 10 miljard in de eerste 3 maanden. Is het aantal aanvragen of de omvang van de aanvragen hoger, dan nemen de kosten navenant toe.

Extra tijdelijke ondersteuning voor gevestigde ondernemers, zzp-ers

Door de maatregelen van het Rijk om de verspreiding van het corona-virus te beteugelen derven veel zelfstandigen, zoals in de culturele sector en de horeca, noodgedwongen inkomsten. Het kabinet wil ook deze groep ondersteunen, zodat zij daarna hun bedrijf kunnen voortzetten. Het kabinet komt daarom met een tijdelijke voorziening voor drie maanden die zo snel mogelijk ingaat. Zelfstandige ondernemers met financiële problemen kunnen een beroep doen op deze voorziening, die uitgevoerd wordt door gemeenten.

Ondersteuning kan worden aangevraagd in de vorm van een aanvullende uitkering voor levensonderhoud en/of voor bedrijfskapitaal. De uitkering voor levensonderhoud vult het inkomen aan tot het sociaal minimum. Op een lening voor bedrijfskapitaal kan een beroep worden gedaan om liquiditeitsproblemen op te lossen.

De tijdelijke regeling is aanvullend op de overige maatregelen die worden getroffen in fiscaliteit en in de borgstellingssfeer voor ondernemers en is geënt op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). Deze tijdelijke regeling bevat de volgende elementen:

  • De toets op levensvatbaarheid die het Bbz kent wordt niet toegepast, waardoor een snelle behandeling van aanvragen mogelijk is.

  • Daarmee wordt binnen 4 weken voor een periode van maximaal 3 maanden inkomensondersteuning voor levensonderhoud verstrekt. Nu kan dat 13 weken duren. Daarbij kan er met voorschotten worden gewerkt.

  • De hoogte van de inkomensondersteuning is afhankelijk van het inkomen en de huishoudsamenstelling maximaal ca. € 1.500 per maand (netto).

  • Deze versnelde procedure geldt ook voor aanvragen voor een lening voor bedrijfskapitaal tot maximaal € 10.157,–.

  • De inkomensondersteuning voor levensonderhoud wordt «om niet» verstrekt; de ondernemer weet dus zeker dat deze niet later terugbetaald hoeft te worden. Er is in deze tijdelijke regeling geen sprake van een vermogens- of partnertoets.

  • Bij de verstrekking van een lening voor bedrijfskapitaal wordt een mogelijkheid tot uitstel van de aflossingsverplichting opgenomen.

  • Bij de verstrekking van een lening voor bedrijfskapitaal zal een lager rentepercentage dan thans in het Bbz geldt worden gehanteerd.

Het kabinet doet een oproep aan zelfstandige ondernemers om slechts gebruik te maken van de regeling indien dat nodig is.

In samenspraak met VNG en Divosa wordt de regeling verder uitgewerkt, opdat die op korte termijn kan worden ingevoerd. Daarbij zal ook worden gekeken hoe een grotere toestroom van aanvragen op snelle en zorgvuldige wijze behandeld kan worden en wat daar verder voor nodig is.

Gemeenten zullen volledig gecompenseerd worden voor het extra beroep op aanvullende bijstand, bedrijfskapitaal en voor uitvoeringskosten. De kosten van deze regeling kunnen oplopen tot € 1,5 tot € 2 miljard voor inkomensondersteuning (inclusief uitvoeringskosten), en € 2 miljard voor bedrijfskapitaal. Dit gaat om de kosten op de korte termijn, omdat het een lening betreft welke (onder geldende voorwaarden) worden terugbetaald aan het kabinet. Het kabinet gaat met gemeenten in gesprek hoe, zowel praktisch als financieel, zo snel mogelijk uitvoering kan worden gegeven aan deze regeling en stelt hiervoor per direct € 250 miljoen ter beschikking voor de eerste kosten.

Voorts zal samen met de VNG en Divosa en via zzp- en ondernemersorganisaties, de Kamer van Koophandel en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland ingezet worden op extra communicatie om de regeling bekendheid te geven. Het kabinet zal ook in gesprek met zzp-organisaties gaan over de situatie van zelfstandigen en wat er nodig is om de huidige situatie het hoofd te bieden.

Het kabinet heeft veel waardering voor de inzet die gemeenten nu al plegen en voor de bereidheid van gemeenten om deze tijdelijke regeling, samen met het Rijk, snel en adequaat tot uitvoering te brengen.

