Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201619637 nr. 2219

19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 2219 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 20 juli 2016

De vaste commissie voor Veiligheid en Justitie heeft op 26 mei 2016 overleg gevoerd met de heer Dijkhoff, Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, over:

  • de brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie d.d. 7 maart 2016 inzake de aanbieding van het rapport over de kwaliteit van de beschermde opvang voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (Kamerstuk 27 062, nr. 99);

  • de brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie d.d. 14 maart 2016 inzake het weren van salafisten in de opvang (Kamerstuk 33 042, nr. 23);

  • de brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie d.d. 16 maart 2016 inzake de toezegging over het aantal ongedocumenteerde asielzoekers en over hoeveel mobiele telefoons er zijn uitgelezen in 2015 (Kamerstuk 19 637, nr. 2169);

  • de brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie d.d. 18 maart 2016 inzake de tweede voortgangsrapportage huisvesting vergunninghouders in Nederland (Kamerstuk 19 637, nr. 2170);

  • de brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie d.d. 21 maart 2016 inzake de aanbieding van de Rapportage Vreemdelingenketen over de periode januari tot en met december 2015 (Kamerstuk 19 637, nr. 2171);

  • de brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie d.d. 22 maart 2016 inzake Wijzigen terugkeerondersteuning voor Oekraïners (Kamerstuk 29 344, nr. 129);

  • de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 22 maart 2016 inzake het beleid ten aanzien van tuberculosescreening voor asielzoekers (Kamerstuk 19 637, nr. 2173);

  • de brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie d.d. 22 maart 2016 inzake de reactie op de aangenomen motie van het lid Gesthuizen over de precieze uitvoering van de verbintenis van Nederland tot relocatie van vluchtelingen (Kamerstuk 19 637, nr. 2165) (Kamerstuk 19 637, nr. 2172);

  • de brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie d.d. 24 maart 2016 inzake de reactie op het 10-puntenplan van de ChristenUnie «Opvang asielzoekers in Nederland» (Kamerstuk 19 637, nr. 2177);

  • de brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie d.d. 24 maart 2016 inzake de aanbieding van het rapport IGZ-onderzoek naar de medische zorg voor asielzoekers (Kamerstuk 19 637, nr. 2174);

  • de brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie d.d. 29 maart 2016 inzake de reactie op de brief van de gemeente Steenbergen inzake de vluchtelingenproblematiek en opvang van asielzoekers;

  • de brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie d.d. 31 maart 2016 inzake de aangescherpte aanpak overlastgevende asielzoekers (Kamerstuk 19 637, nr. 2179);

  • de brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie d.d. 11 april 2016 inzake de reactie op het bericht «Grenscontrole mislukt» (Kamerstuk 19 637, nr. 2180);

  • de brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 28 april 2016 inzake de aanbieding Uitwerkingsakkoord Verhoogde Asielinstroom (Kamerstuk 19 637, nr. 2182);

  • de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 3 mei 2016 inzake Kennissynthese gezondheid vluchtelingen (Kamerstuk 19 637, nr. 2183);

  • de brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie d.d. 13 mei 2016 inzake Opvangcapaciteit asielzoekers en taakstelling huisvesting vergunninghouders (Kamerstuk 19 637, nr. 2184);

  • de brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie d.d. 17 mei 2016 inzake Uitbreiding van de locaties pilot inbewaringstelling door de Dienst Terugkeer en Vertrek (Kamerstuk 19 637, nr. 2185);

  • de brief van de Minister van Veiligheid en Justitie d.d. 18 mei 2016 inzake de beleidsreactie op het rapport van de Inspectie Veiligheid en Justitie naar de identificatie van asielzoekers in Nederland (Kamerstuk 19 637, nr. 2187);

  • de brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie d.d. 19 mei 2016 inzake Voortgang verbetermaatregelen vreemdelingenketen (Kamerstuk 19 637, nr. 2186);

  • de brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie d.d. 23 mei 2016 inzake toezeggingen gedaan tijdens het algemeen overleg van 26 april 2016 over mensenhandel en prostitutie (Kamerstuk 27 062, nr. 100);

  • de brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie d.d. 25 mei 2016 inzake de stand van zaken Regeling langdurig verblijvende kinderen (Kamerstuk 19 637, nr. 2190);

  • de brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie d.d. 25 mei 2016 inzake de reactie op de motie van het lid Segers c.s. over het reserveren van financiële middelen voor kleinschalige opvang (Kamerstuk 19 637, nr. 2127) (Kamerstuk 19 637, nr. 2191);

  • de brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie d.d. 25 mei 2016 inzake het betrekken van voorwaardelijke vrijheidsstraffen bij weigeren of intrekken verblijfsvergunning asiel (Kamerstuk 19 637, nr. 2188);

  • de brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie d.d. 25 mei 2016 inzake de stand van zaken van uitgeprocedeerde vreemdelingen (Kamerstuk 19 637, nr. 2189);

  • de brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie d.d. 23 mei 2016 inzake de reactie op het verzoek van het lid De Graaf, gedaan tijdens de regeling van werkzaamheden van 28 april 2016, over het bericht «COA geeft met opzet miljoenen teveel geld uit» (Kamerstuk 33 042, nr. 24).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie, Ypma

De griffier van de vaste commissie, Nava

Voorzitter: Ypma

Griffier: Tielens-Tripels

Aanwezig zijn tien leden der Kamer, te weten: Azmani, Gesthuizen, De Graaf, Keijzer, Kuiken, Sjoerdsma, Van der Staaij, Voordewind, Voortman en Ypma,

en de heer Dijkhoff, Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.

Aanvang 10.03 uur.

De voorzitter:

Hartelijk welkom bij dit algemeen overleg over Vreemdelingen- en asielbeleid. Ik heet de Staatssecretaris en zijn ondersteuning, mijn collega's en alle belangstellenden van harte welkom. De komende vier uur zullen wij spreken over dit onderwerp. Wij hebben een spreektijd van zes minuten afgesproken. Ik stel voor dat er twee interrupties per fractie worden toegestaan: korte vragen zonder inleidingen, graag.

De heer De Graaf (PVV):

Voorzitter. Allereerst wil ik de Staatssecretaris danken voor de snelle beantwoording gisteren. Dat was echt met spoed, want 's avonds lagen er al antwoorden op Kamervragen. Nu wachten we inderdaad af wat er van die antwoorden komt. De vragen gingen over het feit dat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers winkeliers zou compenseren voor gestolen waren door mensen uit een azc. Wij wachten af of die verhalen kloppen.

Graag start ik met enkele opmerkingen over het plan van de VVD dat we zaterdag in de krant konden lezen. Er zouden maximaal 15.000 asielzoekers opgenomen worden. Dat is de holle verkiezingsretoriek die weer bezit heeft genomen van de VVD. We kennen nog de € 1.000 voor elke werkende Nederlander en weten ook nog dat de hypotheekrenteaftrek zou staan als een huis en dat er geen cent meer naar de Grieken zou gaan. Valse beloftes! Valse beloftes!

De VVD gaat door met volksverlakkerij en voegt daar nu een zogenaamde asielstop aan toe. Daarnaast gaan inburgeraars niet terug, terwijl dit wel afgesproken is. Er zijn pas 500 Albanezen vertrokken. Het nieuws van gisteravond is ook slap nieuws. De feiten maken van de PVV ... daar ga ik weer, van de VVD ... Twee keer een V erin en dan ga je al snel de mist in. Excuses, mijnheer Azmani. De feiten maken van de VVD gewoon een ordinaire leugenpartij. Onder regie van de VVD is er vorig jaar een recordaantal asielzoekers binnengehaald. Illegalen krijgen bed, bad en brood en onder leiding van de VVD is er getekend voor een invasie van 80 miljoen Turken. VVD staat gewoon voor «veel vreemdelingen doorlaten» en dan vooral Nederland in. De PVV heeft nul vertrouwen in de loze beloftes van deze partij. Het wordt tijd dat met de VVD wordt afgerekend. Wij hopen dat dat volgend jaar zal gebeuren. We zien al dat mensen in ingezonden brieven in de krant schrijven: nooit meer VVD. Dat klinkt ons als muziek in de oren. De mensen willen anders gaan stemmen en die stemmen gaan vooral onze richting op.

De asielprocedure is een grote gatenkaas en dat is eigenlijk nog een compliment. Terroristen, oorlogsmisdadigers en bedriegers hebben vrije toegang tot Nederland. Ze kunnen hier gewoon de asielprocedure in met alle risico's van dien. Ondanks het feit dat het kabinet in november beloofde om de screening van asieleisers op orde te brengen en de premier zelfs een absolute garantie gaf dat er alles aan gedaan zou worden om te voorkomen dat er iemand tussendoor zou glippen, blijkt uit de schouw van de Inspectie Veiligheid en Justitie, de IVJ, dat dat in februari nog steeds niet het geval was. Graag krijg ik hierover opheldering van de Staatssecretaris.

Duizenden asielzoekers zouden dit jaar Nederland zijn binnengekomen zonder goed te zijn doorgelicht, lazen we in de krant van wakker Nederland. Duitsland heeft hetzelfde probleem. Islamitische Staat meldt dat zeker 4.000 jihadisten Europa zijn binnengekomen met de asieleisersstroom. En dan hebben wij het alleen over de mensen die namens IS kwamen en nog niet over de mensen van Jabhat al-Nusra, Boko Haram en andere Al Qaida-achtige organisaties. Tel uit je winst met deze open grenzen! In Parijs en Keulen weten ze ervan mee te praten.

Hetzelfde geldt voor bedriegers met valse papieren. De IND die door middel van nadere verhoormethodes bedriegers en jihadisten zou moeten opsporen, neemt hier vaak niet eens de moeite voor, aldus de informatie die ook weer komt uit de krant van wakker Nederland. Zelfs asielzoekers zonder papieren – dat waren er vorig jaar 22.000 – mogen gewoon de procedure in. Je kunt maar één conclusie trekken: dit loopt volledig uit de klauwen. We weten niet wie we binnenlaten. De staat van Nederland is nu als een soort straat waar alle deuren gedwongen openstaan. Vreemdelingen beslapen je bed en roven je koelkast leeg. Zelf mag je buiten op straat slapen, maar je moet wel de boel betalen en de wc opruimen.

De Staatssecretaris maakt het terroristen en bedriegers wel heel erg makkelijk en zet met zijn laksheid willens en wetens de veiligheid van alle Nederlanders op het spel. Met de aanslagen in Parijs en de seksuele jihad, taharrush, in Keulen, andere steden en kortgeleden nog in Berlijn op mijn netvlies, verzoek ik de Staatssecretaris dringend om nu eindelijk maatregelen te nemen. Sluit onze grenzen onmiddellijk en laat geen enkele asielzoeker meer toe tot Nederland. Dat is geen onbarmhartigheid, maar barmhartigheid voor de eigen bevolking. Als je niet goed voor jezelf zorgt, kun je ook niet goed voor een ander zorgen. We kunnen niet de hele wereld in huis nemen. Gooi het roer om en wees eens net zo gemakkelijk in het weigeren van asiel als in het verstrekken ervan. Graag krijg ik hierop een reactie.

Asielzoekers die eenmaal in Nederland zijn en overlast veroorzaken of criminele feiten plegen, hebben vaak niets te vrezen van de Staatssecretaris. Dat hebben we gezien bij de mensen, de aanranders, in Almere. De Staatssecretaris wil alleen asiel weigeren bij een veroordeling voor een ernstig misdrijf. Gisteren heeft hij dat weliswaar iets aangescherpt, maar ik noem het voorbeeld van Almere, omdat die mensen dus niet onder die nieuwe regel vallen. Dat vinden wij in één woord «onacceptabel». Onze samenleving blijft hierdoor met overlastgevers en aanranders zitten. We weten ook dat zo'n 80% tot 90% van alle winkeldiefstallen gepleegd wordt door bewoners van het azc, zo zeggen de winkeliers in de buurt van azc's. Het is schandalig dat dit de verlening van een verblijfsvergunning niet in de weg staat. Wij eisen dan ook een einde aan deze wantoestand en vragen de Staatssecretaris om eindelijk eens daadkracht te tonen op dit punt, ook als daarvoor tegen het zere been van Brussel moet worden getrapt. Zorg er eindelijk een keer voor dat alle asielzoekers die een misdrijf hebben gepleegd, nooit maar dan ook nooit in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning. Wie je niet binnenlaat, hoef je daarna ook niet meer – moeilijk, moeilijk – proberen uit te zetten.

De tijd is bijna om dus ik nader het slot van mijn bijdrage. De PVV vraagt opheldering over de overlast en de criminaliteitsdoofpot die er voor asieleisers bestaat. Zo heeft de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) in eerste instantie verzwegen dat er in Alphen aan den Rijn een azc is geplunderd door asieleisers, waarbij onder andere zestien tv's zijn gestolen. Bovendien waren de natte ruimtes te smerig om nog schoon te kunnen maken. Laat dat eens op je inwerken. Verzin er eens een beeld bij. Er zijn reeds 51 incidenten geweest waarbij politie nodig was. Er is handel in drugs, vermoeden van ronselen en ga zo maar door. Dit is wetteloosheid. Wij willen dat de Staatssecretaris duidelijk vertelt hoe hij dit gaat oplossen.

De voorzitter:

Wilt u afronden?

De heer De Graaf (PVV):

Ja. Zijn deze criminelen inmiddels opgepakt en uitgezet? Treedt de Staatssecretaris op tegen instanties die problemen en incidenten veroorzaakt door asielzoekers, proberen te verhullen? Dat is een belangrijke vraag.

Ik heb nog twee laatste punten en dan ben ik echt klaar. Het is ons een doorn in het oog dat er weer extra geld wordt vrijgemaakt voor asielzoekers. Wij roepen de Staatssecretaris op om dat half miljard extra niet naar gemeentes te sturen. Eigenlijk is het te veel. Misschien moeten wij nog een extra debat voeren. Dan stop ik er nu mee.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Voorzitter. Het is zeker te veel: zo vroeg op de ochtend zo veel giftige woorden van een partij die zo weinig voor elkaar krijgt en die zelf jarenlang het afbraakbeleid gesteund heeft, een beleid waarbij veel mensen last hebben van de bezuinigingen, bijvoorbeeld door het verkopen van veel sociale huurwoningen en door de bezuinigingen op de zorg, een beleid ook waarin onze ouderen gepakt worden. Een partij die dat beleid heeft gesteund, zoekt natuurlijk maar al te graag naar een zondenbok. In de geschiedenis hebben wij wel vaker gezien dat er niets makkelijker is dan om daarbij de xenofobe gevoelens die mensen koesteren, aan te spreken en de vluchtelingen of andere buitenlanders de schuld te geven.

De heer De Graaf (PVV):

Ik voel me een beetje uitgedaagd door mijn buurvrouw. Als er dan toch zo weinig tijd is, waarom besteedt zij dan zo veel woorden aan een partij – ook nog woorden die gelogen zijn en niet kloppen – terwijl zij zich aan het onderwerp moet houden? Ik geef een tip en zou zeggen: ga lekker door met het onderwerp, want dan klopt het misschien weer.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Ik vind dit echt heel erg intelligent van de heer De Graaf. Applaus daarvoor. Ik zou natuurlijk nog even door kunnen gaan. Wij weten allemaal dat de PVV erg weinig voor elkaar krijgt in dit huis en dat komt onder andere doordat heel veel mensen hier wel zien dat zij op een heel hatelijke manier mensen tegen elkaar uitspeelt. Dat is een manier die, naar ik vrees, onze samenleving uiteindelijk weinig goed zal doen. Wij vinden allemaal dat we door de grote vluchtelingenaantallen – er zijn wereldwijd meer dan 60 miljoen vluchtelingen en dat aantal groeit iedere dag – met behoorlijk wat problemen geconfronteerd zijn. Partijen in de Kamer verschillen vaak van mening over de juiste oplossing, maar de meeste partijen nemen daarbij nog wel enig fatsoen en verstandigheid in acht, omdat iedereen weet dat we mensen niet tegen elkaar op moeten zetten: zwart tegen wit, ziek tegen oud en vluchtelingen tegen mensen die arm zijn. Het heeft heel weinig zin om mensen tegen elkaar op te zetten, vooral niet als je eigenlijk alleen maar op zoek bent naar een zondenbok om de fouten die je zelf hebt gemaakt, recht te zetten.

Ik begin vandaag zelf met de rechten van kinderen, met name met de rechten van de zogenaamde uitgeprocedeerde vluchtelingenkinderen die onder druk staan. De meeste partijen die hier nu aanwezig zijn, waren zojuist buiten aanwezig, omdat wij daar voor de zoveelste keer stonden te protesteren voor de rechten van twee kinderen die hier geboren zijn. Ik noem ze maar even: David en Daniël. Dat zijn twee kinderen uit Baarn die hier zijn geboren. Zij zijn de zoveelste kinderen voor wie een klas, een hele gemeente uittrekt om ervoor te zorgen dat zij wel hier mogen blijven.

Deze kinderen zijn hier geboren, gaan hier naar school en zitten hier op voetbal, maar worden gewoon afgewezen omdat hun papieren niet deugen of hun ouders een verkeerde procedure hebben gevoerd. Talloze gewortelde kinderen vallen wegens procedurefouten buiten de kinderpardonregeling. De Kamer had eigenlijk zelf bedacht dat ze barmhartig moest zijn als het ging om kinderen die in dit land geboren zijn en dat ze niet alleen naar een papieren werkelijkheid moest kijken, maar juist naar de werkelijkheid voor deze kinderen en naar het belang voor deze kinderen. Op dit punt schiet de bureaucratie, de manier waarop de permanente kinderpardonregeling is bedacht en wordt uitgevoerd, haar doel voorbij. Wordt de Staatssecretaris er zelf niet moe van om iedere keer opnieuw geconfronteerd te worden met gevallen waarvan de samenleving zegt: dit kan toch niet de bedoeling zijn van het beleid? Wij snappen het niet. Hoe kunnen we nu kinderen die bij ons horen en die we als een van ons beschouwen, uitzetten? Van 2013 tot nu hebben 370 kinderen op basis van een discretionaire bevoegdheid een vergunning gekregen. Dat geeft toch aan dat de regeling gewoon niet klopt en te streng is?

Ook de kinderrechten van andere vluchtelingenkinderen staan onder druk. Telkens krijg ik de vraag waarom kinderen toch zo vaak van azc naar azc moeten verhuizen. Waarom kunnen zij niet op één plek blijven wonen of ten minste in dezelfde omgeving? Ik vraag de Staatssecretaris om dat hier duidelijk uit te leggen. Waarom moeten kinderen zo vaak verhuizen?

Nu ga ik in op nog weer andere kinderen. Een Burundees gezin werd een aantal weken geleden teruggestuurd naar Burundi, een land waar volgens Ban Ki-moon van de VN ieder moment een burgeroorlog kan uitbreken. Ook ik krijg signalen dat iedereen na aankomst in Burundi twee weken wordt opgesloten. Klopt dit? Het ambtsbericht stamt uit 2009. Mensen kunnen nu terug omdat het veilig zou zijn, aldus het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Is de Staatssecretaris niet van mening dat in het licht van de recente gebeurtenissen het oordeel over Burundi herzien moet worden en dat de uitzettingen in afwachting daarvan moeten worden stopgezet? Wanneer kan de Kamer een actueel ambtsbericht over Burundi tegemoetzien, waarin de actuele situatie in Burundi duidelijk wordt uitgelegd en op basis waarvan een nieuwe beslissing genomen kan worden?

Nu wijd ik nog een aantal woorden aan de Turkijedeal, want ook daar hebben kinderen het niet gemakkelijk. Syrische kinderen werken massaal in Turkse fabrieken. De Griekse rechter oordeelde afgelopen vrijdag dat Turkije geen veilig derde land is. Wat doen dergelijke berichten met het vertrouwen van de Staatssecretaris en de status van de Turkijedeal? Is het niet naïef om nu nog te denken dat wij met Libië ook een dergelijke deal kunnen sluiten en dat het daar wel allemaal gaat werken?

De VVD wil een asielstop, zo lees ik in de krant, maar hoe gaan wij dat regelen? Ik hoor dat straks graag uit de mond van de heer Azmani. Moet dat met het definitief begraven van het Vluchtelingenverdrag van de VN en het sluiten van deals zoals die met Turkije? Wat vindt de Staatssecretaris van het plan dat door de fractievoorzitter van de VVD, de heer Zijlstra, is gepresenteerd?

Als we afspraken willen maken met andere landen moeten wij ons minstens ook aan onze eigen afspraken houden. Tot op heden zijn de beloofde 9.400 nog lang niet naar Nederland gekomen en daarover werd op 3 maart een motie van onder anderen ondergetekende aangenomen. Ik vroeg de regering om duidelijkheid over vijf punten. De brief beantwoordt alleen aan het eerste punt. Nog altijd weet ik niet hoeveel dossiers van mensen die voor relocatie uit Griekenland in aanmerking komen, Nederland in behandeling heeft genomen, hoe lang tussen het aanbieden van de dossiers en de behandeling heeft gezeten en hoeveel dossiers Nederland van Griekenland heeft ontvangen die nog niet in behandeling zijn genomen en wat daarvan de reden is. Graag krijg ik alsnog een antwoord.

Nu ga ik in op de opvang in Nederland. Al maanden vraagt de Kamer om kleinschalige opvang. Ik vraag mij af hoe dat nu gaat. Ik lees dat de Staatssecretaris het land in zal gaan om aan deelnemers van de regionale regietafels te vragen wat er speelt in de verschillende gemeenten. Wat is hier uit gekomen?

Een ander punt waar het al maanden over gaat, zijn de aparte opvanglocaties voor bijvoorbeeld lhbt-vluchtlingen. Tijdens de bijzondere procedure die ik hierover organiseerde, waren lhbt-vluchtelingen duidelijk en eensgezind, alsook de homorechtenorganisaties die Nederland kent. Zij willen geen kop-van-jut zijn. Ik ben het met de Staatssecretaris eens als hij stelt dat alle nieuwkomers zich aan onze normen en waarden moeten houden, sterker nog: dat staat op één, dat is essentieel. Ik vind echter tegelijkertijd dat we asielzoekers niet kunnen gebruiken om af te dwingen dat anderen zich aan die normen en waarden gaan houden. Uiteraard moeten de daders aangepakt worden, maar de veiligheid en de belangen van de kwetsbare homoseksuelen, de lhbt-vluchtelingen, staan op dit punt voorop. Ik weiger dus lhbt-vluchtelingen te laten zitten waar ze zitten als wij ze niet de veiligheid kunnen bieden waar ze recht op hebben. Graag krijg ik hier een reactie op van de Staatssecretaris.

Ten slotte. Ik lees dat de huisvesting van vergunninghouders niet snel genoeg gaat. Hoewel iedereen hard zijn best doet, bestaat nog steeds 35% in de opvang van het COA uit vergunninghouders. In de brieven van de regering lees ik echter niet veel concreets over de manier waarop wij dat percentage omlaag krijgen. Hoe gaat het met het ombouwen van kantoren en met het bijbouwen? En niet onbelangrijk: waar worden de nieuwkomers intussen gehuisvest? Ik krijg signalen dat niet goed gematcht wordt tussen woningen en statushouders. In een grote eengezinswoning wordt bijvoorbeeld geen gezin gehuisvest, maar vijf alleenstaande mannen. Klopt dat en hoe kan dat beter? Ondertussen wordt de urgentieverklaring voor vergunninghouders afgeschaft. Wat voor invloed zal dit volgens de Staatssecretaris hebben op het aantal vergunninghouders in het COA?

Voorzitter. Ik zie dat ik moet afronden. Ik dank u.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Voorzitter. Vanochtend nam ik met enkele Kamerleden het boekje Ik blijf hier in ontvangst. Dat is een pleidooi van hier gewortelde kinderen om in Nederland hun bestaan op te kunnen bouwen. 92% van de kinderen die hier langer dan vijf jaar woont en hier dus geworteld is, krijgt geen kinderpardonvergunning. Het kinderpardon is dus niet de oplossing die het zou moeten zijn voor gewortelde kinderen. Het leidt tot wanhopige burgemeesters, tot wanhopige gemeenteraadsleden, van GroenLinks tot VVD, die vinden dat hun stadsgenoten hier moeten kunnen blijven, tot wanhopige buurtbewoners, tot wanhopige klasgenootjes, maar vooral tot wanhopige kinderen wier bestaan onzeker is. GroenLinks heeft de Staatssecretaris hier meerdere malen op gewezen. Ik zou graag van hem willen horen, wat zijn alternatief dan is. Gaat hij deze gewortelde kinderen echt daadwerkelijk allemaal uitzetten? Gaat hij de politie deze kinderen uit huis laten halen en op het vliegtuig laten zetten? Ik hoop deze Staatssecretaris zo te kennen dat hij niet zo'n soort man is.

Maar wat gebeurt er dan met deze kinderen? Laat hij ze voortdurend in onzekerheid? Waarom kunnen we niet gewoon rationeel met elkaar naar de regeling kijken en het met elkaar erover eens worden dat de regeling beroerd uitpakt? Als je 92% van de kinderen die je hier zou moeten helpen niet helpt, wat zitten we hier dan te doen? Ik wil het bij dezen nog eens vragen: is de Staatssecretaris bereid, nog deze periode te kijken naar herziening van het kinderpardon? We hebben vanmorgen een petitie gekregen. Ik heb begrepen dat daar ook een brief bij zit, die speciaal voor de Staatssecretaris geschreven is. Die brief wil ik straks graag via de voorzitter aan de Staatssecretaris aanbieden.

Ik ben geschrokken van het inspectierapport over de opvang van minderjarige asielzoekers. Op twaalf van de achttien door de inspectie getoetste criteria scoort de opvang van alleenstaande asielkinderen onvoldoende. Kinderen hebben geen toegang tot de vertrouwenspersoon, hun veiligheid is niet goed geborgd, personeel is onvoldoende opgeleid en soms verdwijnen er zelfs kinderen uit de opvang. De Staatssecretaris zegt het rapport serieus te nemen, maar ik proef niet de urgentie die ik graag bij hem zou willen zien. Kan hij toezeggen dat we nog voor het zomerreces een brief krijgen met maatregelen en een tijdpad, die ervoor gaan zorgen dat deze misstanden nog dit jaar worden verholpen?

