Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202035420 nr. 16

35 420 Noodpakket banen en economie

Nr. 16 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT EN DE STAATSSECRETARISSEN VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT EN VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 april 2020

Het coronavirus heeft de wereld en Nederland in zijn greep. De eerste prioriteit van het kabinet ligt uiteraard bij de gezondheid van de bevolking, en een goed functionerende gezondheidszorg. De impact van het virus is enorm – en heeft ingrijpende gevolgen voor de economie. Delen van het werk zijn stilgevallen, hele sectoren moeten tijdelijk hun deuren sluiten, zelfstandigen zien opdrachten wegvallen en werknemers zitten in onzekerheid thuis.

Op 17 maart jl. heeft het kabinet het noodpakket banen en economie aangekondigd en heeft uw Kamer hierover geïnformeerd.1 Om de economie zoveel mogelijk draaiende te houden, vragen we van bedrijven zoveel mogelijk mensen aan het werk te houden – ook mensen met een flexibel contract. Om zo snel mogelijk duidelijkheid te kunnen verschaffen over de verschillende maatregelen binnen het noodpakket, informeert het kabinet uw Kamer via afzonderlijke brieven. De stand van zaken van de verschillende maatregelen die in het pakket zijn aangekondigd is momenteel als volgt:

  • Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW). Het kabinet heeft dinsdag 31 maart richting uw Kamer gecommuniceerd over de contouren van de maatregel (Kamerstuk 35 420, nr. 8). De maatregel is door de Minister van SZW vastgesteld in een ministeriële regeling die gelijktijdig aan uw Kamer is gezonden. Het loket bij UWV is op 6 april geopend.

  • Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers. Het kabinet heeft vrijdag 27 maart richting uw Kamer gecommuniceerd over de contouren van de regeling (Kamerstuk 35 420, nr. 11). Over enkele weken ontvangt uw Kamer een algemene maatregel van bestuur. Op basis van de contouren die reeds bekend zijn kunnen gemeenten al beginnen met het verwerken van aanvragen.

  • Compensatiemaatregel eigen bijdrage kinderopvang. Het kabinet heeft 20 maart gecommuniceerd over de eerste contouren van de maatregel, waarbij ouders gecompenseerd worden voor hun eigen bijdrage tot de maximum uurprijs. Het kabinet streeft ernaar om op zo kort mogelijke termijn nadere duidelijkheid te geven over de vorm van de compensatie en wanneer die wordt uitgekeerd. De maatregel geldt vooralsnog tot 28 april maar kan indien nodig verlengd worden.

  • Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (Noodloket). Het kabinet heeft op vrijdag 27 maart gecommuniceerd over de maatregel. Daarbij is de regeling aan uw Kamer gezonden. Het loket is inmiddels open.

  • BMKB, GO, Qredits, Borgstelling Landbouw. De BMKB is open onder de nieuwe voorwaarden sinds 16 maart. Sinds 27 maart jl. is de aangekondigde verruiming van de GO eveneens open. Voor Qredits geldt dat aanvragen voor uitstel tot aflossing inmiddels kunnen worden ingediend. De borgstelling landbouw is sinds woensdag 18 maart open en inmiddels ook bij de grote banken operationeel.

  • Bijzonder uitstel van betaling. Ondernemers kunnen sinds 12 maart bijzonder uitstel van betaling krijgen voor de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, omzetbelasting (btw) en loonbelasting als zij door de coronacrisis in betalingsproblemen zijn gekomen. Uitstel kan worden aangevraagd nadat er aangifte is gedaan en de ondernemer een aanslag heeft ontvangen. Op 17 maart zijn de voorwaarden voor het aanvragen van uitstel van betaling verder versoepeld. Ondernemers krijgen sindsdien bij een aanvraag meteen uitstel van betaling voor een periode van drie maanden. Voor uitstel langer dan drie maanden zal de Belastingdienst om aanvullende informatie vragen.

  • Schrappen verzuimboete betalingsverzuim. Als een ondernemer in verband met de coronacrisis uitstel van betaling vraagt voor een naheffingsaanslag omzetbelasting of loonbelasting, zorgt de Belastingdienst er ook voor dat een eventuele bij de aanslag opgelegde boete voor een betalingsverzuim wordt geschrapt.

