Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201734725-VI nr. 1

34 725 VI Jaarverslag en slotwet Ministerie van Veiligheid en Justitie 2016

Nr. 1 JAARVERSLAG VAN HET MINISTERIE VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE (VI)

Aangeboden 17 mei 2017

Gerealiseerde uitgaven van het ministerie in 2016 verdeeld over de beleids-artikelen en niet-beleidsartikelen Gerealiseerde uitgaven 2016 € 13.192 mln.

Gerealiseerde uitgaven van het ministerie in 2016 verdeeld over de beleids-artikelen en niet-beleidsartikelen Gerealiseerde uitgaven 2016 € 13.192 mln.

Gerealiseerde ontvangsten van het ministerie in 2016 verdeeld over de beleids-artikelen en niet-beleidsartikelen Gerealiseerde ontvangsten 2016 € 2.375 mln.

Gerealiseerde ontvangsten van het ministerie in 2016 verdeeld over de beleids-artikelen en niet-beleidsartikelen Gerealiseerde ontvangsten 2016 € 2.375 mln.

Inhoudsopgave

A.

Algemeen

5

         
 

1.

Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot déchargeverlening

5

         
 

2.

Leeswijzer

7

         

B.

Beleidsverslag

9

         
 

3.

Beleidsprioriteiten

9

         
 

4.

Beleidsartikelen

37

   

31.

Nationale politie

37

   

32.

Rechtspleging en rechtsbijstand

44

   

33.

Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

54

   

34.

Straffen en Beschermen

67

   

35.

Jeugd

85

   

36.

Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid

87

   

37.

Vreemdelingen

93

         
 

5.

Niet-beleidsartikelen

105

   

91.

Apparaat kerndepartement

105

   

92.

Nominaal en onvoorzien

111

   

93.

Geheim

112

         
 

6.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

113

         
 

7.

Raad voor de rechtspraak

123

         

C.

Jaarrekening

128

         
 

8.

Departementale verantwoordingsstaat

128

         
 

9.

De samenvattende verantwoordingsstaat agentschappen

129

         
 

10.

Jaarverantwoording agentschappen per 31 december 2016

131

   

10.1

Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

131

   

10.2

Immigratie- en naturalisatiedienst (IND)

150

   

10.3

Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB)

162

   

10.4

Nederlands Forensische Instituut (NFI)

173

   

10.5

Justitiële Uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit, Screening (Dienst Justis)

181

         
 

11.

De saldibalans

193

         
 

12.

WNT-Verantwoording 2016

203

         

D.

Bijlagen

210

         
 

Bijlage 1: Toezichtrelaties en Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak

210

         
 

Bijlage 2: Afgerond evaluatie en overig onderzoek

223

         
 

Bijlage 3: Externe inhuur

225

         
 

Bijlage 4: Voortgangsrapportage VenJ Verandert

227

         
 

Bijlage 5: Overzicht van in 2016 tot stand gekomen wetten

230

A. ALGEMEEN

1. AANBIEDING EN DECHARGEVERLENING

AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik, mede namens de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, het departementale jaarverslag van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) over het jaar 2016 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 63 en 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Veiligheid en Justitie decharge te verlenen over het in het jaar 2016 gevoerde financiële beheer.

Ten behoeve van de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening is door de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 82 van de Comptabiliteitswet 2001 een rapport opgesteld. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Rekenkamer met betrekking tot:

  • a. het gevoerde financieel beheer en materieel beheer;

  • b. de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;

  • c. de financiële informatie in het jaarverslag;

  • d. de betrokken saldibalans;

  • e. de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

  • f. de in het jaarverslag opgenomen informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering.

Bij het besluit tot dechargeverlening dienen verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken te worden betrokken:

  • a. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2016;

  • b. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • c. het rapport van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot het onderzoek van de centrale administratie van ’s Rijks schatkist en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot de in het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2016 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk over 2016, alsmede met betrekking tot de Saldibalans van het Rijk over 2016 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 83, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken Slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Veiligheid en Justitie, S.A. Blok

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, tweede lid van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, derde lid van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

2. LEESWIJZER

In dit departementaal jaarverslag 2016 legt de Minister van Veiligheid en Justitie, mede namens de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verantwoording af over het gevoerde beleid, de bereikte resultaten van dit beleid en de kosten van het beleid in 2016. In dit departementaal jaarverslag wordt tevens verantwoord over het gevoerde beheer over het jaar 2016.

Inhoud

Het jaarverslag van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ) bestaat uit vier onderdelen, zijnde Algemeen (A), Beleidsverslag (B), Jaarrekening (C) en Bijlagen (D).

Algemeen

Het onderdeel Algemeen omvat het verzoek tot dechargeverlening en deze leeswijzer.

Beleidsverslag

Het beleidsverslag is opgebouwd uit vijf onderdelen. De paragraaf beleidsprioriteiten bevat een uiteenzetting op hoofdlijnen van de bereikte resultaten van het gevoerde beleid. De beleidsartikelen verantwoorden meer in detail in hoeverre de doelstellingen van VenJ zijn behaald. Tevens is hier de financiële toelichting te vinden op opmerkelijke verschillen tussen realisatie en begroting. Als uitgangspunt geldt dat verschillen van minstens € 5 mln., dan wel politiek of anderszins relevant, worden toegelicht. De toelichting op mutaties die in eerdere begrotingsstukken (waaronder suppletoire begrotingen) aan de Tweede Kamer zijn gemeld, zijn in de financiële toelichting op hoofdlijnen opgenomen. In de beleidsartikelen wordt bij ieder artikel een algemene doelstelling en de rol en verantwoordelijkheid van de Minister beschreven.

Voor de begroting 2016 is aan deze beschrijving aandacht besteed, resulterend in een verbeterde en nauwkeuriger formulering. Deze nieuwe formulering is ook in dit jaarverslag opgenomen. De niet-beleidsartikelen verantwoorden de financiële afwikkeling van de apparaatsuitgaven van het kerndepartement, de onvoorziene uitgaven en de loon- en prijsbijstellingen en een artikel voor geheime uitgaven. Realisatiecijfers van voor 2013 kunnen door overgang op Verantwoord begroten niet opgenomen worden. In de bedrijfsvoeringsparagraaf wordt verslag gedaan van de opmerkelijke zaken in de bedrijfsvoering. Tot slot bevat dit onderdeel het hoofdstuk over de Raad voor de rechtspraak.

Jaarrekening

De jaarrekening is opgebouwd uit de departementale verantwoordingsstaat en de samenvattende verantwoordingsstaat agentschappen, de saldibalans met de bij dit onderdeel behorende financiële toelichting, de jaarverantwoording van de agentschappen en de rapportage over de topinkomens.

Bijlagen

Het jaarverslag bevat vijf bijlagen, te weten «Toezichtrelaties ZBO’s en RWT’s», «Afgerond evaluatie- en overig onderzoek», «Externe inhuur», «Voortgangsrapportage VenJ Verandert» en het «Overzicht van in 2016 tot stand gekomen wetten».

Groeiparagraaf

Wijziging openstaande rechten

Vorderingen waarvoor al wel een titel is, maar die nog niet in de vorderingenadministratie zijn opgenomen, worden met ingang van 2016 weergegeven als een openstaand recht.

Specifieke aandachtspunten

Raad voor de rechtspraak

In de Wet op de rechterlijke organisatie is de verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering toegekend aan de gerechten en aan de Raad voor de rechtspraak. De Raad kent een bekostigingssystematiek die gebaseerd is op outputfinanciering. Door VenJ is gekozen voor een bijdrage-constructie. Deze bijdrage is op artikel 32 opgenomen. Voor de Raad is in het jaarverslag zoals gebruikelijk een apart hoofdstuk opgenomen, met daarin een verantwoording over de uitgaven van de Raad.

B. BELEIDSVERSLAG

3. BELEIDSPRIORITEITEN

Inleiding

In 2016 stonden veiligheid, versterking van de rechtsstaat en het in goede banen leiden van de asielstroom centraal voor het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ). Bij het werken aan deze taken streeft VenJ naar een goede balans. Veiligheid en justitie horen nadrukkelijk bij elkaar. De overheid dient mensen te beschermen tegen criminaliteit en andere aantastingen van hun veiligheid en hun vrijheden. Die bescherming moet niet alleen zorgvuldig, correct en rechtvaardig plaatsvinden, maar ook snel en efficiënt.

Het streven naar balans houdt ook in dat VenJ over de gehele linie meegaat met de uitdagingen van deze tijd. We kunnen de ogen niet sluiten voor nieuwe ontwikkelingen in de criminaliteit en in de handhavingspraktijk. Als op bepaalde domeinen resultaten worden geboekt, leidt dat niet altijd tot een verhoging van het veiligheidsgevoel. Daar komt bij dat mensen meer service verwachten van hun overheid. Zo wil men bijvoorbeeld eenvoudig en snel aangifte kunnen doen bij de politie. Zaken moeten snel en kwalitatief goed worden behandeld in een soepel functionerende strafrechtketen. Veroordelingen moeten leiden tot passende straffen, die snel en zeker worden uitgevoerd. Daarbij verdienen slachtoffers meer aandacht en een goede bejegening.

Een opgave die veel inspanning vroeg, was het beheersen van de toestroom aan asielzoekers. VenJ en partners zijn er in geslaagd om alle asielzoekers een vorm van opvang te bieden, de uitstroom van statushouders uit de eerste opvang te versnellen en te zorgen voor voldoende onderwijs, zorg en huisvesting. Tegelijkertijd nam Nederland in EU-verband met succes maatregelen om de instroom beter te kunnen beheersen.

Jihadistisch geïnspireerde terroristische aanslagen in onder meer Brussel, Nice, Berlijn en Istanbul, deden de wereld opschrikken. Er waren geen concrete aanwijzingen voor een aanslag in ons land. Wel gaven de gebeurtenissen in Europa een extra impuls om in EU-verband de samenwerking en de informatie-uitwisseling te verbeteren.

Veel van wat het kabinet de afgelopen jaren beleidsmatig en op het gebied van wetgeving in gang heeft gezet is in 2016 in praktijk gebracht. Zo zijn stappen gezet bij de modernisering van het Wetboek van Strafvordering en zijn het civiele recht en het bestuursrecht klaar voor de invoering van digitaal procederen. Verder maakten technische innovaties en praktische handreikingen echt samenwerken door verschillende organisaties gemakkelijker en effectiever. Veel voorbeelden daarvan waren te vinden op het innovatiecongres van VenJ. De in 2016 gepubliceerde Informatiestrategie 2017–2022 geeft de koers aan hoe met informatievoorziening slimmer te werken, hoe mee te bewegen met maatschappelijke ontwikkelingen én vestigt de aandacht op risico’s van technologische ontwikkelingen.

Samenwerking is de rode draad die door vrijwel alle thema’s loopt. Zowel de samenwerking tussen partners binnen het justitiedomein, als die met publieke en private partners daarbuiten, werd stevig aangehaald. Deze intensievere samenwerking in een integrale aanpak ligt ten grondslag aan veel van de resultaten die VenJ in dit verslagjaar boekte.

Nederland Veiliger

De criminaliteitscijfers vertonen de laatste jaren een duidelijk dalende trend, niet alleen de cijfers van door de politie geregistreerde criminaliteit maar ook de cijfers over door burgers zelf via slachtofferenquêtes gemelde criminaliteit.

De cijfers van geregistreerde criminaliteit laten zien dat de politie in 2016 930.000 misdrijven registreerde, tegen 980.000 in 2015. Het percentage Nederlanders dat zich wel eens onveilig voelt daalde van 37 in 2012 naar 35% in 2016. Het percentage burgers dat zich wel eens onveilig voelt in de eigen buurt nam af van 18 % in 2012 naar 16% in 2016.1

Belangrijk is dat de afname zich ook duidelijk aftekent bij de zogenaamde high impact crimes, delicten die een grote impact hebben op de slachtoffers. Ook in 2016 wierp de integrale aanpak van High Impact Crimes opnieuw haar vruchten af. De daling van het aantal overvallen, straatroven en woninginbraken zette zich verder door preventie maatregelen bij burgers en bedrijven, waaronder technopreventie, voorlichting en innovatieve wijzen van opsporen door politie en openbaar ministerie in samenwerking met het bedrijfsleven en persoonsgericht reclasseringstoezicht voor veroordeelde daders. Mede hierdoor zijn de doelstellingen behaald voor het verminderen van het aantal overvallen, geregistreerde straatroven en woninginbraken, inclusief pogingen. In 2016 zijn 1.133 overvallen gepleegd, de doelstelling uit de Veiligheidsagenda was maximaal 1.596 overvallen. In 2016 zijn 4.165 straatroven gepleegd, de doelstelling uit de Veiligheidsagenda was maximaal 6.534 straatroven. In 2016 zijn 55.470 woninginbraken gepleegd, de doelstelling uit de Veiligheidsagenda was maximaal 80.765 woninginbraken. De overvallen zijn ten opzichte van 2015 met 8,6%, de straatroven met 12% en de woninginbraken met 14% gedaald. De ophelderingspercentages voor overvallen zijn gestegen van 49,6% naar 55,9%, voor straatroven van 28,5 naar 28,9% en voor woninginbraken van 9,4% naar 9,7% zijn uitgekomen. Dit betekent dat voor wat betreft de overvallen de tussentijdse doelstelling van 49,2% is gerealiseerd. De doelstellingen voor 2016 van 29,2% voor straatroven en 10,3% voor woninginbraken zijn met respectievelijk 28,9% en 9,7% net niet gerealiseerd. (zie ook tabel 3.1)

De georganiseerde criminaliteit is lastig te bestrijden. Toch is op dit terrein vooruitgang geboekt. Zo leidde de versterking van de aanpak van drugshandel, mensenhandel en mensensmokkel tot méér grootschalige strafrechtelijke onderzoeken, méér bestuurlijke maatregelen en een hoger bedrag aan afgepakt crimineel vermogen. In totaal werd ruim 400 mln. euro ontnomen.

De rijksbrede aanpak fraude verbeterde het voorkomen en opsporen van fraude met publieke middelen.2 Ook de aanpak van fraude tegen burgers en bedrijven is verder verstevigd. Er zijn barrières opgeworpen om fraude tegen te gaan, zoals het blokkeren van bankrekeningen van fraudeurs door banken en het offline halen van valse websites.

Publieke en private organisaties vertrekken actief informatie aan potentiele slachtoffers en financiële instanties. Verzekeraars en opsporingsinstanties delen actuele kennis over zich ontwikkelende specifieke fenomenen zoals verzekeringsfraude. Het aantal door de politie bij het OM aanleverde horizontale fraudezaken in 2016 is 2.794. Hiermee is de afspraak in de Veiligheidsagenda van 1.600 ruimschoots gehaald. Daarnaast zijn er ook nog 522 horizontale fraudezaken aan het OM aangeleverd door de Koninklijke marechaussee alsmede bijzondere en overige opsporingsdiensten.

Mensenhandel aanpakken is een inspanning van velen op verschillende fronten. In 2016 is met de loverboyaanpak ingezet op meer zicht op de problematiek en verbetering van preventie en signalering. In het kader van het Nationaal Verwijsmechanisme zijn verschillende pilots gedraaid en voorbereid om het hulp- en ondersteuningsaanbod – en de toegang daartoe – voor alle slachtoffers mensenhandel te verbeteren. Mensenhandel met als oogmerk arbeidsuitbuiting stond op de agenda van het EU voorzitterschap. Het leidde tot de internationale TeamWork! Manual met tips voor experts uit verschillende disciplines om beter samen te werken. De coördinator Mensenhandel startte in 2016 de pilot «24/7 meldlijn mensenhandel», zodat altijd hulp en advies beschikbaar is bij noodsituaties.

De focusverschuiving in de aanpak van downloaders en gebruikers naar makers en verspreiders van kinderporno is in 2016 doorgezet. Dit betekent dat deze laatste groep meer aandacht krijgt omdat deze feiten als zwaarder worden aangemerkt. De geformuleerde doelstelling voor het aantal te plegen interventies door OM en Politie zoals opgenomen in de veiligheidsagenda 2015–2018 (620), is met 876 ruimschoots behaald. Op 6 september 2016 is een Plan van Aanpak Kindersekstoerisme aan de Tweede Kamer aangeboden, bestaande drie actielijnen: 1. preventie, 2. opsporing en vervolging, 3. internationale samenwerking. Een belangrijke intensivering op dit terrein vormt de plaatsing van een tweede politieliaison in Bangkok voor twee jaar. Ook is een «barrièremodel» ontwikkeld dat zicht geeft op hoe daders kindersekstoerisme voorbereiden en uitvoeren. Hiermee kunnen betrokken partijen kindersekstoerisme beter bestrijden.

Cybercrime is aangepakt aan de hand van de afspraken in de Veiligheidsagenda.In 2016 is digitale expertise bij de regionale eenheden van de politie vergroot, onder meer door zijinstroom. Het gaat hierbij om medewerkers die niet de initiële, algemene politieopleiding hebben gevolgd, maar een verkorte opleiding gericht op HBO/WO afgestudeerden. Daarnaast nam de Tweede Kamer in december 2016 het wetsvoorstel Computercriminaliteit III aan, dat aanpassing van de bevoegdheden voor de opsporing en nieuwe strafbaarstellingen voor gedragingen op internet bevat.

Tijdens het Nederlandse EU voorzitterschap waren de internationale uitdagingen bij de opsporing in cyberspace een prioriteit. Nederland agendeerde met succes het jurisdictievraagstuk dat ziet op de rechtsbevoegdheden van overheidsorganen in de digitale ruimte. Naar aanleiding van raadsconclusies kan de Europese Commissie verder met voorstellen voor versterking van de internationale opsporing in cyberspace. Nederland droeg ook actief bij aan discussies over de bevoegdheden van overheidsorganen in het kader van het Cybercrimeverdrag bij de Raad van Europa. De JBZ-Raad heeft raadsconclusies aangenomen die zien op het ontwikkelen van een EU kader voor verzoeken aan private partijen voor het verkrijgen van gegevens, verbetering van rechtshulpprocedures, en het onderzoeken van alternatieve grondslagen voor handhavende jurisdictie op internet. Het comité van de verdragspartijen besloot dat in beginsel een toegevoegd protocol bij het verdrag nodig is om de opsporing op internet buiten de landsgrenzen effectiever te maken.

In 2016 zijn belangrijke stappen gezet op het terrein van de verkeershandhaving. Ter uitvoering van de motie Zijlstra (VVD)/Samsom (PvdA)3 heeft het kabinet besloten dat de verkeersboetes vanaf 2017 een generaal dossier zijn op de begroting van VenJ. Voor zover er sprake was van een budgettaire prikkel bij het verkeershandhavingsbeleid is die prikkel daarmee nu weggenomen. Ook is het IBO verkeershandhaving met een kabinetsreactie aan de Tweede Kamer gezonden. Hierin is onder andere afgesproken dat de ministeries van IenM en VenJ elke twee jaar een plan opstellen waarin wordt beschreven wat gedaan wordt om de verkeersveiligheid te vergroten en wat er zal worden gedaan aan het veiliger maken van de infrastructuur op het hoofdwegennet, welke landelijke campagnes worden uitgevoerd en welke inzet op het gebied van verkeershandhaving zal plaatsvinden. Het eerste plan is mei 2017 gereed.

Ter intensivering van de verkeershandhaving zijn afspraken gemaakt over het uitbreiden van de digitale handhaving, extra inzet van en betere sturing op de teams Verkeer, meer aandacht voor verkeershandhaving door de basisteams in overleg met het gezag en meer aandacht voor staande houdingen.

De positie van slachtoffers verbeterde op diverse fronten. Het wetsvoorstel ter uitbreiding van het spreekrecht trad in werking. De rechtsbijstand voor slachtoffers is verruimd, evenals de middelen voor de rechtspraak om op de zitting tijd te nemen voor het spreken van slachtoffers. Slachtoffers kregen meer mogelijkheden voor het ontvangen van schadevergoeding. De voorschotregeling is sinds 1 januari 2016 van toepassing bij alle misdrijven. Daarbij staat de overheid garant dat slachtoffers een vergoeding krijgen, wanneer een dader daartoe is veroordeeld. Als er geen dader of veroordeling is, kunnen slachtoffers een tegemoetkoming van de overheid ontvangen via het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Per 1 juli 2016 is dit ook mogelijk voor nabestaanden van slachtoffers van dood door schuld. De termijn om aanvragen bij het Schadefonds in te dienen is verruimd van drie naar tien jaar. De evaluatie in 2016 van het schadeverhaal door slachtoffers in het strafproces toont dat de praktijk van het voegen van slachtoffers voorschadevergoeding via het strafproces de afgelopen jaren sterk is verbeterd.

Voor de acute opvang van slachtoffers van seksueel geweld zijn inmiddels 13 Centra operationeel. Deze hebben in de eerste zes maanden van 2016 ongeveer 1.0004 slachtoffers van seksueel geweld opgevangen. Daarnaast trad in 2016 de aangepaste aanwijzing Zeden van het Openbaar Ministerie in werking. Deze moet leiden tot extra aandacht voor het slachtoffer om secundaire victimisatie en inbreuken op de privacy te voorkomen.

Om de Europese samenwerking op het gebied van slachtofferrechten te bevorderen heeft Nederland tijdens het EU-voorzitterschap het Europese Netwerk voor Rechten van Slachtoffers (ENVR) opgericht. Verder is gewerkt aan verbetering van de onderlinge samenwerking tussen schadefondsen uit de lidstaten.

Ook is de verbeterde versie van het Informatieportaal Justitiabelen (Injus) opgeleverd. Behalve informatie aan burgemeesters en slachtoffers over gewelds- en zedendelinquenten is hier nu ook informatie te vinden over tbs-gestelden met dwangverpleging en jeugdigen met verlengbare PIJ-maatregel.

Afgelopen jaar is de nationale contraterrorisme-strategie 2016–2020 opgesteld, mede op basis van de evaluatie van de vorige strategie. De CT-strategie bevat de strategische kaders voor het tegengaan van extremisme en terrorisme in Nederland, met als kern de brede benadering en multidisciplinaire samenwerking. Driemaal verscheen een Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) dat aangeeft dat de terroristische dreiging in Europa opnieuw groter werd. De terroristische dreiging in Nederland bleef echter ook het afgelopen jaar substantieel: dreigingsniveau 4 op een schaal van 5. Dat betekent dat de kans op een aanslag in Nederland reëel is, maar dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat er voorbereidingen worden getroffen voor een aanslag.

De aanslagen en incidenten in ons omringende landen onderstrepen het belang van internationale samenwerking. Het Nederlandse EU-voorzitterschap stond dan ook in het teken van samenwerking en informatie-uitwisseling. Dit leidde tot een EU-routekaart voor het verbeteren van informatie-uitwisseling op het gebied van rechtshandhaving, terrorismebestrijding, grensmanagement en migratie. Ook werd een nieuwe Europese richtlijn terrorismebestrijding aangenomen, die voorziet in een vergaand strafrechtelijk kader om terrorisme tegen te gaan.

Het was het derde jaar van het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme 5. Er is grote vooruitgang geboekt in de wetgeving om terrorisme te kunnen bestrijden. Van de negen gestarte wetgevingstrajecten uit het programma zijn drie wetten in 2016 in werking getreden. Het betreft de mogelijkheid tot intrekken van het Nederlanderschap bij terroristische misdrijven, de precursoren voor explosieven en (van WenR) de bijzondere maatregelen voor grootstedelijke problematiek. Het wetsvoorstel beëindiginggrond uitkeringen e.d. bij deelname aan een terroristische organisatie (van SZW) is in december 2016 door de Eerste Kamer aanvaard.

Ondersteuning van de brede benadering uit het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme op lokaal niveau stond ook in 2016 centraal. Aan 18 gemeenten is € 6,3 mln. beschikbaar gesteld voor preventie en versterking van de persoonsgerichte aanpak. Binnen het jeugddomein was hierbij extra aandacht voor onderwijs, zorg en welzijn, met name de Geestelijke Gezondheidszorg.

Het Rijksopleidingsinstituut Radicalisering gaf 324 trainingen aan professionals. Het Familiesteunpunt Radicalisering begeleidde circa 25 families en enkele gemeenten startten met de aanpak «weerbaar opvoeden». Initiatieven voor weerwoord tegen extremisme zijn ontwikkeld. Voor de financiering van dergelijke initiatieven heeft V&J in 2016 een fonds voor maatschappelijk tegengeluid ingesteld.

Met de komst van de geplande zes Hoog Risico Beveiligings-pelotons van de Koninklijke Marechaussee in 2016 is meer capaciteit beschikbaar gekomen voor het bewaken en beveiligen van objecten6 Ook de uitbreiding van de snelle interventiecapaciteit van de Dienst Speciale Interventies loopt conform planning7. De opleiding was in 2016 volledig gevuld en nieuwe medewerkers zijn aangenomen.

Op Schiphol startte een pilot waarbij handbagage effectiever, efficiënter en passagiersvriendelijker wordt gescreend. Laptops en vloeistoffen mogen daarbij in de tas blijven. Uit de eerste resultaten blijkt dat de inzet van nieuwe technologie voordelen biedt. Met deze nieuwe manier van screening draagt V&J bij aan het behoud van de mainportfunctie van Schiphol. De pilot loopt door in 2017.

Onder coördinatie van de NCTV kwam een convenant tot stand voor de deling van dreigingsinformatie voor de burgerluchtvaart. Dit convenant bevat afspraken die in lijn zijn met de aanbevelingen van het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) over de ramp met de MH17.8

Verhogen van de digitale weerbaarheid, de cybersecurity van Nederland, vergt een hoog niveau van kennis. Het Cyber Security Beeld Nederland 2016 schetst een zorgelijk beeld van de veiligheidssituatie in het digitale domein.9 Nederlandse overheidsinstellingen en bedrijven zijn in toenemende mate doelwit van steeds complexere cyberaanvallen met een grotere impact. De in de afgelopen jaren met succes ingezette koers plaatst Nederland in de voorhoede van het digitale domein. Deze positie behouden, vraagt een constante investering. In 2016 zijn significante resultaten geboekt. Zo is het Dutch cybersecurity platform for higher education and research (Dcypher) gelanceerd. Ook zijn nieuwe publiek-private samenwerkingen opgezet om de gehele keten op het gebied van digitale veiligheid te versterken. Bijvoorbeeld de pilots met de luchthaven Schiphol en die met Mainport Rotterdam. Dankzij het ontsluiten van digitale dreigingsinformatie via een platform verbeterde de uitwisseling van operationele dreigingsinformatie tussen publieke en private partijen. Het eerste specifieke wetsvoorstel op het gebied van cybersecurity, gegevensverwerking en meldplicht cybersecurity, is aan de Tweede Kamer aangeboden en in behandeling (Kamerstukken II 2015/2016, 34 388, nr. 2).

Tijdens het Nederlandse EU voorzitterschap is ook Cybersecurity actief op de kaart gezet. Eén van de belangrijke resultaten waarvoor Nederland zich in Europees verband sterk maakte is de Netwerk- en Informatiebeveiligingsrichtlijn. Deze werd in juli aangenomen door het Europees Parlement.10

In december nam de Tweede Kamer het wetsvoorstel computercriminaliteit III (34 372) aan. De bescherming van de privacy en van andere belangen van computergebruikers is daarbij zowel door de Kamerleden, als door de regering benadrukt. Zo mogen de voorgestelde bevoegdheden alleen worden ingezet bij ernstige of zeer ernstige misdrijven, er moet sprake zijn van proportionaliteit en subsidiariteit, logging van politieel handelen en veilig ICT gebruik (cyber Security). Het wetsvoorstel gegevensuitwisseling in samenwerkingsverbanden, dat nog in voorbereiding is, zal eveneens extra waarborgen bevatten voor de bescherming van persoonsgegevens bij de gegevensuitwisseling.

Bij de Tweede Kamer is het wetsvoorstel aanpassing bewaarplicht telecommunicatie gegevens (34 537) aanhangig. Dit voorstel regelt het bewaren van telecommunicatiegegevens bij de opsporing van ernstige misdrijven. Een arrest van het Hof van Justitie van 21 december 2016 (C-203/15 en C-698/15) gaf aanleiding om nog eens goed te kijken naar de consequenties van dit arrest voor het wetsvoorstel.

Rijk en regio werken samen aan betere rampenbestrijding en crisisbeheersing. De «Staat van de Rampenbestrijding 2016» van de Inspectie VenJ laat zien dat er flinke vooruitgang is geboekt in de voorbereiding op rampen en crises. Wel moeten de veiligheidsregio’s nog stappen maken op operationeel terrein.

Op het gebied van water en evacuatie, bij stralingsincidenten en stroomuitval zijn praktische handreikingen en andere instrumenten gemaakt zoals de Handreiking Impactanalyse Ernstige Wateroverlast en Overstromingen, de Handreiking regionale Informatiebehoefte bij watercrises en de geactualiseerde bestuurlijke netwerkkaart Stralingsincidenten. Deze laatste biedt duidelijk inzicht in de verantwoordelijkheidsverdeling voor bestuurders en de operationele partners, zodat zij samen slagvaardiger kunnen optreden.

Het Instellingsbesluit Ministeriële Commissie Crisisbeheersing 2016 en het Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming (NHC) zijn aangepast. Ook is het Nationaal Crisisplan Luchtvaartongevallen Burgerluchtvaart opgeleverd. Dit bevat heldere samenwerkingsafspraken tussen betrokken publieke en private organisaties.

De herijking vitale infrastructuur is afgerond. Het kabinet heeft de processen ICT en Telecom en de inzet van Defensie «vitaal» verklaard. In mei en december hebben betrokken partijen geoefend met het scenario uitval vitale infrastructuur.

Een onderzoek voor de Europese doorontwikkeling van het waarschuwingssysteem NL-Alert is succesvol afgerond. Dit maakt het mogelijk om in 2017 te beginnen met het uitvoeren van diverse pilots. Ook is de samenwerking met andere landelijke alerteringssystemen gestart.