WW-premiedifferentiatie

Sinds 1 januari betalen werkgevers, als gevolg van de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab), een lage WW-premie voor vaste contracten en een hoge WW-premie voor flexibele contracten. In die regeling is ook opgenomen dat werkgevers met terugwerkende kracht de hoge WW-premie moeten afdragen voor vaste werknemers die in een kalenderjaar meer dan 30% hebben overgewerkt. Deze bepaling kan nu tot onbedoelde effecten leiden in sectoren waar door het coronavirus veel extra overwerk nodig is (bijvoorbeeld de zorg). De Stichting van de Arbeid heeft verzocht deze regeling aan te passen. Het kabinet is daartoe bereid en zal een aanpassing voorbereiden om deze onbedoelde effecten weg te nemen. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) zal deze aanpassing, die voor kalenderjaar 2020 zal gelden, zo spoedig mogelijk uitwerken.

Op 9 december jl. (Kamerstuk 35 074 nr. 73) heeft de Minister van SZW aan uw Kamer gemeld dat werkgevers tot 1 april 2020 de tijd kregen om een vaste arbeidsovereenkomst op schrift te stellen, om te voldoen aan de voorwaarden voor de lage WW-premie. Omdat het de komende weken niet voor alle werkgevers praktisch mogelijk zal zijn om aan die voorwaarde te voldoen, wordt deze periode verlengd tot 1 juli. Het coulanceregime, zoals beschreven in de brief van december en geldig voor werknemers die uiterlijk 31 december 2019 voor onbepaalde tijd in dienst waren, zal dus gelden tot en met 30 juni 2020.

2. Noodloket

Er komt een noodloket voor de tegemoetkoming in de vorm van een gift voor de eerste nood bij ondernemers die direct zijn getroffen door overheidsmaatregelen ter bestrijding van de coronacrisis en die hun omzet daardoor geheel of grotendeels zien verdwijnen. Dit als noodvoorziening op de overige maatregelen in de brief. Het gaat hier in het bijzonder om eet- en drinkgelegenheden en andere etablissementen die het grootste deel van hun activiteiten noodgedwongen moeten staken zoals schoonheidssalons en anderen die mogelijk in de problemen komen vanwege de 1,5 meter afstandseis. Zij zien hun inkomsten grotendeels teruglopen, terwijl hun vaste lasten intussen gewoon doorlopen en hun uitgaven in veel gevallen al gedaan zijn. Deze inkomsten kunnen bovendien moeilijk worden ingehaald wanneer de COVID-19-uitbraak achter de rug is. Eis is wel dat het ondernemingen betreft met een fysieke inrichting buiten het eigen huis.

De tegemoetkoming moet nog verder worden uitgewerkt. Het betreft een eenmalig forfaitair bedrag van € 4.000 voor de periode van drie maanden en geldt alleen voor ondernemingen die qua type en sector in ieder geval aan bovengenoemde voorwaarden voldoen. De voorwaarden worden op dit moment uitgewerkt. Indien nodig worden deze voorwaarden steeds geactualiseerd.

3. Liquiditeitssteun

Uitstel van betaling van belastingen

In de brief van 12 maart jl. heeft het kabinet aangekondigd dat de Belastingdienst bijzonder uitstel van betaling zal verlenen aan alle ondernemers die door de coronacrisis in liquiditeitsproblemen zijn gekomen of zullen komen. Ondernemers kunnen met een brief uitstel van betaling aanvragen bij de Belastingdienst. Nadat het verzoek is ontvangen zet de Belastingdienst de invorderingsmaatregelen stil en krijgen ondernemers dus per direct uitstel van betaling. Individuele beoordeling van het verzoek vindt later plaats. Ondernemers hoeven niet meteen de vereiste «verklaring van een derde-deskundige» mee te sturen. Het kabinet wil dit proces voor de ondernemers zo eenvoudig mogelijk maken met zo min mogelijk administratie. Het kabinet onderzoekt nog hoe dit het meest eenvoudig kan worden vormgegeven. Om ondernemers tegemoet te komen zal de Belastingdienst de komende tijd een boete (een zogenaamde «verzuimboete») voor het niet (tijdig) betalen achterwege laten of terugdraaien. De behandeling van verzoeken om uitstel van betaling moet handmatig plaatsvinden, zodat behandeltijden kunnen oplopen indien veel verzoeken binnenkomen.

Het kabinet wil de heffing van de energiebelasting en/of de heffing van Opslag Duurzame Energie (ODE) voor bedrijven in de tweede, derde en vierde belastingschijf tijdelijk uitstellen. Het kabinet onderzoekt hoe dit kan worden vormgegeven. Daarbij is het met name van belang dat het uitstel van betaling voor de belastingplichtige energieleveranciers daadwerkelijk ook leidt tot meer liquiditeit voor de afnemers van elektriciteit en aardgas, zoals in de sierteelt. Het kabinet gaat hierover in gesprek met de energieleveranciers.

