Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201633835 nr. 30

33 835 Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

Nr. 30 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 17 februari 2016

De vaste commissie voor Economische Zaken en de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport hebben op 10 december 2015 overleg gevoerd met Staatssecretaris Van Dam van Economische Zaken en Minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over NVWA.

(De volledige agenda is opgenomen aan het einde van het verslag.)

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken, Vermeij

De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Lodders

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken, Franke

Voorzitter: Rudmer Heerema

Griffier: Konings

Aanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Dijkgraaf, Dikkers, Geurts, Van Gerven, Graus, Rudmer Heerema, Koşer Kaya, Lodders en Wassenberg,

en Staatssecretaris Van Dam van Economische Zaken en Minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Aanvang 10.00 uur.

De voorzitter: Dames en heren, welkom bij het algemeen overleg over de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Er zijn 33 agendapunten. De leden bepalen zelf over welke onderwerpen zij het woord zullen voeren. Op dit moment zijn er zes sprekers aanwezig. Er is voorgesteld om in eerste termijn een spreektijd van acht minuten per fractie te hanteren. Ik wil voorstellen om drie interrupties per persoon toe te laten. Ik heet Staatssecretaris Van Dam en Minister Schippers welkom. De heer Van Gerven heeft verzocht om vandaag als eerste te mogen spreken. Ik heb begrepen dat de overige leden daarmee akkoord gaan. Het woord is dus allereerst aan de heer Van Gerven.

De heer Van Gerven (SP): Voorzitter. Ik bied mijn excuses aan voor het feit dat ik niet tijdens het hele overleg aanwezig kan zijn, maar ik heb andere verplichtingen. Ik kan mezelf helaas niet in tweeën splitsen. Ik hoor de heer Dijkgraaf naast me zeggen dat hij daar blij mee is.

Het gaat vandaag over de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Het toezicht en de handhaving horen onafhankelijk te zijn en los te staan van het bedrijfsleven. De producent is uiteraard wel verantwoordelijk voor de kwaliteit van het product. De SP is blij met de herinrichting van het systeem van handhaving en toezicht en de overheveling van privaatrechtelijke taken naar het publieke domein. De Onderzoeksraad Voor Veiligheid (OVV) stelde al dat de Kwaliteitskeuring Dierlijke Sector (KDS) bestuurlijk niet onafhankelijk is en verweven is met de vleessector. Wij hebben zojuist een petitie overhandigd gekregen van de ondernemingsraad van KDS, die de ontwikkeling naar een onafhankelijke positie steunt. De huidige situatie is onwenselijk en die onwenselijkheid wordt ook al jaren door de SP aangekaart. Die situatie wordt nu ten goede gekeerd. Ik weet niet of de bewindspersonen de petitie en het signaal van KDS ook hebben ontvangen, maar zij kunnen daar wellicht op reageren.

In de eenentwintigste eeuw is catastrofaal bezuinigd op de voedselveiligheidswaakhond NVWA. De afgelopen jaren zijn er grote problemen ontstaan bij die NVWA. Dat bleek niet alleen uit diverse voedselschandalen en gevallen van voedselfraude, maar ook uit verschillende rapporten, zoals het rapport-Vanthemsche, het rapport van de OVV en het rapport van de Algemene Rekenkamer. De SP heeft jarenlang gezegd dat die bezuinigingen destructief zijn. Die waren vooral gericht op de financiële taakstelling, maar die werden ook gevoed door een algemene mening dat het wel wat minder kan met het toezicht en dat het wel kan worden overgelaten aan de sector. Achtereenvolgende regeringen van Partij van de Arbeid, CDA en VVD hebben die koers aangehouden en zo het mes in de NVWA gezet.

Gelukkig is men tot het besef gekomen dat het zo niet moest doorgaan en is de toon van het debat veranderd. De bewindspersonen zijn met een plan van aanpak gekomen en er is een andere trend waarneembaar. Dat wil echter niet zeggen dat de problemen daarmee zijn opgelost. Wij vragen ons voorts af of het plan van aanpak wel voldoende zoden aan de dijk zet.

In 2003 werkten er nog 3.478 personen bij de NVWA, maar als gevolg van alle reorganisaties die inmiddels hebben plaatsgevonden, is één op de drie werknemers verdwenen. De regering zorgt er nu weliswaar voor dat er weer een aantal mensen bij komt, maar ik heb begrepen dat het eigenlijk slechts om 104 nieuwe werknemers gaat. De rest van de capaciteitsvergroting moet vooral via efficiencywinst worden gerealiseerd. Dat is echter bij lange na niet voldoende. Er zijn bij de begrotingsbehandeling veel wijzigingsvoorstellen ingediend voor extra geld voor de NVWA, maar die hebben het helaas niet gehaald. Ik kijk even of de heer Graus al gearriveerd is.

Mevrouw Koşer Kaya (D66): Ik ben net binnengekomen, maar ik lijk er niet op.

De heer Van Gerven (SP): U bent inderdaad niet mevrouw Graus.

Mevrouw Koşer Kaya (D66): Nog niet!

De heer Van Gerven (SP): Normaal doet de heer Graus de voorspellingen, maar ik doe nu een voorspelling, namelijk dat binnen een jaar het budget van de NVWA weer bijgeplust zal moeten worden, net als nu het geval is.

Uit de eigen rapportage van de NVWA blijkt dat er te weinig capaciteit is voor controle op de visverwerkende industrie. Het gaat daarbij om het uitvoeren van herinspecties. Een bedrijf krijgt een boete of een waarschuwing met de opdracht om de zaken binnen een maand op te lossen. Vervolgens gebeurt er niets, terwijl het er bij visbedrijven zeer slecht aan toe gaat en 56% de voedselveiligheidsvoorschriften niet voldoende naleeft. Hoeveel aanbevelingen naar aanleiding van herinspecties worden bij andere sectoren niet of te laat opgevolgd? Zijn de achterstanden inmiddels weggewerkt? Kunnen wij de garantie krijgen dat herinspecties vanaf heden naar behoren worden uitgevoerd, en niet alleen in de vissector maar ook in andere sectoren? Er is nu een mooie oplossing gevonden voor het feit dat veel visbedrijven in de oranje of rode zone verkeren: de kleurcode wordt gewoon aangepast. Dat is althans mijn perceptie. En opeens zijn de foute bedrijven oké en is oranje het nieuwe rood geworden. Ik hoor hierop graag een reactie, want dat kan toch niet de bedoeling zijn.

Omroep Gelderland ontdekte dat visverwerkers oude vis oplappen met verboden middelen met waterstofperoxide. Wij hebben hierover schriftelijke vragen gesteld die inmiddels van een antwoord zijn voorzien. Als ik het goed begrijp, vindt men dat oude vis niet opgelapt mag worden met waterstofperoxide. Ik vind dat daar heel nadrukkelijk op gehandhaafd moet worden, want dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. Onderkent de Staatssecretaris dat het onwenselijk is dat belanghebbende bedrijven bij de NVWA lobbyen over de toelating van stoffen? Is er een gedragscode op dat terrein?

Ik kom te spreken over het illegale hout. Het is slecht gesteld met de controle daarop. We kennen allemaal de beelden van de woudreuzen die in de tropische oerbossen ten prooi vallen aan kettingzagen. Jaarlijks verdwijnt 13 miljoen hectare bos. Dat is drieënhalf keer Nederland. Europa heeft een houtverordening opgesteld om dit te stoppen. Die houtverordening, die sinds 2013 van kracht is, wordt echter niet of amper gehandhaafd. In Nederland is nog geen enkel bedrijf gesanctioneerd of vervolgd. Ik noem het voorbeeld van twee Nederlandse bedrijven die in het afgelopen jaar door de NVWA zijn gecontroleerd en akkoord zijn bevonden. Greenpeace deed nadien ook onderzoek bij de betreffende bedrijven en kwam er op vrij eenvoudige wijze via publieke informatie achter dat de betreffende bedrijven wel degelijk in illegaal tropisch hout handelden. De bedrijven hadden dat hout namelijk gekocht van het Braziliaanse bedrijf Rainbow Trading, dat illegaal hout kapt en hiervoor zelfs boetes bij de Braziliaanse autoriteit heeft openstaan. Het is frappant dat de NVWA de papieren werkelijkheid in orde bevindt, terwijl uit publieke informatie kan worden vastgesteld dat het bedrijf beboet is voor illegaal kappen.

De voorzitter: Uw laatste minuut gaat in.

De heer Van Gerven (SP): Ik doe mijn best. Dat is niet het enige slechte voorbeeld, er ligt ook een handhavingsverzoek met betrekking tot illegaal hout uit West-Afrika. Door de logo's op de boomstammen die bij het Nederlandse bedrijf aanwezig waren te googelen, viel te achterhalen dat dit tropische bomen waren die nooit gekapt hadden mogen worden. Ik hoor graag de lezing van de Staatssecretaris. Ik wil helderheid over het aantal en het soort controles op illegaal hout en hoor graag welke resultaten dat heeft opgeleverd. Wordt er wel ingezet op recent recherchewerk of worden er slechts papieren zaken afgevinkt?

Ik kom ten slotte nog even terug op het capaciteitstekort. Over de hele linie zien we de gevolgen van dat capaciteitstekort. Kleding met bont of leer moet gelabeld worden. Uit het onderzoek van Bont voor Dieren blijkt echter dat maar zeer weinig kledingproducenten zich aan deze nieuwe regelgeving houden. Dat betekent dat je, zonder het te weten, een jas met een kraag van wasberenbont kunt hebben. We weten dat deze dieren vaak levend worden gevild. Gaat de Staatssecretaris hier ook capaciteit op inzetten, zodat de volgende steekproef wel een goed resultaat heeft, en gaat hij de kledingindustrie op dit punt aanspreken?

De voorzitter: Dank u wel. U gaat dit AO nu meteen verlaten?

De heer Van Gerven (SP): Ja.

De voorzitter: Oké, dan gaan we naar de volgende spreker. Dat is mevrouw Lodders van de VVD.

Mevrouw Lodders (VVD): Voorzitter. Het functioneren van de NVWA staat onder druk. Mijn inbreng zal vooral gericht zijn op de wijze waarop wij de organisatie als gezaghebbende autoriteit tegen betaalbare tarieven weer op de kaart kunnen zetten. Een goed functionerende NVWA is noodzakelijk. Mensen moeten ervan uit kunnen gaan dat voedsel en producten veilig zijn. Als dat niet het geval is, moeten consumenten erop kunnen vertrouwen dat de NVWA stevig ingrijpt. Maar bij die goed functionerende NVWA en de autoriteit die deze organisatie moet zijn, zijn we nog lang niet. De Staatssecretaris heeft kort na zijn aantreden de Kamer geïnformeerd over de problemen die er zijn. Er is sprake van een fors tekort, er wordt over dit jaar 19 miljoen bijgeplust, en er is een nader onderzoek aangekondigd.

In de laatste voortgangsrapportage is geen melding gemaakt van de financiële risico's in de huidige omvang. Wel werd aangegeven dat de financiële kaders van de NVWA onderwerp van overleg vormen en dat een duurzame balans moet worden gevonden tussen kosten en baten. Waarom zijn de financiële risico's niet eerder boven tafel gekomen en waarom is er niet eerder aan de noodrem getrokken toen keer op keer nieuwe ambities bij de NVWA werden neergelegd? Ik kom daar later nog op terug.

Het aangekondigde onderzoek is een verstandige zet. We moeten eerst alle ellende op tafel hebben om vervolgens te kunnen gaan werken aan een oplossing. Deze doorlichting van de efficiency – een onderzoek waarom de besparingen op ICT en de arbeidsvoorwaarden niet gehaald zijn en een herijking van het opdrachtenpakket – is noodzakelijk. Het onderzoek zal wel tot in de haarvaten van de organisatie moeten plaatsvinden. De efficiency gaat niet alleen over de aansturing in Utrecht, maar strekt zich uit tot op de werkvloer waar het toezicht plaatsvindt. Ik wil de Staatssecretaris vragen om het onderzoeksrapport met de Kamer te delen. Ik wil kunnen beoordelen of de scope breed genoeg is. De volgende voortgangsrapportage is aangekondigd voor het voorjaar van 2016. Het is dan inmiddels te laat om kennis te nemen van de onderzoeksopdracht en de uitkomsten. We zijn dan al in 2016 en de Kamer kan op dat moment niet anders dan wederom geld bijplussen. De Staatssecretaris kondigt ook aan dat hij een aantal quick wins wil inzetten. Waar denkt hij dan aan?

Ik heb in de afgelopen maanden veel werkbezoeken afgelegd en ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de NVWA een hekel lijkt te hebben aan ondernemers. Ik heb dat vorige week tijdens de begrotingsbehandeling ook al naar voren gebracht. Ik wijs op het niet willen keuren in een slachterij op tweede kerstdag of de zondag na kerst en op het niet willen toelichten aan een branche hoe nieuwe Europese regels eruitzien en hoe deze regels gecontroleerd zullen worden. Ik wijs voorts op een bedrijf dat meermalen een melding doet over ondeugdelijk vlees, waarbij de NVWA het signaal negeert. Het bedrijf waarover de melding werd gedaan, was later overigens het middelpunt in de grote vleesfraudezaak. Ik noem voorts controleurs die zelf geen hygiënemaatregelen in acht nemen op een bedrijf en ondernemers die aangeven dat zij bang zijn om voorbeelden te melden, omdat zij herleidbaar zouden kunnen zijn.

Dit is niet acceptabel. Hoe gaat de Staatssecretaris het tij keren?

De voorzitter: Ik zie dat de heer Graus, die inmiddels is gearriveerd, een vraag wil stellen. Ik heb aan het begin van dit algemeen overleg afgesproken dat eenieder drie interrupties mag plegen.

De heer Graus (PVV): Dank u wel. We hebben een coulante voorzitter. Normaal zijn het er maar twee. Wat mij betreft mag u vaker voorzitten.

Ik heb de volgende vraag aan mevrouw Lodders. Zij schoffeert eigenlijk wel direct de hele organisatie van de NVWA, die ik vrij goed ken. Ik ken die al tientallen jaren, van binnenuit en van buitenaf. Het merendeel van de mensen die bij de NVWA werken, zijn goede hardwerkende mensen met veel kennis en kunde. Ik vind het dus niet netjes om hier te zeggen dat de NVWA bedrijven pest of alleen maar in negatieve zin achter bedrijven aanzit. Dat is niet zo. Dat er een paar hufters bij de NVWA zitten, ben ik met mevrouw Lodders eens. Maar ze kan niet zomaar zeggen dat het de hele NVWA betreft. Ze moet dan zeggen: er zitten enkele hufters bij de NVWA en die moeten opzouten. Dat ben ik helemaal met mevrouw Lodders eens. Maar het betreft maar een paar procent van het personeelsbestand. De rest van het personeel bestaat uit allemaal heel toffe, hardwerkende en eerlijke mensen, met kennis en kunde. Die kennis en kunde hebben wij niet. Laat dat heel duidelijk zijn! We kunnen er dus ook helemaal niet over oordelen.

De voorzitter: Mijnheer Graus, ik verzoek u om enigszins te letten op uw taalgebruik. Het woord «hufter» hoeft wat mij betreft niet in deze commissie te worden gebruikt. Misschien mag ik nu weer niet voorzitten, maar ik neem daar aanstoot aan. Dat moet u volgens mij dus niet doen. Ik heb trouwens geen vraag kunnen detecteren in uw interruptie.

De heer Graus (PVV): Dan hebt u niet goed geluisterd, mijnheer de voorzitter. Als u de Dikke Van Dale erop naslaat: «hufter» is gewoon een officieel Nederlands woord. Ik mag dat dus gewoon gebruiken. Dat geldt ook voor het woord «opzouten». Dat zijn gewone Nederlandse woorden. Die zijn ook voor Jan met de pet begrijpelijk. Ik heb mevrouw Lodders gevraagd om daar een reactie op te geven. Ik heb gezegd: je kunt toch niet zomaar de hele NVWA schofferen als je ontevreden bent over een paar mensen. Ik ben daar zelf aan het infiltreren. Het zijn iedere keer dezelfde mensen die dat flikken. Het zijn maar een paar mensen. Ik wil daar graag een reactie op hebben van mevrouw Lodders.

Mevrouw Lodders (VVD): Er zijn heel veel goedwillende en hardwerkende mensen binnen de NVWA. Dat sluit ik niet uit. De heer Graus hoort mij ook niet zeggen dat ik iedereen die bij de NVWA werkt, veroordeel. Ik constateer tegelijkertijd wel dat de problemen groot zijn. We hebben een fors tekort. Er is voor dit jaar 19 miljoen bijgeplust. En als we niets doen, zal dat de volgende jaren minimaal hetzelfde zijn of nog meer. Ik heb een aantal voorbeelden geschetst. Dat zijn voorbeelden uit de praktijk. Ik heb in het afgelopen halfjaar enorm veel werkbezoeken afgelegd bij bedrijven waar NVWA'ers controleren. Ik heb NVWA'ers gesproken. Zij lopen tegen regelgeving aan waar zij ook niet helemaal mee uit de voeten kunnen. Ik vind dat het mijn verantwoordelijkheid als Kamerlid is om de problemen te signaleren. Ik ben blij met de brief van de Staatssecretaris waarin de onderzoeken worden aangekondigd. Er wordt niet voor niets een onderzoek naar de efficiency binnen de organisatie gedaan. Dat wordt gedaan om de problemen op tafel te krijgen en om die ook zo snel mogelijk daadwerkelijk aan te pakken. We lopen daar nu te lang mee rond.

De heer Graus (PVV): Ik wil mevrouw Lodders bedanken voor de nuance. Ze zegt nu dat ze niet de hele NVWA bedoelde. Daar gaat het mij om.

Mevrouw Lodders (VVD): De NVWA líjkt een hekel te hebben aan ondernemers. In de richting van de heer Graus: dat was mijn uitspraak.

Ook de hoogte van de toezichtkosten is een probleem. De NVWA en de overheid hebben als taak om de kosten zo laag mogelijk te houden. Het lijkt nu meer op zelfrijzend bakmeel. De kosten stijgen en er lijkt geen druk te zijn om de kosten laag te houden, maar de rekening wordt wel aan de ondernemers en de belastingbetaler gepresenteerd. Uit onderzoek blijkt dat de tarieven voor importcontroles in bijvoorbeeld de Rotterdamse haven fors hoger liggen dan elders. Die liggen soms 45 tot 70% hoger, waardoor de lading uitwijkt naar andere havens. Ik heb een bedrijf gesproken dat 130 van de 150 containers op jaarbasis kwijt is, omdat bedrijven uitwijken naar Frankrijk. De misgelopen omzet bedraagt € 130.000. Twee andere bedrijven geven aan dat ze hun lading – 56.000 containers – gaan verleggen naar andere Europese havens, omdat de inspectiekosten in Nederland tweemaal zo hoog zijn als elders. Dit zijn slechts enkele voorbeelden, maar ook hiervan zijn er vele te geven.

Hoe gaat de Staatssecretaris het tij keren? Hoe gaat hij ervoor zorgen dat de toezichtkosten naar beneden kunnen worden bijgesteld? Er ligt een aangenomen motie-De Boer/Jacobi waarin de regering wordt verzocht om te onderzoeken hoe de toezichtkosten naar beneden kunnen worden bijgesteld en te bekijken of er een alternatief is van private inspecties die onder het toezicht van de NVWA kunnen werken. Hoe gaat de Staatssecretaris deze motie uitvoeren?

Terwijl de NVWA nog aan het verbouwen is om het verbeterplan te realiseren, is de volgende verbouwing alweer aangekondigd. Het is de vraag of dat verstandig is. Ik doel daarbij op het feit dat keuren en toezicht binnen de NVWA worden gescheiden. Is dit op korte termijn te realiseren en wordt de organisatie niet weer op achterstand gezet? De Kwaliteitskeuring Dierlijke Sector wordt overgeheveld naar een zbo. De VVD heeft al eerder aangegeven, de noodzaak daarvan niet te zien. Graag hoor ik van de Staatssecretaris welke problemen echt opgelost zullen worden. Is het wijs om dat op dit moment te doen? Het afgelopen jaar is de governance van KDS en CoMore aangepast. Zou het niet verstandiger zijn om een pas op de plaats te maken? In de brief wordt namelijk al aangekondigd dat er financiële consequenties zijn en dat deze door het Ministerie van Economische Zaken en het Ministerie van VWS gedragen zullen worden.

Ik wil graag van de Staatssecretaris weten welke financiële consequenties deze overdracht heeft. Met dit besluit tot overheveling naar een zbo wordt ook vooruitgelopen op de nieuwe Europese verordening die in 2016 wordt vastgesteld. Waarom wordt nu die stap genomen, terwijl we niet weten wat daaruit volgt? Hoe zal de Staatssecretaris garanderen dat de kosten niet zullen stijgen? Kan hij een reactie geven op de quickscan, uitgevoerd door PwC, waarin wordt aangegeven dat de kosten kunnen oplopen tot 100 miljoen, wat een tariefstijging van ten minste 50% kan betekenen?

De keuringsdiensten voor planten zijn terecht buiten beschouwing gelaten. Ik begrijp dat het ministerie in overleg zou gaan, maar ik hoor tegelijkertijd dat deze gesprekken nog niet zijn gestart. Kan de Staatssecretaris daarop ingaan?

De NVWA hoeft niet alle taken in eigen beheer uit te voeren. Als laboratoriumonderzoek elders of door een intensieve samenwerking met een private partij kan plaatsvinden, moet dat heel snel vorm krijgen. Hoe staat het met de ontwikkelingen in samenwerking met RIKILT?

Ik wil ten slotte nog iets zeggen over de herijking van taken. Het is goed dat de Staatssecretaris ook hiernaar kijkt. Het is immers niet alleen de herijking van het takenpakket, maar ook de wijze waarop regels en wetten geïnterpreteerd worden. Ik hoor veelvuldig dat Nederland de Europese regels veel strenger interpreteert dat in de landen om ons heen gebeurt, wat leidt tot een strenger toezicht maar ook tot meer toezicht. Een recent voorbeeld is de handhaving van de aanlandplicht voor vissers. Ik noem het voorbeeld dat de Staatssecretaris vorige week deelde, waarbij Nederlandse vissers een brief – nota bene in vier talen – van de NVWA aan boord moeten hebben, zodat zij, als ze op zee worden gecontroleerd door een andere lidstaat, kunnen laten zien hoe de NVWA de regels interpreteert. Dit kan toch niet waar zijn! Europese regels horen op eenzelfde wijze geïnterpreteerd te worden als in de ons omringende landen. Ik roep de Staatssecretaris op om in het onderzoek naar de herijking van het takenpakket ook naar deze elementen te kijken. Ik hoor graag een toezegging op dat punt.

Naast de herijking moet er natuurlijk ook gekeken worden naar de prioritering. Toezicht gebeurt risicogebaseerd, maar je moet ook kijken of er niet te veel capaciteit op details wordt ingezet. Het kabinet en de Kamer moeten ook zelf in de spiegel kijken. Er worden met regelmaat besluiten genomen die leiden tot extra toezicht. Het verbod op het gebruik van glyfosaat is zo'n voorbeeld. We hebben er recentelijk over gesproken. De handhaving wordt vervolgens op het bordje van de NVWA gekieperd, zonder budget en zonder een afspraak over wat de NVWA niet meer hoeft te doen. Datzelfde geldt voor moties die door de Kamer worden aangenomen. Ik ga ervan uit dat deze Staatssecretaris zijn collega's maar ook de Kamer wijst op de gevolgen van besluiten. Ik ga ervan uit dat hij vraagt om een degelijke dekking en dat hij, als daarvan geen sprake is, het besluit dan wel de motie met betrekking tot de handhaving door de NVWA niet uitvoert.

De voorzitter: Ik zie een drietal vingers.

De heer Geurts (CDA): In 2012 bedroegen de heffingen voor het bedrijfsleven 60,8 miljoen en in 2014 was dat bedrag opgelopen tot 93,8 miljoen. Dat is dus zo'n 30 miljoen meer onder het bewind van de VVD. Zou mevrouw Lodders kunnen aangeven hoe zij dat tij denkt te keren en wanneer dat gebeurt?

Mevrouw Lodders (VVD): Ik verwijs graag naar afgelopen de acht minuten waarin ik mijn betoog heb gehouden. Daarin heb ik een aantal heel kritische opmerkingen gemaakt. De verschillende instanties die onder de NVWA vallen, zijn in het verleden flink gekort, mede onder aanvoering van de partij van de heer Geurts. Daar staan wij nog steeds voor. Dat betekent dat de NVWA de organisatie op een andere manier moet inrichten. Dat geldt niet alleen voor de NVWA, maar dat geldt ook voor alle andere organisaties waar dat plaatsvindt. Ik heb daar een aantal vragen over gesteld. Dat is overigens ook niet de eerste keer, want het is een onderwerp dat mij al langere tijd een doorn in het oog is.

De heer Geurts (CDA): Dank voor het compliment van mevrouw Lodders richting mijn partij dat wij wel in staat waren om de heffingen voor het bedrijfsleven in de hand te houden. Dat is nu niet het geval. Het CDA heeft bij de laatste begroting diverse moties en een amendement ingediend, ook samen met de SGP en de ChristenUnie. Wij hebben daarvoor geen enkele steun van de VVD gehad, niet voor de moties en niet voor het amendement. En wat gaat er dan nu daadwerkelijk veranderen? Zegt mevrouw Lodders vandaag: ik kom met een motie en we gaan dit echt stoppen?

Mevrouw Lodders (VVD): Ten eerste, ik heb geen compliment uitgedeeld aan het CDA. Het CDA is medeverantwoordelijk voor datgene wat er is ontstaan. Dat geeft helemaal niet. Als we ergens een bedrag korten, dan moet een organisatie daarop anticiperen en op een andere wijze gaan werken. De VVD-fractie heeft die moties en amendementen inderdaad niet gesteund. Mijn partij is namelijk van mening dat als er kosten zijn, die bij het bedrijfsleven moeten worden neergelegd. We leggen die rekening niet bij de belastingbetaler neer. Het is dus aan de overheid en de NVWA om ervoor te zorgen dat die kosten naar beneden gaan. Dat kan onder andere door een heel aantal controles op een private wijze onder toezicht van de NVWA uit te voeren. Dat is vaak goedkoper en efficiënter.

Mevrouw Koşer Kaya (D66): Ik heb heel goed geluisterd naar mevrouw Lodders. Zij was vrij kritisch. Maar ik heb vervolgens eigenlijk niets gehoord over wat zij nu met de NVWA wil. Kan zij daarop ingaan?

Mevrouw Lodders (VVD): Ik heb daar in het begin van mijn betoog iets over gezegd. De NVWA dient een gezaghebbende autoriteit te zijn die tegen betaalbare tarieven haar werk doet. Een producent dient voedingsmiddelen of andere producten met een goede kwaliteit te leveren. Het keuren daarvan is een verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven, maar het toezicht daarop moet door de NVWA worden gedaan. Wij moeten dus op een heel andere manier kijken naar toezicht en keuren. Nogmaals, de producent is verantwoordelijk voor het afleveren van goede spullen.

Mevrouw Koşer Kaya (D66): Zegt mevrouw Lodders daarmee dat de fusie destijds geheel mislukt is? Is dat haar appreciatie van de NVWA?

Mevrouw Lodders (VVD): Nee, ik denk niet dat de fusie is mislukt, maar dat we voor een uitdaging staan. Er zijn in de afgelopen jaren aan de hand van een verbeterplan nog niet de stappen gezet die wel noodzakelijk zijn om die autoriteit te worden. De NVWA moet met een lager budget dezelfde taken uitvoeren. Dat kan niet als er op dezelfde wijze wordt voortgegaan. Dat moet dus op een andere manier worden vormgegeven. Ik heb een aantal suggesties gedaan. Dat heb ik overigens niet alleen nu gedaan, want dit dossier loopt al wat langer. De VVD is altijd kritisch geweest. Je zult die organisatie dus op een andere manier moeten invullen. Dat betekent dat je geen moties voor allerlei extra zaken op het gebied van toezicht kunt indienen als je daar niet tegelijkertijd budget voor levert of aangeeft wat de NVWA dan niet meer hoeft te doen.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Ik ben wat verbaasd. Ik hoorde mevrouw Lodders zeggen dat zij het kabinet ertoe oproept om moties niet uit te voeren. Heb ik dat goed gehoord? Geldt dat dan ook voor moties die de VVD indient? Dat biedt natuurlijk een heel ander speelveld.