De NCTV leverde verschillende risicoanalyses op het terrein van economische veiligheid. Onder andere analyses van risico’s bij internationale aanbestedingen, buitenlandse overnames en investeringen. Naar aanleiding van de analyses van individuele cases bracht de NCTV concrete veiligheidsadviezen uit.

De vorming van de nationale politie bevond – en bevindt – zich, na de herijking van 2015 en de daarop aansluitende verbeterde planvorming van voorjaar 2016, in de fase van uitvoering. Door betere planningen en financiële controle daarop kunnen de eenheidsleidingen en de korpsleiding nu – waar nodig – beter bijsturen. Ook is beter aangesloten op regionale en lokale behoeften. Om te kunnen inspelen op lokale en regionale behoeften zijn regionale politiechefs beter in staat gesteld invloed uit te oefenen op beleid en planvorming. Op deze wijze wordt «de basis op orde» in 2017 afgerond. Het meest zichtbare resultaat is de personele reorganisatie. Vóór de zomer 2016 kregen alle medewerkers hun plaatsingsbesluit; inmiddels zijn ze ook voor het grootste gedeelte fysiek en administratief geplaatst. De uitkomsten van de eerste evaluatie van de Evaluatiecommissie Politiewet onderstrepen dat de vorming van de nationale politie op koers ligt.

De vorming van de Landelijke Meldkamerorganisatie is bijgesteld. De Veiligheidsregio’s krijgen nu de verantwoordelijkheid om de bestaande meldkamers samen te voegen tot tien meldkamers. De politie is verantwoordelijk voor de verbinding van deze meldkamers met nieuwe ICT.

De voorbereidingen zijn getroffen om de Politieacademie in te bedden in het huidige politiebestel, waaronder de afronding van de personele reorganisatie van de Politieacademie. Vanaf 2017 is de directeur van de Politieacademie verantwoordelijk voor de inhoud van het onderwijs en het onderzoek. De korpschef is verantwoordelijk voor het beheer van de sterkte en middelen van de Politieacademie.

Alle politie-eenheden namen het systeem Executie & Signalering (E&S) in gebruik, dat «realtime» toont welke boetes of straffen tegen personen nog open staan. Dit maakt de afhandeling efficiënter en vergroot de pakkans. Op 182 bureaus van politie en de marechaussee kunnen mensen boetes contant of met pin betalen.

ICT bij de politie is in 2016 verbeterd, zodat er nu minder storingen zijn. Het oude Herkenningsdienstsysteem (HKS) is buiten gebruik gesteld. De functionaliteiten zijn ondergebracht in een combinatie van de Basisvoorziening Handhaving (BVH) en de Basisvoorziening Informatie (BVI). Voor de agent op straat zijn twee nieuwe applicaties beschikbaar gekomen; e-Briefing en Executie & Signalering. De functionaliteit van de MEOS-smartphone is verder uitgebreid. Hadden agenten eerder al de mogelijkheid tot identificatie, het bevragen van een groot aantal registers en het schrijven van een digibon; nu beschikken ze ook over een app voor het aanhoudingsproces en de mogelijkheid om veilig foto’s te versturen.

Dienstverlening is en blijft een prioriteit van de politie. De politie streeft naar een zo laagdrempelig mogelijk aangifteproces. Aangifte doen via internet werd in 2016 gebruiksvriendelijker en veiliger, door de toepassing van DigiD. Ook startte de uitrol van de landelijke aangiftevolgservice. Wie aangifte doet kan nu beter op de hoogte blijven over de opvolging daarvan.

Op 27 juni 2016 werd de eindrapportage Vermindering administratieve lasten politie aan de Tweede Kamer aangeboden11. In de periode 2011 t/m 2015 is een equivalent van netto circa 5.500 fte administratieve lastenvermindering voor de politie gerealiseerd. Deze lastenvermindering is conform afspraak met de Kamer ten goede gekomen aan de primaire politietaken.

Versterking van de rechtsstaat

In 2016 is de rechtsstaat verder versterkt. Denk daarbij aan verbetering van de prestaties van de strafrechtketen op het terrein van onder meer het proces van opsporing en vervolging, de logistieke samenwerking bij het ter zitting brengen van zaken, het inzichtelijk en transparant maken van de ketenprestaties, het digitaliseren van de strafrechtketen en de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen. Deze omvangrijke trajecten vergen hechte en duurzame samenwerking. Mede daarom is het Bestuurlijk Ketenberaad (BKB) van start gegaan. Aan dit beraad nemen politie, OM, Rechtspraak, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van VenJ en de betrokken directeuren-generaal van VenJ deel. Het BKB heeft een start gemaakt met een proces van gezamenlijke reflectie op de opgaven van de strafrechtketen. Dit zal leiden tot het vaststellen van de maatschappelijke ambities van de strafrechtketen en hieraan gerelateerde prioriteiten en doelstellingen. Onder de vlag van het BKB kreeg de samenwerking binnen de strafrechtketen een vaste structuur en is het programma Versterking Prestaties Strafrechtketen (VPS) afgerond. De meeste doelstellingen van VPS zijn inmiddels bereikt. Op alle hiervoor genoemde terreinen zijn vorderingen geboekt en wordt blijvend aan verbeteringen gewerkt. Voorbeelden hiervan zijn de digitalisering (bijvoorbeeld Mobiel Effectief op Straat), de Task Force OM-ZM en de toepassing van de verbetermethodiek Lean Six Sigma.

Een werkende rechtsstaat heeft wetten nodig die passen bij deze tijd. Ook in 2016 is de rechtsstaat versterkt door aanpassingen in de wetgeving. Op 4 oktober 2016 nam de Tweede Kamer het wetsvoorstel herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (USB) aan12. Hiermee verschuift de verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van straffen van het Openbaar Ministerie naar de Minister van Veiligheid en Justitie.

In vervolg op het rapport Herijking rechtsbijstand kondigde het kabinet maatregelen aan. Na een motie van het Kamerlid Van Nispen is besloten af te zien van de maatregel om een maximum in te stellen voor het aantal punten dat een advocaat binnen het stelsel kan verdienen. Op 2 september 2016 is de nieuwe commissie ingesteld die de evaluatie van de puntentoekenning uitvoert (commissie Van der Meer). Het streven was om het wetsvoorstel waarin het merendeel van de maatregelen worden uitgewerkt, eind 2016 in consultatie te brengen. Met het oog op de complexiteit van de maatregelen en hun onderlinge samenhang, is dit uitgesteld tot 2017.

De modernisering van het wetboek van Strafvordering bereikte een mijlpaal met de inwerkingtreding van de wet digitale processtukken op 1 december. De Tweede Kamer nam het tweede wetsvoorstel van de eerste tranche aan, het wetsvoorstel herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen. De boeken 1 (algemene bepalingen en institutioneel kader) en 2 (het voorbereidend onderzoek) van het nieuwe wetboek zijn gereed gemaakt voor toetsing op consequenties voor de strafrechtelijke keten, als voorbereiding op uitzending voor de formele consultatie in 2017.

In het bestuursrecht en civiele recht zorgt het programma Kwaliteit en Innovatie rechtspraak (KEI) voor aansluiting van de rechtspraak op de digitalisering in de samenleving. Zo kunnen procedures eenvoudiger worden en sneller verlopen. De Eerste Kamer nam KEI wetgeving aan en de vier wetten en drie AmvB’s zijn op 21 juli 2016 in het Staatblad gepubliceerd. Dit is een belangrijke stap naar digitaal procederen in het civiele recht en in het bestuursrecht.

Het wetsvoorstel kansspelen op afstand13 reguleert het online kansspelen. In juli 2016 ging de Tweede Kamer akkoord met dit voorstel. In december 2016 is de memorie van antwoord aan de Eerste Kamer gestuurd. Op basis van de eerder aan de Tweede Kamer gezonden Beleidsvisie Speelcasinoregime is in 2016 een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd14. Verder is in 2016 de markt voor goededoelenloterijen behoedzaam geopend voor nieuwe toetreders. De belangrijke maatschappelijke bijdragen van deze loterijen zijn gewaarborgd.

Behalve van het actualiseren van wetten en regels, maakte VenJ in 2016 veel werk van technische innovaties voor snellere en meer toegankelijke informatie voor professionals. Onder meer het Generiek Casus Overleg Systeem, de VOG-app, het platform Jeugdconnect en een pilot met een Virtual Reality-simulatie, die huiselijk geweld toont vanuit het perspectief van het kind. Deze technische innovaties dragen bij aan de realisatie van recht en veiligheid.

Om Wob verzoeken open, transparant en sneller af te doen werkt het ministerie sinds het afgelopen jaar met een Wob coördinatiedesk.

Immigratie en Asiel

Een bijzondere opgave die veel aandacht vroeg, was het beheersen van de enorme toestroom aan vluchtelingen die Nederland in de eerste helft van 2016 en in het jaar daarvoor te verwerken kreeg. Dit vergde een grote inspanning van alle partijen die daarbij betrokken waren. Niet alleen van het departement, maar vooral ook van de IND, het COA, de gemeenten, de politie, en tal van vrijwilligers. Dank zij deze gezamenlijke inspanning zijn VenJ en partners er in geslaagd alle asielzoekers een vorm van opvang te bieden. Ook is de uitstroom van statushouders uit de eerste opvang versneld en is er gezorgd voor voldoende onderwijs, zorg en huisvesting. In totaal vertrokken in 2016 24.900 vertrekplichtige vreemdelingen. Deze stijging van meer dan 50% ten opzichte van 2015 is in hoge mate te verklaren door de stijging van het aantal afgewezen asielzoekers uit veilige landen van herkomst.

Op 4 mei 2016 en 13 juli 2016 presenteerde de Europese Commissie voorstellen om het Europees asielstelsel te versterken. In 2016 zijn de onderhandelingen over de verschillende voorstellen van start gegaan. Deze worden in 2017 voortgezet.

Met ingang van 1 januari 2016 is het nieuwe opvangmodel voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) in werking getreden. Kleinschaligheid staat hierbij voorop. In juni 2016 is de structurele gesloten gezinsvoorziening in gebruik genomen. Deze bestaat uit twaalf woningen voor gezinnen en een afzonderlijk gebouw voor maximaal tien alleenstaande minderjarige vreemdelingen.

In 2016 werd de nieuwe Europese Grens- en Kustwacht operationeel. Een belangrijk element is de Rapid Intervention Pool waaraan Nederland 50 personen bijdraagt. In 2016 droeg Nederland bij aan Frontex operaties, onder meer door bovenop de reguliere inzet een Border Security Team in te zetten in Griekenland. Hiermee leverde ons land een belangrijke bijdrage aan de beheersing van de migratiestromen.

In 2016 is een wijziging van de Schengen Grens Code aangenomen. Deze leidt ertoe dat EU burgers systematisch aan de Schengen-buitengrens worden gecontroleerd. De onderhandelingen in de Raad zijn door het Nederlands Voorzitterschap gevoerd en in december is een akkoord bereikt met het Europees Parlement. Dit betekent een belangrijke bijdrage aan de interne veiligheid en de bestrijding van terrorisme.

In mei werd de handreiking medische informatie uitwisseling voor zorgprofessionals in de vreemdelingenketen gepubliceerd.15 Deze handreiking helpt zorgprofessionals stap voor stap bij het maken van de keuze over het overdragen van medische gegevens. Ook is een verklaring ontwikkeld, waarmee de vreemdeling toestemming kan geven voor het delen van zijn medische gegevens.

In de vreemdelingenketen is de infrastructuur voor digitale informatie-uitwisseling tussen alle partijen verbeterd. Zo beschikken medewerkers real-time en online over de noodzakelijke informatie.

Op het terrein van het nationaliteitsrecht vond parlementaire behandeling plaats van drie wetsvoorstellen. Het wetsvoorstel tot uitbreiding van de mogelijkheid tot intrekking van het Nederlanderschap in verband met een terroristisch misdrijf trad op 31 maart 2016 in werking. Bij de Eerste Kamer liggen het wetsvoorstel intrekking van de Nederlandse nationaliteit in verband met de nationale veiligheid en het wetsvoorstel verlenging naturalisatietermijn van vijf naar zeven jaar. Van het wetsvoorstel vaststellingsprocedure staatloosheid is op 28 november 2016 de internetconsultatie afgerond.

Overzicht prestatie-indicatoren Veiligheidsagenda

Tabel 3.1. Overzicht prestatie-indicatoren Veiligheidsagenda
 

Nulwaarde

Realisatie 2014

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Doel 2016

Verschil

High Impact Crimes 1

           

Aantal overvallen

1.633

1.267

1.239

1.133

1.596

– 463

Aantal straatroven

7.002

5.418

4.731

4.165

6.534

– 2.369

Aantal woninginbraken2

87.345

71.100

64.560

55.470

80.765

– 25.295

Ondermijnende en financieel-economische criminaliteit 3

           

Aantal aangepakte criminele samenwerkingsverbanden (csv’s)

950

1.025

1.188

1.369

950

419

Afnemen crimineel vermogen 4

           

Crimineel vermogen dat langs strafrechtelijke weg wordt afgepakt (x € 1 mln.)

70

136

143,5

416,5

100,6

315,9

Aanpak cybercrime 5

           

Aantal complexe onderzoeken naar cybercrime

20

19

21

34

30

4

Aantal reguliere onderzoeken naar cybercrime

180

120

124

171

190

– 19

Aanpak kinderporno 6

           

Totaal aantal interventies

600

842

876

620

256

Aantal complexe en grootschalige onderzoeken

20

25

20

20

0

Aantal reguliere grootschalige onderzoeken

215

364

335

230

105

Aanpak horizontale fraude 7

           

Aantal aan OM aan te leveren zaken

1.500

1.500

2.077

2.794

1.600

1.180

X Noot
1

Bron: Gezamenlijke monitor Veiligheidsagenda politie & OM, voorlopige jaarresultaten 2016. De nulwaardes betreffen waarden uit 2013. In de Veiligheidsagenda zijn naast de streefwaarden voor de aantallen ook ophelderingspercentages voor High Impact Crimes te vinden. De genoemde doelen zijn maxima.

X Noot
2

Dit betreft de optelsom van afspraken gezagen en resultaat aanvullende maatregelen.

X Noot
3

Bron: Gezamenlijke monitor Veiligheidsagenda politie & OM, voorlopige jaarresultaten 2016. Genoemde aantallen zijn een minimum streefwaarde van het aantal criminele samenwerkingsverbanden dat middels strafrechtelijk onderzoek wordt aangepakt (zij het projectmatig onderzoek of TGO-onderzoek). Handhaving van het aantal onderzoeken gaat gepaard met kwalitatieve versterking van de strafrechtelijke aanpak, waarbij deze meer gericht wordt op kopstukken en sleutelfiguren. Sturing op het aantal onderzoeken betreft een wijziging ten opzichte van de voor 2013 en 2014 gehanteerde indicator «percentage bekende csv’s dat wordt aangepakt».

X Noot
4

Zie toelichting ontvangsten afpakken artikel 33.

X Noot
5

Bron: Gezamenlijke monitor Veiligheidsagenda politie & OM, voorlopige jaarresultaten 2016. In de Veiligheidsagenda 2015–2018 is overeengekomen dat het aantal complexe onderzoeken stijgt tot 50, en het totaal aantal onderzoeken tot 360. Het aantal complexe onderzoeken is inclusief tenminste 20 grote internationale zaken dat wordt opgepakt door het Team High Tech Crime. De geformuleerde doelstelling betreft een wijziging ten opzichte van de jaren 2013 en 2014, waarin enkel de complexe onderzoeken door het Team High Tech Crime werden geregistreerd.

X Noot
6

Bron: Gezamenlijke monitor Veiligheidsagenda politie & OM, voorlopige jaarresultaten 2016. In de gemeenschappelijke Veiligheidsagenda 2015–2018 is overeengekomen dat de aanpak van kinderporno wordt versterkt. Concreet is afgesproken dat het aantal interventies zal stijgen tot 700, waarvan tenminste 265 complexe en grootschalige onderzoeken in 2018. Dit betekent een wijziging van de doelstelling ten opzichte van 2013 en 2014, waarin werd gekeken naar het aantal ingestroomde verdachten. Door middel van de nieuwe prestatie-indicator kan effectiever op de aanpak worden gestuurd.

X Noot
7

Bron: Gezamenlijke monitor Veiligheidsagenda politie & OM, voorlopige jaarresultaten 2016. In de Veiligheidsagenda is overeengekomen dat het aantal strafzaken horizontale fraude zal stijgen van 1.500 tot 2.300.

High Impact Crimes

In 2016 heeft de geïntensiveerde integrale aanpak van High Impact Crimes opnieuw haar vruchten afgeworpen. De daling van het aantal overvallen, straatroven en woninginbraken heeft zich verder doorgezet. De resultaten zijn toe te schrijven aan een stevige inzet op preventieve maatregelen bij burgers en bedrijven, waaronder technopreventie, voorlichting en de inzet van een landelijke koepelcampagne. Binnen de opsporing en vervolging is er ingezet op innovatieve wijzen van opsporen, middels slim cameratoezicht en betere informatie uitwisseling tussen bedrijfsleven (waaronder banken) en politie en openbaar ministerie. Om te voorkomen dat daders opnieuw de fout ingaan, is er in samenwerking met gemeenten en partners uit de strafrechtketen, tal van maatregelen genomen. In beginsel worden veroordeelde overvallens onder het zwaarste reclasseringstoezicht geplaatst, is er een nieuwe strafvorderingsrichtlijn bij woninginbraken uitgebracht en is er meer aandacht voor de persoonsgerichte aanpak waar passende interventies worden ingezet.

De daling bij woninginbraken is in belangrijke mate te danken aan de investeringen in preventie door een groot aantal actoren (gemeenten, corporaties, bedrijfsleven, politie, burgers). Een groot aantal van de preventietrajecten zijn met steun vanuit VenJ geïnitieerd.

Criminele Samenwerkingsverbanden (csv’s)

De intensivering en verbreding van de aanpak van georganiseerde criminaliteit is ook in 2016 voortgezet. Door de geïntensiveerde aanpak wordt steeds duidelijker blootgelegd hoe complex en diep ingenesteld in de samenleving deze problematiek is. Toch is op dit terrein vooruitgang geboekt. Zo leidde de versterking van de aanpak van onder andere drugshandel, mensenhandel en mensensmokkel in 2016 tot 1.369 (1.188 in 2015) strafrechtelijke onderzoeken naar criminele samenwerkingsverbanden door de Nationale Politie.

Aanpak horizontale fraude

Het aantal door de regionale politie-eenheden bij het OM aanleverde horizontale fraudezaken (parketnummers) in 2016: 2.794. Hiermee is de afspraak in de Veiligheidsagenda (1.600) ruimschoots gehaald is. Daarnaast zijn er ook nog 536 horizontale fraudezaken (parketnummers) aan het OM aangeleverd door de Landelijke Eenheid van de politie, de KMAR, de BOD’en en overige opsporingsdiensten.

Overzicht realisatie beleidsdoorlichtingen

Tabel 3.2. Overzicht realisatie beleidsdoorlichtingen

Art.

Omschrijving artikel

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

20171

wanneer gepland

geheel artikel J/N

behandeling

TK

31

Nationale Politie

     

X 2

     

IBO Pol.

2012

N

N.B.

 

Bekostiging Nationale Politie (31,2)3

               

2018

 

N.B.

 

kwaliteit, arbeidsvw en ICT Politie (31.3)4

     

X 5

       

2012 en 2018

 

N.B.

32

Rechtspleging en rechtsbijstand

                 

N

 
 

Apparaatskosten HR (32.1)

           

X

 

2015

 

Code 6

 

Adequate toegang tot het rechtsbestel (32.2)

           

X

 

2015

 

Code 4

 

Optimale randvoorwaarden voor doelmatig en doeltreffend rechtsbestel (32.3)

           

X

 

2015

 

Code 6

33

Rechtshandhaving en vervolging

                 

J

 
 

Apparaatskosten OM (33.1)

       

X

     

2014

 

Code 2

 

Bestuur, informatie en technologie (33.2)

       

X

     

2014

 

Code 2

 

Opsporing en vervolging (33.3)

       

X

     

2014

 

Code 2

34

Straffen en beschermen

                 

N

 
 

Raad voor de Kinderbescherming (34.1)6

               

2020

 

N.B.

 

Preventieve maatregelen (34.2)

     

X

       

2013

 

Code 1

 

Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en Vreemdelingenbewaring. (34.3)

X 7

           

X

2010 en 2016 8

 

N.B.

 

– Slachtofferzorg (34.4)

       

X

     

2013

 

Code 4

 

Uitvoering jeugdbescherming en Voogdij amv's (34.5)

   

X 9

       

X

2017 10

 

Code 4.

36

Contraterrorisme en nationale veiligheidsbeleid

     

X 11

       

2011

N

Code 4

 

Nationale Veiligheid en. terrorismebestrijding (36.2)

X 12

           

X

2010 en 2016 13

 

N.B.

 

Onderzoeksraad voor Veiligheid (36.3)14

             

   

N.B.

37

Vreemdelingen

                 

N

 
 

Toegang, toelating en opvang vreemdelingen (37.2)

             

X

15 15

 

N.B.

 

Terugkeer (37.3)

             

2018

 

N.B.

Code 1 = voor kennisgeving aangenomen.

Code 2 = schriftelijk overleg of schriftelijke vragen met antwoorden voor kennisgeving aangenomen.

Code 4 = betrokken bij overleg (in A)/wetgevingsoverleg/notaoverleg).

Code 6 = nog in behandeling.

N.B. = niet bekend

X Noot
1

Deze kolom geeft aan de verwachte afronding IBO Politie en doorlichtingen in het jaar 2017.

X Noot
2

Doorlichting Veiligheidsregio’s en politie afgerond in 2013, de oude artikelen 23.1 t/m 23.4).

X Noot
3

Op basis van een doorlichting ter zake de Politie is direct daarna het IBO NP gepland voor 2013. Dit IBO is in de zomer 2014 van start gegaan. Geplande afronding 2015. In 2017 vindt naar daadwerkelijke afronding plaats. Voorjaar 2017 wordt in overleg met MvF gesproken over concrete invulling doorlichting art. 31 in 2018.

X Noot
4

Voorheen veiligheid (ICT).

X Noot
5

Doorlichting Veiligheid ICT in 2013 afgerond (oude artikel 25.2).

X Noot
6

Doorlichting Raad voor de Kinderbescherming is in 2020 gepland.

X Noot
7

Ging om doorlichting Tenuitvoerlegging jeugdsancties (oude artikel 14.2, TK 31 101, nr. 8).

X Noot
8

Naar verwachting wordt deze doorlichting van artikel 34.3 in 2017 afgerond.

X Noot
9

Doorlichting Interlandelijke adoptie in 2012 afgerond (oud artikel 14.1).

X Noot
10

Naar verwachting wordt deze doorlichting van artikel 34.5 in 2017 afgerond.

X Noot
11

Doorlichting Radicalisering afgerond in 2013 (oude artikel 25.1).

X Noot
12

Doorlichting Terrorismebestrijding (oude artikel 13.6, TK 29 754, nr. 195)

X Noot
13

Naar verwachting wordt de doorlichting van artikel 36.2 in 2017.

X Noot
14

I.p.v. een beleidsdoorlichting, wordt er in 2018 een (wettelijke) beleidsevaluatie opgesteld. Deze wettelijke evaluatie wordt periodiek uitgevoerd. De vorige evaluatie was in 2014.

X Noot
15

Naar verwachting wordt deze doorlichting van artikel 37.2 in 2017 afgerond.

Toelichting

Focusonderwerp

De TK heeft de kwaliteit van de beleidsdoorlichtingen als focusonderwerp benoemd. Voor de doorlichtingen uit 2014–2016 wordt hierna ingegaan op de belangrijkste conclusies met betrekking tot de doelmatigheid en de doeltreffendheid. Tevens wordt de doorwerking van de doorlichtingen aangegeven. Het gaat om de volgende:

  • 1. artikel 32.2 Rechtsbijstand (afgerond in 2016);

  • 2. artikel 32.3 Rechtspraak (afgerond in 2016);

  • 3. artikel 33 Veiligheid en Criminaliteitsbestrijding (afgerond in 2014); en

  • 4. artikel 34.4 Slachtofferzorg (afgerond in 2014).

Artikel 32.2 Rechtsbijstand

De bevindingen in de Beleidsdoorlichting Adequate toegang tot het rechtsbestel, onderdeel gesubsidieerde rechtsbijstand van 24 mei 2016 zien op doelbereiking en doeltreffendheid enerzijds en op doelmatigheid anderzijds. Gezien de vraagstelling zullen de bevindingen ten aanzien van de doelmatigheid en de opvolging die hieraan is gegeven, eerst uitgebreid worden toegelicht. Vervolgens wordt ingegaan op de bevindingen die betrekking hebben op doelbereiking en doeltreffendheid.

Doelmatigheid

Ten aanzien van doelmatigheid worden in de Beleidsdoorlichting enkele knelpunten gesignaleerd die aan het eindrapport van de Commissie onderzoek oorzaken kostenstijgingen stelsel gesubsidieerde rechtsbijstand en vernieuwing van het stelsel (cie. Wolfsen) zijn ontleend. Voordat op deze individuele knelpunten wordt ingegaan, dient vooreerst te worden opgemerkt dat naar aanleiding van het rapport van de cie. Wolfsen de Minister van Veiligheid en Justitie tot een herijking van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand heeft besloten.16 Voor het merendeel van de voorgenomen maatregelen is wijziging van regelgeving nodig, in het bijzonder van de Wet op de rechtsbijstand en de daarop gebaseerde uitvoeringsbesluiten. Op 16 februari 2017 is een conceptwetsvoorstel in consultatie gegeven dat tot doel heeft de noodzakelijke wijzigingen in de Wet op de rechtsbijstand en enkele andere wetten te realiseren. De beoogde datum inwerkingtreding van dit conceptwetsvoorstel is 1 juli 2018. Met het conceptwetsvoorstel wordt ook op een aantal terreinen die niet expliciet in de Beleidsdoorlichting zijn genoemd een grotere doelmatigheid van het stelsel nagestreefd. Voor een volledig beeld van de aanstaande wijzigingen zullen deze na behandeling van de knelpunten die in de Beleidsdoorlichting zijn gesignaleerd, worden samengevat.

In de Beleidsdoorlichting zijn de navolgende conclusies ten aanzien van doelmatigheid getrokken:

Conclusie: De aan rechtzoekenden opgelegde inkomensafhankelijke eigen bijdrage wordt veelvuldig niet geïnd. Dat heeft als gevolg dat het beleid om meer rechtzoekenden te verleiden om zich eerst tot het Juridisch Loket te wenden voordat ze zich bij een advocaat vervoegen feitelijk illusoir is (geworden).

Actie: in het conceptwetsvoorstel wordt voorgesteld dat de inning van de eigen bijdrage niet langer plaatsvindt door de advocaat maar door de raad voor rechtsbijstand. Daarmee wordt voorkomen dat de effectiviteit van de afwegingsfunctie van de eigen bijdrage door niet-inning wordt ondermijnd. Inning kan voortaan alleen uitblijven indien de rechtzoekende over onvoldoende middelen beschikt om de eigen bijdrage (geheel of gedeeltelijk) te betalen.

Conclusie: Het ontbreekt binnen het stelsel aan een goede coördinatie tussen de eerste- en tweedelijns rechtsbijstand. Daardoor is onvoldoende verzekerd dat rechtzoekenden in alle gevallen die (rechts-)hulp krijgt die het meest passend is bij hun problemen en die aansluit bij hun werkelijke behoeften.

Actie: conform de aanbevelingen van de cie. Wolfsen wordt het systeem van de Wrb zodanig ingericht dat de raad voor rechtsbijstand voorafgaand aan het besluit op de toevoegingaanvraag een zogenoemde oriëntatietoets uitvoert. In deze toets wordt rekening gehouden met de probleemanalyse die eerder door eerstelijns hulpverleners is gesteld, in het bijzonder het Juridisch Loket. Doel hiervan is meer zekerheid te verkrijgen over het ontbreken van (kosten)efficiëntere alternatieven van een toevoeging voordat de toevoeging wordt verleend.

Conclusie: Bij zaken waarbij de zogenaamde multiproblematiek of ketenbesluitvorming aan de orde is, ontbreekt veelal actieve coördinatie gericht op het bereiken van een duurzame oplossing. In het huidige systeem van de gesubsidieerde rechtsbijstand worden problemen en juridische geschillen die verwant zijn, veelal gescheiden behandeld. Dit kan leiden tot meerdere toevoegingen per rechtzoekende, terwijl het samenhangende problemen zijn die vermoedelijk meer efficiënt in samenhang kunnen worden aangepakt.

Actie: onnodig meervoudig gebruik van toevoegingen wegens multiproblematiek wordt tegengegaan door middel van een drietal maatregelen:

  • Versterking eerste lijn: betere samenwerking met andere eerstelijns organisaties, zodat het Juridisch Loket in concrete gevallen kan afstemmen welke hulp het meest effectief is;

  • Het verbinden van een voorschrift aan de toevoeging, dat inhoudt dat de rechtzoekende op een bepaalde wijze medewerking moet verlenen aan de oplossing van de maatschappelijke problematiek die telkens tot juridische problemen leidt;

  • Invoering van een trajecttoevoeging: hiermee worden gedurende zekere tijd «lump sum» alle juridische problemen die een zelfde oorzaak hebben onder het bereik van één toevoeging gebracht. Hierdoor berust het overzicht bij één rechtsbijstandverlener die een financiële prikkel heeft het probleem zo snel en efficiënt mogelijk op te lossen.