  • Tijdelijke verlaging belasting- en invorderingsrente. Het percentage voor de invorderingsrente is per 23 maart verlaagd naar 0,01%. Dit geldt niet alleen voor een belastingschuld waarvoor bijzonder uitstel van betaling wordt gevraagd, maar voor alle belastingschulden. Ook het percentage voor de belastingrente wordt verlaagd. Daarbij geldt om uitvoeringstechnische redenen dat dit ingaat vanaf 1 juni 2020. De enige uitzondering hierop vormt de tijdelijke verlaging van het percentage van de belastingrente in de inkomstenbelasting, die zal ingaan vanaf 1 juli 2020. De Belastingdienst rekent per de aangegeven data met de nieuwe percentages. Belastingplichtigen hoeven daar niets voor te doen.

  • Verminderen voorlopige aanslagen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. Ondernemers die een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting 2020 hebben ontvangen en nu een lagere winst verwachten, kunnen deze wijzigen zodat zij direct minder belasting betalen. Ondernemers die helemaal geen winst meer verwachten te halen, krijgen de belasting die zij voor dit jaar al betaald hebben daarna direct terug. In aanvulling hierop is op 2 april jl. een aantal aanvullende maatregelen getroffen.

Deze brief strekt ertoe uw Kamer nader te informeren over de beleidsregel Tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren (TOGS), in verband met de gevolgen van ontwikkelingen in de economie voor de reikwijdte van de beleidsregel. We gaan tevens in op een aantal specifieke gevolgen van de coronacrisis voor de detailhandel en de horeca. Tot slot kondigen we met deze brief een aantal aanvullende maatregelen aan om ondersteuning te bieden aan andere bedrijven die te maken hebben met de gevolgen van de coronacrisis.

Tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren

Op vrijdag 27 maart jl. informeerden wij uw Kamer over de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren (TOGS).2 Deze maatregel is een tegemoetkoming in de vorm van een belastingvrije gift van 4.000 euro voor ondernemers in sectoren die direct zijn getroffen door kabinetsmaatregelen ter bestrijding van het coronavirus. De regeling voorziet in een behoefte: inmiddels zijn meer dan 70.000 aanvragen ingediend en is inmiddels circa 58 miljoen euro toegekend.

Het doel van de TOGS is om ondernemers, die een dominant effect zien op hun bedrijfsvoering door het wegblijven van de consument als direct gevolg van de kabinetsmaatregelen, snel ondersteuning te bieden in de dekking van hun vaste kosten, zoals de huur van een bedrijfspand. Bij de oprichting is aangegeven dat indien blijkt dat deze maatregel niet toereikend is, in een latere fase besloten kan worden om meer sectoren voor de eenmalige tegemoetkoming in aanmerking te laten komen. In eerste instantie is bij het bepalen van de doelgroep gekeken naar sectoren die direct getroffen waren door de volgende drie overheidsmaatregelen: gedwongen sluiting van bepaalde bedrijven, het verbod op het organiseren van bijeenkomsten en evenementen en het negatieve reisadvies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Na analyse van de sinds vrijdag 27 maart gedane aanvragen voor de TOGS en de recente acute, negatieve ontwikkelingen van de winkelomzetten, heeft het kabinet zaterdag 28 maart 2020 aangekondigd dat ondernemers in de non-food retail (inclusief non-food markthandel) vanaf 30 maart 2020 ook aanspraak kunnen maken op de eenmalige tegemoetkoming, mits ze aan de overige gestelde vereisten voldoen. Ondernemers in de sector non-food retail kunnen weliswaar openblijven, maar zien hun inkomsten sterk teruglopen als direct gevolg van de kabinetsaanwijzing om 1,5 meter afstand te houden en zoveel mogelijk thuis te blijven. Het betreft eveneens bedrijven die direct getroffen worden door het wegblijven van consumenten als gevolg van de kabinetsaanwijzingen.

Bij deze brief gaat de aangevulde lijst van SBI-codes van in aanmerking komende sectoren. Naast de verwerking van bovengenoemd besluit, wordt voorzien in een aanvulling met een aantal sectoren3 verdeeld in drie modules, waarvan gegeven de huidige economische ontwikkelingen aannemelijk is dat deze ook direct door de kabinetsmaatregelen zijn getroffen, zoals kampeerterreinen, monumentenzorg (uitbating van monumentale panden), vervoer per taxi, dierentuinen en fysiotherapeuten.