Mevrouw Lodders (VVD): Volgens mij werd er vorig jaar zomer door de Partij voor de Dieren een motie ingediend, waarin de regering werd verzocht om de NVWA bij warmer weer extra controles te laten uitvoeren bij stallen. Dat kan, maar dan hoort daar een deugdelijke dekking bij. Daar moeten dan extra controleurs voor vrijgemaakt worden. Er moet dus worden aangegeven welke andere taken dan niet hoeven te worden uitgevoerd.

We hebben vorige maand gesproken over het verbod op glyfosaat voor particulieren. Ik heb aan de vorige Staatssecretaris, die nu bij I en M werkzaam is, gevraagd: wie gaat dit controleren? Het wordt over het hek bij de NVWA gegooid, zonder dat daar middelen en mensen voor vrijgemaakt worden. Dat kan niet waar zijn!

Mevrouw Dikkers (PvdA): Ik vind dit een novum. Mevrouw Lodders zegt dat moties die door de Kamer worden aangenomen, door het kabinet terzijde mogen worden geschoven. Ik ga eens nadenken over de vraag wat mijn fractie hiermee moet. Ik moet hier een tijdje op kauwen.

Mevrouw Lodders (VVD): Volgens mij is dit een heel duidelijke afspraak die al langer bestaat. Dat is helemaal niet nieuw. Dat weet mevrouw Dikkers ook. Op het moment dat er geen deugdelijke financiële onderbouwing is van een motie, mag je die terugleggen. Daar gaat het in deze voorbeelden om. Dat weet ook mevrouw Dikkers.

De heer Dijkgraaf (SGP): Ik ben het met mevrouw Lodders eens dat we moeten kijken naar de efficiency en naar de herijking. Denkt zij nu echt dat als je dat maximaliseert voor de komende tijd, je dan geen extra budget nodig hebt? Ik wijs op alle taken die we bij de NVWA neerleggen. Ik vind dat, eerlijk gezegd, een vorm van luchtfietserij die ik niet van de VVD gewend ben.

Mevrouw Lodders (VVD): Daar moeten we dus goed naar kijken. Ik heb op dit moment niet helder op welke wijze wij Europese regels maar ook regelgeving hier in Nederland interpreteren, waardoor extra toezicht nodig is om die regels ook daadwerkelijk te handhaven. Ik heb op dit moment niet helder voor ogen hoe het staat met de efficiency. Dat is enerzijds op het bureau in Utrecht, maar dat werkt door tot in de haarvaten van een organisatie. Ik noem het principe «reistijd is werktijd». Als een inspecteur vanuit Brabant naar Friesland en vervolgens naar Groningen wordt gestuurd om een inspectie te doen, dan moet die inspecteur daarna weer naar huis om binnen zijn werkbare uren te blijven. Daar kan de inspecteur zelf helemaal niets aan doen, maar dat is wel een efficiencyslag die we moeten maken. Die rekening kun je niet bij het bedrijfsleven neerleggen. Ik hoor deze voorbeelden te vaak. Ik hoor dat niet van één bedrijf, maar ik hoor het vaker.

De heer Dijkgraaf (SGP): Laat ik het positief proberen te formuleren. Ik beluister mevrouw Lodders als volgt. De herijking moet op een goede manier plaatsvinden, onnodige regels moeten worden geschrapt, daar moet geen controle op plaatsvinden en het moet zo efficiënt mogelijk georganiseerd worden. Als dan nog blijkt dat er wel degelijk extra budget nodig is, gaat de VVD dat gewoon steunen. Dan worden amendementen en moties wel gesteund. Of dan komt de coalitie er zelf mee.

Mevrouw Lodders (VVD): Dat gaan we op dat moment bekijken. Ik denk dat er op dit moment te veel aan de hand is om daar nu een oordeel over te kunnen vellen. Dat doe ik dus niet. Op het moment dat ik die uitspraak doe of die suggestie wek, zijn ook alle prikkels weg om ervoor te zorgen dat we juist die efficiencyslag maken. Niet voor niets hebben in het verleden, onder het kabinet-Balkenende IV en het kabinet-Rutte I, kortingen op het budget plaatsgevonden, met name ook om die efficiencyslag te maken. Die zijn natuurlijk niet zomaar uit de lucht gevallen. Dat is geen luchtfietserij. We hebben niet gezegd: daar een aantal miljoen, daar een aantal miljoen. Ik denk dat daar goed over nagedacht is. Wij hebben dus ook de verplichting, zeker ten aanzien van het bedrijfsleven en ten aanzien van de belastingbetaler, om daar goed naar te kijken.

De heer Geurts (CDA): Voorzitter. Met de 24ste uitnodiging in de hand, en ruim een jaar later dan oorspronkelijk het plan was, spreken we vandaag over diverse onderwerpen, van de barbarie-eenden tot de zalm. Met betrekking tot dat laatste heeft Omroep Gelderland genoeg boven tafel getrokken. Een goed functionerend toezicht is heel belangrijk voor vertrouwen in voedsel in Nederland en in het buitenland. Onze exportpositie staat op het spel als de toezichthouder niet goed functioneert. Het goed functioneren van de NVWA is dus in het belang van onze samenleving, en in bijzonder van ons bedrijfsleven. In een eerder debat over de NVWA sprak ik over een kaartenhuis dat op instorten stond. Ik spreek ook namens de ChristenUnie op dit punt. Ere wie ere toekomt: de inspecteur-generaal van de NVWA heeft echt de goede lijn gevonden en het kaartenhuis is niet ingestort.

Zijn we nu als CDA tevreden? Nee, dat zijn we niet. Eind 2013 schreef het kabinet dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit een kwaliteitsslag zou gaan maken. Daarbij was een adequate financiering nodig. Wat volgde, was een structurele extra bijdrage van de overheid met het plan van aanpak van december 2013. Wat mij mede namens de ChristenUnie opvalt, is dat de Staatssecretaris weer een herijking aankondigt. De zoveelste! Hoeveel pogingen van niet uitgevoerde efficiencyslagen zijn er wel niet geweest, zo vraag ik beide bewindslieden. Bij mij begint het idee te ontstaan dat het VVD/PvdA-kabinet geen grip heeft op het efficiënter maken van de NVWA. Voor het CDA moet het verder gaan dan herijken. Niet herijken, maar het hele functioneren van de NVWA moet tegen het licht worden gehouden. Ik wil de Staatssecretaris en de Minister ertoe oproepen om de verbouw van de NVWA grondig aan te pakken. Zijn ze daartoe bereid?

En wordt het niet tijd dat de Kamer echt meekijkt? Dat heeft de Algemene Rekenkamer in 2013 ook aanbevolen. De Rekenkamer zei: «Laat in precieze toetsbare bewoordingen vastleggen welke voordelen er concreet worden beoogd en onderbouw hoe en op welke termijn deze voordelen worden beëindigd». Zijn de Staatssecretaris en de Minister bereid om de Kamer gedetailleerde inzage te geven in lopende en toekomstige efficiency- en reorganisatieplannen? Zo ja, wanneer worden deze naar de Kamer gestuurd?

Mevrouw Dikkers (PvdA): Ik sla aan op de opmerking van collega Geurts over een PvdA/VVD-kabinet dat ervoor zou zorgen dat die efficiencyslagen niet gemaakt worden. Volgens mij waren het de CDA-kabinetten die alleen maar gekort hebben zonder daar ook daadwerkelijk ander beleid tegenover te zetten. Ik vind dat de collega van het CDA het kabinet hiermee tekortdoet. Er ligt nu een nieuwe herijking van het takenpakket. We hebben nu een toetsingskader vastgesteld. Er zijn nu plannen gemaakt voor het reorganiseren van de organisatie. En het alleen maar bij elkaar schuiven van de club en er geld af halen, zoals de kabinetten hiervoor gedaan hebben, is weinig succesvol geweest. Wat is de reactie van de heer Geurts hierop?

De heer Geurts (CDA): Ik had het over een kabinetsbrief van december 2013. Volgens mij was er toen al het kabinet-Rutte II waar de PvdA deel van uitmaakt. Op blz. 2 staat onder het kopje «financiering» dat een belangrijke voorwaarde voor extra bijdragen vanuit het bedrijfsleven is dat de NVWA de efficiëntie verhoogt door onder andere het aanpassen van de arbeidsvoorwaarden. Dat is een citaat uit die brief. Ik zie daar niets van. Dat verwijt ik dus ook de PvdA-fractie. En met recht, want dat is ook het beleid dat de PvdA-fractie hier neergezet heeft.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Ik zie dat de collega van het CDA citeert uit plannen die gemaakt werden om de NVWA efficiënter te maken. Dat is in ieder geval meer dan in de afgelopen kabinetten gebeurd is.

De voorzitter: Waarvan akte!

De heer Geurts (CDA): Met een plan van aanpak in 2013 werd ook een extra bijdrage van het bedrijfsleven gevraagd. In de praktijk zijn de heffingen voor het bedrijfsleven verhoogd van 60 miljoen in 2012 naar 90 miljoen nu. Waar is het einde? Dat is drie keer meer dan in het plan van aanpak in 2013 werd gesteld. Lastenverhoging op lastenverhoging door dit VVD-kabinet, wat ten koste gaat van onze concurrentiepositie. En dat terwijl in het plan van aanpak meer efficiëntie als voorwaarde werd gesteld. Ik heb die zin net al geciteerd.

Ik stel de volgende vraag aan de bewindslieden. Hoe staat het met de verbetering van de efficiëntie? Ondertussen is het bedrijfsleven zwaar de dupe. De VVD heeft de aantallen containers die niet meer via Rotterdam komen, al genoemd. Ook in de uitvoering gaat nog veel mis: van kwijtgeraakte certificaten in de post, waar het desbetreffende bedrijf voor moet opdraaien, tot tarieven van € 250 per uur voor een dierenarts. En dan heb ik het nog niet over voedselverspilling aan de slachtlijn. Daar zal ik nu maar niet verder op ingaan.

In het rapport Maat houden staat dat de heffingen die het bedrijfsleven betaalt, in principe niet zouden moeten worden doorberekend, tenzij het profijt toe te rekenen is aan een groep bedrijven of een individueel bedrijf. In het rapport Maat houden staat ook dat de kosten niet automatisch moeten worden doorberekend. Maar dat gebeurt nu wel bij de NVWA. Volgens het rapport Maat houden zou ook alleen van systeemprofijt en daarmee van het in rekening brengen van kosten sprake moeten zijn als het aantal partijen en het systeem niet heel groot is. Ik kan het kabinet vertellen dat het bij de import en export van voedsel in Nederland om een heel groot systeem gaat. En dat zijn dus niet een paar partijen met systeemprofijt.

Daarnaast is het uitgangspunt dat doorberekening – en ik citeer maar weer – niet mag leiden tot onaanvaardbare negatieve gevolgen voor de concurrentiepositie van bedrijven ten opzichte van bedrijven in het buitenland. Dat is een citaat uit een recente brief van het kabinet. Maar wat zien we in Nederland? De concurrentiepositie van de haven in Rotterdam en van andere bedrijven in de agro- en foodsector heeft ernstig te leiden onder de dit jaar opnieuw verhoogde NVWA-tarieven. Daarom verzoek ik het kabinet om de NVWA-retributies door te lichten op basis van het rapport Maat houden. Is het kabinet daartoe bereid? En nog belangrijker: is het kabinet ook bereid om zich daar onafhankelijk bij te laten adviseren?

Mede namens de ChristenUnie wil het CDA dat de Staatssecretaris stopt met zijn acties om goedwerkende keuringsdiensten onder te brengen bij de NVWA. Voer de motie-Geurts/Schouw gewoon uit. De Staatssecretaris stelt dat hij dit doet om volksgezondheid en voedselveiligheid te borgen. Dat zou allemaal moeten van Brussel. Ik vraag twee dingen aan het kabinet. Ik wil graag de communicatie met Brussel hierover inzien. Voorts wil ik weten of het huidige systeem dan niet goed geborgd is. Welk probleem wil de Staatssecretaris oplossen door keuringsdiensten onder te brengen bij een disfunctionerende NVWA?

Ik heb over de KDS en de taken die ondergebracht zouden moeten worden in een publiek zbo, de volgende specifieke vraag. Het CDA ontvangt graag een analyse waaruit blijkt hoe dit voorstel zich verhoudt tot EU-regelgeving voor de vleeskeuring. Ik wil dat zowel de huidige als de nieuwe Europese verordening die in 2016 moet worden vastgesteld, daarbij wordt betrokken. Ik wil voorts weten hoe het voorstel zich verhoudt tot de Kaderwet zbo's. Welke garanties krijgt de Kamer dat de administratieve lasten voor het bedrijfsleven niet toenemen en er ook geen kostenstijging zal komen?

Het CDA vraagt de Staatssecretaris en het kabinet om deze vragen eerst inhoudelijk goed te beantwoorden en niet verder te gaan met het onderbrengen van keuringstaken in het publieke domein. Laat de NVWA een slagvaardige toezichthouder zijn, een waarborg voor onze economie!

Ik wil ingaan op de Europese aanpak van het kabinet ten aanzien van voedselveiligheid en voedselfraude. Hebben de inspanningen om afspraken te maken over sancties en een register van voedselfraudeurs al wat opgeleverd? Het kabinet heeft toegezegd om dat na te gaan. Wat is er uit de juridische analyse van de Europese Commissie gekomen? Ook dat is een toezegging die het kabinet in het verleden heeft gedaan. Voor de veiligheid van onder andere vleesproducten is het van groot belang dat ook buitenlandse slachters en slachterijen zich houden aan voedselveiligheidsregels en dat hierop voldoende wordt gecontroleerd. Is de Staatssecretaris bereid om zich hier in Europees verband voor in te zetten, met name ter voorkoming van fecale bezoedeling? Is het mogelijk om op Europees niveau afspraken te maken over het in Europees verband verbeteren van de aanpak van de STEC-bacterie?

Ik rond af met een opmerking over de Monitoring Kritische Stoffen (MKS). Het kabinet doet ons geloven dat het allemaal goed is gekomen met de MKS. Daarvoor wordt verwezen naar het Nationaal Plan Residuen, dat wordt uitgevoerd door de NVWA. De sector – in de tijd dat het productschap nog bestond – had een strakker regime en vond veel meer dan er op dit moment gebeurt. Helaas is dit regime door het verdwijnen van de productschappen wettelijk verdwenen. Hoe gaat het nu met de zelfcontrole? Er is een Europese richtlijn 96/23 die nog niet in Nederlandse wetgeving is opgenomen. Er is dus nog geen wettelijke basis voor de verplichte zelfcontrole. Dat was echter wel een toezegging die het kabinet heeft gedaan toen de productschappen werden opgeheven.

Mevrouw Lodders (VVD): Ik vind de suggestie van de heer Geurts om de tarieven door te lichten conform het rapport Maat houden heel aardig. Ik ben zeer benieuwd naar de reactie van de Staatssecretaris daarop. Ik hoor de heer Geurts in interrupties en ook in zijn bijdrage in eerste termijn nogal jij-bakken in de richting van het kabinet. Voelt de heer Geurts zich nu op geen enkele manier verantwoordelijk voor de forse kortingen die ten tijde van het kabinet-Balkenende IV en in het kabinet-Rutte I zijn doorgevoerd? Het CDA zat in beide kabinetten aan het roer. Voelt hij zich ook niet verantwoordelijk voor het feit dat er in die tijd helemaal niets is gewijzigd in de organisatie van de NVWA?

De heer Geurts (CDA): Dat is een heel aantal vragen dat mevrouw Lodders in één interruptie stelt. Het gaat er met name om dat wij het met elkaar eens zijn dat dit kabinet niets gedaan heeft aan de rapporten die in het verleden zijn uitgebracht om de efficiëntie te verbeteren. Daar is gewoon niets mee gebeurd. Ik heb het rapport Maat houden al genoemd. Het gaat er ook om dat er in 2012 een nieuwe situatie ontstond, toen allerlei onderdelen van de diverse departementen onder de NVWA werden gebracht. Dat is in 2012 afgehandeld. Dan ontstaat er dus een nieuwe situatie. Mevrouw Lodders kan mij wel allerlei verwijten maken over dingen die in het verleden zijn gebeurd, maar er is in 2012 een nieuwe situatie met een nieuwe organisatie ontstaan. Daar praten we nu over. Daar praten we al ruim drie jaar over. We zijn het met elkaar eens dat de efficiëntie moet verbeteren. Ik vind het heel erg dat de VVD mooie woorden spreekt, maar gewoon geen boter bij de vis doet. Als er allerlei moties en amendementen worden ingediend om extra geld te genereren om het probleem op te lossen, geeft de VVD niet thuis.

Mevrouw Lodders (VVD): Dat klopt, omdat juist daarmee alle prikkels zouden worden weggenomen om te werken aan die efficiëntere organisatie. Het is o zo gemakkelijk om bij wijze van spreken met een bulldozer het geld naar binnen te schuiven, maar er moet sprake zijn van een efficiencyslag en van een herprioritering van de ambitie. Ik begon niet met jij-bakken. Het is de heer Geurts die elke keer spreekt over het VVD-kabinet. Ik constateer dat er in het verleden, ook voor 2012, niet adequaat is gehandeld ten aanzien van de gewijzigde structuur. Het is te lang blijven liggen. Ik constateer dat deze Staatssecretaris in ieder geval met een brief naar de Kamer komt, ten eerste om de problemen op tafel te leggen en ten tweede om onderzoek aan te kondigen om alles op tafel te krijgen.

De heer Geurts (CDA): De voorzitter die vorige week het plenaire overleg over de begroting voorzat, zei al tegen mevrouw Lodders: u lokt het zelf uit. Dat doet zij nu weer. Zij spreekt mooie woorden, maar zij levert geen boter bij de vis. En dat doet zij continu niet. Dan kun je wel mooie woorden spreken, maar doe dan ook boter bij vis! Wij constateren samen dat de NVWA de opdracht die zij meekreeg toen er in 2012 een nieuwe situatie ontstond, niet heeft uitgevoerd. Het moet efficiënter, maar dat is niet gelukt. Ik noem in dit verband de arbeidsvoorwaarden. Ik wens de inspecteur-generaal heel veel succes nu er ook een uitspraak ligt van het Europese Hof. Ik ben heel benieuwd hoe het kabinet hiermee omgaat. Het zijn gewoon verworven rechten. Dat zijn nieuwe omstandigheden die daarvoor echt niet bekend waren. Dus maak mij geen verwijten over wat er voor 2012 is gebeurd!

Mevrouw Dikkers (PvdA): Voorzitter. Gisteren verraste de stichting Wakker Dier ons met het bericht dat ze zeven gourmetpakketjes van verschillende supermarkten had onderzocht. In drie van de zeven pakketjes zat vlees dat op de rand van bederf was, in vijf pakketten was het vlees besmet met de E. colibacterie en zat dus poep, het vlees dat in een van de pakketten zat, was besmet met salmonella en ook de listeria-bacterie, die gevaarlijk is voor zwangere vrouwen, is aangetroffen. Dat is een treurige optelsom van ziekmakers. Is dit toeval? De supers komen steeds bij ons om te vertellen dat ze het zo goed doen, dat hun eigen controlesystemen hartstikke goed werken en dat er echt geen extra controle vanuit de overheid nodig is. Aan alleen dit kleine voorbeeld zie je al dat het anders moet.

Wij zijn dan ook blij met het nieuwe toezichtkader voor de NVWA, waarbij controle op voedselveiligheid bij de private sector wordt weggehaald en weer terugkomt bij de overheid. Wij steunen de aanpak van het kabinet, waarbij een scheiding wordt aangebracht tussen keuren en toezicht en waarbij bijvoorbeeld KDS ook onder publieke controle komt. Alleen op die manier kun je garanderen dat er eerlijke en volledige controle is, waarbij er niet gesjoemeld kan worden. Dat kan alleen als de pakkans door de NVWA groot is en de boetes dusdanig hoog zijn dat gesjoemel echt niet meer loont.

De taken van de NVWA blijven mede dankzij EU-regelgeving groeien, maar het budget krimpt. De Partij van de Arbeid wil geen jaarlijkse reparatie van het budget vanuit de Kamer, want zij vindt dat, eerlijk gezegd, een beetje treurig. Als het kabinet er taken bij doet, moet het ook boter bij de vis leveren. Andere collega's hebben hier ook al over gesproken. Ik ben dan ook blij dat de Staatssecretaris heeft gezegd dat er goed zal worden gekeken naar het takenpakket dat er ligt. Dat zal tegen het licht worden gehouden en bezien zal worden voor welk bedrag die taken kunnen worden uitgevoerd. Daarna komt de Staatssecretaris met zijn bevindingen weer terug naar de Kamer. Wij zijn heel benieuwd naar die doorlichting. Hulde voor de ambitie van de Staatssecretaris om dat in het eerste kwartaal te doen! Dat is immers een vrij druk kwartaal. Ik kan me voorstellen dat dat wellicht wat meer tijd gaat kosten, ik geef dus een soort winstwaarschuwing, maar ik kijk uit naar het debat dat we daarover met elkaar zullen voeren. Ik hoop ook dat als blijkt dat er daadwerkelijk geld bij moet, daar ook ruimte voor zal zijn.

De voorzitter: Er is een interruptie van mevrouw Koşer Kaya.

Mevrouw Koşer Kaya (D66): Ik heb in de laatste zin van mevrouw Dikkers al een antwoord op mijn vraag gekregen.

De voorzitter: Dan schrap ik deze interruptie.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Een volgend punt betreft de etikettering. Bij de vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft de VVD een mooie motie ingediend waarin het kabinet wordt verzocht om herkomstetikettering in te stellen bij producten afkomstig uit conflictgebieden. Wij zijn een groot voorstander van herkomstetikettering en horen graag van de Minister van VWS hoe zij deze motie zal uitvoeren. De Consumentenbond heeft onderzoek gedaan naar de etiketten van vleesproducten. Dat kwam vandaag naar buiten. Ik vind persoonlijk de uitkomsten niet zo verrassend, maar wel verontrustend. Gesjoemel lijkt eerder regel dan uitzondering en de consument is de dupe. Je zou denken dat de levensmiddelensector nu zijn lesje wel geleerd heeft, na al die schandalen, maar nee hoor! We hebben eind maart antwoord gekregen op Kamervragen over de handhaving van de etiketteringsverordening, maar omdat dit algemeen overleg keer op keer is uitgesteld, hebben we hier nog niet eerder met de Minister over van gedachten kunnen wisselen. Ik heb er nu een aantal vragen over. De Minister en ik delen de opvatting dat een etiket niet misleidend mag zijn. Ik noem een product dat wordt aangeprezen als cranberrysap terwijl er maar 8% cranberry in zit en verder appelsap, suiker en water. Dat mag, wat ons betreft, geen cranberrysap meer heten. De Minister schrijft in haar antwoord dat ook zij dat onwenselijk vindt en dat zij bij haar EU-collega's zal nagaan hoe er met deze regels wordt omgegaan. Hoe staat het daarmee? Ook zou de Minister in gesprek gaan met de betreffende sectoren om tot een betere etikettering te komen. Ik zie vooralsnog geen verschil in de supermarkten. Wat is de stand van zaken? De wet biedt ruimte om de benaming van een product aan te passen. Is de Minister bereid om de wet op dit punt aan te scherpen en in de naam van een product ook de ingrediënten te laten terugkomen? Geen gember-komkommersap meer verkopen terwijl je eigenlijk water en suiker verkoopt!

De Partij van de Arbeid wil graag een plan van aanpak voor etiketten. Daarin moet goed worden gekeken naar wetgeving die moet worden aangepast. Er moet informatie aan het bedrijfsleven worden verstrekt over hoe het eigenlijk moet. Voorts moet er overleg met Europese collega's plaatsvinden. In Engeland zijn ze bijvoorbeeld veel strenger bij de handhaving van de etiketteringsverordening. Ten slotte moet er ook worden ingegaan op een inzet van de NVWA. Wij zouden graag zien dat het kabinet dit voorjaar met een plan komt om de etikettering wat scherper aan te pakken. De focus moet, wat ons betreft, liggen op het juist informeren van de consument, zodat de consument zijn eigen keuzes kan maken op basis van de juistheid van de etiketten. Kan de Minister dit toezeggen?

Dan de visverwerkende sector. Ik dank de Minister en de Staatssecretaris voor de beantwoording van de vragen over het gebruik van Mucusol. Dit roept nogal wat vervolgvragen op. Het middel blijft toegestaan als ontslijmingsmiddel en is geoorloofd, mits veilig gebruikt. Ik ben benieuwd hoe wordt gekeken of het gebruik veilig is. Welke instrumenten kunnen daarbij worden gehanteerd? Wij hebben namelijk begrepen dat, toen het middel werd toegestaan, ook de controle op de wijze van gebruik is afgenomen. Er werd eigenlijk van uitgegaan dat het juist gebruikt werd. Hoe is de controle daarop aangescherpt? Ik zie ook graag de inspectierapporten op dat punt. De Minister stelt vast dat het middel een ontsmettende werking heeft, maar dat het geen probleem is als het als ontslijmingsmiddel wordt gebruikt. Kan de Minister garanderen dat het daar ook werkelijk voor wordt gebruikt, en dat het niet achterblijft? Hoe moet na het ontslijmen met het middel worden omgegaan? Gaat dat gewoon door het riool of gelden daarvoor andere regels? Klopt het dat de NVWA aanwijzingen heeft dat het middel Freebac-D150 wordt gebruikt en, zo ja, waarvoor wordt dat middel dan gebruikt? De Minister verwijst in de beantwoording van de Kamervragen naar de beschrijving van het product die op de website staat. Daarop staat dat het voor de groenteverwerkende industrie wordt gebruikt. In de folder van Freebac, die wij via Omroep Gelderland kregen, lees ik echter toch wat anders. In de folder staat dat er in 2001 toestemming is verleend om het middel in Nederland te gebruiken als ontsmettingsmiddel in de vissector. De Minister zegt echter dat daar nooit toestemming voor gegeven is. Ik hoor daar graag meer over.

Ik heb geconstateerd dat de vissector van kleur verschoten is. Andere collega's hebben daar ook al opmerkingen over gemaakt. Vorig jaar had nog de helft van de bedrijven code oranje, terwijl dat er nu nog maar drie zijn. Komt dat door een andere kleurcodering of heeft de vissector zijn zaakjes zo goed voor elkaar? Dat laatste zou natuurlijk fantastisch nieuws zijn, terwijl dat eerste een wat ander beeld van de sector zou geven.

Voorzitter. Hoeveel tijd heb ik nog?

De voorzitter: U hebt inmiddels zes en een halve minuut gesproken.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Oké, ik pak er nog even een specifiek visbedrijf uit: Foppen. In 2010 is dat bedrijf door de NVWA gewaarschuwd voor natriumnitriet in visworsten, omdat het gebruik daarvan in vis mogelijk kankerverwekkend zou zijn. Vier jaar later constateert de inspectie dat het bedrijf ondanks de waarschuwingen niet gestopt is met het gebruik van het middel. Hoe staat het daar nu mee? Welke boetes zijn er in die tijd uitgedeeld aan Foppen? Ik vind het met terugwerkende kracht nog steeds onbegrijpelijk dat de Onderzoeksraad Voor Veiligheid vond dat Foppen een normaal functionerend bedrijf is. Als je de inspectierapporten ziet, kun je toch bijna niet anders dan constateren dat het bedrijf keer op keer de fout in is gegaan? Hoe staat het met Foppen?

De voorzitter: U hebt nog een minuut.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Foppen was voor de NVWA een dure klant. Kan de Minister toelichten wat de kosten zijn voor het verscherpt toezicht op de vissector in het algemeen en op Foppen in het bijzonder? Wij willen heel graag weten wat de sector er zelf aan heeft bijgedragen en wat de belastingbetaler aan de kosten van al dat gesjoemel in de vissector heeft moeten bijdragen.