Ik verbaas me er ook over dat de inspectie meldt dat er geen voorlichting plaatsvindt over Nederlandse normen, de cultuur, seksualiteit en mensenhandel in de opvang van alleenstaande minderjarige asielzoekers. Kan de Staatssecretaris toezeggen dat die voorlichting er wel komt? Verder wil ik hem wijzen op de recente aanbevelingen van de werkgroep Kind in azc. Is hij bereid, deze aanbevelingen ter harte te nemen en bijvoorbeeld te kijken of er meer voorzieningen voor kinderen kunnen komen in reguliere asielzoekerscentra?

Nog altijd hebben we in Nederland te maken met noodopvang. Het is goed dat we momenteel iedereen een dak boven het hoofd kunnen bieden. Maar dat is niet genoeg, want welke stappen neemt de Staatssecretaris om op korte termijn de gemiddelde wachttijd voor het starten van een asielprocedure terug te dringen en de noodopvang uit te faseren? De onzekerheid en uitzichtloosheid van het maandenlang wachten zonder iets om handen te hebben, is slopend. De noodopvang veroorzaakt bovendien veel extra verhuizingen. In Leiden worden mensen nu met stoom en kokend water uit de noodopvang gehaald en naar verschillende azc's in het land gebracht. Binnen twee dagen moeten ze vertrekken en ze mogen bijna niets meenemen. Dat leidt tot veel stress en spanningen. Ik vraag de Staatssecretaris dan ook of dat niet beter kan. Wat gaat het kabinet ondernemen om de 16.000 statushouders die zich nu ophouden in de azc's in een woning te krijgen? Het bestuursakkoord dat hierover is gesloten, lijkt zijn vruchten nog niet af te werpen. Binnenkort is het, als het aan de Tweede Kamermeerderheid ligt, zo dat de statushouders nog minder snel in een socialehuurwoning terechtkunnen. Het bestuursakkoord dat hierover is gesloten, lijkt zoals gezegd zijn vruchten nog niet af te werpen. Is de Staatssecretaris bereid, te kijken naar nieuwe alternatieven? Wat vindt hij bijvoorbeeld van gemeenten die nu zelfstandig huizen opkopen om te transformeren tot socialehuurwoningen voor statushouders? Wat is hij in de toekomst van plan? Het lijkt erop dat er langzaamaan minder vluchtelingen naar Nederland komen. Maar herhalen we de fout van voorgaande jaren om in dat geval de opvangcapaciteit maar meteen weer helemaal af te schaffen? Of houden we een flexibele schil in stand, waarmee kan worden bijgesprongen als er meer mensen komen?

Het wordt ook hoog tijd dat we grote stappen zetten om de asielzoekers die zich nu in Nederland bevinden, te helpen om snel te integreren. GroenLinks vindt dat dit het beste gaat door asielzoekers in elk stadium van hun procedure in dezelfde regio en het liefst zelfs in dezelfde gemeente te plaatsen. Ook voor taallessen, voorlichtingstrajecten en begeleiding naar werk is die continuïteit belangrijk. De gemeente Utrecht is hiermee al aan de slag gegaan. Is de Staatssecretaris bereid, deze methode landelijk in te voeren? Ik vestig graag de aandacht van de Staatssecretaris op de positie van dove asielzoekers. Vorig jaar is een notitie met een onderzoek van drie studenten van de Hogeschool Utrecht naar de positie van dove asielzoekers naar de Kamer gestuurd. Is de Staatssecretaris bereid, een reactie op deze notitie te schrijven en welwillend te kijken naar de aanbevelingen hierin? De Inspectie voor de Gezondheidszorg concludeert dat de medische zorg voor asielzoekers onder druk staat. Een groot probleem is de vaak ontbrekende voorlichting aan asielzoekers over waar en waarvoor ze zorg kunnen krijgen. Wat gaat de Staatssecretaris doen om dit te verbeteren?

Tot slot krijg ik graag een appreciatie van de Staatssecretaris van de recente ontwikkelingen rond de Turkijedeal. Hoe houdbaar is die deal, nu een Griekse rechter Turkije als onveilig heeft bestempeld? Hoe reageert het kabinet op de dreigementen van Erdogan om de deal op te schorten zolang er geen visumliberalisatie plaatsvindt?

De heer Sjoerdsma (D66):

Voorzitter. Net als een aantal collega-Kamerleden mocht ik vanochtend veel handtekeningen in ontvangst nemen met betrekking tot het kinderpardon. Ik denk dat het het beste is als we die handtekeningen, samen met de brief, via de voorzitter aan de Staatssecretaris overhandigen.

Het ging om een oproep van gewortelde kinderen om in Nederland te mogen blijven. Het toonde maar weer eens aan – dat is teleurstellend – dat het kinderpardon zijn doel niet heeft bereikt. Het heeft niet uitgepakt zoals het kinderpardon oorspronkelijk was bedoeld. Ja, er zijn veel vergunningen afgegeven, maar ja, er vallen ook nog steeds heel veel kinderen buiten de boot. Dat komt door het kunstmatige onderscheid tussen rijks- en gemeentetoezicht. Hoe leg je dat uit aan een kind dat ingeschreven staat op de basisschool en lid is van een sportclub geen pardon krijgt, simpelweg omdat het zich zou hebben onttrokken aan het rijkstoezicht, wat natuurlijk evident niet het geval is. Ik vraag de Staatssecretaris, dat kunstmatige verschil weg te nemen en zo die kinderen alsnog een pardon te geven, daarbij komend tot een herziening. Helaas is dat gesleep met en getrek aan kinderen een veel breder probleem. Dat is funest voor de ontwikkeling van kinderen. We zagen deze week de noodoproep van UNICEF. Maar we zagen ook dat mijn eigen fractie in de gemeenteraad van Purmerend aan de bel trok. Het ging over een groep alleenstaande minderjarige asielzoekers, die goed functioneert, is aangesloten bij de gemeente, maar die nu weer uit elkaar zou moeten worden gehaald en op andere plekken moet worden ondergebracht, terwijl daartoe eigenlijk geen aanleiding is, behalve dan dat het kabinet vindt dat die groep te groot is. Is dat nou wenselijk, gelet op de continuïteit voor deze kinderen?

Er was ook een inspectierapport dat ik uitermate zorgwekkend vind. Daarin staat dat kinderen die extra bescherming nodig hebben, deze bescherming onvoldoende krijgen. Dat is een zeer zorgwekkend rapport. Collega's spraken al over twaalf van de achttien. Wat gaat de Staatssecretaris daarmee doen?

Het is ook goed dat we weer eens wat breder praten over de asielproblematiek in Nederland zelf. Want er is heel veel niet op orde. Ik noem de maandenlange wachttijden. Ik noem het feit dat integratie pas begint als iemand een status heeft. Ik noem het feit dat de huisvesting een drama is. Ik noem de medische zorg, die onder druk staat en de screening die niet goed is. Ik krijg graag een algemene appreciatie van dit alles.

De gemiddelde wachttijd voordat je de procedure ingaat, is ongeveer negen maanden, terwijl de wachttijden in de procedure zelf maximaal zes maanden zijn. Ik vind dat echt onacceptabel lang. Dat betekent namelijk verveling, onzekerheid en een hele hoop kosten voor de Nederlandse maatschappij. Hoeveel zou het de Nederlandse Staat opleveren als we die gemiddelde wachttijd, voorafgaand aan de procedure, terug weten te brengen met bijvoorbeeld drie maanden? Hoeveel extra fte zou daarvoor benodigd zijn bij de IND? De Staatssecretaris zegt telkens: we kunnen de IND niet nog verder uitbreiden, want er is een balans tussen medewerkers die wat doen en medewerkers die aan het trainen zijn. Dat snap ik heel goed, maar de huidige wachttijd is zo lang dat er alarmbellen af moeten gaan.

Ik zag een zinnetje van de Staatssecretaris over het leren van de Nederlandse taal: het COA beziet de mogelijkheden van Nederlandse taal voor asielzoekers die langdurig in de opvang zitten en een reële kans op een asielvergunning hebben. Er is een motie ingediend (19 637, nr. 2089) die al vijf maanden geleden is aangenomen. Over de uitvoering daarvan bestaat nog steeds geen duidelijkheid. Ik vind dat langzamerhand op obstructie gaan lijken. Wordt die motie nu uitgevoerd of niet? In het laatste geval wil ik weten, waarom niet.

Het laatste rapport van de inspectie over de screening van asielzoekers was op z'n zachtst gezegd alarmerend. De screening is nog steeds niet op orde, ondanks verzoeken van meerdere partijen, van links tot rechts, om de screening op orde te brengen. We hebben daar uitgebreid over gediscussieerd, onder anderen met de premier, naar aanleiding van eerdere aanslagen. Wanneer is deze screening volledig op orde?

Ik heb nog een positieve noot. Mijn fractie is tevreden met de uitvoering van de motie om een aparte, veilige opvang voor lhbt'ers en andere kwetsbare individuen te regelen als blijkt dat hun veiligheid niet kan worden gegarandeerd. Het is ook belangrijk dat degenen die deze overlast veroorzaken, hard worden aangepakt. Klopt het dat het Reglement onthouding verstrekkingen alleen geldt in azc's en niet op noodopvanglocaties? Klopt het verder dat de meeste incidenten juist plaatsvinden in die noodopvanglocaties, vanwege een gebrek aan toezicht en begeleiding? Wat gebeurt er met de mensen aan wie die opvang ontzegd wordt? Belanden ze gewoon op straat, zodat de gemeenten het mogen oplossen? Is dat niet funest voor het draagvlak bij de omwonenden? Want om de daders te kunnen aanpakken, moeten we wel weten wie dat zijn. De Staatssecretaris signaleert dat het moeilijk is, precies te bepalen wie ze zijn. Slachtoffers durven ze vaak niet aan te wijzen. Maar dan vind ik het wel gek dat in dezelfde brief de Staatssecretaris een motie van collega Bergkamp ontraadt, die juist pleit voor onafhankelijke vertrouwenspersonen. Juist een onafhankelijk vertrouwenspersoon kan ertoe leiden dat slachtoffers zich wél durven uit te spreken en dat daders kunnen worden aangepakt.

De heer Van der Staaij (SGP):

Voorzitter. Ik wil graag beginnen met een positieve noot. De internationale organisatie voor migratie verspreidde deze week een hoopgevend bericht: het aantal verdrinkingen van asielzoekers op zee is flink gedaald. Zeker als je kijkt naar de route tussen Turkije en Griekenland, zie je dat daar vooruitgang is geboekt. Natuurlijk is dat geen reden voor triomfantelijkheid, want er is nog steeds veel leed. Maar tegelijkertijd is het wel een zegen als het kwaad van mensensmokkel en de praktijken van verdrinkingen op zee kunnen worden ingedamd.

Bij de terechte aandacht voor grote groepen asielzoekers als de Syriërs kan de aandacht voor kleinere, kwetsbare groepen gemakkelijk uit beeld verdwijnen. Ik wil vandaag speciale aandacht vragen voor Pakistaanse christenen, omdat ze in het verleden als kwetsbare groep zijn aangemerkt. Je ziet dat bevestigd in het recente nieuws over opgepakte christenen in Pakistan. We hebben nog niet de indruk dat consequent wordt getoetst op de vaste beleidslijn, ook als het gaat om bekeerlingen. Ik wijs op de zaak bij het Europese Hof, waarin de uitzetting van een Pakistaan uit Nederland is geblokkeerd. Kan de Staatssecretaris toezeggen dat hij nog eens serieus naar de consequente toepassing van het beleid zal kijken? Ik vraag dus niet om aanpassing van beleid, maar om zorgvuldige toepassing van wat al is vastgesteld.

Ook Open Doors Duitsland had ingrijpend nieuws over bedreigingen die minderheden in opvang te duchten hebben van soms radicaalislamitische medebewoners. Het rapport spreekt zelfs van tientallen situaties van lichamelijk letsel en doodsbedreigingen. Het is een bijzondere verantwoordelijkheid, juist van de overheid, om hiervoor oog te hebben. Ik heb het hier nadrukkelijk over Duitsland, waarbij de vraag is hoe dat in Nederland zit. Wij hebben niet het beeld dat het hier op die schaal aan de orde is. Maar als je er navraag naar doet, heb je toch wel het idee dat er te veel onveiligheid is, wat zich niet uit in registraties van grote incidenten, maar onderhuids wel onveiligheidsgevoelens oplevert. Ik vraag daar meer aandacht voor. Ik heb daarover schriftelijke vragen gesteld, waarbij de Staatssecretaris keurig verwijst naar een brief van 31 maart, waarin al die maatregelen zijn uiteengezet. Dat is prachtig, maar het gaat mij om de vraag of dat in de praktijk wordt toegepast. We horen nog steeds dat er grote verschillen zijn tussen de verschillende locaties. Als mensen zich in azc's misdragen, is het van belang dat dat wordt aangepakt. We lezen dat de mogelijkheden daartoe worden verruimd. Maar worden de aanwezige mogelijkheden nu ook echt gebruikt? Zijn daarover recente cijfers?

We zijn benieuwd, welke extra inspanningen de regering verricht om steviger op terugkeer in te zetten. Ik begreep net dat er een groep Albanezen daadwerkelijk is uitgezet. Ik denk dat dat belangrijk is. Als daarin vorderingen worden gemaakt, moet dat bekend worden gemaakt. Ik vond het zelf een goed signaal, ook richting Albanië. Ruimhartigheid voor de mensen die het echt nodig hebben is belangrijk, maar tegelijkertijd moeten we heel strikt zijn qua handhaving van de regels. Er moet worden uitgezet als mensen hier niet mogen blijven. De Kamer heeft daarover een motie van de heer Bisschop ondersteund. Welke uitvoering is er aan die motie gegeven? Ook ons bereiken allerlei mailtjes van mensen die in de praktijk hun best doen om de mensen die hier als asielzoeker zijn, ook vanuit de samenleving zo positief mogelijk tegemoet te treden en behulpzaam te zijn. Ik hoor daarbij ook het signaal dat er soms pleeggezinnen zijn voor minderjarige asielzoekers maar dat het gemeenten ontbreekt aan financiële middelen om die pleeggezinnen te faciliteren. Het reguliere budget vanuit jeugdhulp is namelijk al volledig benut. Is het mogelijk om met een specifieke regeling te zorgen voor maatwerk voor asielzoekers, ook als het gaat om het onderwijstraject? Verder krijgen wij signalen dat de beschikbaarheid van tolken buiten de azc-setting in de praktijk problemen geeft. Welke mogelijkheden ziet de Staatssecretaris om daaraan tegemoet te komen?

De heer Azmani (VVD):

Voorzitter. Ik wil beginnen met een compliment aan de Staatssecretaris. Op verzoek van onder andere de VVD heeft hij verder de grenzen opgezocht ten aanzien van wat mogelijk is om asielzoekers die de fout ingaan, te weren uit dit land. De afgelopen maanden is de strafmaat teruggeschroefd om de verblijfsvergunning in te trekken dan wel te weigeren. Nu kunnen zelfs taakstraffen of voorwaardelijke straffen grond hiervoor zijn. Laat duidelijk zijn dat voor de VVD geldt dat wie hier veiligheid zoekt maar de veiligheid van een ander hier in het geding brengt, daarvan de consequenties moet ondervinden.

Vanochtend was er in het nieuws het bericht dat er nog geen verblijfsrechtelijke consequenties verbonden zijn aan zaken waarin verwijtbaar onvoldoende inspanning is verricht in het kader van het inburgeren. Het gaat dan over de termijn van drie jaar waarbinnen de mensen de inspanningsverplichting hebben om in dit land in te burgeren. Gaat de Staatssecretaris er de komende tijd voor zorgen dat dit wel gaat gebeuren? Kan hij tevens aangeven wat de reden is voor de vertraging?

Gelet op de recente berichten over bijvoorbeeld de overeenkomst met Turkije, zou het goed zijn als de Staatssecretaris daarover vandaag zijn licht laat schijnen. Hoe zijn de laatste ontwikkelingen? Kijkt men ook naar alternatieven, zoals voor de Libië-route? Sinds vorig jaar heeft de VVD heel duidelijk aangegeven dat er vooraf controle moet komen op de aantallen en op wie er toegelaten wordt. Daarvoor is het nodig om afspraken te maken met derde landen en om niet langer asiel te verlenen op het moment dat men via bootjes op een irreguliere manier richting Europa, richting Nederland komt. Mijn fractievoorzitter heeft dit weekend aangegeven dat je in extreme situaties, zoals ik zelf vorig jaar maart al heb aangegeven, bereid zou moeten zijn om mensen uit te nodigen. Dat weet je wie je hier toelaat en ben je als land ook voorbereid om mensen op een fatsoenlijke manier op te vangen. Daarbij is het getal van 15.000 genoemd.

De voorzitter:

Ik zie dat mevrouw Gesthuizen wil interrumperen.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Ik zou van de heer Azmani dan toch wat preciezer willen weten wat de VVD hierbij nou precies voor ogen heeft. Ik kan mij voorstellen dat je dan ook deals zou moeten sluiten met Libië en wellicht nog heel veel andere landen om ervoor te zorgen dat ook echt niemand meer het Europese vasteland kan bereiken.

De heer Azmani (VVD):

Zoals de heer Van der Staaij ook heeft aangegeven in zijn eerste termijn, blijkt het wat betreft Turkije te werken. Er zijn veel minder mensen die omkomen in de Egeïsche Zee dan in het verleden. Dat aantal is drastisch naar beneden gegaan. Dat zou je dus ook ten aanzien van Afrika moeten doen, zoals ik vorig jaar ook al heb aangegeven. Gelet op de actuele situatie kan ik mij uiteraard voorstellen dat het erg lastig is om met Libië dergelijke afspraken te maken. Daarom heb ik ook al eerder de suggestie gedaan om dergelijke afspraken te maken met bijvoorbeeld Egypte en Tunesië. Ik kan mij voorstellen dat Italië daarin een leidende rol kan spelen. Ik heb de Staatssecretaris in een eerder debat op vragen van mij horen zeggen dat de eerste gesprekken in dat kader ook al gaande zijn. Ik denk dat we de menselijke drama's op de Middellandse Zee, zoals die ook gisteren weer hebben plaatsgevonden, moeten voorkomen.

De voorzitter:

Mijnheer Azmani, mevrouw Gesthuizen gaf het goede voorbeeld. Zij stelde een korte vraag en ik verwacht van u dan ook een kort antwoord.

De heer Azmani (VVD):

Ik zal mijn best doen, voorzitter.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Hier wreekt zich toch een beetje een gebrek aan realiteitsgehalte. Er zijn misschien minder drenkelingen in de Egeïsche Zee, maar tegelijkertijd wordt er een toename geconstateerd van het aantal mensen dat vanuit Egypte of Libië Italië probeert te bereiken. Dat is een langere overtocht met meer gevaar. Dus die vlieger gaat voor mij niet op. Ik vraag u daarom nogmaals: hoe ver bent u bereid hierin te gaan? Gaat u inderdaad zaken doen met een regime als dat in Egypte of Libië? Is er een soort ondergrens voor de VVD? Of hebt u zoiets van: we kunnen met alles en iedereen en met welk regime ook wel een deal sluiten?

De heer Azmani (VVD):

Wat mevrouw Gesthuizen in haar tweede vraagstelling aangeeft, is een aperte onjuistheid. De stroom vanuit Turkije richting Griekenland leidt zich nu niet om vanuit Libië. Het is een andere populatie, die voor een groot deel bestaat uit mensen uit Afrika. Mevrouw Gesthuizen weet ook heel goed dat een deel ervan naar Europa komt voor een betere economische toekomst. Ik verwijt het die mensen overigens niet want ik denk dat als mij die mogelijkheid ook wordt geboden, ik hetzelfde zou doen. Een en ander betekent wel dat je afspraken zou moeten maken onder dezelfde randvoorwaarden. De opvang moet op een humane manier plaatsvinden, waarbij ook het Vluchtelingenverdrag gerespecteerd moet worden voordat je eventueel mensen terugzet, zoals ook het geval is met Turkije.

De heer Sjoerdsma (D66):

Nog even los van wat ikzelf vind van het VVD-plan heb ik er wel een vraag over. De VVD zegt dat ze wel 15.000 mensen wil opnemen als het gaat om extreme oorlogssituaties. Maar wat gebeurt er dan bijvoorbeeld met die Ugandese lhbt'er die hier op de stoep staat? Wordt die wat betreft de VVD dan ook per kerende post teruggestuurd? Dat is namelijk het plan van de VVD.

De heer Azmani (VVD):

Nou, niet richting Uganda als hij daar te vrezen heeft voor vervolging. Er zijn landen in Afrika die nu al heel veel vluchtelingen opvangen. Ik kan mij voorstellen dat je ervoor zorgt dat, gelet op hetgeen je hier aan het doen bent, men dat daar voor veel meer mensen veel beter kan doen. We zien dat nu bij Turkije en we kunnen dat ook bij Afrika doen.

De voorzitter:

Dank u wel.

De heer Azmani (VVD):

Vorig jaar werd ik daarover nog uitgelachen. We zijn nu een jaar verder en we zien wat er nu gebeurt op het Europese en mondiale toneel. Als je naar de toekomst kijkt, moet je dat dus willen doen, ook met het oog op de veerkracht van onze samenleving.

De heer Sjoerdsma (D66):

Het algemene praatje van de heer Azmani ten spijt, is zijn antwoord natuurlijk heel duidelijk. Onder de VVD sluit Nederland gewoon de grenzen voor lhbt-asielzoekers die van buiten Europa komen. Ik vind dat werkelijk niet te verkroppen en ook niet passen bij zijn partij.

De heer Azmani (VVD):

Dat zeg ik niet. Ik zeg dat zij een veilige opvang nodig hebben.

De heer Sjoerdsma (D66):

In Libië!

De heer Azmani (VVD):

Als die veilige opvang niet geboden kan worden, dan voelt de VVD uiteraard een verantwoordelijkheid voor vluchtelingen wereldwijd, maar niet een primaire verantwoordelijkheid zoals die nu ook neergelegd is in verdragen waarin die verantwoordelijkheid gemakkelijk kan worden overgenomen. En zo kan ik er nog wel uren over doorgaan, maar dat ga ik nu niet doen, voorzitter.

De voorzitter:

Nee, dat gaan wij zeker niet doen. De heer Van der Staaij heeft nog een vraag voor u.

De heer Van der Staaij (SGP):

Ook de SGP heeft in het verleden aangegeven en geeft nog steeds aan dat wij een herziening van Vluchtelingenverdragen zouden toejuichen, in de zin dat je dan wel recht doet aan het ook hier toelaten van mensen die hulp behoeven, maar je niet een systeem hebt van: kijk maar waar je naartoe gaat, steek daar je vinger maar op en dan kom je in een lange procedure terecht. Dat langetermijnverhaal hoor ik echter al jaren maar komt het ook een keer echt dichterbij? Hoe kijkt de heer Azmani daartegenaan? Volgens hem vindt dat nu in Europa meer weerklank. Zijn er nu echt stappen gezet om dat perspectief dichterbij te brengen?

De heer Azmani (VVD):

Wat de afspraak met derde landen betreft wel. Maart vorig jaar werd dat plan geïntroduceerd, op 8 september werd het kabinetsbeleid en op 14 september werd het vervat in Europese conclusies van de Raad van de verantwoordelijke ministers, waar ook Staatssecretaris Dijkhoff in de rol van Minister aanwezig was. Op 20 maart is er een eerste afspraak gemaakt met Turkije. Er moeten nog vervolgafspraken worden gemaakt. Ik ben het met de heer Van der Staaij eens dat we ook moeten kijken naar aanpassingen in verdragen en wetgeving teneinde als Europa, zijnde een grote economische wereldmacht, weliswaar een verantwoordelijkheid te voelen maar deze niet primair te hebben. Afrika heeft zelf een Afrikaans vluchtelingenverdrag, dat in het kader van de bescherming zelfs nog verdergaat dan het VN-Vluchtelingenverdrag. Op dit moment zitten we als Europa in een soort vraagstand, in de zin van: wilt u helpen? Dit terwijl we veel meer in een soort van aanbiedende stand moeten gaan zitten: u hebt de primaire verantwoordelijkheid en daarbij willen we wel een bijdrage leveren. Volgens mij is de heer Van der Staaij daar ook naar op zoek.

De heer Van der Staaij (SGP):

Zeker is het al lange tijd toegepast. Tien jaar geleden zag je dat ook al vanuit Spanje gebeuren, waarbij allerlei afspraken werden gemaakt met derde landen toen er heel veel toestroom richting Spanje was. Eigenlijk zie je nu hetzelfde gebeuren maar is dat natuurlijk veel te laat. Mijn vraag is veeleer of ten aanzien van het belangrijke punt van een verdergaande aanpassing van de gehele benadering en de rol van UNHCR daarin, nu wel echt stappen worden gezet. Dat hoor ik namelijk nog steeds te weinig terug.

De heer Azmani (VVD):

Ja, volgens mij worden daarin nu stappen gezet. Ik kan het ongeduld van de heer Van der Staaij ook omarmen. Dat ongeduld heb ik ook, maar het punt is dat we het hier met elkaar niet alleen voor het zeggen hebben. Ik vind het wel bijzonder om te zien dat wat een jaar geleden nog door bijna iedereen, behalve onder andere de SGP – een eerste reactie van de PVV werd eigenlijk alweer na een dag ingetrokken – onmogelijk werd gehouden, binnen een jaar wel mogelijk is gebleken. Ik verwacht dat dit proces alleen maar sneller zal gaan, kijkend naar de mondiale crisissen en met name de bevolkingsexplosie op het continent Afrika.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

De heer Azmani en zijn fractievoorzitter hebben een quotum voorgesteld van 15.000 mensen. Hoe verhoudt zich dit tot het feit dat deze Staatssecretaris van VVD-huize zich er hard voor maakt om binnen Europa tot een verdeling te komen als het gaat om bijvoorbeeld de relocatie van de 50.000 asielzoekers die nu in Griekenland zitten? Zegt de VVD-fractie nu tegen de eigen Staatssecretaris: stop maar met die lobby voor een Europese verdeelsleutel want bij ons mogen er niet meer in dan 15.000?