Voor bepaalde sectoren geldt dat er andere regelingen voor in werking zijn gesteld, bijvoorbeeld voor de zorgaanbieders wordt door de zorgverzekeraars een continuïteitsbijdrage verstrekt, of worden er afspraken gemaakt met zorgkantoren en gemeenten. Om overlap tussen de regelingen te voorkomen, wordt er aan zorgondernemers een extra verklaring gevraagd waaruit blijkt in hoeverre de omzetuitval en personeelskosten reeds vergoed zijn via deze continuïteitsbijdrage.

De nieuwe codes worden toegevoegd aan de beleidsregel en worden ook gepubliceerd op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De uitbreiding van de lijst met ondernemingen in sectoren die voor tegemoetkoming in aanmerking komen zorgt naar verwachting voor een toename van het benodigde budget met circa 1 miljard euro ten opzichte van de oorspronkelijke beleidsregel (d.d. 27 maart 2020) en de toevoeging van non-food retail (d.d. 28 maart jl.). RVO streeft ernaar om aanvragen van aanvullende sectoren vanaf woensdag 15 april 2020 mogelijk te maken. Alle inspanningen zijn erop gericht om ervoor te zorgen dat getroffen ondernemers de tegemoetkoming zo snel als mogelijk ontvangen.

Toelichting vestigingsvereiste

De regeling is bedoeld als tegemoetkoming van omvangrijke vaste lasten, anders dan personeelslasten. Daarom richt de regeling zich op ondernemers die daadwerkelijk beschikken over een fysieke vestiging of fysieke productiemiddelen, die los staan van de eigen woning, die essentieel zijn voor de uitoefening van de bedrijfsactiviteiten, en zorgen voor omvangrijke, periodiek terugkerende vaste lasten. Daarom moet de onderneming op een ander adres staan ingeschreven dan het huisadres. Echter, in sommige sectoren, bijvoorbeeld in de sfeer van persoonlijke dienstverlening, is sprake van significante bedrijvigheid vanuit de eigen woning door sommige ondernemingen, terwijl er daarnaast andere ondernemingen zijn met meer grootschalige dienstverlening vanuit een fysieke vestiging met omvangrijke periodieke vaste lasten, terwijl de ondernemer staat ingeschreven op het huisadres. Dit geldt bijvoorbeeld in de sectoren haarverzorging en schoonheidsverzorging, maar bijvoorbeeld ook voor de houder van een manege op het eigen erf. Om de ondernemers met omvangrijke periodieke vaste lasten in aanmerking te laten komen voor de TOGS, zal er van hen een aanvullende verklaring worden gevraagd, waaruit moet blijken dat de bedrijfsactiviteiten van de aanvrager een zekere minimale omvang hebben. Kappers waarbij de onderneming staat ingeschreven op een ander adres dan het woonadres, komen dus automatisch in aanmerking voor de tegemoetkoming, waar collega’s die ingeschreven staan op het huisadres pas in aanmerking komen als blijkt uit de verklaring dat zij omvangrijke bedrijfsactiviteiten hebben.

Daarnaast zijn er sectoren, waarbij het kenmerkend is dat ondernemers een fysieke inrichting of fysieke productiemiddelen hebben buiten de woning. Voor deze sectoren is zo’n minimale omvang geen noodzakelijk criterium. Een voorbeeld zijn de auto- en motorrijschoolhouders die veelal op hun huisadres geregistreerd staan maar omvangrijke lasten dragen voor hun lesvoertuig(en).

Op deze manier, met op de sector toegesneden criteria, en waar nodig een eigen verklaring van de ondernemer, wordt het oogmerk van de regeling bereikt met behoud van geautomatiseerde verwerking.