Ik wil ten slotte nog iets zeggen over het toezicht op duurzaam hout. Omdat ik door mijn spreektijd heen ben, sluit ik me graag aan bij de vragen van collega Van Gerven. Ik ben erg benieuwd naar de antwoorden, omdat wij ons zorgen maken over de import van fout hout.

De heer Wassenberg (PvdD): Voorzitter. Het heeft anderhalf jaar geduurd, maar nu praten we dan eindelijk over de Nederlandse Voedsel- en Waterautoriteit. Voor de Staatssecretaris is deze rol nieuw en voor mij is die, zo mogelijk, nog nieuwer. Twee jaar geleden bleek dat de NVWA uitgebeend en kapot bezuinigd was, maar dit kabinet wil nog een stukje verder gaan. Het wil minder budget en het wil onderzoeken of we via efficiëntie en minder taken meer ruimte kunnen creëren. De Algemene Rekenkamer zei in 2013 al dat meer efficiëntie niet de te verwachten besparing had opgeleverd. Hoe kan het dat de Staatssecretaris dan toch opnieuw deze route wil volgen? De Partij voor de Dieren maakt zich daar grote zorgen over. In maart zei de Staatssecretaris nog dat het voor het verbeterplan van belang was dat het toegezegde budget beschikbaar blijft. Nu komt de Staatssecretaris blijkbaar terug van deze woorden en van de conclusies van de Algemene Rekenkamer en de Onderzoeksraad Voor Veiligheid. Dat verbaast mij. Waar baseert hij dat op?

Betekent de herziening van prioriteiten dat er een eenzijdige focus komt op menscentrale waarden en dat het dus ten koste gaan van kwetsbare waarden als dierengezondheid en dierenwelzijn? Kan de Staatssecretaris een harde toezegging doen dat binnen het takenpakket van de NVWA dierenwelzijn centraal blijft staan? Op dit punt gaat het nog vaak mis. Dat zagen we deze week in een uitzending van EenVandaag waarin beelden werden getoond uit een onderzoek van Eyes on Animals naar kalvertransporten dat in opdracht van de Dierenbescherming is gemaakt. Kalfjes van nog geen twee weken oud zitten soms wel negentien uur zonder eten of drinken opgepropt in een veewagen. Ik zag beelden van kalfjes die aan hun oren, staarten en ledematen werden getrokken en die niets te eten of te drinken kregen. Twee kalfjes vielen om, werden vertrapt en kwamen uitgeput, verzwakt en besmeurd met diarree aan. Dit is een waarschuwing dat kalfjes te jong op transport gaan, daardoor vatbaar zijn voor ziektes en ook zelf een besmettingsbron voor ziektes vormen. Het risico op insleep van een ernstige dierziekte als Mond- en Klauwzeer (MKZ) wordt onderschat. Het is niet de vraag of maar wanneer het weer misgaat.

De heer Graus (PVV): De heer Wassenberg spreekt over te jonge kalfjes. Ik vind gewoon dat er helemaal niet meer met dieren gesjouwd moet worden, dat er karkasvervoer moet komen. Ik vind dat de dieren op de bedrijven gedood moeten worden en dat hun karkassen vervolgens vervoerd moeten worden. Hoe staat de heer Wassenberg hierin? Ik hoor mevrouw Lodders zeggen dat dit niet kan, maar het kan wel. Het gebeurt namelijk al.

De heer Wassenberg (PvdD): De heer Graus weet dat de Partij voor de Dieren helemaal geen voorstander is van het gesleep met dieren, maar waar het nu om gaat, is om het direct aanpakken van de meest ernstige misstanden. Hier gaat van alles mis. Wij willen uiteraard ook af van in elk geval die langere transporten en wij willen dat er op de langere termijn helemaal geen dierentransporten meer plaatsvinden, maar er is nu een heel ernstige misstand geconstateerd. Daar moeten we nu echt op reageren.

De heer Graus (PVV): Ik bedank de heer Wassenberg voor zijn antwoord. Ik hoor dat andere leden van alles zeggen. Het kan wel! Je kunt een dier doden en vervolgens het karkas vervoeren. Dat is gewoon heel eenvoudig. We landen op de maan, we klonen schapen, we kunnen alles, mevrouw Lodders. Echt waar! Dat je binnen Nederland dieren transporteert, begrijp ik nog wel, maar het gaat hier ook om transporten over een lange afstand.

De voorzitter: Ik zie dat mevrouw Lodders een opmerking wil maken.

Mevrouw Lodders (VVD): Ik werd aangesproken. Ik maakte een opmerking, waar de heer Graus terecht iets over zei. Hoe ziet hij voor zich dat er alleen nog karkassenvervoer plaatsvindt als we het hebben over kalfjes van veertien dagen oud die naar een volgende opfokfase gaan? Dat kun je natuurlijk niet op die manier doen. Laten we het dus niet in het belachelijke trekken!

De voorzitter: Ik sta dit korte debat toe.

De heer Graus (PVV): Misschien is een meerderheid het er wel over eens dat die diertjes überhaupt niet mogen worden vervoerd als ze zo klein zijn. Laten we nu gewoon heel eerlijk zijn. We moeten er gewoon mee kappen. Alles kan. Alles wat ik heb gezegd, is mogelijk. En iemand die zegt dat het niet kan, is gewoon niet goed op de hoogte. Die is onwetend of heeft een betonplaat voor het hoofd. Ik weet niet wat het is, maar het kan, alles kan.

De voorzitter: Uiteindelijk wordt alles geregeld bij meerderheden in de Kamer. We zullen zien hoe dat uitpakt. Ik verzoek de heer Wassenberg om zijn betoog te vervolgen.

De heer Wassenberg (PvdD): Ik ga nog even door op de langeafstandstransporten. De Kamer heeft een brief ontvangen over de misstanden bij de Turkse grens, waar dieren vaak onder extreme weersomstandigheden urenlang opgesloten zitten in hete veewagens. Het zijn dieren die zo hongerig zijn dat ze hun eigen met uitwerpselen doordrenkte stro opeten. De Partij voor de Dieren vindt het gesleep met levende dieren naar allerlei derde landen onverantwoord. Het gaat niet om incidenten, zoals vaak wordt gezegd. Het gebeurt te vaak. Is de Staatssecretaris bereid om zich in te zetten voor een einde aan het gesleep van levende dieren uit en naar derde landen?

Dan het verbeterplan. Ik geef de Staatssecretaris complimenten dat er meer dierenartsen komen en dat de boetes bij gesjoemel met voedsel omhooggaan. Maar het plan werkt nog niet in de praktijk. Klokkenluiders hebben ons gemeld dat megaslachterijen prima kunnen omgaan met aangekondigde controles. Er worden namelijk tijdelijk extra medewerkers aan de slachtlijn gezet en het slachttempo gaat eventjes omlaag.

Ik heb hierover een vraag aan de Staatssecretaris. Is het niet beter om die aangekondigde controles te vervangen door onaangekondigde en onverwachte controles? Dan krijg je een beter beeld van de realiteit. Uiteindelijk gaat het toch om dat betrouwbare beeld? Medewerkers worden direct aan de slachtlijn gezet zonder een gedegen opleiding, zonder relevante kennis en zonder voldoende inwerktijd. Geringe mestbezoedeling mag wettelijk gezien weggesneden worden, maar wij krijgen signalen dat halve schouders worden weggesneden. Geen wonder dat de cijfers over mestbezoedeling zo goed zijn! Ik hoor hierop graag een reactie van de Staatssecretaris.

De ondernemingsraad van de KDS heeft een brief gestuurd waarin de verwevenheid met het bedrijfsleven wordt aangekaart. Daarover hebben we vanochtend ook een petitie in ontvangst genomen. Klopt het dat er iemand uit de industrie is aangesteld in een managementpositie voor het onafhankelijke zbo? Is de Staatssecretaris bereid om de aanbevelingen van de ondernemingsraad op te volgen?

De heer Geurts (CDA): Ik hoor de heer Wassenberg zeggen dat allerlei mensen aan de slachtlijn staan – officiële assistenten – die geen gedegen opleiding hebben gehad. Ik moest het even nakijken want ik heb dat niet standaard in mijn hoofd, maar de theoretische opleiding duurt 500 uur en de praktische opleiding duurt 400 uur. Dit zijn aanvullende opleidingen om vakkennis te vergaren. Hoe kan de Partij voor de Dieren zeggen dat er assistenten aan de lijn staan die niet goed opgeleid zijn?

De heer Wassenberg (PvdD): De heer Geurts heeft het over de opleidingen. Ons komt ter ore dat er ook mensen zonder die opleiding aan de slachtlijn staan. Dat kaart ik nu aan.

De heer Geurts (CDA): Ons komt ter ore! Mij komt ook van alles ter ore, maar dat controleer ik dan wel. Ik wil dus namen en rugnummers, want hier kan ik niets mee.

De heer Wassenberg (PvdD): Dat zie je nu ook bij KDS. Er zijn klokkenluiders. Die vertellen ons deze zaak. Vaak blijkt het inderdaad uiteindelijk gewoon de praktijk te zijn. Ik vraag nu alleen even aan de Staatssecretaris hoe het met die opleiding zit. Wordt er ook op gecontroleerd? Ik hoor daarop dus graag een antwoord van de Staatssecretaris.

De Partij voor de Dieren was in ieder geval heel blij met het bericht dat het kabinet de keuring en het toezicht terugbrengt onder publieke verantwoordelijkheid. Ik zie aan de andere kant dat de Staatssecretaris nog ruimte geeft voor zelfregulering. Er loopt onder andere een pilot voor stalkeuring en een pilot voor slachtvarkens in het Schengengebied. De Staatssecretaris heeft zelfs aangegeven om in Europa te willen regelen dat er ruimte komt voor alternatieve keuringen, zoals de dieronvriendelijke bordeskeuring. Hoe kan het dat de Staatssecretaris enerzijds de touwtjes aantrekt – terecht – en anderzijds ruimte creëert voor zelfregulering? De Onderzoeksraad Voor Veiligheid concludeerde een jaar geleden nog dat de industrie helemaal niet klaar is voor zelfregulering. Inspecteur-generaal Harry Paul bevestigde dit met allerlei voorbeelden in een toespraak in juni van dit jaar. Ik zal die voorbeelden niet noemen. De speech is bekend. Paul zegt in zijn speech ook expliciet dat de geconstateerde voorbeelden geen uitzonderingen zijn, maar de dagelijkse praktijk. Kan de Staatssecretaris toezeggen dat er geen pilots meer bij komen die tot zelfregulering leiden? Ik hoor daarop graag een reactie.

Tijdens de begrotingsbehandeling heeft mevrouw Thieme gevraagd naar de systematische monitoring en registratie van dierenwelzijnsrisico's door de NVWA. Bureau Risicobeoordeling & Onderzoeksprogrammering (bureau) geeft aan dat de huidige wetgeving de handhaving van de NVWA bemoeilijkt en adviseert aanpassing van wetgeving. Tijdens de begrotingsbehandeling verwees de Staatssecretaris naar het plan van aanpak, maar ik kan hierin niets vinden over een aanpassing van de Wet dieren en het Besluit houders van dieren, zoals bureau adviseert. Kan de Staatssecretaris daar nog een reactie op geven?

Ik maak ten slotte nog een opmerking over Slachterij V. uit Steenbergen, die bij de NVWA bekendstaat om de lange lijst van overtredingen. Ik heb op de website gekeken en het bedrijf lijkt nog vol in bedrijf te zijn. Kan de Staatssecretaris aangeven hoe het staat met het strafrechtelijk onderzoek naar dat bedrijf? Hoe vaak heeft de NVWA deze slachterij sinds juni 2014 bezocht en zijn de inspectiegegevens van die bezoeken openbaar? Deze slachterij had ook een ontheffing op het houden van barbarie-eenden. Eenden zijn waterdieren. Om een natuurlijk gedrag te kunnen uitoefenen, is open water nodig. In de eendenindustrie hebben de dieren deze mogelijkheid niet, wat een aantasting betekent van het dierenwelzijn. Ik wil de Staatssecretaris dan ook vragen om barbarie-eenden niet toe te voegen aan de lijst van voor productie te houden dieren. Kan de Staatssecretaris dat toezeggen?

De heer Dijkgraaf (SGP): Voorzitter. Ik vind het knap van de nieuwe Staatssecretaris. We hebben anderhalf jaar gewacht op een debat over de NVWA en in de eerste week dat hij AO's voor zijn rekening neemt, hups, gelijk een AO over de NVWA. We zitten er en we gaan het debat aan. Hij heeft de wind er dus wel onder.

De kritiek op toezicht in de keten is natuurlijk niet mals. Daar hebben voorgaande sprekers ook al op gewezen. Slachterijen keuren onvoldoende hun eigen vlees, stellen zich regelmatig onverantwoordelijk op, afnemers vertrouwen te veel op een papieren werkelijkheid, consumenten en supermarkten willen te vaak voor een dubbeltje op de eerste rang zitten, de overheid levert niet de goede randvoorwaarden voor een stevig optreden en de NVWA heeft haar zaakjes nog niet op orde en laat daardoor steken vallen. Dat is niet mis als je dat allemaal bij elkaar optelt. Er is veel werk aan de winkel. Het is dus terecht dat wij hierover het debat met elkaar aangaan.

De laatste voortgangsrapportage laat zien dat de NVWA op de goede weg is. De inspecteur-generaal werkt hard om de weg omhoog te vinden. Dat is een goede zaak en daar danken wij hem voor, want er is veel werk aan de winkel. Wat het dan niet makkelijker maakt, is dat er heel veel druk zit op het budget. Wij hebben daar al het nodige over gewisseld. Wat mij betreft, is er te fors bezuinigd als je kijkt naar de taken die de NVWA heeft. Er wordt wel tijdelijk wat bijgelapt in de Najaarsnota, maar er zou structureel geld bij moeten. De VVD zegt dat je daarmee de prikkel om efficiënter te werken zou weghalen, maar ik wil die vraag bij de Staatssecretaris neerleggen. Is dat nu zo? Er is in de afgelopen jaren heel veel bezuinigd. Dan zou die druk er dus volop geweest moeten zijn, dan hadden we nu een rapport moeten hebben waarin staat dat de efficiency op orde is. Er is immers zo veel bezuinigd dat de druk om efficiënter te werken maximaal was. Kortom, het helpt toch niet om die druk nog groter te maken? Als je te weinig geld uittrekt, zullen de taken van de NVWA niet goed tot hun recht komen. Dat is een nadeel. Gaat de Staatssecretaris snel duidelijkheid bieden over meer budget?

De Staatssecretaris zegt: dan gaan we wel taken herijken. Ik kan het, eerlijk gezegd, wel volgen als je zegt: een aantal dingen vormen een kop op Europese regelgeving, daarin kan gesnoeid worden. Ik wil graag dat de Staatssecretaris daar heel duidelijk over is. Is die herijking dusdanig majeur dat je daar echt fors geld mee kunt verdienen? Ik kan me dat niet goed voorstellen, gegeven alle debatten die we tot nu toe gevoerd hebben en de druk vanuit de hele samenleving en Kamer om forser te controleren. Dat kan toch alleen maar betekenen dat er per saldo extra geld nodig is?

Ik geef even een tip. Wat zou kunnen helpen, is het niet controleren van de aanlandplichtadministratie. Daar hebben we gisteren al over gesproken, dus dat gaat helemaal goed komen. Dat helpt de NVWA dan in ieder geval voor volgend jaar.

De SGP pleit voor een verlaging van keurings- en inspectietarieven. Wij vinden het niet acceptabel als kantoorwerk als doorrekenbare kostenpost wordt ingeboekt. Voorts vinden we dat de overheid een prikkel moet houden om efficiënt te werken. Als je automatisch de kostenverhoging in tarieven kunt verrekenen, dan is de prikkel om efficiënt te werken weg. Je zou toch uit moeten gaan van het profijtbeginsel, en niet meer dan dat?

Er is een motie in de Kamer aangenomen waarmee wordt beoogd om de tarieven voor zee- en luchthaveninspecties niet te verhogen en zo mogelijk te verlagen. De regering ziet echter geen probleem en voert de motie niet uit. Dat kan toch niet, zeg ik dan. Als er zo'n duidelijke motie ligt, moet dat toch gebeuren? De inspectiekosten zijn nu 45% tot 72% hoger. En dan zegt de Staatssecretaris: maar als je naar de som van alle havenkosten bij elkaar kijkt, dan is er geen probleem. Dan geef je dus gewoon een kostenvoordeel weg! Onze haven heeft het keihard nodig. Dat kan dus toch geen argument zijn om hogere tarieven te hebben dan die in andere havens. Ik vraag de Staatssecretaris dus om de motie onverkort uit te voeren.

Toen ik vorige week een punt maakte van de bureaucratische handelwijze van de NVWA bij export, verwees de Staatssecretaris naar de onderzoeken die zijn gedaan in het kader van de export vanuit die havens. Ik zeg niet dat dat zo is. Ik heb bij de begrotingsbehandeling gezegd dat daarover vanuit de sectoren berichten zijn gekomen. Dat wordt echter niet in die onderzoeken meegenomen. Daar wordt in die onderzoeken helemaal niet op ingegaan. Ik vraag de Staatssecretaris alsnog om dat punt apart op te pakken.

De Staatssecretaris wil veterinaire keuringstaken geheel overhevelen naar het publieke domein. Ik heb daarover nog een vraag en wil twee voorwaarden stellen. Is een pas op de plaats niet beter? De NVWA heeft een nieuw toezichtkader en volgens de inspecteur-generaal heeft dat succes, Ik maak uit de signalen op dat het inderdaad werkt. Zo nemen de mestsporen op karkassen in slachterijen na streng optreden al in drie weken af. Dat is een heel goede zaak. Moeten we niet eerst kijken of het strengere toezicht voldoende is voordat we dit gaan doen?

Ik noem de voorwaarden. De overheid werkt vaak minder efficiënt dan private keuringsinstanties. Als de overheveling doorgezet wordt, mag het toch niet zo zijn dat het bedrijfsleven via hoge retributies daarvoor de rekening gepresenteerd krijgt? Ook de overheid moet een prikkel houden om efficiënt te werken. Verder bestaat het risico dat publieke keurmeesters minder vaak klaarstaan op het moment dat het bedrijfsleven hen nodig heeft. Gaat de Staatssecretaris dit voorkomen? De tweede voorwaarde heeft betrekking op de plantaardige keuringstaken. Anderen hebben ook al gesproken over de motie-Geurts/Schouw. Mevrouw Koşer Kaya zal dat ongetwijfeld namens D66 oppakken. Daarin staat dat er zo weinig mogelijk moet veranderen. De Nederlandse Algemene Keuringsdienst (NAK) c.s. doen goed en onafhankelijk hun werk. Houdt de Staatssecretaris daaraan vast?

In oktober is aangekondigd dat op korte termijn in overleg met de sector gezocht zou worden naar een werkbaar model. Ik heb echter begrepen dat er sindsdien weinig gebeurd is. Hoe is dit opgepakt? Wat gaat de Staatssecretaris hieraan doen?

Het nieuwe toezichtkader geeft aan dat de NVWA eerder gaat sanctioneren. Daarbij zou rekening gehouden moeten worden met de ernst van de overtreding. Dat is natuurlijk belangrijk. Ik verwijs ook naar het SGP-actieplan voor een beter boetebeleid en het debat daarover. Deze week zijn twee door de Staatssecretaris ontraden moties aangenomen. Ik wil daarbij nog een punt aankaarten. De Staatssecretaris zei in het debat dat de Algemene wet bestuursrecht al regelt dat boetes afgestemd moeten worden op de ernst van de overtreding. Ik vraag mij zeer af of dit wel helemaal klopt, om het eufemistisch uit te drukken. Dat moet inderdaad gebeuren volgens de Algemene wet bestuursrecht, tenzij de hoogte van de bestuurlijke boete bij wettelijk voorschrift is vastgesteld. Dat is artikel 5.46 van de Awb. Daar wringt de schoen. Kijk naar de Regeling gewasbeschermingsmiddelen. Voor elk soort overtreding is een exacte bestuurlijke boete vastgesteld en gaat de vlieger van de Staatssecretaris niet op. Het boete-instrument wordt nog tegen het licht gehouden. Neemt hij dit punt daarin mee?

De voorzitter: U hebt nog één minuut.

De heer Dijkgraaf (SGP): Dat komt goed. Ons bereiken regelmatig berichten dat etiketten soms slecht corresponderen met wat er werkelijk in een product zit. De Europese verordening verbiedt dergelijke misleidende praktijken. Krijgt dit bij handhaving voldoende aandacht?

Tot slot. Er leven in het werkveld zorgen over de praktijkkennis van NVWA-inspecteurs. Ze zouden bijvoorbeeld afgaan op een checklist zonder dat ze goed weten hoe het zit. Kort door de bocht: fraudeurs weten hun een rad voor ogen te draaien. Goedwillende ondernemers moeten het bezuren. Wil de Staatssecretaris ervoor zorgen dat geïnvesteerd wordt in praktijkkennis? Die kennis moet echt op orde zijn, zodat de controle op basis van de inhoud plaatsvindt.

Mevrouw Koşer Kaya (D66): Voorzitter. Het tienjarig reorganisatiejubileum van de NVWA komt eraan. Dat is wel heel treurig. Er is met reorganiseren gestart door het kabinet-Balkenende IV, de reorganisatie is in 2009 voortgezet door de kabinetten-Rutte. Als we zo doorgaan, zal die viering alleen maar treuriger worden. Geen organisatie moet zo lang in onzekerheid blijven.

Het hoofddoel moet dus zijn om de NVWA weer op orde te brengen: een sterke, slimme en gezagvolle organisatie waar het prettig werken is. De NVWA zelf zal ook moeten werken aan de cultuur binnen de organisatie. Ik heb daarvoor een aantal randvoorwaarden: het terugbrengen van de rust, het matchen van middelen en ambities, voldoende capaciteit en het verbeteren van het risicogericht toezicht.

Rust betekent allereerst: een helder eindbeeld. Een van de elementen is gelijk al keuringen en toezicht binnen de NVWA zo veel mogelijk scheiden. Voor 2018 moet het mogelijk helemaal zelfstandig zijn: een NVWA-toezicht en een publiekrechtelijke keuringsorganisatie. Eigenlijk betekent dat een terugkeer naar de situatie van voor de fusie. Mijn eerste vraag aan de bewindslieden luidt dan ook: is de fusie van de NVWA dan niet gewoon mislukt? Kan ik van beide bewindslieden een appreciatie daarover krijgen?

We moeten nu wel echt weten dat de nieuwe lijn klopt, dat deze nieuwe richting wel iets oplevert. Is de Staatssecretaris bereid om onafhankelijk extern advies te vragen over zijn nieuwe lijn, bijvoorbeeld bij de Raad voor het openbaar bestuur?

Mijn volgende punt betreft de plantaardige keuringsdiensten. Deze keuringsdiensten lopen nu goed. Ze werken goedkoop en in goede samenwerking met de bedrijven en weten op basis van vrijwilligheid hoge kwaliteitsnormen boven de Europese standaarden neer te zetten. Dat behouden is dus erg belangrijk. Niet het kind met het badwater weggooien! De brief van de Staatssecretaris laat wel enige ruimte over om toch te gaan integreren. Niet doen! Nu zeker niet, maar straks ook niet! Je moet eerst orde op zaken stellen en de rust terug laten keren. De motie van de collega's Geurts en Schouw vroeg daar ook om.

Bij zo'n organisatie hoort ook openheid en transparantie. Rust komt als de organisatie niet voortdurend in het defensief zit. Te vaak is dat wel het geval, deels ook door de cultuur binnen de NVWA. Dat is ook aan de NVWA zelf te wijten en daar moet zij ook zelf aan werken. De communicatie is beperkt, terwijl consumenten juist bij onrust en voedselschandalen sneller duidelijke informatie willen hebben. Het primaire doel van de NVWA is het beschermen van klant, consument, plant en dier. Daar hoort ook openbaarheid bij. Het is van de zotte dat organisaties eerst rechtszaken moeten aanspannen voordat zij duidelijkheid krijgen. Voorkom dus procedures. Dat bespaart geld en mankracht en het brengt vertrouwen terug. Mijn motie om de juridisering met 50% terug te brengen, lijkt mij een heel mooi middel om dat voor elkaar te krijgen, maar het gaat vooral om het herstellen van het vertrouwen. Dat kan alleen als de NVWA zelf ook transparantie en snelle communicatie bewerkstelligt. Als bedrijven het niet goed doen en daardoor schandalen ontstaan, moet de NVWA dat openbaar maken.

Ik kom bij het risicogericht toezicht. Keer op keer volgt het toezicht pas na het schandaal, in plaats van het schandaal te voorkomen. Waarom eigenlijk? Dit is moeilijk aan de bevolking uit te leggen. Wat gaat er concreet veranderen om risicogericht toezicht voor elkaar te krijgen? De Staatssecretaris kan wel zeggen dat de samenleving om voorspelbaar toezicht met heldere kaders en waar nodig een stevige aanpak vraagt, maar dan moet hij ook concreet aangeven hoe dat gaat gebeuren. In plaats van de NVWA ontdekte Foodwatch dat er frisdrank met verboden emulgator in de supermarkten ligt. In plaats van de NVWA ontdekte Omroep Gelderland dat oude vis met waterstofperoxide wordt opgelapt, waarna de NVWA heeft gemeld dat het toezicht pas in 2016 start. Zembla maakte melding van de grote omvang van illegale puppyhandel en maffiapraktijken van illegale handelaren, maar de NVWA gaf in eerste instantie aan dat zij dit niet zou prioriteren. Pas na maatschappelijke ophef besloot zij opeens om dat wel te gaan doen. Dan klopt er toch iets niet? Dan dien je concreet te bekijken hoe je kunt zorgen voor voorspelbaarheid, toezicht, heldere kaders en waar nodig een stevige aanpak.

Ik kom nu op de middelen en de ambities. Dat onderwerp werd tot nu toe op het bordje van de Kamer geschoven. Bij vragen over gebrekkige handhaving was het standaardantwoord: als u goede controles wilt, zegt u dan maar waar het geld vandaan moet komen! Dat hebben wij bij de AIVD trouwens mooi gedaan en wij proberen dat nu als oppositie ook weer te doen, maar vooralsnog is dat niet gelukt. Met de nieuwe Staatssecretaris lijkt hierin verandering te zijn gekomen. Op 30 november schrijft hij: «Voor de jaren 2016 en verder constateer ik dat er nog geen sprake is van een balans tussen ambities en budget.» Ik wil heel graag dat de Algemene Rekenkamer een vervolgrapport maakt om te zien of de financiële functie goed is en of de plannen die er nu aankomen, ook zullen gaan werken.

ICT-zaken spelen ook een rol bij de NVWA. Dat kost 36 miljoen euro. Ik lees dat 1,8 miljoen aan voorbereidende externe inhuur is uitgegeven en niet aan hard- en software. Daar schrik ik toch wel van. Ik maak mij daarover echt zorgen. Grote ICT-projecten bij de overheid gaan vaak mis. Een toets door het Bureau ICT-toetsing (BIT) zou hierin wellicht helderheid kunnen scheppen. Kan de Staatssecretaris die toezeggen? Ik wil een proactieve Staatssecretaris, geen reactieve. Het is beter om snel te bekijken of het goed gaat in plaats van over een paar jaar te ontdekken dat het niet zo'n geweldig resultaat heeft opgeleverd.

Tot slot. Hoe gaat de Staatssecretaris de capaciteit regelen? Ik lees dat gespecialiseerde kennis die essentieel is voor het toezicht van de NVWA, dreigt te verdwijnen wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd door NVWA'ers. Er is gedoe over payrollers en uitzendkrachten. Mijn collega Steven van Weyenberg heeft daar gisteren ook weer een motie over ingediend. Ik wil daar ook helderheid over hebben.

