49 Politie

Politie

Aan de orde is het tweeminutendebat Politie (CD d.d. 19/04).

De voorzitter:

Aan de orde is het tweeminutendebat Politie, naar aanleiding van een commissiedebat gehouden op 19 april. Hoewel ik mij realiseer dat het al enige tijd geleden is, wil ik toch benadrukken dat dit niet een nieuw debat is; het is echt een voortzetting van een debat dat we al gehad hebben. Zeker op een dag als vandaag, waarop we nog veel tweeminutendebatten hebben, verzoek ik u allen u te beperken tot interrupties over door u ingediende moties en de appreciatie waar u dan wellicht een nadere duiding op wilt, maar om dus niet het debat te heropenen.

Ik heet uiteraard de leden van harte welkom, en de minister. Ik zie ook een mooie en goedgevulde publieke tribune. Welkom allemaal. We hebben zes sprekers van de zijde van de Kamer. De eerste spreekster is mevrouw Van der Werf namens D66, die ik uitnodig om haar inbreng te komen doen.

Mevrouw Van der Werf (D66):

Voorzitter, dank u wel. De verdeling van de politiesterkte over Nederland is een rammelend geheel, en daarbij heeft zeker de regio al vaak aangegeven zwaar onderbemand te zijn. De oorzaak van dit probleem blijkt te liggen in de verdeelsleutel. Daarom vindt D66 dat we toe moeten naar een herijking van de politiesterkte die gebaseerd is op feiten, zodat we zeker in deze tijden van personeelskrapte weten hoe we onze mensen op de best mogelijke manier kunnen inzetten. En daarbij vinden we ook dat de Kamer daar inzicht in moet kunnen hebben. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de huidige verdeelsleutel voor politiecapaciteit stamt uit 2010 en niet meer geactualiseerd is, en dat de huidige verdeling van politiecapaciteit niet gebaseerd is op deze verdeelsleutel;

constaterende dat er altijd een mate van schaarste aan politiecapaciteit zal zijn, maar dat deze schaarste effectief verdeeld moet worden waarbij gekeken wordt naar de veiligheid voor alle regio's en het land als geheel;

overwegende dat bij de huidige verdeling regio's onderbedeeld zijn met als gevolg dat grensoverschrijdende criminaliteit niet goed kan worden bestreden, dat ondermijnende criminaliteit zich manifesteert en dat zelfs de basistaken soms niet meer kunnen worden uitgevoerd in gebieden waar de capaciteit niet op orde is;

overwegende dat het voor een eerlijke verdeling van de schaarse politiecapaciteit over het land essentieel is om de gewenste vergroting van politiecapaciteit zo snel mogelijk in te zetten op basis van een verdeelsleutel die zorgt voor een evenwichtige en eerlijke verdeling van politiecapaciteit;

verzoekt de regering om in samenspraak met de mensen op de werkvloer bij de politie, burgemeesters en de regio op basis van objectieve criteria te komen tot contouren van een nieuwe politieverdeelsleutel, en om daarin in ieder geval een sterkte-zwakteanalyse van de huidige verdeling van agenten over Nederland, en regiospecifieke kenmerken zoals onder andere aanrijtijden en grensoverschrijdende problematiek mee te nemen;

verzoekt de regering om de Kamer hierover te informeren voor de begroting van 2024,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Werf en Kuik.

Zij krijgt nr. 1176 (29628).

Dank u wel, mevrouw Van der Werf, voor uw inbreng namens D66. Dan is de volgende spreekster mevrouw Kuik namens het CDA.

Mevrouw Kuik (CDA):

Voorzitter, dank. Bij die woorden kan ik me aansluiten. We willen natuurlijk een betere verdeling van de politiecapaciteit over heel het land. We kijken dan ook naar uitdagingen die het buitengebied heeft en die grensregio's hebben die te maken hebben met grensoverschrijdende criminaliteit. Daarom hebben we mede die motie ingediend.

Voorzitter. Ik heb nog wel een vraag. De grensoverschrijdende samenwerking is essentieel. Met Duitsland is er al een heel mooi grensoverschrijdend politieteam. Dat is rond Oost-Nederland en Bad Bentheim en ook Venlo en Kleve hebben zo'n team, waarbij er gewoon gezamenlijke patrouilles zijn. Dat is heel mooi. De minister gaat uitzoeken of dat ook met België kan. Dat lijkt ons heel goed. Hoe staat het met die verkenning? Wordt er ook gekeken om in een regio als Noordrijn-Westfalen de samenwerking verder te versterken in de grensoverschrijdende politieteams?