Beoordeling bij afwijkende SBI-code

Ondernemers die, op basis van hun hoofdactiviteit, menen in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming, maar zien dat zij geregistreerd staan onder een verkeerde SBI-code, kunnen dit melden bij RVO. RVO zal deze verzoeken dan per geval bekijken op redelijkheid en billijkheid, dan wel toetsen aan de economische activiteit waarmee de onderneming in het Handelsregister staat ingeschreven. Tegelijkertijd zullen er gevallen zijn die zich aan deze logica onttrekken. Ook zullen er aanvragen worden afgewezen, terwijl het gevoel naar toekenning uitgaat. Echter, de enige manier om zo veel mogelijk rechthebbenden in deze crisis snel van een tegemoetkoming te voorzien, is deze geautomatiseerd, langs eenvoudige beslisregels toe te kennen. Individuele beoordeling is in de gegeven tijdspanne, en gezien de verwachte aantallen, geen haalbare kaart. Het kabinet hecht er zeer aan dat de tegemoetkoming bij de ondernemers terecht komt die er recht op hebben. Daarom zal er achteraf gecontroleerd worden of er geen misbruik is van de regelingen is geweest.

Tot slot moet worden opgemerkt dat deze tegemoetkoming dient om acute liquiditeitsproblemen als gevolg van het doorlopen van vaste lasten voor (mkb) ondernemers te verzachten. Wij beseffen en willen ook benadrukken dat enkel deze tegemoetkoming geenszins voldoende zal zijn om de gevolgen van de coronacrisis voor alle ondernemers te mitigeren. Het kabinet heeft tot een breed pakket aan maatregelen besloten om ondernemers en bedrijven op verschillende manieren te ondersteunen, met bijvoorbeeld een voorziening gericht op het doorbetalen van lonen aan werknemers, een regeling voor ZZP-ers, het vergemakkelijken van kredietverstrekking door de banken en de overige maatregelen zoals hierboven beschreven. Het is dus goed mogelijk dat ondernemers die weliswaar niet in aanmerking komen voor de TOGS, wel een beroep kunnen doen op andere regelingen.

Aanvullende gesprekken met horeca en detailhandel

Met de aanvullende maatregel maakt het kabinet de TOGS bereikbaar voor meer ondernemers, het is daarbij van belang is dat iedereen in de keten zijn verantwoordelijkheid neemt.

In dat verband hebben wij gesprekken gevoerd met vastgoedeigenaren en ondernemers in de detailhandel en brouwers en ondernemers in de horeca over de gevolgen van het coronavirus. Inzet is om met elkaar te kijken hoe de pijn in de sector evenredig kan worden verdeeld. Voor de detailhandel hebben huurders en verhuurders van winkelruimte een brede oproep gedaan aan alle partijen om tot 20 april de huur op te schorten en de ruimte die daardoor ontstaat te gebruiken om gezamenlijk tot maatwerkoplossingen te komen. Ook de brouwers en de horeca zijn in overleg over de verdeling van de lasten. Wij blijven deze ontwikkelingen volgen en aandringen op een evenredige verdeling van met name de huurlasten tussen partijen. Voor het geval partijen niet tot redelijke oplossingen komen zullen nadere stappen worden overwogen.

Vooral kleine winkeliers zonder veel reserves hebben het nu zwaar. Een peiling onder non-foodwinkeliers laat zien dat een ruime meerderheid van de winkeliers enthousiast is over een regeling om de uitverkoop pas na 1 juli te starten. Brancheorganisaties kunnen een goede rol spelen door hier richting aan te geven. Op onze steun kunnen ze rekenen. We laten onderzoeken op welke mogelijkheden we het tegengaan van massale kortingsacties voor 1 juli kunnen ondersteunen.

Aanvullende maatregelen voor financiering bedrijven

Het kabinet heeft in de Kamerbrieven van 12 maart jl.4 en 17 maart jl.5 een eerste pakket maatregelen aangekondigd voor burgers en bedrijven die getroffen zijn door de economische gevolgen van de coronaproblematiek. Veel bedrijven worden hierdoor geholpen. Er zijn echter ook bedrijven met liquiditeitsproblemen waarvoor deze maatregelen geen oplossing bieden. Dit zijn de (middel)grote bedrijven of de (extern) eigen vermogen gefinancierde bedrijven die niet bij een bank terecht kunnen, waaronder innovatieve bedrijven en startups en scale-ups, die aan de basis staan van de economische ontwikkeling van Nederland.

Door de coronacrisis worden mkb en (middel)grote ondernemingen uit diverse sectoren direct dan wel indirect hard getroffen, doordat bijvoorbeeld goederen niet uitgeleverd kunnen worden of productielijnen stilvallen door een gebrek aan onderdelen. Ook kunnen ondernemingen fors geraakt worden door vraaguitval. De inkomsten van bedrijven vallen dan grotendeels weg en de liquiditeitsbehoefte bij ondernemingen zal de komende tijd dan ook van een grote omvang zijn. Hierdoor ontstaan liquiditeitsproblemen, ook bij in principe economisch gezonde (middel)grote ondernemingen.