De heer Azmani (VVD):

Volgens mij was de heer Zijlstra heel helder. Het gaat erom dat wij mensen geen recht meer op asiel verlenen in Europa en dat we alleen nog mensen op uitnodiging en op basis van resettlementprogramma's uitnodigen. De heer Zijlstra heeft aangegeven dat hij zich kan voorstellen dat je er in een extreme situatie voor kiest om er 15.000 per jaar op te nemen. Dat aantal kan variëren, gelet op wat er op het wereldtoneel gebeurt. Ik kan mij in ieder geval voorstellen dat het zou kunnen gaan om een aantal van 15.000. Het gaat ook om de draagkracht van de Nederlandse samenleving in de toekomst. Daar moeten we ons van bewust zijn, kijkend naar wat er op ons afkomt.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Ik krijg geen antwoord op mijn vraag. De Staatssecretaris is bezig met een verdeelsleutel binnen Europa, om te kijken hoe we onder andere die 50.000 kunnen herverdelen over Europa, en bij dat aantal zal het niet blijven. Ik hoor dat de VVD de grenzen dichtgooit, maar wel openstaat voor de UNHCR-resettlementprogramma's voor 15.000 mensen. De ChristenUnie-fractie heeft eerder gepleit voor de uitbreiding van de resettlementquota van 500 die Nederland heeft. Daar heeft de heer Azmani zelfs na indiening van zijn plan tegengestemd. Gaat hij nu alsnog soortgelijke moties steunen om vanuit Afrika of vanuit Turkije het quotum van 500 dat wij hebben, op te rekken? Dat zou immers de consequentie zijn van zijn voorstel.

De heer Azmani (VVD):

De heer Voordewind weet donders goed dat ik het prima vind om met elkaar te discussiëren over een verdere uitbreiding van de resettlementquota van de UNHCR. Daar heb ik het met de heer Voordewind over gehad, maar dan moet de ChristenUnie ook bereid zijn om de irreguliere stroom, die vreselijke, inhumane consequenties heeft, daadwerkelijk te stoppen. Dan pas kunnen we met elkaar spreken over een jaarlijks maximum van bijvoorbeeld 15.000, alleen moet de ChristenUnie dan ook bereid zijn om te zeggen: we stoppen ermee om mensen te dwingen, hun leven in de handen van mensensmokkelaars te riskeren om in gammele bootjes naar Europa te komen. Dat heb ik de ChristenUnie nog niet horen zeggen.

Mevrouw Keijzer (CDA):

Ik heb een korte vraag. Ik vond het een interessant betoog over het aanpassen van het VN-Vluchtelingenverdrag, simpelweg omdat we deze aantallen niet vol kunnen houden met elkaar. Nu Rutte als voorzitter van de Europese Unie aan tafel zit, kan hij dit onderwerp daar aan de orde stellen. Waarom stemde de VVD-fractie dan tegen een motie van het CDA waarin wij eind vorig jaar voorstelden om dit onderwerp dan ook aan die tafel aan de orde te stellen? Waren dat slechts stoere woorden die uiteindelijk tot niets leiden?

De heer Azmani (VVD):

Die motie kan ik mij nog heel goed herinneren. Die had alles te maken met het feit dat het CDA denkt dat Nederland de agenda van de Europese Commissie bepaalt, maar dat is tijdens een voorzitterschap niet zo. Het voorzitterschap betekent dat je alleen als gastheer, als host optreedt. De Europese Commissie bepaalt zelf welke stukken er op de agenda worden gezet.

Mevrouw Keijzer (CDA):

Dat vind ik een beetje slap, gezien dat de premier dit tijdens een congres van de VVD bepleit en de woordvoerder allerlei beleidsstukken indient. Dan stel je het daar toch juist aan de orde als je al aan die tafel zit als voorzitter?

De heer Azmani (VVD):

Dat is helemaal niet stoer.

Mevrouw Keijzer (CDA):

Dus nogmaals, waarom voegt de VVD bij de stoere woorden niet ook de daden die nodig zijn om het te realiseren? Anders is Nederland zo meteen weer teleurgesteld in de VVD, die wel van alles zegt en belooft, maar het vervolgens, als puntje bij paaltje komt, niet doet.

De heer Azmani (VVD):

Volgens mij is de heer Zijlstra niet de premier van dit land, maar afgezien daarvan vind ik het nogal van lef getuigen dat mevrouw Keijzer dat hier zo neerlegt. In het vorige kabinet was er volgens mij een bewindspersoon van CDA-huize die opdrachten meekreeg naar Europa, maar die eigenlijk met nul weer terugkwam. Ik heb een voorstel gedaan in maart. In september is dat kabinetsbeleid geworden en ik moet constateren dat er dankzij de inspanning van deze premier gedurende het Nederlandse voorzitterschap fundamenteel anders gekeken zal worden naar het migratiebeleid. De afspraak met Turkije is daar het eerste voorbeeld van. Dat had ik een CDA-bewindspersoon nooit zien doen.

De voorzitter:

Volgens mij zijn alle interrupties aan de orde geweest. Dan vraag ik de heer Azmani om zijn betoog te vervolgen. U hebt nog de helft van de spreektijd.

De heer Azmani (VVD):

Oké. Ik ben nog niet klaar. Ik wil het nog over heel veel andere onderwerpen hebben, bijvoorbeeld over Venezuela. Ook daar maak ik mij zorgen over. Het ligt ver weg, maar het is eigenlijk een tikkende tijdbom aan de buitengrenzen van ons eigen Koninkrijk. Wat betekent dat voor de eilanden binnen het Koninkrijk, in het bijzonder voor de Nederlandse gemeenten? Ik vraag aan de Staatssecretaris of men daarop voorbereid is. Ik hoef de Staatssecretaris niet uit te leggen dat de VVD geen luchtbrug wenst richting ons land, 8.000 km verderop.

Dan wil ik de Staatssecretaris danken voor de brief over de salafisten rondom azc's en de berichtgeving daaromtrent. Ook gisteren hebben we in dit huis een uitgebreid debat gevoerd met de Minister van Sociale Zaken over de toename in aantallen salafisten en hun invloed. Dat is deels verontrustend, als het gaat om onze eigen veiligheid. Ik wil de Staatssecretaris vragen om via het COA hierop alert te blijven. Dit moet niet worden afgedaan met een navraag bij drie locaties. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is of hij hiertoe bereid is.

Anderen hebben ook al het een en ander gezegd over het identificatie- en registratieproces van asielzoekers. Mijn verwachting is ook dat het proces zo goed als mogelijk wordt ingericht. Ik begrijp dat de Staatssecretaris zelf het proces telkens onder de loep neemt, samen met de Minister. Zou de Staatssecretaris dat ook willen doorgeleiden naar de Minister? Dan kan dat proces optimaal zijn ingericht tegen de tijd dat er rondom de zomer weer een onderzoek plaatsvindt.

Dan kom ik op de wijzigingen in de terugkeerondersteuning Oekraïne. Voor terugkeer naar Oekraïne worden geen middelen meer verdeeld, want die hadden natuurlijk een aanzuigende werking. Albanië is een van de grootste instroomlanden op dit moment.

De voorzitter:

Er is niks aan de hand, zeg ik tegen de mensen op de publieke tribune: wat u hoort, is gewoon een belletje dat iedere dag gaat. Hij duurt wel heel lang, dus wij wachten even. De bel betekent dat ze in de plenaire zaal nu ook beginnen. Wij gaan hier weer verder. Gaat uw gang, mijnheer Azmani.

De heer Azmani (VVD):

Ik had het over Albanezen die menen in Nederland asiel te kunnen aanvragen. Een bijzonder fenomeen. Volgens mij komen er per week zelfs meer Albanezen dan Syriërs naar Nederland. In ieder geval is het een goede zaak dat de Staatssecretaris afgelopen weekend een aantal Albanezen heeft uitgezet. Verwacht de Staatssecretaris dat de instroom van Albanezen de komende tijd verder zal opdrogen? Het is immers van de zotte.

Dan de annulering van vluchten. Ik heb daar zelf Kamervragen over gesteld. Ik zag dat er ook vragen over waren gesteld door mevrouw Keijzer. De antwoorden zijn binnengekomen. Het gaat onder andere over een procedurerichtlijn in de Dublinverordening. Gelukkig wordt die herzien en is er een mogelijkheid dat Nederland dat proces verder kan doen vlotten. Wat ik begrijp, is dat die regeling eigenlijk een belemmering vormt, wat makkelijk leidt tot frustratie van uitzetting en vertrek, waardoor zo veel vluchten worden geannuleerd. Juist nu de Europese Commissie hiervan in haar eigen migratieagenda een heel stevig punt maakt van het terugkeerbeleid, vraag ik aan de Staatssecretaris of hij niet toch een mogelijkheid ziet om daarop vooruit te lopen teneinde die belemmeringen tegen te gaan. In het kader van haar Europese migratieagenda wil de Europese Commissie dit probleem hard aanpakken, om daarmee draagvlak te creëren voor andere onderdelen van voorstellen van de Commissie. Ik vraag mij af of we daarop niet vooruit kunnen lopen, want Nederland staat daar niet alleen in, zo begrijp ik ook uit de beantwoording. Dat ziet ook op de probleemlanden China, Algerije, Ethiopië, Iran, Irak, Somalië, Sierra Leone en Guinee, waar naartoe we mensen niet gedwongen kunnen laten terugkeren. Dat maakt het ook makkelijker voor mensen om gewoon hier te blijven. Kunnen we daarop niet Europees wat harder gaan inzetten? Ik zie de voorzitter gebaren dat ik geen tijd meer heb. Dat vind ik jammer, maar dan doe ik het de volgende keer.

De voorzitter:

Misschien wordt u geholpen, want ik zie dat collega Voortman van GroenLinks nog een interruptie wil plegen.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

In onder andere Aalten en Baarn hebben VVD-fracties voor moties gestemd om stadsgenoten van de leden, kinderen die hier al heel lang zijn, toch echt te laten blijven. Als je het brede pleidooi hoort om het kinderpardon te verruimen, dan vraag ik mij af of de VVD daarover inmiddels van mening is veranderd en zo nee, waarom niet.

De heer Azmani (VVD):

Ik ga daar kort op reageren, maar dat is best wel lastig, vind ik zelf. Laat ik vooropstellen dat ik heel goed begrijp dat het hard aankomt wanneer kinderen en gezinnen die in je eigen straat wonen of kinderen die in je klas zitten, terug moeten keren. Daar heb ik alle begrip voor en dat begrijp ik ook heel erg. Je ziet in die zaken vaak dat de ouders keer op keer het antwoord «nee» te horen hebben gekregen, maar dat zij toch niet zijn vertrokken. Dan kunt u weer een nieuwe regeling in werking laten treden, maar elke nieuwe regeling – dat zien we bij deze regeling ook weer, die voortvloeide uit deze situatie – krijgt weer te maken met nieuwe grensgevallen waarover gesproken wordt. Wat ik niet wil, is dat uiteindelijk het kind gebruikt wordt, een ticket wordt voor een verdere verruiming van toelatingsprocedures. Als je dat namelijk elke keer weer doet, is de kans groot dat mensen die hier de procedures frustreren en maar doorgaan, uiteindelijk wel mogen blijven, terwijl mensen die niet toegelaten worden, wel teruggaan. Als dat eenmaal wordt beloond, zult u zien dat er nog veel meer mensen deze kant op komen en vooral een kind gaan gebruiken om hier toegelaten te worden. Dat is een proces dat je nu ziet. Dat gebeurt nu en ik vind dat in een individuele situatie nijpend. Zeker voor een kind vind ik dat schrijnend om te zien, maar volgens mij zijn wij hier als parlementariërs om te kijken naar wetgeving en om op een abstracter niveau te kijken wat de spelregels zijn en wat je wel accepteert en wat niet. Volgens mij moeten we daarin vooral consequent zijn. We moeten geen valse verwachtingen scheppen en mensen geen valse hoop geven.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Ik heb het over kinderen die hier al zijn, die hier al jaren wonen. Ik heb het niet over kinderen in de toekomst, maar over kinderen die hier al jaren wonen. Dan is het toch raar dat 92% van de kinderen echt geen biet heeft aan een regeling die bedoeld is om juist iets te doen aan de situatie van hier gewortelde kinderen? Dan moet je die regels toch aanpassen? De burgemeester van Baarn zei het gisteren heel treffend: die regels moeten er zijn voor de kinderen, niet andersom. Ik wil de VVD toch even vragen om iets verder te kijken, om niet alleen mensen buiten te willen houden, maar om ook even te kijken naar de mensen die hier nu al zijn.

(Applaus)

De voorzitter:

Dames en heren op de publieke tribune, ik begrijp uw applaus heel goed, maar het is niet gebruikelijk. Ik wil u dus vragen om het hierbij te laten. Mijnheer Azmani, u mag antwoord geven. Gaat uw gang.

De heer Azmani (VVD):

Ik heb daar ook alle begrip voor. Laat dat heel helder zijn. Het probleem is dat het te gemakkelijk is om alleen maar te denken aan de kinderen die hier op dit moment zijn. Wij weten wat het betekent voor de toekomst als we toelaten – voor mij is dat een beetje het pleidooi – dat kinderen die langer dan vijf jaar in dit land zijn, ongeacht of hun ouders de procedures al dan niet hebben gefrustreerd, hier mogen blijven. Wij weten welke consequenties dat heeft voor kinderen die in de toekomst naar dit land komen met hun ouders, met ouders die weten dat zij, als ze niet meewerken aan hun vertrek, gewoon een verblijfsvergunning krijgen voor dit land. Dan heb je eigenlijk geen migratiebeleid meer, maar zorg je ervoor dat iedereen hier toegelaten wordt, zolang men maar een kind heeft. Volgens mij moeten we het eerlijke verhaal vertellen met elkaar en dat betekent dat je soms grenzen moet stellen. Grenzen stellen is niet fijn en niet makkelijk, maar ik heb ook een verantwoordelijkheid tegenover de mensen in dit land en tegenover de mensen die nog naar dit land komen.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Voorzitter. Sorry dat ik wat later was. Er waren een aantal noodlottigheden in het openbaar vervoer, helaas, waardoor ik enige vertraging heb opgelopen. Ik begin met het kinderpardon, een onderwerp dat breed leeft in de samenleving en ook hier op de publieke tribune. De eenmalige kinderpardonregeling heeft ervoor gezorgd dat een honderdtal kinderen samen met hun ouders nu in Nederland mogen blijven. Dat is vervolgd door een permanente kinderpardonregeling. Een aantal voorwaarden uit deze kinderpardonregeling gold ook in de eenmalige regeling, namelijk dat je in een bepaalde mate moet meewerken aan je terugkeer en dat je asiel moet hebben aangevraagd. Zo is er nog een aantal andere voorwaarden. Dat is de wettelijke regeling, maar wij moeten natuurlijk ook kijken naar de uitvoering.

Wij hebben de Staatssecretaris gevraagd om ons een overzicht te geven van het aantal kinderen dat in aanmerking komt voor de permanente regeling en het aantal kinderen dat daarvoor wordt afgewezen. De Staatssecretaris noemt een drietal redenen waarop de afwijzingen gebaseerd kunnen zijn, namelijk het meewerkcriterium, het feit dat kinderen geen asiel hebben aangevraagd of althans hun ouders natuurlijk, of het feit dat er geen identiteits- of nationaliteitsdocumenten beschikbaar zijn. Mijn vraag gaat met name over het eerste en het laatste criterium. Kan de Staatssecretaris nader specificeren wat het niet-meewerken betekent? Zijn mensen de boel doelbewust aan het frustreren of zitten daar gevallen tussen van mensen die zich één keer niet gemeld hebben? Is er sprake van soepelheid of is er sprake van starheid? Mijn tweede vraag betreft het buitenschuldcriterium. In hoeveel van de gevallen waarin kinderen geen kinderpardon kregen op basis van de permanente regeling, is een beroep gedaan op de buitenschuldregeling? Ik hoor het graag van de Staatssecretaris.

Mijn tweede vraag betreft de positie van de alleenstaande minderjarige vreemdelingen. De Inspectie Veiligheid en Justitie en de Inspectie Jeugdzorg zijn buitengewoon kritisch over de opvang van deze kinderen.

De voorzitter:

Ik zie dat mevrouw Voortman een vraag wil stellen over het vorige punt.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Mijn vraag gaat over de uitvoering van het kinderpardon. Ik ben blij dat ook de Partij van de Arbeid daar vragen over stelt. Als je een regeling maakt voor gewortelde kinderen en er worden maar 100 aanvragen ingewilligd, terwijl er 1.120 aanvragen worden afgewezen, dan kun je toch constateren dat de uitvoering van de regeling beroerd uitpakt en dan moet je toch bekijken hoe zij kan worden aangepast, zodat zij wel tegemoetkomt aan het doel, namelijk het bieden van een oplossing voor gewortelde kinderen?

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Vanuit elk individueel kind begrijp ik deze oproep, maar deze conclusie kun je niet zo eenvoudig trekken. Wij hebben de eenmalige regeling gehad, waarvan ruim 900 kinderen profijt hebben gehad. Nu hebben wij de permanente regeling, met een aantal voorwaarden die ook al in het kinderpardon en de wortelingswet zaten. Een van die voorwaarden is meewerken. Een van die voorwaarden is asiel aanvragen. Als daar niet aan is voldaan, dan klopt het juridisch dat het verzoek om een kinderpardon is afgewezen. Vervolgens is wel de vraag aan mij hoe ik daarmee verder wil gaan. Dat is ook de reden dat mevrouw Voortman en ik samen het initiatief hebben genomen voor een wet waarmee al veel eerder in de asielprocedure de positie van een kind wordt bekeken. Daarin hebben wij veel minder met die criteria te maken. Dan kijk je ook naar kinderen die bijvoorbeeld geen asiel hebben aangevraagd, maar die hier op een reguliere vergunning verblijven en nu niet onder het kinderpardon vallen.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Ik ben natuurlijk bekend met de initiatiefwet van GroenLinks waar de PvdA nu ook aan meedoet, maar het gaat hier om een regeling die beleid is, waarvan je inmiddels kunt concluderen dat dat beleid evident niet in het belang van kinderen is. Op het moment dat je vindt dat het belang van kinderen voorop moet staan en je ziet dat in de uitvoering 92% van de kinderen hier niet mag blijven, dan moet je daar toch nog in deze periode wat aan doen? Wat gaat de PvdA deze periode doen voor deze kinderen?

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Om de belangen en rechten van kinderen nog beter te waarborgen komen wij deze periode nog met een initiatiefwet. De criteria van de huidige wettelijke regeling zitten in het meewerken en het hebben aangevraagd van een asielvergunning. Dat klopt juridisch, maar ik vraag de Staatssecretaris of de uitvoering rechtvaardig en niet willekeurig plaatsvindt. Daarover heb ik meer informatie nodig. Daarom heb ik daarnet mijn vragen aan de Staatssecretaris gesteld.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Het is goed dat mevrouw Kuiken nu nadenkt over de effecten van het kinderpardon. Daar zijn wij samen ooit mee bezig geweest. Er vallen kinderen buiten, hetgeen onder andere te maken heeft met het feit dat sommige kinderen niet in een asielprocedure hebben gezeten. Wij waren het er indertijd ook over eens dat dat een andere categorie is. Maar er is een groep kinderen die buiten de huidige regeling vallen, omdat zij gemeentelijk toezicht hebben gehad en geen rijkstoezicht. Is de Partij van de Arbeid bereid om die categorie onder het huidige permanente kinderpardon te laten vallen?

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Die discussie speelde met name bij de eenmalige regeling. Wij hebben de Staatssecretaris gevraagd om daar coulant mee om te gaan. Ik ken een hoop kinderen die uiteindelijk een discretionaire bevoegdheid hebben gehad. Wij hebben ook altijd aan de Staatssecretaris gevraagd om daar ruimhartig mee om te gaan. Dat blijven wij ook doen, maar ik wil ook iets verder kijken dan alleen dat aspect. Ik hoor veel geluiden over een te starre uitvoering van onder andere het meewerkcriterium. Daar heb ik meer informatie voor nodig. Vandaar mijn vragen aan de Staatssecretaris.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Dan constateer ik wel dat die andere categorie van gemeentelijk toezicht er nog steeds niet onder valt. Ik heb nog een vraag over het aangekondigde initiatiefvoorstel. Er zou een rechterlijke toets moeten komen voor de kinderrechten. In principe is dat natuurlijk zeer toe te juichen, maar betekent dat ook dat de Partij van de Arbeid nu vindt dat kinderen wier ouders niet in een asielprocedure hebben gezeten, via zo'n rechterlijke toets mogelijk alsnog in Nederland mogen blijven? Daar heeft de Partij van de Arbeid eerder nooit voor gepleit.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

De conclusies die de heer Voordewind trekt, zijn voor zijn rekening. Wat beogen wij met de initiatiefwet? In een vroegtijdig stadium van de asielprocedure en de rechterlijke toetsing moet specifiek naar het belang van het kind worden gekeken. Juridisch klopt het vaak dat kinderen geen recht hebben op een verblijfsvergunning, maar er kunnen dan wel omstandigheden zijn in de ontwikkeling, de gezondheid of het welzijn die tot een andere afweging nopen. Wij zijn nog bezig met het wetsvoorstel, dus ik kan er niet veel meer over zeggen dan dit. Wij doen het in overleg met onder andere Defence for Children. Het voorstel zal zo spoedig mogelijk naar de Kamer komen. Wij zullen er, denk ik, graag ook met de heer Voordewind over overleggen.

De heer Sjoerdsma (D66):

Ik heb toch nog een vraag over dat kunstmatige onderscheid tussen rijkstoezicht en gemeentelijk toezicht. Mevrouw Kuiken doet nu alsof dat punt afgehandeld is, maar dat is niet waar. Met haar partij is er een meerderheid in de Tweede Kamer om dat onderscheid op te heffen. Mevrouw Kuiken zegt dat zij gevraagd heeft om daar coulant mee om te gaan, maar er is natuurlijk willekeur. Sommigen krijgen coulance, anderen niet. Ik roep mevrouw Kuiken vandaag op om niet even iets op papier te doen, maar om dit vandaag echt werkelijkheid te maken. Laten wij dat onderscheid tussen rijkstoezicht en gemeentelijk toezicht opheffen.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ik heb al eerder aangegeven dat dit met name voor de eenmalige regeling gold. Bij een aantal kinderen ging de discussie toen over de vraag wel of geen rijkstoezicht. De Raad van State heeft er uitspraken over gedaan waaruit bleek dat de regeling op een goede manier werd uitgevoerd. Gelijktijdig hebben wij de Staatssecretaris gevraagd om er coulant mee om te gaan. Daar houd ik hem aan. Ik heb de afgelopen periode weer een aantal gehonoreerde discretionaire verzoeken voorbij zien komen, juist over dit soort zaken. Vandaag gaat het over de vraag hoe de permanente regeling wordt uitgevoerd. Gaat dat zoals het is bedoeld? Daar heb ik een aantal scherpe vragen over gesteld.

De heer Sjoerdsma (D66):

Dit vind ik echt een teleurstellend antwoord, want wij kunnen op dit terrein gewoon echt iets doen. Daar is een meerderheid voor. Mevrouw Kuiken zegt dat zij discretionaire verzoeken voorbij heeft zien komen. Dat is mooi, maar er zijn ook gevallen waarin dat niet gebeurt. Ik snap niet zo goed waarom de PvdA zegt dat zij het onderscheid eigenlijk niet wil. Het kan nu in één keer worden opgeheven, maar dat wil de partij dan weer niet. Mevrouw Kuiken heeft om heel veel informatie gevraagd, maar wat wil zij vandaag bereiken? Wat zijn de concrete dingen die zij wil bereiken?

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ik wil inzicht in de precieze manier waarop het meewerkcriterium wordt gehanteerd. In hoeveel gevallen is er geen schuld? Daar wil ik helderheid over.

De heer Sjoerdsma (D66):

Inzicht.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ja, inzicht is helderheid.

Ik had het al over de positie van de alleenstaande minderjarige vreemdelingen. De twee inspecties zijn daar buitengewoon kritisch over, terwijl het over heel kwetsbare kinderen gaat. De Staatssecretaris heeft gezegd dat er binnen zes weken een plan van aanpak is. Ik ga ervan uit dat wij dat krijgen en dat er dan snel verbeterstappen volgen. Ik ben nog wel aan het puzzelen met de vraag hoe het zover heeft kunnen komen. Wij zijn al heel lang bezig met de positie van de alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Wij hebben een apart organisatiesysteem opgericht om deze kinderen op een goede manier te beschermen. De vernietigende oordelen die wij nu hebben gezien, zouden voorkomen moeten zijn.

Een van de aanbevelingen voor het belang van het kind is een versnelling van de procedure. Hoe langer alleenstaande minderjarige vreemdelingen in onzekerheid verkeren, hoe kwetsbaarder ze zijn, met alle gevaren van dien. Hoe gaat de Staatssecretaris om met deze aanbeveling?

De Werkgroep Kind in azc doet al langere tijd oproepen om het aantal verhuisbewegingen van kinderen zo veel mogelijk te verkleinen. Als de instroom hoog is en wij te maken hebben met een heel hoog aantal noodopvanglocaties, snap ik dat het heel erg moeilijk is om daaraan te voldoen, maar nu wij het aantal asielzoekers en vluchtelingen weer enigszins zien dalen, is het tijd om de balans op te maken. Welke concrete stappen kunnen wij nu precies van de Staatssecretaris verwachten om het aantal verhuisbewegingen voor deze groep kinderen te verminderen? In mijn ideale eindplaatje blijven kinderen die eenmaal ergens geplaatst zijn, zo veel mogelijk in die regio. Daar zou men uiteindelijk ook moeten gaan wonen en uiteindelijk ook aan het werk gaan.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Voorzitter ...

De voorzitter:

U hebt al twee interrupties gehad. Mevrouw Kuiken vervolgt haar betoog.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Dat doen wij dan straks even onderling.

