Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201526991 nr. 435

26 991 Voedselveiligheid

Nr. 435 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 november 2014

Uw Kamer is reeds meerdere keren geïnformeerd over het aantreffen van het verboden antibioticum furazolidon bij verschillende veehouderijen en mengvoederbedrijven1. Furazolidon is volgens de Europese Verordening (EU) nr. 37/2010 verboden voor gebruik bij voedselproducerende dieren.

Met deze brief informeer ik u over de laatste stand van zaken.

Tevens is op verzoek van de vaste commissie voor Economische Zaken (d.d. 17 september jl.) bij deze brief mijn reactie gevoegd op de brief inzake de ruiming van een kalverbedrijf in verband met furazolidon (zie bijlage2).

Op 24 oktober 2014 is het laatste kalverbedrijf vrijgegeven. Daarmee is de operationele fase van dit onderzoek afgerond. Het opsporingsonderzoek is nog in volle gang en daarnaast lopen nog verschillende juridische procedures van veehouders en de diervoerproducent tegen de staat.

Tijdens dit furazolidon onderzoek zijn in totaal acht kalverbedrijven en één melkveebedrijf door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) onder toezicht geplaatst vanwege het aantreffen van furazolidon/AOZ (metaboliet van furazolidon). Op zeven kalverbedrijven werden bij meer dan de helft van een representatief percentage dieren, residuen aangetoond. EU-Richtlijn 96/23/EG schrijft in die gevallen voor dat de veehouder de keuze heeft tussen een individuele test van alle verdachte dieren op het bedrijf zodat alleen de positief geteste dieren worden afgevoerd, of het laten doden en uit de handel nemen van alle betrokken dieren. In totaal zijn van de zeven bedrijven circa 7500 kalveren vernietigd en uit de handel genomen. Tevens is naar aanleiding van positief getest kalfsvlees van één van deze kalverbedrijven in juni jl. een recall uitgevoerd op nog voorradige partijen vlees/vleesproducten afkomstig van dit bedrijf.

Op het melkveebedrijf en één kalverbedrijf werden residuen aangetoond bij minder dan de helft van de dieren in de steekproef. In lijn met bovengenoemde richtlijn heeft de NVWA op die bedrijven nader onderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn nieuwe steekproeven genomen van de aanwezige dieren op het bedrijf, waarbij onderzoeksslachtingen zijn uitgevoerd. Nadat uit dit onderzoek bleek dat alle onderzochte dieren vrij waren van residuen, zijn deze bedrijven vrij gegeven. Dit regime is ook toegepast bij een aparte groep kalveren van de hoofdvestiging van het vijfde kalverbedrijf3. Deze dieren waren later aangevoerd op het bedrijf en zijn daarom als aparte groep onderzocht. Daarnaast zijn in juli 2014 tijdelijke maatregelen opgelegd op 97 varkensbedrijven en vier kalverbedrijven. Bij nader onderzoek werd daarbij géén furazolidon/AOZ aangetroffen.

Via het Rapid Alert System on Feed and Food heeft Nederland aan andere lidstaten gemeld in welke geëxporteerde partijen vlees, vleesproducten en diervoer (residuen van) furazolidon zijn aangetoond.

In mijn brief van 20 augustus 2014 heb ik toegezegd uw Kamer specifiek te informeren over de uitspraken van de voorzieningenrechter en waar mogelijk over de uitslagen van nog lopende onderzoeken. Hieronder treft u deze nadere informatie.

Kalverbedrijven

Op 26 augustus jl. heeft de voorzieningenrechter verzoeken om een voorlopige voorziening van drie verschillende kalverbedrijven behandeld. De kalverhouder met een hoofdvestiging en een nevenvestiging heeft op 45 urinemonsters contra-analyse uit laten voeren. In 100% van de gevallen werd de vondst van AOZ bevestigd. Het derde kalverbedrijf, dat voer vanuit de hoofdvestiging ontving, heeft geen contra-analyse laten uitvoeren. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 2 september 2014 afgewezen. Met het vernietigen en uit de handel nemen van circa 3959 kalveren, is door de NVWA uitvoering gegeven aan deze rechterlijke uitspraak.