De coronacrisis heeft ook een grote negatieve impact op het startup-ecosysteem: uit een inventarisatie van TechLeap.NL blijkt dat 55% van de bedrijven de vraag ziet wegvallen door het wegvallen van bestaande klanten of het wegblijven van nieuwe klanten. Het ophalen van de benodigde, nieuwe financiering is voor deze groep onder de huidige omstandigheden een probleem, te meer omdat startups en scale-ups en andere non-bancair gefinancierde bedrijven geen of slechts beperkt gebruik kunnen maken van de eerder door het kabinet aangekondigde maatregelen die gericht zijn op met vreemd vermogen gefinancierde bedrijven. Als we in Nederland deze bedrijven die van belang zijn voor ons huidige en toekomstige verdienvermogen en innovatiekracht overeind willen houden, zijn dus ook aanvullende maatregelen voor startups en scale-ups en non-bancair gefinancierde bedrijven nodig. Uitgangspunt daarbij is dat het kabinet in de kern gezonde bedrijven ondersteunt.

Verschillende partijen, waaronder ondernemers, financiers, TechLeap.NL, provincies, Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s), de Stichting MKB-Financiering, de Nederlandse Vereniging van Banken, de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen, Invest-NL en de Dutch Startup Association, hebben hierover signalen afgegeven. Het kabinet heeft daarom besloten tot een aanvullend pakket van economische maatregelen, met oog op deze doelgroep.

1. Een coronamodule in de GO-regeling.

Met de Garantie Ondernemersfinanciering (GO) helpt EZK zowel het mkb als (middel)grote bedrijven door middel van een garantie op bankleningen en bankgaranties. Inmiddels is het garantiebudget van de GO verhoogd van 400 euro miljoen naar 1,5 miljard euro en tevens de GO-faciliteit per onderneming verhoogd van 50 miljoen euro naar 150 miljoen euro. Echter, in de huidige extreme omstandigheden is de GO, met een garantiepercentage van 50% en een garantieplafond van 1,5 miljard euro, niet toereikend om de kredietverlening van de banken aan (middel) grote bedrijven op gang te houden. Daarom heeft het kabinet besloten tijdelijk een corona-module voor garantie op bankleningen aan de GO-regeling (GO-C) toe te voegen.6 Dit in lijn met de ruimte die het tijdelijk staatssteunkader (TSSK) van de Europese Commissie daarvoor biedt. Het garantiepercentage van GO-C zal 80% (voor grootbedrijf met omzet vanaf 50 miljoen euro), respectievelijk 90% (voor mkb-ondernemingen met omzet tot 50 miljoen euro) bedragen en het totale garantieplafond voor de GO wordt verhoogd naar 10 miljard euro. GO-C leningen hebben een maximale looptijd van drie jaar. Voor een garantiebudget van 10 miljard euro en de aanname van een jaarlijks schadepercentage van 4% is een minimale kasbuffer van 1 miljard euro noodzakelijk en beschikbaar gesteld voor het opvangen van verliesdeclaraties.

De GO is anders van opzet dan de BMKB, mede omdat BMKB is een first loss-regeling is. Dit betekent dat de opbrengsten bij een eventuele uitwinning bij de BMKB eerst naar de financier gaan, en alleen wat resteert aan de Staat toekomt. Bij de GO deelt de Staat naar rato met de bank in de zekerheden bij een eventueel faillissement. Ruim 75% van de GO-aanvragen betreft mkb-ondernemingen (<250 FTE) en de GO richt zich verder op (middel)grote ondernemingen. Het kabinet is in overleg met de banken over hoe kan worden gezorgd dat de GO-C module zo snel mogelijk na goedkeuring van de Europese Commissie in werking kan worden gesteld. Vanwege de grote urgentie zal deze module onder voorwaarden en mits goedgekeurd door de Europese Commissie ook toepasbaar zijn op kredieten die vanwege de geschetste problemen vanaf 24 maart 2020 tot de datum van inwerkingtreding van de regeling zijn verstrekt. Zoals aangegeven in de brief van 17 maart jl. committeert het kabinet alle garantieruimte te verstrekken die nodig is, zodat bedrijven met een gezond toekomstperspectief aan voldoende financiering kunnen blijven komen.