De heer Graus (PVV): Voorzitter. Ik zou eigenlijk kunnen beginnen met een stuk van mijn spreektekst uit 2013. Daarin verwijs ik naar mijn acties uit 2008. Toen al is een motie voor onaangekondigde controles aangenomen. Die is gesteund door de Kamer. Waarom wordt daar nog steeds niks mee gedaan? Intussen zijn er nogal wat Staatssecretarissen en Ministers geweest. Ik begrijp niet waarom daar niets mee gedaan wordt. Het bespaart de Partij voor de Dieren dadelijk weer het indienen van een plagiaatmotie, in het kader van de administratievelastenvermindering. Ik heb de regering in die motie verzocht om zowel kwalitatieve als kwantitatieve opbouw van het aantal controles, geïntensiveerde opsporing en vervolging, betere samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven en het inzetten van meer onaangekondigde controles door meerdere handhavers en controleurs van de AID (Algemene Inspectiedienst) en de Voedsel- en Warenautoriteit – inmiddels zijn die twee opgegaan in de NVWA – bij slachterijen om het waarschuwingssysteem voor te zijn en de kans op intimidatie en/of bedreiging van controleurs en handhavers te verkleinen. Daar is totaal niks mee gedaan. Ik kan dat echt niet begrijpen. Ik heb toen in mijn tekst letterlijk gezegd: moeten er eerst doden vallen voordat iemand mijn moties gaat steunen? Er zijn namelijk heel veel moties niet aangenomen. Ik kan dat niet begrijpen. Blijkbaar was ik wel op de hoogte van wat er morgen allemaal speelde. Misschien komt dat doordat ik al tientallen jaren goede contacten met de AID onderhield. Misschien komt het doordat mijn moeder een functie op een opleidingsinstituut van de AID heeft gehad en heb ik daardoor meerdere contacten met mensen in het veld. Maar neem dat dan ook eens aan, zou ik tegen mijn collega-Kamerleden en tegen de regering willen zeggen! Sommigen weten nu eenmaal meer van bepaalde dossiers dan anderen! Gun die mensen dan ook een keer hun gelijk en laat niet eerst doden en duizenden zieken vallen! Dat wilde ik gezegd hebben, maar ik zal erover ophouden.

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit heeft flink onder vuur gelegen. Er is een plan van aanpak gekomen waarmee ik het niet op alle punten eens ben. Wij zijn bijvoorbeeld tegen het besluit om de kwaliteitskeuring dierlijke sector onder te brengen in een zelfstandig bestuursorgaan. Laat dat heel duidelijk zijn. Wij zijn ook tegen het maken van een onderscheid tussen keuring en toezicht. Wij willen dat dit allemaal in overheidshanden blijft, bij de NVWA, en niet bij zbo's terechtkomt.

Wel heb ik heel veel vertrouwen in inspecteur-generaal Harry Paul. Dat is gelukkig door meerderen uitgesproken. Dit is wel een man die betrokken is, ook bij kleine zaken. Hij gaat ook in op kleine zaakjes die door veel mensen misschien als onbelangrijk worden gezien, maar waarbij wel heel veel menselijk en dierlijk leed betrokken is. In de negen jaar tijd die ik in de Kamer zit, heb ik nog nooit meegemaakt dat iemand op zo'n functie dat deed. Daarvoor wil ik hem dus prijzen, want soms ben ik een azijnpisser, maar als het gepast is om een compliment te geven moet je dat ook kunnen doen. Maar wat doen wij nu? Wij geven die man een pony en zeggen: ga de wedstrijd maar winnen van al die hufters die op racepaarden rijden! Je moet zo'n man ook een racepaard geven en geen pony. Vandaar ook dat ik het amendement van de collega's Dijkgraaf en Geurts om miljoenen extra te krijgen, mede heb ondertekend. Daar vraag ik namelijk ook al naar vanaf 2008.

Mevrouw Koşer Kaya (D66): Ik vind de nuance van de heer Graus geweldig! Hij is een enorme pleitbezorger van nuance. Misschien kan hij zijn fractieleider ook eens meegeven dat nuance soms helpt.

Maar ik heb ook een vraag. Als ik de heer Graus zo hoor opkomen voor de NVWA, vraag ik mij af of hij ook ziet dat daar inmiddels een bepaalde cultuur is ontstaan waaraan ook aandacht zou moeten worden besteed, juist om die medewerkers op een wat hoger niveau te krijgen en te waarderen voor wat zij aan het doen zijn. Is hij dat met mij eens?

De heer Graus (PVV): Ik ben blij dat mevrouw Koşer Kaya dit vraagt, want het is voor mij extra spreektijd. Overigens heb ik haar daar niet om gevraagd, hoor!

Als er sinds 2006 iemand op de NVWA en de voormalige AID geschoten heeft, ben ik het wel. Ik heb dus juist altijd kritiek geuit op de NVWA en de toenmalige AID. In het ene na het andere debat haalde ik het aan en altijd sprak ik over het soort dingen dat mevrouw Koşer Kaya nu aanhaalt. Ik heb ook gevraagd waar de kwalitatief hoogwaardige mensen gebleven zijn. Er zijn namelijk een hoop mensen wegbezuinigd. Heel veel voormalige AID'ers met kennis en kunde zijn weggegaan. Ik heb ook gevraagd om beter te selecteren in het aannameproces. Bij het leger en de politie is een strengere controle om binnen te komen dan bij bijvoorbeeld de NVWA. Je moet ook mensen aan het front hebben die goed functioneren en wel goed omgaan met het menselijk en dierlijk leed dat er plaatsvindt! Je moet niet van die robots of van die mensen met de souplesse van een zeecontainer aan het front zetten. Daar moet op ingezet worden. Dat ben ik helemaal met mevrouw Koşer Kaya eens. Ik ben het met alles wat zij gezegd heeft eens, maar na al die jaren dat ik daarop heb gescholden, mag ik ook weleens complimenten maken als ik vind dat iets goed gaat. Ik kom dadelijk natuurlijk ook nog met een paar punten waar ik minder blij mee ben.

De voorzitter: Mevrouw Koşer Kaya, geen vervolgvraag meer? Dan vervolgt de heer Graus zijn betoog.

De heer Graus (PVV): Ik steun vandaag dus ook het amendement van professor Dijkgraaf en het lid Geurts voor die extra miljoenen, zodat inspecteur-generaal Paul een racepaard in plaats van een pony krijgt.

Momenteel zijn 217 visverwerkende bedrijven ingedeeld in de categorie oranje. Om deze bedrijven regelmatig te controleren, moet er meer capaciteit komen in de vorm van controleurs, los van alle controle op dierenleed en slachterijen bij veetransporten, waar totaal geen tijd meer voor is. Vandaar dat wij ook hebben aangedrongen op het inzetten van de dierenpolitie voor controle op dierenleed, transporten en slachterijen. Wij willen de NVWA alleen inzetten voor het keuren van voedselveiligheid en dergelijke. Nogmaals, dat is door iedereen, op de Partij voor de Dieren na, om zeep geholpen. Mensen hebben dus vaak ook geen recht van spreken, want de NVWA is mede in de knel gekomen doordat de agenten van de dierenpolitie parttimers zijn geworden. Dat is gewoon een feit. Dit is de praktijk, maar niemand neemt de moeite om ooit een keer mee te gaan naar het front. Nu er geen fulltimedierenpolitie meer is, wordt de NVWA nog sneller en zwaarder belast. De PVV wil dat er sneller een rode kaart wordt uitgedeeld aan recidivisten. Ik heb daar meerdere malen om gevraagd. De firma Foppen had naar mijn mening allang gesloten moeten worden, veel sneller. Ook de boetes moeten omhoog. De hoogste boete wordt in Nederland nooit opgelegd. Vandaar ook dat wij voor minimumboetes en -straffen zijn. De hoogste boete van € 810.000 of 10% van de omzet wordt nooit opgelegd. De overtreding is het riskeren van een boete dus meer dan waard, want er gaan miljoenen in om. Wat maakt het ze uit als ze een paar ton boete moeten betalen? Je moet ze in de gevangenis gooien, als er doden zijn gevallen wat mij betreft op water en brood. Je moet naming-and-shaming toepassen. Kijk eens hoe het in Amerika gaat! Daar krijgt zelfs een kantoormedewerker een jarenlange gevangenisstraf bij voedselschandalen. De hoofddaders krijgen 24 tot 30 jaar gevangenis en een kantoormedewerker krijgt ook nog eens 5 jaar aan zijn broek. Ze lachen ons hier uit!

Mevrouw Lodders (VVD): Als een bedrijf willens en wetens of per ongeluk de wet overtreedt, moet het keihard worden aangepakt, want de volksgezondheid mag niet in het geding komen. Maar is de heer Graus het wel met de VVD eens dat een bedrijf dat al zijn misstappen, fouten en dergelijke hersteld heeft, ook gewoon weer verder moet kunnen produceren? Of is het: eens fout, altijd fout en de deuren gaan op slot?

De heer Graus (PVV): Nee, daarom sprak ik ook over recidivisten. Soms vindt een overtreding niet willens en wetens plaats. Ik heb vorige week nog een motie van professor Dijkgraaf gesteund die daarover ging. Je moet dus altijd oppassen. Bovendien kan het komen door een persoon in het bedrijf die iets doet. Daarvoor mag je niet de directie en het hele bedrijf straffen. Vandaar dat ik het had over bedrijven die recidiveren. Daarvan was bij Foppen tussen 2008 en 2014 wel degelijk plaats. Je moet zo'n bedrijf op een gegeven moment wel sluiten. Zoals ik al aangaf, zijn er 217 visverwerkende bedrijven met code oranje. Ik wist niet eens dat we zo veel visverwerkende bedrijven hadden, maar dit kan toch niet in Nederland? Waar zijn we dan mee bezig? Dit komt doordat andere bedrijven zeggen: Foppen doet het nog veel slechter dan wij, maar krijgt niet eens een rode kaart, dus wij kunnen ook nog wel even doorgaan. Je geeft mensen zo de kans om te overtreden, omdat ze niet worden aangepakt. In Amerika zou dat nooit gebeuren. Je zou zien dat die 217 bedrijven in een mum van tijd code groen zouden hebben, want ze zouden schrik krijgen, maar hier hebben de mensen geen schrik voor de NVWA, de regering of de rechtspraak. We zijn softies. Dat is nou eenmaal zo.

Mevrouw Lodders (VVD): Volgens mij heeft mevrouw Dikkers al gevraagd hoe het staat met de bijstelling van de kleuren. Ik ga ervan uit dat de Minister daarop zal reageren. De heer Graus haalt telkenmale een individueel bedrijf aan. Dat deed hij vorige week tijdens de begrotingsbehandeling en hij doet het nu weer. Wij moeten wel oppassen dat wij mensen niet willens en wetens aan de schandpaal blijven nagelen. Wat tot en met 2014 is gebeurd, is schandalig. Daarvoor moet het bedrijf worden aangepakt en bestraft, maar als de zaken op orde zijn, moeten wij dat hoofdstuk ook durven sluiten.

De heer Graus (PVV): Ik deel het uitgangspunt met u. U zult me er sowieso zelden op betrappen dat ik een naam noem, maar nu staan de kranten er vol mee. Er zijn doden gevallen! Dat vind ik wat anders. Dan begint naming-and-shaming. Je kunt dat niet maken, vooral niet omdat er jarenlang overtredingen zijn geconstateerd. De feiten liggen er, laten wij wel wezen. Daar kunnen wij niet omheen. Ik kan daar als Kamerlid niet voor weglopen. Dan zou ik geen knip voor de neus waard zijn. Ik vind dat het bedrijf gesloten worden, maar nu het doorgaat, ga ik Foppen binnenkort wel samen met uw collega Ziengs bezoeken. Ik ga er zelf kijken. Maar als ik Minister was geweest, was het bedrijf gesloten. Dat zeg ik heel eerlijk. Je mag toch geen doden en tienduizenden zieken laten vallen? Na jarenlange herhalingen en boetes is het op een gegeven moment exit, einde oefening, opzouten. Ik heb het trouwens even nagekeken en de VVD-term voor «opzouten» is «met gezwinde spoed de autoriteit verlaten», zou je kunnen zeggen. En een «hufter» is «iemand die zich bij herhaling niet conformeert aan de geldende sociale regels en omgangsvormen». Misschien begrijpt u zo beter wat ik bedoel.

Voorzitter. Ik heb nog een paar vragen over het bedrijf Foppen, omdat er mensen zijn die het niet meer na kunnen vertellen. Bovendien moeten we dit doen tegenover de nabestaanden. Dit mag niet meer gebeuren. Als de Kamer beter had opgelet, had dit voorkomen kunnen worden. Ik heb hier in 2008 namelijk letterlijk voor gewaarschuwd. De Kamer moet ook haar verantwoordelijkheid nemen, niet alleen de regering en de AID of de NVWA. In 2012 is de visverwerker in het nieuws gekomen doordat salmonellabesmetting in gerookte zalm aan ten minste vier consumenten het leven had gekost. Ook werden er 23.000 zieken gemeld. Ik neem aan dat dit waar is, want dat zijn de feiten die worden genoemd. Vandaar dat ik ze aanhaalde. Toch werd Foppen gezien als een normaal functionerend bedrijf, voordat de salmonellabesmetting uitbrak. Hoe kan dat? Wat verstaat de Minister onder een normaal functionerend bedrijf, zoals zij het noemt? Hoeveel van deze normaal functionerende bedrijven zijn er verder nog? Hoeveel leed is er al ontstaan waarvan wij misschien niet eens weten? De Onderzoeksraad Voor Veiligheid heeft verklaard dat Foppen een van de beter functionerende bedrijven was. Hoe staat het dan met de minder goede bedrijven, als dit al een van de betere bedrijven is? Hier zijn doden gevallen. Hoe staat het dan met de minder goede bedrijven?

Ik verwijs nogmaals naar de rapporten van 2008 tot 2014. In die periode zijn er stelselmatig regels overtreden. In 2008 en 2009 is Foppen ... Dit gaat over het gebruik van Mucusol, maar hoelang heb ik eigenlijk nog, voorzitter?

De voorzitter: U hebt nog één minuut en vijftien seconden.

De heer Graus (PVV): Dan laat ik het hier even bij wat Mucusol, natriumnitriet en de listeriabacterie betreft, want daarop zijn mevrouw Dikkers, de heer Van Gerven en anderen ook al uitvoerig ingegaan. Ik sluit mij aan bij de vragen die andere partijen daarover gesteld hebben. Ik begrijp niet dat dit zo lang door mocht gaan. Ik krijg straks graag een reactie van de Minister.

In 2009, 2012 en 2014 heeft de inspectie geconstateerd dat Foppen de EG-nummers van verschillende locaties verwisselde. Dat kan sowieso niet, ook omdat uit het rapport blijkt dat de slager, in dit geval de visverwerker, zijn eigen vlees, in dit geval vis, keurde. Dat kan ook niet. Daar moeten wij dus vanaf. Vandaar ook de eerste zinnen die ik hier heb uitgesproken. Gaat de Minister het rapport van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid opnieuw onder de loep nemen? Dit wordt mede geadviseerd door de voormalige voorzitter, de heer P. van V. Dat is niet de eerste de beste!

Ik heb nog een laatste vraag. Inmiddels heeft de NVWA een soort onbezoldigde afdeling in de vorm Omroep Gelderland. Nou ja, het wordt wel bezoldigd met publiek geld, maar niet direct. Omroep Gelderland blijkt een complete NVWA-afdeling te zijn geworden en heeft heel goed werk verricht, maar moet wel telkens ruim vijf maanden wachten totdat nieuwe stukken openbaar worden gemaakt door de zogenoemde WOB-procedures. Dat kan niet, want ik meen dat de officiële termijn vier weken is. Wat kan hieraan worden gedaan? Nu lijkt het net of het onderzoek moedwillig gefrustreerd wordt. Dat vind ik niet zo netjes.

De voorzitter: Dat was ’m?

De heer Graus (PVV): Ja. Ik wilde tegen u trouwens ook nog wat zeggen. Ik word heel vaak aangesproken op mijn taalgebruik, terwijl ik van mensen na een debat vaak complimenten krijg voor mijn duidelijke taal. Ik heb dat Kees Verhoeven van D66 laatst laten zien. Iedereen kan mij heel duidelijk volgen. Om het woord «hufter» werd ik in 2006 nog aangepakt, maar in 2008 werd het ook gebruikt door onze oud-premier, J.P.B. te C. aan den IJ. Dat is toch niet bepaald een PVV-tokkie! Hij gebruikte ook de term «hufterig gedrag» en dat soort termen.

De voorzitter: Uw signaal is helder, mijnheer Graus!

De vergadering wordt van 11.34 uur tot 11.50 uur geschorst.

De voorzitter: Eerst gaat de Staatssecretaris van Economische Zaken antwoorden, daarna de Minister van VWS. De Staatssecretaris van EZ heeft vier blokjes: algemeen, keuren & toezicht, financiën en specifieke vragen. De Minister van VWS heeft vijf blokjes: algemeen, vis, etiket, fraude en voedselveiligheid. Gezien het grote aantal vragen dat in eerste termijn gesteld is, ongeveer 85, en gezien het tijdstip waarop wij klaar zouden moeten zijn, 14.00 uur, lijkt het mij verstandig om de interrupties te beperken tot een aantal interrupties na elk blokje. Dan inventariseer ik wie een vraag zou willen stellen en proberen wij het in toom te houden.

Staatssecretaris Van Dam: Voorzitter. Ik begin door terug te verwijzen naar het debat dat wij vorige week tijdens de begrotingsbehandeling hadden. Ik zei toen dat «eerlijker» in het komende jaar een van mijn ambities zal zijn. Wij hebben toen gesproken over een eerlijkere prijs, zeker ook voor de boer, en over transparantie in de keten. Het gaat natuurlijk ook om eerlijk zakendoen, zodat de goeden niet onder de kwaden lijden. De NVWA speelt een belangrijke rol in het erop toezien dat de keten eerlijk functioneert, dat er eerlijk zakengedaan wordt en dat ons voedsel veilig is en veilig wordt geproduceerd. Het toezicht van de NVWA is van groot belang voor het borgen van een aantal publieke belangen: de volksgezondheid, de voedselveiligheid, de dier- en plantgezondheid en de exportpositie van de agrarische sector. Dat is ook belangrijk voor het vertrouwen van burgers en bedrijfsleven in veilig voedsel en veilige producten. Ik dank de leden die hierover positieve dingen hebben gezegd en die complimenten hebben gegeven aan de medewerkers van de NVWA. Zij doen namelijk elke dag ongelofelijk belangrijk werk. Weet dat de complimenten gehoord worden, overigens evenals alle kritische opmerkingen. Gegeven alle grote veranderingen bij de NVWA vinden mensen het prettig dat vanuit deze Kamer ook waarderende woorden worden gesproken.

Om het toezicht van de NVWA te versterken, is een aantal maatregelen genomen. Twee jaar geleden heeft het kabinet na twee forse bezuinigingsoperaties, met een aantal fusies achter de rug, aangegeven dat het nodig was om het toezicht van de NVWA te versterken. Daarvoor is een verbeterplan met een looptijd van in elk geval vier jaar geïntroduceerd. We zitten nu ongeveer op de helft van die termijn. Het kabinet heeft hierin financieel geïnvesteerd en heeft ook een bijdrage van het bedrijfsleven en van de NVWA zelf gevraagd. Het is een grote ingrijpende verandering die moet leiden tot sterker toezicht, meer procesgestuurd, meer kennisgebaseerd, meer risicogericht, beter georganiseerd, beter ondersteund met modernere ICT en zuiverder georganiseerd door keuren en toezicht te ontvlechten. Dat stond destijds allemaal in het plan van aanpak dat de Kamer heeft gehad en dat hier ook is besproken. Zoals een aantal leden al zeiden, zijn er hier de afgelopen anderhalf jaar geen nieuwe besprekingen meer geweest. Wij kijken in dit AO dus ook een beetje terug. Wij kijken waar wij nu staan.

Zo'n grote en ingrijpende verandering kent ook risico's. Het is belangrijk om dat te markeren. Als je een organisatie zodanig kantelt en anders gaat organiseren, waarbij alle onderliggende systemen vervangen worden en voor nieuwe ICT gekozen wordt, horen daar risico's bij. Dat is ook gemeld in de voortgangsrapportages, in de derde voortgangsrapportage zeer expliciet. Dat is inherent aan zo'n proces. Niet alles kan in zo'n proces nu eenmaal lopen zoals je van tevoren had bedacht of aangenomen. Mijn houding daarbij is dat je zo'n verandering tijdig in beeld moet krijgen en dat je daarover transparant moet zijn. Daarom heb ik de Kamer vrij snel een brief gestuurd waarin het ging over de financiën en over de tegenvallers in het proces waar wij tegen aanliepen. Wij proberen dit bij te sturen, maar zoeken ook naar alternatieve besparingen. Ik heb namelijk wel te opereren binnen het budgettaire kader dat de Kamer met de begroting heeft vastgesteld. Om die reden heb ik aangegeven dat ik de efficiency wil doorlichten; daarop kom ik nog uitvoeriger terug. De Auditdienst Rijk (ADR) kijkt overigens steeds met ons mee, zoals ook te zien is aan het eind van de voortgangsrapportages. Deze geeft aan dat het proces op koers ligt. Er is altijd kritiek op grote organisaties en zeker ook op grote organisatieveranderingen, maar dit grote veranderproces ligt dus wel op koers. De ADR zegt ook dat het onder controle is. Dat is cruciaal.

De NVWA is nu in een belangrijke fase terechtgekomen. Daarin wordt meer risicogericht werken geïntroduceerd. De Kamer heeft bijvoorbeeld de eerste risicoanalyse van de roodvleesketen kunnen zien; er volgen er nog meer. Er vindt een kanteling naar een meer procesgestuurde organisatie plaats. Ook worden in deze fase de nieuwe ICT-systemen geïmplementeerd en worden keuren en toezicht ontvlochten. Dat is een belangrijke ambitie. Ik verwijs bijvoorbeeld naar het rapport van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid, die geconstateerd heeft dat het hele stelsel van keuren en toezicht uitermate kwetsbaar is doordat beide zaken binnen de inspectie verweven zijn en doordat private organisaties hierin een te grote rol hebben. De borging van de voedselveiligheid en volksgezondheid moet niet voor discussie vatbaar zijn. Daarom heeft het kabinet besloten om die taken terug te brengen naar het publieke domein. Wij beginnen waar de risico's het grootst zijn, namelijk in het veterinaire domein. Aanleiding voor het onderzoek was de omvang en maatschappelijke en economische impact van een aantal incidenten in die sector. Ik zal daarover direct nog wat meer zeggen omdat dit een belangrijke wijziging is, waarover een aantal leden vragen gesteld hebben. Sommigen zeiden dat wij er vooral mee door moeten gaan, terwijl anderen liever nog even zouden wachten. Ik ga daar dus zo op in. De Kamer heeft ook het nieuwe toezichtkader gekregen, dat de NVWA helpt om slagvaardiger en krachtdadiger op te treden. Dat moet allemaal bijdragen aan de ambitie van eerlijk en veilig, die ik eerder formuleerde.

Dat is ook een van de redenen waarom de hoogte van de bestuurlijke boetes wordt aangepast. De heer Graus sprak daar ook over. Frauderen met ons voedsel is niet acceptabel. De winsten die met overtredingen te behalen zijn, zijn soms vele malen hoger dan de boetes die ervoor staan. De boetes moeten afschrikwekkend zijn. Mijn voorgangster had al aangekondigd dat de boetes omhoog zouden gaan. Het besluit om de boetes op te trekken naar een maximum van 10% van de omzet, dus om het boeteplafond dat in de regelgeving zat eruit te halen, ligt nu bij de Raad van State en kan deze zomer van kracht zijn.

Ik kom nu bij een aantal onderwerpen en begin met keuren en toezicht. Zoals ik al zei, heeft de Onderzoeksraad Voor Veiligheid ook aangegeven dat de verwevenheid van keuren en toezicht kwetsbaar is, omdat publieke taken zoals de controle op volksgezondheid en voedselveiligheid nu door private partijen worden uitgevoerd, al dan niet in vermenging met commerciële activiteiten. De volksgezondheid en de voedselveiligheid mogen niet voor discussie vatbaar zijn. De primaire verantwoordelijkheid voor veterinaire en fytosanitaire keuring en toezicht wordt in de Europese regelgeving dan ook niet voor niets in het publieke domein belegd. De Europese regelgeving biedt beperkt ruimte om taken aan niet-publieke organisaties te delegeren, maar het kabinet heeft ook geconstateerd dat die mogelijkheid ook in Europees verband steeds meer onder druk komt te staan en dat het beleggen van taken bij private organisaties in toenemende mate vragen oproept bij derde landen, waaronder eerder al Rusland. Daarmee maakt de eerdergenoemde verwevenheid ook de exportpositie van onze agrarische sector kwetsbaar. Wij hebben er daarom voor gekozen om de publieke taken terug te brengen in het publieke domein. Dat sluit ook aan bij het rapport van Johan de Leeuw over zbo's en het opheffen van de product- en bedrijfschappen.

De voorzitter: Ik zie dat u een vraag wilt stellen, mevrouw Koşer Kaya, maar we maken eerst even dit blokje af.

Staatssecretaris Van Dam: Ik zei al dat het voor de hand ligt om als eerste stap keuren en toezicht in het veterinaire domein te brengen. Ik zal straks nog iets meer zeggen over de vragen die gesteld zijn over het plantaardige domein, het fytosanitaire domein. Eerst willen wij dus de keuringstaken in het veterinaire domein in een publiekrechtelijke keuringsorganisatie onderbrengen. Tegelijkertijd willen wij parallel daaraan binnen de NVWA de taken keuren en toezicht uit elkaar halen, zodat ze niet langer met elkaar verweven zijn. Soms leidt dat namelijk tot ongemakkelijke situaties op de werkvloer, waarbij iemand keuringen uitvoert die ook een commerciële betekenis hebben en die het bedrijf moeten helpen aan een exportcertificaat, terwijl diegene tevens de toezichthouder is die een bedrijf kan beboeten als het regels overschrijdt. Dat zijn buitengewoon ongemakkelijke situaties. Dit is een reden om die taken uit elkaar te halen. Na de evaluatie van deze stap in 2018 kunnen de volgende stappen worden gezet. Daarbij wordt ook naar het COKZ (Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel) en de bedrijfskeurders in de pluimveeslachterijen gekeken. Over de uitwerking van het model om de keuringstaken in het fytosanitaire domein in het publieke domein te brengen krijgt de Kamer in de eerste helft van 2016 informatie. Een aantal leden heeft mij gevraagd om daar nog even mee te wachten. Ik heb uiteraard ook kennisgenomen van de motie waaraan de heer Dijkgraaf refereerde en waarover mevrouw Koşer Kaya ook begon, de motie-Geurts/Schouw, die ons verzocht om de publieke belangen van de betreffende keuringsdiensten in het plantaardige domein te borgen in de governancestructuur en de huidige uitvoeringsstructuur in stand te laten. Mede naar aanleiding van die motie, maar ook gezien een aantal andere zaken en de discussie over een nieuwe controleverordening die in Europa speelt, die wij hier ook bij willen betrekken, moeten wij een afweging maken hoe wij hiermee verdergaan. Ik informeer de Kamer daarover in de eerste helft van 2016. Wij moeten deze dingen wel allemaal naast elkaar zetten, want de discussie over controlevorming gaat intussen ook door. Zoals ik al zei, bestaat in Europa juist steeds meer de neiging om dit soort taken in het publieke domein te beleggen. Ook daarmee dienen wij rekening te houden.