Invorderingsrente en belastingrente

Het kabinet heeft besloten verdere fiscale maatregelen te nemen die erop gericht zijn de liquiditeit van ondernemers te ondersteunen. Als een aanslag niet op tijd wordt betaald, moet normaal gesproken 4% invorderingsrente worden betaald vanaf het moment dat de betaaltermijn is verstreken. Om te faciliteren dat ondernemers gemakkelijk uitstel van betaling aanvragen verlaagt het kabinet de invorderingsrente vanaf 23 maart 2020 tijdelijk van 4% naar 0,01%. Deze tariefsverlaging zal gelden voor alle belastingschulden. Omdat het uitvoeringstechnisch niet mogelijk is het percentage naar 0% te verlagen, wordt het percentage (tijdelijk) vastgesteld op 0,01%.

Naast invorderingsrente worden ondernemers ook geregeld geconfronteerd met belastingrente. Belastingrente wordt gerekend als een aanslag te laat kan worden vastgesteld, bijvoorbeeld omdat de aangifte niet op tijd of niet voor het juiste bedrag wordt ingediend bij de Belastingdienst. Het tarief van de belastingrente is 8% voor de vennootschapsbelasting en 4% voor overige belastingen.

Om ondernemers tegemoet te komen zal het kabinet het percentage van de belastingrente ook tijdelijk verlagen naar 0,01%. Deze verlaging zal gelden voor alle belastingen waarvoor belastingrente geldt. Het kabinet zal de belastingrente zo snel mogelijk aanpassen. Daarbij geldt om uitvoeringstechnische redenen dat de tijdelijke verlaging van het percentage van de belastingrente ingaat vanaf 1 juni 2020. De enige uitzondering hierop vormt de tijdelijke verlaging van het percentage van de belastingrente in de inkomstenbelasting, die zal ingaan vanaf 1 juli 2020.

Wijzigen van de voorlopige aanslag

Ondernemers betalen nu belasting op basis van een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Ondernemers die een lagere winst verwachten door de coronacrisis kunnen een verzoek indienen voor een verlaging van de voorlopige aanslag. Deze verzoeken zullen door de Belastingdienst worden ingewilligd. Daardoor gaan ondernemers meteen minder belasting betalen. Het kan ook zo zijn dat het bedrag van de nieuwe voorlopige aanslag lager is dan de belasting die de ondernemer in de eerste maanden van dit jaar al heeft betaald. In dat geval krijgt de ondernemer het verschil uitbetaald.

BMKB

Het kabinet heeft in de kamerbrief van 12 maart 2020 aangekondigd een tijdelijke faciliteit onder de BMKB op te stellen voor mkb-bedrijven die getroffen zijn door de uitbraak van het coronavirus. Onder de tijdelijke maatregel van de BMKB worden financieringen met een verhoogd borgstellingskrediet van 50% naar 75% mogelijk aan in de kern gezonde mkb-bedrijven toegelaten, om opgekomen of te verwachten liquiditeitsproblemen vanwege de coronaproblematiek te verzachten. Financiers (met name banken) kunnen daardoor gemakkelijker en sneller krediet verruimen waardoor meer mkb-bedrijven eerder meer geld kunnen lenen. Het kabinet heeft ruim voldoende middelen om er voor te zorgen dat aan het verwachte beroep op deze maatregel in de BMKB kan worden voldaan. Uw Kamer is 15 maart jl. nader geïnformeerd over de verruiming van de BMKB.

GO-regeling

Ondernemingen die problemen ondervinden bij het verkrijgen van bankleningen en bankgaranties kunnen sinds 2009 gebruik maken van de GO-regeling. Met de GO helpt EZK zowel het mkb als (middel)grote ondernemingen door middel van een 50% garantie op bankleningen en bankgaranties, vanaf € 1,5 miljoen tot (op dit moment) maximaal € 50 miljoen per onderneming.

