29 754 Terrorismebestrijding

Nr. 195 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 november 2010

1. Aanleiding

In de door uw Kamer aangenomen motie van de heer Pechtold van 15 november 2007 (Kamerstuk II 2007/08, 31 200 VI, nr. 79) is de regering verzocht te bezien op welke wijze een onderzoek naar het Nederlandse antiterrorismebeleid het beste kan worden vormgegeven.

Bij brief van 11 juli 2008 (Kamerstuk II 2007/08, 31 200 VI, nr. 132) is in reactie op de motie uw Kamer bericht dat een tijdelijke commissie bestaande uit externe deskundigen, onder voorzitterschap van de heer dr. J. J. H. Suyver, is gevraagd het Kabinet hierover te adviseren.

Bij brief van 9 juli 2009 (Kamerstuk II 2008/09, 29 754, nr. 164) hebben de minister van Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uw Kamer bericht de aanbevelingen in het rapport van de Commissie Suyver over te nemen.

Tijdens het Algemeen Overleg van 29 oktober 2009 hebben de minister van Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede op verzoek van meerdere Kamerfracties, aan uw Kamer gemeld bij nader inzien geen nieuwe commissie te willen instellen maar direct aan de slag te gaan om in eigen verantwoordelijkheid uitvoering te geven aan de aanbevelingen van de Commissie Suyver en zodoende vanuit een praktische invalshoek invulling te willen geven aan de evaluatie van het contraterrorismebeleid. De minister van Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben u daartoe in januari een werkplan toegezonden en aangegeven ernaar te streven eind 2010 het werkplan te hebben uitgevoerd en u te berichten over de bevindingen.

2. Uitvoering werkplan

Het werkplan bevat een combinatie van (a) evaluatie van terrorismemaatregelen aan de hand van de (geclusterde) aanbevelingen van de Commissie Suyver, (b) een uiteenzetting van de (reeds in gang gezette) verbeteringen en (c) een vervolgaanpak voor toekomstige evaluaties. Zoals besproken met uw Kamer wordt het werkplan uitgevoerd onder aansturing van de NCTb. Voor jurisprudentie onderzoek over de grondrechten is het WODC gevraagd te bemiddelen. De Radboud Universiteit Nijmegen is bereid gevonden dit jurisprudentie onderzoek te doen en heeft aangegeven dit 1 december af te ronden. Het jurisprudentie onderzoek zal deel uitmaken van de bevindingen.

Na 1 december zullen de conclusies uit het jurisprudentieonderzoek verwerkt kunnen worden in het eindrapport van de evaluatie. Daarom deel ik u mede dat ik uw Kamer na het kerstreces, maar uiterlijk vóór 1 maart zal berichten over de bevindingen.

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De minister van Veiligheid en Justitie,

I. W. Opstelten

Naar boven