Wat gaat de instelling van ZBO Dier kosten? Zo vat ik de vraag van mevrouw Lodders en een aantal andere leden samen. In de brief die de Kamer op 16 oktober heeft gehad, is de oprichting van dit zbo aangekondigd. De taken van de private KDS (Kwaliteitskeuring Dierlijke Sector) zullen daarin ook worden ondergebracht. Het publiekrechtelijke zbo wordt bij wet opgericht en zal op zijn vroegst in 2017 van start gaan. Welke kosten daarvoor precies worden gemaakt, kan op dit moment nog niet worden gezegd. Dat zal afhangen van de keuzes die tijdens de implementatiefase worden gemaakt, bijvoorbeeld op het terrein van arbeidsvoorwaarden en op het terrein van ICT-infrastructuur. In het voortraject is op basis van globale aannames ingeschat dat de ontwikkelstappen die in de brief van 16 oktober zijn gemeld, zullen leiden tot beperkte meerkosten, grotendeels samenhangend met voorbereidende werkzaamheden. De Kamer kan ervan op aan dat ik de kosten, mede gelet op de discussie waarop ik zo direct nog terugkom, zo laag mogelijk wil houden. De kosten van de transitie van KDS naar een zbo zijn voor rekening van de overheid. In het wetsvoorstel zbo dat de Kamer medio 2016 krijgt, zal ik ook in staat zijn om een gedetailleerder kostenbeeld te geven.

De heer Wassenberg had het beeld dat iemand uit de industrie zou zijn aangesteld bij het ZBO Dier, maar ik kan die opmerking niet plaatsen. Daarover is ons niks bekend. Het is dus ook niet zo.

Daarmee ben ik aan het eind van het blok over keuren en toezicht gekomen.

De voorzitter: Er zijn vragen van mevrouw Koşer Kaya, mevrouw Lodders, de heer Geurts, de heer Dijkgraaf en de heer Wassenberg. Wilt u allen de aanloop kort houden en de vraag duidelijk? Dan kunnen wij voor 14.00 uur klaar zijn met deze bijeenkomst.

Mevrouw Koşer Kaya (D66): Ik heb een vraag over de plantaardige keuringsdiensten. De Staatssecretaris verwijst zelf naar de aanstaande Europese controleverordening als argument om de motie-Geurts/Schouw niet uit te voeren, maar ik heb begrepen dat die van tafel is in het kader van het programma Better Regulation. Als dat zo is, kan de Staatssecretaris hier toch op een heel andere manier mee omgaan dan hij nu aangeeft?

Staatssecretaris Van Dam: Ik heb niet aangegeven dat ik de motie niet zal uitvoeren, maar dat ik de motie zal betrekken bij de afwegingen en dat wij daarbij ook kijken naar de controleverordening. Die controleverordening is niet van tafel. Het gesprek daarover loopt op dit moment.

Mevrouw Koşer Kaya (D66): Dit heeft ook te maken met de reorganisatie, die nu tot 2021 gaat lopen. Wij kunnen straks het twintigjarige jubileum van de reorganisatie vieren! Vindt de Staatssecretaris het verstandig dat wij in die reorganisaties blijven hangen en niet eerst rust in de tent brengen?

Staatssecretaris Van Dam: Ik zal daar zo nog uitgebreider op terugkomen. Het ontvlechten van keuren en toezicht was van begin af aan een van de ambities uit het plan van aanpak, juist om de toezichthoudende taak van de NVWA te verbeteren en versterken. Ik vind het zeer verstandig dat die ontvlechting plaatsvindt en dat moet ook. Wij gaan het veterinaire domein in het publieke domein trekken. Dat lijkt mij ook heel verstandig, mede gezien de conclusies van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid. Een volgende vraag is of je een en ander op een gegeven moment gaat samenbrengen. Die beslissing hebben we uitgesteld en nemen wij pas in 2018. In de eerste helft van volgend jaar beslissen wij hoe wij verdergaan met het fytosanitaire domein. Dat zal ik de Kamer dan meedelen. Daarna zal er hier ongetwijfeld weer discussie over zijn, gezien de eerder ingenomen posities. Zoals ik zei, zal ik de aangenomen motie bij de afwegingen betrekken, maar ik moet ook de controleverordening daarbij betrekken, omdat wij dan pas zien wat de druk vanuit Europa is om dit soort taken in het publieke domein te beleggen.

De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Koşer Kaya, ik beluister dat u hier later in uw termijn nog op terugkomt. Mocht u aanvullende vragen hebben, dan kunt u die op dat moment stellen.

Mevrouw Lodders (VVD): Overigens is het wel goed om met de sector in gesprek te gaan, zoals is toegezegd, zeg ik in aanvulling op het voorgaande.

Ik heb vragen gesteld over KDS. Ik hoor niet heel duidelijk welk probleem wij oplossen, maar de meest cruciale vraag is ook blijven liggen. Is de Staatssecretaris bereid om te reageren op de quickscan door PwC, waaruit blijkt dat de kosten kunnen oplopen van 10 miljoen tot 100 miljoen, wat een tariefstijging van minimaal 50% kan betekenen? Ook wordt bij het overdragen van KDS naar ZBO Dier voorbijgegaan aan de veranderingen in de governance die recent hebben plaatsgevonden. Kan de Staatssecretaris daar ook op ingaan?

Staatssecretaris Van Dam: Uit het rapport van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid wordt duidelijk wat het probleem is met KDS: de verwevenheid tussen de meer commerciële en meer publieke taken. Bovendien zijn de risico's in de hele vleesketen sowieso legio. Dat blijkt bijvoorbeeld ook uit de analyse van de roodvleesketen van het bureau van de NVWA. Een versterking van het toezicht is dus echt nodig. Daarnaast ontvlechten wij de toezichthoudende taken en de keurende taken om zuiverder toezicht te kunnen houden. Daardoor is voor bedrijven ook duidelijker of ze gecontroleerd worden, vanuit toezichtsoogpunt, of gekeurd worden, wat ook een commerciële functie heeft en ook kan leiden tot een exportcertificaat. Dat zijn allemaal argumenten om KDS in het publieke domein te brengen.

De kosten als je KDS in het publieke domein brengt, zijn op dit moment niet zo goed in te schatten, omdat het bijvoorbeeld ook gaat over de arbeidsvoorwaarden en de implementatie van ICT. Er zullen kosten mee gemoeid zijn, wat altijd het geval is bij zo'n overgang, maar mijn intentie is om die zo laag mogelijk te houden. Ik kan op dit moment niet zeggen of de inschatting van PwC in dezen realistisch is.

Mevrouw Lodders (VVD): Dat is nu juist het cruciale punt. De governance bij KDS is juist aangepast om de problemen die de onderzoeksraad genoemd heeft, te voorkomen. Vervolgens krijgen wij echter geen garantie dat de kosten binnen de perken blijven. De Staatssecretaris zegt dat er kosten zijn, maar dat hij niet weet hoe groot die zijn. Er worden getallen van 10 tot 100 miljoen genoemd. Dat is enorm! Ik mis een garantie. Ik vind dit echt een heroverweging waard, zeker gezien de hele situatie waarin de NVWA verkeert. Laten wij een pas op de plaats maken en eerst maar eens bekijken over welke kosten wij het hebben, voordat wij na gaan denken of dit nodig is. Dan kunnen wij namelijk ook de gewijzigde governance daarbij betrekken, als de commerciële activiteiten daar zijn weggehaald.

Staatssecretaris Van Dam: De transitiekosten, de incidentele kosten voor de overgang, neemt de overheid sowieso voor haar rekening. De meerkosten van dit zbo worden de komende maanden in beeld gebracht. Vervolgens wordt de Kamer daarover geïnformeerd, want zij moet uiteindelijk beslissen over het wetsvoorstel waarmee dat zbo wordt opgericht. De Kamer komt dus op tijd in de positie om hierover een oordeel te vellen. Het signaal dat mevrouw Lodders zeer kritisch zal zijn over het wetsvoorstel als de meerkosten te hoog oplopen, heb ik zeer goed gehoord.

De heer Geurts (CDA): Ik heb een aantal heel duidelijke vragen over de keuringsdiensten gesteld. Ik heb gezegd dat het blijkbaar van Brussel moet; dat heb ik net ook weer gehoord. Ik heb gevraagd naar de communicatie tussen het kabinet en Brussel, maar krijg geen antwoord van de Staatssecretaris. Ik heb gevraagd om een analyse van hoe dit voorstel zich gaat verhouden tot de EU-regelgeving met betrekking tot vleeskeuring, want de Europese verordening is er nog niet, maar het kabinet begint alvast voor te sorteren op iets waarin wij nog geen inzage hebben. Ik vraag de Staatssecretaris nogmaals om in te gaan op de punten die ik genoemd heb. Ik wil kunnen doorgronden wat er gebeurt en waarom het kabinet dit doet. Dat is mij uit de brieven niet helder genoeg geworden. Bovendien zit er bij KDS aan de top van de piramide iemand die door de overheid benoemd wordt. Hoezo geen publieke borging?

Staatssecretaris Van Dam: Ik heb een aantal keren gezegd waarom wij dat doen. De heer Geurts verwijst steeds naar Brussel, maar wij hebben bij KDS en de vleesketen ook een geheel eigen motivatie. Daarvoor verwijs ik naar het rapport van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid, maar ook naar de brief van de medewerkers van KDS en het FNV, die de Kamerleden hebben gekregen, waarin zij wijzen op een aantal problemen die zij in het dagelijks werk zelf ervaren. Die sluiten aan bij de signaleringen van de onderzoeksraad. Er zijn dus genoeg redenen om de keuring in de vleesketen naar het publieke domein te halen, om er beter op toe te zien dat die op een verantwoorde manier verloopt.

De andere vraag is wat er van Brussel moet. Dan heb je het vooral over de controleverordening. Dat is meer relevant voor de discussie over het fytosanitaire domein die wij met elkaar zullen hebben. De discussie in Europa gaat over de vraag hoe zwaar de eis is om fytosanitaire keuring in het publieke domein te organiseren. In de huidige regelgeving hebben wij ruimte om die keuring in het private domein te laten uitvoeren, mits er een zekere mate van publiek toezicht is. De discussie is momenteel gaande en het is nog niet duidelijk wat de uitkomst zal zijn.

Daarnaast breng ik de Kamer het signaal over dat er ook door derde landen in toenemende mate vragen gesteld worden. Ik gaf het voorbeeld van Rusland. Als er politieke spanningen zijn, neemt dat soort vragen natuurlijk ook toe. Het is dan wel moeilijk om dat gesprek te voeren. Je hebt een veel sterkere basis als je dat gesprek voert terwijl je dit allemaal in het publieke domein hebt georganiseerd. Overigens hoeft dit geen doorslaggevend argument te zijn om dit te doen. Ik stel voor dat wij de discussie over het plantaardige domein komend jaar met elkaar voeren als wij alles op tafel hebben, ook de controleverordening. Dan kunnen wij een goede afweging maken.

De heer Geurts (CDA): Ik krijg een beetje een déjà vu. Dit hadden wij gisteren ook in het overleg over de Landbouw- en Visserijraad. De Kamer wacht en wacht en is dan opeens te laat. «Sorry!» Dat gevoel krijg ik hier ook. Ik wil graag inzage in wat van Brussel wel en niet moet. Daarop krijg ik geen duidelijk antwoord. Daar zit ik mee. Ik wil wel graag een duidelijk antwoord. Dan heb ik het nog niet over de Russen, want die zullen op dit moment heel veel Turkse beestjes vinden. Dat vind ik dus geen argument. De Russen doen dit altijd, hebben dit altijd gedaan en zullen dit altijd blijven doen. Nogmaals, ik wil communicatie, ik wil een analyse. Wat is Nederland nu aan het doen en hoe verhoudt dat zich tot de EU-regelgeving met betrekking tot de vleeskeuring? Als de Staatssecretaris dat inzicht niet kan geven, vraag ik nu alvast een VAO aan. Dan proberen wij die zaken via een motie toch boven tafel te krijgen. Ik wil gewoon helder hebben waarom dit nu gebeurt. Het is mooi dat de Staatssecretaris plantaardig en dierlijk uit elkaar trekt. Ik heb hem over plantaardig gehoord, maar stel deze vraag ook over het dierlijke deel.

Staatssecretaris Van Dam: Hoe de huidige regelgeving is, kan de heer Geurts natuurlijk zelf opzoeken. Die staat namelijk gewoon vast. Het gaat nu over de nieuwe controlevorming. Daarover is de Kamer via het BNC-fiche geïnformeerd. Daarin kan zij ook zien wat de stand van zaken is en welke kant de discussie op gaat. De discussie bevindt zich nu in een afrondende fase. Daarom zei ik dat wij in de eerste helft van 2016 met elkaar verder kunnen praten over het plantaardige domein. Dan ligt namelijk de nieuwe controleverordening op tafel en is duidelijk wat op basis van de nieuwe EU-regelgeving moet.

De Kamer krijgt nog een wetsvoorstel over ZBO Dier. Dat komt ook op het moment dat de Kamer de nieuwe controleverordening heeft. Die kan de Kamer daar dus bij betrekken, maar ik heb keer op keer aangegeven dat ik het feit dat het van Brussel moet, hierbij niet het belangrijkste argument vind. Het belangrijkste argument om de veterinaire keuring in het publieke domein te halen ligt in de problemen die er zijn door de manier waarop het nu georganiseerd is.

De voorzitter: De heer Geurts wil inderdaad een VAO; dat heb ik genoteerd.

De heer Dijkgraaf (SGP): De vragen en antwoorden leiden mooi naar mijn interruptie. Ik heb ook een beetje een déjà vu, net als de heer Geurts. Daarom vraag ik de Staatssecretaris of hij bereid is om geen onomkeerbare stappen te nemen in de overheveling van KDS naar het publieke domein tot de behandeling van dat wetsvoorstel. Wij hebben te vaak meegemaakt dat wij bij de behandeling van het wetsvoorstel twee dingen konden doen, ja zeggen en ja zeggen, omdat de switch allang ingezet was. Dat vind ik geen faire behandeling van het parlementair-democratische principe dat hier zou moeten worden gehanteerd.

De voorzitter: Dank voor uw korte en bondige vraag. Daar ben ik als voorzitter zeer blij mee.

Staatssecretaris Van Dam: Ik zal ook kort en bondig antwoorden: ik kan dat zonder meer toezeggen. Er kunnen namelijk geen onomkeerbare stappen gezet worden zonder dat dat wetsvoorstel hier behandeld en aangenomen is.

De heer Dijkgraaf (SGP): De jure zal dat zo zijn, maar is dat ook de facto zo? Vaak wordt gezegd dat er wettelijk nog niets gebeurd is en dat de Kamer dus ook nee kan zeggen, terwijl er de facto dusdanige dingen in gang zijn gezet dat we wel in moeten stemmen. Ik hoop dat dit dus niet alleen de jure, maar ook de facto zo is.

Staatssecretaris Van Dam: Ik zal ervoor zorgen dat de Kamer echt een beslissing kan nemen en dat er niet alleen de jure, maar ook de facto geen onomkeerbare stappen worden gezet.

De heer Wassenberg (PvdD): Ik had een aantal vragen gesteld die niet beantwoord zijn. Misschien komen ze nog aan de orde bij fraude of voedselveiligheid, maar ik stel ze nu maar even, want ik zou het zonde vinden als ze dadelijk toch gemist werden. Ik begin met de belangrijkste vraag: kan de Staatssecretaris garanderen dat dierenwelzijn dadelijk binnen het takenpakket van de NVWA een centrale rol blijft spelen? Daarnaast heb ik gevraagd of de Staatssecretaris het met mij eens is dat onaangekondigde controles misschien een beter beeld geven dan aangekondigde controles en of hij bereid is om in te zetten op onaangekondigde controles. Ten derde heb ik gevraagd of de Staatssecretaris het met mij eens is dat er geen zichtkeuringen mogen worden uitgevoerd door personeel zonder opleiding. Kan de Staatssecretaris zo nodig maatregelen treffen en eventueel zelfs met klokkenluiders spreken als dat nodig is? Ten vierde heb ik gevraagd of de Staatssecretaris kan toezeggen dat er geen pilots met zelfregulering komen. Ten vijfde heb ik gevraagd naar het strafrechtelijk onderzoek naar Slachterij V. te Steenbergen.

Staatssecretaris Van Dam: Dit is nog maar het eerste blokje, hè. Ik weet dat de heer Wassenberg heel veel vragen heeft gesteld, maar ik heb ook nog heel veel antwoorden voor hem. Hij hoeft niet al zijn vragen te herhalen.

De heer Wassenberg (PvdD): Oké. Ik wist niet of deze onderwerpen dadelijk bij fraude of voedselveiligheid aan de orde komen, dus ik stel ze maar even.

De voorzitter: Laten wij dat niet doen. Laten wij even afwachten wat er in de blokjes zit voordat u al uw veertien vragen gaat stellen.

De heer Wassenberg (PvdD): Ik wilde ze niet allemaal stellen. Ik had er in totaal nog zeven, dus nu nog twee. Een van die vragen ging wel over controle en toezicht: hoe gaat de Staatssecretaris voorkomen dat er over lange afstanden met jonge dieren wordt gesleept, vooral naar derde landen?

Staatssecretaris Van Dam: Daar kom ik echt op terug.

De voorzitter: Gelukkig.

De heer Graus heeft nog een vraag over het eerste blokje.

De heer Graus (PVV): Een opmerking; desnoods wil ik daar een vraag voor opofferen. Ik heb de heer Wassenberg al uitgelegd dat er een motie voor onaangekondigde controles is aangenomen, maar hij vraagt er nu toch nog naar! De regering en de vorige Staatssecretaris hebben gezegd dat ze hieraan gaan werken. Het heeft geen zin om dit iedere keer weer te vragen, zodat je kunt twitteren dat je dit gevraagd hebt, want het is allang aangenomen. Dat schiet niet op! Het zijn allemaal administratieve lasten voor de bühne. Laten wij daar alsjeblieft mee stoppen.

De heer Wassenberg (PvdD): Mag ik daar nog op antwoorden, voorzitter?

De voorzitter: Zeker. U werd persoonlijk aangesproken.

De heer Wassenberg (PvdD): Het is toch niet heel raar dat ik de Staatssecretaris vraag hoe hij daarnaar kijkt en hoe het daarmee staat? Dat is namelijk wat ik hem wil vragen.

De voorzitter: Dank u wel.

Ik stel voor dat wij overgaan naar het blokje financiën.

Staatssecretaris Van Dam: Dat lijkt mij ook een goed idee. In de derde voortgangsrapportage over het plan van aanpak is al aangegeven dat de implementatie van het plan van aanpak complex, alomvattend en daarom ook inherent risicovol is. In het begin zijn in het kader van het plan van aanpak financiële aannames gedaan die tussentijds moeten worden bijgesteld, zoals toen ook is afgesproken. Bij deze najaarsnota is dat voor het eerst gebeurd. Er is bijna 20 miljoen euro toegevoegd aan de NVWA om het eigen vermogen te versterken. Ik zeg daarbij dat de helft daarvan budget betrof dat al beschikbaar was voor het plan van aanpak, maar dat nog niet was uitgegeven omdat de investeringen niet in het afgelopen jaar hebben plaatsgevonden, maar in dit jaar zullen plaatsvinden. Dit budget is alsnog naar de NVWA overgeboekt, zodat zij de beoogde investeringen kan doen.

In mijn brief van 30 november heb ik aangegeven dat een deel van de knelpunten die in 2015 hebben geleid tot een tekort, zich waarschijnlijk ook zullen voordoen in 2016 en verder. Er is echter ook sprake van een aantal andere niet eerder voorziene kosten. In het plan van aanpak voor de NVWA is afgesproken om inefficiënties in de interne bedrijfsvoering weg te nemen en daarmee kosten te besparen. Dat zat al in het plan van aanpak. Er zaten echter ook twee kostenbesparingen in die nog niet zijn gerealiseerd en waarvan op dit moment ook de vraag is of ze realiseerbaar zijn. Een van die kostenbesparingen is al genoemd, de besparing op arbeidsvoorwaarden. Zoiets vereist overeenstemming, bijvoorbeeld over reistijd en werktijd. De heer Geurts en mevrouw Lodders wezen op dat onderwerp. De meeste mensen in Nederland die van huis weggaan, hebben eerst reistijd voordat zij aan hun werktijd beginnen, maar hier bestaat de arbeidsvoorwaarde dat mensen meteen aan hun werktijd beginnen. Als je erin slaagt om die aan te passen, valt daarmee een besparing te realiseren, maar hierover is nog geen overeenstemming bereikt. Deze besparing stond voor volgend jaar in de boeken, maar is nog niet gerealiseerd. Een tweede mogelijke kostenbesparing was dat de beheerskosten op het gebied van ICT fors omlaag zouden kunnen omdat het hele ICT-landschap in het kader van dit verbeterplan wordt herzien. De beheerskosten lijken op dit moment echter niet zover omlaag te gaan als was beoogd.

Bij een operatie als deze zul je altijd tegenkomen dat niet alles loopt zoals beoogd, maar dat vereist wel dat je vervolgens maatregelen in gang zet. Daarom heb ik ervoor gekozen om hierop bij te sturen. Het budget is leidend en dus wil ik zien of wij de besparingen die waren voorzien, ook op een andere manier kunnen realiseren. Daarom is een aantal maatregelen in gang gezet. De ene was al voorzien en was ook onderdeel van het plan van aanpak: de financiële functie in de leiding van de NVWA wordt de komende tijd versterkt om te komen tot een zo efficiënt mogelijke uitvoering van het toezicht. Daarnaast heb ik de NVWA de opdracht gegeven om op korte termijn te laten doorlichten welke efficiencyverbeteringen nog kunnen worden gerealiseerd. Ik doel op een externe doorlichting. Daar hecht ik aan, omdat dan van buitenaf wordt meegekeken welke verbeteringen zoal kunnen worden gerealiseerd. Mevrouw Lodders vroeg wat er dan in die doorlichting gaat gebeuren. Wij zitten nu in de fase waarin de ICT moet worden geïmplementeerd. Er is een inschatting gemaakt van de kosten. Ik laat die inschatting ook doorlichten. Wat gaat het kosten? Kan het niet toch goedkoper? Is er een efficiencybesparing te realiseren? Er wordt ook gekeken naar de arbeidsvoorwaarden, alternatieve besparingen, de efficiency van de organisatie en de uitvoering van het toezicht. Bovendien moet bekeken worden in welk tempo de besparingen te realiseren zijn. Het rapport dat uit die doorlichting voortkomt, zal ik naar de Kamer sturen of ter inzage leggen, zodat de Kamer mee kan kijken. Ik zei al dat ik in dezen aan transparantie hecht.

Mevrouw Lodders (VVD): Mijn vraag ging over de onderzoeksopdracht.

Staatssecretaris Van Dam: Die heb ik zojuist geformuleerd. Ik heb zojuist aangegeven dat wij de efficiency laten doorlichten op alle vlakken die relevant zijn om te komen tot verdere besparingen op de kosten. Uiteraard is dit ook in mijn belang, want als wij die besparingen niet realiseren, wordt de kostprijs hoger. Dat heeft ook consequenties voor de opdracht die ik de NVWA vanuit EZ geef. Ik heb in de brief ook geschreven dat ik het de Kamer bij voorjaarsnota laat weten als blijkt dat aanvullende maatregelen nodig zijn. Als ik constateer dat er nog verder en dieper naar de efficiency gekeken moet worden, zal ik dat ook doen. Ik koppel het terug op het moment dat die efficiencydoorlichting is uitgevoerd.

Het tweede spoor is de herijking van het opdrachtenpakket. Het budget loopt terug, zoals in de Rijksbegroting te zien is. Het budget voor het opdrachtenpakket vanuit EZ is in 2018 18,5 miljoen lager dan dit jaar. Gezien de stijgende ambities en de toenemende verplichtingen vanuit de EU betekent dit dat wij serieus moeten bekijken op welk niveau wij het toezicht kunnen laten uitvoeren, gegeven dit budget. Vandaar die herijking met het doel om de balans tussen het budget en het gevraagde niveau van toezicht structureel te waarborgen. Waar kijken wij dan naar? Allereerst naar een prioritering van de taken. Cruciaal is wat van Europa moet. Europa geeft soms vrij gedetailleerde voorschriften, niet alleen in de vorm van Europese regelgeving, maar ook bijvoorbeeld voor het toezicht op subsidieverstrekking en het voldoen aan de eis van conformiteit. Verder kijken wij ook hier naar de doelmatigheid van het toezicht, bijvoorbeeld door meer op uitkomsten dan op inzet te sturen. Ook bekijken wij of besparingen realiseerbaar zijn door gerichter toezicht te houden op basis van risicoanalyses. Dat is ook onderdeel van het plan van aanpak. Wij kijken ook naar de financiering van de taken. Zijn alle taken die wij nu financieren daadwerkelijk overheidstaken? Ook hier is de vraag in welk tempo en welke omvang het allemaal kan. Dat zijn echt politieke keuzes, die ik zelf moet maken. Daarover zullen wij de Kamer in het voorjaar rapporteren. Als blijkt dat het budget niet toereikend is voor een acceptabel toezichtniveau, kunnen wij op basis daarvan de verdere discussie voeren.

Ik heb de NVWA opgedragen om voor 2016 een aantal besparingen te realiseren. Mevrouw Lodders vroeg om welke besparingen het gaat. Het gaat met name om meer risicogericht toezicht toe te passen waar dat al kan, bijvoorbeeld in de visserij. Daardoor kan het toezicht goedkoper. Bijvoorbeeld bij overgenomen pbo-taken en op het gebied van dierenwelzijn kan een en ander bespaard worden door het toezicht meer risicogericht te organiseren. Daarnaast hebben wij met de NVWA afgesproken om de kosten voor externe inhuur en materiële kosten voor volgend jaar wat omlaag te brengen. Dat verzacht de problematiek voor volgend jaar.

Mevrouw Lodders merkte op dat er vaker nee zou moeten worden gezegd als ook vanuit de Kamer elke keer weer nieuwe ambities worden geformuleerd. Ik heb dat vorige week bij de begrotingsbehandeling al gedaan toen er een vraag om extra toezicht kwam. Wij moeten realistisch zijn. Er wordt veel toezicht gehouden op basis van een krap budget, te krap gezien het huidige ambitieniveau. Als je daar ambities aan toevoegt, dan heeft dat consequenties. Dan zullen wij daarover een open gesprek moeten aangaan, want ofwel dit heeft consequenties voor het bestaande ambitieniveau, ofwel de Kamer zal moeten aangeven waar zij de financiering vandaan haalt. Ik vind ook dat we daar op zo'n manier over in gesprek moeten blijven, want het steeds maar toevoegen van vragen – zo vroeg een van de leden of ik nu extra ga controleren op illegaal hout – heeft consequenties voor het totale toezichtpakket.

Mevrouw Koşer Kaya sprak over de toetsing door het Bureau ICT-toetsing (BIT). Met de fusie in 2013 heeft de NVWA het ICT-landschap van de drie voormalige diensten samengevoegd. Inmiddels zijn 140 van de 370 applicaties uitgefaseerd. Daarnaast is geïnvesteerd in nieuwe ICT, onder andere voor het verbeteren van bedrijfsprocessen. Ik zei al dat er nu een volgende verbeterslag in ICT gaat plaatsvinden. Het BIT heeft inmiddels een toets gedaan en is gekomen met een aantal opmerkingen en adviezen over doorlooptijden en implementatiescenario's. Die worden ook meegenomen. Dit was eigenlijk de eerste toetsing die het BIT heeft gedaan.

Mevrouw Lodders en de heer Geurts hebben opnieuw naar de hoogte van de toezichtkosten gevraagd. Het ging daarbij ook over de haven. De heer Dijkgraaf begon daar ook over. Wij hebben hier vorige week bij de begrotingsbehandeling ook over gesproken. Ik heb daarover dus niet zo heel veel nieuws te melden. Er is onderzoek gedaan naar de totale havenaanloop- en -doorvoerkosten. Zoals ik vorige week heb gezegd, loopt Nederland niet uit de pas als je de totale kosten vergelijkt, maar wel als je alleen de toezichtkosten vergelijkt. Andere landen financieren die kosten soms namelijk op een andere manier dan wij. Zoals ik heb aangegeven, komen er nog twee vervolgonderzoeken. De Kamer krijgt de resultaten in het eerste kwartaal van 2016.

De heer Geurts vroeg of ik bereid ben om de tarieven van de NVWA onafhankelijk te laten doorlichten langs de lijnen van het rapport Maat houden. Ik ben daartoe bereid, want dit is de basis van het retributiestelsel. Tarieven moeten voldoen aan de afspraken die daarover zijn gemaakt. PwC heeft in december 2013 ook al naar de tarieven gekeken, maar ik neem dit mee in het kader van het plan van aanpak. Het is namelijk een blijvende verplichting om de gemaakte afspraak na te komen en de kosten door te rekenen.