De coronacrisis raakt vele sectoren en leveringsketens. Niet alleen kleine bedrijven worden getroffen, ook grote bedrijven. Grote bedrijven hebben doorgaans meer buffers om de eerste effecten van de coronaproblematiek op te vangen, maar ook zij lopen tegen grenzen aan. Het Kabinet committeert zich om alle garantieruimte te verstrekken die nodig is, zodat bedrijven met een gezond toekomstperspectief aan voldoende financiering kunnen blijven komen. Om te beginnen zal het garantiebudget van de GO substantieel worden verhoogd van € 400 miljoen tot € 1,5 miljard. Ook de maximale GO-faciliteit per onderneming zal substantieel worden verhoogd van € 50 miljoen naar € 150 miljoen. Deze plafonds zijn gelijk aan die van tijdens de financiële crisis, en door deze verhogingen ontstaan ruimere financieringsmogelijkheden voor bedrijven. Deze verruimingen zullen binnen een week geeffectueerd worden. Deze regeling zullen wij in afstemming met de Europese Commissie vorm gaan geven.

Qredits

Qredits heeft in de afgelopen jaren ongeveer 20.000 starters en/of ondernemers uit het kleinbedrijf gefinancierd. De coronaproblematiek heeft naar alle waarschijnlijkheid een onevenredige impact op deze groep kwetsbare ondernemers. Qredits is de op Nederlandse markt uniek als verstrekker van microkredieten en heeft als Stichting een ideëel doel en een aanpak die wezenlijk anders is dan reguliere banken, o.a. met bijzondere persoonlijke aandacht voor de ondernemers en de ontwikkeling van het business plan. Dit type ondernemingen kenmerkt zich veelal door een gebrek aan financiële reserves.

Om de risico’s voor deze doelgroep te mitigeren is het kabinet bereid Qredits financieel te ondersteunen met een bedrag van maximaal € 6 miljoen, om de door de coronaproblematiek geraakte ondernemingen te ondersteunen. Deze ondersteuning zal in principe gelden voor een termijn van negen maanden. De openstelling van deze crisismaatregel loopt tot eind mei 2020.

De in aanmerking komende ondernemingen zullen ondersteund worden door middel van uitstel van de aflossingsverplichting voor een periode van maximaal zes maanden waarbij over deze periode tevens een rentekorting wordt aangeboden. De rentekorting leidt ertoe dat Qredits een lagere rente in rekening kan brengen bij de ondernemer. De bijdrage van de Staat van maximaal € 6 miljoen zal met name worden ingezet om de inkomstenderving van Qredits als gevolg van genoemde rentekorting te dragen. De openstelling geldt uitsluitend voor coronagerelateerde aanvragen. Qredits zal hiervoor een adequate toets ontwikkelen. Met deze maatregel wordt verwacht dat Qredits 3.000 tot 6.000 ondernemingen kan faciliteren de huidige ongewisse economische malaise het hoofd te bieden. Het Kabinet zal deze maatregel met de Europese Commissie bespreken en kan daarna per direct geïmplementeerd worden door Qredits.

Borgstelling MKB-Landbouwkredieten (BL)

De land- en tuinbouwsector wordt ten gevolge van het coronavirus zowel nationaal als internationaal geconfronteerd met een afnemende vraag naar hun producten. Dit heeft tot gevolg dat de prijzen onder druk staan of (veelal bederfelijke) producten niet afgezet kunnen worden. De aard van de sector maakt dat niet zonder meer andere afzetkanalen of -markten gevonden kunnen worden of dat productie niet snel afgestemd kan worden op de vraag. Bovendien laat een teelt zich niet uitzetten en moet doorgewerkt worden om te kunnen oogsten, ook al is er geen afzet. Hierdoor kunnen land- en tuinbouwbedrijven in liquiditeitsproblemen komen. Door een tijdelijke gunstiger borgstelling voor werkkapitaal onder de regeling Borgstelling MKB-Landbouwkredieten (BL), wordt tijdelijk verruimd, voor financiering om de liquiditeitsproblemen van land- en tuinbouwbedrijven te verlichten zodat bedrijven met een gezond toekomstperspectief gefinancierd kunnen blijven. De aangepaste BL-regeling zal met ingang van 18 maart 2020 gelden en daarmee terugwerkende kracht krijgen bij publicatie.

Overleg met VNG

Om de liquiditeit van getroffen bedrijven niet verder te raken is het Rijk in overleg getreden met de VNG over het stopzetten van (voorlopige) aanslagen. Gemeenten heffen toeristenbelasting van ondernemers in de verblijfssector. Veel gemeenten innen de toeristenbelasting middels een voorlopige aanslag. Bij gemeenten komen momenteel ook signalen binnen vanuit de sector over de financiële gevolgen van de uitbraak van het coronavirus. Veel gemeenten nemen deze signalen ter hand en beraden zich op aanpassing van de inning van de toeristenbelasting om de sector tegemoet te komen. Voor ondernemers kan deze maatregel in samenhang met het gehele pakket van maatregelen tot een financiële verlichting leiden in deze moeilijke tijden.