Een van de belangrijkste zaken die geregeld moet worden, is huisvesting. Ik weet dat de Staatssecretaris in overleg met de gemeenten alles op alles zet om die huisvesting te realiseren. De ambities zijn hoog. De ene gemeente trekt er wat harder aan dan de andere. Dat geldt ook voor de provincies. In Brabant heeft Wim van de Donk, de commissaris van de Koning van CDA-huize, het initiatief genomen om zo veel mogelijk gemeenten in gezamenlijkheid tot huisvesting te brengen. Mijn complimenten daarvoor. Ik vraag met name de Staatssecretaris wat wij nu gaan doen. Hoe gaat hij zijn collega Blok tot spoed manen als het gaat om de bouw van tijdelijke extra huisvesting, voor statushouders maar het liefst ook voor andere groepen mensen die op zoek zijn naar een woning? Dat zou pas echt ontlastend werken.

Er is een aantal vragen gesteld over relocatie, onder anderen door mijn collega van de SP. Kortheidshalve sluit ik mij daar graag bij aan.

De voorzitter:

Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Keijzer van de CDA-fractie.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Pardon, ik heb nog één laatste punt.

De voorzitter:

Nog één zin.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ik sluit mij kortheidshalve aan bij de vragen die over Venezuela zijn gesteld. Wat gaan wij doen op het moment dat daar een asiel- of vluchtelingenstroom op gang komt? Zijn onze landen in het Caribisch gebied daarop voorbereid?

Mevrouw Keijzer (CDA):

Voorzitter. Collega Van der Staaij memoreerde het al: gelukkig verdrinken er steeds minder mensen in de Egeïsche Zee. Dat is een positief bericht. Tegelijkertijd zag ik vanochtend op de site van de NRC vreselijke beelden van een kapseizende boot midden op de Middellandse Zee. Daarom mijn volgende vraag aan de Staatssecretaris. Wat wordt er gedaan met de regeringen van Afrikaanse landen? Hoe kunnen zij hun eigen mensen ervan overtuigen dat zij niet die kostbare, gevaarlijke reis moeten maken? In mijn geheugen zit een documentaire over Ghana, ook zo'n land waarvan de inwoners in principe geen aanspraak maken op vluchtelingenbescherming. De uittocht van jonge, sterke, slimme mannen is een braindrain voor dat land. Alleen al om die reden zou er werk van moeten worden gemaakt om duidelijk te maken: doe het niet, begin niet aan die gevaarlijke en dure reis, want je krijgt hoogstwaarschijnlijk toch geen status in Nederland of in een ander Europees land.

Ik kom op de screening van asielzoekers. Het is zorgelijk dat ...

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ik ben de afgelopen dagen op een interessant werkbezoek geweest in Madrid. Het ging met name om de afspraken die tussen Spanje en Marokko, maar ook met een aantal andere Afrikaanse landen zijn gemaakt. Een van de dingen die de Spaanse overheid tegen ons zei was: wij investeren heel erg in de landen waaruit veel migranten vertrekken en wij zorgen heel goed voor de mensen die al in Spanje zijn. Wij doen niet vervelend over kinderbijslag, want wij weten dat het een kwestie van geven en nemen is. Wat gaat het CDA bieden om zo'n deal met Afrikaanse landen te maken?

Mevrouw Keijzer (CDA):

Dat is een goede vraag. Het komt natuurlijk aan op ontwikkelingssamenwerking en investeringen ter plaatse. Toen de tweede deal met Turkije rondkwam, waarmee voor de tweede keer 3 miljard aan het land werd beloofd, hebben wij gevraagd of het niet veel verstandiger was om dat geld te besteden in Griekenland, Libanon en Jordanië. Op eenzelfde manier zou je hiernaar moeten kijken. Vandaar mijn vraag aan de regering: wat gaat u, waarschijnlijk in Europees verband, doen om met Afrikaanse landen te spreken opdat daar de jonge mensen ervan overtuigd raken dat zij die reis niet moeten maken? Uit die documentaire over Ghana bleek dat er inmiddels veel meer perspectief is in dat land. In die zin hoeven wij daar nog niet eens bij te helpen. Ik vind het een zeer terechte vraag. Laten wij er met elkaar naar kijken.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ik hoor in ieder geval een bepaalde mate van realiteitszin, want voor niets gaat de zon op. Ik hoor het CDA zich namelijk heel vaak kritisch uitlaten over bijvoorbeeld de Turkijedeal. Het lijkt dan alsof je zaken gratis kunt regelen. Ik hoor mevrouw Keijzer nu heel duidelijk zeggen dat zij beseft dat dat niet zo is. Ik verwacht een constructieve houding in toekomstige discussies in JBZ-verband of over de Europese Raad.

Mevrouw Keijzer (CDA):

Wij hebben niets anders gedaan. Ook toen het over de Turkijedeal ging, hebben wij gezegd dat wij met het land moeten praten. Daarbij hebben wij gezegd dat wij geen Europese waarden moeten inleveren. De vorige Staatssecretaris heeft gezegd dat ontwikkelingssamenwerking gebundeld moet worden. Wij zijn zo'n klein landje in die heel grote wereld. Wij kunnen de wereld niet redden, dus wij zullen de ontwikkelingssamenwerking moeten toespitsen op een aantal onderwerpen. Wij moeten de naïviteit voorbij. Wij moeten ook ontwikkelingssamenwerking bieden aan landen waaruit de mensen hierheen komen als het daar slecht gaat.

De heer Azmani (VVD):

Ik ben ook verheugd om deze woorden van mevrouw Keijzer te horen. Het is volgens mij nog nooit zo duidelijk gezegd dat het CDA eigenlijk wel inziet dat je afspraken met derde landen moet maken wil je controle krijgen op de toestroom. Ik ben er blij om. Fijn dat mevrouw Keijzer tot dat inzicht is gekomen.

De voorzitter:

Nou, kijk eens aan.

Mevrouw Keijzer (CDA):

Dit is buitengewoon zonde van het beperkte aantal interrupties dat de heer Azmani heeft. Als hij goed naar het CDA had geluisterd, dan had hij gehoord dat wij dit steeds hebben gezegd. Mijn collega's Sybrand Buma en Pieter Omtzigt hebben veel van dit soort debatten gevoerd. Natuurlijk moet je praten met Turkije. Het zou gekkigheid zijn als je het niet doet. Natuurlijk moet je iets met je ontwikkelingssamenwerking doen. Ik ben blij dat de heer Azmani blij is. Fantastisch.

Over het volgende onderwerp is de heer Azmani waarschijnlijk minder blij: de screening van asielzoekers. Het is zorgelijk dat juist in het jaar 2015, waarin de asielinstroom op een hoogtepunt kwam, de identificatie en registratie niet op orde waren. Ook in februari van dit jaar bleek bij inspectiebezoeken dat het nog steeds niet goed gaat. Kort samengevat ontbreekt het aan mankracht, expertise en technische middelen om te controleren of er geen asielzoekers met kwade bedoelingen een azc binnenkomen. Bagageonderzoek heeft plaatsgevonden en gegevensdragers zijn zo hier en daar onderworpen aan een algemene check. Maar het gebeurde niet systematisch en evenmin met het oog op de nationale veiligheid. Van de 58.000 mensen die zijn binnengekomen, is van 21.000 de identiteit niet bekend. Dat is natuurlijk heel zorgelijk. Wij hebben er vragen over gesteld. Bij brief van 9 december gaf de Staatssecretaris aan dat er «geen achterstand meer is in de intensivering van de identificatie en registratie». En wat blijkt nu? Het is mis. Op 16 maart schrijft de Minister dat ook het uitlezen van de mobiele telefoons liep. Wanneer is het nou echt op orde? Wil de Staatssecretaris geen brieven meer naar de Kamer sturen waarin dingen staan die later anders blijken te zijn?

Ik kom op de aangescherpte aanpak overlastgevende asielzoekers. De Staatssecretaris heeft uitvoerig geschreven over de verscherpte aanpak, iets waar wij als CDA nadrukkelijk aandacht voor hebben gevraagd. Vandaag las ik dat in Duitse asielzoekerscentra christenen niet veilig zijn, dat de beveiliging een oogje dichtknijpt en dat er zelfs sprake is van Arabische beveiligers. Dit is toch niet in Nederlandse asielzoekerscentra aan de orde?

De Staatssecretaris heeft toegezegd te gaan bekijken of voorwaardelijke veroordelingen kunnen leiden tot weigering van een verblijfsvergunning. Kan hij daarover vandaag meer duidelijkheid geven? Wat is er gebeurd met zijn toezegging om serieus te kijken naar de penitentiaire inrichting in Tilburg? Kan die geschikt worden gemaakt als detentieplaats voor 1F'ers en asielzoekers die in opvanglocaties of daarbuiten zich schandalig gedragen en/of strafbare feiten plegen?

Ik kom op de opvangcapaciteit en de huisvesting van vergunninghouders. Dat het daar niet goed mee gaat, weten wij inmiddels allemaal. 13 mei jongstleden schreef de Staatssecretaris dat deze maand 47% van de taakstelling over de eerste helft van 2016 gerealiseerd is. Alleen de taakstelling voor de tweede helft van 2016 is nog hoger: 23.000. Dit gaat mis. Er zitten 16.000 mensen met een status in asielzoekerscentra te wachten. Kan de Staatssecretaris aangeven of dat inclusief het achterstallig onderhoud van de 3.400 vergunninghouders uit 2015 is? Het kabinet staat erbij en kijkt ernaar. In antwoord op vragen van collega Ronnes en mij blijkt dat de voorgenomen realisatie van nieuwe plekken 1.647 plekken oplevert. Dat gaat hem natuurlijk niet worden.

Ik kom op Turkije als veilig land. Wat zijn de consequenties van de uitspraken van de beroepscommissie in Griekenland dat Turkije geen veilig land is? Deelt de Staatssecretaris deze en, zo nee, wat gaat hij doen? Betekent dit dat iedereen die in Griekenland aankomt, dus ook Europa in mag? In het interruptiedebatje met de heer Azmani heb ik al gevraagd naar de daden van de VVD om het Vluchtelingenverdrag daadwerkelijk aan te passen. Wat gaat de Staatssecretaris doen?

Mijn laatste punt betreft de ondoorgrondelijke wegen van het COA als het gaat over kleinschalige opvang. In de gemeente Wormerland wordt kleinschalige opvang geweigerd en in de gemeente Purmerend, waar naar volle tevredenheid van alle betrokken instellingen, gemeente en vrijwilligers 28 minderjarige asielzoekers in een gezamenlijke opvang verblijven, zegt de Stichting Nidos, die de zaak overgenomen heeft, dat zij het niet wil en dat zij zeven woningen van Purmerend wil om vier amv's per woning te huisvesten. Ik vind het echt bizar. Welwillende gemeenten, organisaties en vrijwilligers worden gefrustreerd. De Staatssecretaris moet hier de regie in pakken en ervoor zorgen dat dit niet gebeurt of teruggedraaid wordt.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik begin met een compliment aan de Staatssecretaris dat hij ons tienpuntenplan voor de opvang zo uitgebreid heeft behandeld. Ik kom daarop terug als ik spreek over het nieuwe bestuursakkoord.

Ik ben benieuwd naar de reactie van de Staatssecretaris op de uitspraak van de Griekse rechter dat Turkije een onveilig derde land is. Wat is de consequentie van die uitspraak? Krijgt die een bredere toepassing op de andere mensen die in beroep zijn gegaan?

Tijdens de voorbespreking van de JBZ-Raad heb ik de Staatssecretaris een artikel uit The Guardian overhandigd. Deze week lazen wij in De Volkskrant dat vele kinderen in Turkije zes dagen twaalf uur per dag werken. Het gaat niet om twee of drie kinderen, het gaat om een heel groot deel van de 2,7 miljoen vluchtelingen in dat land. Daarnaast worden Syrische gezinnen in Turkije plotseling van hun bed gelicht en zomaar gedeporteerd naar duizenden kilometers verderop, zonder tussenkomst van een advocaat of een rechter. Wat is de reactie van de Staatssecretaris op dat punt?

Er worden nog steeds mensen uitgezet naar Burundi, waar de situatie met de dag verslechtert. Honderden mensen zijn inmiddels omgekomen. Zoals de VN zo'n beetje heeft aangekondigd, kun je inmiddels spreken van een burgeroorlog. Ik vraag de Staatssecretaris om de situatie in Burundi goed te bekijken. Misschien moet er een nieuwe veiligheidsanalyse worden gemaakt en moet er een nieuw ambtsbericht komen. De ChristenUnie bepleit in de tussentijd een opschorting van uitzetting naar Burundi.

Wat Pakistan betreft sluit ik mij aan bij de woorden van collega Van der Staaij, die aandacht vroeg voor de bekeerlingen. Ook in Pakistan zien wij de afgelopen weken een verslechtering van de positie van christenen en bekeerlingen. Een dieptepunt was het levend verbranden van een meisje van 12. Ik vraag de Staatssecretaris om ook daar opnieuw naar de veiligheidssituatie te kijken, met name voor de mensen die op de rol staan om naar dat land teruggestuurd te worden. Ik vraag hem om uitzetting van bekeerlingen en christenen op te schorten in afwachting van een nieuw ambtsbericht.

Ik kom op het bestuursakkoord. Het is positief dat er extra geld komt voor de gemeentes voor integratie van statushouders. Prima dat daar veel aandacht en geld naartoe gaan. In het laatste bestuursakkoord is echter niks extra's geregeld voor de asielzoekers die nu op een status wachten. Zij moeten nu zelfs mogelijk vijftien maanden wachten op behandeling van hun verzoek. Het onnodig gesleep met mensen is al aan de orde gesteld. Ik hoop dat de Partij van de Arbeid echt doorzet in het stoppen met slepen met kinderen. Wij spreken er al jaren over. Ik hoop echt dat wij tot één gezinslocatie kunnen komen tijdens het wachten totdat de procedure is doorlopen. Dan kunnen de kinderen op één school blijven. Graag een reactie van de Staatssecretaris. Bij werkbezoeken aan noodopvanglocaties zie ik vaak schrijnende situaties. De instroom neemt af. Kunnen wij niet sneller schakelen naar situaties met meer privacy, naar situaties waarin de mensen zelf kunnen koken. Anders zitten de mensen de hele dag alleen maar stil. Af en toe komt een vrijwilliger langs en af en toe is er taalles. Dat is prima, maar de mensen die wachten willen heel graag aan de slag, hetzij met vrijwilligerswerk, hetzij met taallessen, hetzij met zelf koken. Is er een mogelijkheid om deze mensen gewoon etensgeld te geven, zodat zij hun eigen boodschappen kunnen doen en hun eigen eten kunnen koken? Graag een reactie.

De Staatssecretaris overlegt met verschillende gemeentes over kleine opvanglocaties. Komt er nu echt beleid? Het is niet goed als elke gemeente steeds weer moet leuren met het eigen projectje. Kunnen gemeentes werken met satellietopvanglocaties binnen de gemeente of in onderlinge afspraak met een aantal gemeentes? Ik wijs op de situatie in Barneveld. Met het toekennen van een status wordt meteen een werkervaringsplaats in combinatie met taalles aangeboden. Dat versterkt elkaar enorm en heeft een positieve uitwerking op mensen die een status hebben gekregen. Wil de Staatssecretaris die zeer succesvolle situatie in Barneveld goed bekijken en bezien of die breder kan worden uitgezet?

Er zouden trainingen voor COA-medewerkers zijn aangekondigd, maar in de brief van maart lees ik daar verder niks meer over. Het zou gaan over godsdienstvrijheid en diversiteit in de opvangcentra. Het is belangrijk om te signaleren waar er spanningen zijn met homo's en christenen. Ik pleit nogmaals voor een onafhankelijk vertrouwenspersoon.

De voorzitter:

Wilt u afronden?

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Ik ga bijna afronden. Ik zie dat ik nog 30 seconden heb. Ik heb de petitie met het boekje Ik blijf hier in ontvangst genomen. Dat gaat om kinderen die nog buiten de regeling van de Staatssecretaris vallen, maar die in een zeer schrijnende situatie verkeren. Het zal je maar overkomen dat je jaren in onzekerheid moet wachten of je terug moet of hier mag blijven. Ook als ze niet binnen de procedure vallen, vraag ik de Staatssecretaris om ruimhartigheid met zijn discretionaire bevoegdheid. Ik noem expliciet David en Daniël, voor wie die situatie al tien, elf jaar aan de gang is.

De voorzitter:

Ik schors de vergadering zodat de Staatssecretaris zijn beantwoording kan voorbereiden.

De vergadering wordt van 11.34 uur tot 11.52 uur geschorst.

De voorzitter:

We zijn toegekomen aan de eerste termijn van de zijde van het kabinet. Hierbij sta ik wederom twee interrupties toe, verpakt in een vraag, en graag kort en krachtig. Het woord is aan de Staatssecretaris.

Staatssecretaris Dijkhoff:

Voorzitter. Ik heb veel vragen van de Kamer gehoord. Ik zal mijn best doen om ze allemaal zo goed mogelijk te beantwoorden. Ik geef wel bij voorbaat de winstwaarschuwing dat ik over de maakbaarheid op sommige elementen, vooral wat betreft het tempo dat logischerwijs door de Kamer verlangd wordt, misschien wel een adequaat antwoord kan geven, maar niet een tevredenstellend antwoord. We zullen tijdens de beantwoording dus wel wisselen welke zaken we in welk tempo nog kunnen verbeteren. Het staat namelijk wel buiten kijf dat alle mensen die hier onder mijn verantwoordelijkheid bij betrokken zijn en die dag in dag uit met asielzoekers werken maar één doel hebben. Dat is om genoeg plekken te hebben – eerlijk gezegd was dat een paar maanden geleden het enige doel waaraan je kon werken – en inmiddels ook om de situatie te verbeteren. Ze willen de mensen die hier binnen zijn zo goed mogelijk in de procedure bedienen, hun duidelijkheid kunnen verschaffen en ervoor zorgen dat deze mensen zo min mogelijk last hebben van het feit dat zij toevallig net in een jaar zijn gekomen waarin ook vele anderen gekomen zijn. Hopelijk zal de grote instroom van vorig jaar zich dit jaar niet herhalen, maar het jaar is nog lang.

Als eerste wil ik de vraag van de heer De Graaf beantwoorden. Hij deed een brede oproep om op te treden bij door asielzoekers gepleegde misdrijven. Ik ondersteun dit in die zin dat we bij alle misdrijven, wie ze ook pleegt, moeten optreden. We moeten daar wel altijd bij zeggen dat het een feit is dat de meeste asielzoekers die hier in Nederland verblijven zich gelukkig op geen enkele manier schuldig maken aan wetsovertredingen, laat staan aan misdrijven. Ik vind wel dat er in onze oude wet- en regelgeving geen rekening werd gehouden met het geval dat zij zich daar wel schuldig aan zouden maken. Voor dat scenario heb ik nu in twee fases, ook in overleg met de Kamer, de boel aangescherpt. Een verblijfsvergunning kan worden geweigerd dan wel worden ingetrokken als mensen de wet hebben overtreden met een zodanig delict dat ook echt een ander persoon raakt en waarvan de rechter heeft geoordeeld dat het dermate significant is dat er een straf op staat van zes maanden – dat zal vanwege de secundaire beschermingsgrond in de meeste gevallen de grens zijn – waarbij we ook het voorwaardelijke deel van de straf meerekenen. Op die manier heb ik het aangescherpt. Er was ook een verzoek om naar Duitsland te kijken. Dit is nog iets scherper dan in Duitsland. Het is ook houdbaar binnen de kaders van de internationale wet- en regelgeving. Het onderstreept de norm dat wij bereid zijn om onze bijdrage te leveren aan het bieden van veiligheid aan mensen die moeten vluchten voor oorlog, maar dat wij daarvoor ook iets terugverwachten. Het minste wat je kunt terugverwachten is dat mensen de wet niet overtreden en de veiligheid van een ander niet bedreigen.

De heer De Graaf wekte de suggestie dat er sprake zou zijn van een «doofpotcultuur» bij misstanden. Ik ben in januari begonnen om twee keer per jaar naar buiten te brengen wat er geregistreerd is bij zowel de politie als het COA zelf over mensen in een asielprocedure en mensen die in een asielzoekerscentrum of in de noodopvang verblijven. Het is vrij uitzonderlijk om dit voor een specifieke groep mensen in Nederland te doen. Het lijkt wel dat hoe opener je erin wordt, hoe harder iemand roept dat er een doofpot is. Wij hebben daarnaast ook nog het WODC (Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum) gevraagd om langdurig te onderzoeken wat de effecten op de langere termijn zijn. Volgens mij staat er nergens zo veel licht op als op dit punt. Het bestaan van een doofpot moet niet verward worden met de wens dat er een is zodat je die kunt aanwrijven. We zijn hier uitermate open over en we worden niet stilgehouden. Zelfs bij geruchten zonder specifieke, herleidbare bron, zoals gisteren een vaag verhaal over het afkopen, vind ik dat we heel serieus moeten bekijken of we kunnen achterhalen waar het vandaan komt en of er ook maar een snipper van waar is. Afkopen is geen beleid en dat zal het ook niet worden, maar ook hierbij vind ik dat we zo snel mogelijk moeten weten hoe het zit. Als het wel zo is, grijp ik in. Als het niet zo is, lijkt dat me ook goed om te weten zodat dit soort verhalen ontzenuwd kan worden en geen eigen leven gaat leiden.

De heer De Graaf (PVV):

Ik dank de Staatssecretaris voor deze beantwoording. Ik heb twee punten. Ik heb de Staatssecretaris voor de snelle beantwoording van gisterenavond bedankt. Het is natuurlijk wel zo dat het COA zijn eigen vlees gaat keuren, want in de beantwoording van de Staatssecretaris stond dat het COA «zich niet in het beleid herkent» en nu zelf gaat onderzoeken of het zo is. Ik wil graag toch een vervolg op dit verhaal, omdat uit een aantal postings op internet nu ook weer blijkt dat het misschien toch wat moeilijker ligt. Nogmaals: ik heb de vragen gisteren echt voorzichtig gesteld, in de vragende vorm zonder daarbij aantijgingen te doen. Ik heb alleen maar gevraagd wat daar aan de hand is. Ik zou de Staatssecretaris ten eerste willen vragen om in ieder geval met opvolging te komen als er meer gegevens zijn. Als er gegevens blijven komen vanuit de markt – laat ik het zo maar zeggen – en het COA geen afwijkingen vindt, moet toch bekeken worden of er extern onderzoek gedaan kan worden. Mijn tweede vraag gaat over de aanranders van Almere. Dat is wel degelijk criminaliteit, net zoals stelen. Die mensen horen hier toch niet? Die moeten toch het land uit? Gaat dat ook gebeuren?

Staatssecretaris Dijkhoff:

Je kunt dingen altijd heel makkelijk roepen, maar er moet altijd per individu bekeken worden wat iemand op zijn kerfstok heeft en wat de ernst daarvan is. Dat laten we in dit land gelukkig door rechters doen en niet door politici. Ik vind als politicus en als bestuurder dus dat wij een norm stellen. Vanwege de status die ze hebben zal de norm voor de meeste asielzoekers zijn dat zes maanden de grens zal zijn. Als de rechter zegt dat iemand zich zo misdragen heeft dat hij zes maanden of langer opgelegd krijgt – ook als er van die zes maanden drie voorwaardelijk zijn, tel ik het mee – is de grens overschreden en moet je ingrijpen. Het is vervolgens aan de rechter om te wegen welke strafmaat er past bij gedragingen die in de praktijk zijn gedaan. Daarom ga ik nu niet een-op-een spreken over één specifieke casus. Als de feiten in een casus zo ernstig zijn dat de rechter zes maanden oplegt – ook al zijn drie daarvan voorwaardelijk – hebben wij nu de norm dat dit ook consequenties heeft voor de verblijfstatus.

De heer De Graaf (PVV):

Dan moet nu dus ook duidelijk zijn voor iedereen in de zaal en ook voor de mensen thuis die meekijken dat als er een taakstrafje wordt uitgedeeld, en dat is gebeurd bij de aanrandingen in Almere, deze aanranders dus gewoon in Nederland kunnen blijven. Dat is de praktijk. Ik vind dat de Staatssecretaris daar duidelijk over moet zijn.

Ik heb ook een punt over andere misdrijven of overtredingen. In Heythuysen – dat is in Noord-Brabant, vlak bij Roggel – worden de kledingwinkels leeggestolen door azc'ers. Daarover zijn op lokaal niveau vragen gesteld, maar wat gebeurt er met deze mensen? Mensen die winkels leegjatten als ze hier te gast zijn, horen toch niet in Nederland thuis?

Staatssecretaris Dijkhoff:

Als de heer De Graaf zijn zin begint met «het moet duidelijk zijn dat», moet hij daarna wel iets vertellen wat klopt. Een taakstraf wordt namelijk ook meegewogen. Als die taakstraf gecombineerd met voorwaardelijke of onvoorwaardelijke straf een totale strafmaat oplevert die de grens te boven gaat, heeft dat gevolgen. We hebben gewoon die grens. Daar tellen vanaf nu al die typen delicten in mee. Ook iemand die serieel winkeldiefstal pleegt, daar wellicht ook nog geweld bij gebruikt en daardoor straffen krijgt opgelegd die bij elkaar opgeteld aan de maatstaf voldoen, zullen we deze maatregel opleggen. Zo zit het en dat moet inderdaad voor iedereen duidelijk zijn.

Wat betreft de verhalen bij het COA zegt de heer De Graaf nu dat je eigenlijk moet bewijzen dat iets niet zo is. Dat is natuurlijk vrij lastig. Normaal stel je bewijs. We hebben nu al gesteld dat wij gaan uitzoeken of het klopt en of we kunnen achterhalen waar de signalen vandaan komen. Ik zie inderdaad ook nieuwe signalen. Die nemen we daarbij mee. Ik zie echter ook een verzoek van Detailhandel Nederland om te kijken naar compensatie van het gelede nadeel naast vervolging, als die aan de orde is. Dat kan nooit in plaats van vervolging zijn, want dat blijft de norm. Dat ligt allemaal in elkaars verlengde. Wij gaan dus gewoon goed uitzoeken hoe het nu precies zit. Als je geen bewijs vindt, zul je altijd alleen maar constateren dat je geen bewijs vindt. Je zult nooit bewijs vinden dat iets nooit gebeurd is. Ook externe commissies die je daarnaar laat kijken komen tot soortgelijke conclusies.