In de twee situaties waar minder dan de helft van de kalveren positief was, heeft de NVWA, in lijn met de Europese Richtlijn, nader onderzoek uitgevoerd. Op één locatie zijn bij vervolgonderzoek geen residuen van furazolidon aangetoond. Vervolgens zijn de beperkingen op dit bedrijf ten aanzien van het slachten van dieren opgeheven.

Op de andere locatie zijn bij minder dan 30% van de onderzochte dieren opnieuw residuen aangetoond in de levermonsters. Naar aanleiding hiervan is opnieuw een steekproef genomen van de aanwezige dieren op het bedrijf, waarbij onderzoeksslachtingen zijn uitgevoerd. Bij deze onderzochte dieren zijn geen residuen aangetoond in lever- en vleesmonsters. Op basis van deze uitkomst is op 24 oktober 2014 ook dit laatste kalverbedrijf vrijgegeven.

In de komende maanden zal de NVWA intensiever toezicht houden op de bedrijven waar furazolidon is aangetroffen.

Door een aantal kalverhouders is bezwaar gemaakt tegen de opgelegde maatregelen en is een voorlopige voorziening aangevraagd om inzage te krijgen in onderliggende laboratorium stukken behorende bij de monsteranalyse. Deze voorlopige voorziening is echter weer ingetrokken, op basis van de afspraak dat RVO.nl pas een beslissing op bezwaar zal nemen zodra er een uitspraak is over prejudiciële vragen die in een belastingzaak zijn gesteld over welke stukken na laboratoriumonderzoek moeten worden overlegd.

Melkveehouder/diervoerproducent

Op de locatie van de diervoerhandelaar die het diervoer met furazolidon leverde, is tevens het melkveebedrijf gevestigd. Eerder heb ik gemeld4 dat de voorzieningenrechter een verzoek van het positief geteste melkveebedrijf op 26 augustus 2014 zou voortzetten. Op grond van de uitslagen van de contra-analyse (waarbij in 2 – eerder positief geteste – urinemonsters AOZ niet werd aangetoond) heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening op 2 september 2014 toegewezen. Door de uitslag van de contra-analyse werden bij minder dan 50% van de geteste dieren residuen aangetoond. Met het uit de handel nemen van de 8 positief geteste runderen, is door de NVWA uitvoering gegeven aan deze rechterlijke uitspraak. Op maandag 22 september jl. diende opnieuw een voorlopige voorziening in de zaak van de melkveehouder. Daarbij stond het verbod om melk in consumptie te brengen centraal. Deze zaak is aangehouden totdat alle maatregelen op het melkveebedrijf zijn opgeheven.

Op last van de NVWA heeft de veehouder alle verontreinigde partijen diervoer of biomassa afgevoerd zodat runderen niet meer konden worden blootgesteld aan de stof furazolidon. Vervolgens heeft de NVWA, in lijn met de Europese Richtlijn, nader onderzoek uitgevoerd en een aantal runderen uit de handel genomen ten behoeve van onderzoeksslachtingen. Uit dat laatste onderzoek bleek dat er geen furazolidon/AOZ meer kon worden aangetoond in organen en vlees. Op basis hiervan zijn op 13 oktober 2014 alle maatregelen op het melkveehouderijbedrijf opgeheven.

De registratie van de diervoerproducent is medio juli opgeschort, waardoor hij niet mag produceren, verhandelen en transporteren. Restpartijen die nog op het bedrijf aanwezig zijn, zullen gecontroleerd als afval worden afgevoerd.

Gesprek sector

Zoals ik al eerder heb aangekondigd zal ik op korte termijn een gesprek voeren met vertegenwoordigers van de diervoer-, kalver-, melkvee-, varkens- en slachterijketen over de vondst van furazolidon. Daarbij staat de vraag centraal welke maatregelen de verschillende ketenpartijen nemen om dit en andere zaken in de toekomst te voorkomen.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma


X Noot
1

Kamerstuk 26 991, nrs. 422, 425, 426, 427 en 428.

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
3

Kamerstuk 26 991, nr. 428.

X Noot
4

Kamerstuk 26 991, nr. 428.