Volgens mij heb ik hiermee de vragen over financiën beantwoord.

De voorzitter: Er ligt nog een vraag over de motie-De Boer/Jacobi.

Staatssecretaris Van Dam: Volgens mij is dat het antwoord dat ik net gaf over de havenaanloopkosten. Er is al een onderzoek gedaan om de vergelijking met de omringende landen te kunnen maken. Er worden ook twee vervolgonderzoeken gedaan, specifiek onder de verantwoordelijkheid van de Minister van I en M. Daarover wordt de Kamer in het eerste kwartaal van 2016 geïnformeerd.

Mevrouw Lodders (VVD): Als ik zo vrij mag zijn, er was ook de vraag naar het alternatief van private inspecties. Dat is breder dan alleen I en M. Hoe gaat de Staatssecretaris daarmee om?

Staatssecretaris Van Dam: Hebben we het dan nog steeds over de haven?

Mevrouw Lodders (VVD): Ik doel op dezelfde motie. Daarin is dat ook opgenomen. Het geldt breder, niet alleen voor de havens, maar voor alle toezichthoudende instanties.

Staatssecretaris Van Dam: Dat wordt meegenomen in de vervolgonderzoeken waarover ik sprak en waarvan de Kamer in de eerste helft van volgend jaar een terugkoppeling krijgt.

De voorzitter: Dank. Er zijn over dit blokje vragen van mevrouw Dikkers, mevrouw Koşer Kaya, mevrouw Lodders, de heer Geurts en de heer Dijkgraaf.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Mevrouw Lodders suggereerde in haar bijdrage in eerste termijn dat inspectiemedewerkers nu vanuit Brabant naar Friesland zouden moeten reizen om een klepkeuring te doen en vervolgens naar Groningen en dat dit allemaal werktijd zou zijn. Ik ben wel benieuwd naar de reactie van de Staatssecretaris daarop. Ik heb altijd begrepen dat de NVWA in zones werkt. Er valt dus wellicht winst te behalen door een deel van de reistijd niet meer als werktijd aan te merken, maar mensen hoeven nu geen 200 kilometer te rijden op kosten van de baas.

Staatssecretaris Van Dam: Dat laatste is inderdaad het geval. Het werk wordt in principe op regionale basis georganiseerd om de reistijd, gelet op de arbeidsvoorwaardelijke afspraken, zo kort mogelijk te houden. In uitzonderlijke gevallen, als er een uitzonderlijke specialisatie vereist is, kan het inderdaad voorkomen dat iemand naar de andere kant van het land moet, maar dat wordt zo veel mogelijk vermeden. Het grootste deel van het werk is gewoon regulier werk.

Mevrouw Koşer Kaya (D66): De Staatssecretaris sluit niet uit dat er extra geld nodig zal zijn. Op basis waarvan komt hij tot die conclusie? Wat zal het bedrag ongeveer zijn? Wanneer krijgen wij daar bericht over?

Staatssecretaris Van Dam: Ik heb de Kamer die brief gestuurd omdat ik niet de gewenste balans zie tussen de ambities en het beschikbare budget. Dat heb ik op 30 november ook geschreven. Enerzijds komt dat door een aantal tegenvallende besparingen in het kader van het plan van aanpak, hoewel ik in dat kader blijf herhalen dat dit inherent is aan het verbeterproces waar de NVWA in zit. Anderzijds komt dit doordat het budget dat in de begroting van EZ is geraamd, in 2018 18,5 miljoen lager is dan nu. Dan heb ik de normale prijsontwikkeling nog niet meegenomen. Dat laat zien dat er een bepaalde druk bestaat. Als je het huidige ambitieniveau wilt handhaven, heb je meer geld nodig. Daarom herijk ik het opdrachtenpakket, om te bekijken wat daarin echt noodzakelijk is. Over de conclusies rapporteer ik de Kamer in de loop van het nieuwe jaar. Ik heb in de brief ook aangegeven dat ik zo nodig extra maatregelen zal nemen bij voorjaarsnota. Ik vind dat je het in die volgorde moet doen. Eerst moet je bekijken of het werk zo efficiënt mogelijk gebeurt. Is alles wat wij doen echt nodig? Moet het echt op dit niveau? Daarna kun je pas een goede discussie voeren over het ambitieniveau en het budget en over de vraag of die met elkaar matchen. Die discussie voer ik graag met de Kamer. Als het antwoord op die laatste vraag nee is, kunnen wij met elkaar bespreken of wij die kloof willen overbruggen en waar wij dat dan uit financieren; dat hoort er ook bij.

Mevrouw Koşer Kaya (D66): Begrijp ik uit de woorden van de Staatssecretaris dat die bezuiniging van 18,5 miljoen mogelijk geen doorgang zal vinden en dat dit bedrag dus terug naar de NVWA zal gaan?

Staatssecretaris Van Dam: Nee, dat is het budgettaire kader waarmee ik het moet doen. Tenzij de Kamer beslist dat het budgettaire kader er anders uitziet, is dat het uitgangspunt. Daarom laat ik de efficiencydoorlichting en de herijking plaatsvinden. Ik wil bekijken of wij binnen dat budget het toezicht op een acceptabel niveau kunnen organiseren. Als het antwoord daarop ja is, hoef ik niet bij de Kamer terug te komen. Als het antwoord daarop nee is, praten wij hier verder over.

Mevrouw Lodders (VVD): Ik blijf even hameren op de onderzoeksopdracht. Ik vind het jammer dat de Staatssecretaris die niet met de Kamer wil delen. Waarom is die geheim? De Staatssecretaris zei dat we dieper zullen gaan als dat nodig is, maar dat wij dat dan pas in het voorjaar zien. Dat is voor mij te laat, want dan kunnen we als Kamer alleen nog maar bijplussen omdat we dan in het lopende jaar zitten. Overigens is het in andere commissies ook heel gebruikelijk om de onderzoeksopdracht naar de Kamer te sturen, zodat die richting kan geven als er aanvullende zaken nodig zijn.

Staatssecretaris Van Dam: De regering regeert en de Kamer controleert; ik hecht aan die verhouding. Uw signaal is heel duidelijk. U vindt dat het grondig moet gebeuren. Ik heb dat bij de begrotingsbehandeling ook aangegeven. Ik heb zojuist ook gezegd waar wij allemaal naar gaan kijken. U hebt dus gehoord dat wij de hele organisatie doorlichten op efficiencyverbetering. Dat is volgens mij wat u van mij verwacht. Ik zal aan die verwachting voldoen. Ik zorg ervoor dat u dit krijgt, als wij het rapport openbaar kunnen maken. Als het informatie betreft die misschien beter niet openbaar gemaakt kan worden, omdat de NVWA een toezichthouder is, leggen wij het rapport ter inzage. In elk geval zorg ik ervoor dat de Kamer de rapportage onder ogen krijgt. Op basis daarvan kunt u beoordelen of het zo grondig is geweest als u nu wenst.

Mevrouw Lodders (VVD): Dank. Natuurlijk krijgen wij de uitkomsten van zo'n doorlichting, en we zullen te zijner tijd zien wat die zijn, maar de opdracht is wel de basis. Zeker, het kabinet regeert en de Kamer controleert, maar ik hecht er toch aan om die opdracht te zien. Ik begrijp ook niet zo goed wat er geheim aan is. Dat heeft ook te maken met het antwoord dat ik van de Staatssecretaris krijg: als wij nog een slag dieper moeten, gaan we dat doen. Ik wil graag weten in hoeverre daaraan op dit moment een grens gesteld is. Komt dit niet naar de Kamer, dan overweeg ik een motie.

Staatssecretaris Van Dam: Volgens mij heb ik hier zojuist geformuleerd welke opdracht het bureau zal krijgen. Het dient op verschillende facetten naar de efficiency te kijken. U kunt dat altijd weer uit het verslag halen. De opdracht die het bureau op papier krijgt, zal niet heel anders luiden dan wat ik zojuist heb gezegd. Ik heb de Kamer daar dus eigenlijk al over geïnformeerd.

De heer Geurts (CDA): Ik dank de Staatssecretaris voor de toezegging om de retributies door te lichten. Hij geeft in zijn beantwoording aan dat er nog heel wat onderzoeken rondom de NVWA en de keuringsdiensten lopen. Misschien kunnen wij voor dinsdag op een A4'tje krijgen wat er precies loopt en wat de deadline van het onderzoek is. Ik zou dat graag wat beter in beeld krijgen, want voor mij is het nu één grote hoop. Betreft het één onderzoek of meerdere deelonderzoeken? Misschien helpt dat ook om de vraag van mevrouw Lodders te beantwoorden.

De kern is voor mij de extra bijdrage. In 2013 stond in een kabinetsbrief dat daar efficiëntie van de NVWA tegenover stond. Welk perspectief biedt het kabinet aan het bedrijfsleven? De tarieven zijn nu van 60 miljoen naar 90 miljoen gegaan in een aantal jaren. Wat is het perspectief voor het bedrijfsleven? De zeereuzen mijden op dit moment namelijk de zeehavens.

Staatssecretaris Van Dam: Ik meen dat de Kamer de informatie heeft gekregen waar de heer Geurts naar vraagt, namelijk over de lopende onderzoeken naar de tarieven in de haven. Ik kan zo niet oplepelen op welke datum dat precies gebeurd is, maar kijk dat even na en kom er in tweede termijn op terug. Dan kan ik meteen even checken of de Kamer zo gedetailleerd geïnformeerd is als de heer Geurts nu vraagt.

De heer Geurts (CDA): Ik heb ook gevraagd welk perspectief het bedrijfsleven wordt geboden ten aanzien van de efficiëntie. In 2013 heeft de Kamer een brief gekregen waarin duidelijk stond dat het bedrijfsleven om een extra bijdrage zou worden gevraagd, waar efficiëntie tegenover stond. We zijn nu zo'n beetje in 2016 aanbeland. De tarieven zijn van 60 miljoen naar 90 miljoen gestegen. Welk perspectief wordt het bedrijfsleven nu door het kabinet geboden?

Staatssecretaris Van Dam: Het beeld dat de heer Geurts van de tarieven heeft, komt niet helemaal overeen met mijn beeld. Mijn beeld is dat de retributieopbrengsten zijn gestegen van 57 miljoen in 2013 naar ongeveer 70 miljoen dit jaar. Dat heeft niet alleen te maken met een tariefstijging, namelijk het doorrekenen van de kosten zoals is afgesproken. Dat is ook nog niet volledig afgerond; dat proces loopt. We hebben afgesproken dat we alle kosten toerekenen als er sprake is van een direct profijt bij het bedrijfsleven. Daar zijn we mee bezig; dat gaat volgend jaar door. Daarnaast leidt natuurlijk ook de groei van de markt tot een grotere opbrengst van de totale retributies. Dat heeft niet meteen te maken met een tariefstijging, maar met het feit dat er meer vraag naar de keuringen is.

De heer Geurts (CDA): Waar haalt de heer Geurts het vandaan? Hij haalt het uit de begroting van dit kabinet. Begroting agentschap 2014: baten derden, 60,8 miljoen. Begroting voor het jaar 2016: baten derden, 93,8 miljoen. Dat zijn de retributies die bij het bedrijfsleven worden neergelegd.

Staatssecretaris Van Dam: Ik snap waar de verwarring vandaan komt. In de begroting moeten namelijk ook de kosten voor de KDS worden opgenomen. Daarvoor is 17 miljoen op de begroting van de NVWA geplaatst. Dat vertekent de totaalopbrengst. Dat zit namelijk verwerkt in de bedragen die de heer Geurts noemt.

De heer Dijkgraaf (SGP): Ook bij mij is er enige verwarring, namelijk over de havens en de export. De Staatssecretaris verwijst steeds naar de twee onderzoeken die daarover lopen. Volgens mij heet het ene «stroomlijning van regelgeving» en het andere «kosten van laboratoriumonderzoek bij de import van hoogrisicolevensmiddelen». De vragen hierbij zijn echter veel breder. Het gaat namelijk niet alleen om bureaucratie in termen van regels maar ook in termen van houding, niet alleen over import maar ook over export, niet alleen specifiek om hoogrisicolevensmiddelen maar ook om de reguliere import, en niet alleen om de kosten maar ook om de retributies. Als de Staatssecretaris zegt dat het er toch allemaal in zit, maar dat die titels niet meer kloppen, dan is mij dat best, maar enig overzicht van wat er precies gaat komen, zou wel prettig zijn.

Staatssecretaris Van Dam: Ik heb de heer Geurts net toegezegd dat ik daar in tweede termijn op terugkom.

De heer Graus (PVV): Ik stel een vraag namens mijn collega Koşer Kaya, want die had geen interruptie in dit blokje meer over. Zij had graag geweten of de BIT-toets naar de Kamer kan worden gestuurd, want die kan zij niet vinden bij de projecten van de NVWA.

De voorzitter: Mooie samenwerking.

Staatssecretaris Van Dam: Die toetsen worden openbaar gemaakt, dus ze zijn sowieso al vindbaar, maar we zullen ze meesturen bij de volgende voortgangsrapportage.

De heer Graus (PVV): Dank namens mijn buurvrouw.

Staatssecretaris Van Dam: Geeft u maar door aan uw buurvrouw dat ik haar vraag graag beantwoord heb.

De voorzitter: Dan gaan we door naar het laatste blokje voor de Staatssecretaris, met de specifieke vragen.

Staatssecretaris Van Dam: De resterende vragen zijn van zeer uiteenlopende aard. We beginnen met de vraag van de heer Van Gerven over bont. Het ministerie is al in gesprek met de kledingsector over het labelen van kleding met bont erin. Dat punt zal ik ook onder de aandacht brengen in die gesprekken met de kledingsector. Er is geen wettelijke grondslag om dierlijke producten die zijn verwerkt in kleding op herkomst te controleren, maar wel moet in het etiket van het kledingstuk zijn vermeld of er dierlijke producten in zijn verwerkt. Daar wordt op gecontroleerd. Er is echter geen aanleiding tot extra controles, waar de heer Van Gerven om vroeg.

De heer Geurts vroeg hoe het zit met controles in andere lidstaten en het toezicht daarop. Het is van groot belang dat er in de EU een level playing field is ten aanzien van de exportinspecties. De Europese Commissie ziet toe op de uitvoering door de lidstaten en voert daartoe in lidstaten controlebezoeken uit. De resultaten daarvan worden in de Raad besproken. In dat kader houd ik nadrukkelijk de vinger aan de pols.

De heer Geurts vroeg ook naar de voedselfraude; hebben afspraken over bijvoorbeeld registers al resultaat gehad? Het register van voedselfraudeurs is door mijn voorganger aangekaart bij de Europese Commissaris. De Commissaris vond het een interessante benadering en heeft dit laten onderzoeken. Er vindt nu overleg plaats met andere collega's binnen de Europese Commissie en met de lidstaten. Tevens is er een Europees fraudenetwerk opgericht.

De heer Graus vroeg om een steviger optreden van de NVWA bij recidive. Hij vindt dat de boetes omhoog moeten, dat er gevangenisstraf moet worden opgelegd bij voedselfraude, en hij pleit voor naming-and-shaming. Op 16 oktober jl. heeft de Kamer het toezichtkader van de NVWA gehad. Daarin zijn de kaders voor de door de NVWA benodigde interventies opgenomen. De elementen die de heer Graus noemt, zijn hierin nadrukkelijk opgenomen en komen ook terug in de aanscherping van het interventiebesluit. Daarbij moet wel de proportionaliteit in het oog worden gehouden. Ik heb eerder al gesproken over het verhogen van de bestuurlijke boetes op basis van de Wet dieren.

De heer Dijkgraaf kwam terug op zijn moties, die deze week zijn aangenomen bij de stemming over de begroting. Ik zal terugkomen op die moties en de Kamer informeren over de wijze waarop ik daaraan gevolg ga geven.

Mevrouw Lodders vroeg naar de aanlandplicht. Daar hebben we gisteren al uitvoerig over gesproken. Mevrouw Lodders vroeg of het echt de bedoeling is dat de NVWA vier verschillende brieven in vier verschillende talen meegeeft aan Nederlandse vissers, omdat er kennelijk zo'n groot verschil in regelgeving is. Zoals we gisteren hebben besproken, is het toezicht op de aanlandplicht een nationale verantwoordelijkheid. De nationale toezichthouders houden dus ook toezicht in de eigen wateren. Voor de registratie werkt Nederland met een door de EU goedgekeurde werkwijze. Dat is een nationale bevoegdheid. Dus ja, er kunnen verschillen zijn in de manier waarop de registratie wordt uitgevoerd. Het is ook belangrijk dat andere toezichthouders weten wat de nationale verschillen zijn, omdat ze anders onze Nederlandse vissers wellicht op de vingers tikken terwijl daar geen noodzaak toe is. Daarom wordt die brief meegegeven.

De heer Geurts vroeg hoe er op de fecale bezoedeling wordt gecontroleerd. De EU-wetgeving schrijft strenge hygiënecontroles aan de slachtlijn voor. Daarbij moet er worden gelet op fecale bezoedeling. De Europese Commissie legt bezoeken af om daar weer op te controleren. Dat gebeurt door de inspectiedienst FVO (Food and Veterinary Office). De rapporten van de FVO zijn openbaar. Door de Europese Commissie worden ook overleggen over dit onderwerp geagendeerd. Binnenkort is er bijvoorbeeld een overleg in Ierland op het kantoor van de FVO.

De heer Geurts heeft gevraagd naar een toezegging over zelfcontrole die is gedaan bij de opheffing van de productschappen. De Regeling diergeneesmiddelen is recent speciaal aangepast om expliciet voor te schrijven dat alle ondernemers aan zelfcontrole moeten doen. Die regeling is afgelopen zomer ingegaan. De wettelijke basis voor zelfcontrole is ook in de Nederlandse wetgeving concreet vastgelegd. Het kwaliteitssysteem op het gebied van de monitoring van kritische stoffen kan zich daar dan ook op baseren.

De heer Van Gerven heeft gevraagd naar illegaal hout. Daar ben ik al op ingegaan. Ik dacht even dat het een vraag van de heer Wassenberg was. Die vraag had ook van hem kunnen zijn; laten we het daarop houden.

De heer Wassenberg vroeg wel naar de bordeskeuring; hoe kan het dat de Staatssecretaris ruimte biedt voor zelfregulering? De NVWA houdt toezicht op de naleving. Indien bedrijven gezamenlijk aangeven zelf de zaken op orde te hebben, houdt de NVWA daar rekening mee in het kader van het risicogericht toezicht. Dat gebeurt door middel van een kwaliteitssysteem. Ieder bedrijf of iedere groep van bedrijven kan zo'n systeem bij de NVWA indienen. De NVWA beoordeelt dat vervolgens. Bij het uittesten hiervan horen pilots. In het kader van «meer risicogericht toezicht houden» krijgen bedrijven die hun zaken goed op orde hebben, daar ook wat meer ruimte voor.

In het kader van de langeafstandstransporten en de misstanden aan de grens met Turkije vroeg de heer Wassenberg of ik bereid ben om mij in te zetten voor het stoppen van transporten van dieren naar derde landen. Ten aanzien van transporten van dieren voor de fok zet ik mij in voor verbetering van de omstandigheden. Het volledig stoppen van de exporten is onwenselijk, maar we zetten ons wel in voor het stoppen van langeafstandstransporten van meer dan acht uur.

De heer Wassenberg heeft ook specifiek gevraagd naar de kalvertransporten. Worden daarbij de risico's op dierziekten niet onderschat? De Kamer heeft gisteren bij de regeling hierover een brief gevraagd, die ik kort na het kerstreces zal sturen. Dan zal de heer Wassenberg daar meer over horen.

Mevrouw Koşer Kaya vroeg om transparantie, om openbaarheid, om te voorkomen dat men met procedures om meer info moet gaan vragen. De NVWA moet een en ander openbaar maken als bedrijven overtredingen begaan. In het toezichtkader van de NVWA hebben Minister Schippers en mijn voorgangster aangegeven dat de NVWA inzet op actieve openbaarmaking. Dat is ook zeer van belang, omdat er geen goede werking van uit kan gaan. Daarvoor wordt onder andere de Gezondheidswet aangepast.

De heer Wassenberg heeft een vraag gesteld over barbarie-eenden. In januari en mei 2014 is de Kamer geïnformeerd over de stand van zaken bij het betreffende bedrijf. Dat is in 2014 zes keer en in 2015 vijf keer gecontroleerd. Het betreffende bedrijf zorgde toen voor veel werk bij de NVWA, omdat het veel overtredingen maakte. Dat is nog steeds het geval, hoewel er wel verbeteringen zichtbaar zijn. In 2015 waren er met name problemen met de slacht van duiven maar ook met de slacht van konijnen en damherten. Die inspectierapporten zijn niet openbaar. Wat betreft de barbarie-eenden heeft mijn voorganger in december 2014 besloten dat deze eenden geen productiedieren zijn en niet op de lijst van te houden productiedieren komen te staan, omdat onderzoek van de universiteit van Wageningen uitwijst dat het houden van deze eenden gepaard gaat met een aantal ernstige welzijnsaantastingen. De houders van barbarie-eenden mogen nog tot 1 januari 2016 de eenden als productiedieren houden. Het bedrijf waar de heer Wassenberg vragen over stelde, is daarvan ook op de hoogte.

De heer Wassenberg heeft gevraagd of het niet beter is om de controles op voedselveiligheid bij slachterijen onaangekondigd te doen. De NVWA houdt permanent toezicht in slachthuizen. Dat is namelijk verplicht in EU-kader. Daarnaast zijn er systeemaudits en systeeminspecties. Die zijn onaangekondigd en die zijn vaak gericht op een onderdeel van de naleving van de wetgeving. Daar voldoet de NVWA dus al aan.

De heer Wassenberg vroeg ook naar de bezoedeling. Klopt het dat soms hele schouders worden weggesneden? Dat zou een reden kunnen zijn dat de cijfers verbeteren. Er zijn EU-regels om te controleren op fecale bezoedeling. Dat moet natuurlijk zo veel mogelijk voorkomen worden, maar als het wel gebeurt, moet worden weggesneden wat is bezoedeld. In een extreem geval gaat het om een heel groot deel. Het gaat om de voedselveiligheid, dus het is belangrijk dat het wel gebeurt.

Ook zijn er een paar vragen gesteld over de kennis en de opleiding van NVWA-medewerkers. De heer Dijkgraaf vroeg of ik bereid ben om te investeren in de praktijkkennis van de inspecteurs. Dat is al onderdeel van de basisopleiding en de bijscholingen. Verder vindt er regelmatig intervisie plaats tussen inspecteurs, waarbij ook praktijkinstructies aan de orde komen.

De heer Wassenberg vroeg of KDS'ers wel goed zijn opgeleid. De directie van de KDS garandeert dat alle officiële assistenten die in het slachthuis keuren, ook daadwerkelijk zijn opgeleid. Ook vroeg hij hoe het zit met de opleiding van slachtpersoneel. De dierenartsen van de NVWA krijgen een gedegen opleiding van een jaar; na een jaar zijn ze volledig inzetbaar. De opleiding van de officiële assistenten van KDS is korter, omdat het takenpakket van een officiële assistent minder omvattend is. Daarmee ben ik volgens mij door alle vragen heen. Ik hoop ook dat ik alle vragen volledig beantwoord heb.

De voorzitter: Naar aanleiding van dit blokje inventariseer ik de vragen.

Mevrouw Lodders (VVD): Ik heb nog twee vragen openstaan.

De voorzitter: Behalve mevrouw Lodders hebben ook de heer Geurts, mevrouw Koşer Kaya, de heer Wassenberg en de heer Graus nog vragen.

Het gaat lang duren, mevrouw de Minister, excuus daarvoor.

Minister Schippers: Misschien beantwoord ik ze wel.

De voorzitter: Dat zou mooi zijn.

Mevrouw Lodders (VVD): Ik had een vraag gesteld over de houding richting ondernemers. Ik heb een aantal voorbeelden genoemd en daar is de Staatssecretaris niet op ingegaan. Ook mijn vraag over het RIKILT is nog niet beantwoord, maar die zou bij de Minister kunnen liggen. Het is echter onderdeel van de NVWA-organisatie, dus ik ging ervan uit dat de Staatssecretaris die vraag zou beantwoorden.

Ik heb nog een vraag over de aanlandplicht, die ik als voorbeeld heb genoemd. Het is een nationale bevoegdheid. Nu de NVWA echter zo ernstig onder druk staat, is het dan de bedoeling dat daar heel veel nationale interpretatie aan wordt gegeven? Of zouden we er voordeel mee kunnen behalen als Europese landen de Europese regels op eenduidige wijze interpreteren, zodat ons dat heel veel werk zou schelen?

Staatssecretaris Van Dam: Mevrouw Lodders vroeg naar de houding ten opzichte van ondernemers. Zij was daar in eerste termijn heel scherp op toen ze stelde dat de NVWA soms wel een vijand van de ondernemers lijkt. Dat doet niet helemaal recht aan de manier waarop medewerkers van de NVWA hun werk doen. In zijn algemeenheid kan ik het volgende zeggen. Het bedrijfsleven is primair verantwoordelijk voor de veiligheid van voedsel. De NVWA ziet daarop toe. Ondernemers die hun verantwoordelijkheid niet nemen, worden door de NVWA stevig aangepakt. Daar is de NVWA voor en zo hoort dat ook. De houding van de NVWA is ook om ondernemers die hun verantwoordelijkheid wel nemen, wat meer de ruimte te geven. De manier waarop je benaderd wordt, is echter ook afhankelijk van de vraag of je je maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt en je je aan de regels houdt.

Op het RIKILT kom ik terug in tweede termijn.

Wat de aanlandplicht betreft: ik dacht daar gisteren zo uitvoerig over gesproken te hebben – niet met mevrouw Lodders maar met de heer De Liefde – dat het me niet goed lijkt om dat nog eens helemaal over te doen.

Mevrouw Lodders (VVD): Zeker niet, en daarom gaf ik net aan dat het een van de voorbeelden was om aan te geven: laten we het Europees oppakken. Als we Europese regels hebben, laat die nationale bevoegdheid dan even zitten en pak het met de Europese landen samen op om ervoor te zorgen dat we dat op een efficiënte manier doen. We hoeven niet in alle lidstaten de regels te interpreteren zoals we dat willen.

Wat de houding van de NVWA betreft: natuurlijk is het tweerichtingsverkeer. Ik heb het echter bewust scherp neergezet, want het kan niet zo zijn dat, als ondernemers bij de NVWA melden dat ze voor de derde keer een partij vlees hebben afgenomen waar ze problemen mee hebben, de NVWA zo'n signaal naast zich neerlegt. Dit is een voorbeeld, maar ik kom het niet bij één maar bij verschillende bedrijven meerdere keren tegen.

Staatssecretaris Van Dam: Het is altijd goed om dat soort signalen door te geven. Het kan via mij en dan zorg ik dat het bij de NVWA terechtkomt. Dan kan men er altijd naar kijken.

Over de houding gaf ik al aan dat de NVWA verschillende dingen doet: keuring is vaak een service aan ondernemers, juist ook ter bevordering van hun export. Daarnaast is er toezicht. Daarover heb ik gezegd dat bedrijven die hun verantwoordelijkheid niet nemen, stevig worden aangepakt. Dat moet ook. Bedrijven die hun verantwoordelijkheid wel nemen, krijgen ook wat meer ruimte. Zo hoort dat ook.

Wat de aanlandplicht betreft: er zijn gesprekken met andere lidstaten over de manier van implementatie. Nederland heeft echter ook specifieke afspraken gemaakt in het belang van onze eigen vissers. Soms is er dus ook reden om met Europa in gesprek te gaan en Europa te vragen of wij het niet net iets anders kunnen doen in het belang van onze eigen sector. Daar is mevrouw Lodders volgens mij best voor.