Conclusie: Onvoldoende samenhang in de aanpak van het probleem doet zich ook voor bij de afwikkeling van echtscheiding. Hier noemt de commissie het huidige «toernooimodel» de verzakelijking van de samenleving en complexe echtscheidingswetgeving als oorzaak voor meervoudig gebruik van toevoegingen rond een echtscheiding.

Actie: het wetsvoorstel bevat de maatregel «trajecttoevoeging bij echtscheiding». Evenals bij de trajecttoevoeging voor multiproblematiek gaat het om een toevoeging die op meerdere verwante zaken ziet, en waarvoor de rechtsbijstandverlener één vergoeding krijgt. Hiervan wordt verwacht dat de tussen partijen gemaakte afspraken (zoals over de omgangsregeling) duurzamer zullen worden, omdat de rechtsbijstandverlener er financieel belang bij heeft het conflict finaal te beslechten. Verder is in het najaar van 2016 de Commissie evaluatie puntenaantallen gesubsidieerde rechtsbijstand (cie. Van der Meer) ingesteld. Deze commissie heeft mede tot opdracht gekregen in haar rapportage stil te staan bij negatieve prikkels die in de puntentoekenning kunnen worden weggenomen en positieve prikkels die zouden kunnen worden aangebracht. De commissie brengt haar eindverslag vóór 1 juni 2017 uit. Een relevante actie die niet rechtstreeks voortvloeit uit de Beleidsdoorlichting, maar wel tot een grotere doelmatigheid in de verlening van rechtsbijstand voor een echtscheiding kan leiden, is tenslotte de Divorce Challenge die eind 2016 heeft plaatsgevonden (www.divorcechallenge.nl). De inzichten die hiermee zijn verkregen worden meegenomen in het dossier vechtscheidingen, waarover de Tweede Kamer later in 2017 wordt geïnformeerd.

Conclusie: Het stelsel kent een overlapping met private voorzieningen, zoals een rechtsbijstandsverzekering of een ledenorganisatie die in rechtsbijstand voorzien.

Actie: de versterking van de eerstelijns rechtsbijstand heeft tot doel om indringender na te kunnen gaan of de rechtzoekende geen alternatieven voor gesubsidieerde rechtsbijstand ter beschikking staan. In het conceptwetsvoorstel wordt voorzien in het instrument oriëntatiegesprek. Dit houdt in dat als de raad voor rechtsbijstand bij toetsing van een aanvraag van een toevoeging twijfelt of alle alternatieven voor een toevoeging zijn uitgeput, de rechtzoekende voor een gesprek bij het Juridisch Loket kan worden uitgenodigd. Als de rechtzoekende geen gehoor geeft aan de uitnodiging kan de raad de aanvraag weigeren. Verder wordt nog verkend of en zo ja hoe in overleg met rechtsbijstandsverzekeraars kan worden nagegaan of een rechtzoekende verzekerd is voor het probleem waarvoor hij een toevoeging aanvraagt.

Conclusie: Bij strafzaken ontbreekt een goede toetsing van de doelmatigheid van de bestede extra uren.

Actie: Uitgangspunt in het Besluit Vergoedingen Rechtsbijstand 2000 is dat de doelmatigheid van extra uren omwille van de rechtszekerheid vooraf wordt beoordeeld. Om deze toetsing te verbeteren wordt een adviescommissie in het leven geroepen die de raad voor rechtsbijstand op zijn verzoek adviseert over de aanvraag van extra uren. In de commissie hebben deskundigen zitting, onder anderen op strafrechtelijk terrein. Het conceptwetsvoorstel strekt er mede toe instelling van een dergelijke commissie mogelijk te maken.

Conclusie: De doelmatigheid in de eerste lijn zou kunnen worden vergroot door middel van het sluiten van (bulk)contracten met advocatenkantoren.

Actie: de raad voor rechtsbijstand en het Juridisch Loket gaan bij de implementatie van de maatregelen in het kader van de stelselherijking na waar een grotere kostenefficiëntie zou kunnen worden gerealiseerd door eerstelijns rechtsbijstandsverlening uit te besteden. Dergelijke contracten kunnen eventueel ook gesloten worden met rechtsbijstandsverzekeraars, en kunnen er ook op zien dat het Juridisch Loket in individuele gevallen advies inwint in een complex geval als daarmee doorverwijzing naar de tweede lijn kan worden voorkomen.

Overige maatregelen naar aanleiding van de aanbevelingen van de cie. Wolfsen

In de Beleidsdoorlichting worden de voorgenomen maatregelen weergegeven die het kabinet in reactie op de aanbevelingen van de cie. Wolfsen treft (pagina 47). Deze zijn, voor zover hiervoor niet reeds bij de «acties» genoemd:

Maatregel

Stand van zaken

Aanscherping van kwaliteitseisen voor tweedelijns rechtsbijstandsverleners en versterking van kwaliteitsinstrumenten.

Geen wetswijziging nodig. Wordt opgepakt door de raad voor rechtsbijstand; uiterlijk 1 juli 2018 gereed.

Beperking van de maximale vergoeding die een tweedelijns rechtsbijstandsverlener per jaar aan inkomsten uit het stelsel kan ontvangen.

Onderdeel van het conceptwetsvoorstel.

Uitbreiding van de vermogenstoets met vermogen dat besloten ligt in de eigen woning.

Onderdeel van het conceptwetsvoorstel.

Wijziging van de inkomens- en vermogenstoets bij echtscheiding, door uit te gaan van het gezinsinkomen vóór echtscheiding in plaats van het individuele inkomen en vermogen van de rechtzoekende.

Onderdeel van het conceptwetsvoorstel.

Versterking van de regiefunctie van de raad voor rechtsbijstand (betere afstemming tussen de eerste en tweede lijn, en betere coördinatie bij

massaschade).

Geen wetswijziging nodig. Wordt opgepakt door de raad voor rechtsbijstand; uiterlijk 1 juli 2018 gereed.

Versterking van de afwegingsfunctie van de door rechtzoekenden verschuldigde eigen bijdrage door te bewerkstelligen dat deze niet langer uit de bijzondere bijstand wordt gecompenseerd.

Bij AMvB wordt een hardheidsbepaling voor de eigen bijdrage opgenomen, waardoor de Wrb een voorliggende voorziening wordt ten opzichte van de Participatiewet.

Onderzoek naar de mogelijkheid in een database gegevens omtrent dekking uit hoofde van een rechtsbijstandsverzekering te registeren, zodat bij aanvraag van gesubsidieerde rechtsbijstand kan worden nagegaan of de rechtzoekende mogelijk voor rechtsbijstand is verzekerd.

Onderzoek vindt in 2017 plaats.

Doelbereiking en doeltreffendheid

In het hoofdstuk doelbereiking en doeltreffendheid zijn de hieronder weergegeven conclusies getrokken. Ter aanvulling daarop kan hier nog worden gemeld dat het rechtsvergelijkend onderzoek naar de uitgaven per toevoeging, waartoe de Algemene Rekenkamer in 2013 had geadviseerd, inmiddels loopt (pagina 28). Het onderzoek wordt uitgevoerd door het WODC. De uitkomsten van het onderzoek worden rond de zomer van 2017 verwacht.

Conclusie: het is onduidelijk in hoeverre de toegang tot het Juridisch Loket adequaat is.

«Of de toegang tot deze voorziening adequaat is kan niet met zekerheid uit de beschikbare evaluaties worden afgeleid. Meetbare indicatoren hiervoor zijn niet ontwikkeld. Er is sprake van overlap met ander hulpverleningsaanbod, hetgeen uit oogpunt van doelmatigheid een aandachtspunt is (zie ook paragraaf 6.1.3). De cie. Wolfsen heeft de aanbeveling gedaan de werkwijze in de eerste lijn te verbeteren door het Juridisch Loket en het andere hulpverleningsaanbod beter op elkaar aan te laten sluiten.» (pagina 35)

Actie: de samenwerking tussen het Juridisch Loket en andere hulpverleners wordt verbeterd (onderdeel maatregelenpakket commissie-Wolfsen). Tevens gaat het Juridisch Loket in het project «toegankelijkheid eerste lijn» meetbare indicatoren voor toegankelijkheid opstellen.

Conclusie: de effecten van het gevoerde kwaliteitsbeleid zijn niet duidelijk.

«Het ligt voor de hand dat in het kader van de aanbevelingen «peer review» en «onafhankelijk periodiek kwaliteitsonderzoek» een zelfde kwaliteitsbegrip wordt gehanteerd. Meer inzicht in de doeltreffendheid van het kwaliteitsbeleid kan worden verkregen door voorafgaand aan het invoeren of aanscherpen van inschrijvingsvoorwaarden een nulmeting uit te voeren. (pagina 38/39).

Actie: in het kader van de stelselherijking rechtsbijstand wordt momenteel een nulmeting voorbereid. Deze moet in het najaar van 2017 gereed zijn. In hoeverre peer reviews onder rechtsbijstandverleners door de raad kunnen worden georganiseerd is afhankelijk van politieke besluitvorming; een grondslag hiervoor is opgenomen in het conceptwetsvoorstel.

Conclusie: doeltreffendheid van online voorzieningen zoals de Rechtwijzer is nog niet aangetoond.

«Onderzoek naar de mate waarin de Rechtwijzer de zelfwerkzaamheid van rechtzoekenden bevordert laat zien dat rechtzoekenden zelf een grote mate aan zelfwerkzaamheidervaren. Dit verband kon echter niet op andere wijze dan door middel van de opgave van de respondenten zelf worden aangetoond. Voor een compleet beeld van de doeltreffendheid van dit instrument zou ook onderzoek moeten worden gedaan naar het aantal mensen dat op zoek is naar informatie om zelf hun juridisch probleem op te lossen maar dat de websites niet weet te vinden, of dat binnen de websites niet de gewenste informatie weet te vinden. Afgezien van het periodieke klanttevredenheidsonderzoek zijn hier geen gegevens over bekend.» (pagina 40).

Actie: Effectmeting vindt plaats bij elke vernieuwing van de Rechtwijzer. In algemene zin wordt in de Geschilbeslechtingsdelta over de effecten van online geschiloplossing gerapporteerd. Naar verwachting is bij de eerstvolgende Geschilbeslechtingsdelta (2019) het gebruik van online hulpmiddelen verder toegenomen en is er dan ook meer zicht op de effecten van dat gebruik.

Artikel 32.3 Rechtspraak

Uit de doorlichting blijkt het volgende met betrekking tot de doelbereiking en doeltreffendheid van het beleid, dat is gericht op de toegankelijkheid, kwaliteit en doelmatigheid van de Nederlandse rechtspraak tussen 2007 en 2015.

Doelbereiking van het beleid

De toegang tot het recht is stabiel, waarbij er wel voorzichtige signalen zijn dat de omvang van buitengerechtelijke geschiloplossing toeneemt, terwijl het aantal rechtszaken daalt. De diverse indicatoren voor de kwaliteit van de rechtspraak geven aan dat deze niet structureel is gewijzigd in de afgelopen jaren. De productiviteit van de rechtspraak fluctueert door de jaren heen. De productiviteit piekt in 2004 en 2012, maar is anno 2015 weer ongeveer op hetzelfde niveau als in 2002. De mate van doelbereiking van het rechtspraakbeleid is al met al constant tussen 2007 en 2015. Er zijn geen grote veranderingen in de uitkomsten.

Een globale verkenning met zich ontwikkelende Europese benchmarks indiceert dat de toegankelijkheid van de Nederlandse rechtspraak zich op een gemiddeld niveau beweegt, terwijl de kwaliteit en productiviteit bovengemiddeld zijn. In het kader van de beleidsdoorlichting is nagegaan wat wetgeving en prestatiebekostiging hebben bijgedragen aan deze relatief stabiele realisatie van de doelstellingen van het beleid.

Effecten van wetgeving

Wat de wetgeving betreft zijn de laatste jaren belangrijke veranderingen tot stand gekomen: het verhogen van de competentiegrens voor kantonzaken in 2011, de herziening van de gerechtelijke kaart in 2013, het wetsvoorstel voor het digitaliseren en vereenvoudigen van procedures vanaf 2016, het herzien van griffierechten in 2010 en het versterken van de cassatierechtspraak in 2012. Het is nog te vroeg om de effectiviteit van deze wetgeving vast te kunnen stellen. Er zijn nulmetingen uitgevoerd, monitorsystemen ontwikkeld en deelevaluaties gepubliceerd, maar definitieve wetsevaluaties zullen pas vanaf de tweede helft van 2016 en daarna beschikbaar komen. Pas dan kan een gefundeerd oordeel worden geveld over de vraag wat de nieuw ingevoerde wetten hebben bijgedragen aan het verbeteren van condities voor de toegankelijkheid, kwaliteit en doelmatigheid van de rechtspraak.

Effecten van prestatiebekostiging

De financiering van de Rechtspraak geschiedt sinds 2005 door middel van een systeem van prestatiebekostiging. De Algemene Rekenkamer heeft eind april 2016 een rapport gepubliceerd over de invloed van dit systeem op de doelmatigheid van de Rechtspraak. De prestatiebekostiging heeft er, zo blijkt uit dit rapport, mede aan bijgedragen dat de gestaag dalende productiviteitsdaling van de Rechtspraak tussen 1980–2000 een halt is toegeroepen. Volgens de Rekenkamer is mede door de invoering van de prestatiebekostiging in 2005 de productiviteit van de Rechtspraak sindsdien gestabiliseerd, zonder dat daarbij de kwaliteit van de rechtspraak structureel is veranderd. De Rekenkamer stelt vast dat doelmatigheidsprikkels bij de gerechten hebben geleid tot een betere planning, een evenwichtigere verdeling van middelen en een sluitende begroting. De prestatiebekostiging heeft mede bijgedragen aan een stabiele en evenwichtige ontwikkeling van de doelmatigheid bij de rechtspraak met behoud van de – als zodanig moeilijk meetbare – kwaliteit van rechtspraak.

Beleidsacties

De aandachtspunten voor het beleid in de komende jaren zijn vooral een continuering van de grote verandertrajecten van de afgelopen jaren, met de implementatie waarvan de Rechtspraak nog voor een grote opgave staat. Dit zijn met name: de digitalisering en vereenvoudiging van procedures, de (evaluatie van de) gerechtelijke kaart, de invoering van professionele standaarden in relatie tot de bekostiging en werkdruk. Daarnaast zijn voor de Minister van Veiligheid en Justitie aandachtspunten: de ontwikkeling van buitengerechtelijke geschiloplossing, toekomstbestendige wetgeving en de uitkomsten van Europese benchmarks en best practices.

Met het programma tot digitalisering en vereenvoudiging van procedures wordt door de Rechtspraak invulling gegeven aan de algemene efficiencytaakstelling van het kabinet. De komende jaren zal de productiviteit van de rechtspraak daarmee een opwaartse lijn gaan vertonen. Maatregelen om generiek minder volume te financieren, specifieke zaaksinstroom te beperken of de griffierechten te verhogen acht het kabinet thans niet wenselijk of opportuun. De thans lopende stelselwijzigingen worden gemonitord en geëvalueerd. In de volgende beleidsdoorlichting is er voldoende materiaal om nieuwe evidence based beleidsopties te verkennen.

Artikel 33 Veiligheid en Criminaliteitsbestrijding

a) Belangrijkste conclusies met hierbij specifieke aandacht voor de doelmatigheid

Inhoud

De beleidsdoorlichting belicht twee aspecten.

  • Allereerst is een oordeel gegeven over de faciliterende rol van de rijksoverheid richting het lokaal bestuur. Welke inspanningen zijn gepleegd om het lokale bestuur in staat te stellen doeltreffend en doelmatig op te treden bij het bewaken en bevorderen van de veiligheid. Uit de doorlichting blijkt dat de rijksoverheid in de onderzochte periode de nodige beleidsinspanningen heeft gepleegd om het lokaal bestuur in staat te stellen de lokale veiligheidszorg vorm te geven. Er is een breed scala aan beleidsinstrumenten ter beschikking gesteld (o.a. opstellen wet- en regelgeving zoals Wet MBVEO, creëren bevoegdheden bv. wet Bibob, versterken van verbindingen met andere partijen zoals de RIEC’s en het CCV).

  • Het tweede aspect betreft de opsporing en vervolging. De beleidsdoorlichting wijst uit dat dat er in de onderzochte periode de nodige beleidsinspanningen zijn geweest gericht op kwaliteitsverbetering en het op peil houden van de opsporing en vervolging (o.a. verbetering proces van melding en aangifte, investering in samenwerkingsverbanden bv. PPS, intensivering bestrijding van ondermijnende georganiseerde criminaliteit, aanpak van specifieke vormen van criminaliteit zoals High Impact Crime, Fraude, Cybercrime etc.).

Het algemene beeld dat uit de beleidsdoorlichting naar voren komt is dat het goed gaat met de ontwikkeling van de veiligheid en de bestrijding van de criminaliteit. De intensieve aanpak van criminaliteit en onveiligheid van de afgelopen jaren werpt zijn vruchten af. De criminaliteit daalt verder en de onveiligheid neemt eveneens verder af. Deze aanpak wordt met kracht voortgezet en er wordt geïnvesteerd in initiatieven daar waar de samenleving geconfronteerd wordt met nieuwe vormen van criminaliteit. Hierbij gaan preventie en repressie hand in hand, en is behalve voor politie en OM ook een actieve rol weggelegd voor het lokaal bestuur. De beleidsthema’s en de vervolgstappen waarop VenJ zich zal gaan richten zijn opgenomen in de Beleidsagenda voor 2015 en verder (aanpak High Impact Crimes, cybercrime, kinderporno en kindersekstoerisme, fraudebestrijding, versterking van de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit (en de rol van de RIEC’s en het LIEC daarbij).

Doelmatigheid

Uit de beleidsdoorlichting blijkt dat het accent bij de bestudeerde evaluaties vooral ligt op de doeltreffendheid van het beleid. Bij bijna alle in beschouwing genomen onderzoeken stond steeds de vraag centraal of beleidsdoelen zijn gerealiseerd door de inzet van genomen maatregelen (ex post), dan wel wat de uitwerking zou kunnen zijn van in te zetten beleidsmaatregelen (ex ante).

De prioritaire aandacht voor doeltreffendheid van beleid moet zich ook meer richten op doelmatigheid. In de beleidsreactie van het kabinet op de doorlichting is in dit verband gemeld dat het doelmatigheidsaspect bij komende evaluaties dan ook nadrukkelijker aan de orde zal komen. Met het WODC is overeengekomen om bij de onderzoeksprogrammeringsrondes met de beleidsdirecties de vraag naar de doelmatigheid van het beleid te betrekken bij de vraagstelling van zelf uit te voeren c.q. uit te besteden wetenschappelijk onderzoek. Bij het onderzoek naar de doelmatigheid van beleid zal tevens aandacht worden besteed aan het effect van het weghalen van financiële middelen op de doelmatigheid van beleid. Dit is inherent aan het doelmatigheids-vraagstuk.

b) Beleidsacties als gevolg van doorlichtingen

Uit de beleidsdoorlichting blijkt dat het goed gaat met de veiligheid in Nederland. De criminaliteit daalt verder en de onveiligheid neemt eveneens verder af. De intensieve aanpak van criminaliteit en onveiligheid in de afgelopen jaren werpt zijn vruchten af. We moeten dus doorgaan op de ingeslagen weg. Vooral doorgaan met de uitvoering van datgene wat in gang is gezet en investeren in initiatieven daar waar we geconfronteerd worden met nieuwe vormen van criminaliteit. De beleidsthema’s en de vervolgstappen waarop VenJ zich zal gaan richten zijn opgenomen in de Beleidsagenda voor 2015 en verder. Uiteraard doen we dit niet alleen, maar gezamenlijk met het lokaal bestuur, politie en Openbaar Ministerie, het bedrijfsleven en al onze ketenpartners.

Enkele concrete beleidsacties en vervolgstappen voor beleid staan hieronder beschreven:

  • 1) Ondermijnende criminaliteit

    De geïntegreerde aanpak van ondermijnende criminaliteit heeft tot doel om met interventies van strafrechtelijke, bestuurlijke, fiscale en/of privaatrechtelijke aard één breed en effectief front te vormen. Hierbij is een belangrijke rol weggelegd voor de RIEC’s en het LIEC. Voor 2015 staat een intensivering van de samenwerking tussen RIEC’s, LIEC, OM, Politie, Belastingdienst, FIOD, KMar, burgemeesters en gemeenten op het programma. Doel is om minimaal 950 criminele samenwerkingsverbanden per jaar door middel van strafrechtelijk onderzoek aan te pakken. De aanpak richt vooral op de criminele kopstukken en sleutelfiguren en op het terugdringen van de vermogensposities van criminele organisaties.

  • 2) High Impact Crimes

    Bij de bestrijding van de zgn. High Impact Crimes wordt onverminderd ingezet op de succesvolle ketensamenwerking met een combinatie van een gebiedsgerichte, persoons- en dadergerichte aanpak. Binnen het speciaal ingerichte Programma Gewelddadige Vermogenscriminaliteit ligt de focus onverminderd op het verhogen van het ophelderingspercentage en verminderen van het aantal straatroven (max. 6.723 in 2015), overvallen (max. 1.648 in 2015), en op het terugdringen van het aantal woninginbraken (max. 61.000 in 2018).

  • 3) Cybercrime

    Op het terrein van de aanpak van cybercrime kan gemeld worden dat de harde aanpak ten aanzien van deze vorm van criminaliteit in nauwe samenwerking met tal van publieke en private partijen in binnen- en buitenland met kracht wordt voortgezet. Dit moet leiden tot een forse toename van het aantal cybercrime-onderzoeken (tot 360 in 2018). Voorts kan genoemd worden de versterking van het juridisch instrumentarium (wetsvoorstel computercriminaliteit III), de versterking van de opsporingscapaciteit ten behoeve van het Team High Tech Crime, en de verdere inrichting en opbouw van digitale expertise bij de politie.

  • 4) Fraude

    De aanpak van fraude is ook in 2015 een topprioriteit. Zoals bekend zijn de ambities van het kabinet op het terrein van fraudebestrijding vertaald in een Rijksbreed actieprogramma waarvan de coördinatie van de uitvoering ligt bij mijn ministerie. In alle fraudezaken blijft het afpakken en terughalen van crimineel vermogen een centrale doelstelling. Hiermee wordt tevens een bijdrage geleverd aan de totale afpakdoelstelling (waarvan de beoogde stijging van het incassoresultaat naar verwachting verder zal toenemen tot ruim 100 mln. euro vanaf 2016). In 2015 is ook voorzien in een versterking van de aanpak van fraude tegen burgers en bedrijven (de zgn. horizontale fraude). Publieke en private partners maken hiervoor gezamenlijk afspraken. Naast preventieve maatregelen en versterkte publiek-private samenwerking vormt ook de strafrechtelijke aanpak van deze vorm van fraude een wezenlijk onderdeel van de aanpak (stijging van aantal strafzaken naar 1.500 in 2015). Ten aanzien van fraudebestrijding kan nog worden gewezen op de beoogde inwerkingtreding van het wetsvoorstel financieel economische criminaliteit in 2014.

  • 5) Kinderporno en kindersekstoerisme

    Bij de bestrijding van kinderporno en kindersekstoerisme zal de bestaande focus op slachtoffers en op vervaardigers en verspreiders verder worden uitgebreid (stijging aantal interventies naar 700 in 2018 en meer focus op meer complexe zaken). Het Plan van Aanpak Kindersekstoerisme zal voor langere tijd voorzien in meer concrete acties ter voorkoming en bestrijding van kindersekstoerisme (hierbij is een belangrijke rol weggelegd voor de tijdelijke inzet van extra politieliaisons).

Artikel 34.4 slachtofferzorg

De beleidsdoorlichting beziet de periode 2007–2013 en beschrijft de ingezette instrumenten onder het begrotingsartikel 34.4 (slachtofferzorg) aan de hand van de vijf beleidsdoelen die in de visie «Recht doen aan slachtoffers» worden geformuleerd:

  • 1. Slachtoffers worden erkend, zorgvuldig bejegend en geïnformeerd;

  • 2. Slachtoffers hebben een sterke positie in het recht;

  • 3. Slachtoffers worden beschermd waar nodig;

  • 4. Slachtoffers die dat nodig hebben worden ondersteund bij het te boven komen van de gevolgen van het delict;

  • 5. Slachtoffers hebben mogelijkheden tot herstel van de gevolgen, zowel financieel, praktisch als emotioneel.

Hierna worden belangrijkste conclusies en aanbevelingen uit de doorlichting van samengevat vanuit twee gezichtspunten:

  • Wat is bereikt voor slachtoffers (maatschappelijk rendement);

  • Welke kosten waren daarmee gemoeid (financiën) en hoe doelmatig zijn deze middelen ingezet.

Maatschappelijk rendement

Jaarlijks wordt in Nederland een op de vijf mensen van 15 jaar en ouder slachtoffer van criminaliteit.17 Criminaliteit is een maatschappelijk gegeven en het slachtofferbeleid is daarmee altijd actueel.

De vorige beleidsdoorlichting uit 2007 constateerde dat de gevolgen van het slachtofferschap van een misdrijf vaak groot zijn en dat voor sommige slachtoffers specifieke ondersteuning nodig is. Daarnaast bleek dat slachtoffers zich onvoldoende erkend voelden door het strafrecht, hetgeen de verwerking belemmerde en het vertrouwen in de overheid, in het bijzonder justitie, verminderde.

Uit de beleidsdoorlichting 2007–2013 blijkt dat de afgelopen jaren grote stappen zijn gezet in de versterking van de positie van slachtoffers. De beleidsdoorlichting constateert dat meer is gerealiseerd dan was voorgenomen naar aanleiding van de vorige beleidsdoorlichting. De ambities uit 2007 zijn dan ook ruimschoots gehaald.

De rechten van slachtoffers zijn uitgebreid en gelden voor een grotere groep slachtoffers. Zo zijn de rechten van slachtoffers in het Wetboek van Strafvordering verankerd met de inwerkingtreding van de Wet versterking positie slachtoffers per 1 januari 2011. In datzelfde jaar is de voorschotregeling in werking getreden, waardoor slachtoffers van gewelds- en zedenmisdrijven acht maanden nadat de uitspraak onherroepelijk is geworden, het eventueel nog openstaande bedrag van de schadevergoedingsmaatregel door de staat krijgen uitgekeerd. Daarnaast is de kring van spreekgerechtigden in 2012 verruimd en komen meer nabestaanden in aanmerking voor een tegemoetkoming van het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Ook in de ondersteuning aan slachtoffers is aanzienlijke verbetering merkbaar.

De beleidsdoorlichting constateert dat ten aanzien van het beleidsdoel bescherming verdere beleidsontwikkeling nodig is, wat ook voortvloeit uit de implementatie van de EU-richtlijn minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten. Deze conclusie heeft geleid tot het ontwikkelen en succesvol beproeven van een methode voor individuele beoordeling van de kwetsbaarheid van slachtoffers en het treffen van beschermende maatregelen. Verder is er een traject gestart gericht op het beter beschermen van de persoonsgegevens van slachtoffers in het strafproces. In de meerjarenagenda slachtofferbeleid is hiervoor voor de periode 2017 – 2020 in totaal € 11 mln. gereserveerd.

Financiën en doelmatigheid

De beleidsdoorlichting constateert dat in de periode 2007–2013 de financiële middelen voor slachtofferzorg substantieel zijn toegenomen. Het totale budget voor het slachtofferbeleid is gestegen van ruim € 32 mln. in 2007 naar ruim € 54 mln. in 2013. In de begroting voor 2016 is ruim € 53 mln. voor slachtofferzorg uitgetrokken. Het aantal slachtoffers dat door Slachtofferhulp Nederland is geholpen is in deze periode gestegen van 108.991 in 2007 naar 182.039 in 2015. Bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven steeg het aantal aanvragen van 6.016 in 2007 naar 7.423 in 2015. Bij Slachtoffer in Beeld is in dezelfde periode het aantal aanmeldingen voor slachtoffer- daderbemiddeling met 242% gestegen, van 441 in 2007 naar 2.051 in 2015.

Tegelijkertijd concludeert de beleidsdoorlichting dat de doelmatigheid van de middelen uit artikel 34.4 is verbeterd en dat bij de organisaties die uit dit artikel worden gefinancierd (Slachtofferhulp Nederland, Schadefonds Geweldsmisdrijven en Slachtoffer in Beeld) sprake is geweest van een substantiële efficiencyverbetering. Zo steeg bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven het aantal behandelde aanvragen met 33% terwijl de stijging van de apparaatskosten 22% bedroeg. Ook bij slachtoffer in beeld steeg het aantal bemiddelingen veel sterker dan het budget wat resulteerde in een kostprijsdaling met bijna een kwart. Het Schadefonds Geweldsmisdrijven en Slachtoffer in Beeld werken reeds met een kostprijssystematiek; voor Slachtofferhulp Nederland wordt deze voorbereid.

De beleidsdoorlichting signaleert dat de grenzen van het budget voor slachtofferbeleid inmiddels worden bereikt, terwijl de ambities op dit terrein groot zijn. Toch lijkt verdergaande efficiencyverbetering op onderdelen nog wel mogelijk is, bijvoorbeeld door de ontwikkeling naar meer online informatievoorziening en online dienstverlening. Met Slachtofferhulp Nederland zijn hierover afspraken gemaakt die moeten leiden tot een substantieel hoger bereik tegen gelijkblijvende structurele kosten.

Vooral ten aanzien van de beleidsinstrumenten die niet worden gefinancierd uit artikel 34.4, zoals de diverse instrumenten die door de politie, het OM en de rechtspraak worden ingezet voor de uitvoering van het slachtofferbeleid, blijkt de doelmatigheid lastiger vast te stellen. Dit hangt samen met de voor die organisaties gehanteerde bekostigingssystematiek waarbinnen de uitvoering van het slachtofferbeleid geen apart gedefinieerd «product» is, bovendien is het vaak ook niet als aparte verrichting te onderscheiden, bijvoorbeeld een zorgvuldige bejegening door de politie bij het opnemen van aangiftes18

Overzicht van Risicoregelingen

Het Ministerie van VenJ kent geen risicovoorziening(en); de begrotingsreserve Asiel is niet gekoppeld aan een risicoregeling.