2. Fonds voor overbruggingskredieten voor non-bancair gefinancierde bedrijven

Een brede groep bedrijven wordt met eigen vermogen of risicodragend vermogen gefinancierd. Dat zijn onder andere startups en scale-ups, waarbij de verwachting is dat naast de behoefte aan overbruggingskrediet ook eigen vermogen een rol zal spelen. Daarnaast er is ook veel non bancair gefinancierd mkb dat over jaren gefinancierd is door bijvoorbeeld ingehouden winst. Deze bedrijven hebben doorgaans wel een gezonde balans, maar hebben geen bankrelatie en kunnen momenteel – als gevolg van de coronacrisis – moeilijk bij de bank terecht voor een overbruggingskrediet omdat banken zich nu richten op bestaande klanten. Het kabinet zal overbruggingskredieten toegankelijk maken voor deze door de coronacrisis getroffen bedrijven. De Regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) zullen op verzoek van het kabinet deze kredieten verstrekken. Het kabinet stelt hiervoor als eerste tranche 100 mln. euro ter beschikking. Via de vereiste cofinanciering bij de grotere overbruggingskredieten vanuit o.a. de bestaande ROM-fondsen (waarvan de verschillende provincies ofwel meerderheidsaandeelhouder dan wel enig aandeelhouder zijn) is er al sprake van provinciale cofinanciering. Er is intensief contact met de provincies over hoe de financiële slagkracht vergroot kan worden. Deze maatregel wordt aan de Europese Commissie voorgelegd en de verwachting is dat deze dan in de vierde week van april toegankelijk zal zijn.

3. Kleinere non-bancair gefinancierde bedrijven

Qredits verstrekt kredieten tot 250.000 euro aan kleine bedrijven die niet bij een bank terecht kunnen. In de Kamerbrief over het noodpakket voor banen en de economie van 17 maart jl. heeft het kabinet aangekondigd Qredits financieel te ondersteunen, zodat Qredits uitstel van aflossing kan verstrekken met rentekorting aan kleine ondernemers die door de coronacrisis zijn geraakt. Qredits heeft aangegeven dat zij graag haar doelgroep ook wil voorzien van een overbruggingskrediet tegen een lagere rente. Hiervoor heeft Qredits aanvullende bijdrage van 25 miljoen euro nodig. De uitwerking hiervan zal samen met het fonds voor non-bancair gefinancierde bedrijven ter hand genomen worden.

4. Verlaging premie BMKB coronamodule en ophogen garantiebudget

Banken en ondernemers hebben de overheid gevraagd of de BMKB-provisie van de coronamodule van 3,9% verlaagd kan worden. Dit is tevens aan de orde gekomen in recente debatten over de coronacrisis. De Minister van Financiën heeft over de reductie van de BMKB-premie aangegeven dat in overleg met EZK naar de mogelijkheden zal worden gekeken. Het kabinet heeft besloten om de premie te verlagen naar 2%, waarbij rekening is gehouden met staatssteunregels en de maximale hoogte van het leenbedrag. Die bepalen mede of de staatssteun onder de zogenaamde toegestane de-minimisdrempel blijft. Met deze verlaging wordt financiering toegankelijker voor ondernemers. Daarbij moet worden benadrukt dat banken ook goed dienen te blijven kijken naar de eigen kosten die zij in rekening brengen bij de klanten en of die reëel zijn.

Daarnaast wordt op basis van de verwachte benutting van de BMKB het garantiebudget van de BMKB verhoogd van de beschikbare 765 miljoen euro naar 1,5 miljard euro. Samenhangend met deze verhoging en inclusief de gevolgen van de premieverlaging wordt aanvullend in totaal wordt aanvullend 180 miljoen euro ter beschikking gesteld voor het opvangen van de verwachte verliesdeclaraties.