Generieke financiële stimulering

Uit bovenstaande blijkt dat het van belang is om financiële en economische effecten van het coronavirus in de komende periode zoveel mogelijk te beperken. Dat doet het kabinet niet alleen door tijdelijke maatregelen te nemen, maar ten eerste door de Rijksbegroting de klap op laten vangen van een economische terugval Dit mechanisme is verankerd in de begrotingssystematiek en zorgt voor meer zekerheid bij huishoudens en bedrijven en minder heftige economische schokken.

Een economische terugval leidt namelijk tot minder belastinginkomsten. Huishoudens zullen minder consumeren en bedrijven maken minder winst of verlies. Ook zullen de overheidsuitgaven (sterker) toenemen, omdat de uitgaven voor werkloosheid (WW en bijstand) stijgen. Dat leidt tot een minder gunstige stand van de overheidsfinanciën. Het begrotingsoverschot van afgelopen jaar zal waarschijnlijk omslaan naar een tekort. De staatsschuld is de afgelopen jaren gedaald, maar kan nu ook snel weer stijgen. Automatische stabilisatie betekent dat het kabinet in dat geval niet gaat bezuinigen of de lasten gaat verhogen. De eerder afgesproken lastenverlichting voor huishoudens gaat dus door, en dat geldt ook voor afgesproken maatschappelijke investeringen.

Het kenmerk van automatische stabilisatie is dat het onmiddellijk en vanzelf gebeurt: het is niet nodig om bijvoorbeeld een wet aan te passen of een nieuwe begroting aan te nemen. Dat is het verschil met aparte afspraken over investeringen of lastenverlichting om de economie te stimuleren, wat ook wel discretionair begrotingsbeleid wordt genoemd. Het duurt vaak enige tijd voordat zulke middelen bij huishoudens of bedrijven terechtkomen: eerst moet de begroting worden aangepast, en vervolgens gaat er vaak nog tijd overheen voordat het geld daadwerkelijk op zijn bestemming is. Juist in tijden van economische onzekerheid is vertraging onwenselijk. Daar komt bij dat automatische stabilisatie vanzelf terecht komt bij huishoudens en bedrijven die het meest getroffen zijn. Een bedrijf dat verlies maakt zal automatisch minder belasting betalen, en dat geldt ook voor werknemers die getroffen worden. Het is daarmee tijdig en trefzeker, en daarnaast ook tijdelijk: als de economie weer hersteld is, hoeven maatregelen niet te worden stopgezet of teruggedraaid.

Duidelijk is dat de Nederlandse overheidsfinanciën er momenteel goed voor staan en er dus volledige ruimte is om stabiliserend begrotingsbeleid te voeren en te doen wat nodig is. Nederland kent een ruime marge tot de Europese begrotingsnormen uit het Stabiliteits- en Groeipact (SGP). Ook kent het SGP verschillende bepalingen om flexibiliteit te bieden, en heeft de Europese Commissie alle lidstaten opgeroepen om deze flexibiliteit te benutten om de economische gevolgen van het coronavirus op te vangen. Ook op de kapitaalmarkten kent Nederland een hoge mate van vertrouwen. Nederlandse staatsobligaties worden, voor zowel korte als lange looptijden, momenteel tegen een negatieve rente verhandeld, en kennen bij kredietbeoordelaars een AAA-rating. Er is dus, zowel vanuit de kapitaalmarkten als de Europese begrotingsregels, geen reden om de begroting niet in te zetten om economische schok op te vangen.

Nederland heeft bovendien een robuust sociaal vangnet, dat al sommige maatregelen bevat die andere landen recent hebben aangekondigd om de (economische) gevolgen van corona te beperken. Zo is er een betaald ziekteverlof: een zieke werknemer krijgt (minimaal 70 procent) doorbetaald, waardoor hij of zij niet gedwongen is om toch naar werk te gaan. Dat is van belang voor de zieke zelf, en bij een besmettelijke ziekte extra belangrijk voor de samenleving als geheel. Bij een toename van de werkloosheid beperken de WW, transitievergoeding of de bijstand de onzekerheid van huishoudens en zorgen ze voor een minimumniveau aan inkomen. Voor bedrijven die vpb betalen is er verliesverrekening: een bedrijf dat verlies maakt kan dat fiscaal verrekenen met zijn winst in het jaar daarvoor of met zijn winst tot 6 jaar in de toekomst. IB-ondernemers mogen verliezen verrekenen met winst van 3 jaar terug en tot 9 jaar in de toekomst. Dat helpt voor de financiële positie van een bedrijf in slechte tijden.