Tabel 3.3 Overzicht verstrekte garanties x € 1.000

Art.

Omschrijving

Uitstaande garanties

Verleende garanties

Vervallen garanties

Uitstaande garanties

Garantie- plafond

Totaal plafond

Totaal stand risico-voorziening

   

2015

2016

2016

2016

2016

2016

2016

31

Inkoop Max

990.675

99.913

162.181

928.407

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

34

Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst JUSTIS

20.161

4.031

4.484

19.708

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

34

Garantstelling Hypothecaire leningen aan JJI's

27.870

0

688

27.182

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

 

Totaal

1.038.706

103.944

167.353

975.297

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Tabel 3.4 Overzicht uitgaven1 en ontvangsten garanties x € 1.000

Art.

Omschrijving

Uitgaven

Ontvangsten

Saldo

Uitgaven

Ontvangsten

Saldo

Totaalstand mutatie

volume

risico-voorziening

   

2015

2015

2015

2016

2016

2016

2.016

34

Garantiestelling Faillissements-curatoren dienst JUSTIS

1.429

1.429

1.845

1.845

n.v.t.

X Noot
1

bij de uitgaven betreft het de opdrachten tot betaling

31. Inkoop Max

In de stand is de meerjarige verplichting die VenJ naar de politie en de politieacademie heeft, in het kader van de VUT, prepensioen en levensloopregeling (Inkoop Max regeling). De verplichtingen die hieruit voortvloeien zijn gerelateerd aan de bedragen welke als vordering in de jaarrekeningen van de politie en de Politieacademie worden opgenomen (TK 29 628, nr. 407).

34. Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst JUSTIS

De garantstellingsregeling faillissementscuratoren (GSR) is voor faillissementen waarin sprake lijkt te zijn van kennelijk onbehoorlijk bestuur, maar in de boedel onvoldoende middelen aanwezig zijn om onderzoek te doen of een procedure te starten en zo onrechtmatig aan de boedel onttrokken gelden en goederen terug te halen. In 2016 is verder gewerkt met het onder het garantiekader brengen van de GSR. Dit betekent onder andere dat er een premiegefinancierde begrotingsreserve komt met het doel om de budgettaire risico’s voor de begroting te dekken. Daarnaast zal de GSR cyclisch worden geëvalueerd (horizonbepaling) en worden de uitvoeringskosten van de regeling geoptimaliseerd. Een en ander wordt voortgezet in 2017.

34. Garantstelling Hypothecaire leningen aan JJI's

Het feitelijk risico van de verleende garanties aan particuliere jeugdinrichtingen betreft borgstellingen ten behoeve van het restantbedrag van leningen die particuliere inrichtingen zijn aangegaan ter financiering van de gebouwen. Zonder garantie verlening was het niet mogelijk tegen gunstige condities dergelijke leningen bij externe financiers af te sluiten. Omdat DJI de kapitaalslasten van de betreffende leningen bovennormatief vergoedt aan de inrichtingen was het uit efficiencyoverwegingen van belang dat de leningen tegen een zo gunstig mogelijk rentepercentage konden worden afgesloten.

Tabel 3.5 Overzicht rekening-courant limieten en gebruik leenfaciliteit x 1.000

Art.

Omschrijving

Saldo uitstaande leningen

Aangegane Lening

Aflossing uitstaande leningen

Saldo uitstaande leningen

Vrije ruimte

Uitstaande Garanties

Gem. looptijd

Rekening courant limiet

   

2015

2016

2016

2016

2016

2016

2016

2016

31.

Nationale Politie

1.020.005

164.821

– 92.939

1.091.887

0

1.091.887

14,7

250.000

31.

Politieacademie

131.212

30.000

– 11.760

149.452

22.798

183.250

13,0

18.500

31.

Meldkamer Noord Nederland

10.400

0

– 400

10.000

0

10.000

30,0

 

34.

Kansspelautoriteit

3.700

0

– 370

3.330

0

3.330

10,8

3.000

34.

particuliere JJI's

49.568

0

– 2.345

47.223

0

47.223

21,3

 

37.

COA

0

293.000

– 2.920

290.080

0

290.080

17,5

70.000

 

Totaal

1.214.885

487.821

– 110.734

1.591.972

22.798

1.614.770

15,4

341.500

Leenfaciliteit

Deze organisaties hebben toegang tot het geïntegreerd middelenbeheer van het Ministerie van Financiën (MvF). Voor de financiering van investeringen kunnen ze een beroep doen op de leenfaciliteit van MvF. In deze garantstelling is bepaald dat wanneer er niet aan de verplichtingen wordt voldaan die uit de overeenkomst van geldlening voortvloeien, MvF deze verplichting ten laste zal brengen van het Ministerie van VenJ.

Het gemeenschappelijke Hof en de Raad voor de rechtspraak worden in de leenadministratie van het Ministerie van Financiën gekenmerkt als een agentschap en zijn daarom in bovenstaand overzicht niet opgenomen. Het totaal van de uitstaande leningen voor de Raad van de Rechtspraak bedroeg per ultimo 2016 € 86,94 mln. en voor het Gemeenschappelijk Hof € 0,11 mln.

RC-limiet

De betreffende organisaties hebben bij het Ministerie van Financiën een rekening-courant faciliteit, waarbij VenJ garant staat voor de aanzuivering van een mogelijk debetsaldo wanneer de betrokken organisaties daarbij in gebreke blijven.

4. BELEIDSARTIKELEN

31. Nationale Politie

Realisatie begrotingsuitgaven Veiligheid en Justitie € 13.192 miljoen art. 31 Nationale Politie 42,4%

Realisatie begrotingsuitgaven Veiligheid en Justitie € 13.192 miljoen art. 31 Nationale Politie 42,4%

Algemene doelstelling

Een veilige samenleving met behulp van een goed functionerende politieorganisatie.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister heeft een financierende en regisserende rol ten aanzien van de nationale politie. Hierbij zijn drie verschillende verantwoordelijkheden te onderscheiden:

  • De eerste verantwoordelijkheid betreft die voor de inrichting, werking en ontwikkeling van het politiebestel.

  • De tweede verantwoordelijkheid is voor bevoegdheden en het beheer ten aanzien van de politie. Onder deze beheersverantwoordelijkheid van de Minister19 valt het vaststellen van de begroting, de meerjarenraming, de jaarrekening, het beheersplan, het jaarverslag en de operationele sterkte. De Minister kan de korpschef te allen tijde over alle beheeraangelegenheden algemene en bijzondere aanwijzingen geven.

  • Tot slot stelt de Minister vanuit zijn beleidsverantwoordelijkheid, gehoord het College van procureurs-generaal en de regioburgemeesters, ten minste eens in de vier jaar de landelijke beleidsdoelstellingen van de politie vast.

De Minister van VenJ heeft ten aanzien van het politie- en brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Caribisch Nederland) een financierende en regisserende rol. De beheersverantwoordelijkheid voor het politie- en brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES) berust bij hem.20

Beleidsconclusies

De nationale politie bevindt zich na de herijking van vorig jaar in de fase van uitvoering en komt steeds beter in control. De politie heeft een nieuwe governance vastgesteld, waardoor korpsleiding en eenheidsleidingen beter in staat zijn om tijdig bij te sturen waar dat nodig is. Het meest zichtbare resultaat in 2016 is de personele reorganisatie. 54.000 medewerkers hebben hun plaatsingsbesluit ontvangen en zijn voor het grootste gedeelte, fysiek en administratief geplaatst op hun nieuwe functie. Fase II van de reorganisatie – het in evenwicht brengen van formatie en bezetting – is aansluitend direct van start gegaan. In de herijking is vastgelegd dat eind 2017 «de basis op orde» is. In het laatste jaar van de vorming van de nationale politie worden veel van de ingezette trajecten afgerond, waaronder het verbeteren van de interne sturing en beheersing bij de politie en het versterken van de governance21.

Het kabinet heeft bij voorjaarsnota en miljoenennota structurele middelen voor de politie ter beschikking gesteld ter dekking van de reeks volgend uit het onderzoek Inzicht in de omvang van het personele en materiele budget nationale politie 2016–2020. Met deze structurele investering in de politie zorgt het kabinet voor een gedegen meerjarig financieel fundament waardoor de politie haar basis op orde kan brengen en haar belangrijke rol in de samenleving kan blijven vervullen.

In 2016 is naar aanleiding van een gatewayreview eind 2015 besloten tot een heroriëntatie op de vorming van de landelijke meldkamerorganisatie. De vorming van de Landelijke Meldkamerorganisatie is als gevolg van deze heroriëntatie bijgesteld. De Veiligheidsregio’s krijgen nu de verantwoordelijkheid om de bestaande meldkamers samen te voegen tot tien meldkamers. De politie is verantwoordelijk voor de verbinding van deze meldkamers met nieuwe ICT.

In 2016 is de locatie Maastricht gerealiseerd. Dit brengt het aantal samengevoegde meldkamers op vier. Het uiteindelijke doel is om de samenvoegingen, de landelijke ICT en het beheer van de meldkamers in 2021 gerealiseerd te hebben.

In 2016 is onderzoek gestart om te bepalen of de taakstelling zoals opgenomen in het Regeerakkoord Rutte I (€ 50 mln.) en overgenomen in het Transitieakkoord realistisch is in hoogte en tempo. Het onderzoek naar de besparingen LMO is begin 2017 opgeleverd22.

In 2016 is verder uitvoering gegeven aan de afspraken uit de Veiligheidsagenda 2015–2018. Deze gezamenlijke agenda van het Ministerie van VenJ, het lokaal bestuur, het OM en de politie brengt, naast zes prioritaire onderwerpen, tevens tot uitdrukking dat het lokale, regionale en het landelijke niveau samenwerken aan het vergroten van de veiligheid. De bereikte resultaten in 2016 zijn opgenomen in het overzicht Prestatie-indicatoren Veiligheidsagenda in het beleidsverslag en worden in het beleidsverslag toegelicht (paragraaf Nederland Veiliger).

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 31.1 Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie 2013

Realisatie 2014

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Vastgestelde Begroting 2016

Verschil

Verplichtingen

229.265

5.298.340

5.136.389

5.577.340

5.189.705

387.635

               

Programma-uitgaven

5.250.519

5.265.815

5.146.049

5.595.908

5.199.190

396.718

               

31.2

Bekostiging nationale politie

           
 

Bijdrage ZBO's/RWT's

           
 

Nationale Politie

4.976.547

4.971.272

4.861.910

5.312.824

4.939.208

373.616

 

VtsPN

90.460

0

0

0

0

0

 

Politieacademie

132.323

124.524

113.991

109.458

105.953

3.505

 

Bijdrage medeoverheden

           
 

BES brandweer- en politiekorps

18.193

20.485

21.200

22.733

17.992

4.741

 

Opdrachten

         

 

Taptolken

0

0

8.508

10.202

11.843

– 1.641

               

31.3

Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT politie

           
 

Bijdrage ZBO's/RWT's

           
 

Bestuur en Organisatie

9.674

0

0

0

0

0

 

Internationale samenwerkingsoperaties

0

23.283

11.005

10.729

10.991

– 262

 

Informatiebeleid politie: Innovatieprojecten

4.358

0

0

0

0

0

 

Beheer multisystemen

0

102.703

105.700

110.269

93.896

16.373

 

overig: Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT

0

870

4.605

1.019

794

225

 

Bijdrage medeoverheden

           
 

Bijdragen in het kader van de kwaliteit van de politiezorg

3.129

3.644

720

770

1.278

– 508

 

Subsidies

           
 

Opsporing

750

1.228

1.056

500

700

– 200

 

overig: Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT

0

734

758

878

500

378

 

Opdrachten

         

 

Providers

10.502

9.167

9.761

9.752

9.958

– 206

 

overig: Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT

0

3.116

2.416

2.246

1.552

694

 

Bijdragen Sociale fondsen

           
 

Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie

4.583

4.789

4.419

4.528

4.525

3

               

Ontvangsten

269

1.431

431

17.848

500

17.348

31.2 Bekostiging Nationale Politie

Toelichting op de instrumenten

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

Nationale politie (NP)

Aan de politie zijn op basis van artikel 33 van de Politiewet 2012 bijdragen verstrekt voor de taakuitvoering. Dit betrof de algemene bijdrage met een omvang van ruim € 5 mld. De algemene bijdrage is als lumpsumbudget ter beschikking gesteld aan de politie en ten goede gekomen aan een adequate politiezorg. De politie heeft daarmee ook in 2016 bijgedragen aan het handhaven en vergroten van de openbare orde en veiligheid in Nederland. Het grootste deel van de algemene bijdrage wordt besteed aan de bekostiging van het politiepersoneel.

Tevens zijn verschillende bijzondere bijdragen voor specifieke taken verstrekt, waaronder € 48 mln. voor de verkeershandhavingsteams en € 14 mln. voor cybercrime. Bijzondere bijdragen worden bij uitzondering gegeven voor de realisatie van een bepaald doel. Voor de frictiekosten die optreden bij de vorming van de Nationale Politie is over of voor 2016 een bedrag van € 106 mln. aan de politie ter beschikking gesteld.

Het verschil van € 373 mln. tussen de begrote en gerealiseerde bijdragen aan de Nationale Politie betreft onder meer budgettoevoegingen van € 10 mln. voor de contourennota opsporing, € 48,5 mln. voor de asielproblematiek, € 90,5 mln. voor de cao afspraken 2015–2017, € 136 mln. voor loonbijstelling en € 86 mln. voor de intensivering op basis van het rapport Inzicht in de omvang van het personele en materiële budget nationale politie 2016–2020. Zie ook de 1ste en de 2de suppletoire wijziging 2016.23

Daarnaast voert de politie een aantal taken uit die onder de verantwoordelijkheid vallen van het departement. Het gaat dan onder meer om het onderhoud van het communicatienetwerk C2000 en het uitzenden van politiefunctionarissen naar crisisgebieden. Deze taken worden apart begroot en verantwoord onder artikelonderdeel 31.3.

Met de Tweede Kamer en het gezag is een minimale operationele sterkte van 49.500 fte overeengekomen, te bereiken in 2020. Door middel van intensivering is een betaalbare sterkte van 49.802 mogelijk gemaakt. Dit aantal vormde in 2016 uitgangspunt voor de bekostiging van de politie. Eind 2016 beschikt de politie over een operationele sterkte van 48.162 fte exclusief aspiranten.

Tabel 31.2 Kengetal operationele sterkte nationale politie
     

Realisatie

Begroting

 

2014

2015

2016

2016

Operationele sterkte in fte (incl. aspiranten)

51.442

50.509

50.747

50.617

Bron: jaarverslag nationale politie 2016

De instroom van aspiranten bedroeg in 2016 1.237. De zijinstroom was in 2016 327. De volledige jaarverantwoording van de politie wordt als separate bijlage met het VenJ-jaarverslag meegezonden.

Politieacademie

De Minister geeft een bijdrage aan de Politieacademie voor goed opgeleid politiepersoneel. Hierdoor komt de kwaliteit van de politie op een hoger peil. De rijksbijdrage omvat een algemene bijdrage (circa 90 procent van het totaal) voor de kosten van het ontwikkelen en aanbieden van het samenhangend stelsel van politieonderwijs, werving en selectie en examinering. De bijzondere bijdragen zijn bedoeld om specifieke activiteiten op het terrein van onderwijs, kennis en onderzoek mogelijk te maken. Het verschil van € 3,5 mln. tussen begroting en realisatie betreft de loon- en prijsbijstelling 2016–2021 en de cao politie 2015–2017.24

Bijdrage medeoverheden

BES brandweer- en politiekorps

Om in Caribisch Nederland de veiligheid te handhaven en te vergroten is er een brandweer- en politiekorps Caribisch Nederland. De Minister van VenJ is korpsbeheerder en verstrekt een bijdrage ter bekostiging van de personele en materiële uitgaven van de korpsen. Het verschil van € 4,741 mln. tussen de begroting en realisatie houdt verband met een bijdrage van € 1,7 mln. aan de Stichting Beheer ICT Rechtshandhaving en de gestegen valutakoers van de dollar ten opzichte van de euro.

Opdrachten

Taptolken

Beëdigde tolken die bijvoorbeeld in opdracht van een Officier van Justitie een afgeluisterd telefoongesprek vertalen, kunnen de vergoeding voor hun werkzaamheden op basis van vastgestelde normen declareren. Doordat in 2016 minder beroep is gedaan op taptolken, is er € 1,6 mln. minder uitgegeven dan begroot.

31.3 Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT politie

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

Internationale samenwerkingsorganisaties

Dit zijn uitgaven voor de uitvoering van internationale politiesamenwerking (IPS), strategische landenprogramma’s (SLP’s) en de coördinatie van uitzendingen.

C2000/GMS

In opdracht van het Ministerie van VenJ voert de politie informatievoorzieningsorganisatie het beheer over het C2000-netwerk. Het C2000 communicatienetwerk is van cruciaal belang voor de taakuitvoering van de Nederlandse hulpdiensten. Het verschil van € 16,3 mln. tussen begroting en realisatie betreft voornamelijk de jaarlijkse bijdragen van de Ministeries van Defensie, VWS en Financiën voor het gebruik van het netwerk door de Koninklijke Marechaussee, Ambulancezorg en Douane en de ontvangsten voor het medegebruik opstelpunten. Deze bijdragen en ontvangsten worden in de loop van het begrotingsjaar ontvangen en aan het budgettair kader van beleidsartikel 31 toegevoegd.25

Overig: kwaliteit, arbeidsvoorwaarden en ICT

De overschrijding van € 0,225 mln. betreft een nabetaling aan het Instituut Fysieke Veiligheid voor het beheer van het materieel ten behoeve van de politie.

Bijdrage medeoverheden

Bijdragen in het kader van de kwaliteit van de politiezorg

Dit budget wordt met name gebruikt voor de ondersteuning van de regioburgemeesters. Tevens is een klein deel van het budget bestemd voor bijdragen aan andere ministeries. In 2016 is hier minder aan uitgegeven dan begroot.

Subsidies

Opsporing

Het Ministerie van Veiligheid en Justitie is één van de belangrijkste financiers van de onafhankelijke Stichting NL Confidential. Deze onafhankelijke stichting exploiteert onder andere de meldlijn Meld Misdaad Anoniem. Ter versterking van de liquiditeitspositie is eind 2015 aan de stichting een voorschot van € 0,2 mln. verstrekt op de subsidie voor 2016. Het subsidiebedrag in 2016 is daardoor navenant lager.

Overig: kwaliteit, arbeidsvoorwaarden en ICT

De overschrijding van € 0,377 mln. betreft in de loop van het jaar verstrekte subsidies aan de stichting World Police and Fire Games 2021 en aan de leden van het Centraal Georganiseerd Overleg Politie (CGOP) voor de extra werkzaamheden die voortkomen uit de reorganisatie horende bij de vorming van de nationale politie.

Opdrachten

Providers

Op grond van hoofdstuk 13 Telecommunicatiewet zijn telecomaanbieders verplicht om hun netwerken en diensten aftapbaar te maken en mee te werken aan aftappen en gegevensverstrekkingen over hun klanten. De Staat is op grond van de Regeling vergoeding kosten aftappen en gegevensverstrekking gehouden om bepaalde kosten te vergoeden die aanbieders in dit verband maken.

Overig: kwaliteit, arbeidsvoorwaarden en ICT

De overschrijding van € 0,7 mln. betreft onvoorziene uitgaven voor opdrachten, waaronder het eerdergenoemde onderzoek Inzicht in de omvang van het personele en materiele budget nationale politie 2016–2020.

Bijdragen Sociale fondsen

Stichting Arbeidsmarkt en opleidingsfonds Politie (SAOP)

De Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie, het A&O fonds voor de sector politie, subsidieert, adviseert en registreert scholings-, arbeidsmarkt- en werkgelegenheidsprojecten. Het primaire doel van de SAOP is het bevorderen van het goed functioneren van de arbeidsmarkt van de politie en het stimuleren van opleidingsactiviteiten. Dit doet de SAOP met behulp van de bijdrage die zij ontvangt van het Ministerie van Veiligheid en Justitie en die voortkomt uit een arbeidsvoorwaardenafspraak met de politievakorganisaties.

Ontvangsten

In 2016 is € 17,3 mln. terug ontvangen van de politie aan in voorgaande jaren verstrekte bijzondere bijdragen die niet tot besteding zijn gekomen. Het betreft enkele tientallen bijzondere bijdragen. De grootste daarvan zijn project Front office/Back office (€ 1,9 mln), Nationale Recherche (€ 1,7 mln), Schengen Informatie Systeem II (€ 1,15 mln), Uitzendingen (€ 5 mln) en € 7,65 mln in totaal aan kleinere bijdragen, variërend van € 2.058,– (project Peseta) tot € 993.244,– (programma Antwoord op geweld).

32. Rechtspleging en rechtsbijstand

Realisatie begrotingsuitgaven Veiligheid en Justitie € 13.192 miljoen art. 32 Rechtspleging en rechtsbijstand 12,2%

Realisatie begrotingsuitgaven Veiligheid en Justitie € 13.192 miljoen art. 32 Rechtspleging en rechtsbijstand 12,2%

Algemene doelstelling

Een doeltreffend en doelmatig rechtsbestel.

Rol en verantwoordelijkheid

Als stelselverantwoordelijke schept de Minister van Veiligheid en Justitie optimale voorwaarden voor het in stand houden en verbeteren van een goed en toegankelijk rechtsbestel. De Minister heeft:

  • Een financierende rol voor de rechtspraak. De Minister houdt toezicht op het beheer en is de werkgever voor de rechterlijke macht;

  • Een financierende rol voor de Raad voor Rechtsbijstand, het Bureau Financieel Toezicht en het Register beëdigde tolken en vertalers26. Hij is verantwoordelijk voor het wettelijk kader waar binnen tolken, vertalers, advocaten, notarissen en andere zelfstandige professionals binnen het justitiële domein opereren;

  • Een stimulerende rol voor alternatieve geschillenbeslechting en schuldsanering. Ten aanzien van de schuldsanering is hij verantwoordelijk voor het wettelijke traject van de schuldsaneringsregeling, de faillissementsrechters en de bewindvoerders.27

Gesubsidieerde rechtsbijstand

Beleidsconclusies

Op 30 november 2015 heeft de commissie Wolfsen het rapport «herijking rechtsbijstand – naar een duurzaam stelsel voor de gesubsidieerde rechtsbijstand» opgeleverd. In de daarop volgende kabinetsreactie van 31 mei 2016 zijn maatregelen aangekondigd waarmee het stelsel van de gesubsidieerde rechtsbijstand zal worden herijkt. Er is in 2016 op meerdere momenten over het rapport en de aanpak van het kabinet met de Kamer gesproken. Een van de maatregelen betrof de evaluatie van de puntentoekenning in het stelsel. Op 2 september 2016 is de nieuwe commissie ingesteld die deze evaluatie uitvoert (cie. Van der Meer). Het streven was om het wetsvoorstel, waarin het merendeel van de maatregelen worden uitgewerkt, eind 2016 in consultatie te brengen. Dit is echter niet gerealiseerd omdat meer tijd voor uitwerking nodig was dan aanvankelijk verwacht vanwege de complexiteit en de samenloop van diverse maatregelen. Maar ook het streven om met het wetsvoorstel een meerjarige basis voor een duurzaam stelsel te creëren maakt dat zorgvuldigheid boven snelheid moet worden gesteld en dat er daardoor ook meer tijd nodig is. Op 16 februari 2017 is het wetsvoorstel in consultatie gebracht.

Raadsman bij politieverhoor

Als gevolg van de uitspraak van de Hoge Raad van 22 december 2015 inhoudende dat met ingang van 1 maart 2016 toepassing moet worden gegeven aan de regel dat een aangehouden verdachte het recht heeft op bijstand van een raadsman tijdens zijn verhoor door de politie (of een andere opsporingsinstantie), is versneld uitvoering gegeven aan deze richtlijn. Een tweetal wetten tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering in verband met aanvulling van bepalingen over de verdachte, de raadsman en enkele dwangmiddelen is in november 2016 door de Eerste Kamer aanvaard en zal met ingang van 1 maart 2017 in werking treden waarmee deze implementatie ook geformaliseerd is.

Bestendiging en versterking rechtsstaat en digitalisering (KEI)

De digitalisering en de vereenvoudiging van de rechtspraak heeft in 2016 vorm en inhoud gekregen door het aannemen van de zogenaamde KEI-wetgeving in juli 2016 door de Eerste Kamer. Daarmee is een belangrijke stap gezet naar vereenvoudiging, uniformering en versnelling van de procedures in het civiele recht en het bestuursrecht.

Een belangrijke vernieuwing is dat de rechter een sterkere regierol krijgt. Dat stelt hem in staat de voortgang van de procedure te bewaken en meer maatwerk te leveren. Deze aanpassingen gelden ook voor het hoger beroep. De wetgeving stelt digitaal procederen voor professionele partijen verplicht. Inwerkingtreding zal vanaf het voorjaar 2017 plaats vinden. Ook de Hoge Raad en de Raad van State hebben in 2016 alles in gereedheid gebracht om in 2017 met digitaal procederen van start te kunnen gaan.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 32.1 Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Vastgestelde Begroting

Verschil

 

2013

2014

2015

2016

2016

Verplichtingen

1.544.910

1.489.787

1.469.308

1.610.487

1.467.565

142.922

               

32.1

Apparaatsuitgaven Hoge Raad

           
 

Personeel

21.902

21.689

22.403

24.471

22.383

2.088

 

waarvan eigen personeel

21.511

21.146

21.455

22.201

20.871

1.330

 

waarvan externe inhuur

391

543

948

2.270

750

1.520

 

waarvan overige personele uitgaven

0

0

0

0

762

– 762

 

Materieel

3.545

3.250

4.872

3.949

2.636

1.313

 

waarvan ICT

1.374

892

2.282

1.937

499

1.438

 

waarvan SSO's

82

162

83

61

50

11

 

waarvan overige materiele uitgaven

2.089

2.196

2.507

1.951

2.087

– 136

               

Programma-uitgaven

1.518.733

1.463.857

1.439.560

1.582.884

1.442.546

140.338

32.2

Adequate toegang tot het rechtsbestel

           
 

Bijdrage ZBO's/RWT's

       
 

Raad voor de Rechtsbijstand

54.089

52.270

47.251

49.836

43.508

6.328

 

Bureau Financieel Toezicht

6.250

6.250

6.316

6.146

3.830

2.316

 

Subsidies

       
 

Stichting Geschillencommissies Consumentenzaken

1.243

1.627

1.382

1.266

1.328

– 62

 

Overig: Adequate toegang tot het rechtsbestel

417

359

254

268

179

89

 

Opdrachten

           
 

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen

16.953

15.414

12.870

11.618

14.483

– 2.865

 

Toevoegingen rechtsbijstand

448.393

382.022

390.346

423.026

401.557

21.469

 

Overig: Adequate toegang tot het rechtsbestel

1.271

0

493

510

1.440

– 930

               

32.3

Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

           
             

 

Bijdrage aan Raad voor de rechtspraak

973.412

987.050

962.086

1.071.739

956.541

115.198

               
 

Bijdrage ZBO's/RWT's

       
 

Autoriteit Persoonsgegevens

7.827

8.211

8.358

8.245

7.895

350

 

College voor de Rechten van de Mens

6.113

5.835

6.247

7.086

5.818

1.268

 

Centraal Administratie Kantoor

 

1.809

792

364

2.707

– 2.343

 

Overig: Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig

en doeltreffend rechtsbestel

 

1.026

549

572

689

– 117

 

Bijdrage medeoverheden

       
 

Bijdragen Rechtspleging

0

48

0

0

86

– 86

 

Subsidies

       
 

Subsidies Rechtspleging

812

803

793

867

891

– 24

 

Subsidies Wetgeving

1.856

1.130

1.770

1.298

1.436

– 138

 

Opdrachten

       
 

Opdrachten en onderzoeken rechtspleging

97

3

53

43

158

– 115

 

Overig: Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

0

0

0

0

0

0

               

Ontvangsten

222.147

221.419

201.948

197.941

231.900

– 33.959

 

waarvan griffie

216.660

217.194

198.293

194.248

224.642

– 30.394

32.1 Apparaatsuitgaven Hoge Raad

Toelichting op de instrumenten

Hoge Raad (HR)

De Hoge Raad der Nederlanden is het hoogste rechtscollege in Nederland op het gebied van het civiele-, straf- en fiscale recht. Voor het civiele- en strafrecht is hij dat tevens voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Saba en Sint Eustatius. De HR voert de cassatieprocedure uit. De procedure verzekert en bevordert de rechtseenheid, rechtsontwikkeling en rechtsbescherming doordat de HR als cassatierechter toetst of het gerechtshof – en in voorkomende gevallen: de rechtbank – in zijn uitspraak het recht juist heeft toegepast en of de gegeven motivering begrijpelijk is.

De toename van de personele uitgaven wordt verklaard doordat als gevolg van uitstel van invoering van wetgeving voor digitaal procederen de inhuur van extra deskundigen moest worden gecontinueerd. Als gevolg van een uitstel van de verhuizing van de Hoge raad naar de nieuwbouw was sprake van tijdelijk dubbele lasten.

32.2 Adequate toegang tot het rechtsbestel

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Raad voor Rechtsbijstand (RvR)

Het betreft hier de financiering voor apparaatsuitgaven van de RvR en het Juridisch loket, een advies- en doorverwijsinstelling voor eerstelijns rechtshulp. De RvR is belast met de uitvoering van de Wet op de rechtsbijstand, die er voor zorgt dat on- en mindervermogenden verzekerd zijn van toegang tot het rechtsbestel. Er heeft in 2016 een herschikking plaatsgehad in de middelen aan de RvR ten behoeve van de uitvoeringskosten van de RvR en het Juridisch Loket. Dit betreft een nadere verdeling van de eerder aan het rechtsbijstandsbudget toegevoegde middelen ter compensatie van het besparingsverlies vanwege het stopzetten van de procedure van het wetsvoorstel tot vernieuwing van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand.