5. Opschorten uitfasering Groeifaciliteit (GF) met 1 jaar tot 1 juli 2021

Vanwege de coronaproblematiek wordt de geplande uitfasering van de Groeifaciliteit met één jaar opgeschort tot 1 juli 2021. Met de Groeifaciliteit krijgt de financier van een onderneming 50% overheidsgarantie op achtergestelde leningen en op aandelen van participatiemaatschappijen. Opschorting is nodig om de doelgroep tijdens de coronacrisis te blijven helpen met het aantrekken van financiering. In de Kamerbrief van 15 februari 2018 over Invest-NL was aangekondigd de Groeifaciliteit uit te faseren per 1 juli 2020, omdat de doelen via Invest-NL gerealiseerd kunnen worden. Momenteel is Invest-NL bezig met een alternatief gericht op snelgroeiende innovatie bedrijven. Echter voor de andere doelen van de Groeifaciliteit (zoals balansversterking, reorganisatie) is Invest-NL nog niet up-and running. De verlenging kan binnen de huidige garantiebudget worden gerealiseerd

6. Uitstel van betaling Vroege Fase Financiering (VFF) en Innovatiekrediet (IK)

De overheid verstrekt via de VFF en het IK leningen aan innovatieve en startende ondernemers. Door de coronacrisis getroffen ondernemers kunnen uitstel van aflossing en rentebetaling verkrijgen voor een periode van zes maanden (van 1 april jl. tot 1 oktober). Tevens wordt voor de VFF de rente voor deze periode opgeschort.

7. Openstellen coronamodule BMKB voor niet-bancaire financiers.

Non-bancaire financiers zijn inmiddels een belangrijk distributiekanaal voor financiering van mkb. Daarom kunnen non-bancaire financiers zich accrediteren om hun bestaande klanten te financieren onder de coronamodule van de BMKB. Voor de coronamodule is een verkort schriftelijk accreditatie proces ingericht. Als niet bancaire financiers een keurmerk van Stichting MKB-Financiering kan dat de accreditatie vereenvoudigen.

8. Herverzekering van kortlopende kredietverzekeringen

Veel bedrijven zoals winkels en horecazaken uit het mkb-segment worden bevoorraad op basis van leverancierskrediet. Dit wordt mogelijk gemaakt doordat de kortlopende – doorgaans dertig of zestig dagen – betalingstermijnen worden verzekerd door kredietverzekeraars. Op jaarbasis wordt op deze wijze ruim 200 miljard euro aan leveringen mogelijk gemaakt tussen Nederlandse leveranciers en hun afnemers, waarvan ongeveer 30% binnen Nederland. Indien, zoals in de huidige omstandigheden, de betalingsrisico’s toenemen, kunnen en moeten de verzekeraars hun posities snel afbouwen door de toegekende verzekeringslimieten op bedrijven te verlagen of geheel in te trekken. Zonder overheidsingrijpen zal dat voor door de coronacrisis getroffen bedrijven en sectoren op korte termijn gebeuren, waarmee de leveringen aan 75.000 bedrijven tot stilstand dreigen te komen en vele faillissementen en een groot verlies aan werkgelegenheid dreigen. Het Ministerie van Financiën werkt daarom aan een herverzekering voor het hele jaar 2020 die snel in werking moet treden waardoor kredietverzekeraars niet genoodzaakt zijn op korte termijn hun limieten terug te brengen. De garantie vanuit de Staat die hiervoor nodig is zal naar huidige inschatting circa 12 miljard euro bedragen. Een dergelijke garantie kan gezien de verslechterde risico’s niet kostendekkend worden ingevoerd. De te verwachten schade voor de Staat bedraagt naar huidige inzichten ongeveer 1 miljard euro, maar dit wordt nog onderzocht door externe adviseurs.

De details voor de herverzekeringsovereenkomst, waaronder maatregelen om de belangen van de Staat gelijk te laten vallen met die van de verzekeraars en de hoogte en vormgeving van de kostenvergoeding voor de verzekeraars, worden nog nader uitgewerkt. Voor deze maatregel moet bovendien goedkeuring worden verkregen van de Europese Commissie. In omringende landen zijn soortgelijke maatregelen in voorbereiding. Deze maatregel zal worden verantwoord op de begroting van het Ministerie van Financiën (IX) onder het begrotingsartikel voor exportkredietverzekeringen (artikel 5) als nieuwe garantie. De budgettaire gevolgen en het invoeren van de benodigde nieuwe garantie zullen, tegelijk met deze Kamerbrief, in een incidentele suppletoire begroting vanuit het Ministerie van Financiën aan uw Kamer worden voorgelegd vergezeld van een ingevuld garantiekader risicoregelingen. Zodra de details zijn uitgewerkt en toestemming van de Europese Commissie is verkregen zal uw Kamer nader worden geïnformeerd. Gezien de toenemende druk op verzekeraars en de betrokken bedrijven is het echter van belang nu al duidelijk te maken dat aan een oplossing wordt gewerkt. Met deze aankondiging blijft er vertrouwen in de verschaffing van leverancierskrediet. Het is het kabinet er immers veel aan gelegen te voorkomen dat mensen en bedrijven de dupe worden van de coronacrisis.