Waar verder de medische beheersing van het virus noopt tot noodzakelijke maatregelen die leiden tot een extra budgettair beslag in het Rijksbrede beeld, bijvoorbeeld ten behoeve van medewerkers, hulpmiddelen en medicijnen in de zorg, past het kabinet deze in. Bij een uitbraak van een epidemie is het soms nodig om op zeer korte termijn besluiten te nemen, besluiten die ook binnen de zorgsector financiële gevolgen zullen hebben. Gevolgen enerzijds doordat veel zorgaanbieders met hogere kosten worden geconfronteerd, anderzijds omdat ook sommige vormen van zorg juist geen doorgang kunnen vinden (vraaguitval). Vanzelfsprekend zullen we doen wat nodig is. Het kabinet is in constructief overleg met zorgverlenende partijen en ook met de NZa, de zorgverzekeraars en gemeenten om hier vervolg aan te geven. Zorgaanbieders die worden geconfronteerd met liquiditeits- en andere financiële problemen kunnen daarover in overleg gaan met de financiers van hun zorg: zorgverzekeraars, uitvoerders van de Wet langdurige zorg (zorgkantoren) en gemeenten voordat zij een beroep hoeven te doen op de tijdelijke regeling voor tegemoetkoming loonkosten. Dit laat uiteraard onverlet dat zorgaanbieders waar dat relevant is ook gebruik kunnen maken van andere in de brief opgenomen maatregelen.

Europese en internationale initiatieven

De uitbraak van het coronavirus is mondiaal, en de economische effecten van de uitbraak zijn dat ook. Het mitigeren van deze effecten vereist internationale samenwerking en coördinatie. Het kabinet hecht sterk aan samenwerking binnen de verschillende internationale gremia waarin dit wordt besproken. De afgelopen weken zijn in internationaal en Europees verband verschillende maatregelen genomen. Dit gaat onder andere om financiële middelen, het gebruik van flexibiliteit in Europese wetgeving en beleid van centrale banken.

De Europese Commissie heeft op 13 maart jl. een mededeling gepubliceerd waarin het een pakket Europese maatregelen aankondigt dat zich met name richt op de sociaaleconomische gevolgen van het coronavirus. Het macro-economische gedeelte van het pakket heeft onder meer betrekking op het Corona Response Investment Initiative (CRII) en andere initiatieven binnen de EU-begroting, de EIB-groep, toepassing van het Stabiliteits- en Groeipact (SGP) en de staatssteunregels. Zo hebben de Europese Commissie en de EIB-groep een gericht steunprogramma voorgesteld dat 28 tot 40 miljard EUR financiering aan het MKB zou moeten mobiliseren. Ook wordt ingegaan op sociaal beleid, leveringszekerheid van medische hulpmiddelen en geneesmiddelen, en luchtvaart. Het kabinet verwelkomt het feit dat de Commissie op korte termijn een uitgebreide mededeling over dit onderwerp heeft opgesteld met reeds enkele wetgevende voorstellen. Verder heeft de ECB besloten tot een uitgebreid pakket van monetaire beleidsbeslissingen, en heeft de toezichttak van de ECB (SSM) en de Europese bankenautoriteit (EBA) maatregelen aangekondigd om banken hun rol als financier van de economie te blijven laten spelen.

Buiten de EU hebben verschillende instellingen maatregelen getroffen om de economische impact te mitigeren. Zo heeft het IMF aangegeven klaar te staan om landen die gevolgen ondervinden van de uitbraak van het coronavirus te ondersteunen, en stelt hiervoor USD 50 miljard aan middelen beschikbaar binnen de bestaande faciliteiten. Daarnaast heeft de Wereldbank begin maart de Fast Track COVID-19 Facility gelanceerd, die USD 12 miljard financiering beschikbaar stelt. Tot slot hebben de G7 en G20 verschillende statements aangenomen waarin ze toezeggen klaar te staan om de noodzakelijke maatregelen te treffen om de economische gevolgen te mitigeren.

Naast EU-brede maatregelen vindt in Europees verband ook een uitwisseling plaats van nationale beleidsresponses. Een deel van de lidstaten zet net zoals Nederland ook een vorm van werktijdverkorting in en biedt ruimte in het uitstel van betaling van belasting om de liquiditeit van ondernemers te ondersteunen. In vergelijking tot andere lidstaten heeft Nederland «grote» automatische stabilisatoren en neemt het kabinet relatief veel additionele maatregelen om de economische impact van het coronavirus te mitigeren.