Diverse leden hebben vragen gesteld over de veiligheid in azc's en hoe we daarbij de rol van vertrouwenspersonen vormgeven. Ik heb daarin een stap gezet door per locatie iemand coördinerend vertrouwenspersoon te maken, zodat iedereen bij verwarring weet bij wie je terecht kunt. Er kan dan ook over verschillende locaties heen van elkaar geleerd worden. Er wordt nu gesteld dat je het sneller weet als je een onafhankelijk vertrouwenspersoon hebt. Het probleem dat we nu juist moeten oplossen – daar ben ik het wel mee eens – is dat mijn mensen soms signalen niet krijgen, maar onafhankelijke begeleiders en ngo's wel. Ik heb er niks aan als een onafhankelijk vertrouwenspersoon alles weet en ik nog steeds niet. Dan kan ik er nog steeds niet op handelen. We moeten er dus juist voor zorgen dat mensen zich veilig voelen, al dan niet eerst via een gesprek met een ngo, zodat ze het melden bij de mensen die er ook echt iets mee kunnen doen, die er vanuit het COA over gaan en die ook bijvoorbeeld de link kunnen leggen naar de politie als er aangifte moet worden gedaan. Dat systeem moet beter. Ik ben het met de Kamerleden eens die zeiden dat het onze taak is om ervoor te zorgen dat er het gevoel is dat je met een gerust hart kunt melden, zodat wij ook kunnen ingrijpen.

Daarbij heb ik wel een plek nodig om de daders te plaatsen; daar is ook naar gevraagd. Zo kan ik er namelijk voor zorgen dat de mensen die melden en bij wie echt iets aan de hand is, niet alsnog op dezelfde plek verblijven als degene die hen iets aangedaan heeft. Er lopen nu gesprekken om dat gematerialiseerd te krijgen. Ik heb er goede hoop op dat dat lukt en dat we binnenkort zo'n azc kunnen openen, zodat niet alleen slachtoffers voor hun veiligheid worden verplaatst, maar juist ook degenen die de onveiligheid veroorzaakt hebben. Dan kunnen ze dat ook niet meer doen voor anderen die nog geen slachtoffer zijn geworden. Ik hoop daarmee ...

De voorzitter:

Ik zie een interruptie, maar de Staatssecretaris wil zijn laatste zin afmaken.

Staatssecretaris Dijkhoff:

Ik hoop daarmee dat de situatie zoals die nu in Duitsland wordt gerapporteerd, zich niet ook in Nederland voordoet. Ik heb nu geen signalen dat dat zo is en ik wil graag dat die signalen er niet gaan komen omdat die situatie er ook niet komt. Ik wil niet verhinderen dat iemand met een Arabische achtergrond in de beveiliging werkt, maar beveiligers kunnen natuurlijk geen onderdeel worden van een cultuur die bepaalde mensen onderdrukt of benadeelt. Daar zijn wij wel scherp op. Beveiligers zijn er om, los van hun afkomst, iedereen veilig te houden en niet maar de helft.

De heer Sjoerdsma (D66):

Ik heb toch nog een vraag over de overlastgevende asielzoekers. De Staatssecretaris zegt dat hij hoopt binnenkort een apart azc voor hen te hebben, maar ik vroeg hem in dat verband naar het Reglement Onthouding Verstrekkingen (ROV). Dat geldt toch alleen in azc's en niet in noodopvanglocaties? Klopt het dat de meeste incidenten nu juist in die noodopvanglocaties plaatsvinden? Is dit dus afdoende?

Staatssecretaris Dijkhoff:

Het Reglement Onthouding Verstrekkingen geldt niet alleen in azc's, maar ook in noodopvanglocaties, als het maar een COA-locatie is. Het gold niet in de crisisnoodopvanglocaties, want die waren niet van het COA. Die crisisnoodopvang hebben we nu niet meer. Wellicht zat daar de verwarring in. Het beeld over incidenten in noodopvanglocaties is nogal uiteenlopend. Los van de vraag of ik kan zeggen dat iedere noodopvanglocatie bovengemiddeld scoort qua incidenten, zijn die locaties inderdaad wel vaak wat minder dan asielzoekerscentra. Mevrouw Voortman vroeg of we die noodopvanglocaties gaan afbouwen; ik was net zo trots dat we de crisisnoodopvang net hebben kunnen afbouwen. Natuurlijk heb ik ook liever allemaal keurige, langdurige asielzoekerscentra. Volgens mij zijn wij het wel eens over wat ideaal is, maar de vraag is wat haalbaar is. Ook wat betreft onnodig gesleep, vrees ik dat we het nodige gesleep al te veel vinden. Als ik een noodopvang in plaats van een azc kan krijgen, heb ik die locatie nu wel nodig. Ik kan niet dooronderhandelen totdat ik een echt azc krijg.

De heer Sjoerdsma (D66):

Ik wil toch nog eventjes hierop doorgaan. De Staatssecretaris zegt nu dat het Reglement ook voor de noodopvang geldt. Dat is mooi, maar betekent dat dan ook dat de overlastgevende asielzoekers die daaruit zouden worden verwijderd naar dat azc gaan waarover de Staatssecretaris het nu heeft? Of gebeurt er dan iets anders met hen? Ik neem aan dat zij niet op straat belanden zodat de gemeente het mag gaan oplossen.

Staatssecretaris Dijkhoff:

De uiterste noodgreep dat wij het recht op opvang helemaal intrekken en dat mensen dan elders hun onderdak zelf moeten zien te regelen, passen wij zelden toe. Mensen die zich in de noodopvang misdragen, kunnen dan ook naar dat overlast-azc. Het is daar niet beter en je bent dus niet beter af door overlast te plegen in de noodopvang. Dat is natuurlijk niet zo, want het regime dat we in het overlast-azc willen brengen, is op zijn zachtst gezegd ook minder vrij, zowel wat betreft de meldingsplichten als de verplichte dagprogramma's die we daaraan willen koppelen. We willen niet alleen maar zeggen dat zij fout zaten, maar ook een serieuze poging wagen om hun uit te leggen waarom wij vinden dat zij fout zaten en dat wij vinden dat je in Nederland met respect hoort om te gaan met mensen die anders zijn dan jezelf. Mevrouw Gesthuizen vroeg specifiek naar de veiligheid van lhbt's. Zij vraagt daar terecht aandacht voor. Ik heb gisteren zelf een gesprek gehad met drie organisaties, COC, Secret Garden en LGBT Asylum Support, om dat wat zij uit de praktijk van mensen horen en dat wat ik met het COA aan de bestuurlijke kant probeer, zo goed mogelijk op elkaar te laten aansluiten. Terecht komen de organisaties met individuele verhalen die onderstrepen dat wij daarmee haast moeten maken. Voor een deel gaat het natuurlijk om het beter kunnen wegplaatsen van de daders en voor een ander deel gaat het om het bieden van veiligheid, desnoods, in allergrootste nood, door uitplaatsing van slachtoffers naar een safehouse, een blijf-van-mijn-lijfhuis. Naar aanleiding van gisteren zal ik met het COA verder spreken over de concrete gevallen, maar ook om te bezien op welke termijn wij kunnen doorgaan, ook wat betreft de eerder in de brief gesuggereerde oplossing van een specifieke vleugel op bepaalde locaties of een kamer dichtbij de receptie. Het gaat dus om dat soort pragmatische oplossingen, opdat wij de veiligheid kunnen garanderen en bij een probleem sneller kunnen ingrijpen dan voorheen mogelijk was.

De heer De Graaf stelde nog een vraag over azc Alphen. Ook die kwestie is genoegzaam bekend. In de overgangsperiode van p.i. naar azc, toen er veel in- en uitloop was, zijn zeventien tv's verdwenen die niet vastgemaakt waren. Er was veel in- en uitloop, wij weten niet wie ze heeft meegenomen. De politie heeft nog wel gekeken of zij ze kon achterhalen, met name bij kringloopwinkels en op marktplaats. Het waren behoorlijk oude tv's, met buisjes van 37 cm. Maar goed, ontvreemding in welke vorm dan ook is fout. Wij hebben alleen niet precies kunnen achterhalen wie het gedaan heeft; ik kan er dus ook niemand van beschuldigen. Dat het feit zich heeft voorgedaan, klopt echter. Ik had ook liever gezien dat het niet ergens in de organisatie was blijven liggen, zodat het meteen bevestigd was in plaats van een dag later. Dat moge duidelijk zijn, al is het maar om de schijn te vermijden dat wij er moeilijk over doen om het te erkennen als het fout zit.

De heer Azmani zegt terecht dat wij alert moeten zijn op salafisme en signalen daaromtrent breder in de samenleving, maar ook op locaties waar kwetsbare mensen zijn en waar er een hoger risico kan zijn dat mensen proberen te werven. Daar blijft ook het COA alert op. Wij zullen dat ook blijven rapporteren in de bredere berichten die de Kamer over salafisme en de risico's eromheen ontvangt.

De heer Van der Staaij vroeg ook om signalen van maatschappelijke organisaties te blijven gebruiken om de opvang te verbeteren. Er zijn een aantal sessies geweest vanuit het COA met heel veel verschillende organisaties om die link zo snel mogelijk te leggen. Sindsdien weten wij elkaar nog beter te vinden en kunnen de organisaties ook heel snel bij het COA terecht om dat mee te nemen.

Met de kwaliteitsverbetering in de noodopvang zijn wij bezig. Het COA kwam ook zelf bij mij in het begin van het jaar met de boodschap dat het meer aandacht wil besteden aan niet alleen het verwerven van nieuwe plekken, maar ook het verbeteren van de situatie in de noodopvang. Men wil niet alleen denken dat het toch maar kort is en dat men dus maar niets doet. Waar mogelijk wordt ook gekeken, zoals de heer Voordewind suggereerde, naar mogelijkheden om zelf te koken. Dat kan echter niet op alle noodopvanglocaties. Ook de dagbesteding voor bewoners krijgt nu meer aandacht. Er worden nu programma's aangeboden, ook in de noodopvang. Dat wordt nu uitgerold in de praktijk. Het klinkt misschien een beetje raar, maar inmiddels is er overal – ook op de noodopvanglocaties en niet alleen in de azc's – wifi. Dat is voor de bewoners heel belangrijk en helpt mensen echt om contacten te laten onderhouden.

Bij de huisvesting van vergunninghouders heb ik altijd, ook aan de regietafels en ook richting gemeenten, een dubbel beeld. Ten eerste een compliment, want het aantal vergunninghouders dat wordt gehuisvest, is veel groter dan de afgelopen jaren. Toch zijn wij in de rustige jaren al achterstanden gaan opbouwen. Dat is ook de reden dat, oneerbiedig gezegd, de prop in het systeem van 16.000 mensen die nog wachten op een huis, stabiel blijft. Als wij het tempo van uitstroom van de afgelopen jaren hadden gezien, was het aantal opgelopen. Het zijn dus ook niet steeds dezelfde 16.000 mensen, maar het aantal schommelt wel om en nabij 16.000. Het lukt de gemeenten nu om het bij te benen. Dat is in principe al een hele prestatie. Het is echter nog niet gelukt om flink in te lopen. Die taak hebben wij dus nog. Wij spreken daar ook over aan de landelijke regietafel. Je merkt ook bij gemeenten dat de uitwerking van het bestuursakkoord dat een paar weken geleden is rondgekomen, heel belangrijk was voor gemeenten om stappen te zetten. Als zij mensen huisvesten, is de rest dan goed geregeld? Nu daarover duidelijkheid en overeenstemming is, heb ik er hoop op dat dit helpt om het te bespoedigen. Wij zien ook het beroep op de subsidieregelingen die collega Blok heeft opengesteld, toenemen. Waar voorheen de gesprekken over opvang met de gemeenten een beetje geïsoleerd waren en een gemeente het niet wilde of juist wel, zien wij ook – dat vind ik ook mooi – dat gemeenten in hun eigen regio vaak aan tafel zitten. Als een gemeente zegt dat zij echt geen asielzoekerscentrum of noodopvang kan regelen, zeggen andere gemeenten dat dit eigenlijk niet zo fraai is. Hoe moeten zij dan uitleggen dat zij het wel doen en de buurgemeente niet? Zij vragen om dan een sterkere rol te nemen in het huisvesten van vergunninghouders. Je ziet dus dat de gemeenten elkaar aanspreken en dat dit voor de vergunninghouders een positief effect heeft, omdat dit een onderdeel is van de oplossingen. Waar je normaal het COA aanmeldde «kunnen we een azc openen» zie je nu dat het gesprek veel breder is, dat er in deze context allerlei creatieve oplossingen komen. Die waardeer ik zeer.

Dan het verplaatsen. Je ziet dat sommige gemeenten nu gaan zeggen: wij hebben een noodopvang of een azc waar de mensen langer dan voorheen zitten, ze voelen nu als van ons en laten we dus ook ervoor zorgen dat we op tijd genoeg huisvesting voor die mensen hebben. Dan is het ook aan ons – wij werken daarin ook mee, ook het COA – om ervoor te zorgen dat die mensen gekoppeld worden aan dezelfde gemeente. Ik zou dit het liefst overal al zien, maar niet iedere gemeente kan het. Het is ook lastig om tegen iemand te zeggen dat hij recht heeft op een huis en dat dit er ook wel is, maar dat het niet is in de gemeente waar zijn asielzoekerscentrum is en waar hij zelf is en dat hij daarom langer moet wachten. Dat lijkt mij ook niet heilzaam. Als een gemeente actief een project start – Utrecht en Barneveld werden genoemd – werken wij daar echter graag aan mee. Het is ook in ons belang om het zo goed mogelijk te laten aansluiten.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Ik ben blij met wat de Staatssecretaris daarover aangeeft. Natuurlijk ook zo veel mogelijk. Bij die methode die ik in relatie tot Utrecht noemde, hoort ook dat vanaf dag 1 wordt gewerkt aan integratie en kunnen doen van vrijwilligerswerk. Vanaf dag 1 moet dan al gewerkt worden aan de integratie in de samenleving. Begrijp ik goed dat wat de Staatssecretaris betreft dit soort aspecten ook deel uitmaakt van wat gestimuleerd moet worden in andere gemeenten? Ik zeg «gestimuleerd», dus niet verplicht.

Staatssecretaris Dijkhoff:

Laat ik bescheiden, vanuit mijn verantwoordelijkheid, zeggen dat het COA ruimte biedt als die activiteiten er zijn. Dat geldt ook voor initiatieven die niet van de gemeente komen, voor ander particuliere initiatieven. Collega Asscher heeft de Kamer geïnformeerd over het vergemakkelijken van het laten doen van vrijwilligerswerk. Betaald werk kan onder de huidige regelgeving ook al, maar dat is toch vaak wat later in het traject. De heer Sjoerdsma vroeg naar het taalaspect. Daar kom ik nog op terug, maar ook op dat punt koesteren wij de initiatieven en willen wij ervoor zorgen dat de tijd die het langer duurt wordt benut, vooral bij mensen die bij een eerste voorselectie zeer kansrijk worden geacht op verblijf. Daar staan wij voor open. Mevrouw Voortman zei gelukkig ook dat het geen verplichting kan zijn. Wij werken het zeker niet tegen.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Het duurt nu veel langer voordat mensen die duidelijkheid krijgen. Die termijn is nu vijftien maanden. Het gaat mij dus ook om het proces daarvoor. Uit de plannen van Minister Asscher begrijp ik dat het vooral gaat over mensen van wie al zeker is dat zij kunnen blijven. Het gaat juist ook om die onzekere periode ervoor, die mensen echt naar de keel vliegt.

Staatssecretaris Dijkhoff:

Er ligt inderdaad nog meer nadruk op mensen die een status hebben, maar ook daarvoor zijn er mogelijkheden. We benutten die ook. Daarvoor hebben we er meer op ingezet. Ik zal niet alle zaken herhalen die men de afgelopen tijd van mij en collega Asscher heeft gehoord of in brieven gelezen. Volgens mij is er geen groot principieel probleem of verschil. Ik heb inderdaad de wettelijke termijn verlengd naar maximaal vijftien maanden. Daar zitten wij nu echter nog niet aan. Wij werken er ook hard aan om dat te voorkomen. Dit was vooral om bepaalde zaken te voorkomen. Ik heb niet tegen de IND gezegd dat vijftien maanden ook wel goed is.

Dan kom ik op de mismatch die er zou zijn bij huisvesting van alleenstaanden.

De heer Sjoerdsma (D66):

Was dit ook het antwoord over taal?

De voorzitter:

Dat komt nog. De Staatssecretaris vervolgt zijn betoog.

Staatssecretaris Dijkhoff:

Met betrekking tot die mismatch bij de huisvesting noemde mevrouw Voortman het voorbeeld van een huis waarin vijf alleenstaanden zitten, terwijl daarin ook een gezin had kunnen wonen. Daar kun je niet op die basis iets van zeggen. In de praktijk merken wij juist dat het huisvesten van gezinnen veel makkelijker is dan het huisvesten van alleenstaanden. Iedere gemeente wil wel gezinnen. Soms zijn er echter ook alleenstaanden die wel een gezin hebben, maar dat moet nog nareizen. Er zijn ook gemeenten die een doorschuifsysteem hanteren, om het oneerbiedig te zeggen. Die gemeenten stellen dat in een huis steeds een aantal alleenstaanden kan wonen en op het moment dat het gezin nareist, zorgen zij ervoor dat in de eigen gemeente daarvoor plek is. Ik vind dat een slim systeem. Als het in de buurt is, kan meestal de vader vast in de buurt beginnen met kennismaken en integreren als hij een status heeft. Dan kan later zijn gezin dat nareist, in dezelfde omgeving verder. Ik vind dat wel slim. Ik ben allang blij dat sommige gemeenten zeggen dat meerdere alleenstaanden een huis kunnen delen. Dan kunnen wij meer mensen tegelijk uitplaatsen en plaatsen in het azc vrijmaken.

Het uitwerkingsakkoord bevat verschillende maatregelen die de integratie bevorderen, voor inburgering, taal, vrijwilligerswerk, toeleiding naar werk en onderwijs en maatschappelijke begeleiding, om zoals terecht is opgemerkt, tijd niet verloren te laten gaan en geen verloren groep te hebben die wel een status heeft maar een jaar het leven op pauze heeft gehad.

Wat taal betreft is geen enkele sprake van obstructie van de motie. Wel heeft Minister Asscher op dit moment een brief in voorbereiding, die hij binnenkort naar de Kamer stuurt, over de uitvoering ervan. Dit naast hetgeen hij al heeft aangekondigd over de vrijwilligerstraining, waarbij vrijwilligers worden getraind die daarna beter taalinstructies kunnen geven, en het gratis meegeven van een NT2-methode om in een vroeg stadium daarmee aan de slag te kunnen.

De heer Sjoerdsma (D66):

Ik heb hier toch een vraag over. De motie heeft een meerderheid gekregen medio december. Het is nu meer dan vijf maanden later. Ik heb inmiddels een aantal keren de belofte gekregen dat die brief zou komen. Dat zou in januari gebeuren, dat zou in februari gebeuren, dat zou in maart gebeuren. Het is nu medio mei. Als die brief volgende week komt, staat daar dan ook in dat het kabinet daadwerkelijk in de opvang les in de Nederlandse taal gaat geven aan asielzoekers? Anders hebben wij vijf maanden zitten wachten en niets gekregen.

Staatssecretaris Dijkhoff:

Ik weet niet wat er letterlijk staat in een brief die wordt geconcipieerd op een ander ministerie. Ik heb net aangegeven hoe wij het taalonderwijs en de mogelijkheden om je alvast de taal eigen te maken hebben uitgebreid ten opzichte van verleden. Minister Asscher zal in zijn brief nader aangeven hoe de rest verloopt.

De heer Sjoerdsma (D66):

Ik geloof heel graag dat deze Staatssecretaris niet in de brievenfabriek van het Ministerie van Sociale Zaken kan kijken. Tegelijkertijd vermoed ik dat de afgelopen tijd de discussies hierover in het kabinet niet stil hebben gelegen en dat erover is gepraat met ook deze Staatssecretaris. Ik heb dan ook aan hem een vraag. De motie zegt niet: breng vrijwilligers in stelling. De motie zegt niet: leg lesmateriaal bij de voordeur van een noodopvang neer. De motie zegt: «verzoekt de regering, op korte termijn taalcursussen aan te bieden op de noodopvanglocaties.» Wij zijn nu vijf maanden verder. Wat kan deze Staatssecretaris nu zeggen over wat er met deze motie is gebeurd?

Staatssecretaris Dijkhoff:

De heer Sjoerdsma noemt allerlei dingen op die de motie niet zegt. Vervolgens citeert hij het dictum en denk ik: wat ik zonet allemaal heb gezegd, ging over het meer aanbieden van taalcursussen, ook aan mensen die die cursussen kunnen geven, wat al in gang is gezet. Verder is het niet zo dat het kabinet hier wekelijks over vergadert en het erover oneens is. Zo moeilijk ligt het niet. We hebben al dingen in gang gezet. Minister Asscher heeft hierover al een aantal dingen aangekondigd, die we ook in de praktijk al in gang zetten. Waarom de brief er precies nog niet is, weet ik ook niet, maar die komt binnenkort.

Ik kom op het vraagstuk van de kleinschalige opvangvormen, en op de vraag wat ik aan de regionale regietafels hoorde. Dat was heel veel gezucht, eerlijk gezegd, en met name over de vraag: wat is nou klein en wat is groot? Ik las deze week een kop op een nieuwssite: geen grootschalige opvang in gemeente X. Ik dacht: o, dat kost me een hoop plekken. Toen zag ik dat er «500» stond, en dat vind ik dan weer niet grootschalig. 2.500, 1.250 of 900 is grootschalig. 500 lijkt me volstrekt normaal. Wat ik ook veel hoorde van burgemeesters, soms zelfs voordat ze een gemeenteraadsvergadering in liepen, is: ga nou niet 150 toestaan, want ik ga hier straks uitleggen dat we er 600 opvangen; als dan de buurman er 150 kan opvangen, krijg ik het hier niet voor elkaar. En drie keer 600 is nog altijd meer dan vier keer 150. Ook van de VNG hoorden we: het is allemaal mooi, maar we hebben wel een gezamenlijke totale opdracht; ga er flexibel mee om, maar blijf binnen de marge van het bestuursakkoord. Daarom hebben we dat ook opgenomen in de brief die we hebben gestuurd aan de rijksheren, met een cc aan de gemeenten. Dat betekent dat 300 echt de ondergrens is voor een locatie, en 200 voor een satellietlocatie. Alles daaronder kunnen we goed gebruiken voor statushouders. Dat is het traject dat we ingaan. Met de twee gemeenten die een heel nadrukkelijk pleidooi hielden, Heusden en Boxtel, zijn we ook goed in gesprek om te bekijken hoe we binnen die kaders een oplossing kunnen vinden. Dat verloopt goed. Ik heb dus ook heel veel het andere geluid gehoord over de totale opdracht, van burgemeesters maar ook van de VNG en van gemeenten. Daarom is dit het beleid dat we voeren. Daarbinnen doen we niet moeilijk.

Ik ga nu in op de verhuisbewegingen, met name met kinderen. Die zijn gewoon onwenselijk; daarover hoeven we volgens mij geen discussie te voeren. Het is wel het gedoe van vorig jaar geweest, met korte termijnen. Als dan een gemeente zei dat ze 500 mensen kwijt kon voor zes maanden, was dat fantastisch. Of neem Heumensoord met bijna 3.000 tot aan afgelopen maand. Dan is dat fantastisch, maar dan weet je dat er binnen een paar maanden een moment komt waarop je nog geen huis voor die mensen hebt en er toch weer een extra verhuisbeweging in zit. Dat proberen we nu te reduceren. Met name als het om kinderen gaat, proberen we het uit te bouwen en ervoor te zorgen dat zij sneller naar een azc kunnen, maar we zitten een beetje tussen wenselijk, haalbaar en maakbaar in. Dit is een proces dat nog moet gaan lopen, omdat ik nu ook geen enorm overschot aan plekken heb waardoor ik heel makkelijk kan schuiven. We proberen het probleem te verkleinen, maar ik kan het niet heel snel wegtoveren.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Ik begrijp dat het ingewikkeld en moeilijk ligt, maar wij spreken hier al jaren over. Ik was laatst in Oranje. In eerste instantie kwamen de mensen daar binnen en gingen ze daar naar school, maar ze konden ook van de ene op de andere dag uitgeplaatst worden naar een aanmeldcentrum. Ze werden van het aanmeldcentrum weer naar een andere locatie gebracht en ze zaten binnen een paar weken op vier verhuisbewegingen. Dat is natuurlijk dramatisch voor de kinderen. Is er niet gewoon een ander systeem te bedenken? De Staatssecretaris heeft ook gezinslocaties voor de uitgang. Dat is één plek. Is er niet een systeem te bedenken waarbij gezinnen die binnenkomen op één locatie blijven? De ouders kunnen dan misschien op één dag heen en weer kachelen naar het aanmeldcentrum, maar de kinderen blijven op hun scholen.

Staatssecretaris Dijkhoff:

Het systeem bedenken is het simpele werk. Dat is niet zo moeilijk. Dat kan ik zelfs, zelfs in mijn eentje. Maar dat vereist vervolgens wel dat ik ook de logistiek, de mogelijkheden en de plaatsen heb. Heel veel gemeenten zeggen juist: we willen wel een azc, maar dan wel een met gemengde samenstelling, dus niet alleen maar alleenstaanden. Dat snap ik ook wel van die gemeenten. Ik kan dus wel vier, vijf of tien gemeenten heel blij maken door te zeggen dat ze alleen gezinnen krijgen, maar dan krijg ik vervolgens voor alle anderen niet genoeg opvang. Men wil er toch een mix in hebben. Dat is terecht, want dat kan toch een andere sfeer geven. Sommige mensen gedragen zich niet goed, maar heel veel mensen zullen zich toch beter gedragen als er kinderen in de buurt zijn. Met dat soort praktische zaken hebben we wel rekening te houden.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Ik begrijp natuurlijk de praktische zaken, maar de Staatssecretaris kan ook de oplossing bedenken. Die noemt hij ook: er kunnen gemengde situaties zijn. Dat is prima, maar zorg er dan voor dat de gezinnen in die gemengde situaties kunnen blijven en niet weer worden verplaatst omdat ze naar een aanmeldcentrum moeten. Misschien kunnen de ouders het in een dag doen of misschien moeten ze drie keer heen en weer rijden, maar laat de kinderen op dezelfde locatie zitten. Als wij het er met elkaar over eens zijn, moet het toch uitgevoerd kunnen worden? Er zijn altijd praktische problemen, maar die moeten overkomelijk zijn.