Bureau Financieel Toezicht (BFT)

Het Bureau Financieel Toezicht houdt financieel toezicht op zo’n 1.300 notarissen en 380 gerechtsdeurwaarders. Ook is het belast met het toezicht op de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT).

Het budget voor de bijdrage aan het BFT is naar beneden bijgesteld in verband met de verwachte inwerkingtreding van het wetsvoorstel doorberekeningen kosten toezicht en tuchtrecht juridische beroepen. Deze inwerkingtreding heeft echter niet in 2016 plaatsgevonden waardoor de bijdrage aan het BFT voor 2016 € 6,15 mln. bedroeg in plaats van € 3.83 mln.

Subsidies

Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken (SGC)

De SGC beoordeelt consumentenklachten. De SGC heeft op dit moment ruim 50 geschillencommissies die klachten over verschillende onderwerpen behandelen. De SGC ontvangt voor de kosten van de koepelorganisatie een subsidie van het Ministerie van VenJ, omdat afhandeling van klachten door het SGC zorgt voor minder instroom aan (duurdere) zaken binnen het rechtsbestel.

Opdrachten

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP)

Het Bureau WSNP coördineert de uitvoering van de Wet schuldsanering en reguleert de kwaliteit van de bewindvoering, onder andere door het register WSNP en een helpdesk. Via het bureau WSNP wordt een bijdrage verstrekt aan de bewindvoerder die een schuldsaneringsprocedure naar behoren afwikkelt. Gespecialiseerde insolventierechters houden toezicht op de goede afwikkeling van de circa 11.500 nieuwe schuldsaneringen per jaar. De gemiddelde subsidie voor een schuldsaneringstraject bedraagt circa € 1.100 over een periode van gemiddeld drie jaar.

Toevoegingen Raad voor Rechtsbijstand

De RvR verstrekt subsidie door middel van een toevoeging aan een advocaat of mediator voor de verlening van rechtsbijstand aan rechtzoekenden met een laag inkomen en vermogen. De door de cliënt te betalen eigen bijdrage wordt verrekend met de kosten van de rechtsbijstand. De financiering van de Raad voor Rechtsbijstand vindt plaats aan de hand van het aantal afgegeven toevoegingen over de periode 1 september tot en met 31 augustus. Naast de financiering van de Raad voor Rechtsbijstand worden ook de uitgaven aan gerechtsdeurwaarders voor toevoegingszaken ten laste van dit budget gebracht.

In tabel 32.2 is een uitsplitsing in uitgaven en in aantallen weergegeven van de productiegegevens van de Raad over de verschillende onderdelen binnen de rechtsbijstand.

Tabel 32.2 Productiegegevens Raad voor Rechtsbijstand
 

Oude indeling

Gewijzigde

Indeling1

       
 

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2014

2014

2015

2016

2016

Strafzaken (ambtshalve)

           

Aantal afgegeven toevoegingen

83.346

47.400

44.164

44.853

51.639

– 6.786

Uitgaven (mln.)

€ 109,9

€ 73,3

€ 79,0

€ 85,1

€ – 6,1

             

Strafzaken (regulier)

           

Aantal afgegeven toevoegingen

77.509

77.015

78.576

79.925

75.838

4.087

Uitgaven (mln.)

€ 57,9

€ 55,0

€ 56,4

€ 51,9

€ 4,5

             

Civiele zaken2

           

Aantal afgegeven toevoegingen

254.559

201.452

191.391

194.605

205.406

– 10.801

Uitgaven (mln.)

€ 166,9

€ 127,8

€ 130,4

€ 134,2

€ – 3,8

             

Bestuur

           

Aantal afgegeven toevoegingen

 

89.547

81.090

76.356

69.498

6.858

Uitgaven (mln.)

 

€ 53,2

€ 50,8

€ 44,6

€ 6,2

             

Piketten

           

Aantal piketdeclaraties

123.644

123.644

118.279

119.494

196.195

– 76.701

Uitgaven (mln.)

€ 30,2

€ 27,3

€ 35,3

€ 37,5

€ – 2,2

             

Lichte adviestoevoeging

           

Aantal afgegeven toevoegingen

10.041

10.041

9.899

9.148

10.505

– 1.357

Uitgaven (mln.)

€ 1,8

€ 1,8

€ 1,8

€ 1,9

€ – 0,1

             

Asiel

           

Instroom (eerste asielaanvragen, tweede en opvolgende aanvragen en inreis van nareizigers)3

29.890

29.890

58.880

31.640

26.000

5.640

Aantal afgegeven toevoegingen

24.424

24.424

29.618

45.852

24.324

21.528

Uitgaven (mln.)

€ 40,4

€ 48,5

€ 68,2

€ 41,4

€ 26,8

             

Overige (rogatoire commissie, pilots ZSM en rechtsbijstand, inning en restitutie)

           

Uitgaven (mln.)

€ 1,0

€ – 1,1

€ – 2,5

€ – 2,5

             

Het Juridisch Loket

           

Aantal klantencontacten

873.233

873.233

681.993

733.900

873.233

– 139.333

Uitgaven (mln.)

€ 23,2

€ 23,6

€ 24,0

€ 22,3

€ 1,7

             

Uitvoeringslasten Rechtsbijstand

           

Raad voor Rechtsbijstand

€ 24,7

€ 23,9

€ 24,9

€ 21,5

€ 3,4

Totaal uitgaven (x € 1 mln.)4

€ 429,4

€ 429,4

€ 433,3

€ 468,4

€ 440,4

€ 28,0

Mutatie Vordering Raad voor Rechtsbijstand

€ 26,8

€ 26,8

       
             

Totaal uitgaven (x € 1 mln.) excl. mutatie Vordering

€ 456,2

€ 456,2

€ 433,3

€ 468,4

€ 440,4

€ 28,0

Bronnen: Subsidiebrieven aan Raad voor Rechtsbijstand, Prognosemodel Justitiële Ketens

X Noot
1

In de gewijzigde indeling is de toevoegingscategorie civiele zaken gesplitst in toevoegingen in civiele zaken en toevoegingen in bestuurszaken. Binnen de categorie civiele zaken zijn nu de zogenoemde toevoegingen op het rechtsgebied bijzondere opname psychiatrisch ziekenhuis opgenomen en onder de categorie bestuurszaken vallen nu de toevoegingen inzake vreemdelingenbewaring (beide waren in de oude indeling opgenomen binnen strafzaken ambtshalve).

X Noot
2

De aantallen afgegeven toevoegingen in de tabel wijken af van de aantallen die vermeld worden in het Jaarverslag van de Raad voor Rechtsbijstand. Dit heeft te maken met het feit dat voor de financiering van de Raad voor Rechtsbijstand de aantallen over de periode 1 september t/m 31 augustus worden gehanteerd.

X Noot
3

De aantallen zijn afgerond op tientallen.

X Noot
4

Het artikelonderdeel 32.2 met betrekking tot rechtsbijstand van de begroting van het Ministerie van Veiligheid en Justitie bestaat uit meerdere uitgaven. Naast de uitgaven aan het stelsel voor gesubsidieerde rechtsbijstand hebben de uitgaven betrekking op onder andere het Register beëdigde tolken en vertalers (Rbtv) en uitgaven aan gerechtsdeurwaarders voor toevoegingszaken. In deze tabel zijn deze uitgaven aan Rbtv en gerechtsdeurwaarders voor toevoegingszaken buiten beschouwing gelaten.

Toelichting

Het totaal aantal afgegeven toevoegingen (piketten buiten beschouwing gelaten) was in 2016 hoger dan in 2015, en was ook hoger dan in de begroting was geraamd. De aantallen afgegeven toevoegingen in asielzaken zijn in 2016 gestegen ten opzichte van 2015. Ook bij de aantallen afgegeven toevoegingen in civiele zaken en in ambtshalve en reguliere strafzaken was sprake van een stijging. Het aantal afgegeven toevoegingen in bestuursrechtelijke zaken lag lager dan in 2015, maar was wel hoger dan de raming in de begroting. Bij de lichte adviestoevoegingen was sprake van een daling.

Het aantal piketten ligt iets hoger dan in 2015. Bij de raming in de begroting van het aantal piketten was uitgegaan van een toename in volume door de inwerkingtreding van het recht op een raadsman bij politieverhoor. Echter, als gevolg van de wijze waarop de declaraties van de rechtsbijstandsverleners bij de piketten worden verwerkt, heeft de invoering van het recht op een raadsman bij het politieverhoor niet tot een groter volume geleid, maar tot hogere gemiddelde kosten per piket.

In totaal was het beroep op de rechtsbijstand (de totaal uitgaven in onderstaande tabel) circa € 28 mln. hoger dan in de begroting was voorzien.

Adequate toegang tot het rechtsbestel

Dit betreft opdrachten voor de huisvesting van notariële archieven alsmede de kosten van diverse forensische onderzoeken. Het aantal uitgevoerde forensische onderzoeken is lager uitgevallen dan begroot. Hierdoor heeft er een onderschrijding op dit budget plaatsgevonden.

32.3 Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

Bijdrage aan Raad voor de rechtspraak

De Minister van Veiligheid en Justitie bekostigt de rechtspraak via de Raad voor de rechtspraak. De Raad voor de rechtspraak is het overkoepelende bestuur van de Rechtspraak, die verder bestaat uit de rechtbanken, de gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. De Raad bevordert de kwaliteit en eenheid van de rechtspraak, verzorgt de financiën, houdt toezicht en ondersteunt de bedrijfsvoering bij de gerechten. De Raad spreekt zelf geen recht. In dit artikelonderdeel wordt de totstandkoming van de bijdrage van de Minister van Veiligheid en Justitie aan de Raad voor de rechtspraak toegelicht.

Tabel 32.3 Instroomontwikkeling rechtspraak
     

Realisaties

Prognoses

 

2014

2015

2016

2016

Instroom totaal aantal (x € 1.000)

1.758

1.674

1.578

1.754

Jaarlijkse mutatie

0%

– 5%

– 6%

 

Bronnen: Raad voor de rechtspraak

Tabel 32.4 Financiële bijdrage Raad voor de rechtspraak
     

Realisaties

Prognoses

 

2014

2015

2016

2016

Bijdrage (x € 1.000)

987.050

962.086

1.071.738

934.045

Deze bijdrage is op basis van met de Raad voor de rechtspraak gemaakte productieafspraak.

Tabel 32.5 Productieafspraak rechtspraak
     

Realisaties

Prognoses

 

2014

2015

2016

2016

Productie totaal aantal (x € 1.000)

1.752

1.697

1.599

1.715

Jaarlijkse mutatie

2%

– 3%

– 6%

 

Bronnen: Raad voor de rechtspraak

Toelichting

Zowel de instroom als het aantal afgehandelde zaken was is 2016 lager dan in 2015 en was lager dan geprognosticeerd. In 2016 stroom de er circa 1,58 mln. zaken in bij de gerechten. Het aantal afgehandelde zaken bedroeg bijna 1,6 mln.

Er is ten opzichte van 2015 vooral sprake van een daling bij het aantal kantonzaken (onderdeel straf), zowel bij de instroom als bij de productie. Het aantal kantonzaken is voornamelijk gedaald doordat het aantal vorderingen tot gijzeling – voor een groot deel voor het niet-betalen van de boete voor bezit onverzekerd voertuig – fors is afgenomen. Bij de overige onderdelen is het beeld wisselend.

Zo daalde de instroom bij de meeste onderdelen, behoudens bij de belastingsector, de Vreemdelingenkamers en hoger beroep civiel. Bij de productie was er sprake van een daling bij de meeste onderdelen, behoudens de belastingsector, de Vreemdelingenkamers en de gerechtshoven.

In het jaarverslag van de Rechtspraak, uitgebracht door de Raad voor de rechtspraak, dat tevens aan de Staten-Generaal wordt aangeboden, wordt meer gedetailleerd ingegaan op de diverse ontwikkelingen binnen de rechtspraak in 2016.

Ondanks dat de instroom en productie lager was dan het voorgaande jaar, was de bijdrage aan de Rechtspraak hoger dan het voorgaande jaar. Dit heeft te maken met het in een keer aflossen van een egalisatieschuld aan het Rijksvastgoedbedrijf, de bijdrage van het Kabinet aan het programma Kwaliteit en Innovatie (KEI), de compensatie van de gevolgen van de procedurerichtlijn asiel, de loon- en prijsbijstelling en doordat de prognose van het aantal zaken hoger was geraamd. De afrekening van het aantal werkelijk behandelde zaken vindt achteraf plaats via de egalisatierekening van de Rechtspraak.

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

College Bescherming Persoonsgegevens, in het maatschappelijk verkeer aangeduid als: Autoriteit persoonsgegevens (AP).

De AP houdt toezicht op de naleving en toepassing van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), de Wet politiegegevens (Wpg) en de Wet Basisregistratie Personen (WBP).

In 2016 is per saldo € 0,2 mln. aan het budget van de AP toegevoegd. Dit betrof naast een aantal kleine mutaties vooral loon- en prijsbijstelling. Daarmee kwam het budget voor 2016 (incl. een reserve van € 0,2 mln. voor de kosten voortvloeiend uit de implementatie van de AVG) uiteindelijk uit op € 8,1 mln. Deze implementatiekosten zijn hoger uitgevallen dan geraamd. Daarnaast heeft de AP extra kosten gemaakt in verband met de verhuizing.

College voor de Rechten van de Mens (CRM)

Het CRM vervult zijn wettelijke taak ter bevordering en naleving van de mensenrechten in Nederland in praktijk, beleid en wetgeving. Het CRM adviseert daartoe onder meer over voorgenomen regelgeving die betrekking heeft op mensenrechten, rapporteert jaarlijks over de mensenrechtensituatie in Nederland en heeft daarnaast een oordelende taak op het gebied van gelijke behandeling. Dat laatste kan zijn op basis van individuele klachten of naar aanleiding van concrete verzoeken over hoe gelijke behandelingswetgeving toe te passen. Ook heeft het CRM een rol bij normontwikkeling en periodieke evaluatie van de effectiviteit van wetgeving voor gelijke behandeling.

In 2016 is per saldo 1,3 mln. aan het budget van het CRM toegevoegd. Dit betrof, naast een aantal kleine mutaties, de overheveling van het huisvestingsbudget (0,6 mln.), een overheveling van VWS in het kader van de door het CRM te vervullen taak van monitoring body ingevolge het «Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap» (CRPD) (0,5 mln.) en loon- en prijsbijstelling (0,2 mln.). Daarmee kwam het budget voor 2016 uiteindelijk uit op 7,16 mln.

Centraal Administratie Kantoor (CAK)

In 2016 zouden twee maatregelen uit het Regeerakkoord worden geïmplementeerd, waarmee een eigen bijdrage wordt geïntroduceerd voor de kosten van het strafproces en slachtofferzorg en bijdrage voor de kosten van verblijf in een justitiële inrichting. Het Ministerie van VenJ heeft het CAK aangewezen om de bijdragen te innen. Het wetsvoorstel eigen bijdrage voor de kosten van verblijf in een justitiële inrichting is op 18 februari 2016 ingetrokken door de regering. Het wetsvoorstel eigen bijdrage van veroordeelden aan de kosten van de strafvordering en de slachtofferzorg is niet in werking getreden in 2016. De kosten betreffen de in 2016 gemaakte implementatiekosten.

Subsidies

Subsidie Rechtspleging

De subsidie Rechtspleging betreft een subsidie aan de Nederlandse Vereniging voor de Rechtspraak (NVvR).

Subsidie Wetgeving

De subsidie Wetgeving betreft een subsidie aan de Stichting Recht en Overheid en aan het Nederlandse Juristencomité voor de Mensenrechten voor de bescherming van mensenrechten.

Ontvangsten

Griffie

Het Ministerie van VenJ ontvangt griffierechten van burgers, overheden, bedrijven en ander rechtspersonen die civiele of bestuursrechtelijke procedures starten. De daling van de ontvangsten ten opzichte van 2015 hangt samen met de daling van het aantal zaken waarbij sprake is van een te betalen griffierecht.

33. Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

Realisatie begrotingsuitgaven Veiligheid en Justitie € 13.192 miljoen art. 33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding 5,6%

Realisatie begrotingsuitgaven Veiligheid en Justitie € 13.192 miljoen art. 33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding 5,6%

Algemene doelstelling

Een veiliger samenleving door een doelmatige en effectieve rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding, en door versterking van de bestuurlijke aanpak van criminaliteit door de decentrale overheden.

Opsporing en vervolging

Rol en verantwoordelijkheid

  • De Minister van Veiligheid en Justitie heeft een regisserende rol. Hij is beleidsverantwoordelijk voor het landelijke opsporings- en vervolgingsbeleid en financiert daartoe onder andere het Openbaar Ministerie (OM) en het Nationaal Forensisch Instituut (NFI). Het OM is belast met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde (Wet op de rechtelijke organisatie). Het voert het gezag over de opsporing door politie en bijzondere opsporingsdiensten, beslist over de vervolging van strafbare feiten en ziet erop toe dat de opgelegde straf naar behoren wordt uitgevoerd.

Veiligheid en lokaal bestuur

  • Op het gebied van veiligheid en lokaal bestuur heeft de Minister van Veiligheid en Justitie een stimulerende rol. Hij is belast met het ontwikkelen van visie, beleid en samenwerkingsvormen op het terrein van de bestuurlijke aanpak van onveiligheid en criminaliteit.

  • Inspanningen zijn er op gericht het lokaal bestuur zo effectief en efficiënt als mogelijk in staat te stellen de lokale veiligheid te vergroten, onder andere door het bewaken van de bestuurlijke integriteit (Bibob) en de inzet van de Regionale Informatie- en Expertise Centra (RIEC’s).

  • VenJ faciliteert en ondersteunt de aanpak van de meest voorkomende vormen van onveiligheidsgevoelens en overlast, zoals overlast gerelateerd aan jeugdgroepen, alcohol, uitgaan, voetbal en evenementen. Dit wordt ingevuld samen met het lokale bestuur, onder andere via structureel overleg met de G4, de G32 en de VNG.

Prostitutie

Beleidsconclusies

Het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet Regulering Prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche (TK 33 885, nr. 2) is in juni 2016 door de TK aanvaard. De Regeling Uitstapprogramma’s Prostituees (RUPS) II is conform verwachting uitgevoerd (TK 33 750 VI, nr. 80). RUPS II loopt tot halverwege 2018.

Coffeeshopbeleid

Het Nederlandse coffeeshopbeleid is erop gericht de coffeeshops kleiner en beheersbaarder te maken, de aantrekkingskracht op drugstoeristen te verminderen, overlast te beperken en de georganiseerde hennepcriminaliteit te bestrijden. Focus ligt op enerzijds aanscherping van het coffeeshopbeleid (ingezetenencriterium) en anderzijds op versterkte aanpak drugscriminaliteit. Met ingang van 1 januari 2013 is het ingezetenencriterium landelijk ingevoerd. Het beleid is er op gericht dat gemeenten met een coffeeshop het lokale coffeeshopbeleid in overeenstemming brengen met het landelijk kader dat wordt gevormd door de Opiumwet en de Aanwijzing Opiumwet van het OM. Het aantal gemeenten dat het I-criterium in het beleid heeft opgenomen is in 2016 weer verder toegenomen.

EU-voorzitterschap 2016: bestuurlijke aanpak

Tijdens het EU-voorzitterschap zijn belangrijke stappen gezet bij het doorontwikkelen van de bestuurlijke aanpak in EU-verband. Zo hebben de uitkomsten van de succesvolle EU conferentie «Working apart together» rondom het thema van de bestuurlijke en integrale aanpak van ondermijnende criminaliteit geresulteerd in raadsconclusies van de JBZ raad. Deze raadsconclusies bevatten de contouren voor de bestuurlijke en integrale aanpak in EU-verband, waaronder een EU-definitie van de bestuurlijke aanpak en voorstellen tot het ontwikkelen van operationele samenwerking tussen EU lidstaten. Als uitvloeisel hiervan wordt ingezet op het opzetten van een internationaal Informatie en Expertisecentrum in de Euregio Maas-Rijn. Dit centrum zal zich onder andere gaan richten op de aanpak van grensoverschrijdende criminaliteit te relateren aan Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s).

Mensenhandel

In het kader van de doorontwikkeling van het Nationaal Verwijsmechanisme zijn er verschillende activiteiten ondernomen. Er is een verbeterde versie van de wegwijzer mensenhandel gelanceerd. Op basis van ervaringen van professionals met de website, is de informatie op de nieuwe versie van de wegwijzer toegankelijker gepresenteerd. Daarnaast is de website nu ook meer gericht op professionals die minder vaak met slachtoffers van mensenhandel in aanraking komen. Op 1 juni 2016 is CoMensha gestart met de pilot «24/7 meldlijn mensenhandel» CoMensha is gedurende de pilot 24 uur per dag, 7 dagen per week bereikbaar voor hulp en advies bij noodsituaties. De pilot loopt in eerste instantie voor 1 jaar, daarna wordt bekeken of verlenging wenselijk is. Van eind 2014 tot 1 juli 2016 heeft de pilot verhoorstudio’s op locatie gelopen, waarbij op de drie locaties van de categorale opvang voor slachtoffers mensenhandel verhoorstudio’s zijn ingericht om zo de drempel voor het doen van aangifte te verlagen. Hoewel er enkele voordelen worden ervaren, heeft de pilot geen duidelijke invloed gehad op de aangiftebereidheid en de gevoelens van veiligheid en vertrouwen in de politie onder deze groep slachtoffers niet vergroot. De pre-pilot voor de multidisciplinaire vaststelling van aannemelijkheid van het slachtofferschap is afgerond. Hierin zijn enkele randvoorwaardelijke elementen voor het inrichten van een operationele pilot onderzocht, zoals de eigenstandige bevoegdheid van betrokken partijen, de privacyaspecten en het niet laten ontstaan van langere doorlooptijden.

Overlast en criminaliteit in wijk en buurt

Tabel 33. 1 Overlast en criminaliteit in wijk en buurt
 

Nulwaarde

   

Realisatie

   

2012

2013

2014

2015

2016

Vermindering onveiligheidsgevoelens met 10% in periode 2012–2017

           

Aandeel van de bevolking dat zich wel eens onveilig voelt

36,6%

36,6%

36,7%

35,9%

35,6%

34,7%

Aandeel van de bevolking dat zich wel eens onveilig voelt in de eigen buurt1

18,0%

18,0%

18,8%

18,2%

18,1%

16,4%

Vermindering ervaren overlast met 10% in periode 2012–2017

           

Aandeel van de bevolking dat één of meer vormen van sociale overlast in de eigen buurt ervaart moet met 10% dalen

12,9%

12,9%

12,7%

12,0%

11,6%

11,8%

Terugbrengen woninginbraken met 25%2

87.345

91.583

87.500

71.100

64.560

55.470

Bron: Veiligheidsmonitor 2016*

* www.veiligheidsmonitor.nl

X Noot
1

Vormen van sociale overlast zijn overlast van dronken mensen op straat, drugshandel of -gebruik, buurtbewoners, op straat worden lastig gevallen en rondhangende jongeren. Bron: Jaarverslag nationale politie.

X Noot
2

Het streven woninginbraken terug te brengen is eerder als een percentage gepresenteerd. Aantallen geven hier echter beter inzicht in de resultaten. In de begroting 2014 staat abusievelijk dat het betreft «woninginbraken gevolgd door geweld.»

Toelichting

In de beleidsagenda 2014 is aangegeven dat zowel de ervaren ernstige sociale overlast als de algemene en lokale onveiligheidsgevoelens in de periode 2012–2017 met 10% moeten dalen. In bovenstaande tabel zijn de resultaten in percentages van de bevolking gegeven voor deze periode. De ervaren sociale overlast is over de periode 2012–2016 8,7% gedaald (9% afgerond). Algemene onveiligheidsgevoelens en onveiligheidsgevoelens in de buurt zijn beiden gedaald met respectievelijk 5% en 9%.

Centraal Informatiepunt Onderzoek en Telecommunicatie (CIOT)

Tabel 33.2 Centraal Informatiepunt Onderzoek en Telecommunicatie (CIOT)
           

Realisatie

 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Aantal vragen

2.328.595

2.758.435

2.337.715

2.079.595

1.724.414

1.687.938

Hit-rate (%)1

91

89

90

88

88

87

Bron: Centraal Informatiepunt Onderzoek en Telecommunicatie*

* De jaarcijfers van het CIOT worden gelijk met de aanbieding van het jaarverslag van VenJ aan de Kamer via deze link https://www.rijksoverheid.nl/documenten gepubliceerd.

X Noot
1

Hit-rate is het aantal hits gedeeld door het aantal vragen maal 100%. De hit-rate wordt bepaald door het aantal aangesloten aanbieders, de kwaliteit van de vragen en de kwaliteit van de aangeleverde gegevens. Een hit op een vraag kan een of meerdere antwoorden bevatten.

Toelichting

Zoals toegezegd bij brief van 1 juli 201528 worden de jaarcijfers van het CIOT over het aantal afgehandelde informatie verzoeken opgenomen in het Jaarverslag van Veiligheid en Justitie.

De autonome realisatie van de bevragingsmodule van het CIOT is afhankelijk van de behoefte van de (bijzondere) opsporings-, inlichtingen- en veiligheidsdiensten ((B)OID-en).

Indicatoren Unit Landelijke Interceptie (ULI)

Tabel 33.3 Indicatoren ULI
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Aantal nummers waarvoor een bevel tot aftappen is gegeven

24.718

25.487

26.150

25.181

24.063

24.850

Gemiddeld aantal taps per dag

1.638

1.293

1.391

1.386

1.415

1.423

IP-taps1

3.331

16.676

17.806

2

   

Gemiddeld aantal IP- taps per dag

339

727

829

     

Aantal aanvragen op historische gegevens3

49.695

56.825

62.554

62.533

56.100

58.985

Bron: Landelijke Eenheid nationale politie

X Noot
1

Dit betreft zowel internettaps als e-mailtaps.

X Noot
2

Sinds de invoering van de nieuwe interceptiestandaard wordt, zowel technisch als procedureel, geen onderscheid meer gemaakt tussen een telefoontap en een internettap. Het onderscheid in de tellingen komt hiermee te vervallen.

X Noot
3

Zoals verkeersgegevens en identificerende gegevens. Het gaat bij deze nummers niet alleen over telefoonnummers, maar ook over IP-adressen en emailadressen.

Toelichting

Zoals toegezegd bij brief van 13 november 200729 en daaropvolgend bij brief van 27 mei 200830 worden de jaarlijkse tapstatistieken opgenomen in het Jaarverslag van VenJ.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 33.4 Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

2013

Realisatie

2014

Realisatie

2015

Realisatie

2016

Vastgestelde

Begroting

2016

Verschil

Verplichtingen

786.426

788.041

688.928

861.289

665.578

195.711

               

33.1

Apparaatsuitgaven Openbaar Ministerie

           
 

Personeel

377.024

364.851

359.937

373.530

338.875

34.655

 

waarvan eigen personeel

351.344

335.554

336.658

344.274

310.123

34.151

 

waarvan externe inhuur

23.543

26.597

21.277

27.299

26.344

955

 

waarvan overige personele uitgaven

2.137

2.700

2.002

1.957

2.408

– 451

 

Materieel

201.011

117.625

124.273

134.574

111.034

23.540

 

waarvan ICT

40.833

12.251

12.545

13.437

27.630

– 14.193

 

waarvan SSO's

55.627

30.375

51.218

54.765

24.804

29.961

 

waarvan overige materiele uitgaven

104.551

74.999

60.510

66.372

58.600

7.772

               

Programma-uitgaven

197.081

228.570

269.890

231.535

215.669

15.866

33.2

Bestuur, informatie en technologie

           
 

Bijdrage medeoverheden

           
 

Regionale Informatie en Expertise Centra

7.903

7.078

7.350

7.370

6.696

674

 

Uitstapprogramma's prostituees

0

463

1.853

1.731

1.697

34

 

Overig: bestuur, informatie en technologie

559

1.331

1.081

1.111

1.634

– 523

 

Subsidies

           
 

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid

0

0

10.201

5.379

6.197

– 818

 

Keurmerk Veilig Ondernemen

1.340

1.511

1.389

1.600

1.123

477

 

Uitstapprogramma's prostituees

0

1.458

1.103

1.099

1.305

– 206

 

Overig: bestuur, informatie en technologie

463

0

784

2.429

1.243

1.186

 

Opdrachten

           
 

Overig: bestuur, informatie en technologie

666

464

723

584

1.890

– 1.306

               

33.3

Opsporing en vervolging

           
 

Bijdrage Agentschappen

           
 

Nederlands Forensisch Instituut

68.273

68.062

70.244

88.661

64.368

24.293

 

Domeinen Roerende Zaken

12.819

12.754

0

0

0

0

 

Bijdrage ZBO's/RWT's

       
 

Nationaal Register Gerechtelijk Deskundigen

1.701

1.532

1.765

1.656

1.621

35

 

Bijdrage (inter)nationale organisaties

       
 

FIU-Nederland

0

4.045

0

0

0

0

 

Bijdrage medeoverheden

       
 

PV-vergoedingen Bestuurlijke strafbeschikking

13.430

12.786

11.321

0

0

0

 

BES Staatkundige hervorming Nederlandse Antillen

4.150

4.015

4.658

4.879

3.836

1.043

 

Overig: opsporing en vervolging

4.241

7.989

15.754

8.871

4.787

4.084

 

Subsidies

       
 

Overig: opsporing en vervolging

6.628

3.311

2.870

3.073

2.377

696

 

Opdrachten

       
 

Schadeloosstellingen

17.312

27.362

53.727

19.262

20.047

– 785

 

Keten Informatie Management

3.532

154

62

0

651

– 651

 

Onrechtmatige Detentie

12.335

11.654

10.776

8.791

11.211

– 2.420

 

Herontwerp Strafrechtketen

4.385

344

156

0

0

0

 

Gerechtskosten Openbaar Ministerie

32.827

33.360

30.933

32.975

25.787

7.188

 

Innovatieagenda

1.276

164

0

0

0

0

 

Restituties ontvangsten voorgaande jaren

0

0

3.010

386

0

386

 

Verkeershandhaving Openbaar Ministerie

0

25.484

27.333

29.212

32.424

– 3.212

 

Afpakken

0

2.231

240

0

10.218

– 10.218

 

Bewaring, verkoop en vernietiging in beslaggenomen voorwerpen

0

0

12.056

12.099

11.791

308

 

Overig: opsporing en vervolging

3.241

1.018

501

367

4.766

– 4.399

               

Ontvangsten

1.086.824

1.101.777

933.123

1.383.500

1.235.298

148.202

 

waarvan Boeten en Transacties

982.386

949.383

777.262

955.393

964.838

– 9.445

 

waarvan Afpakken

89.982

135.972

143.577

416.478

260.460

156.018

33.1 Apparaatsuitgaven Openbaar Ministerie

Toelichting op instrumenten

Openbaar Ministerie (OM)

Het OM is wettelijk belast met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en met andere bij wet vastgestelde taken (Wet RO). Het OM bepaalt als enige instantie in Nederland wie voor de strafrechter moet verschijnen en voor welk strafbaar feit. De officieren van justitie maken deel uit van de rechterlijke macht. De officier heeft de volgende verantwoordelijkheden: het gezag en de leiding over het opsporingsonderzoek van de politie of bijzondere opsporingsdienst, de vervolging van de verdachten, en de uitvoering van de opgelegde straffen.