Op 16 maart jl. heeft een Eurogroep via video-verbinding plaatsgevonden, Toen is ook een verklaring aangenomen waarin de Eurogroep solidariteit uitspreekt met de mensen die getroffen zijn door het coronavirus. Ook is de Eurogroep een gecoördineerde beleidsreactie overeengekomen en hebben de Eurolanden aangekondigd alle benodigde maatregelen te zullen nemen om economische groei en werkgelegenheid te ondersteunen.3 4 Deze duidelijke boodschap van de Eurogroep is aanvullend op nationaal beleid van lidstaten en de aangekondigde maatregelen van de Europese Commissie, de Europese Investeringsbank en de Europese Centrale Bank.

In bijgevoegde bijlage5 wordt uitgebreider ingegaan op de internationale en Europese maatregelen die zijn genomen om de economische effecten van het coronavirus te mitigeren.

Gelet op de snelheid van het Brusselse proces hecht het kabinet eraan het parlement zo spoedig mogelijk via deze brief te informeren. De bijgevoegde bijlage – waarin nader wordt ingegaan op de Commissie-mededeling – vervangt daarmee een BNC-fiche voor het gehele pakket aan maatregelen. De voorstellen van de Commissie zijn en worden besproken de komende dagen ter sprake komen in verschillende overleggen, waaronder de Eurogroep van 16 maart en de ingelaste videoconferentie van de leden van de Europese Raad op 17 maart, waar het kabinet als gebruikelijk verslag van zal doen aan het parlement.

Financiële sector

De economische gevolgen van het coronavirus raken in eerste instantie vooral de reële economie. Het is daarom van groot belang dat de financiële sector de reële economie kan blijven ondersteunen, juist in deze tijden. Langdurige financiële en economische onzekerheid kan echter ook zijn weerslag hebben op de financiële sector, bijvoorbeeld doordat ondernemingen hun rente en aflossing op leningen tijdelijk niet kunnen betalen. Na de financiële crisis zijn de eisen voor de financiële sector fors aangescherpt. Daardoor heeft de financiële sector de laatste jaren stevige buffers opgebouwd, waardoor zij tegen een tijdelijke terugval bestand is.

Los van dalende beurskoersen en volatiele financiële markten zijn er vooralsnog geen signalen van acute problemen bij financiële instellingen. Dit kan in de toekomst veranderen. Het is daarom van belang dat risico’s goed worden gevolgd. De Nederlandse (groot)banken hebben buffers opgebouwd die zich ruim boven de eisen bevinden. Ook zijn de bankbalansen opgeschoond in vergelijking met een aantal jaren geleden. Deze opgebouwde ruimte in kapitaal en liquiditeit kan door banken nu worden gebruikt om eventuele verliezen op te vangen en hun uitleencapaciteit aan de Nederlandse economie op peil te houden. De Nederlandse banken staan er goed voor en kunnen tijdelijke verliezen, bijvoorbeeld op hun MKB-leningen, absorberen.

Vanmiddag vond, op initiatief van DNB, samen met het Ministerie van Financiën en AFM, overleg plaats met de financiële sector. Het doel van het overleg was om te bespreken hoe het coronavirus de sector raakt en om de laatste ontwikkelingen te bespreken. Daarbij is onder meer de financiering van het bedrijfsleven aan bod gekomen, de gevolgen die het coronavirus daarop heeft, en de rol die de financiële sector daarin kan spelen. Banken gaven in het gesprek aan zich bewust te zijn van hun cruciale rol in de Nederlandse economie. Zij zijn met hun klanten in gesprek over de manier om hen optimaal te kunnen ondersteunen in deze moeilijke tijd. Om banken hier nog meer te ondersteunen, kondigde DNB aan dat zij de (macroprudentiële) systeemrisicobuffers tijdelijk zal verlagen, en de introductie van een minimumvloer voor risicogewichten van hypotheekleningen zal uitstellen. Dit geeft banken tijdelijk extra ruimte om eventuele verliezen op te vangen en de kredietverlening op peil te houden. Deze maatregelen gelden zolang dat nodig is. Op termijn zullen de kapitaaleisen terugkeren naar het huidige niveau, omdat DNB van mening is dat dat niveau op de lange termijn passend is. DNB sluit hierbij aan bij de maatregelen die door Europese en andere nationale toezichthouders ten aanzien van de financiële sector zijn genomen (zie bijlage). Het Ministerie van Financiën, DNB en de financiële sector spraken in de bijeenkomst van vanmiddag af om met elkaar in gesprek te blijven om de situatie te monitoren.