De heer Geurts (CDA): Ik kom even terug op fecale bezoedeling. Tijdens mijn werkbezoeken merk ik dat Nederlandse slachterijen dat steeds beter tot goed doen, maar dat er met name klachten over de verwerkende sector in het buitenland komen. Is de Staatssecretaris bereid om het punt van de fecale bezoedeling hoger op de Europese agenda te zetten? Dat is namelijk echt een probleem.

Staatssecretaris Van Dam: Het is zelfs al aangekaart door Nederland. Ik kan dat dus vrij makkelijk toezeggen. De heer Geurts bedoelt natuurlijk ook: ga daarmee door. Wij zullen er mee doorgaan.

De heer Graus (PVV): Naar aanleiding van een vraag van professor Dijkgraaf hoorde ik dat de opleiding verbeterd moet worden. Die mening deel ik, maar het begint met het aannamebeleid. Je kunt van een pony geen racepaard maken. Als je dus pony's aanneemt, worden dat geen racepaarden, wat je ook doet. Een pony kan nooit een racepaard worden, nooit. Er moeten dus psychologische testen komen, er moeten motivatiestesten komen, zoals ze dat ook bij het leger en de politie doen. Daarmee filter je er nog niet alles uit, maar toch. Die mensen die aan het front staan, maken vaak fouten omdat ze te hard zijn. Ze hebben vaak geen gevoel bij dieren en mensen. Ik zal geen praktijkvoorbeeld noemen, maar ik heb een zeer ernstige zaak meegemaakt, waarbij een gezin gewoon naar de klote is gegaan van verdriet. Ik vind dat niet kunnen. Op dat moment heeft zo'n NVWA-inspecteur geen hart. Die heeft niet in de gaten dat die mensen, als dat diertje vijftien jaar bij hen heeft gezeten, daar verdriet van hebben. Dat dier is deel van het gezin geworden. Ik zou knettergek worden als iemand mijn dier, dat ik vijftien jaar heb, in beslag komt nemen. Ik zou doordraaien. Die mensen hebben daar geen gevoel bij. Daarom moet het veranderen. Er werken een paar mensen aan het front die niet geschikt zijn om met mensen en dieren om te gaan. Ik vind dat de NVWA niet alleen de opleiding moet verbeteren maar ook een beter aannamebeleid moet krijgen.

Een ander punt: ik schrik ervan dat er onderzoeksgeld, publiek geld dus, van de WUR naar die eenden gaat. Ik had ook kunnen vertellen dat die eenden niet geschikt zijn voor dierhouderij. Dat weet je toch. Een eend behoort in het water te zitten. Daar hoef je toch geen onderzoeken voor te doen? Dus wat zijn we geld aan het weggooien!

Tot slot. Tijdens de begrotingsbehandeling heb ik de Staatssecretaris gevraagd of de NVWA met warmtecamera's kan gaan werken om busjes op illegale transporten te controleren. Kan hij daar al iets over zeggen?

Staatssecretaris Van Dam: Opleiding en aannamebeleid zijn een verantwoordelijkheid van de NVWA, maar ik ben er zeker van dat zeer zorgvuldig selecteren op kwaliteit een integraal onderdeel van de procedures is.

Dan de eenden. Ik begrijp dat we de heer Graus voortaan niet alleen voor toekomstvoorspellingen kunnen inhuren maar ook voor wetenschappelijk onderzoek. Dat zal ik meenemen als we nog eens dit soort vragen hebben.

Ik vind het ook heel vriendelijk dat de heer Graus mij toedicht dat ik dat met die warmtecamera's in een paar dagen tijd voor elkaar heb, maar ik heb vorige week al gezegd dat we er zorgvuldig naar gaan kijken of dat een aanvulling op het instrumentarium van de NVWA zou kunnen zijn.

Mevrouw Koşer Kaya (D66): Ik heb twee vragen. Begrijp ik het goed dat er in het geval van misstanden met voedsel transparantie zal zijn voordat er überhaupt een schandaal plaatsvindt? Begrijp ik het ook goed dat Minister Schippers bezig is met een wetsvoorstel? Dat hoor ik dan graag straks van haar.

Tijdens de begroting heeft de Staatssecretaris naar aanleiding van een motie van mij en mevrouw Thieme ten aanzien van risicoselectie en het niet meer op de Europese markt toelaten van voedsel met verboden stoffen en foutieve etikettering gezegd dat daar nog een antwoord op zal komen. De Staatssecretaris wijst nu naar Minister Schippers; ik neem dus aan dat er door haar op die motie gereageerd gaat worden.

De voorzitter: Minister Schippers heeft ook nog vijf blokjes, dus er komen nog genoeg vragen en antwoorden aan.

Staatssecretaris Van Dam: Precies. In de opmerkingen van mevrouw Koşer Kaya over de transparantie bij een schandaal hoor ik niet echt een vraag maar meer een conclusie.

Mevrouw Koşer Kaya (D66): Ik vroeg of ik dat goed begrepen had.

Staatssecretaris Van Dam: Dan moet ik even kijken of ik de vraag van mevrouw Koşer Kaya goed begrijp. Ik neem aan dat zij bedoelt dat het de intentie van de NVWA moet zijn om de controles die zij uitvoert, zo transparant mogelijk te maken, zodat er een zo goed mogelijk beeld is van wat er allemaal aan de hand is en van welke bedrijven op de vingers zijn getikt. Dat is de inzet. Dat ziet de Kamer ook terug in het toezichtkader. Wat de opmerking van mevrouw Koşer Kaya over voedselschandalen betreft: de NVWA controleert en houdt toezicht, maar primair is de voedselveiligheid de verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven. De politie kan niet voorkomen dat er criminaliteit in Nederland is, maar kan er wel alles aan doen om het aan te pakken; daar gaat een preventieve werking van uit. Zo moet mevrouw Koşer Kaya ook naar de NVWA kijken. Voedselveiligheid is de verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven en de NVWA houdt daar toezicht op. De NVWA doet strenge, risicogerichte controles, waar een preventieve werking van uitgaat zodat het bedrijfsleven zijn verantwoordelijkheid neemt.

De heer Wassenberg (PvdD): Misschien heb ik al een impliciet antwoord op mijn vraag gekregen maar ben ik daar nog niet helemaal op getraind. Ik stel mijn vraag dus nog een keer en hoop daar een expliciet antwoord op te krijgen. Mijn eerste vraag was of dierenwelzijn binnen het takenpakket van de NVWA, ook bij een herbezinning op die taken, een centrale rol blijft spelen. Kortom: hoe belangrijk blijft dierenwelzijn?

Staatssecretaris Van Dam: Dat blijft zeer belangrijk. Ook in die herijking gaan we uit van een aantal prioriteiten. De belangrijkste is de vraag waaraan we moeten voldoen, ook op basis van EU-regelgeving of EU-conformiteit, ten aanzien van subsidies. In de tweede plaats zijn volksgezondheid en voedselveiligheid cruciaal. De derde prioriteit betreft dierenwelzijn en diergezondheid. Dan komen plantgezondheid, export en natuur.

De voorzitter: De Staatssecretaris is klaar met zijn beantwoording. Dan gaan we door naar de beantwoording in vijf blokken door de Minister. Het is 13.08 uur. We hebben er in principe 52 minuten voor. Mochten we dat niet redden, dan zullen we hier een afspraak moeten maken over hoe verder te gaan.

Minister Schippers: Voorzitter. Er wordt ontzettend veel gevraagd van de NVWA. Dat is niet uniek. We zien dat ook bij andere toezichthouders en inspecties. Dat komt doordat er om een omslag en transitie wordt gevraagd, waarbij de maatschappij meer vraagt maar het niet altijd eenduidig is wat de maatschappij precies wil. De NVWA is al een tijd bezig met het opnemen van nieuwe taken, met de fusie en het afstoten van andere taken. Wat ik in ieder geval gezegd wil hebben, is dat er veel druk staat op de organisatie en dat ik veel respect heb voor de medewerkers. Naast hun reguliere werk moeten ze veel werkveranderingen doorvoeren. Ik wil hier echt benadrukken dat ze dat op een goede manier doen en dat het veranderingstraject nog wel even duurt, want de NVWA moet toekomstbestendig, slagvaardig maar ook flexibel worden. Het nieuwe toezichtkader is een belangrijke stap binnen dat verandertraject. De NVWA zal dat moeten doorvertalen in haar interventiebeleid, om het toezicht binnen die kaders voorspelbaar te maken en om ervoor te zorgen dat mensen vooraf weten waar ze aan toe zijn. Ze moeten weten dat onaangekondigd toezicht standaard is en dat de inspecteurs flexibel zijn op kleine dingen maar ingrijpen als er serieuze zaken aan de orde zijn.

Ook is er meer openheid nodig. De gewijzigde Gezondheidswet is klaar om behandeld te worden door de Tweede Kamer. Ik zie ook echt uit naar de behandeling, omdat we op basis van die wet van die hele WOB-administratie af komen en dat beleid standaard vorm kunnen geven.

Er is gezegd dat het mes is gezet in de NVWA. Ik hecht er wel aan om te zeggen dat, ondanks dat het heel vaak over bezuinigingen gaat, het budget voor de taken van VWS, zoals voedselveiligheid, vrijwel gelijk gebleven is. Er was wel telkens een bezuiniging aangekondigd, maar die hebben we iedere keer weer bijgeplust. Over een langere periode volgt de NVWA dan ook een vrij stabiele lijn.

De heer Van Gerven heeft gevraagd wat er eigenlijk bereikt is bij de voedsel- en productveiligheid. In de afgelopen twee jaar zijn er aardige resultaten geboekt; er zijn nieuwe medewerkers voor het toezicht op de voedsel- en productveiligheid geworven. In totaal zijn er 55 medewerkers bij gekomen voor het toezicht op de voedsel- en productveiligheid. Er is meer capaciteit gekomen voor de afhandeling en beheersing van incidenten en de NVWA zet in op het efficiënter en effectiever inrichten van het toezicht. Ook worden de risico's in de keten beter in beeld gebracht om onrechtmatigheden eerder te signaleren.

De heer Van Gerven vindt het onwenselijk dat het bedrijfsleven bij de NVWA lobbyt voor de toelating van stoffen. Ik heb vragen daarover van Kamerleden al beantwoord. Ik heb gezegd dat er nooit sprake kan zijn van meepraten van het bedrijfsleven over de toelating van stoffen. Er is uitsluitend overleg over de interpretatie en de uitvoering van die wetgeving. De NVWA licht haar aanpak onafhankelijk toe bij het bedrijfsleven.

Dan kom ik bij het blokje vis. Hoe zit het met de capaciteit van het toezicht op de visverwerkende industrie? Hoeveel inspecties worden er uitgevoerd? Is de achterstand weggewerkt? En kunnen we de garantie krijgen dat deze herinspecties worden uitgevoerd? De NVWA is actief bezig met het inspecteren van alle visbedrijven. Er is 2.700 uur extra inzet voor het toezicht op de visverwerkende bedrijven. In 2015 zijn er op 400 visbedrijven 1.000 inspecties uitgevoerd en 400 monsters afgenomen.

Is die sector nou van kleur verschoten? Wil dat zeggen dat hij het volgens de kleurencode veel beter doet? Of is het afhankelijk van de veranderingen die we met de kleurencodes hebben doorgevoerd? We hebben de kleurencodes aangepast. Rood betekent «dicht». Dan moet je dus niet oranje zeggen, want dan denken mensen dat het niet zo erg is, want oranje betekent «ondertoezichtstelling». Er is dus een onderscheid tussen bedrijven waarbij verbeterpunten zijn vastgesteld. Als het niet helemaal in orde is, maar je slechts kleine dingetjes aantreft, is de kleur geel van toepassing. Oranje duidt op een serieuze situatie. Dat betekent dat je onder verscherpt toezicht staat. Rood betekent dat je de productielijnen moet sluiten of dat je je zaak moet dichtgooien.

De NVWA moet beter opereren bij de openbaarmaking van schandalen. In de afgelopen jaren heeft de NVWA verschillende trajecten openbaar gemaakt. Sinds 2014 heeft zij daarbij geëxperimenteerd met de kleurencodes. In aanloop naar de uitvoering van openbaarmaking op grond van de Gezondheidswet maak ik momenteel de balans op van de ervaringen die zijn opgedaan in deze trajecten. Daarbij is mijn afwegingskader dat het heel belangrijk is dat openbaarmaking van inspectiegegevens handelingsperspectief moet bieden voor consumenten en/of bedrijven. De geboden informatie moet ondubbelzinnig zijn en er moet een actueel beeld worden gegeven van de inspectieresultaten. Ik zal dus goed kijken welke kleurencodes op welke wijze functioneel kunnen zijn bij de openbaarmaking. Ik kan mij bijvoorbeeld voorstellen dat dat bij een product als kinderstoelen zeer functioneel is, maar dat het de vraag is wat een groene, grijze of gele code in het geval van een lunchroom zegt. Uiteraard moet de NVWA bij risico's voor de volksgezondheid altijd direct de namen van betrokken bedrijven openbaar maken. Door de nieuwe Gezondheidswet wordt het allemaal een stuk simpeler. Nu moet het allemaal op basis van de WOB en dat is echt heel erg complex. Ten aanzien van de WOB is er gezegd dat dat wel heel lang duurt. Dat kan zo zijn. De NVWA krijgt ontzettend veel WOB-verzoeken. Dat is administratief zeer belastend. Daarom is het ook zo belangrijk dat wij de Gezondheidswet aanpassen. De NVWA doet wel haar best om het zo snel mogelijk via de WOB te doen, maar daar zit weleens vertraging in.

Dan kom ik bij het ontslijmingsmiddel Mucusol. Daarover zijn mij in de afgelopen periode een aantal schriftelijke vragen gesteld; die heb ik beantwoord. Ontslijmen is een noodzakelijke processtap bij visverwerking. Mucusol heeft naast de primaire, ontslijmende functie ook een decontaminerende werking. Dat is bij meer technische hulpstoffen het geval. Zolang het middel niet primair als decontaminatiemiddel wordt ingezet, behoeft het geen toelating als zodanig. Als decontaminatiemiddel is Mucusol niet toegestaan. Het middel kan dus niet worden ingezet om vis op te lappen, dat wil zeggen om slechte hygiëne te maskeren. De NVWA heeft in 2009 in overleg met het Ministerie van VWS geoordeeld dat het gebruik van Mucusol als ontslijmingsmiddel geoorloofd is. Gelet op de signalen over het mogelijk gebruik van proceshulpstoffen als primair decontaminatiemiddel is de NVWA nu alert hierop en gaat zij dit bij haar komende inspectiebezoeken extra na. Er zijn nu nog geen signalen van oneigenlijk gebruik van deze middelen.

Minimaal jaarlijks worden de visverwerkende bedrijven door de NVWA geïnspecteerd. Zoals ik net heb aangegeven is dit in de afgelopen periode intensiever gebeurd. Bij die controles wordt nagegaan of tijdens het productieproces gebruik wordt gemaakt van niet toegestane middelen. Daar vallen ook decontaminatiemiddelen voor vis onder. In het rapport dat door de producent van Mucusol is overlegd, blijkt bij welk gebruik van het middel een goede en veilige werking wordt bereikt. De NVWA gaat bij de controles dus na of de gebruikersvoorschriften worden nageleefd.

Blijft het middel niet achter op de vis na het ontslijmen? Nee, er blijft geen residu van Mucusol achter. Mucusol bestaat uit waterstofperoxide en dat valt volledig uiteen in water en zuurstof. Achteraf is het gebruik van Mucusol dus ook niet vast te stellen. Er is dan ook geen sprake van dat dit middel in het riool zou verdwijnen.

Kan ik inspectierapporten laten zien waaruit blijkt dat op het veilig gebruik van ontslijmingsmiddelen wordt gecontroleerd? Bij audits van het productieproces gaat de NVWA na welke proceshulpstoffen worden gebruikt. Ook gaat zij na of het bedrijf de risico's van deze stoffen goed in kaart heeft gebracht en of het bedrijf de veiligheid door het in de gaten houden van kritische punten goed beheerst. De auditrapporten zijn niet van een dergelijk detailniveau dat hierin alle proceshulpstoffen en beoordelingen van de veiligheidsbeheersing zijn opgenomen.

Klopt het dat de NVWA aanwijzingen heeft dat het middel Freebac-D150 wordt gebruikt? Zo ja, waarvoor wordt het gebruikt? Het middel Freebac, eveneens een middel op basis van waterstofperoxide, wordt door de fabrikant in de Engelse taal vermarkt als een middel voor de groenteverwerkende industrie. We weten niet of deze toepassing elders, in andere landen, vermarkt wordt. In Nederland is deze toepassing niet toegelaten in de groenteverwerkende industrie. De NVWA heeft ook geen signalen ontvangen dat het in Nederland wordt toegepast.

Ook is er een reeks vragen over Foppen gesteld. We hebben al een aantal debatten gevoerd over Foppen. Daarin hebben we het rapport van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid behandeld, en hoe het daarna met Foppen is gegaan. De heer Graus is er helaas niet meer, maar ik wil daarover het volgende zeggen. Op een gegeven moment, als de NVWA gecontroleerd, beboet en ervoor gezorgd heeft dat we weer verdergaan, moet een bedrijf weer een normaal bedrijf kunnen worden. Als het in orde is, moeten we dat bedrijf de kans geven om gewoon verder te functioneren. Dit bedrijf heeft fouten gemaakt, waarvoor het zeer op de blaren heeft moeten zitten. Daar heb ik geen medelijden mee; dat is ook terecht. Ik vind ook dat er hard moet worden opgetreden als dat aan de orde is. Wij zitten nu in een nazorgtraject. Dat betekent dus dat we het, hoewel het nu conform de regels is, nog niet helemaal loslaten. Er is iets ernstigs aan de hand geweest en daarom zit het bedrijf nu in een nazorgtraject. Er wordt vaker en preciezer gekeken. Dat vind ik terecht, maar ik vind het ook terecht dat een bedrijf op een gegeven moment weer een kans krijgt om, net als zijn concurrenten, de gewone bedrijfsvoering te kunnen doen.

Dan het kopje etiketten.

De voorzitter: Ik kijk even rond of er vragen zijn over het kopje vis.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Ik dank de Minister voor haar beantwoording. Ik heb begrepen dat Freebac wel voor vis is toegestaan in Nederland en dat ze dat melden in hun folder. Kan de Minister daarop terugkomen?

Wat de kleurcode geel betreft: klopt het dat bij die kleurcode wel de listeriabacterie wordt aangetroffen? Dat is een bacterie die gevaarlijk is voor zwangere vrouwen. Ik snap heel goed dat de kleurcode is aangepast. De Minister zegt dat «geel» kleine overtredingen betreft, maar geldt dat ook voor bacteriën die gevaarlijk zijn voor de volksgezondheid? Of betreft het afgebladderde verf – die zou ik overigens ook liever niet in vis zien – en andersoortige overtredingen?

Minister Schippers: Om met het laatste te beginnen: Bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg werken ze niet met kleurcodes maar wel volgens eenzelfde systeem. Daar zit een systeem van waarschuwen in. Een waarschuwing is niet iets onbenulligs. Een waarschuwing kan best serieus zijn, maar bij geel zit er geen opzet achter; of iets gevaarlijk is, hangt er helemaal van af. Het is echter niet zo dat er niets aan de hand is als je kleurcode geel afgeeft. Als er niets aan de hand is, zit je namelijk in groen. Voorlopig zitten die kleurcodes ten aanzien van de bedrijven nog intern bij de inspectie. Ik denk namelijk dat je je sterk moet afvragen wat de consument met geel kan. Daar ga ik dus nog naar kijken. Waar het mij om gaat: ik bagatelliseer geel niet, maar bij oranje word je onder toezicht gesteld. Dat betekent dat je als bedrijf onder toezicht van de NVWA wordt gesteld. In de volksgezondheid kennen we dat van ziekenhuizen die onder toezicht worden gesteld. Dan ben je ook echt aan de beurt, en terecht. Geel wil zeggen dat er wel serieuze zaken zijn maar dat je nog niet onder toezicht bent gesteld. Zo moet je het eigenlijk beoordelen. Ik wil dat dus niet bagatelliseren.

Ik kom terug op de vraag of het middel Freebac in Nederland wel of niet is toegestaan op voedsel. Nee, dat is in Nederland niet toegestaan op voedsel.

De voorzitter: Dan het blokje etiketten.

Minister Schippers: Mevrouw Dikkers refereerde aan het feit dat we al eerder over etiketten hebben gesproken. In eerdere debatten heb ik aangegeven dat ik de inzet op een eenduidig en helder etiket ontzettend belangrijk vind. Ik vind dat de consument niet misleid mag worden. Als ergens een druif overheen is gevlogen, mogen we het geen druivensap noemen. Ik vind ook dat etikettering belangrijk is voor die mensen die allergisch zijn voor bepaalde stoffen. Die informatie moet je goed op het etiket kunnen vinden. Op het terrein van de etikettering hebben we veel gedetailleerde Europese regels. We zijn één markt, dus die producten gaan de hele markt over. Goede informatie is belangrijk, en zodra de fabrikant de regels overschrijdt, zal en moet de NVWA hierop handhaven. Wel gebeurt het dat men zich wel aan de voorschriften voor het etiket houdt, maar dat de verpakking een andere verwachting bij de consument wekt. Mevrouw Dikkers vroeg of ik daarover in gesprek ben gegaan. Ja, daarover zijn wij in gesprek gegaan, niet alleen met de fabrikanten zelf, althans met hun koepel, maar ook op Europees niveau met EU-collega's. Dat overleg heeft plaatsgevonden in de EU-werkgroep. De lidstaten hebben geconstateerd dat de wetgeving op het punt van mogelijke misleiding moeilijk te handhaven is; bij deze constatering bleef het echter. Overigens is er in het voorstel voor de nieuwe controleverordening meer aandacht voor geharmoniseerde controle op voedselfraude en misleiding. Deze verordening is nog niet vastgesteld.

Ik heb een extern bureau ingehuurd dat onderzoekt hoe informatie op het etiket door consumenten wordt beoordeeld. Misleiding is daar één onderdeel van. Uit dit onderzoek moet duidelijk worden hoe consumenten de verpakking beoordelen en in hoeverre consumenten zich misleid voelen. Het onderzoek zal begin volgend jaar uitkomen en zal ik de Kamer dan ook toesturen. De NVWA heeft haar onderzoek in 2015 geïntensiveerd door een aantal projecten op te pakken. Het betreft de nieuwe elementen van de etiketteringsverordening, waarbij het gaat om de volgende punten: algemeen vermelden, mogelijk vermelden nieuwe termen, plakvlees ontdooid en ingevroren op datum x, toegevoegd water, lettergrootte, verkoop op afstand, informatie op internet, bijvoorbeeld een bepaalde «supermarkt.nl». Steekproefsgewijs wordt bekeken of het bedrijfsleven de nieuwe etiketteringsverordening op de juiste wijze uitvoert. Op basis van de bevindingen in 2015 zal de NVWA in het jaarplan voor 2016 het vervolgtoezicht op de verplichtingen vanuit de etiketteringswetgeving evenals nieuwe prioriteiten vaststellen. Als die dingen bij elkaar zijn gehaald, kan ik mij voorstellen dat we bekijken wat in het plan van aanpak dient te worden voortgezet of geïnitieerd. Ik kan de Kamer toezeggen dat ik daar in het voorjaar, als ik alle informatie heb, op terugkom.

De voorzitter: Mevrouw Dikkers wil daarover een vraag stellen?

Mevrouw Dikkers (PvdA): Nee, ik wil alleen zeggen: hartelijk dank daarvoor.

Minister Schippers: Dan het blokje voedselfraude. Het CDA heeft gevraagd of het register voedselfraudeurs en de afspraken om sancties te verscherpen al iets hebben opgeleverd. Het is de inzet van de Staatssecretaris om te komen tot een Europees register van voedselfraudeurs. De nieuwe controleverordening zet meer in op voedselfraude en onderzoek in het risicogericht toezicht. Hierin is ook aandacht gevraagd voor meer samenwerking tussen de verschillende autoriteiten op het gebied van voedselfraude. Er is nu een nieuw EU-meldingssysteem voor signalen van voedselfraudeurs. Lidstaten kunnen, naast het bestaande systeem voor voedselveiligheidsmeldingen, deze signalen nu ook beter afstemmen en gerichter acties ondernemen.

Tot slot de controle op voedselveiligheid. Er is gevraagd of wij ons op Europees niveau willen inzetten voor de aanpak van de STEC-bacterie. Dat zal Nederland inderdaad in Brussel inbrengen bij de totstandkoming van de leidraad STEC. Iedere lidstaat is verplicht om invoer van levensmiddelen te controleren op de STEC-bacterie. De NVWA bemonstert de import op basis van de risico's. Verder wijst de NVWA importeurs en producenten in Nederland op hun verplichting om in het kader van de HACCP-eisen besmettingen met STEC-bacteriën te voorkomen. Ik kan de heer Geurts dus toezeggen dat wij dit ook inbrengen in Brussel.

Dan de gourmetpaketten van de verschillende supermarkten. De NVWA heeft dit signaal opgepakt. Ik vind het ook een heel grote stap voorwaarts dat wij meldingen via onderzoeken van derden, die soms weleens tot bepaalde conclusies komen, als een melding aan de NVWA beschouwen. Daardoor accepteer je werk van anderen als ware het een cadeautje. Anderen hebben daar immers moeite voor gedaan, in dit geval Wakker Dier. De NVWA heeft dit signaal opgepakt en informatie over het onderzoek opgevraagd bij Wakker Dier, en zal het zelf verder onderzoeken. Overigens staan er op de website van het Voedingscentrum adviezen over veilig gourmetten met de kerst. Ik raad iedereen aan om daarnaar te kijken. Het is heel duidelijk: fabrikanten zijn zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit en de veiligheid van hun vlees. Het is echt zaak dat die keten goed werkt. Daar is hard aan gewerkt in de taskforce. Naar aanleiding van de taskforce zijn er ook allerlei acties in gang gezet om die ketens sluitend te laten zijn. Wij moeten ervoor zorgen dat dat goed gebeurt. Als zoiets op ons afkomt, pakt de NVWA dat ook actief op.

Mevrouw Koşer Kaya vroeg naar de aangehouden motie-Koşer Kaya/Thieme (34 300-XIII, nr. 128) waarin wordt verzocht om te onderzoeken in hoeverre de risicoselectie bij het toezicht van de NVWA op import van levensmiddelen uit derde landen werkt. De Europese Commissie maakt elke drie maanden een lijst met product-landcombinaties van hoogrisicolevensmiddelen, die bij import frequenter moeten worden gecontroleerd. Als geconstateerd is dat de situatie voor levensmiddelen van een bepaalde herkomst niet verbetert, worden extra maatregelen en zo nodig ook noodmaatregelen afgekondigd ter bescherming van de consument. Er is dus inderdaad risicogericht toezicht op basis van nationale meldingen, Europese meldingen en eigen onderzoek.

De voorzitter: Zijn er vragen van de leden naar aanleiding van de beantwoording door de Minister? Ik constateer dat er geen vragen meer zijn. Ik dank de Minister.

Ik zie dat mevrouw Dikkers toch een vraag wil stellen. Mevrouw Dikkers, u bent wel steeds op het allerlaatste moment.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Ik reageer wat secundair vandaag. Ik kreeg van Omroep Gelderland terug dat er bij de NVWA aanwijzingen zijn dat Freebac wordt gebruikt. Die informatie heeft Omroep Gelderland uit stukken gehaald. Ik heb die stukken zelf niet gezien, dus ik kan het niet controleren. Als de Minister zegt dat er geen aanwijzingen zijn, wil ik haar best op haar woord geloven, maar dan wil ik niet volgend jaar te horen krijgen dat die informatie wel beschikbaar was maar niet bij de Minister terecht is gekomen.

Minister Schippers: Ikzelf heb de stukken ook niet gelezen. De informatie die wij krijgen, is dat het niet zo is. Maar ik zal het voor de zekerheid nog een keertje navragen.

De voorzitter: Ik dank de Minister en de Staatssecretaris voor hun beantwoording in eerste termijn. Ik stel een korte tweede termijn voor van anderhalve minuut spreektijd per fractie.