De realisatie is ca. € 55 mln hoger dan de begroting. Dit komt onder andere door de detachering van parketsecretarissen, de loonbijstelling en een incidentele ophoging van het budgettair kader voor een aantal kosten in 2016.

Tabel 33.5 Productiegegevens arrondissementsparketten
     

Realisatie

Prognoses

 
 

2014

2015

2016

2016

verschil

Uitstroom rechtbankzaken (afdoeningen)

211.357

211.898

198.486

201.792

3.306

Wv. overdracht aan buitenland

100

100

100

100

0

Wv. onvoorwaardelijk sepot

43.104

42.532

42.630

30.269

– 12.361

Wv. transactie, strafbeschikking en voorwaardelijk sepot

60.182

52.321

50.514

59.573

9.059

Wv. voegen (ter berechting of ad info)

2.432

1.822

1.901

4.100

2.199

Wv. Afdoeningen door de rechter

105.539

115.123

103.441

107.750

4.309

Wv. meervoudige kamer (inclusief economisch en militair)

14.817

14.210

12.587

14.700

2.113

Wv. politierechter (inclusief economisch en militair)

86.669

95.186

85.154

84.850

– 304

Wv. kinderrechter

6.053

5.551

5.700

8.200

2.500

Interventiepercentage (%)

76%

83%

85%

85%

Doorloopsnelheid jeugd binnen 3 maanden afgedaan OM (%)

60%

NVT

NVT

80%

NVT

           

Uitstroom kantonzaken (afdoeningen)

101.537

132.165

130.447

139.673

9.226

Wv. afdoeningen door het OM

53.113

59.880

79.584

69.837

– 9.747

Wv. afdoeningen door de kantonrechter

48.424

72.228

50.863

69.837

18.974

           

Uitstroom Mulderzaken (afdoeningen- beroepen Openbaar Ministerie)

377.051

368.777

372.196

261.727

110.469

           

Doelstelling VPS (zie beleidsprioriteiten)

         

% zaken afgedaan binnen 1 maand1

67%

X Noot
1

Dit betreft eenvoudige strafzaken met een strafbeschikking of vonnis in eerste aanleg.

Tabel 33.6 Productiegegevens Ressortparketten
     

Realisatie

Prognose

 
 

2014

2015

2016

2016

verschil

Uitstroom

         

Rechtbankappels

18.313

17.867

16.390

18.817

– 2.427

Kantongerechtsappels

2.668

2.649

2.112

2.736

– 624

Klachten artikel 12 Sv

2.400

3.116

2.943

2.400

– 543

Mulderberoepen

1.893

4.320

4.500

1.886

– 2.614

De in de tabel opgenomen aantallen zijn gebaseerd op de beschikbare capaciteit van het Openbaar Ministerie voor de behandeling van zaken.

33.2 Bestuur, Informatie en Technologie

Bijdrage medeoverheden

Regionale Informatie en Expertise Centra / Landelijk Informatie en Expertise Centrum (RIEC's/LIEC)

In augustus 2016 is het RIEC-LIEC jaarverslag over 2015 met de resultaten van de samenwerking aan de Kamer aangeboden (TK, 2015–2016, 29 911, nr. 129). VenJ stelt (bij wijze van cofinanciering) in totaal € 7,9 mln. beschikbaar aan het RIEC/LIEC bestel. De Minister van VenJ heeft eind 2016 in een brief aan alle RIEC-burgemeesters de intentie uitgesproken om de subsidieperiode na 2017 met vier jaar te verlengen.

Uitstapprogramma prostituees

Bij de ontwerpbegroting 2014 is de motie van der Staaij aangenomen (TK 2013–2014 33 750 IV, nr. 80) Met deze motie zijn voor de periode 2014–2017 middelen vrijgemaakt voor de financiering van regionale uitstapprogramma’s voor prostituees. Door de komst van nieuwe en de intensivering van bestaande uitstapprogramma’s hebben alle prostituees in Nederland toegang tot een uitstapprogramma. Het totale budget voor het uitstapprogramma van € 3 mln. is uitgeput via de instrumenten bijdragen (aan gemeenten) en subsidies (aan organisaties). Aangezien inmiddels de helft van de termijn van de regeling is verstreken, richten de programma’s zich meer op de borging van de uitstapmogelijkheden voor prostituees op lange termijn.

Subsidies

Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

Het CCV heeft in 2016 subsidie ontvangen om publieke en private organisaties te ondersteunen door middel van het stimuleren van een effectieve aanpak van onveiligheid en preventie van criminaliteit en het verhogen van het veiligheidsbewustzijn. Het CCV heeft in 2016 hiervoor kennis en instrumenten ontwikkeld op het terrein van criminaliteitspreventie en veiligheid. Het CCV is ook belast geweest met de uitvoering van een groot aantal activiteiten ter ondersteuning en realisatie van het VenJ beleid waaronder de vermindering met 10% van de ervaren overlast en onveiligheidsgevoelens. Ter uitvoering van de motie Pechtold heeft het CCV in 2016 extra middelen ontvangen voor ondersteuning van de Platforms Veilig Ondernemen, validering van bestaande onderzoeken naar winkeldiefstal en verbetering van het Keurmerk Veilig Ondernemen.

Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO)

In 2016 is in samenwerking tussen ondernemers, gemeente, politie en brandweer gewerkt aan de veiligheid van bedrijventerreinen en winkelgebieden. Indien er in samenwerking tussen vorengenoemde partijen structurele maatregelen worden genomen resulteert dat in een KVO certificaat. In 2016 zijn 135 nieuwe KVO projecten gerealiseerd. Tevens konden er 180 hercertificeringen plaatsvinden en was er ruimte voor 5 zwaardere pre-KVO trajecten.

Uitstapprogramma Prostituees

Bij de ontwerpbegroting 2014 is de motie van der Staaij aangenomen (TK 2013–2014 33 750 IV, nr. 80) Met deze motie zijn voor de periode 2014–2017 middelen vrijgemaakt voor de financiering van regionale uitstapprogramma’s voor prostituees. Door de komst van nieuwe en de intensivering van bestaande uitstapprogramma’s hebben alle prostituees in Nederland toegang tot een uitstapprogramma. Het totale budget voor het uitstapprogramma van € 3 mln. is uitgeput via de instrumenten bijdragen (aan gemeenten) en subsidies (aan organisaties). Aangezien inmiddels de helft van de termijn van de regeling is verstreken, richten de programma’s zich meer op de borging van de uitstapmogelijkheden voor prostituees op lange termijn.

Preventie bedrijfsleven

Overheid, burgers en bedrijven hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de leefbaarheid en de veiligheid van de samenleving. In 2016 zijn met behulp van de beschikbare middelen ondernemers gestimuleerd preventieve maatregelen te treffen tegen veelvoorkomende vormen van criminaliteit zoals inbraak en diefstal, maar ook tegen cybercrime en zogenaamde High Impact Crimes als overvallen, straatroof en geweld. Het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing (NPC) heeft in 2016 het Actieprogramma Veilig Ondernemen vastgesteld, waarin overheid en bedrijfsleven thema’s hebben vastgelegd waarop zij de komende jaren samenwerken aan het terugdringen en voorkomen van criminaliteit. De extra middelen die beschikbaar zijn gesteld naar aanleiding van de aangenomen motie van het lid Pechtold (D66) (TK 2015–2016, 34 300-VI, nr. 48) zijn in het bijzonder ingezet met betrekking tot het terugdringen van winkeldiefstal.

Overig: Bestuur, informatie en technologie

Toelichting De realisatie is ca. € 1 mln. hoger uitgevallen omdat er in 2016 meer subsidies zijn verstrekt dan begroot.

Opdrachten

Overig: Bestuur, informatie en technologie

De realisatie is ca. € 1 mln. lager uitgevallen omdat er in 2016 minder opdrachten zijn verstrekt dan begroot.

33.3 Opsporing en vervolging

Bijdragen aan agentschappen

Nederlands Forensisch Instituut (NFI)

Het NFI levert forensische diensten met behulp van state-of-the-art technologie en wetenschap binnen de strafrechtketen, onder andere aan het OM en de politie. Ook kan een advocaat in een strafzaak de stafofficier of de rechter-commissaris verzoeken om het NFI een onderzoek te laten uitvoeren. Het NFI levert daarnaast diensten aan andere personen of instanties, zoals de Immigratie- en Naturalisatiedienst, buitenlandse politie of justitie of aan bijzondere opsporingsdiensten. In 2016 heeft het NFI de reorganisatie om invulling te geven aan de taakstelling van 8,9% uit het regeerakkoord ingevoerd. Meer informatie over NFI is te vinden in de agentschapsparagraaf van het NFI.

De hogere realisatie bij de bijdrage aan het NFI is met name het gevolg van de kasschuif aflossing egalisatieschuld Rijksvastgoedbedrijf van ca. € 19 mln.

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

College gerechtelijk deskundigen (Cgd)

Het Cgd waarborgt en bevordert de kwaliteit van de inbreng van deskundigen in de rechtsgang. Indien een deskundige, zoals een psycholoog, psychiater, toxicoloog of orthopedagoog, zich als gerechtelijk deskundige wil laten registreren, dient de aanmelding getoetst te worden door het Cgd. Het Cgd heeft een wettelijke basis (Wet deskundigen in strafzaken) en is onafhankelijk.

Bijdragen aan (internationale) organisaties en medeoverheden

Staatkundige hervorming Nederlandse Antillen (shna)

Sinds 10 oktober 2010 is gewerkt aan de inrichting en (door)ontwikkeling van (de instituties van) de rechtshandhaving in het Caribisch gebied. Daar aan draagt een goede inrichting van de rechtspraak en het OM bij. Vanuit Europees Nederland wordt gestimuleerd dat het aantal rechters zowel kwantitatief als kwalitatief op goed niveau blijft. Ook zal er zorg voor worden gedragen dat de staande magistratuur van het OM BES op sterkte blijft. De Raad voor de Rechtshandhaving wordt zodanig geëquipeerd dat er een goede bijdrage is gedaan voor het doen van voldoende en gekwalificeerde onderzoeken. Naast de jaarlijkse bijdragen aan deze organisaties is voor de aanpak van ondermijning in het Caribisch gebied incidenteel voor de jaren 2016 en 2017 € 1,2 mln. aan het Gemeenschappelijk Hof ter beschikking gesteld voor de inzet van extra strafrechtelijke capaciteit. Hiervan is voor 2016 circa € 0,5 mln. aangewend.

Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-Nederland)

Op grond van de Wet ter voorkoming van Witwassen en Terrorisme Financiering (WWFT) ontvangt de FIU-Nederland signalen over ongebruikelijke transacties (OT’s) van meldplichtige instellingen (banken, geldtransactiekantoren, autohandelaren en notarissen). FIU analyseert de ongebruikelijke transacties en kan besluiten ze als verdachte transactie (VT) door te melden. Het verdacht verklaren van ongebruikelijke transacties en ter beschikking stellen aan de opsporing kan op verschillende gronden plaatsvinden:

  • naar aanleiding van een verzoek via de Landelijk Officier van Justitie Witwassen (LOvJ),

  • eigen onderzoek van de FIU;

  • periodieke matching met het Verwijzingsindex Recherche Onderzoeken Subjecten (VROS)-bestand;

  • informatieverzoeken van buitenlandse FIU’s.

Tabel 33.7 Kengetallen FIU-Nederland
       

Realisaties

Prognoses

 
 

2013

2014

2015

2016

2016

Verschil

             

Aantal LOvJ-verzoeken1

1.167

1.093

1.219

1.277

1.100

177

Aantal Eigen onderzoeksdossiers

1.219

1.488

1.464

1.566

1.500

66

Bron: concept jaarverslag 2016 van FIU.NL

X Noot
1

Een verzoek of dossier kan meerdere verdachte transacties bevatten.

Overig: Opsporing en vervolging

De realisatie is ca. € 4 mln. hoger uitgevallen omdat op dit onderdeel ook de bijdrage 2016 aan FIU-Nederland van ruim € 4 mln. is verantwoord.

Opdrachten

Schadeloosstellingen

Dit betreft de budgetten voor schadeloosstellingen buiten de strafrechtelijke keten, zoals vergoedingen vanwege onrechtmatige vreemdelingenbewaring en in het geval van bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ). Daarnaast kunnen ook vergoedingen worden verstrekt voor bijvoorbeeld juridische bijstand.

Keten Informatie Management (KIM)

In 2016 is de Basis Voorziening Identiteitsvaststelling (BVID) opgeleverd en in beheer genomen door de dienst ICT van de Nationale Politie. De BVID integreert de identificatie- en registratieprocessen voor vreemdelingenrecht (asiel en toezicht), stafrecht en vreemdelingen in het strafrecht (VRIS) in één voorziening. Afhankelijk van de situatie en de nationaliteit van de personen voor wie de BVID wordt ingezet, worden de registers van strafrecht (VVI, SKDB) en/of vreemdelingenrecht (BVV) geraadpleegd en gemuteerd. Vanuit BVID worden ook de achterliggende registers Havank (vingerafdrukkensysteem bij IPOL), EUVIS (Europees systeem voor visum kort verblijf) en Eurodac (Europees systeem voor vingerafdrukken van asiel en toezicht) bevraagd en indien nodig gemuteerd. De koppeling tussen beide strafrechtketen en de vreemdelingenketen en verschillende systemen levert een duidelijke verbetering in het proces op en zal ook leiden tot verbetering in de kwaliteit van de gegevens.

De Justitiële Informatiedienst beheert de gemeenschappelijke ketenvoorzieningen in de strafrechtketen. Voor de stabiliteit en continuïteit van deze systemen heeft in 2016 onder meer een upgrade naar Oracle 12c plaatsgevonden. Met de toenemende digitalisering van de strafrechtspleging neemt het belang van gemeenschappelijke ketenvoorzieningen voor en afspraken over de elektronische informatie-uitwisseling in de strafrechtsketen verder toe. Daarom is het afgelopen jaar ingezet op het realiseren van een digitale handtekening; de Gemeenschappelijke Authenticatie, Associatie en Valideringsdienst (GAAV). GAAV maakt het mogelijk om een «natte handtekening» te vervangen voor een rechtsgeldige digitale handtekening.

Onrechtmatige Detentie

Ten laste van dit budget worden de vergoedingen verantwoord aan ex justitiabelen waarvan is vastgesteld dat recht is ontstaan op een vergoeding. De uitgaven zijn vooraf lastig in te schatten. Over het algemeen worden de vergoedingen voor onrechtmatige detentie vastgesteld door de rechter. Er is in 2016 voor een lager bedrag aan vergoedingen vastgesteld dan geraamd.

Gerechtskosten OM

Ten laste van dit budget worden de uitgaven gebracht die betrekking hebben op deskundigen en tolken en vertalers, die een bijdrage leveren aan het strafproces en worden bekostigd in overeenstemming met het Besluit tarieven in strafzaken. In 2016 heeft een incidentele ophoging van het budget plaatsgevonden waardoor in 2016 de kosten nagenoeg gelijk zijn aan het beschikbaar budget.

Verkeershandhaving OM

Het OM voert het programma verkeershandhaving uit. Uit dit budget worden de uitgaven voor dit programma gedaan, niet zijnde bijdragen aan ZBO of agentschap, maar bijvoorbeeld voor de aanleg en onderhoud van trajectcontrolesystemen en flitspalen.

Afpakken ketengelden

Misdaad mag niet lonen. Het afpakken van crimineel vermogen door de inzet van het strafrecht, maar ook door samenwerking van de partijen in de strafrechtketen met bestuurlijke partners (waaronder de Belastingdienst en gemeenten), is een prioriteit van het kabinet. Uit dit budget zijn de middelen bij najaarsnota overgeheveld naar de betrokken partijen in de strafrechtketen (FIOD en Nationale Politie). Het restant betreft voor een groot deel waarvoor in 2016 geen concrete plannen uitgewerkt zijn door de nationale politie.

Bewaring, verkoop en vernietiging inbeslaggenomen goederen

De Minister van Financiën is volgens de Comptabiliteitswet verantwoordelijk voor het beheer van het overtollige materieel bij het Rijk. Domeinen Roerende Zaken is belast met de bewaring, verkoop en vernietiging van strafrechtelijk inbeslaggenomen voorwerpen en houdt zich daarnaast bezig met overtollige rijksgoederen. De middelen om invulling te kunnen geven aan deze activiteiten in het kader van de strafrechtelijke vervolging staan op de begroting van het Openbaar Ministerie.

Opsporing en vervolging

Het budget is bij 1e suppletoire wet 2016 grotendeels overgeheveld naar diverse andere onderdelen binnen dit artikel en naar artikel 91 aangezien de uitgaven die hiermee verband houden op de betreffende onderdelen verantwoord worden.

Ontvangsten

Boeten en Transacties

Het tekort in 2016 ten opzichte van het begrotingskader voor boeten en transacties bedraagt per saldo € 9,5 mln. Dit tekort bestaat met name uit een tegenvaller van ca. 103 mln. op reguliere B&T-ontvangsten en uit een eenmalige grote transactie als onderdeel van de VimpelCom-zaak van 95,8 mln. De tegenvaller wordt voor een groot deel verklaard door het lagere aantal opgelegde WAHV-beschikkingen vanuit de politie. Het achterblijven van het aantal wordt o.a. veroorzaakt door een relatief hoog vacaturepercentage bij de teams Verkeer, een software-update van de mobiele radarsets, na-ijl effecten van de CAO-acties van de politie en andere prioriteiten van de basisteams. Bovendien is er sprake van een daling van het gemiddelde tarief bij met name de snelheidsboetes. Ten slotte blijft het aantal opgelegde strafbeschikkingen achter op de raming. Het aantal beschikkingen vanuit de trajectcontrolesystemen en flitspalen lag daarentegen hoger dan in de raming was opgenomen (ca. € 68 mln.).

Afpakken

Het afpakken van crimineel vermogen is een prioriteit van het kabinet en het stuurt met het ketenprogramma afpakken dan ook op ambitieuze doelstellingen. Het OM zet in het kader van de strafrechtelijke vervolging onder meer in op ontnemingsvorderingen van wederrechtelijk verkregen voordeel, verbeurdverklaringen en ontnemingen als onderdeel van een transactie of schikking. In 2016 is in totaal een afpakbedrag ontvangen van € 416,5 mln. (incl. profijtrente).

Grote Schikkingen

In het kader van de kabinetsafspraken over grote schikkingen worden met ingang van 2016 alle zaaksontvangsten groter dan € 10 mln. speciaal verwerkt. Dit betreft verbeurdverklaringen, ontnemingen, transacties, boeten, etc. Het overgrote deel daarvan valt rechtstreeks toe aan de schatkist. In 2016 is dit schatkist-resultaat € 370 mln. (raming in vastgestelde begroting € 100 mln.). Dit resultaat wordt bepaald door de ontvangsten uit een tweetal zaken (€ 358,3 mln. VimpelCom en € 11,7 mln. Pon).

34. Straffen en Beschermen

Realisatie begrotingsuitgaven Veiligheid en Justitie € 13.192 miljoen art. 34 Straffen en Beschermen 21,7%

Realisatie begrotingsuitgaven Veiligheid en Justitie € 13.192 miljoen art. 34 Straffen en Beschermen 21,7%

Algemene doelstelling

Het borgen van de veiligheid door de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties, het bevorderen van het nemen van preventieve maatregelen door burgers en bedrijven, het versterken van de positie van slachtoffers, het beschermen van jeugdigen die in hun ontwikkeling worden bedreigd in de opvoed- en leefsituatie en het realiseren van een effectieve aanpak van jeugdcriminaliteit en geweld in huiselijke kring.

Tenuitvoerlegging van sancties en strafrechtelijke maatregelen31:

Rol en verantwoordelijkheid

  • De Minister heeft een uitvoerende rol bij tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen door de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI).

  • Ten aanzien van de forensische zorg heeft de Minister een regisserende rol. Hij is verantwoordelijk voor de tijdige beschikbaarheid van de juiste, kwalitatief hoogwaardige zorg, waar nodig in combinatie met afdoende beveiliging.

  • De uitvoering van toezicht in strafrechtelijk kader, advisering aan het OM en de rechter over justitiabelen en taakstraffen is opgedragen aan drie erkende reclasseringsorganisaties. Ook hier heeft de Minister een regisserende rol. De taken van de reclasseringsorganisaties dragen bij aan het terugdringen van recidive.

Preventie en Kansspelen

  • De Minister stimuleert preventie door het beschikbaar stellen van integriteitsinstrumenten zoals de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) en het toezicht op rechtspersonen. De Minister draagt stelselverantwoordelijkheid voor het kansspelbeleid en de daaraan verbonden regelgeving. De Minister wil ervoor zorgen dat Nederlandse burgers op een veilige en verantwoorde manier kunnen deelnemen aan kansspelen.

Slachtofferzorg

  • De Minister kent een financierende rol op het gebied van slachtofferzorg. De Minister draagt beleidsverantwoordelijkheid voor de zorg – in brede zin – aan slachtoffers en nabestaanden die getroffen zijn door een strafbaar feit en is verantwoordelijk voor de uitvoering van het slachtofferbeleid.

Jeugdbescherming en jeugdsancties32

  • De uitvoering en financiering van de jeugdbescherming en de jeugdreclassering is per 1 januari 2015 gedecentraliseerd naar de gemeenten. De Minister van Veiligheid en Justitie heeft na de decentralisatie een regisserende rol en vervult hiermee zijn stelselverantwoordelijkheid.

  • De Minister heeft een uitvoerende rol voor Halt, de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en de Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI) van DJI.

  • De Minister heeft een regisserende rol ten aanzien van de aanpak van jeugdcriminaliteit en preventie. De Minister heeft een samenwerkingsrelatie met de gemeenten/steden, brancheorganisaties en de VNG betreffende de aanpak van jeugdcriminaliteit. Sturing geschiedt door middel van regelgeving en kaderstelling.

  • De Minister heeft een uitvoerende rol op het gebied van interlandelijke adoptie.

Capaciteit DJI

Beleidsconclusies

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft de Tweede Kamer op 12 juli 2016 geïnformeerd over de verkenning «Capaciteit in Balans», om de behoefte aan celcapaciteit meer in balans te brengen met het aanbod (TK 24 587, nr. 660). Naar aanleiding hiervan heeft de Tweede Kamer twee moties aangenomen waarin de regering werd verzocht niet verder over te gaan tot al dan niet gedeeltelijke sluitingen van justitiële inrichtingen. In reactie heeft de Staatssecretaris aangegeven dat het sluiten van inrichtingen gedurende deze kabinetsperiode niet aan de orde is. In plaats daarvan wordt gebouwelijke en personele capaciteit geconcentreerd om operationele problemen te voorkomen en de veiligheid van personeel en gedetineerden te waarborgen. Tevens wordt hiermee voorkómen dat onnodig leegstand wordt gefinancierd. Via deze maatregelen wordt de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen op een verantwoorde wijze gedaan.

Betalen in termijnen Wahv (Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften)

Via een betalingsregeling is betalen in termijnen mogelijk als een burger een Wahv-beschikking heeft gekregen, maar deze niet in één keer kan betalen. Met betalen in termijnen wordt beoogd om burgers die wel willen, maar niet kunnen betalen, te helpen en met het oog op een effectieve en efficiëntie tenuitvoerlegging onnodige inzet van dwangmiddelen te voorkomen. Per 1 juli 2015 werd reeds aangeboden de initiële Wahv-beschikking vanaf € 225 in termijnen te betalen. Sinds 1 juli 2016 wordt de mogelijkheid om in termijnen te betalen ook aangeboden aan burgers met een Wahv-sanctie die na de eerste, of tweede aanmaning inclusief wettelijke verhoging € 225 of meer bedraagt. In 2016 zijn er ruim 83.000 aanvragen gedaan voor het toekennen van een betalingsregeling voor een verkeersboete. Hiervan is 93% toegekend. Daarmee lijkt betalen in termijnen een effectieve voorziening voor mensen die de sanctie niet in een keer kunnen betalen. Uit dit hoge aantal blijkt, dat de regeling om een Wahv-sanctie in termijnen te betalen voorziet in een grote behoefte en daarmee tegelijkertijd bijdraagt aan het voorkomen van onnodige schuldenproblematiek, omdat wettelijke verhogingen van boetebedragen niet hoeven te worden opgelegd.

Momenteel wordt ook onderzocht hoe de motie van de leden Recourt (PvdA) en Kooiman (SP) om ook betalingsregelingen te treffen voor verkeersboetes onder € 225,– op het moment dat iemand onder bijstandsniveau zit, uitgevoerd kan worden.

Integriteit

In 2016 zijn ongeveer 900.000 Verklaringen Omtrent Gedrag (VOG’s) afgegeven en meer dan 5.300 VOG’s voor Rechtspersonen. Conform de doelstelling hebben bijna 100.000 vrijwilligers in 2016 de VOG gratis gekregen. De Staatssecretaris heeft op 5 november 2016 de 4.000ste organisatie gehuldigd die aan deze regeling deelneemt, eind 2016 deden ruim 4.300 organisaties mee die allemaal een breed preventiebeleid voeren. Om mee te doen aan de regeling moet de vrijwilligersorganisatie een aantoonbaar preventiebeleid voeren. Verder is een aantal stappen gezet tot verdere verbetering voor onder andere de doelgroep (risico)jongeren en het ruimer gebruik van politiegegevens. Het aantal aangevraagde (betaalde) VOG-verklaringen is groter dan voorzien, terwijl de aangevraagde gratis VOG-verklaringen op schema lopen.

Kansspelen

Een voorstel tot wijziging van de Wet op de kansspelen is in mei 2016 aan de Tweede Kamer gestuurd. Het wetsvoorstel Kansspelen op afstand is in juli 2016 aangenomen door de Tweede Kamer en voor behandeling aangeboden aan de Eerste Kamer. Ook in juli 2016 is de markt voor goededoelenloterijen behoedzaam geopend voor nieuwe toetreders. In alle trajecten wordt geregeld dat de Nederlandse burger op een veilige en verantwoorde manier deel kan nemen aan kansspelen.

Aanpak High Impact Crimes

Door de samenwerking van een groot aantal publieke en private partijen heeft de aanpak van de High Impact Crimes (HIC’s) ook in 2016 geleid tot een verdere afname van delicten als overvallen, woninginbraak, geweld en straatroof. Het aantal HIC’s is het afgelopen jaar aanmerkelijk gedaald en is ruim onder de in de Veiligheidsagenda afgesproken maximale aantallen gebleven33. Dit laat zien dat de probleemgerichte ketenaanpak van High Impact Crimes, onder lokale gemeentelijke regie met ondersteuning vanuit het Ministerie van Veiligheid en Justitie, een succesvolle methodiek is om deze hardnekkige en ernstige vormen van criminaliteit aan te pakken en zo gezamenlijk Nederland veiliger te maken.

Ondanks dit mooie resultaat blijven de ophelderingspercentages iets achter op de afspraken in de Veiligheidsagenda. Het beoogde ophelderingspercentage overvallen is gerealiseerd maar de percentages van straatroven en woninginbraken zijn iets achter gebleven. De ophelderingspercentages zien er als volgt uit: 56% voor overvallen, 29% voor straatroven en 9,7% voor woninginbraken

Alleen jij bepaalt wie je bent (AJB)

Per 1 september 2016 is de uitvoering van de gedragsinterventie formeel overgedragen aan en structureel ondergebracht bij de stichting Laureus Nederland. De Minister van Veiligheid en Justitie blijft eigenaar van de gedragsinterventie. Op 21 september is AJB opgegaan voor de erkenning bij de deelcommissie Justitiële Interventies van het NJI. Dit heeft tot een mooi resultaat geleid, namelijk de formele erkenning door het NJI dat AJB een effectieve interventie is gebleken.