Incidentele suppletoire begrotingen

De budgettaire gevolgen van deze maatregelen worden in incidentele suppletoire begrotingswetten aan u voorgelegd. Normaliter wordt nieuw beleid in uitvoering genomen nadat de Staten-Generaal de begrotingswetten heeft geautoriseerd. Aangezien uitstel van uitvoering van deze spoedeisende maatregelen die in het belang van het Rijk zijn, niet kan wachten tot formele autorisatie van beide Kamers der Staten-Generaal, zal het kabinet de uitvoering van de maatregelen starten. Hiermee wordt gehandeld conform lid 2 van artikel 2.27 van de Comptabiliteitswet 2016.

Tot slot

Het onderwijs en de kinderopvang zijn cruciale sectoren, die op dit moment niet volledig stilgelegd kunnen worden. Het kabinet heeft besloten dat er tot en met 6 april geen les wordt gegeven in het primair onderwijs (po), voortgezet onderwijs (vo) en middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en dat de reguliere kinderopvang wordt gestaakt. De eerder aangekondigde maatregelen voor hogescholen en universiteiten blijven ook van kracht tot en met 6 april a.s. Dit zal ook economische effecten met zich meebrengen. Voor kinderen van ouders met cruciale beroepen die Nederland draaiende houden tijdens de uitbraak van het coronavirus, zoals de zorg, politie, openbaar vervoer, brandweer, onderwijs en kinderopvang, is er wel opvang in het primair onderwijs en in de kinderopvang, zodat hun ouders kunnen blijven werken. Deze opvang is zonder extra kosten voor ouders.

Van de kinderopvang wordt in deze tijden een extra inspanning gevraagd, namelijk om opvang te blijven bieden waar echt noodzakelijk, en om die opvang uit te breiden (soms zelfs 24/7) waar nodig. Aan ouders die normaliter kinderopvang gebruiken, vragen wij daarom de gehele factuur aan de kinderopvang te blijven voldoen, zoals gewoonlijk, ook als zij op dit moment niet van opvang gebruik kunnen maken. De kinderopvangsector blijft daarmee in staat goede opvang te verzorgen. Voor ouders betekent het doorbetalen dat het recht op kinderopvangtoeslag blijft bestaan en dat de plek in de kinderopvang, wanneer deze weer regulier opengaat, behouden blijft. Een deel van de factuur heeft betrekking op de eigen bijdrage die ouders betalen. De inzet van het kabinet is om deze kosten zoveel mogelijk te compenseren en we zullen hier met uw Kamer zo snel mogelijk over informeren.

Het opschorten van het onderwijs van scholen en universiteiten kan op de lange termijn gevolgen hebben voor de leerprestaties van leerlingen en studenten. Om de gevolgen van het opschorten van het onderwijs op de onderwijsinstellingen zo veel mogelijk te beperken zullen docenten onderwijs op afstand organiseren, met prioriteit voor eindexamenleerlingen in het vo. Scholen en docenten werken hier momenteel hard aan. Het zo veel mogelijk continueren van het onderwijs met speciale aandacht voor kansengelijkheid, het continueren en aanpassen van het examenproces en het opvangen van kinderen van ouders in cruciale beroepen levert verschillende uitdagingen op in logistieke zin, maar ook in financiële zin. Ondanks de inzet op afstandsonderwijs kan het nodig blijken om gemiste onderwijsinhoud in te halen op een later moment en zullen mogelijk toetsen en examens ingehaald moeten worden, waarbij er mogelijk extra examenmomenten moeten komen.

Vervolg

Met dit noodpakket aan maatregelen doen we het maximale om banen te behouden en gevolgen voor de economie te beperken. De maatregelen die we nu nemen zijn fors en nadrukkelijk voor de komende weken en maanden. Het kabinet is volledig doordrongen van de moeilijke periode waar we nu in zitten. Afhankelijk van de ontwikkelingen, zal het kabinet noodzakelijke en passende vervolgmaatregelen treffen indien de situatie daartoe noopt.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes

De Minister van Financiën, W.B. Hoekstra

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, M.C.G. Keijzer

De Staatssecretaris van Financiën, J.A. Vijlbrief


X Noot
1

Zie de Beleidsregel van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 17 maart 2020, 2020–0000039117, houdende de beëindiging van de mogelijkheid tot ontheffing van het verbod op werktijdverkorting; zie bijlage. Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
2

Indien een oproepkracht voldoet aan de reguliere voorwaarden voor een WW-uitkering kan op basis daarvan een uitkering worden verstrekt.

X Noot
3

De Minister van Financiën zal, zoals gebruikelijk, een separaat verslag van de Eurogroep aan uw Kamer sturen met verdere toelichting.

X Noot
5

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

Naar boven