De mogelijkheden voor bedrijven om gebruik te maken van de exportkredietverzekering zijn op een aantal manieren verruimd door het verruimen van voorwaarden en het versnellen van processen. Een volledig overzicht van de aanpassingen is te vinden op de website van Atradius DSB.7

Overig

De Europese Commissie heeft aanpassingen voorgesteld voor het betalen van voorschotten op subsidies in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). De aanpassingen aan de Uitvoeringsverordening betreffen een verhoging van 50% naar 70% van de standaardpercentages voor de voorschotbetalingen van de directe inkomenssteun van het GLB en een verhoging van 75% naar 85% van de standaardpercentages voor het Agrarisch Natuurbeheer (ANLb). Daarnaast mogen voorschotbetalingen gedaan worden zonder dat alle fysieke controles hebben plaatsgevonden, al moeten de administratieve controles wel zijn afgerond. De vroegst mogelijke datum van de uitbetaling van de voorschotten blijft staan op 16 oktober.

Het kabinet vindt deze aanpassingen een stap in de goede richting, maar ontoereikend om de Nederlandse boeren te helpen om hun liquiditeitsproblemen tijdig te overbruggen. Omdat veel boeren nu liquiditeitsproblemen hebben of snel zullen gaan krijgen, is het essentieel dat zo vroeg mogelijk betalingen kunnen worden gedaan. Het kabinet wil daarom vanaf 1 juli kunnen betalen, zo spoedig mogelijk nadat de aanvragen voor de directe inkomenssteun binnen zijn. Daarnaast zou het kabinet graag zien dat het percentage voor de voorschotbetalingen van de directe inkomenssteun wordt verhoogd naar 80%. Veel lidstaten delen de Nederlandse wensen.

Het kabinet werkt nu ook een nationale maatregel uit om boeren toch in juli te laten beschikken over de GLB-inkomenssteun.

Tot slot

Niet alleen overheden treffen maatregelen om het bedrijfsleven te ondersteunen. Verschillende partijen (de ROM’s, Invest-NL en TechLeap.NL) werken aan een gezamenlijk programma gericht op de verstrekking van overbruggingskrediet in de vorm van (converteerbare) leningen aan innovatieve start- en scale-ups.

Het kabinet beoogt met deze nieuwe maatregelen een bijdrage te leveren aan het overbruggen van de moeilijke positie waarin het bedrijfsleven verkeert om zo snel mogelijk na de crisis de draad weer op te kunnen pakken. Het kabinet monitort voortdurend hoe het pakket van generieke maatregelen voor diverse economische actoren uitwerkt. Zo zijn enkele van deze maatregelen niet toepasbaar voor sommige sectoren – de NOW verhoudt zich bijvoorbeeld niet tot seizoensarbeid, die onder meer kenmerkend is voor de sierteelt. Het kabinet werkt op dit moment aan oplossingen voor knelpunten in de liquiditeits- en kostenkant in specifieke sectoren.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, M.C.G. Keijzer

De Staatssecretaris van Financiën, J.A. Vijlbrief


X Noot
1

Kamerstuk 35 420, nr. 2

X Noot
2

Kamerstuk 35 420, nr. 6

X Noot
3

Voor de sectoren genoemd in module 2 geldt een aanvullend criterium. Ondernemers zal worden gevraagd te verklaren dat 70% van de omzet komt uit de getroffen sectoren in module 1 en in de sectoren uit de lijst van 27 en 28 maart jl.

X Noot
4

Kamerstuk 35 420, nr. 1

X Noot
5

Kamerstuk 35 420, nr. 2

X Noot
6

Vergelijkbaar met de BMKB-C module. De GO sluit aan op de BMKB.