Per 1 september 2016 is de uitvoering van de gedragsinterventie formeel overgedragen aan en structureel ondergebracht bij de stichting Laureus Nederland. Op 21 september is AJB opgegaan voor de erkenning bij de deelcommissie Justitiële Interventies van het NJI. Dit heeft tot een mooi resultaat geleid, namelijk de formele erkenning door het NJI dat AJB een effectieve interventie is gebleken om jeugdcriminaliteiten te voorkomen.

Geweld

In 2016 zijn maatregelen genomen om het aantal geweldsincidenten terug te dringen. Zo is vanaf 1 januari 2017 een wet van kracht die de politie de bevoegdheid geeft een middelenonderzoek uit te voeren bij verdachten van geweldsmisdrijven. Doordat middelengebruik bij geweldplegers aangemerkt wordt als strafeisverhogende factor (motie Marcouch) en ook aangewend kan worden om vaker bijzondere voorwaarden op te leggen, zoals het alcoholverbod of een gedragsinterventie, wordt de aanpak van geweld onder invloed van drugs of alcohol sterk verbeterd.

Ook zijn tegen uitgaansgeweld innovatieve maatregelen genomen, zoals geluidsdetectie van (escalerende) incidenten, het confronteren van jongeren met beelden van hun eigen dronken gedrag en de inzet van nudging.

Verwarde Personen

VenJ, VWS en VNG hebben samen op 3 december 2016 het Schakelteam Personen met Verward Gedrag geïnstalleerd. In Vught is bijvoorbeeld gestart met een proef met twee GGD-verpleegkundigen in de wijk. Samen met de wijkagenten en overige partners signaleren de twee wijk-GGD’ers in een vroegtijdig stadium verwarde of overspannen personen met een zorgbehoefte. Deze preventieve maatregel heeft bijgedragen aan het voorkomen van escalaties en daardoor politie-ingrijpen.

Bestrijding Huiselijk Geweld en Kindermishandeling

In 2016 heeft VenJ met de Taskforce Kindermishandeling, de Collectieven tegen Kindermishandeling en andere landelijke trajecten op verschillende manieren gewerkt aan het vergroten van de zichtbaarheid en bewustwording rondom deze ernstige problematiek.

Programma Risicojeugd & Jeugdgroepen

In 2016 is geïnvesteerd in preventie van Jeugdcriminaliteit. Er zijn verschillende pilots gehouden en dit heeft onder andere geresulteerd in een E-Book «Tijdig signaleren en ingrijpen», een baseline aanpak problematische jeugdgroepen en een aanpassing van het E-Book «Aanpak Jeugdgroepen». De ontwikkeling en implementatie van de Groepsscan heeft alleen meer tijd gevraagd. De implementatie wordt niet in 2016, maar in 2017 afgerond.

Slachtofferbeleid

Per 1 juli 2016 hebben slachtoffers van ernstige misdrijven onbeperkt spreekrecht tijdens de strafzitting. Er zijn hiervoor structurele middelen ter beschikking gesteld aan de rechtspraak Om slachtoffers daarbij goede ondersteuning te bieden is de rechtsbijstand voor de gespecialiseerde slachtofferadvocatuur verbreed.

Ook het recht op schadevergoeding voor slachtoffers is verruimd. Nabestaanden van slachtoffers van dood door schuld kunnen nu ook een uitkering ontvangen van het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Tot slot is de voorschotregeling, waarbij het CJIB de schadevergoeding uitkeert aan slachtoffers per 1 januari 2016 van toepassing. De regeling geldt voor alle misdrijven waarbij de dader is veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding.

Tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap heeft Nederland het Europese Netwerk voor Rechten van Slachtoffers (ENVR) opgericht. Hierbij is specifiek aandacht besteed aan het verbeteren van het internationale schadeverhaal voor slachtoffers.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 34.1 Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

2013

Realisatie

2014

Realisatie

2015

Realisatie

2016

Vastgestelde

Begroting

2016

Verschil

Verplichtingen

2.561.345

2.585.861

2.520.029

2.843.386

2.647.871

195.515

               

34.1

Apparaatsuitgaven Raad voor de Kinderbescherming

           
 

Personeel

0

0

0

137.413

136.912

501

 

waarvan eigen personeel

     

130.905

130.190

715

 

waarvan externe inhuur

     

5.119

5.477

– 358

 

waarvan overige personele uitgaven

     

1.389

1.245

144

 

Materieel

0

0

0

35.701

31.029

4.672

 

waarvan ICT

     

13.269

6.158

7.111

 

waarvan SSO's

     

16.909

15.052

1.857

 

waarvan overige materiele uitgaven

     

5.523

9.819

– 4.296

               
               

Programma-uitgaven

2.536.821

2.583.351

2.501.165

2.688.057

2.479.930

208.127

34.2

Preventieve maatregelen

           
 

Bijdrage Agentschappen

           
 

Dienst Justis

17.054

15.766

14.325

6.770

8.851

– 2.081

 

Bijdrage ZBO's/RWT's

           
 

Overig: preventieve maatregelen

0

1.300

0

0

0

0

 

Bijdrage medeoverheden

           
 

Overig: preventieve maatregelen

0

4.170

4.570

3.542

2.607

935

 

Subsidies

           
 

Preventie bedrijfsleven

6.926

6.660

0

0

0

0

 

Integriteit

1.356

836

1.362

1.443

1.161

282

 

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid

5.925

5.253

0

0

0

0

 

Overig: preventieve maatregelen

6.332

2.227

3.449

3.077

7.070

– 3.993

 

Opdrachten

         

 

Kansspelbeleid

0

589

363

350

452

– 102

 

Overig: preventieve maatregelen

0

2.644

2.239

2.510

893

1.617

 

Garanties

         

 

Faillissementscuratoren

0

929

1.702

2.015

704

1.311

               

34.3

Tenuitvoerlegging strafrechtelijk sancties en vreemdelingenbewaring

           
 

Bijdrage Agentschappen

           
 

DJI-gevangeniswezen-regulier

1.249.866

1.227.508

1.218.667

1.178.760

991.314

187.446

 

DJI-Forensische zorg

723.202

791.133

756.591

804.454

778.957

25.497

 

DJI-Vreemdelingenbewaring en uitzetcentra

126.845

135.915

98.667

87.585

85.553

2.032

 

CJIB

109.157

95.009

101.660

116.137

98.835

17.302

 

Bijdrage ZBO's/RWT's

           
 

Reclassering Nederland

135.235

139.350

136.781

141.187

136.185

5.002

 

Leger des Heils

20.836

21.039

19.598

20.903

20.969

– 66

 

Stichting Verslavingsreclassering GGZ Nederland

71.631

65.515

65.597

69.375

64.795

4.580

 

Centraal Administratie Kantoor

0

2.044

557

364

1.347

– 983

 

Bijdrage medeoverheden

           
 

Overig: Tenuitvoerlegging strafrechtelijk sancties en vreemdelingenbewaring

0

3.444

1.313

2.363

2.500

– 137

 

Subsidies

           
 

24 uurs nazorg gedetineerden

11.696

0

0

0

0

0

 

DJI-Vrijwilligerswerk gedetineerden

0

0

3.198

2.869

0

2.869

 

Overig: Tenuitvoerlegging strafrechtelijk sancties en vreemdelingenbewaring

0

1.322

2.945

2.335

0

2.335

 

Opdrachten

           
 

Forensische zorg

531

147

0

0

5.514

– 5.514

 

Vrijwilligerswerk gedetineerden

0

3.175

0

0

3.209

– 3.209

 

Uitvoeringskosten ketenregie tenuitvoerlegging

0

0

0

653

21.529

– 20.876

 

Overig: Tenuitvoerlegging strafrechtelijk sancties en vreemdelingenbewaring

5.060

4.358

2.096

2.382

6.145

– 3.763

               

34.4

Slachtofferzorg

           
 

Bijdrage ZBO's/RWT's

           
 

Schadefonds Geweldsmisdrijven

18.536

6.332

6.509

6.253

5.600

653

 

Slachtofferhulp Nederland

25.293

27.634

33.860

33.893

36.320

– 2.427

 

Bijdrage medeoverheden

           
 

Overig: Slachtofferzorg

0

837

3.432

4.218

0

4.218

 

Subsidies

           
 

Stichting Slachtoffer in Beeld en onderzoeken

1.340

1.250

1.582

1.337

601

736

 

Overig: Slachtofferzorg

0

223

287

60

0

60

 

Opdrachten

           
 

Slachtofferzorg

0

331

619

2.208

8.227

– 6.019

 

Opdrachten Schadefonds Geweldsmisdrijven

0

16.411

18.218

18.972

12.467

6.505

 

Voorschotregelingen slachtoffervergoedingsregelingen

0

0

978

1.236

1.000

236

               
               

34.5

Jeugdbescherming en jeugdsancties

           
 

Bijdrage Agentschappen

           
 

DJI – jeugd

0

0

0

148.943

139.403

9.540

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

           
 

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage

0

0

0

1.436

2.414

– 978

 

Halt

0

0

0

10.590

10.536

54

 

Bijdrage medeoverheden

           
 

BES Voogdijraad

0

0

0

1.070

1.120

– 50

 

Overig: Jeugdbescherming en jeugdsancties

0

0

0

309

0

309

 

Subsidies

           
 

Jeugdbescherming

0

0

0

1.234

3.743

– 2.509

 

Overig: Jeugdbescherming en jeugdsancties

0

0

0

1.947

0

1.947

 

Opdrachten

           
 

Stelsel Jeugdzorg

0

0

0

0

418

– 418

 

Bestrijding huiselijke geweld en kindermisbruik

0

0

0

0

1.271

– 1.271

 

Risicojeugd en jeugdgroepen

0

0

0

1.138

4.031

– 2.893

 

Projecten jeugd straf

0

0

0

0

10.268

– 10.268

 

Taakstraffen/erkende gedragsinterventies

0

0

0

3.079

3.921

– 842

 

Overig: Jeugdbescherming en jeugdsancties

0

0

0

1.060

0

1.060

               

Ontvangsten

98.054

80.644

73.862

98.642

98.069

573

34.1 Apparaatsuitgaven Raad voor de Kinderbescherming

Toelichting op instrumenten

De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) heeft de taak om kinderen te beschermen indien de ontwikkeling van het kind in gevaar komt. De RvdK heeft een taak op terrein van bescherming, gezag en omgang, straf en adoptie.

De RvdK heeft circa € 5 mln. meer uitgegeven dan begroot. Het betreft merendeel materiële kosten. Voor ICT is ongeveer € 7 mln. meer uitgegeven op terrein van verbetering van ICT-beheer en afname generieke ICT-dienstverlening. Aan SSO’s is bijna € 2 mln. meer uitgegeven vanwege meer huurcontracten die via het RVB lopen. Daarentegen is bij overige materiele uitgaven sprake van minder uitgaven van circa € 4 mln. vanwege minder externe huurcontracten dan voorgenomen (ten gunste van RVB) en diverse overige kleinere posten.

Tabel 34.2 Productiegegevens Raad voor de Kinderbescherming
     

Realisatie

Raming

 

2014

2015

2016

2016

Coördinatie taakstraffen

11.100

7.829

7.324

7.976

Strafonderzoek 2A

14.628

10.924

10.410

13.276

Strafonderzoek 2B

8.135

7.114

3.176

6.885

Onderzoeken schoolverzuim

4.700

3.216

2.985

3.800

Strafonderzoek GBM

170

118

105

170

Beschermingszaken

18.209

15.482

16.263

16.432

Adoptiegerelateerde zaken

2.500

1.945

1.751

2.500

Gezag en omgangszaken

4.900

5.204

5.210

4.900

Bron: Twaalfmaandsrapportage 2016

De RvdK is in 2013 begonnen via selectiviteit op de producten invulling te geven aan de bezuinigingen. De productiegegevens van de Raad voor de Kinderbescherming laten zien dat deze werkwijze een dalende instroom teweeg heeft gebracht in de afgelopen drie jaar. De RvdK loopt voor op de overeengekomen afspraken, waardoor bijna alle realisaties lager zijn dan geraamd voor 2016, alsmede lager zijn dan in 2015.

34.2 Preventieve maatregelen

Bijdragen Agentschappen

Dienst Justis

De Dienst Justis toetst of personen antecedenten hebben die het uitoefenen van bepaald werk in de weg staan. Daarnaast toetst Justis of partijen die bepaalde verklaringen, vergunningen en subsidies aanvragen aan integriteitseisen voldoen. Deze screening van betrouwbaarheid vermindert veiligheidsrisico’s en draagt zo bij aan een integere en veiligere samenleving.

Naast ontvangsten van derden voor met name VOG’s krijgt Dienst Justis jaarlijks een bijdrage vanuit het moederdepartement. Als gevolg van de grotere hoeveelheid VOG-aanvragen dan geraamd trad er schaalvoordeel op en hoefde VenJ ongeveer € 2 mln. minder te bevoorschotten.

Subsidies

Integriteit

Overheid, vrijwilligers, burgers en bedrijven hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een integere en veilige samenleving. Naast de inzet van screeningsinstrumenten wordt, bijvoorbeeld met vrijwilligers, gewerkt aan een breder integriteitsbeleid. VenJ stimuleert de sector filantropie om als professionele en volwaardige gesprekspartner deel te nemen aan sociaal maatschappelijke vraagstukken. Het convenant «Ruimte voor geven» vormt de basis voor structurele samenwerking op thema’s als de totstandkoming van een stelsel van toezicht op de sector filantropie.

Met het subsidiëren van de ontwikkeling van integriteitsinstrumenten zijn vrijwilligersorganisaties en kerkelijke instanties gestimuleerd om uniforme gedragscodes op te stellen voor vrijwilligers die met kinderen omgaan. Het integriteitsbeleid heeft tot doel het risico op misbruik van kwetsbare groepen te beperken. Voor dat doel zijn ook in 2016 subsidies verstrekt.

Overige: preventieve maatregelen

Gedurende het jaar 2016 is in het kader van aanpak van High Impact Crimes besloten een deel van de middelen die aanvankelijk begroot waren voor subsidies in te zetten via opdrachten ZBO’s/RWT’s of bijdragen aan medeoverheden met als doel preventieve maatregelen. Ten aanzien van verwarde personen is minder uitgegeven dan verwacht vanwege vertraging van projecten.

Opdrachten

Kansspelbeleid

Het kabinet zet in om het kansspelbeleid te moderniseren. Uitgangspunt is dat de Nederlandse burger op een veilige en verantwoorde manier deel kan nemen aan kansspelen. Online kansspelen worden gereguleerd. De Tweede Kamer heeft op 7 juli het Wetsvoorstel Kansspelen op Afstand aangenomen. Holland Casino wordt geprivatiseerd. Op 10 mei 2016 is dit wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer.

Overige: preventiemaatregelen

Gedurende het jaar 2016 is in het kader van High Impact Crimes besloten een deel van de middelen die aanvankelijk begroot waren voor subsidies in te zetten via opdrachten ZBO’s/RWT’s of bijdragen aan medeoverheden met als doel preventieve maatregelen.

Garanties

Faillissementscuratoren

De Garantstellingsregeling faillissementscuratoren zorgt voor de afwikkeling van faillissementen waarin sprake lijkt te zijn van kennelijk onbehoorlijk bestuur, maar in de boedel onvoldoende geld aanwezig is om onderzoek te doen of een procedure te starten om onrechtmatig aan de boedel onttrokken gelden en goederen terug te halen. Als aan bepaalde eisen wordt voldaan, staat het Ministerie van Veiligheid en Justitie garant voor de kosten van het onderzoek of de procedure. Bij succes hoeft de garantie niet te worden ingeroepen.

In 2016 bleek het budget voor de Garantstellingsregeling faillissementscuratoren niet toereikend als gevolg van een hoger aantal verzoeken van curatoren op de regeling dan begroot, waarbij de beroepen op de regeling ook hoger waren in omvang dan verwacht. Derhalve is meer uitgegeven dan begroot.

34.3 Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties en vreemdelingenbewaring

Bijdragen Agentschappen

Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

DJI levert een bijdrage aan de veiligheid van de samenleving door de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen en door de aan hun zorg toevertrouwde personen de kans te bieden een maatschappelijk aanvaardbaar bestaan op te bouwen. Er wordt een bijdrage gegeven voor het reguliere gevangeniswezen, forensische zorg en vreemdelingen bewaring.

Het verschil tussen de begrote en gerealiseerde bijdrage is het saldo van verschillende mutaties, waarvan de belangrijkste zijn:

  • Loonbijstelling 2016–2021 (€ 38,8 mln.);

  • Het dekken van de frictiekosten huisvesting (afkoop boekwaarden) in het kader van het Masterplan DJI vanaf de zogenaamde Aanvullende Post bij het Ministerie van Financiën (€ 58 mln.);

  • Vrijval binnen het budget van frictiekosten huisvesting als gevolg van lagere afkoop boekwaarde (– € 11,5 mln.);

  • Capaciteitsgerelateerde mutaties (PMJ) voor de autonome groei in de forensische zorg (€ 4,3 mln.);

  • Diverse mutaties in verband met een tariefsverlaging van het Rijks Vastgoed Bedrijf (RVB) (€ 78 mln.);

  • Kasschuif ter aflossing van de egalisatieschuld bij het Rijks Vastgoed Bedrijf (RVB) (€ 93 mln.);

  • Een incidentele meevaller alsmede vertraging in de uitputting op het budget voor het Van Werk naar Werk beleid (VWNW) (– € 68 mln.);

  • Beleidsintensiveringen ten aanzien van onder meer elektronische monitoring, ghb-verslaafde gedetineerden en het programma USB (in totaal € 8 mln.)

  • Gevolgen vertraging nota van wijziging Pbw inzake o.m. herziening penitentiaire regimes (€ 6,8 mln.)

De belangrijkste P*Q-gegevens worden gepresenteerd in onderstaande tabel. In de agentschapsparagraaf van DJI worden de capacitaire en financiële realisatie uitgebreid meerjarig toegelicht evenals de uitgaven die DJI voor de capaciteit Caribisch Nederland (BES).

Tabel 34.3 Belangrijkste productiegegevens DJI

Productie 2016

 

Realisatie

Raming

 
 

Aantal

Dagprijs

in €

Aantal

Dagprijs

in €

Strafrechtelijke sanctiecapaciteit (direct inzetbaar)

9.498

237

9.486

250

Tbs capaciteit

1.491

547

1.491

538

Vreemdelingenbewaring (direct inzetbaar)

621

246

757

248

Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB)

Het CJIB is het inning- en incassogezicht van de overheid en vervult een centrale rol bij de afhandeling van strafrechtelijke beslissingen. Daarnaast coördineert en informeert het CJIB binnen de executieketen. Hiermee levert het CJIB een belangrijke bijdrage aan het gezag van de overheid. In de agentschapsparagraaf vindt u meer en gedetailleerdere informatie omtrent het CJIB.

De bijdrage aan het agentschap CJIB is ten opzichte van de ontwerpbegroting bij suppletoire begrotingswetten verhoogd met € 17,3 mln. Dit betreft beleidsmatige mutaties aan het CJIB voor de uitvoering van de Programma’s Recht Doen aan Slachtoffers, USB, Vernieuwing en Incasso en het Programma Afpakken (gezamenlijk € 9,5 mln.) en diverse maatregelen in het kader van de advisering van de Commissie Hoekstra (€ 0,5 mln.). Daarnaast is het budgettaire kader van het CJIB verhoogd vanwege hogere aantallen van niet uit de administratiekostenvergoeding gefinancierde productie en voor, (€ 1,7 mln.) de CAO-ontwikkeling (€ 3,1 mln.). Ten slotte heeft een correctie plaatsgevonden vanwege de gewijzigde berekeningswijze van de huurvergoeding van het CJIB aan het Rijksvastgoedbedrijf (€ 1,4 mln.) naast diverse kleinere posten (€ 1,1 mln).

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

Reclasseringsorganisaties

Er zijn drie erkende reclasseringsorganisaties: Reclassering Nederland, de Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG) en het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering. In de praktijk werken de drie organisaties nauw met elkaar samen, zij het dat ze elk hun eigen aandachtsgebied hebben. De SVG richt zich vooral op cliënten met verslavingsproblematiek. Het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering heeft als doelgroep met name de dak- en thuisloze cliënten binnen de reclassering. Reclassering Nederland kent geen specifieke doelgroep, maar bedient alle andere cliënten.

De meeruitgaven op de artikelen voor de drie reclasseringsorganisaties van € 9,5 mln. bestaan voornamelijk uit meeruitgaven van reclasseringsproductie door de implementatie van het Adolescentenstrafrecht (€ 2 mln.), compensatie loonindex met betrekking tot de periode 2016–2021 (€ 3,1 mln.), extra uitgaven in het kader van ZSM (€ 3 mln.) en ten slotte is met betrekking tot diverse beleidsmatige trajecten, zoals elektronisch toezicht, implementatie slachtofferbeleid en implementatie toezicht op jihadisten € 1,4 mln. meer uitgegeven.

Tabel 34.4 productiegegevens Reclasseringsorganisaties
 

Aantal

Gemiddelde prijs (€)

Aantal

Gemiddelde prijs (€)

Adviezen

76.439

815

Toezichten

37.116

3.638

35.886

3.385

Werkstraffen (instroom)

31.662

1.220

32.691

981

Werkstraffen (uitstroom)

31.662

1.220

32.619

981

Bron: Aantallen zijn ontleend aan de voortgangsrapportages van de 3 reclasseringsorganisaties.

Met ingang van 1 januari 2016 zijn de adviezen opgenomen in een lumpsumsystematiek. Hiervoor is een totaalbedrag van € 46,5 mln. opgenomen. Voor de werkstraffen geldt dat de gerealiseerde verhouding tussen individuele werkstraffen en (duurdere) groepswerkstraffen afweek van de ingeschatte verhouding waardoor de gemiddelde prijs per werkstraf hoger uitkwam.

Centraal Administratie Kantoor (CAK)

Voor de implementatie van de Eigen Bijdrage Regeling is een bijdrage gedaan vanuit VenJ aan het CAK, die de regeling zou uitvoeren. Aangezien de regeling uiteindelijke niet is ingegaan in 2016, zijn er geen verder geen uitgaven gedaan aan de uitvoering van de regeling en is er minder gerealiseerd dan begroot. Vanwege gedeelde verantwoordelijkheid is er eenzelfde bedrag bijgedragen vanuit artikel 32.

Subsidies

Vrijwilligerswerk gedetineerden

Dit betreft de middelen voor vrijwilligerswerk bij gedetineerden om zo de kansen op een duurzame resocialisatie en het terugdringen van recidive te vergroten. Er heeft een technische correctie samenhangend met de instrumentkeuze plaatsgevonden. Het vrijwilligerswerk gedetineerden wordt middels het instrument subsidie gefinancierd niet meer via een opdracht.

Overig: Tenuitvoerlegging strafrechtelijk sancties en vreemdelingenbewaring

Dit betreft de middelen voor diverse vernieuwingsprojecten in de sanctietoepassing. De hogere realisatie van € 2,3 mln. dan begroot wordt verklaard door een technische overheveling vanuit het instrument Opdrachten (zie ook toelichting aldaar).

Opdrachten

Forensische Zorg

VenJ is stelseleigenaar van de Forensische Zorg. De inkoop van Forensische Zorg wordt door DJI gedaan en de uitvoering van zorg ligt bij (private) zorginstellingen. De bekostiging van DJI vanuit de VenJ-begroting verloopt via het instrument Bijdragen Agentschappen, maar was voor de Forensische Zorg abusievelijk bij het instrument Opdrachten begroot. De door DJI gerealiseerde uitgaven in verband met de inkoop zijn terug te vinden in de agentschapsparagraaf van DJI.

Vrijwilligerswerk gedetineerden

Dit betreft de middelen voor vrijwilligerswerk bij gedetineerden om zo de kansen op een duurzame resocialisatie en het terugdringen van recidive te vergroten. Er heeft een technische correctie samenhangend met de instrumentkeuze plaatsgevonden. Het vrijwilligerswerk gedetineerden wordt middels het instrument subsidie gefinancierd niet meer via een opdracht.

Uitvoeringskosten ketenregie tenuitvoerlegging

Op dit artikel zijn middelen ten behoeve van de uitvoeringskosten ketenregie tenuitvoerlegging gereserveerd met als doel om de tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen te verbeteren en de ketenregie in de executieketen te optimaliseren. In dit kader wordt structureel budget aan ketenpartners ter beschikking gesteld voor de financiering van de verbeteringen binnen de executieketen.

Gedurende het jaar is budget overgeheveld naar CJIB, OM en DJI voor de uitvoering van het programma Uitvoering Strafrechtelijke Beslissingen (USB)/financiële sancties (€ 10,4 mln.). Ook is er geld overgeheveld naar JustID voor de gemeenschappelijke beheerkosten voor de jeugdketensystemen GCOS, LIJ en IFM (€ 2,7 mln.). Daarnaast is budget ingezet ter dekking van budgettaire problematiek elders binnen de VenJ-begroting (€ 4,8 mln.) en was er een meevaller in de uitvoering bij de projecten Voorlopige Hechtenis en Taakoverdracht. (€ 2,5 mln.) Het bedrag van € 0,65 mln. is gerealiseerd voor diverse kleine posten (waaronder uitgaven voor organisatieontwikkeling en communicatie voor de executieketen).

Overig: Tenuitvoerlegging strafrechtelijk sancties en vreemdelingenbewaring

Dit betreft de middelen voor diverse vernieuwingsprojecten in de sanctietoepassing. De lagere realisatie in vergelijking met de begroting (€ 3,7 mln.) wordt voor € 2,3 mln. verklaard door een technische overheveling naar het instrument Subsidies en voor € 1,4 door vertraging in het project Telehoren.

34.4 Slachtofferzorg

Bijdrage ZBO’s en RWT’s

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

De commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven krijgt jaarlijks de beschikking over een budget vanuit VenJ voor de bureaukosten. Het Schadefonds Geweldsmisdrijven geeft een financiële tegemoetkoming aan slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel wanneer zij hun schade niet op andere wijze vergoed krijgen.

Slachtofferhulp Nederland (SHN)

Slachtofferhulp Nederland biedt gratis juridische, praktische en emotionele ondersteuning aan slachtoffers, getuigen of nabestaanden na een misdrijf, verkeersongeluk of calamiteit.

In de loop van 2016 is € 2,4 voor slachtofferzorg ingezet via andere instrumenten (subsidies, opdrachten of bijdragen aan medeoverheden).

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties, medeoverheden

Overige slachtofferzorg

Er zijn verschillende bijdragen, subsidies en opdrachten verstrekt aan (inter)nationale organisaties en medeoverheden ten behoeve van slachtofferzorg in den brede: rechtdoen aan slachtoffers, beschermen van slachtoffers, ontwikkeling/verbetering van de dienstverlening en informeren van slachtoffers. Gedurende het jaar is besloten een deel van de middelen voor slachtofferzorg die oorspronkelijk geraamd worden voor opdrachten in te zetten via subsidies of bijdragen aan medeoverheden.

Subsidies

Stichting Slachtoffer in Beeld (SiB)

Slachtoffer in Beeld brengt slachtoffers en daders op vrijwillige basis met elkaar in contact, begeleid door een professionele bemiddelaar. Naast slachtoffer-dadergesprekken faciliteert Slachtoffer in Beeld ook briefwisselingen en bemiddelingen. Slachtoffer in Beeld is een zusterorganisatie van Slachtofferhulp Nederland. De hogere realisatie ten opzichte van de begroting komt doordat er steeds meer zaken door SiB behandeld worden.

Opdrachten

Slachtofferzorg

Er zijn verschillende bijdragen, subsidies en opdrachten verstrekt aan (inter)nationale organisaties en medeoverheden ten behoeve van slachtofferzorg in den brede: rechtdoen aan slachtoffers, beschermen van slachtoffers, ontwikkeling/verbetering van de dienstverlening en informeren van slachtoffers. Gedurende het jaar is besloten een deel van de middelen voor slachtofferzorg die oorspronkelijk geraamd worden voor opdrachten in te zetten via subsidies of bijdragen aan medeoverheden.

Opdrachten Schadefonds Geweldsmisdrijven

Onder deze post worden de financiële uitkeringen voor slachtoffers met ernstig psychisch of fysiek letsel geraamd, indien deze schade niet op andere wijze wordt vergoed. Deze uitkering wordt verstrekt via het Schadefonds Geweldsmisdrijven. In 2016 zijn er meer uitkeringen verstrekt als gevolg van het wegwerken van achterstanden, hogere uitkeringsbedragen in het algemeen, toevoeging van de categorie «dood door schuld» sinds 1 juli 2016 en hogere uitkeringen bij seksuele misdrijven en mensenhandel.

34.5 Jeugdbescherming en jeugdsancties

Bijdrage Agentschappen

DJI-Jeugd

DJI zorgt voor de tenuitvoerlegging van straffen en vrijheidsbenemende maatregelen, die na een beslissing van een rechter zijn opgelegd. Voor jeugdigen vindt deze tenuitvoerlegging plaats in een justitiële jeugdinrichting (JJI).

Het verschil tussen de begrote en gerealiseerde bijdrage wordt voornamelijk verklaard door een terugontvangen bijdrage van het Ministerie van OCW in verband met de sluiting van aan JJI’s verbonden scholen als gevolg van de reductie van de direct inzetbare capaciteit (€ 7,2 mln.). De agentschapsparagraaf van DJI geeft een meer uitgebreide toelichting.

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage (LBIO)

Het LBIO verricht in opdracht van de Ministers van VenJ en VWS wettelijke taken op het gebied van onderhoudsbijdragen (inning kinder- en partneralimentatie en inning internationale alimentatie).). De subsidietoekenning 2016 bedroeg € 1,4 mln. gebaseerd op de productieprognose eind 2016. Het verschil tussen de begroting en de realisatie hangt daarnaast samen met een technische herverdeling binnen artikel 34.5 in verband met een andere financiële instrumentkeuze dan oorspronkelijk geraamd (bijdragen, opdrachten of subsidies).