Staatssecretaris Dijkhoff:

Ik loop nu al een jaar aan tegen problemen die ik zó kan oplossen maar waarbij ik wel instemming van anderen nodig heb. In bestuurlijk Nederland vereist dat goed overleg en kan dat niet in een week. We hebben ook tijden gehad waarin ik een bed niet even leeg kon laten staan voor degene die net naar een andere locatie was en weer terug zou komen, omdat ik dat bed nodig had voor de volgende. Ik hoop dat we er in de komende tijd meer grip op kunnen hebben door minder overspannen bezettingsgraden en door het laag kunnen houden van de instroom. Maar voorlopig zie ik nog vooral dat het aantal plekken dat ik moet inleveren omdat de afspraak met de gemeente afloopt, nog hoger is dan de te verwachten instroom. Ik ben dus echt nog niet op het punt dat ik kan zeggen: ik heb in ieder geval bedden genoeg; nou is de vraag hoe we het zo goed mogelijk gaan inregelen. Was het maar zo. Ook het aantal bedden is nog niet voldoende. Ik kan dus nog niet alle aandacht richten op de kwaliteit.

Ook de Werkgroep Kind in azc heeft een aantal punten naar voren gebracht, die met name zien op de hoge instroom van vorig jaar en wat er toen gebeurde. Ik erken meteen dat er toen noodgedwongen keuzes zijn gemaakt die niet ideaal zijn. Laat ik het zo zeggen: als we gewoon een steady instroom hadden gehad en onze azc's achteruit waren gegaan tot dat niveau, was dat echt niet acceptabel geweest. Ik heb zonet een aantal punten genoemd. Nu is het zaak dat we ervoor zorgen dat de instroom behapbaar blijft, zodat we de kwaliteit kunnen verbeteren. Dat doen we wel tegelijkertijd, maar de kwaliteitsverbetering gaat natuurlijk sneller als je geen zorgen meer hebt over het aantal plaatsen dat je nodig hebt. Een aantal adviezen van de werkgroep raken ook het asielbeleid wat betreft verblijfsvergunningverlening. Daar heb ik een andere mening over, maar het streven om de omstandigheden voor kinderen die hier asielrechten hebben of in de procedure zitten, zo goed mogelijk te maken, delen we. De heer Voordewind hoeft niet tevreden te zijn met het tempo, en ik moet realistisch zijn in wat ik toezeg.

Mevrouw Voortman sprak over voorlichting aan amv's over normen en waarden. Ik deel helemaal dat die van groot belang is. Concrete signalen krijg ik graag direct, maar ik zal ook in bredere zin met het COA en met Stichting Nidos contact opnemen en vragen of er signalen zijn dat het niet of niet genoeg gebeurt. Het moet gewoon gebeuren.

Wat betreft het rapport over de opvang van amv's heb ik een verduidelijking die het aan de ene kant beter maakt en aan de andere kant misschien nog erger. Het rapport ging niet over de opvang van amv's in brede zin, maar alleen over de beschermde opvang, maar dat is wel de kwetsbaarste groep. Het betreft dus minder kinderen – het gaat dus niet over alle amv's – maar dit zijn wel serieuze problemen die we adresseren. De vraag was of ik de Kamer voor de zomer kan informeren over het verbeterplan. Dat zal ik doen.

Ook over de betrokkenheid van gemeenten bij de plaatsing van amv's hebben we afspraken gemaakt aan de landelijke regietafel. Gemeenten worden in het traject richting plaatsing vroegtijdig betrokken. Ook bekijken we of we dit in het protocol kunnen opnemen dat we bij het uitwerkingsakkoord hebben afgesproken. Dat heeft bijvoorbeeld ook te maken met de overdracht van bepaalde typen zorg en met het niet al te administratief omgaan hiermee. Als iemand 18 wordt en toevallig nog twee maanden begeleiding nodig heeft in een traject, moeten we ervoor zorgen dat dit goed doorgaat. Dit moet dus gebeuren aan de voorkant van de plaatsing en aan de leeftijdskant.

De heer Van der Staaij zei dat gemeenten te weinig geld hebben voor pleeggezinnen. Ik kan dat niet helemaal thuisbrengen, omdat gemeenten dat in principe niet hoeven te financieren. Nidos zoekt de pleeggezinnen en is verantwoordelijk voor de plaatsing. Dat is niet makkelijk, maar dat doet men tot nu toe uitstekend. De link met gemeenten had ik nog niet gelegd, dus als daar meer specifieke informatie over is, hoor ik die graag.

Mevrouw Keijzer sprak over Purmerend. De heer Sjoerdsma vroeg daar ook naar. Wat daar naar mijn weten gebeurd is, is dat het contract met een van de partners door het COA is beëindigd omdat Nidos het overneemt in het nieuwe amv-opvangmodel. Ik zou dus even moeten nagaan hoe het precies zit met Nidos en deze locatie. Ik heb daar nu niet meteen alle details bij.

Mevrouw Keijzer (CDA):

Er was een contract tussen het COA en Parnassia tot 1 juli 2016, waarna men met elkaar aan tafel zou gaan zitten. Nidos heeft daarbij gezeten, met de bedoeling om dit voort te zetten. Iedereen is hier tevreden mee: de gemeenten, de zorginstellingen, de vrijwilligers en de minderjarigen zelf. En dan opeens, uit het niets, zegt Nidos: wij hebben nieuw beleid en daarin staat dat er geen 28 minderjarige vluchtelingen bij elkaar mogen worden opgevangen; die moeten allemaal apart, met maximaal vier in één woning en daar hebben wij ook de zorg op aanbesteed, dus nu zitten we met de gebakken peren. Ik vind dit nou echt een schoolvoorbeeld van regels en protocollen die iets frustreren wat fantastisch functioneert. Ik roep de Staatssecretaris op om in te grijpen.

Staatssecretaris Dijkhoff:

Het woord «ingrijpen» zal ik even vermijden, want dat veronderstelt formele bevoegdheden. Ik zal er wel induiken. Ik weet wel dat er bij de aanpassing van het Nidos-beleid een breed verzoek uit de Kamer is geweest om de schaal te verkleinen. Ik wil hun dus niet meteen verwijten dat ze uitvoeren waar de Kamer om heeft gevraagd. Ik wil wel met hen bekijken hoe het zat in dit specifieke geval, en of daar een logisch verhaal voor is. Ik snap wel dat het raar over kan komen, maar wij hebben Nidos gevraagd om het over te nemen en het kleinschalig te doen. Voordat ik dus zeg dat Nidos iets fout heeft gedaan, zal ik er eerst dieper in duiken.

Mevrouw Keijzer (CDA):

Natuurlijk is de algemene wens kleinschaligheid, maar de Staatssecretaris zegt zelf elke keer weer: soms zijn er redenen waarom het in bepaalde situaties beter is om het anders te organiseren. Dit is zo'n situatie. Hier is iedereen tevreden mee. En ja, kleinschaligheid staat voorop, maar laten we eerlijk zijn: als 28 niet kleinschalig is, weet ik het ook niet meer. Los daarvan geldt het volgende. Als je met elkaar een algemeen uitgangspunt van beleid hebt vastgesteld – dat zal vast zo zijn – maar er iets is wat goed functioneert, dan moet je dat niet frustreren. Dat staat nog los van de vraag waar Purmerend even zeven woningen vandaan moet halen met wachttijden van negen jaar voor starters.

Staatssecretaris Dijkhoff:

Gisteren heb ik die vraag toevallig intern gesteld. Ik krijg daar dus informatie over, waarna ik zal bezien wat ik ervan vind en of ik er iets mee kan.

De heer Van der Staaij (SGP):

Ik heb nog even het mailtje erbij gezocht over de pleegzorg, waar ik mijn vraag op baseerde. Dat was een signaal van iemand die betrokken is bij VluchtelingenWerk in het azc in Luttelgeest. Mensen in omliggende gemeenten zouden bereid zijn om pleegzorg aan te bieden, maar de gemeenten zeggen dat ze er geen geld voor hebben. Dan moet, zoals de Staatssecretaris zegt, misschien eerder bij Nidos aangekaart worden dat gemeenten onvoldoende op de hoogte zijn. Zou dat wellicht het punt kunnen zijn?

Staatssecretaris Dijkhoff:

Dat zou inderdaad goed kunnen. Als mijn gemeente er ineens een taak bij kreeg, zou ik als gemeentebestuurder ook niet weten waar ik ineens het geld vandaan moest halen. Maar het loopt via Nidos, die ook de instrumenten heeft. Nidos heeft er in de afgelopen maanden door ons nieuwe beleid en door de hoge instroom veel meer werk bij gekregen. Het lijkt me goed dat we bekijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat gemeenten ook weten dat Nidos hierin een rol heeft. Gemeenten moeten niet denken: dit is iets nieuws; ik moet het zelf verzinnen.

De heer Van der Staaij (SGP):

Precies. Ik proef al beetje de toezegging of de suggestie bij de Staatssecretaris om gemeenten nog wat explicieter op dit punt te attenderen. Het zou jammer zijn als dit in de gemeenten vastloopt doordat mensen de weg niet weten.

Staatssecretaris Dijkhoff:

Jazeker. Wij zullen samen met de VNG bezien hoe we dat het beste bij de gemeenten onder de aandacht kunnen brengen.

De heer Sjoerdsma vroeg om uitbreiding van de IND. Formeel gezien kost het geld als ik de IND uitbreid. De Kamer zou dat zeker van het kabinet horen, maar daarvoor bestaan geijkte momenten, zoals de Voorjaarsnota. Die komt binnenkort en daar zou best iets in kunnen staan.

De heer Van der Staaij vroeg ook naar schaarste aan tolken. Het is ons niet bekend dat er schaarste zou zijn. Noch bij het assisteren bij de procedure noch bij de gezondheidszorg op COA-locaties hebben wij signalen gehad dat er onvoldoende tolken zouden zijn. Als er concrete berichten zijn over een concreet azc, dan vernemen we dat graag, zodat we kunnen bekijken hoe het zit.

Mevrouw Voortman noemde een rapport over dove asielzoekers in de asielprocedure. Daarop wil ik wel reageren, maar dan moet ik wel het rapport hebben. Dan kan ik daar een schriftelijke reactie op geven.

Ik maak een sprongetje op de landkaart en kom bij de vragen over Griekenland. Over de situatie in Griekenland bestaan uitspraken in beroep van beroepscomités. Even voor de duidelijkheid: het is een ander land; er heeft geen rechter geoordeeld. Er is dus ook geen sprake van jurisprudentie. Door sommigen werd bij voorbaat gevreesd dat het geen deugdelijk systeem zou zijn en dat er geen oog zou zijn voor het individu. Dit onderstreept op zijn minst dat de rechten van asielzoekers wel degelijk in acht worden genomen en dat zij een individuele behandeling krijgen in Griekenland, inclusief beroepsmogelijkheid. Er is dus geen jurisprudentie en het is ook geen brede uitspraak – «het is daar niet veilig» – maar er is steeds in individuele gevallen gezegd: om deze redenen vinden wij dat dit individu niet teruggestuurd kan worden. Daarom kunnen we daar nog geen grote conclusie uit trekken. Wel hebben de ministers van de 28 lidstaten vorige week op de JBZ-Raad expliciet opgenomen dat zij politieke steun geven aan Griekenland en dat zij het principe huldigen dat asielzoekers voor readmissie teruggestuurd kunnen worden naar Turkije om daar veiligheid en bescherming te genieten. Er is nu dus niet gezegd dat de afspraken niet werken. We hebben een aantal gevallen gezien en we zullen de ontwikkelingen in de gaten houden. Griekenland heeft daar zelf natuurlijk ook aandacht voor, omdat het een aantal zaken wellicht nog steviger in de wet moet kunnen verankeren voordat de commissies zich comfortabel voelen bij een bepaalde uitspraak.

Er werd ook gevraagd naar uitspraken die door Turkije zijn gedaan of door een president. Dat werd mij ook vorige week in Brussel gevraagd. Ik word daar niet nerveus van. Dat kan altijd nog als het fout gaat. Nu zien we op het operationele vlak dat er gewoon meegewerkt wordt en dat we de goede kant op lopen. Er zijn ook delen van de afspraak met Turkije over een Europees-Turks readmissieverdrag waarvan het geen invloed heeft op de dagelijkse praktijk als ze vertraging oplopen, omdat dat gebeurt tussen Griekenland en Turkije. We moeten de ontwikkelingen dus gewoon afwachten. Als Turkije niet voldoet, kunnen we niet verder met visumliberalisatie. Als Turkije wel voldoet, kan dat wel. Dan zullen we met elkaar samenwerken en bezien hoe het uiteindelijk loopt.

Er zijn zorgelijke signalen geweest over met name de positie van kindvluchtelingen in Turkije. Daar hebben we het vorige week ook even over gehad in een AO. Daarbij noem ik twee zaken. Het hoort niet, dus we zullen met Turkije bespreken wat dat eraan doet om dit uit te bannen, zodat bedrijven de kinderen niet in dienst nemen. Ik heb vorige week ook het belang ervan onderstreept dat de ouders werkvergunningen krijgen. Ik kan me namelijk moeilijk voorstellen dat ouders die zelf hun boterham kunnen verdienen, alsnog hun kinderen de arbeid in sturen. Daarnaast steunen we natuurlijk UNICEF, met programma's om kinderen onderwijs te geven. Want ze horen niet in de fabriekshal maar op school. Dat financieren we om de toegang tot de arbeidsmarkt voor de ouders en de onderwijstoegang voor de kinderen te vergroten. Collega Ploumen heeft daarvoor deze week in Istanbul nadere aandacht gevraagd. Ook vermelden Nederlandse bedrijven in Turkije nu expliciet in vacatures dat die ook openstaan voor Syrische vluchtelingen. Zo doen we ons best om onze bijdrage te leveren om de situatie te verbeteren.

Mevrouw Keijzer vroeg hoe we nu voorkomen dat jonge Afrikanen de oversteek maken. Ik had ook altijd de indruk, maar daar ben ik een beetje op teruggekomen, dat mensen het niet meer doen als ze eenmaal weten hoe gevaarlijk het is. Het helpt wel, en veel mensen weten nu echt wel waar ze aan beginnen en welk risico ze lopen. Maar terwijl «5% kans om te overlijden» voor mij klinkt als een reden om ergens niet in te stappen, denkt een ander: dan heb ik toch 95% kans om het te halen, en hier heb ik toch niks. Als dat je redenering is, heb je natuurlijk een andere mindset om op zo'n boot te stappen. Dus ook het bieden van perspectief, waar mevrouw Keijzer terecht aandacht voor vroeg, is van belang. We moeten niet alleen zeggen: doe het niet, want het is een verschrikkelijke reis. We moeten ook wijzen op het feit dat er geen perspectief is op asiel. Ook moeten we de situatie verbeteren op de plek waar men nu is. Collega Ploumen zet zich bijvoorbeeld in voor het verminderen van de jeugdwerkloosheid, en zij runt het Europese programma in de regio.

Er werd zonet gesproken over een toename van het aantal overstekers van Afrika naar Italië. Het ligt een beetje aan de vergelijking die je maakt. Het gebeurt nu inderdaad meer dan in januari, maar als je de maanden april en mei van dit jaar vergelijkt met april en mei van vorig jaar, zie je dat het aantal mensen dat vorig jaar overstak van Afrika naar Italië, hoger is. We zien ook nog geen ontwikkeling dat er mensen uit Syrië op de boot van Afrika naar Italië zitten, op één individu na. Desalniettemin blijft het een punt van zorg, met name omdat de samenwerking met Italië interessant is, maar de samenwerking met landen in Afrika nog een slagje uitdagender. Daar moeten de Europese Unie en de lidstaten volledig met vereende krachten aan werken, geleid door de Commissie, ook als het gaat om terugname van de eigen ingezetenen. Vorig voorjaar waren er twee tot drie ministers fanatiek in, bijvoorbeeld ook mijn Belgische collega. Ik vroeg er zelf ook aandacht voor dat dit meer moest gebeuren. Inmiddels staat het bij iedereen boven aan het lijstje. Vorige week hebben we met een kleiner gezelschap, ook met Italië en grotere lidstaten, bekeken: hoe kunnen we nu niet steeds alleen zéggen dat het belangrijk is, maar ook de link tussen Binnenlandse Zaken en Buitenlandse Zaken, dus de Commissaris en de Hoge Vertegenwoordiger, steviger maken, zodat we betere resultaten kunnen boeken? Wij proberen daarvoor nog in ons voorzitterschap een goed proces in gang te zetten, waarvan we daarna de vruchten kunnen plukken.

Nu ik toch op het Europese vlak ben, behandel ik meteen de vraag over het in bewaring kunnen stellen vlak voor uitzetting. De heer Azmani vroeg daarnaar. Dat punt hoort hier ook bij. We zullen de herziening van het asielstelsel te baat nemen om dit punt te adresseren. We zullen ook het woordje «significant» bezien, dat eraan toegevoegd is en dat nu de boel moeilijker maakt. We zullen bekijken of dat verstandiger kan, want het heeft niet zo veel zin als je als Commissie zegt dat het makkelijker moet kunnen, maar je het vervolgens in juridische teksten onmogelijk maakt. Dat zullen we dus ook meenemen. De Kamer wordt uitgebreid over onze inzet geïnformeerd.

Ik kom nu bij de vragen over Venezuela. Op dit moment gebeurt het daar druppelsgewijs. Het gebeurt vaak met een overstay op het toeristenvisum, waarna een aanvraag volgt. Dat gebeurt nu met name op Aruba en Curaçao en die zijn daar als land zelf verantwoordelijk voor. Het geeft geen recht om door te kunnen reizen. We hebben op dit moment wel regulier overleg op dit punt, interdepartementaal en ook inter-Koninkrijk. Ook is er op Aruba en Curaçao een taskforce die zich specifiek met Venezuela bezighoudt en de eventuele ontwikkelingen in de gaten houdt, want dit is natuurlijk geen gewenste ontwikkeling. We willen ook vooruitdenken: wat als het wel gebeurt; hoe kunnen we er dan voor zorgen dat de instroom beperkt is? Dat doen we omdat het nu vaak om economische motieven gaat. Ik zeg niet dat Venezuela een paradijs is, maar het is niet direct asielrechtgevend.

Nu we toch de wereld over reizen, kom ik bij Burundi. Ik ben niet doof en blind, dus de signalen daarover hebben ook mij bereikt. Ik heb ook aan Buitenlandse Zaken, even los van de formele wegen, gevraagd om snel te komen met informatie en een update. Ik verwacht daar op korte termijn een reactie op. In de tussentijd hebben we ook geen uitzetting gepland staan. Ik zal het formele besluit natuurlijk op basis van informatie van Buitenlandse Zaken nemen, maar ik zie dat het niet de goede kant op gaat.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Ik dank de Staatssecretaris voor zijn reactie. We hebben gezien dat afgelopen zaterdag de uitzetting naar Burundi niet is doorgegaan. Een week daarvoor was dat nog wel het geval, bij een gezin. Mag ik er nu van uitgaan dat de Staatssecretaris zegt: we schorten de uitzettingen naar Burundi nu even op gezien de instabiele situatie daar, totdat we een nieuw ambtsbericht van Buitenlandse Zaken krijgen?

Staatssecretaris Dijkhoff:

Ik snap wat de heer Voordewind vraagt. Nu ga ik het toch weer cryptisch doen. Zo'n formele beslissing neem ik al dan niet op basis van de informatie van Buitenlandse Zaken. Tot ik die informatie heb en een beslissing kan nemen, hebben we geen uitzetting gepland staan.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Dat interpreteer ik dan maar als een ja. Dan laat ik de Staatssecretaris zijn eigen cryptische woorden uitspreken. Dat begrijp ik.

Ik had ook een vraag gesteld over Pakistan. Ook daar zien we de situatie verslechteren, althans voor de bekeerlingen.

Staatssecretaris Dijkhoff:

Het klopt; Pakistaanse christenen zijn een tijd geleden aangemerkt als een risicogroep. Hun kwetsbare positie wordt dus erkend en de IND houdt daar rekening mee. De heer Van der Staaij vroeg ook om een consequente toepassing. Het beleid dat we hebben, is onverkort geldig. Het is niet zo dat het een tijd geleden besloten is en dan wegebt. Die risicogroepen en de erkenning daarvan blijven dus in de procedures onverkort meespelen.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ik heb een vraag over Burundi, want ik ben nu toch licht bezorgd. Ook in andere gevallen is namelijk wel degelijk gevraagd naar de situatie in Burundi in relatie tot uitzettingen. Ik vraag me nu toch af hoe zo'n ambtsbericht tot stand komt. Wij gaan ervan uit dat er continu en in elke situatie een update plaatsvindt van ambtsberichten, zeker als er toenemende spanningen zijn. Nu is het Burundi, maar het kan ook een ander land zijn. Dat moet elke keer wel zorgvuldig worden afgewogen als er sprake is van een uitzetting. Ik maak me er nu een beetje zorgen over of dat wel het geval is.

Staatssecretaris Dijkhoff:

Dat is het geval. Er is niet voor niks een paar dagen geleden een uitzetting niet doorgegaan. Ik weet niet wat ik formeel wel en niet moet zeggen, maar dat was naar aanleiding van de check op de informatie. Die kan natuurlijk met de dag veranderen. Het feit dat ergens in een land de situatie minder goed, of slechter, wordt, is niet genoeg. Op een gegeven moment moet je een drempel over en dat is een lastige weging, waarbij we ook zwaar leunen op de collega's van BZ, die ons van die informatie voorzien. Die informatie wegen we. Ergens ga je dan een punt over en zeg je in eerste instantie: nu kunnen we deze specifieke uitzetting niet doen. Dat is dan reden om meer informatie op te vragen bij BZ. Dat heb ik ook gedaan. Op grond van die verdere informatie kun je dan beslissen om het stelselmatig en categorisch niet te doen. Zo is het ook in dit geval gegaan.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ik weet dat het in dit geval is gedaan, maar mijn vraag is meer of het een automatisme is, of iets dat toevallig tot stand komt. Daarin zit mijn zorg.

Staatssecretaris Dijkhoff:

Je krijgt natuurlijk niet elke dag een nieuw ambtsbericht, maar Buitenlandse Zaken is daarin proactief in onze richting, door ons erop te wijzen. We hebben kanalen om die informatie te wisselen. Wij krijgen informatie over ontwikkelingen in landen. Als die zorgwekkend zijn, zien zowel de mensen op Buitenlandse Zaken als mijn eigen mensen dat. Ze kunnen dan contact met elkaar opnemen om te bezien of er aanleiding is om een andere houding aan te nemen, in een specifiek geval en ook categorisch.

De voorzitter:

De Staatssecretaris vervolgt zijn betoog.

Staatssecretaris Dijkhoff:

Dan kom ik nu bij het inspectierapport over identificatie en registratie. Ik snap dat de Kamerleden ervan balen dat het in december wel in gang is gezet, maar het in februari nog niet op orde was. Daar baal ik namelijk zelf ook van. Is het dan nu op orde? De inspectie heeft de laatste keer, in april, geconstateerd dat het op orde was. Maar het blijven momentopnames, of het nu wel of niet goed is. Wij hebben de inspectie dus gevraagd om hier nu op te blijven zitten en ons in de zomer te rapporteren over de huidige structurele situatie. We hadden dit al eerder gewild. Er zijn ook wel verbeteringen in gang gezet en het ging ook wel beter, maar we waren gewoon nog niet goed genoeg. Er is ook teruggekeken op basis van risicoprofielen en analyses. Er is alsnog bekeken of er aanleiding is om mensen die al door de suboptimale screening heen waren, nog een keer door de molen te halen en om door te zoeken. Als daar aanleiding toe was, is dat gebeurd.

Zo hebben wij ons best gedaan om door terug te kijken de effecten te beperken van het feit dat dit niet op orde was toen wij dat wilden. Ik wil niet onvermeld laten dat hier elke dag ontzettend hard aan wordt gewerkt. Wij hopen dat de inspectie straks constateert dat het nu stelselmatig en structureel op orde is, met name omdat we nog meer verbeteringen in petto hebben. Het verbeterplan bestaat immers uit fasen. Die verbeteringen kunnen natuurlijk alleen goed landen als de voordien gelegde bodem deugt, zodat je daarop verder kunt bouwen. Wij zullen de Kamer natuurlijk informeren wanneer wij het nieuwe rapport hebben.

Mevrouw Keijzer (CDA):

Ik hoorde een tegenstelling in de woorden van de Staatssecretaris. Aan de ene kant zei hij dat het nu goed loopt en op orde is, maar aan de andere kant zei hij dat de inspectie voor de zomer nog gaat kijken of de situatie stelselmatig en structureel op orde is. Daaruit leid ik af dat het nu nog helemaal niet op orde is. Dat blijkt bijvoorbeeld ook uit de brief van maart: de telefoon wordt bijvoorbeeld nog niet uitgelezen. Dat is niet alleen noodzakelijk in het kader van de nationale veiligheid, maar ook voor het achterhalen van de identiteit van de 21.000 ongedocumenteerde vluchtelingen. Hoe gaat dit nu? Wat gebeurt er op dit moment om ervoor te zorgen dat dit soort dingen niet meer gebeurt? Ik denk dat ik het belang daarvan niet hoef aan te geven.