Mevrouw Lodders (VVD): Voorzitter. Ik dank de Minister en de Staatssecretaris voor de beantwoording in eerste termijn. Er is heel veel over tafel gegaan en er zijn kritische noten gekraakt. Ik denk dat dat ook nodig is, gelet op de situatie waarin we verkeren. Wel ben ik heel blij – hoewel «blij» niet helemaal het juiste woord is – dat we hier op deze manier met elkaar over kunnen spreken. We staan namelijk voor een enorme opgave. Bij de Kamer is er geen misverstand over: wij willen dat de NVWA als een gezaghebbende autoriteit de veiligheid van ons voedsel en onze producten controleert en dat zij handhaaft. Wij willen dat zij op het moment dat er zaken verkeerd gaan, ook daadwerkelijk stappen zet.

In mijn eerste termijn ben ik uitvoeriger ingegaan op met name de onderzoeksopdracht. Ik vind het jammer dat er geen uitgebreidere beschrijving naar de Kamer komt, dus overweeg ik om daar een motie over in te dienen. De heer Geurts had al een VAO aangekondigd. Gezien het traject waarin we zitten, denk ik dat het noodzakelijk is dat we die helderheid er op korte termijn in kunnen teruglezen.

Ik had nog een vraag openstaan over het RIKILT, dus ik ga ervan uit dat de Staatssecretaris daarop terugkomt. Dat is tevens mijn bruggetje naar mijn laatste vraag. De Staatssecretaris is ingegaan op mijn vraag met betrekking tot de aanlandplicht, maar ik ga het nog een keer proberen. Ik heb die aanlandplicht echt alleen als voorbeeld genoemd. Als een organisatie aan het verbouwen is en volgende verbouwingen alweer voor de deur staan, vraag ik mij af of het handig is om telkens weer onze eigen interpretatie aan regelgeving te geven, in dit geval met name de regelgeving vanuit Europa. Waarom zoeken wij uit efficiencyoverwegingen niet veel meer samen met andere lidstaten naar een eenduidige interpretatie?

De voorzitter: Ik dank mevrouw Lodders, die twee minuten gesproken heeft. De andere leden krijgen dus ook twee minuten.

De heer Geurts (CDA): Voorzitter. Ik dank mevrouw Lodders voor het oprekken van de spreektermijn. Ik blijf met een paar dingen zitten. Misschien dat we er met een VAO wat verder uitkomen door de Kamer er een uitspraak over te laten doen. Ik vind dat het kabinet vrij laconiek is over de heffingen voor het bedrijfsleven. Dat heb ik in mijn betoog op diverse manieren proberen aan te duiden. Het is niet zomaar dat de containers de Rotterdamse haven niet meer in komen. Ook rekent de NVWA vrij hoge tarieven voor dierenartsen, € 250 per uur. Mijn kernvraag blijft staan: welk perspectief biedt het kabinet aan het bedrijfsleven op dit punt? Het lijkt er namelijk op dat de overheid gewoon doorgaat en dat het bedrijfsleven gewoon mag dokken. Ik vond het een aardige eerste interruptie van mij, die de heer Dijkgraaf heeft vervolgd, waarop hij de toezegging heeft gekregen dat er geen onomkeerbare stappen worden gezet.

Ik heb nog een concrete vraag aan het kabinet. Gaat de kwartiermaker, die daarmee bezig is, stoppen met zijn werk? Er zijn heel wat complimenten uitgedeeld aan de inspecteur-generaal. Ik heb dat ook geprobeerd door te zeggen dat hij goede lijm heeft gevonden. Ik hoop dat die lijmpot voor de toekomst vol blijft en dat hij die ook blijft gebruiken.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Voorzitter. Ik kijk uit naar de antwoorden van de Minister over Freebac. Wij krijgen toch echt signalen – mijn telefoon bliept de hele tijd op – dat ook vanuit de NVWA via de woordvoerder is aangegeven dat er sporen van het middel zijn gevonden. Er staat nog een vraag van mij open over de kosten van de toegenomen inspecties in de vissector en van wat daarvan door het bedrijfsleven zelf wordt betaald. Ik kan mij voorstellen dat de Minister die vraag niet meteen kan beantwoorden; dat mag ook per brief. Ik dank de Minister voor de toezegging over het actieplan voor de etikettering en de Staatssecretaris voor zijn uitgebreide beantwoording.

De heer Wassenberg (PvdD): Voorzitter. Ik dank de Staatssecretaris en de Minister voor de beantwoording. Ik heb nog een korte vraag aan de Staatssecretaris en een vraag aan de Minister. De Staatssecretaris heeft gezegd dat de inspectierapporten van de NVWA niet openbaar zijn. Ik zou graag willen weten waarom die niet openbaar zijn. Kunnen ze niet in ieder geval ten dele geopenbaard worden? Ook is de Minister ingegaan op de pakketten die door Wakker Dier zijn gekocht en die besmet bleken te zijn met micro-organismen. De Minister heeft gezegd dat supermarkten in ieder geval informatie bieden over veilige bereiding van het voedsel. Is de Minister het met mij eens dat we toe zouden moeten naar een voedselveilig systeem, waarin in elk geval geen handleidingen meer nodig zijn om voedsel veilig te kunnen bereiden? En dat zou al helemaal niet moeten als de gevaren via de slachtketen in het voedsel terecht zijn gekomen.

De heer Dijkgraaf (SGP): Voorzitter. Ik dank de bewindslieden, de inspecteur-generaal en vooral niet te vergeten de medewerkers van de NVWA. Ik vraag de inspecteur-generaal om die dank aan zijn medewerkers over te brengen. Er zijn natuurlijk veel mensen die daar dag en nacht hard aan werken.

Ik dank voor de toezegging om het toezicht op een hoger niveau te brengen. Ik maak me nog wel zorgen over de hoogte van de tarieven, de hoogte van het budget, de bureaucratie et cetera. Daar zullen we nog een andere keer verder over debatteren.

Ook dank ik voor de toezegging om geen onomkeerbare stappen te zetten. Dat is wel een heel essentiële toezegging, zodat we een heel zuivere discussie kunnen blijven voeren. Mooi dus dat dat het geval is.

Ik heb nog twee opmerkingen. Om te beginnen komt de Staatssecretaris sowieso terug op de openstaande vragen over de onderzoeken met betrekking tot de havens. Ten tweede: er komt een brief over de aangenomen moties over de boetes. In mijn inbreng had ik het punt gemaakt dat de Algemene wet bestuursrecht volgens mij geen ruimte biedt om een relatie te leggen tussen de hoogte van de boete en de ernst van de overtreding als die boete in de wet sec vastgeprikt is. Als dat punt terugkomt in die brief, hoef ik nu geen antwoord te krijgen.

Staatssecretaris Van Dam: Voorzitter. Mevrouw Lodders was er tevreden over dat we op deze manier hebben kunnen spreken over de stand van zaken bij de NVWA. Dat geldt ook voor mij. We zitten midden in een verandertraject met grote betekenis voor de organisatie. Ik dank voor de vriendelijke woorden in de richting van alle medewerkers. Dat betekent nogal wat voor hen, zeker ook gelet op de aandacht in de media voor hun werk. Dat zal hun goed doen. Het is belangrijk dat we er stil bij staan. Een verandertraject heeft soms hiccups, maar het gaat erom dat wij die zo goed mogelijk inzichtelijk maken en bijsturen waar nodig. Dat hebben we besproken.

Mevrouw Lodders komt terug op de vraag over de onderzoeksopdracht. In mijn termijn heb ik zo goed mogelijk inzichtelijk gemaakt wat er voor mij uit dat onderzoek moet komen. Ik zou dat best op papier kunnen zetten, maar daarmee beschikt de Kamer niet over méér informatie dan de informatie die ik eerder in dit debat heb verstrekt. Ik dacht eigenlijk dat mevrouw Lodders hetzelfde voor ogen had als ik. We moeten met elkaar de discussie over de inhoud voeren. Wat verwachten we van zo'n doorlichting op efficiency? Dat heb ik geprobeerd zo goed mogelijk aan te geven.

Ik had mevrouw Lodders ook beloofd om terug te komen op het RIKILT. Een onderdeel van het plan van aanpak is het nader bezien van de laboratoriumfunctie van de NVWA. In dat kader loopt er momenteel overleg tussen het NVWA-lab en het RIKILT over de mogelijkheid van samenwerking. Bij een volgende voortgangsrapportage zullen we de Kamer informeren over wat dat gaat opleveren.

Mevrouw Lodders noemde de aanlandplicht als voorbeeld om aan te geven dat je soms ook met andere lidstaten moet bespreken hoe je de regelgeving interpreteert. Het bijzondere is dat we dat juist hierbij doen. Er is niet alleen contact met de Europese Commissie, maar juist ook met andere lidstaten bijvoorbeeld rondom de Noordzee, omdat we letterlijk in elkaars vaarwater komen. Er moeten dus goede afspraken zijn over hoe we het allemaal inrichten. We moeten bekijken of we het allemaal op dezelfde wijze interpreteren.

De heer Geurts had het over de heffingen. In de begrotingsbehandeling heb ik geprobeerd om ze een beetje in proportie te plaatsen. De totale exportwaarde is ongeveer 80 miljard en het totaal van de heffingen bedraagt 70 à 75 miljoen. Dat is de verhouding: de heffingen maken dus minder dan een promille uit van de totale exportwaarde. Dat neemt niet weg dat er aandacht voor is om de heffingen zo laag mogelijk te houden, omdat we het bedrijfsleven natuurlijk niet onnodig met kosten willen belasten. Met de Kamer is echter afgesproken om de kosten door te berekenen daar waar sprake is van rechtstreeks profijt. In eerste termijn heb ik gezegd dat de afspraak om alle kosten door te berekenen, soms leidt tot verschillen met andere landen waar ze dat niet zo doen en waar ze andere afspraken hebben gemaakt. Sommige landen hebben ervoor gekozen om een deel van de kosten via algemene heffingen op te halen en dus alle bedrijven te laten meebetalen in plaats van alleen maar de bedrijven die rechtstreeks profijt hebben. In andere landen is ervoor gekozen om de overheid de kosten te laten dragen, dus de belastingbetaler te laten betalen voor het profijt dat bedrijven hebben. Die keuzes hebben wij niet gemaakt. Dat verklaart de verschillen.

De heren Geurts en Dijkgraaf hadden in eerste termijn ook nog vragen gesteld over de lopende onderzoeken en de uitvoering van de motie-De Boer/Jacobi. Op 16 oktober heeft de Kamer de brief gekregen van de Minister van I en M en mijn ambtsvoorganger, waarin staat hoe opvolging wordt gegeven aan het eerdere onderzoek over de totale havenaanloop- en doorvoerkosten in de Noordwest-Europese zee- en luchthavens. In die brief is aangegeven hoe de motie-De Boer/Jacobi wordt uitgevoerd. Dat gebeurt onder meer door twee vervolgonderzoeken te doen in het kader van de actieagenda Maatwerkaanpak Regeldruk-Logistiek. Ook hierover heb ik deze week een briefje – het was maar kort – aan de Kamer gestuurd. Over het gesprek dat momenteel loopt met de sector wordt de Kamer in het eerste kwartaal van 2016 verder geïnformeerd. Daarnaast heb ik toegezegd om de tarieven tegen het licht te houden in het kader van het rapport Maat houden. Verder zal ik in vergelijkende zin onderzoek laten doen naar de keuringstarieven in Nederland, Duitsland, Frankrijk, Denemarken en België. De werkelijke kosten van een aantal representatieve ketens worden in beeld gebracht, evenals de tarieven die worden doorberekend aan het bedrijfsleven aldaar en de wijze van financiering van de totale kosten. Ik zei het net al: soms financiert de overheid het, soms wordt er geheven over alle bedrijven in plaats van alleen de bedrijven die profijt hebben. Het is belangrijk om dat in de vergelijking in het oog te behouden. Dat nemen we mee in het plan van aanpak; de Kamer wordt daar dus in volgende voortgangsrapportages over geïnformeerd.

De heer Geurts vroeg of de kwartiermaker, die bestudeert hoe de KDS een zbo kan worden, gaat stoppen. Nee, want die moet juist voorwerk doen om met elkaar een goed debat over een wetsvoorstel te kunnen voeren. De kwartiermaker moet namelijk uitzoeken hoe het georganiseerd zou moeten worden, hoe het met de arbeidsvoorwaarden zit et cetera als je er een zbo van zou willen maken. Het stoppen van het onderzoek daarnaar zou betekenen dat we volgend jaar geen debat met elkaar kunnen voeren. De heer Dijkgraaf vroeg om geen onomkeerbare stappen te zetten. Dat zullen we niet doen, want de Kamer is het orgaan dat daarover beslist: zij kan ja of nee zeggen tegen het wetsvoorstel of het amenderen. Enfin, zij weet welke bevoegdheden zij daarin heeft.

De heer Wassenberg vroeg waarom inspectierapporten op dit moment niet openbaar worden gemaakt. Op dit moment vormt de WOB het kader. Inspectierapporten zijn in principe niet openbaar, maar op dit moment is een wijziging van de Gezondheidswet in gang gezet, waarin de mogelijkheid wordt verruimd om inspectierapporten openbaar te maken.

De heer Dijkgraaf vroeg of ik in de brief over de aangenomen moties terugkom op het punt dat de Awb geen ruimte zou bieden voor de aanpassing van die boetes. Ja, daarop kom ik terug in de brief. We komen in die brief sowieso terug op de wijze waarop we aan deze moties gevolg gaan geven.

De heer Geurts (CDA): De Staatssecretaris zou in tweede termijn terugkomen op de lopende onderzoeken. Hij heeft er net een aantal genoemd. Zijn dit alle lopende onderzoeken met betrekking tot de NVWA? Of zijn er meer?

Staatssecretaris Van Dam: Het gaat om de tarieven?

De heer Geurts (CDA): De tarieven, maar ook alle onderzoeken die vanuit het kabinet zijn aangestuurd rondom de NVWA en de keuringsdiensten. De Staatssecretaris heeft er net een aantal genoemd. Zijn dit alle onderzoeken? Om het overzicht te bewaren, wil ik graag een overzicht en de deadlines wanneer iets opgeleverd gaat worden.

Staatssecretaris Van Dam: Ik meen dat ik alle lopende onderzoeken heb genoemd. De vraag ging in het bijzonder over de tarieven. Daarnaar lopen twee vervolgonderzoeken.

Het doel van die onderzoeken staat heel duidelijk verwoord in de brief van 16 oktober. Om een volledig beeld te krijgen, heb ik ook aangegeven vergelijkend vervolgonderzoek te laten doen naar de ons omringende landen.

De heer Dijkgraaf (SGP): Ik aarzel een beetje wat we hiermee moeten. Er zijn namelijk verschillende dingen op tafel gelegd. Het ging om de tarieven, maar ook om de reguliere importcontroles, terwijl het onderzoek alleen de hoogrisicolevensmiddelen betreft. Het ging ons niet alleen om de bureaucratie veroorzaakt door de regels maar ook om de houding van de NVWA. Als de Staatssecretaris zegt dat dit uiteindelijk allemaal voldoende onderbouwd terugkomt in die tussenrapportage, dan kan ik daar wel mee leven. Anders zouden we weer een motie moeten indienen; ik aarzel of dat nodig is. Hoe moet ik de woorden van de Staatssecretaris interpreteren?

Staatssecretaris Van Dam: Natuurlijk is het de bedoeling dat waar de heer Dijkgraaf naar vraagt, in die rapportages terugkomt. Ik wijs erop dat de onderzoeken die hij noemt, voortkomen uit gesprekken die de sector, de Minister van I en M – het loopt met name via de lijn van I en M – en mijn voorgangster hebben gevoerd om te bekijken waar de specifieke knelpunten zitten. Ik gaf al aan dat de totale havendoorloopkosten vergelijkbaar zijn, maar dat er in specifieke situaties heel grote verschillen kunnen zijn. Daarom wordt gesproken over de vraag waar de specifieke knelpunten zitten. Op basis daarvan zijn de vervolgonderzoeken ingericht. Het is dus niet alleen door ons verzonnen; er is juist samen met de sector bekeken waar onderzoek naar gedaan zou moeten worden.

Mevrouw Lodders (VVD): Ook ik heb een verhelderende vraag. De Staatssecretaris geeft aan dat de keuringstarieven vergeleken gaan worden met die in de ons omliggende landen. Doelt de Staatssecretaris dan alleen op de keuringstarieven met betrekking tot I en M of is het breed?

Staatssecretaris Van Dam: Breed.

Minister Schippers: Voorzitter. Allereerst Freebac. We zijn omringd door allemaal NVWA-mensen en hun woordvoerder zit in de zaal, dus het zou bij elkaar gelegd moeten kunnen worden. We hebben net even op de website gekeken. Je kunt Freebac ook toepassen op werkoppervlakken en gebruiken voor het verwijderen en voorkomen van biofilm in waterleidingssystemen. Het middel kan dus breed worden toegepast. Er is specifiek gevraagd naar ontslijming en er is gesteld dat over het gebruik daarvan signalen zijn binnengekomen bij de NVWA. Of er wel of geen signalen zijn binnengekomen, kan ik echt wel navragen. Ik laat de Kamer dat schriftelijk weten.

De vraag over de kosten van het toegenomen aantal inspecties was ik inderdaad vergeten te beantwoorden. Excuses daarvoor. Alle betreffende inspecties worden betaald door de bedrijven zelf.

Dan kom ik bij het openbaar maken van de inspectierapporten. De nieuwe Gezondheidswet gaat daarover. Bij de behandeling daarvan kunnen we erover van gedachten wisselen of het ver genoeg gaat of dat het anders zou moeten. We zijn het er in ieder geval allemaal over eens dat de huidige WOB voor alle inspecties, ook de IGZ, onhandig is en te veel lasten en gedoe met zich meebrengt.

Het Voedingscentrum – dat is van de overheid, zo zeg ik er maar bij – geeft informatie over gezond eten en over hygiëne. Het gaat om rauwe, verse producten; een 100% veiligheidsgarantie kun je dus nooit geven. Zeker als je bedenkt dat er thuis ook nog allerlei dingen kunnen gebeuren; te lang buiten de koelkast, niet koud genoeg in de koelkast. Daar geeft het Voedingscentrum allerlei voorlichting over. Ik vind het dus ook belangrijk dat we bekijken hoe we het op dat gebied beter kunnen doen.

De voorzitter: Ik dank de bewindslieden voor hun beantwoording in tweede termijn.

Ik zal de elf toezeggingen doornemen:

  • de Kamer ontvangt in de eerste helft van 2016 informatie over de keuring en het toezicht binnen het fytosanitaire domein;

  • de Staatssecretaris zal geen onomkeerbare stappen zetten inzake het overhevelen van KDS naar het publieke domein, totdat de Kamer het wetsvoorstel zbo ontvangt;

  • de Kamer zal het rapport over de efficiency van de NVWA kunnen inzien dan wel ontvangen;

  • de Kamer ontvangt twee onderzoeken over de inspectiekosten in havens in het eerste kwartaal van 2016;

  • de Staatssecretaris van EZ zal aan de hand van het rapport Maat houden de NVWA-tarieven doorlichten;

  • bij de volgende voortgangsrapportage NVWA wordt de toetsing door het Bureau ICT-toetsing meegestuurd;

  • De Staatssecretaris zal de Kamer informeren over de uitvoering van de moties van de heer Dijkgraaf, die zijn ingediend bij de begrotingsbehandeling EZ, onderdeel Landbouw en Natuur. Deze gaan over boetes;

  • de brief over kalvertransporten, die is aangevraagd bij de regeling van werkzaamheden op 9 december jongstleden, zal de Kamer vlak na het kerstreces ontvangen;

  • het onderzoek door een extern bureau naar de beoordeling van de etikettering zal de Kamer begin 2016 ontvangen;

  • de Minister informeert de Kamer schriftelijk over het gebruik van het middel Freebac bij het ontslijmen van vis.

  • in het voorjaar komt de Minister met een plan van aanpak over etikettering.

Er is een VAO aangevraagd door de heer Geurts. Kan hij zich erover uitspreken of het voor het kerstreces gehouden zou moeten worden?

De heer Geurts (CDA): Wat mij betreft hoeft dat niet.

De voorzitter: Moeten beide bewindspersonen aanwezig zijn bij dat overleg?

De heer Geurts (CDA): Ik zal me richten tot de Staatssecretaris van Economische Zaken.

De voorzitter: Dan stel ik voor dat we het VAO vooralsnog met alleen de Staatssecretaris van EZ proberen te plannen.

Mevrouw Lodders (VVD): Ik heb nog een vraag over de toezegging die is gedaan ten aanzien van de vergelijking van keuringstarieven tussen verschillende landen. Ik heb dat nog niet eerder op schrift gezien. Ik ben heel blij met die toezegging, maar ik zou daar graag een datum aan gekoppeld willen zien.

Staatssecretaris Van Dam: U overvraagt mij nu een beetje. Laten we dat ongeveer synchroon laten lopen met die andere onderzoeken. Dat zal dus ergens voor de zomer worden.

Mevrouw Lodders (VVD): Ik kijk heel moeilijk in de richting van de Staatssecretaris, want ook dit maakt natuurlijk deel uit van de hele analyse die mijn fractie in aanloop naar de Voorjaarsnota wil maken. Ik hoef daar nu geen antwoord op te krijgen, maar ik vraag de Staatssecretaris om daarop een keer terug te komen, eventueel bij het VAO net na het reces.

Staatssecretaris Van Dam: Ik snap die opmerking van mevrouw Lodders. Ik zal kijken of we het zo snel kunnen doen dat zij het daarbij kan betrekken.

De voorzitter: Ik dank alle woordvoerders en de bewindslieden voor hun inbreng en het publiek voor zijn aanwezigheid.

Sluiting 13.52 uur.

Volledige agenda

1. Stand van zaken over Barbarie-eenden en het bedrijf V.

Brief regering d.d. 13-05-2014

Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

2. Afschrift van de reactie op de AIP-brief over de herziening van het NVWA-retributiestelsel

Brief regering d.d. 02-06-2014

Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

3. Reactie op verzoek van de vaste commissie voor Economische Zaken inzake de handhavingskosten die doorberekend worden door de NVWA

Kamerstuk 33 835-7 – Brief regering d.d. 30-06-2014

Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

4. Aanbieding jaarverslag 2013 van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

Kamerstuk 33 835-11 – Brief regering d.d. 25-08-2014

Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

5. Eerste voortgangsrapportage plan van aanpak NVWA

Kamerstuk 33 835-10 – Brief regering d.d. 04-07-2014

Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

6. Stand van zaken onderzoek en recall Van Hattem Vlees BV

Kamerstuk 26 991-411 – Brief regering d.d. 25-02-2014

Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

7. Stand van zaken omtrent de recall bij Van Hattem Vlees BV en over de resultaten van een onderzoek uitgevoerd door de NVWA naar vermeende fraude bij een verwerker van vleeswaren

Kamerstuk 26 991-421 – Brief regering d.d. 02-07-2014

Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma Voorstel: Behandelen.

8. Aanbieding evaluatierapport NVWA «pilot ante mortem keuring slachtvarkens» bij VION Apeldoorn

Kamerstuk 28 286-771 – Brief regering d.d. 20-11-2014

Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

9. Bestuurlijke boetes Wet dieren

Kamerstuk 31 389-147 – Brief regering d.d. 18-11-2014

Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

10. Stand van zaken over het aantreffen van het verboden antibioticum furazolidon bij verschillende veehouderijen en mengvoederbedrijven

Kamerstuk 26 991-435 – Brief regering d.d. 20-11-2014

Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

11. Antwoorden op vragen van de commissie over het kabinetsbeleid ten aanzien van zbo's

Kamerstuk 25 268-89 – Brief regering d.d. 03-09-2014

Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok

12. Uitstel brief over de agenda voor het onder publieke verantwoordelijkheid brengen van keuringstaken

Kamerstuk 26 991-430 – Brief regering d.d. 19-09-2014

Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

13. Toezegging brief over de agenda voor het onder publieke verantwoordelijkheid brengen van keuringstaken en uitvoering van de motie van de leden Geurts/Schouw (Kamerstuk 31 490, nr. 160)

Kamerstuk 26 991-433 – Brief regering d.d. 02-10-2014

Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

14. De agenda voor het onder publieke verantwoordelijkheid brengen van keuringstaken en uitvoering van de motie Geurts/Schouw (Kamerstuk 31 490, nr.160)

Kamerstuk 26 991-437 – Brief regering d.d. 04-12-2014

Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

15. Reactie op brief van de vaste commissie voor Economische Zaken over een klacht met betrekking tot het niet in behandeling nemen van klachten over de werkwijze van de Algemene Inspectiedienst

Brief regering d.d. 09-12-2014

Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

16. Toezeggingen gedaan bij het Algemeen Overleg Salmonella in zalm van 2 oktober 2014

Kamerstuk 26 991-450 – Brief regering d.d. 16-12-2014

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers

17. Voortzetten zelfcontrole voor ondernemers na opheffen PBO

Kamerstuk 32 615-20 – Brief regering d.d. 12-01-2015

Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

18. Aanbieding Rapportage inspecties NVWA bij visverwerkende bedrijven

Kamerstuk 26 991-462 – Brief regering d.d. 10-02-2015

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers

19. 2e voortgangsrapportage Plan van Aanpak NVWA

Kamerstuk 33 835-12 – Brief regering d.d. 20-03-2015

Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

20. Bordeskeuring

Kamerstuk 28 286-798 – Brief regering d.d. 18-03-2015

Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

21. Aanbieding afschrift van de antwoordbrief gericht aan Eyes on Animals over dierenwelzijn tijdens langeafstandstransporten

Brief regering d.d. 24-03-2015

Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma.

22. Eindrapportage Taskforce Voedselvertrouwen

Kamerstuk 26 991-471 – Brief regering d.d. 09-04-2015

Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

23. Aanbieding jaarverslag 2014 van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

Kamerstuk 33 835-13 – Brief regering d.d. 12-05-2015

Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

24. Reactie op verzoek van het lid Dikkers, gedaan tijdens de Regeling van Werkzaamheden van 16 april 2015, over het bericht «Slagers verkopen kalkoen voor lamsvlees»

Kamerstuk 26 991-472 – Brief regering d.d. 28-04-2015

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers

25. Reactie op verzoek van het lid Smaling, gedaan tijdens de Regeling van Werkzaamheden van 16 juni 2015 over de situatie bij het visverwerkingsbedrijf Foppen

Kamerstuk 26 991-473 – Brief regering d.d. 29-06-2015

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers

26. Afschrift van de reactie op de brief en het rapport van Wakker Dier «Vaderdieren in de vee-industrie»

Brief regering d.d. 09-09-2015

Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

27. Herinrichting Keuring en Toezicht

Kamerstuk 33 835-16 – Brief regering d.d. 16-10-2015

Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

28. Toezichtkader NVWA 2015

Kamerstuk 33 835-15 – Brief regering d.d. 16-10-2015

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers – Toezichtkader NVWA 2015

Voorstel: Behandelen.

29. 3e voortgangsrapportage Plan van Aanpak NVWA

Kamerstuk 33 835-17 – Brief regering d.d. 16-10-2015

Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

30. Aanpassing «kleurensystematiek» bij de indeling van bedrijven, de openbaarmaking van inspectiegegevens door de NVWA

Kamerstuk 26 991-475 – Brief regering d.d. 30-10-2015

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers

31. Financieel kader NVWA

Kamerstuk 33 835-18 – Brief regering d.d. 30-11-2015

Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P. van Dam

32. Reactie op het bericht van Transport en Logistiek Nederland (TLN) inzake de inspectie- en toezichttarieven van de NVWA

Brief regering d.d. 08-12-2015

Staatssecretaris van Economische Zaken, M.H.P. van Dam

33. (Nog te ontvangen) Reactie op het verzoek van de commissie Economische Zaken om een toelichting op de relatie tussen de aanpassing van de kleurensystematiek en de aanpassing van de Gezondheidswet, naar aanleiding van de brief Aanpassing «kleurensystematiek» bij de indeling van bedrijven, de openbaarmaking van inspectiegegevens door de NVWA (Kamerstuk 26 991 nr. 475)