Tabel 34.8 Productiegegevens LBIO
       

Realisatie

Raming

 

2013

2014

2015

2016

2016

Aantallen producten

         

Alimentatie

43.277

41.414

40.595

38.633

40.795

Internationale alimentatie

4.167

4.380

4.561

4.207

4.025

Kosten per geïnde euro (x € 1,–)

         

Alimentatie

0

0,01

0,01

0,02

0,06

Internationale alimentatie

0,18

0,15

0,16

0,17

0,19

Halt

Halt is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Halt-afdoening. Naast de Halt-afdoening voert Halt ook preventieve activiteiten uit. Voor preventieve activiteiten zoekt Halt zelf financiering (voor een groot deel bij gemeenten, daarnaast incidentele bijdragen van provincies of andere fondsen).

Bijdrage aan medeoverheden

BES Voogdijraad

De BES voogdijraad heeft civielrechtelijke en strafrechtelijke taken. De voogdijraad is, naast de civiele onderzoeks- en rekestrerende taak, bezig met het opzetten en ontwikkelen van taakstraffen en met de uitvoering van jeugdreclassering.

Subsidies

Jeugdbescherming

In opdracht van VenJ verricht het Centrum Internationale Kinderontvoering advies en mediation wanneer sprake is van internationale kinderontvoering. In 2016 is hiervoor een subsidie van € 0,6 mln. verstrekt. Stichting Adoptievoorzieningen verricht in opdracht van VenJ administratieve taken en voorlichting op het gebied van adoptie en heeft hiervoor in 2016 een subsidie ontvangen van € 0,6 mln.

Het verschil tussen de begroting en de realisatie hangt samen met technische mutaties binnen artikel 34. Een bedrag van € 1,5 mln. is overgeheveld naar artikel 34.4 (Slachtofferzorg) voor de Commissie Samson. Daarnaast heeft een technische herverdeling plaatsgevonden binnen artikel 34.5 in verband met een andere financiële instrumentkeuze dan oorspronkelijk geraamd (bijdragen, opdrachten of subsidies).

Overig: Jeugdbescherming en jeugdsancties

In 2016 heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een subsidie ontvangen van € 1,2 mln. voor een ondersteuningsprogramma in het kader van de stelselherziening jeugdzorg. Daarnaast zijn diverse kleinere subsidies verstrekt op het terrein van jeugdbescherming en jeugdsancties.

Het verschil tussen de begroting en de realisatie hangt samen met een technische herverdeling binnen artikel 34.5 in verband met een andere financiële instrumentkeuze dan oorspronkelijk geraamd (bijdragen, opdrachten of subsidies).

Opdrachten

Stelsel jeugdzorg

Het verschil tussen de begroting en de realisatie hangt samen met een technische herverdeling binnen artikel 34.5 in verband met een andere financiële instrumentkeuze dan oorspronkelijk geraamd (bijdragen, opdrachten of subsidies).

Bestrijding huiselijk geweld en kindermisbruik

Het verschil tussen de begroting en de realisatie hangt samen met een technische herverdeling binnen artikel 34.5 in verband met een andere financiële instrumentkeuze dan oorspronkelijk geraamd (bijdragen, opdrachten of subsidies). Daarnaast is een bedrag van € 1 mln. overgeheveld naar artikel 34.4 (Slachtofferzorg) voor de Commissie Onderzoek Geweld Jeugdzorg.

Programma Risicojeugd & Jeugdgroepen

Het programma Risicojeugd en Jeugdgroepen (RJ&JG) is een doorstart van het in 2014 afgeronde actieprogramma Aanpak Problematische Jeugdgroepen. De huidige portefeuille richt zich op de aanpak van de criminele jeugdgroepen, waarbij de aandacht nu vooral op de «voorkant» (voorkomen) en de «achterkant» (re-integratie en nazorg) is gericht. In 2016 is de Taskforce Kindermishandeling met een eindrapport gekomen. De middelen die ingezet zijn, zijn ingezet voor Veiligheidshuizen (GCOS), social media/app ontwikkeling, aanpak kindermishandeling en Licht Verstandelijk Beperkten (LVB).

Aan Veiligheidshuizen, evaluatie lokale aanpak in gemeenten, beschrijven lokale werkwijze, social media (GCOS, Jeugdconnect e.d.), criminele jeugdgroepen en aanpak kindermishandeling is door vertraging in besluitvorming minder uitgegeven in 2016 dan vooraf geraamd is. Conform eerdere jaren worden de uitgaven van de Taskforce Kindermishandeling verantwoord op artikel 91 van DBAV. 2016 is het laatste jaar dat de Taskforce kindermishandeling haar taak heeft uitgeoefend.

Projecten jeugdstraf

Het verschil tussen de begroting en de realisatie hangt samen met een technische herverdeling binnen artikel 34.5 in verband met een andere financiële instrumentkeuze dan oorspronkelijk geraamd (bijdragen, opdrachten of subsidies). Daarnaast is een bedrag van € 2,3 mln. overgeheveld naar artikel 34.3 voor de uitvoering van adolescentenstrafrecht en elektronische controle van jeugdigen door de reclasseringsorganisaties. Een bedrag van € 0,7 mln. is overgeheveld naar artikel 34.4 (Slachtofferzorg) voor begeleiding van slachtoffer-dader-gesprekken door Slachtoffer in Beeld.

Taakstraffen/erkende gedragsinterventies

In het kader van het coördineren van taakstraffen zet de RvdK opdrachten erkende gedragsinterventies in de markt uit voor passende interventies voor de betrokken jeugdigen.

Overige Jeugdbescherming en jeugdsancties

Het verschil tussen de begroting en de realisatie hangt samen met een technische herverdeling binnen artikel 34.5 in verband met een andere financiële instrumentkeuze dan oorspronkelijk geraamd (bijdragen, opdrachten of subsidies). Samen met VWS financiert VenJ de Transitie Autoriteit Jeugd; de bijdrage van VenJ bedroeg in 2016 € 0,9 mln. Daarnaast zijn diverse kleinere opdrachten verstrekt op het terrein van jeugdbescherming en jeugdsancties.

Ontvangsten

De belangrijkste ontvangsten op dit artikel betreffen de ontvangen administratiekostenvergoedingen. In 2016 zijn de geraamde ontvangsten volledig gerealiseerd. Naast de ontvangen administratiekostenvergoedingen (circa € 76 mln.) is er ook sprake geweest van terugbetalingen van DJI (p.m.) en Justis (€ 2,0 mln.) en andere bijdragen en subsidies. Verder zijn bij de Raad voor de Kinderbescherming meerontvangsten opgetreden met name als gevolg van selectiever werken en mobiliteit (met daaruit voortvloeiende extra ontvangsten IF-contracten/detacheringen van € 2 mln.), alsmede ontvangsten in verband met overdracht van ICT-middelen (€ 2 mln.).

35. Jeugd

Met ingang van 2016 is het beleidsartikel 35 komen te vervallen. De reden hiervoor is met name de decentralisatie van de jeugdzorg. Omwille van de cijfervergelijking voor de jaren 2013 tot en met 2015 wordt de onderstaande tabel gepresenteerd.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 35. Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Vastgestelde

Begroting

Verschil

 

2013

2014

2015

2016

2016

 

Verplichtingen

821.589

346.145

372.558

0

0

0

               
               

35.1

Apparaatsuitgaven Raad voor de Kinderbescherming

           
 

Personeel

138.152

139.981

147.354

0

0

0

 

waarvan eigen personeel

130.578

129.248

130.596

0

0

0

 

waarvan externe inhuur

6.363

8.944

15.483

0

0

0

 

waarvan overige personele uitgaven

1.211

1.789

1.275

0

0

0

 

Materieel

40.921

29.199

31.399

0

0

0

 

waarvan ICT

6.618

3.147

7.998

0

0

0

 

waarvan SSO's

17.460

17.503

15.405

0

0

0

 

waarvan overige materiele uitgaven

16.843

8.549

7.996

0

0

0

               

Programma-uitgaven

661.291

550.532

191.383

0

0

0

35.2

Uitvoering jeugdbescherming en voogdij amv's

           
 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

           
 

Landelijk Bureau inning Onderhoudsbijdrage

4.066

4.732

1.607

0

0

0

 

NIDOS-opvang

25.501

0

0

0

0

0

 

Bijdrage medeoverheden

           
 

Bureaus jeugdzorg – jeugdbescherming

302.406

282.043

653

0

0

0

 

BES Voogdijraad

 

1.069

1.348

0

0

0

 

Overig Uitvoering jeugdbescherming en voogdij amv's

 

1.920

72

0

0

0

 

Subsidies

           
 

Subsidies jeugdbescherming

3.812

5.964

1.203

0

0

0

 

Overig Uitvoering jeugdbescherming en voogdij amv's

 

2.926

537

0

0

0

 

Opdrachten

           
 

Jeugdbescherming – Regeling tegemoetkoming adoptiekosten

1.576

13

126

0

0

0

 

Stelsel Jeugdzorg

192

193

470

0

0

0

 

Bestrijding huiselijke geweld en kindermisbruik

2.003

367

526

0

0

0

 

Overig Uitvoering jeugdbescherming en voogdij amv's

 

120

5

0

0

0

35.3

Tenuitvoerlegging justitiële sancties jeugd

           
 

Bijdrage Agentschappen

           
 

DJI-jeugd

241.199

169.690

165.167

0

0

0

 

Bijdrage ZBO's/RWT's

           
 

Halt

13.542

11.954

10.825

0

0

0

 

Bijdrage medeoverheden

           
 

Bureaus jeugdzorg – jeugdreclassering

65.133

62.204

0

0

0

0

 

Overig Tenuitvoerlegging justitiële sancties jeugd

 

806

287

0

0

0

 

Subsidies

           
 

Overig Tenuitvoerlegging justitiële sancties jeugd

 

670

342

0

0

0

 

Opdrachten

           
 

Bestrijding jeugdcriminaliteit & jeugdgroepen

0

1.410

1.288

0

0

0

 

Projecten jeugd straf

1.410

909

3.482

0

0

0

 

Veiligheidshuizen

451

0

0

0

0

0

 

taakstraffen/erkende gedragsinterventies

0

3.542

3.445

0

0

0

               

Ontvangsten

13.082

13.321

16.998

0

0

0

36. Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid

Realisatie begrotingsuitgaven Veiligheid en Justitie € 13.192 miljoen art. 36 Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid 1,9%

Realisatie begrotingsuitgaven Veiligheid en Justitie € 13.192 miljoen art. 36 Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid 1,9%

Algemene doelstelling

Bijdragen aan een veilig en stabiel Nederland door het voorkomen en beperken van maatschappelijke ontwrichting door dreigingen te onderkennen, de weerbaarheid van burgers, bedrijfsleven en overheidsorganen te verhogen en de bescherming van vitale belangen te versterken.

  • De Minister van Veiligheid en Justitie heeft een regisserende rol op het gebied van nationale veiligheid en crisisbeheersing, terrorismebestrijding en cyber security.34 De taken worden namens de Minister uitgevoerd door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV).Daarnaast is bij Koninklijk Besluit vastgelegd dat de Minister van Veiligheid en Justitie doorzettingsmacht heeft wanneer het gaat om het voorkomen van terroristische misdrijven.35

  • De Minister van Veiligheid en Justitie heeft op basis van onder andere de Politiewet de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis en is daarmee verantwoordelijk voor een adequate en proportionele uitvoering van de beveiliging rondom de leden van het Koninklijk Huis en woon- en werkverblijven. Deze beveiliging, afhankelijk van de uitvoeringsafspraken per persoon en object, wordt in personele zin uitgevoerd door de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Defensie. Deze ministers hebben budget voor de beveiligingstaken op hun begroting staan, waarbij het overigens ook gaat om andere personen en objecten, onder wie leden van het kabinet en leden van de Kamers der Staten-Generaal. De Minister voor Wonen en Rijksdienst zorgt voor een adequate uitvoering van fysieke beveiliging van woon- en werkverblijven.

  • Vanwege veiligheidsrisico’s worden deze uitgaven niet nader toegerekend, omdat daar informatie over de beveiliging aan zou kunnen worden ontleend naar de te beveiligen objecten en personen.

  • De maatschappelijke effecten van het beleid ter bescherming van de nationale veiligheid (onder andere crisis- en cybersecuritybeleid en terrorismebestrijding) laten zich door het grote aantal activiteiten en instrumenten, de afhankelijkheid van derden bij de realisatie van de doelstellingen en met name de onvoorspelbaarheid van gebeurtenissen die de nationale veiligheid bedreigen, niet (altijd) in prestatie-indicatoren of kengetallen uitdrukken. Kwalitatieve indicatoren zijn te vinden in de voortgangsrapportages met betrekking tot contraterrorisme en -extremisme, cyber security en nationale veiligheid die jaarlijks aan de Tweede Kamer worden aangeboden36.

Rol en verantwoordelijkheid

Beleidsconclusies

Het op dit artikel uitgevoerde beleid en de bijbehorende resultaten waren het afgelopen jaar conform de verwachtingen zoals vermeld in de begroting. Er was geen noodzaak tot afwijkingen van het voorgenomen beleid om door effectieve samenwerking in risico- en crisisbeheersing grootschalige uitval, verstoring of aantasting van de continuïteit van de samenleving te voorkomen of te minimaliseren.

Nationale veiligheid is in toenemende mate verweven met de internationale veiligheidsontwikkelingen. Dit geldt niet alleen in de fysieke wereld, maar ook in het digitale domein, dat per definitie geen grenzen kent. Versterking van de nationale veiligheid en versterking van de internationale veiligheid gaan dan ook hand in hand. De NCTV werkt daarin nauw samen met de ministeries van Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Defensie.

Gezien het verwachte langdurige karakter van het jihadistische dreigingsbeeld, heeft het Kabinet in februari 2015 besloten de veiligheidsketen de komende jaren op een aantal punten substantieel en structureel te versterken. Daarmee is de veiligheidsketen in staat te doen wat redelijkerwijs nodig is op het terrein van contraterrorisme.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 36.1 Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Vastgestelde

Begroting

Verschil

 

2013

2014

2015

2016

2016

 

Verplichtingen

284.113

248.370

277.987

247.478

257.151

– 9.673

               

Programma-uitgaven

210.768

250.529

262.894

249.507

257.151

– 7.644

36.2

Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

           
 

Bijdrage Agentschappen

           
 

Overig: Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

 

0

0

0

321

– 321

 

Bijdrage ZBO/RWT's

           
 

Instituut Fysieke Veiligheid

36.565

30.978

30.635

29.925

30.108

– 183

 

Bijdrage medeoverheden

           
 

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding

128.462

177.293

176.097

177.432

175.862

1.570

 

Overig: Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

9.529

4.993

9.992

6.501

15.080

– 8.579

 

Subsidies

           
 

Nederlands Rode Kruis

1.827

1.690

1.611

1.440

1.601

– 161

 

Nationaal Veiligheids Instituut

934

1.544

1.340

1.290

1.274

16

 

Onderwijs Veiligheidsregio's

250

0

0

0

0

0

 

Overig: Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

2.905

1.548

10.290

3.338

2.132

1.206

 

Opdrachten

           
 

Project NL-Alert

3.254

5.963

6.693

4.904

5.948

– 1.044

 

Opdrachten NCSC

4.489

2.551

2.052

3.167

3.512

– 345

 

Overig: terrorismebestrijding

2.556

2.289

481

0

0

0

 

Overig: Nationale Veiligheid

8.774

10.540

9.455

10.271

9.775

496

               

36.3

Onderzoeksraad voor Veiligheid

           
 

Bijdrage ZBO/RWT's

           
 

Onderzoeksraad voor Veiligheid

11.223

11.140

14.248

11.239

11.538

– 299

               

Ontvangsten

212

351

2.589

1.473

0

1.473

Verplichtingen

Toelichting op de instrumenten

Het saldo van aangegane verplichtingen wijkt af van het begrotingstotaal met name doordat eind 2015 reeds verplichtingen zijn aangegaan die betrekking hebben op het begrotingsjaar 2016.

36.2 Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

Bijdrage ZBO/RWT’s

Instituut Fysieke Veiligheid (IFV)

Het IFV verricht taken op het terrein van brandweer, GHOR, rampenbestrijding en crisisbeheersing. De taken betreffen onder meer het brandweeronderwijs (opleiden, trainen en oefenen), het ontwikkelen van lesstof, de uitvoering en organisatie van examens alsmede de verwerving en het beheer van (rampenbestrijdings-)materieel. Andere taken zijn het verzamelen en beheren van relevante kennis en het doen van onderzoek. Daarnaast maakt ook USAR.NL deel uit van het IFV. De bijdrage aan het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) bedroeg € 29,925 mln.

Bijdrage medeoverheden

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)

Van het totaal aan uitgaven voor de brandweer, GHOR, rampenbestrijding en crisisbeheersing op lokaal en regionaal niveau wordt ongeveer 90% bekostigd door de gemeenten uit hun algemene uitkering van het gemeentefonds. Daarnaast ontvangen de veiligheidsregio’s van het Ministerie van VenJ, op grond van het Besluit veiligheidsregio's, een Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) in de vorm van een lumpsum als financiële tegemoetkoming voor alle taken die in de Wet veiligheidsregio’s zijn opgenomen. De bijdrage ten behoeve van de brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing bedroeg € 177,432 mln.

Overige Bijdragen

In 2016 zijn door het kabinet extra gelden toegevoegd ter versterking van de veiligheidsketen. Het merendeel van deze extra gelden wordt ingezet voor de lokale aanpak door gemeenten. Deze middelen voor de gemeenten zijn overgeboekt naar het Gemeentefonds om aan deze gemeenten uit te keren. Dit verklaart mede het verschil tussen de begrote en de gerealiseerde uitgaven.

Naast de reguliere bijdragen zijn bijzondere bijdragen toegekend voor aanvullende veiligheidsmaatregelen in het kader van het stelsel bewaken en beveiligen en bijzondere bijdragen voor het actieprogramma integrale aanpak jihadisme.

Subsidies

Nederlands Rode Kruis

Het Nederlandse Rode Kruis start levensreddende activiteiten bij rampen en conflicten door het bieden van onderdak, voedsel, drinkwater en medische voorzieningen. De bijdrage ten behoeve van de rampenbestrijding aan het Nederlands Rode Kruis, bedroeg € 1,440 mln..

Nationaal Veiligheidsinstituut

VenJ heeft in 2016 de jaarlijkse subsidie aan het Nationaal Veiligheidsinstituut verstrekt om een landelijk expositiecentrum op het terrein van veiligheid te beheren.

Overige subsidies Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

Onder dit instrument vallen de subsidies die worden verstrekt met het doel de aantasting van de nationale veiligheid te voorkomen en crisis beheersing te verbeteren. De hogere uitgaven zijn het gevolg van het toekennen als subsidie in het kader van bestrijding contraterrorisme in plaats van een bijdrage aan mede overheden.

Opdrachten

Project NL-Alert

NL-Alert is het systeem van de overheid om rampen- en crisisinformatie per mobiele telefoon te verzenden naar mensen in de omgeving van een acute ramp of crisis. Om mensen te laten controleren of hun mobiele telefoon is ingesteld voor NL-Alert, zijn in 2016 twee controleberichten uitgezonden. De controleberichten zijn ondersteund met een publiekscampagne. Nieuwe telefoons zijn bijna allemaal geschikt voor NL-Alert. Dit heeft geresulteerd in een toename van het bereik tot 58% van de bevolking van 12 jaar en ouder (8,8 mln. mensen).

Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC)

Het NCSC is vanuit de rol als Computer Emergency Response Team (CERT) voor Rijksoverheid en de vitale infrastructuur het centrum in Nederland waar publieke en private partijen, wetenschap en onderzoeksinstellingen operationele informatie en kennis bijeen brengen rondom cybersecurity. Zo heeft het NCSC 6 factsheets met actuele kennis op het gebied van cybersecurity gepubliceerd op zijn website. In 2016 heeft het NCSC 595 incidenten in behandeling genomen en is in september 2016 wederom het jaarlijkse Cybersecuritybeeld Nederland (CSBN) gepubliceerd. Dit zesde beeld biedt inzicht in ontwikkelingen, belangen, dreigingen en weerbaarheid op het gebied van cybersecurity. Tot slot is als belangrijke mijlpaal in 2016 het wetsvoorstel «gegevensverwerking en meldplicht cybersecurity» door de Tweede Kamer aangenomen. Dit wetsvoorstel geeft verder invulling aan de randvoorwaarden voor publiek-private samenwerking binnen het Nationaal Cyber Security Centrum.

Overige opdrachten Nationale Veiligheid en terrorismebestrijding

Onder dit instrument vallen de opdrachten die worden verstrekt met het doel de aantasting van de nationale veiligheid te voorkomen en crisis beheersing te verbeteren.

36.3 Onderzoekszaak voor de Veiligheid

Bijdrage ZBO/RWT’s

Onderzoekszaak voor de Veiligheid (OvV))

De OvV verricht op grond van de rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid onafhankelijk onderzoek en stelt op basis daarvan aanbevelingen op voor het structureel vergroten van de veiligheid. De OvV fungeert als onafhankelijk onderzoeksorgaan, dat op eigen gezag kan besluiten tot het doen van onderzoek naar de oorzaak van (ernstige) ongevallen en rampen of een dreiging daartoe.

De onderzoeken die zijn gedaan in 2016 zijn te vinden op www.onderzoeksraad.nl.

37. Vreemdelingen

Realisatie begrotingsuitgaven Veiligheid en Justitie € 13.192 miljoen art. 37 Vreemdelingen 12,8%

Realisatie begrotingsuitgaven Veiligheid en Justitie € 13.192 miljoen art. 37 Vreemdelingen 12,8%

Algemene doelstelling

Een op maatschappelijk verantwoorde wijze en in overeenstemming met internationale verplichtingen gereglementeerde en beheerste toelating tot, verblijf in en vertrek uit Nederland van vreemdelingen, alsmede verkrijging van het Nederlanderschap of de intrekking daarvan.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Veiligheid en Justitie ontwikkelt en geeft uitvoering aan het vreemdelingenbeleid en het beleid op grond van de rijkswet op het Nederlanderschap. Hij heeft daarbij:

  • een uitvoerende rol ten aanzien van de opvang van asielzoekers, de afwikkeling van toelatingsprocedures in Nederland en de terugkeer van vreemdelingen uit Nederland;

  • verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Vreemdelingenwet en de Rijkswet op het Nederlanderschap door het geheel aan overheidsorganisaties dat zich (primair) met het vreemdelingen- en nationaliteitsbeleid bezighoudt;

  • verantwoordelijkheid voor de uitvoeringsorganisaties Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), het zelfstandig bestuursorgaan Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en voor de centra van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) waar de vreemdelingenbewaring en de grensdetentie ten uitvoer wordt gelegd;

  • een gezagsrelatie met de Koninklijke Marechaussee en de nationale politie voor wat betreft het vreemdelingentoezicht.

Gemeenschappelijk Europees Asiel Stelsel (GEAS)

Beleidswijzigingen

Het implementatieproces van de Procedurerichtlijn is vlot verlopen met als resultaat dat Nederland de Procedurerichtlijn tijdig heeft geïmplementeerd. Op 4 mei 2016 en 13 juli 2016 presenteerde de Europese Commissie nieuwe voorstellen als onderdeel van een pakket om het Europees asielstelsel te versterken. Het betreft voorstellen tot herziening van de EURODAC-verordening, de Dublinverordening, de Opvangrichtlijn en de richtlijn langdurig ingezetenen. Daarnaast heeft de Europese Commissie voorstellen gepresenteerd tot omzetting van de Kwalificatie- en Procedurerichtlijnen naar Kwalificatie- en Procedureverordeningen, voor de inrichting van een EU-agentschap voor Asiel en voor het vastleggen van een EU-hervestigingskader. De onderhandelingen over de verschillende voorstellen zijn nog gaande. Op het voorstel tot herziening van de EURODAC-verordening is wel al een gedeeltelijk akkoord bereikt (partial general approach).

Bed/Bad/Brood-voorzieningen

In 2016 zijn, de belangrijkste juridische vraagstukken met betrekking tot het bieden van onderdak aan uitgeprocedeerden uitgekristalliseerd, terwijl de onderhandelingen over een akkoord voortduurden. Het eventueel bieden van onderdak is aan de Staatssecretaris van VenJ en het bieden van onderdak door gemeenten betreft buitenwettelijk begunstigend beleid. Het is in 2016 niet tot het beoogde bestuursakkoord tussen rijk en gemeenten gekomen over de Lokale Vreemdelingenvoorziening (LVV). Op 20 november 2016 zijn de onderhandelingen gestopt omdat gemeenten aangaven de door hen geboden opvangvoorzieningen niet te zullen sluiten na het sluiten van een bestuursakkoord. Dit is voor het kabinet voorwaardelijk voor het sluiten van een akkoord omdat er anders een parallel systeem van onderdak ontstaat dat de gewenste stimulans om terug te keren wegneemt. In 2016 zijn individuele gemeenten doorgegaan met het bieden van onderdakvoorzieningen voor uitgeprocedeerde vreemdelingen. Het rijk is deze gemeenten conform de eerder gemaakte bestuurlijke afspraak tegemoet gekomen in de hiervoor gemaakte kosten, in totaal € 13 mln. Vanwege het stoppen van de onderhandelingen en het vervallen van de eerdere juridische verplichting hiertoe zal de tegemoetkoming vanaf nu niet meer aan gemeenten worden verstrekt. De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie onderhoudt conform de afspraak met de Tweede Kamer regelmatig contact met de delegatieleider van de VNG om te verkennen of hernieuwd overleg zinvol is.

Kleinschaligheid voorop

Met ingang van 1 januari 2016 zijn het COA en Nidos van start gegaan met het nieuwe opvangmodel voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s). Vanuit het belang van het kind wordt ingezet op kleinschaligheid in de opvang. Amv’s tot en met 14 jaar worden opgevangen in opvanggezinnen onder verantwoordelijkheid van Nidos. Amv’s met een verblijfsvergunning worden door Nidos in gezinsverband geplaatst (of bij gebrek daaraan in een kleinschalige woonvoorziening). Van daaruit werken zij aan hun inburgering. De amv’s die in Nederland mogen blijven, verblijven dus niet langer in de opvang van het COA, bij amv’s in procedure of voor wie de aanvraag is afgewezen

Alternatieven vreemdelingenbewaring

Afgelopen jaar zijn de alternatieve toezichtmaatregelen verder toegepast door de Dienst Terugkeer en Vertrek en de politie. Daarnaast is gestart met een kwalitatieve evaluatie van de meldplicht, borgsom en andere alternatieven in de afgelopen drie jaar.

Om binnen Europa de alternatieven breed uit te dragen heeft Nederland zitting genomen in de werkgroep van de Raad van Europa over de toepassing van de alternatieven voor bewaring.

De alternatieve toezichtmaatregelen staan reeds in de Vreemdelingenwet. De borgsom en het gebiedsgebod worden nog beter verankerd in het wetsvoorstel Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring (TK 34 309). Dit wetsvoorstel stond geagendeerd voor het najaar, maar is nog niet door het parlement behandeld.

Beleidsconclusies

In 2016 daalde de totale instroom sterk ten opzichte van het jaar 2015. De daling kan worden toegeschreven aan een combinatie van (grens)maatregelen op de Balkanroute en de verklaring EU-Turkije van 20 maart 2016. Als gevolg van de gedaalde asielinstroom is ook de instroom in de COA-opvang in 2016 gedaald. Daarbij hebben gemeentes extra inspanningen gepleegd om een grotere groep vergunninghouders uit de opvang te laten uitstromen. Het aantal vreemdelingen dat is vertrokken is in 2016 met meer dan 50% gestegen. De stijging is in belangrijke mate te verklaren door de stijging van het aantal afgewezen asielzoekers uit veilige landen van herkomst. In 2016 is daarnaast een groot aantal maatregelen getroffen om de instroom en het (oneigenlijk) gebruik van de asielprocedure door personen uit veilige landen van herkomst tegen te gaan en om op te treden tegen overlast gevende en criminele vreemdelingen.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 37.1 Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Vastgestelde

Begroting

Verschil

 

2013

2014

2015

2016

2016

 

Verplichtingen

173.932

1.142.847

1.922.710

1.664.931

878.398

786.533

               
               

Programma-uitgaven

751.429

1.136.888

1.763.195

1.686.919

878.398

808.521

37.2

Toegang, toelating en opvang vreemdelingen

           
 

Bijdrage Agentschappen

           
 

Immigratie- en Naturalisatiedienst

312.131

323.621

389.717

371.020

354.229

16.791

 

Bijdrage ZBO/RWT's

           
 

Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA)

388.752

740.909

1.267.861

1.124.049

430.805

693.244

 

Nidos-opvang

 

24.738

43.302

134.561

37.962

96.599

 

Bijdrage medeoverheden

           
 

Overig toegang, toelating en opvang vreemdelingen

0

0

0

7

0

7

 

Subsidies

           
 

Vluchtelingenwerk Nederland (VWN) e.a.

5.272

6.260

10.718

11.577

9.726

1.851

 

Overig toegang, toelating en opvang vreemdelingen

605

458

2.466

1.595

1.657

– 62

 

Opdrachten

           
 

Biometrie

1.188

400

0

0

0

0

 

Vernieuwing Grensmanagement

4.041

3.626

0

0

0

0

 

Keteninformatisering

13.100

12.009

19.220

13.814

14.803

– 989

 

Versterking vreemdelingenketen

495

592

7.377

4.052

2.297

1.755

               

37.3

Terugkeer

           
 

Bijdrage Agentschappen

           
 

DJI (DVenO)

7.700

6.910

6.385

7.880

8.424

– 544

 

Subsidies

           
 

REAN-regeling

6.600

8.833

9.089

10.346

6.334

4.012

 

Opdrachten

           
 

Vreemdelingen vertrek

11.545

8.532

7.060

8.018

12.161

– 4.143

               

Ontvangsten