Staatssecretaris Dijkhoff:

Nee, dat hoeft u niet te doen; daarover zijn wij het eens. Ik zei dat de inspectie eind april heeft geconstateerd dat het op dat moment op orde was. Dan zou ik natuurlijk makkelijk kunnen zeggen: de inspectie zegt dat het op orde is; punt. Nee, de inspectie ging langs in april en zegt dat het toen op orde was. Ik wil daar niet te jubelend over doen, want ik had gewild dat de inspectie al in februari, toen zij daar langsging, had geconstateerd dat het op orde was. Dat was helaas niet zo. Er is dus hard doorgewerkt en in april zei de inspectie: nu is het wel op orde. Maar ik wil dat dit bestendig is. Ook ik wil dus die garantie en die check hebben dat het goed blijft, ook na die momentopname in april, toen het goed was. Dan kunnen we daarop voortbouwen met de verbeteringen die de Minister nog in petto heeft. Daarom hebben we de inspectie, meteen toen we hiermee begonnen, zelf gevraagd om dit snel te checken, na een tijdje nog een keer te checken en nu ook weer, en om ons in de zomer te laten weten of het na april goed is gebleven, zodat we het nog verder kunnen verbeteren.

Mevrouw Keijzer (CDA):

De Staatssecretaris schreef op 9 december al dat er geen achterstand meer was in de aanpak ter verbetering van identificatie en registratie. Nu is het eind mei en ik hoor de Staatssecretaris zeggen: laten we ook in de zomer nog een keertje kijken. Ik wil gewoon voor het zomerreces een brief – «voortgangsrapportage» klinkt zo zwaar – waarin de Staatssecretaris aangeeft of het nu structureel en stelselmatig daadwerkelijk op orde is.

Staatssecretaris Dijkhoff:

Mevrouw Keijzer noemt nu twee zaken, maar dat zijn verschillende zaken. Op het punt van de registratie was er een achterstand. Die achterstand was ingelopen. Daarbij ging het gewoon om de basale intake van mensen, zodat zij in Eurodac zijn opgenomen en zich niet ook nog in een ander land kunnen melden. Op dat punt zijn wij nu op orde en hopelijk zijn ook alle landen om ons heen op dat punt snel op orde. Daarnaast vonden we dat er een verbetering nodig was op het punt van, als die nodig is, de check van bagage, telefoons en documenten ter identificatie. Het is dus niet zo dat er nu alsnog blijkt dat er een achterstand was. De achterstand op het punt van de basale intake en de vingerafdrukken was op dat moment ingelopen, maar wij wilden betere controles.

De Minister heeft in de reactie op aanslagen ook gezegd dat ook die voor hem een reden zijn om dit te verbeteren. Dat wilden we het liefst met een knip van de vingers regelen. Dat lukt niet. Wij wilden dit in februari op orde hebben. Ook dat is helaas niet gelukt. Daarvan zegt de inspectie nu dat het, toen zij in april langsging, wel klopte. Wij hebben toen tegen de inspectie gezegd: laat het hier niet bij; breng ons op de hoogte en laat weten of het klopt. Ik moet even navragen wanneer we dat bericht van de inspectie precies krijgen. Augustus, september. Dat zal dus niet meer voor het reces lukken. Ik kan niet al voor het reces een brief sturen als ik dan nog geen inspectierapport heb. Dat betekent natuurlijk niet dat er op de werkvloer niet iedere dag aan gewerkt wordt om ervoor te zorgen dat dit goed is. Wij hebben ook in onze organisatie gevraagd om ervoor te zorgen dat dit goed blijft en om het te melden als er ergens een probleem is. We gaan ook al verder met de volgende fase van verbeteringen van het proces, zoals we in een brief hebben gemeld, maar ik heb toch liever dat de inspectie dit checkt dan dat ik dit alleen maar zelf zeg. Dat hebben we dus ook aan de inspectie gevraagd.

De voorzitter:

De Staatssecretaris vervolgt zijn betoog.

Staatssecretaris Dijkhoff:

De heer Azmani vroeg naar de inburgering. Volgens mij vindt daarover binnenkort een VAO met Minister Asscher plaats. Ik zal mij dus beperken tot het IND-deel. Dit onderwerp heeft een lange geschiedenis. Dat geldt ook voor het wetstraject. Er zijn ook veel bewindslieden bij betrokken geweest. Daarbij is in de Kamer ook aan de orde geweest dat er in het internationale recht redenen kunnen zijn die zwaarder wegen dan de door ons gewenste mogelijkheid van intrekking, maar daarmee focus ik wel meteen op de meest vergaande variant; daar zit nog een hoop tussen. De termijn om aan de inburgeringseisen te voldoen, is ook nog maar net verlopen. We kunnen hier dus echt mee aan de slag. Er zijn gevallen waarin het overduidelijk is dat het internationaal recht in de weg staat en er zijn gevallen waarin duidelijk is dat dat niet zo is. Daartussen zit een grijs gebied, dat loopt van donkergrijs naar niet heel licht grijs, maar wel iets minder donker grijs. Ik heb afgelopen week ook intern besproken dat ik actief wil bekijken of we gevallen kunnen identificeren waarin wij het wel de moeite waard vinden om te bekijken welk belang echt voorgaat: het zwaarwegende belang van onze samenleving om eisen aan de inburgering te kunnen stellen of internationaalrechtelijke zaken die in die afweging op andere belangen betrekking hebben. Daar wil ik dus actief naar kijken. Verder hebben we in dit land natuurlijk andere sancties, zoals boetes en het niet kunnen doorstromen naar een sterkere status. Ook die worden gehanteerd. Daarover kan de Kamer in het al geplande overleg verder van gedachten wisselen met Minister Asscher.

De Regeling langdurig verblijvende kinderen ofwel het kinderpardon is natuurlijk een extreem lastig dossier, omdat kinderen niet zelf voor dat verblijf hebben gekozen en daar ook niet de schuld van dragen. Ik snap de redenering wel, maar het is maar één kant van het verhaal om het alleen te hebben over het belang van de kinderen en dan meteen over de overheid. Er zijn natuurlijk ook heel veel ouders geweest die, ook in het belang van hun kinderen, na afwijzing in Nederland die afwijzing hebben geaccepteerd en via vrijwillige terugkeer, met de voorzieningen die wij daarvoor hebben, zijn teruggekeerd en niet meer in Nederland verblijven, omdat daar ook geen recht toe was. Zij hebben met hun kinderen een toekomst opgebouwd in het land van herkomst. Het lijkt mij dus niet altijd en automatisch in het belang van het kind om eerst heel lang de illegaliteit in te duiken en dan een beroep op de regeling te doen. Ik snap wel dat je een andere weging kunt maken als die schrijnende situatie eenmaal is ontstaan. Dat staat natuurlijk iedereen vrij, maar er wordt vaak over de rol van de ouders heen gestapt. Ik voel ook mee met de ouders die wel gewoon netjes en keurig de wettelijke uitspraak hebben geaccepteerd, terug zijn gekeerd en in het land van herkomst hun leven vorm hebben gegeven. Ik wil hun ook niet de indruk geven dat zij het verkeerd hebben gedaan.

Er zit ook spanning tussen de diverse criteria. Ik snap de logica wel van het argument «ze zaten op school; hoe kun je dan zeggen dat zij buiten het zicht waren?», maar we vinden het in het belang van de kinderen belangrijker dat zij naar school kunnen dan dat de school aan mij zou doorgeven dat daar iemand is die waarschijnlijk niet rechtmatig in Nederland verblijft. Je wilt dus niet dat de school daar, oneerbiedig gezegd, over moet klikken. Dat spanningsveld is er natuurlijk ook. Als er wordt gezegd dat zij op school zaten en dus in beeld waren, zeg ik dus dat de school niet aan de instanties die daarover gaan, mocht melden dat die kinderen in beeld waren. Ik zou dit ook niet willen aanpassen.

De heer Voordewind had het op een gegeven moment over «de regeling van de Staatssecretaris», maar het is natuurlijk gewoon een regeling die hier is afgesproken. Ik voer die regeling dus uit. Het is niet aan mij om daarmee te spelen. Ik heb eerlijk gezegd ook niet de behoefte om zelf een voorstel tot verruiming aan de Kamer te doen. Je kunt natuurlijk met aantallen werken en dan zeggen dat zoveel procent in aanmerking komt voor de regeling. Er zijn ook veel discretionaire bevoegdheden afgegeven. Ja, dat klopt, maar dat zijn wel verschillende criteria. Er zijn de criteria van het pardon; die worden gehanteerd. Of die nou soepel of streng zijn, ik heb niet de instructie gegeven om, als het ook maar even kan, een redenering op te hangen waardoor iemand daar niet onder valt. Dat wordt gewoon gewogen op grond van de criteria en gelukkig zijn er in Nederland ook beroepsmogelijkheden en rechters. Als er uiteindelijk sprake is van een afwijzing, heeft ook de rechter dus geoordeeld dat die afwijzing binnen het beleid terecht was. Anders kom je niet zover.

De discretionaire bevoegdheden vallen meer in het kader van schrijnendheid, die natuurlijk mede veroorzaakt kan zijn door een situatie die in de praktijk is ontstaan, terwijl men niet voldoet aan de criteria van het kinderpardon. Ik vind het dus een beetje lastig om te zeggen: «zo veel discretionair; dus de regeling deugt niet» of «zo veel afwijzingen, dus de regeling deugt niet». De regeling die we hebben, wordt uitgevoerd en ook getoetst. Volgens mij krijgt iedereen die daaronder valt, op grond daarvan een vergunning.

Een andere vraag is natuurlijk of je vindt dat de regeling zelf deugdelijk is. Ik denk dat de regeling een balans heeft. Zij is niet eenzijdig en alleen gericht op: «er is een kind, dus moet er sprake zijn van verblijf, in het belang van het kind». Er is inderdaad een balans in de afweging in de regeling. Ik denk dat die balans goed is, maar het is natuurlijk een politieke discussie of men vindt dat de regeling veranderd moet worden.

Over het buiten beeld zijn heb ik het al even gehad. Er is ook gevraagd naar het meewerkcriterium. Er wordt geëist dat de vreemdeling actief heeft gewerkt aan het vertrek op het moment waarop dat verwacht werd. Een onderdeel daarvan kan zijn: heeft iemand zich gewend tot de eigen autoriteiten om reisdocumenten te verkrijgen om terug te kunnen keren en heeft men zich ook gewend tot de IOM (Internationale Organisatie voor Migratie) om vrijwillig vertrek voor te bereiden? Er is jurisprudentie van de Raad van State van juni vorig jaar over de contra-indicatie en het niet meewerken aan vertrek. Die jurisprudentie bevestigt op hoofdlijnen de manier waarop mijn diensten deze aspecten invullen. Die invulling was dus niet te streng. We hebben naar aanleiding van die jurisprudentie natuurlijk wel de advisering aangepast: we hebben verduidelijkt op welke momenten van de vreemdeling verwacht wordt dat hij zelf actief aan terugkeer meewerkt en de medische omstandigheden worden nadrukkelijker meegewogen in de totale afweging: belemmeren medische redenen wellicht dat er verlangd kan worden dat men actief meewerkt aan terugkeer?

Mevrouw Kuiken vroeg hoeveel gezinnen en kinderen die zijn afgewezen in het kader van het kinderpardon, een beroep hebben gedaan op het buitenschuldcriterium. Dat zou ik handmatig moeten laten uitzoeken, want we moeten daarvoor echt een koppeling leggen tussen twee verschillende systemen. Wij weten wel hoeveel aanvragen van het kinderpardon er zijn en hoeveel aanvragen betrekking hebben op het buitenschuldcriterium, maar ik heb geen vinkje in de koppeling. Als de Kamer er echt op staat om deze informatie te krijgen, moet ik mensen dus in de papieren laten duiken en dit handmatig laten achterhalen.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Ik zou graag van de Staatssecretaris het volgende willen weten. Ik krijg die vraag zelf namelijk heel vaak als ik het land inga en met mensen spreek als in hun gemeente kinderen of een kind uitgezet dreigen te worden. Op welke manier stelt Nederland de belangen van het kind centraal bij de beoordeling of het kind wel of niet kan vallen onder de Regeling langdurig verblijvende kinderen? En op welke manier stelt de Staatssecretaris die belangen centraal bij zijn afweging om wel of niet gebruik te maken van zijn discretionaire bevoegdheid?

Staatssecretaris Dijkhoff:

Het belang van het kind is een van de zaken die meegewogen worden. Het is niet een criterium dat alle andere criteria overvleugelt. Zo zit het systeem niet in elkaar. Eerlijk gezegd is het belang van het kind ook gediend met een duidelijk systeem, waardoor er duidelijkheid is, ook als mensen hier niet mogen verblijven, en waardoor zij goede faciliteiten hebben voor terugkeer. Het is ook in het belang van het kind dat er geen situatie ontstaat waarin er heel lang onzekerheid is. Daarom vind ik ook dat, hoe sneller wij als overheid duidelijkheid hebben verschaft, hoe minder je eenzijdig zou moeten zeggen dat het belang van het kind per definitie verblijf in Nederland is. Bij mijn discretionaire bevoegdheid is natuurlijk sprake van een lastige afweging, want daar gaat het om schrijnendheid. Dat zijn zeer individuele zaken, waarbij de situatie van een kind sneller schrijnend is dan die van een volwassene. In de wet is die discretionaire bevoegdheid natuurlijk een beetje een raar ding. Daar zijn ook geen glasharde criteria voor. Ik probeer die wel in het verlengde van het beleid uit te voeren. Ik zie het niet zo dat ik met die discretionaire bevoegdheid het hele beleid kan negeren. Ik probeer wel in het verlengde daarvan te kijken naar bepaalde situaties. Het gaat om twee hoofdgevallen. Een hoofdgeval is een geval waarbij ik denk: dit vind ik echt Kafka; hierbij hebben wij als overheid een steek laten vallen; dat kun je niet meer tegenwerpen. Of er zijn redeneringen die moeilijk houdbaar zijn. Daarnaast heb je de schrijnende individuele situaties. Bij kinderen is het eerder schrijnend dan bij volwassenen. Net zoals het bij mensen met een slechte gezondheid ook eerder het geval is dan bij mensen met een goede. Maar dat zijn heel algemene zaken. Ik kan daar niet verder over uitweiden.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Ik zit een beetje met het volgende. Een Kamermeerderheid heeft steeds gezegd: «Wij vinden dat er iets gedaan moet worden voor kinderen die hier geworteld zijn. Wij willen geen kinderen wegsturen die in Nederland hebben moeten aarden, zeker niet als dat dan bijvoorbeeld voor een tweede keer zou zijn. Wij willen kinderen die in Nederland geworteld zijn niet wegsturen.» Ik zit met het feit dat de vorige Staatssecretaris steeds heeft gezegd: dit is voor mij het zuur dat ik moet uitvoeren. Dat doet bij mij het vermoeden postvatten dat die regeling niet is opgesteld redenerend vanuit het belang van het kind, maar om het aantal kinderen dat onder de definitieve regeling valt zo laag mogelijk te houden. Erkent de Staatssecretaris dat? Staat dat uitgangspunt principieel gezien niet op heel erg gespannen voet met de belangen van het kind, die de Kamer wel graag centraal wil stellen?

Staatssecretaris Dijkhoff:

De regeling is gemaakt enkel en alleen uit overwegingen van het belang van het kind. Zij kan niet voortkomen uit het belang van eenduidigheid in beleid of van – verzin maar iets – de overheid. De regeling zelf bestaat enkel en alleen omdat er vanuit overwegingen van het belang van het kind geacht werd dat er meer moest zijn dan het beleid dat er was. Op de vormgeving daarvan kan ik moeilijk terugkijken, vooral niet als dat wordt gekoppeld aan kwalificaties van een ander persoon die dit ambt heeft vervuld. Ik heb die kwalificaties nooit gebruikt. Ik herken die ook niet meteen. De regeling is vanuit het belang van het kind opgesteld. Daarna is in de uitwerking ook rekening gehouden en een balans gezocht met andere overwegingen, die ik net al noemde, waarin het belang van het kind, zij het dan misschien macro en op de langere termijn, ook zeker een factor is, ook al leidt dat niet direct tot een ruimere verblijfsgrond.

De voorzitter:

Dit wordt uw tweede interruptie, mevrouw Gesthuizen.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Inderdaad.

En dat klopt dus eigenlijk niet. Tegen de Kamer is heel vaak gezegd, nota bene door de persoon die de regeling zelf heeft geschreven: «Ik ga niet uit van de worteling van kinderen. De definitieve regeling is zo opgesteld dat er niet meer al te veel kinderen onder vallen. Wij zijn ruimhartig geweest met die tijdelijke regeling, maar met die definitieve regeling zijn wij heel erg streng.» Dat wreekt zich. Ik kan dat niet uitleggen.

De voorzitter:

Wat is uw vraag?

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Ik zou willen dat de Staatssecretaris dat toch meeneemt in zijn overwegingen en in zijn reactie – ik zal het hierbij houden – want dat staat wel degelijk met elkaar op gespannen voet. Tegen de Kamer is meerdere keren gezegd: «Dit is voor ons het zuur. Ik wil het liever niet uitvoeren, maar ik doe het toch, met tegenzin.»

Staatssecretaris Dijkhoff:

Ik zie geen ander belang dan een bepaalde opvatting van het belang van het kind, met name dat van individuele kinderen die hier al zijn. Anders begin je überhaupt niet aan zo'n regeling. Ik zie geen ander belang om zo'n regeling te hebben. Daarom zeg ik: zo'n regeling is er bij de gratie van dat belang. Bij de inrichting heb je rekening te houden met andere belangen en andere opvattingen over het belang van het kind. Het is namelijk ook in het belang van kinderen dat ze niet te maken krijgen met wetgeving die hen door bepaalde routes die openstaan, de illegaliteit in brengt. Het is ook niet in het belang van het kind om jarenlang daarin te verblijven. Ik denk dat in de vormgeving een balans is gezocht en tot stand is gekomen. Die is met de Kamer besproken en gedeeld. Samen hebben wij deze regeling vormgegeven. Ik zal het mensen die toen al vonden dat het ruimer moest, niet tegenwerpen, maar ik voer de regeling nu uit. Ik heb daar verder geen bijsmaak van. Ik denk dat het geen verrassing is dat die zo uitpakt.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

De Staatssecretaris zegt, neem ik aan, terecht dat de regeling is gemaakt vanuit het belang van het kind. Die is er voor kinderen die hier allang zijn, die hier geworteld zijn en van wie je weet dat terugsturen of in de illegaliteit belanden in ieder geval niet in hun belang is. Maar wanneer het overgrote deel van de kinderen die hier een beroep op doen, wordt afgewezen en vervolgens wel moet terugkeren, terwijl wij weten dat dat tot schade leidt, dan kun je toch niet anders dan concluderen dan dat de regeling niet doet waarvoor zij bedoeld is?

Staatssecretaris Dijkhoff:

Mevrouw Voortman concludeert dat, ik niet, omdat de regeling doet waarvoor die bedoeld is. Rechters checken ook of die werkt. In bepaalde omstandigheden kan het belang van het kind zo zwaar wegen dat al die andere argumenten niet meer gelden en dat er toch recht op verblijf wordt gegeven, ondanks dat er al heel vaak gesteld is, en ook door rechters is bevestigd dat er geen recht is op verblijf. Wij hebben het hier wel over situaties waarin mensen al vaak nee hebben gehoord, waarin dat in alle instanties is bevestigd en waarin mensen toch zijn gebleven en op dat moment, wellicht niet in het belang van het kind, illegaal verblijf hebben verkozen boven teruggaan naar het land van herkomst om daar een toekomst op te bouwen, met alle faciliteiten die Nederland biedt. Dus wij hebben het al over een uitzondering. Die maak je niet te breed. Het is ook niet in het belang van het kind om een regeling te hebben waardoor iedereen die afgewezen is, straks denkt: als ik maar heel lang met kinderen, zeker als ze hier geboren zijn, een illegaal bestaan heb gehad, dan krijg ik altijd een vergunning. Dat is ook niet in het belang van de kinderen als je bekijkt hoe dat over meerdere jaren uitpakt en wat voor prikkels dat geeft. Daarom is deze regeling zoals die is en is die balans gevonden.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Er is veel onderzoek gedaan naar de gevolgen voor de ontwikkeling van kinderen. Er is geen enkele situatie denkbaar waarin het in het belang is van een kind dat hier meer dan vijf jaar is om dan nog niet de duidelijkheid te hebben over de vraag of het hier mag blijven. Ik daag de Staatssecretaris uit om daar een bewijs voor te vinden, want dat bewijs is er gewoon niet.

Ik heb nog een tweede vraag over de aantallen. Ik lees in de brief dat er 100 aanvragen zijn ingewilligd. Ik zou graag willen weten of dat gaat om kinderen of gezinnen.

Staatssecretaris Dijkhoff:

Als mevrouw Voortman al die onderzoeken heeft, dan kan zij daaruit ook de conclusie trekken dat wij de verantwoordelijkheid hebben om te voorkomen dat kinderen in zo'n situatie komen. De regeling is nu niet zo en ik zal ook niet zeggen dat mevrouw Voortman zo'n regeling wil, maar ik schets die maar even; als de regeling zo ruim is dat je altijd een vergunning krijgt als je kinderen hebt en het je lukt om vijf jaar lang onder de radar te blijven, dan lokt dat vaker de situatie uit waarvan mevrouw Voortman zegt dat die in geen enkel geval goed kan zijn voor de kinderen. Het dilemma is dat wij kinderen hebben die al in die situatie zitten. Daar moeten wij een oplossing voor vinden, maar dat moet geen oplossing zijn die ervoor zorgt dat er in de toekomst nog veel meer kinderen in die situatie komen. Dat is verdomde lastig; excuses voor het woord. Dat snap ik ook, maar beide elementen brengt zo'n regeling met zich mee. Je kunt niet het ene effect wel willen en het andere niet. Beide moet je in acht nemen als je een regeling maakt. Dan kunnen we natuurlijk altijd nog van mening verschillen over de vraag of het ene te verkiezen is boven het ander, maar in de regeling is een balans gezocht in die zaken. Zo ervaar ik de regeling althans in de uitvoering. Die balans is ook imperfect, maar het alternatief brengt weer andere risico's met zich mee, waar dit kabinet voor wil waken.

De voorzitter:

Hartelijk dank.

Collega's, wij zijn aan het einde gekomen van de beantwoording in eerste termijn. Wij gaan beginnen aan de tweede termijn. Aangezien er een uitgebreide eerste termijn is geweest, stel ik voor dat wij een spreektijd van twee minuten hanteren. Ik sta daarbij geen interrupties toe, tenzij u echt het stoom uit de oren komt. Daar zal ik op letten, maar in principe doen wij geen interrupties.

De heer De Graaf (PVV):

Voorzitter. Het is misschien logisch, maar het hele algemeen overleg is tot nu toe alleen maar gegaan over mensen die Nederland zijn binnengekomen, nog steeds binnenkomen en blijven binnenkomen. Toch moeten wij ook aan andere mensen denken. De hele algemene politieke discussie gaat niet meer over de mensen die het allemaal moeten ophoesten, de mensen die het moeten betalen. Dat is de gewone man, de gewone Nederlander, de werkende man en vrouw.

De Turkijedeal is aan de orde geweest. Eigenlijk moeten wij concluderen dat Erdogan de Staatssecretaris van immigratiezaken van Nederland is, want hij zit met zijn hand aan de kraan. Erdogan bepaalt hoeveel mensen hier binnenkomen. Dat is de conclusie van die Turkijedeal. Kan de Staatssecretaris daarop reageren in tweede termijn?

Daarnet verscheen op CNN – niet mijn favoriete Amerikaanse website, maar oké – het bericht dat botenvol IS-leden naar Europa komen via de Libiëroute. Dat wordt bevestigd door een Westerse diplomaat, meldt CNN. Smokkelaars zijn zeer actief, volgens ook de Libische politie. 25 mensen à € 1.600 per stuk, of «per persoon» moet ik dan netjes zeggen. Voor € 40.000 gaat dan een bootje richting Sicilië. Wij weten ook dat ze op Sicilië met duizenden tegelijk binnenkomen. Kan de Staatssecretaris reageren op deze ontwikkeling, die ook de veiligheid van Nederland danig kan aantasten?

Ik herhaal toch de oproep om de grenzen te sluiten om onze cultuur, ons welzijn, onze welvaart, onze pensioenen, onze werkgelegenheid en onze economie te beschermen. Wij kunnen niet de hele wereld opnemen. Nederland staat op klappen en gewone mensen betalen het gelag.

Van de VVD heb ik een betoog gehoord dat vol zat met «zou kunnen» en «zou moeten». Harde woorden in de pers, slappe hap in deze zaal. Jammer.

Tot slot kom ik op de criminaliteit. Ik herhaal de oproep: ieder geval van criminaliteit, ook stelen in winkels door asielzoekers, moet leiden tot verwijdering uit Nederland. Is de Staatssecretaris daar alsnog toe bereid? Zo niet, dan wil ik bij dezen alvast een VAO aankondigen.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Om vervolgens een kansloze motie in te dienen, maar dat ter zijde.

Voorzitter. Ik ben in dit algemeen overleg geschrokken van met name de opstelling van VVD en CDA. Er is heel veel kritiek op de deal met Turkije. Een groot deel van de Kamer en de Nederlandse bevolking maakt zich zorgen over de schending van de mensenrechten, niet alleen van minderheden in Turkije zelf met beleid waarvoor wij Erdogan eigenlijk belonen door nu visumliberalisatie en toetreding tot de EU in het vooruitzicht te stellen, maar ook van vluchtelingen. Die berichten blijven ons maar achtervolgen. Blijkbaar gaat dat nog niet ver genoeg. Blijkbaar kunnen wij ook wel deals sluiten met andere regimes van heel andere dictators die nog veel ergere dingen uitvoeren. Het maakt allemaal niets meer uit. Alles, alles, alles moet in het werk gesteld worden om het Vluchtelingenverdrag maar zo snel mogelijk buiten de orde te stellen.

Ik zie dat er rook rond de heer Azmani is gesignaleerd.

De voorzitter:

Nee, als het niet echt nodig is, doen wij geen interrupties.

De heer Azmani (VVD):

Ik voel mij wel aangesproken.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Dat is heel erg jammer, maar ik zie uit naar de tweede termijn van de heer Azmani. Anders ben ik buiten de vergadering ook goed te bereiken. Hij heeft mijn 06-nummer.

Ik ben absoluut niet tevreden met de behandeling van de vragen over het kinderpardon door de Staatssecretaris. Ik neem aan dat hij ook heel regelmatig spreekt met bestuurders, zeer betrokken ouders en kinderen op school. Dit beleid deugt niet. Principieel gezien kunnen wij deze Nederlandse kinderen – als je met ze praat, zijn het gewoon Nederlandse kinderen – niet zomaar op het vliegtuig zetten en zeggen: je hoort er niet meer bij. Dat doet ook iets met de manier waarop wij naar elkaar kijken in een samenleving, waarin sociale cohesie en samenhang heel erg belangrijk zijn, waarin wij op elkaar letten. Ik kan dat in ieder geval zelf absoluut niet uitleggen. Ik vraag de Staatssecretaris met klem om dat anders te doen. Als er al een VAO komt, dan zou dat een mooi moment zijn om als Kamer de Staatssecretaris ertoe op te roepen om zich op dit punt anders op te stellen.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Voorzitter. De regeling van het kinderpardon doet niet waar die voor bedoeld is. De Staatssecretaris sprak in zijn brief over de caseload van de DT&V (Dienst Terugkeer en Vertrek). Daarmee bedoelt hij ook kinderen die zijn afgewezen voor het kinderpardon. Het gaat om de overgrote deel van de kinderen die daar een beroep op hebben gedaan. Voor die kinderen moet er wat ons betreft een oplossing komen. Als je hier langer dan vijf jaar woont en gestuurd wordt naar een land dat je helemaal niet kent, dan ondervind je schade. Uitzetting is dan ook niet in het belang van het kind. Ik kom met een motie hierover. Ik hoor bovendien ook nog graag hoe het zit met die 100 inwilligingen. Zijn dat nou kinderen of gezinnen?

Ik wil de Staatssecretaris danken voor zijn toezegging dat hij voor de zomer een verbeterplan zal sturen voor de alleenstaande minderjarige asielzoekers.

Verder kan ik mij van harte aansluiten bij wat de heer Sjoerdsma en mevrouw Keijzer hebben gezegd over de situatie in Purmerend.

Ik ben blij dat iedereen op dit moment onderdak heeft. Liever noodopvang dan geen opvang, maar wij moeten wel vooruitkijken. Toen de oorlog in Syrië al lang en breed bezig was, werden er hier in Nederland nog steeds azc's gesloten, terwijl wij ook toen al hadden kunnen zien dat het aantal asielzoekers zou toenemen. Dat wil ik heel graag in de toekomst voorkomen. Daarom heb ik gevraagd om een flexibele schil aan te leggen in de opvang. Stel dat in de toekomst het aantal asielzoekers weer toeneemt, dan lijkt zo'n schil mij beter dan dat wij weer moeten gaan werken met noodopvang of, nog erger, met die sporthallen.

Ik heb ook gevraagd of de overgang van de noodopvang naar het asielzoekerscentrum wat netter kan. Ik heb het voorbeeld van Leiden genoemd, waar kinderen geen afscheid konden nemen van hun klasgenootjes en het onduidelijk was wat mensen mee mochten nemen. Het gaat hier immers wel om mensen.

Tot slot dank ik de Staatssecretaris voor zijn toezegging te reageren op het rapport over dove asielzoekers. Ik dacht dat het al lang en breed naar het ministerie was gestuurd, maar ik zal zorgen dat het rapport alsnog bij hem terechtkomt.

De heer Sjoerdsma (D66):

Voorzitter. Dank aan de Staatssecretaris voor zijn antwoorden in eerste termijn. Ook ik ben ontevreden met zijn antwoorden over het kinderpardon. Hij zegt zelf: de balans tussen de kinderen die blijven en de kinderen die alsnog moeten gaan, ligt wat mij betreft goed. Ik zou hem willen vragen om toch nog een keer goed naar die balans te kijken, want de cijfers spreken dat verhaal van de Staatssecretaris tegen. 10% die mag blijven is niet bijzonder veel.

De Staatssecretaris zei daarnaast dat dit ouders zou aanmoedigen om in de illegaliteit te verdwijnen. Wij moeten even bekijken om wie dit gaat. Dit geldt misschien voor een aantal mensen – daarin heeft de Staatssecretaris dan gelijk – maar het overgrote gedeelte is niet de illegaliteit in gerold. Sterker, sommigen hebben simpelweg op basisscholen gezeten, waren lid van sportclubs en hebben zich enkel aan het rijkstoezicht onttrokken, terwijl ze wel onder gemeentetoezicht stonden. Daar krijg ik graag nog een reactie op van de Staatssecretaris.

Het is heel goed dat er in de Voorjaarsnota waarschijnlijk staat dat de IND er capaciteit bij krijgt. Ik denk dat dat heel erg belangrijk is om de wachttijden terug te dringen, de periode van onzekerheid te verkorten en ervoor te zorgen dat er zo snel mogelijk duidelijkheid komt voor asielzoekers, omdat dat de Nederlandse maatschappij veel geld kan schelen. Ik kijk reikhalzend uit naar dat deel van de Voorjaarsnota van de Staatssecretaris.

Ik dank de Staatssecretaris voor zijn toezegging om nog eens goed te kijken naar de kwestie-Purmerend. Als hij daarnaar heeft gekeken en hij iets anders besluit dan wat Nidos tot nu toe van plan is, hoop ik dat hij de Kamer daarover wil informeren.

Tot slot wil ik nog één keer ingaan op de huisvesting. Gelet op de grote uitdaging en de 30% statushouders die nog in de opvang zitten, vraag ik de Staatssecretaris of het wel zo verstandig is om de voorrangstatus af te schaffen.

De heer Azmani (VVD):

Voorzitter. Allereerst dank ik de Staatssecretaris voor zijn uitgebreide beantwoording. Het is toch weer bijzonder om te merken dat in een tweede termijn waarin je maar twee minuten spreektijd hebt, zowel de fractie van de PVV aan de ene kant van het spectrum als de fractie van de Socialistische Partij aan de andere kant van het spectrum haar tijd wil gebruiken om haar pijlen vooral te richten op de VVD. Gelet op het feit dat de PVV kennelijk zelf geen inhoudelijke boodschap heeft en de SP kennelijk geen oog heeft voor de mensen in deze samenleving, vraag ik mij af wat dat betekent als je te maken hebt met een ongecontroleerde toestroom en wat dat betekent voor al die vluchtelingen wereldwijd die niet de mogelijkheid hebben om mensensmokkelaars te betalen om naar Europa te komen omdat ze bijvoorbeeld de financiële middelen niet hebben. Juist door zo'n deal verbeter je de omstandigheden voor vluchtelingen wereldwijd. Volgens mij zou de Socialistische Partij daar ook wat meer oren naar moeten hebben.

Dan kom ik op de terugkeer en de EU. Ik ben blij te horen dat Nederland in de laatste maanden van zijn voorzitterschap toch nog probeert om daar wat meer actie op te krijgen. Het is kennelijk een proces van lange adem, maar het is hard nodig. Volgens mij is het ook wat de Europese Commissie juist wenst. Ik vind het dus bijzonder om te zien dat er de afgelopen week beletsels zijn geweest om afspraken te maken met probleemlanden.

Ik ben blij dat de stroom vanuit Venezuela in de kiem wordt gesmoord, in die zin dat bekeken wordt wat daarvoor nodig is. Laat ook helder zijn dat de landen die binnen het Koninkrijk der Nederlanden vallen voorbereid moeten zijn op zulke situaties. Het kan niet zo zijn dat er vooral naar het vasteland, naar Nederland wordt gekeken op het moment dat die stroom wel daadwerkelijk op gang komt. Ik wil de Staatssecretaris meegeven om daarover te spreken met de bewindspersonen die daarvoor verantwoordelijk zijn in andere delen van het Koninkrijk.

Tot slot ben ik wat de inburgering betreft blij dat de Staatssecretaris aangeeft dat men nu echt aan de slag kan. Het is inderdaad net een nieuwe wet, waarvan we de effecten nu beginnen te zien. Er moet bekeken worden in hoeverre zaken daadwerkelijk verwijtbaar zijn. Het moet in ieder geval duidelijk zijn dat het inderdaad verblijfsrechtelijke consequenties dient te hebben, ook voor de mensen die asiel hebben gekregen. De consequentie kan dan zijn dat je zo iemand geen vaste verblijfsvergunning geeft maar een vergunning voor bepaalde tijd.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Voorzitter. Dank voor de antwoorden. Ik heb nog een paar dingen. Allereerst kom ik op Burundi. Uitzettingen vinden nu niet plaats tot er meer helderheid is. Vorige week vond nog wel een uitzetting plaats. Wat is het verschil tussen toen en nu?

De criteria van het kinderpardon kennen wij. Meewerken is daar een van. Je mag niet doelbewust je eigen asielprocedure frustreren. Tegelijkertijd mag dat niet leiden tot onredelijkheid. Daarom was mijn achterliggende vraag: hebben wij nu meer zicht op het criterium «niet meewerken»? Wat betekent «niet meewerken»?

Dan was er de wedervraag van de Staatssecretaris: wilt u inzicht in hoe vaak er beroep wordt gedaan op «buiten schuld»? Ja, dat wil ik graag. Deze discussie hebben wij vaker met elkaar gevoerd. Het gaat mij niet om een meer of een minder, maar ik wil wel een indicatie hebben van hoe vaak een degelijk beroep wordt gedaan, ook omdat wij de discussie rondom naturalisatie nog volgen.

Abusievelijk heb ik niet gevraagd naar de situatie in Purmerend, maar ook onze raadsleden hebben gevraagd hier aandacht voor te vragen. Dat hebben andere partijen hier gelukkig wel gedaan. Ik sluit mij daar graag bij aan. Ik wacht de reactie van de Staatssecretaris daarop graag af.

Mevrouw Keijzer (CDA):

Voorzitter. Ik hou wel van de onderkoelde, droge beantwoording van de Staatssecretaris. Ik kan er soms ook wel een beetje om lachen, maar ik hoop wel dat er onder die buitenkant een Staatssecretaris zit die zich met mij af en toe heel boos maakt of gigantisch verbaast over hoe dingen gaan. Het voorbeeld van Purmerend is er daar eentje van. Ik wil hem vragen om ons binnen een week te informeren over wat daar speelt, omdat 1 juli heel snel in beeld komt.

Ook hoop ik dat hij met mij constateert dat het realiseren van extra huisvestingsmogelijkheden stagneert en dat de regelingen die bedacht zijn – laat ik het voorzichtig formuleren – vooralsnog niet leiden tot voldoende alternatieve huisvestingsmogelijkheden voor statushouders. Ik hoop dan ook dat er onder die onderkoelde, droge beantwoording wel iemand zit die dit ook ziet en die gaat nadenken over een plan B.

De Staatssecretaris zei net: ik word nog niet nerveus van alle berichten vanuit de Griekse beroepscommissie of vanuit Turkije. Zo dreigt Erdogan om zijn deel van de deal niet meer gestand te doen als de visumliberalisatie niet doorgaat. Ik wil van de Staatssecretaris horen wat zijn plan B is, mocht dat realiteit worden. Hij maakt zich nu niet nerveus, maar als hij zich nerveus gaat maken op het moment dat de stromen daadwerkelijk weer gaan varen – daar moet je dan over spreken – dan is hij te laat. Ik wil graag dat hij daar vandaag wat licht op schijnt.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik dank de Staatssecretaris voor zijn toezegging om mensen voorlopig niet uit te zetten naar Burundi. Ik vraag mij wel samen met collega Kuiken af wat nou precies de noodremprocedure is op het moment dat de situatie snel verslechtert in een land. Ik hoor daar graag zijn reactie nog op.

Dat bekeerlingen een risicogroep vormen in Pakistan klopt, maar ik krijg nog steeds signalen dat deze mensen nog steeds terug worden gestuurd ondanks de verslechterde situatie in Pakistan. Ik hoop dus echt dat wij daar een nieuwe veiligheidsanalyse van Buitenlandse Zaken op kunnen krijgen, zodat wij daar nog scherper op kunnen zitten.

Over de urgentieverklaringen en de gemeenten heb ik ook onze wethouders gesproken. Die zeggen: wij zitten nu in een spagaat, want de urgentieverklaringen gaan eraf; wij kunnen deze plekken dus niet meer bij de woningcorporaties claimen. Tegelijkertijd moeten ze voldoen aan hun statushoudersquotum, dus daar zitten ze klem. Ik hoorde net van onze wethouder in Enschede dat zij de bouw van het azc een halfjaar moeten uitstellen omdat de bouwunits niet voorradig zijn en een nieuwe Europese aanbestedingsregeling van kracht is, waardoor ze pas in december beginnen met de bouw van het azc. Ik geef de zorgelijke situaties maar door, want het kan niet zo zijn dat wij door allerlei procedurele maatregelen nu geen azc's kunnen bouwen, terwijl de politiek, met name de wethouder in Enschede, haar nek uitsteekt en er toestemming is.

Dan kom ik op de kleinschaligheid. Boxtel en Heusden hebben inmiddels een pilot toegezegd gekregen voor die 150. De Staatssecretaris zegt: ik ga niet onder de 200. Maar er lopen wel pilots. Ik hoop dat hij daar flexibel in is, want er zijn kleine gemeentes die staan te springen om het met kleine aantallen van 150 te doen. Ik krijg graag de toezegging dat die pilots wel mogen.

Mijn vraag over de trainingen van de COA-medewerkers is nog niet beantwoord. Dat gaat over de discriminatie van lhbt'ers en christenen.

Tot slot, ik begrijp dat mevrouw Voortman al een VAO had aangekondigd maar ik wil in ieder geval nog een motie indienen over de verhuisbewegingen van die kinderen.

Staatssecretaris Dijkhoff:

Voorzitter. Ik kan de heer De Graaf geruststellen: de heer Erdogan heeft het heel druk met president van Turkije zijn. Hij is geen Staatssecretaris van immigratie in Nederland. Daar zitten nog heel veel landen tussen, dus dat is op geen enkele manier aan de hand.

Dan kom ik op de ontwikkelingen rond smokkelroutes in Libië. Voor ons was het geen nieuws dat daar heel veel mensensmokkelaars actief zijn. Dat is een van de redenen dat wij er belang bij hebben dat Libië snel weer een enigszins stabiele regering krijgt die dat flink kan aanpakken, want in chaos kunnen die lui makkelijker hun gang gaan dan wanneer iemand ze op de huid zit. Op alle routes is er aandacht voor risico's van vermeende IS-gangers bij de diensten en de lidstaten. Die registreren sneller en kijken er beter naar. Wij doen daaraan wat wij kunnen. Wij zullen signalen als deze daarbij betrekken. Wij zullen de diensten erbij betrekken om te bezien in hoeverre dat aanleiding geeft tot andere maatregelen.

Mevrouw Gesthuizen, mevrouw Voortman, de heer Sjoerdsma en mevrouw Kuiken hadden vragen over het kinderpardon, het meewerkcriterium en «buiten schuld». Wat betreft het meewerkcriterium is bekeken wat er redelijkerwijs kan worden verlangd. Het terugkeerbeleid mag niet worden ondermijnd maar er moet wel recht worden gedaan aan de aard van de regeling. Dat is ook getoetst. Als je weet dat je weg moet, wordt wel verwacht dat je jezelf meldt. Daartoe ben je verplicht. Ik denk dat die voorwaarden redelijk zijn. De regeling is zoals die is. Die is door de rechter getoetst. Je kunt wel vinden dat die regeling niet deugt. Dat is een andere factor. Ik geloof dat er ook mensen in de Kamer zijn die daar initiatieven voor willen ontwikkelen. Ik zie echter geen reden om nu in een keer een heel ander beleid te gaan voeren. Wij hebben al een regeling, die is uitvoerig getoetst en die zit zo in elkaar om een reden, zoals ik in eerste termijn al uitvoerig betoogd heb.

De heer Sjoerdsma had het over illegaliteit. Wij kunnen er een woordenspel van maken. Als je met illegaliteit bedoelt dat mensen nooit meer gezien worden, dan ga ik daar niet in mee. Maar in Nederland is het zo dat er zelfs bij illegaal verblijf juist in het belang van het kind toch toegang is tot enige voorzieningen, met name tot onderwijs. Ik neem niet aan dat wij dat gaan veranderen. Je kunt dus inderdaad illegaal hier verblijven en alsnog sporten en op school zitten. Je zou kunnen zeggen dat dat raar is en dat scholen dat dan moeten melden. Dat zijn allemaal dillema's, maar door toch onderwijs te bieden maak je het minder schrijnend om hier illegaal te verblijven. Maar als je het onderwijsrecht intrekt of verplicht een en ander te melden, kiezen mensen er wellicht voor om hun kinderen geen onderwijs te laten genieten, omdat ze dan weer in beeld komen bij de rijksoverheid, die ze eraan zal herinneren dat hun verblijf niet legaal is en dat ze moeten meewerken aan hun terugkeer.

Dat spanningsveld snap ik. Dat is ook lastig uit te leggen, maar ik probeer het toch.

Ik ben het met mevrouw Voortman eens dat de verhuisbewegingen zo beperkt mogelijk moeten zijn. Dat kunnen wij niet heel snel oplossen, maar dat krijgt meer onze aandacht naarmate wij ruimte hebben. Ik heb het nog niet over een flexibele schil. Wij zijn er nog lang niet toe aan om die te overwegen, hoewel het voor een gemeenteraad misschien makkelijker is om een asielzoekerscentrum te accepteren dat leeg is dan vol, maar dan zou je de bezettingsgraad per asielzoekerscentrum naar beneden brengen. Maar ik heb nu echt nog alle capaciteit en al het bestuurlijke draagvlak voor opvang nodig. Wij hebben alle capaciteit die er is meteen nodig. Wel zijn wij natuurlijk bezig met de crisisnoodopvang – je hoopt dat die nooit meer nodig is – in die zin dat wij willen weten waar wij in Nederland heel snel 3.000 plekken kunnen realiseren als de instroom in één keer stijgt. Dat is niet het type opvang waar mevrouw Voortman het over had – dat besef ik ook – maar het is wel een eerste stap naar meer grip krijgen en voorbereid zijn op situaties zoals wij die vorig jaar zagen.

Mevrouw Voortman vroeg of de inwilliggingen kinderen of gezinnen betreffen. Die betreffen individuen. Zijn dat dan ook de kinderen, vraag ik aan mijn medewerker. Het gaat om de hoofdpersonen die de aanvraag hebben gedaan. Het kan soms zo zijn dat in een gezin meerdere kinderen een aanvraag hebben gedaan. O, ik hoor dat dat inclusief ouders is. Het is een beetje ingewikkeld opgeschreven. Sorry, ik moet even overleggen.

De korte samenvatting is dat dit het antwoord is dat mevrouw Voortman niet had gehoopt te krijgen.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Dat vreesde ik al. Dat gaat dus om gezinnen. Om hoeveel kinderen gaat het dan: 20, 30?

Staatssecretaris Dijkhoff:

Hoe dat precies zit, zou ik moeten naleveren, voordat ik hier hardop een nieuw misverstand creëer. Dan zal ik ook terugkomen op de vraag van mevrouw Kuiken of het enigszins redelijk is om dat handmatig te tellen en aan te leveren. Gelet op de schaarse capaciteit moet ik even met de IND in overleg over de vraag of het mogelijk is om die vraag uitgesplitst te krijgen.

De heer De Graaf vroeg of ik bij voorbaat al wat hij in een motie wil vragen, wil gaan doen. Dat wil ik niet, dus dan zullen wij de motie wel zien. Dat wij een categorische aanpak hebben, waarbij er ook oog is voor het type misdaad dat begaan is – is er sprake van impact op de veiligheid van een slachtoffer? – dat er een weging heeft plaatsgevonden en dat de rechter de ruimte heeft om de ernst van de zaak te kwalificeren, vind ik belangrijker en fairder dan te zeggen: de wet overtreden is geen toegang. Het zou ook internationaalrechtelijk niet houdbaar zijn. Ik denk ook dat je een bepaalde maatstaf moet hebben; er moet een grens overschreden zijn.

Over Purmerend zal ik de Kamer nader informeren als ik daar voortgang op heb geboekt.

De heer Sjoerdsma vroeg naar het opheffen van de urgentieverklaring voor huisvesting. Het is nu uit de landelijke wet geschrapt dat die altijd gegeven moet worden. Dat helpt voor het draagvlak. Ik heb gemeenten ook nooit horen vragen: wij willen per se dat alle vrijkomende woningen altijd eerst naar vergunninghouders gaan. Volgens mij wil helemaal niemand dat in Nederland. Het beleid kan nu lokaal worden gericht, want je kunt daar in enige mate lokaal in sturen. Er is nu lokaal ruimte waardoor elke gemeente kan bekijken wat het belangrijkst is. De ene gemeente zal uitkomen met de voorraad. De andere gemeente zal een creatieve oplossing moeten zoeken door bijvoorbeeld met de subsidieregeling die wij aanbieden, een groot gebouw om te bouwen speciaal voor vergunninghouders en de gewone huisvesting aan niet-vergunninghouders te laten. Zo is er per gemeente ruimte om dat in te richten. Je zou kunnen zeggen dat dat op korte termijn tot minder woningen kan leiden, maar wij wilden ook niet toe naar de praktijksituatie waarin iedereen behalve vergunninghouders moet wachten en niemand meer een kans maakt omdat er een absolute voorrang is.

Hoe het zit met de huisvestingsregeling bespreken wij bijna maandelijks sinds wij die in gang hebben gezet. Ook de VNG meldt altijd hoe het loopt en waar zij verbetering ziet. Ook collega Blok is met gemeenten in gesprek om te bekijken welke regelingen eventueel beter kunnen, ook op zijn terrein.

Ik kan mevrouw Keijzer verder geruststellen dat ik inderdaad boos en geïrriteerd kan zijn. Meestal reageer ik dat af in het bijzijn van mijn onvolprezen politiek assistent. U kent hem allen, dus als u hem tegenkomt, geef hem een knuffel, zou ik zeggen. Ik probeer dat dan verder functioneel in te zetten om tot resultaat te komen.

De heer Voordewind vroeg om een training voor medewerkers. Op locaties is daar veel aandacht voor. Vanwege het verbod op discriminatie wordt het personeel getraind. Ook de coördinerend vertrouwenspersoon die wij gaan instellen, zou daar een aanvullende rol in kunnen vervullen. Zo zou hij kunnen bezien waar eventueel nog een aanvulling op de training nodig is. Hij zou het overzicht kunnen behouden en ervoor kunnen zorgen dat een en ander op peil blijft. Ook willen wij de feedback tussen het personeel daarmee een impuls geven. Het moet niet zo zijn dat je een keer in de zoveel tijd naar een training gaat; het moet ook dagelijks de aandacht krijgen die het verdient.

Ik zal ook bekijken wat er aan de hand is met het azc Enschede. Ik zal schriftelijk terugkomen op deze specifieke casus als ik ook op de casus-Purmerend terugkom.

Mevrouw Keijzer vroeg of wij ook een plan B hebben als er wel alle reden is om nerveus te worden van Turkije. Wij hebben meerdere maatregelen genomen naast de afspraak die is gemaakt met Turkije over terugname. Zo hebben wij niet alleen afspraken met de lidstaten maar ook de afspraak met landen op de Balkanroute dat er geen doorlaatbeleid meer is, zodat iemand die in Griekenland aankomt niet alsnog kan doorlopen naar andere lidstaten. Dat is al een behoorlijke factor. Relocatie naar andere lidstaten is er alleen maar voor mensen die vóór de afspraak zijn gekomen en niet voor de mensen die daarna nog zijn gekomen. Mensen die van een beroepscommissie in Griekenland mogen blijven, mogen dus ook in Griekenland blijven. Dat neemt heel veel van de aantrekkelijkheid weg om via een smokkelaar die gevaarlijke tocht te maken. Dus los van plan B is er een rij van maatregelen die allemaal dezelfde kant op werken. Natuurlijk heb ik het liefst dat de afspraken met Turkije stand houden en dat het terugnemen van mensen door Turkije, zoals dat land nu nog gewoon doet, ook de afgelopen week weer, gewoon voortgaat, net zoals wij volgens de afspraken weer mensen uit Turkije overnemen. Maar er zijn nog meer veiligheidskleppen ingebouwd die ervoor zorgen dat de instroom dan niet enorm stijgt en die de aantrekkelijkheid van de gevaarlijke overtocht verder verminderen.

De voorzitter:

Hartelijk dank. Wij zijn aan het einde gekomen van dit debat. Ik zie dat mevrouw Voortman nog een vraag heeft.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Er is een VAO aangevraagd, maar mevrouw Keijzer heeft gevraagd om een brief naar aanleiding van Purmerend. Ik zou mij kunnen voorstellen dat wij het VAO na ontvangst van de brief houden.

De voorzitter:

Ik zie instemmend geknik, dus wij gaan de Staatssecretaris vragen om daar een beetje tempo op te zetten. Het VAO houden wij dan daarna.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Ik zal de Staatssecretaris informatie over Enschede sturen. Dan kan hij misschien in dezelfde brief reageren op Enschede.

Ik had ook nog een vraag gesteld over de pilots in Boxtel en Heusden over de satellietlocaties voor 150 personen. Ik was benieuwd of die pilots nu ook wat breder uitgezet kunnen worden.

Staatssecretaris Dijkhoff:

Ik ben gewoon met hen in gesprek over een oplossing binnen het beleid. Het gaat niet meteen over een kleinere of bredere pilot. Ik wil eerst die gesprekken met Heusden en Boxtel afronden en informeren hoe dat gelopen is voordat wij over iets anders spreken. Ook de VNG en andere burgemeesters zeiden namelijk: houdt aan de criteria vast, anders heb je straks in een paar gemeenten opvang die je anders niet had gehad, maar in nog veel meer gemeenten minder opvang dan je anders had kunnen hebben.

De voorzitter:

Wij zullen verder met elkaar debatteren tijdens het VAO, waarbij de eerste spreker de heer De Graaf is. Ik dank u voor de belangstelling.

Sluiting 13.48 uur.