Dank.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Kuik, voor uw inbreng namens het CDA. Dan is de volgende spreker van de zijde van de Kamer de heer Azarkan namens DENK.

De heer Azarkan (DENK):

Dank, voorzitter. Ik heb een drietal moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister het debat over het toestaan van het wel of niet dragen van een hoofddoek door agenten weer heeft geopend;

verzoekt de regering om de Gedragsode lifestyle-neutraliteit zodanig aan te passen dat het dragen van een hoofddoek, keppeltje of andere religieuze uitingen toegestaan is als agent,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Azarkan en Van Baarle.

Zij krijgt nr. 1177 (29628).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

spreekt uit dat het dragen van een hoofddoek prima samen kan gaan met het op een neutrale manier uitoefenen van een functie bij de overheid waarbij er sprake is van contact met publiek,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Azarkan en Van Baarle.

Zij krijgt nr. 1178 (29628).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

keurt af dat de minister uitvoering heeft gegeven aan een antihoofddoekmotie van de PVV, omdat die motie moslimvrouwen discrimineert, vrouwen uitsluit en daarmee vrouwonvriendelijk en tevens onnodig grievend is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Azarkan en Van Baarle.

Zij krijgt nr. 1179 (29628).

De heer Azarkan (DENK):

Voor de laatste twee moties zou ik graag een hoofdelijke stemming willen aanvragen.

De voorzitter:

Dat geven we door. Dank u wel daarvoor en voor uw inbreng namens DENK. Dan is de volgende spreker van de zijde van de Kamer mevrouw Mutluer namens de PvdA.

Mevrouw Mutluer (PvdA):

Voorzitter. Ik denk niet dat ik vaak genoeg kan zeggen hoeveel waardering we hebben voor de politieagenten. We zien echter dat bepaalde dingen goed gaan, maar ook dat bepaalde dingen niet goed gaan. De blauwe familie was daar een voorbeeld van en helaas ook de drie zelfdodingen, waar een onafhankelijk onderzoek naar is gedaan. Het is ook terecht dat er een onafhankelijk onderzoek is gekomen. Ook in de toekomst verwacht ik dat. Zover had het niet mogen komen. Dat vraagt wat mij betreft echt iets van leiderschap. De Landelijke Eenheid gaat op de schop. Het vraagt ook om lerend vermogen van een organisatie. Ik heb tijdens het debat een toezegging gehad voor de werking van C2000. Daar zijn heel veel storingen. Die mogen geen grote belemmeringen vormen voor onze hulp- en veiligheidsdiensten.

Voorzitter. Ik heb nog één motie. Dat is ook naar aanleiding van de vraag die ik tijdens het debat heb gesteld over Ter Apel. Deze motie dien ik samen met collega Piri in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de politiecapaciteit in de gemeente Westerwolde vanwege de blijvende problematiek rondom het aanmeldcentrum in Ter Apel ontoereikend is;

van mening dat de gemeente Westerwolde daarom structureel extra politiecapaciteit nodig heeft en de oplossing niet is om die bij omliggende gemeenten weg te halen;

van mening dat politiecapaciteit voor de gemeente Westerwolde niet volgens de gangbare verdeling van de politiesterkte over regio's en gemeenten zou moeten worden bepaald;

verzoekt de regering om te onderzoeken of een status aparte in de Politiewet voor de gemeente Westerwolde een effectief middel zou kunnen zijn om een toereikende politiecapaciteit in Ter Apel te realiseren, en hierover voor het begrotingsdebat JenV terug te koppelen naar de Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Mutluer en Piri.

Zij krijgt nr. 1180 (29628).

Dank u wel, mevrouw Mutluer, voor uw inbreng namens de PvdA. Dan is het woord aan mevrouw Michon-Derkzen namens de VVD.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Dank u wel, voorzitter. In het debat over de politie gaat het elke keer over de schaarste van personeel en hoe we nou maximaal kunnen zorgen voor politie waar die nodig is. Met een motie probeer ik dat een steuntje in de rug te geven.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het bij de politie mogelijk is om een administratief-technische functie te bekleden met behoud van de executieve status voor een periode van maximaal vijf jaar;

constaterende dat de randvoorwaarde hierbij is dat er achttien diensten per jaar moeten worden gedraaid in de operatie;

constaterende dat er nu honderden politieambtenaren gebruikmaken van deze regeling;

van mening dat in deze tijd van schaarste en onderbezetting alle operationele politiecapaciteit op straat hard nodig is;

verzoekt de regering om in overleg met de politie en de bonden de regeling te moderniseren en daarbij uitdrukkelijk te bezien hoe politiemedewerkers die deelnemen aan de regeling, een grotere bijdrage kunnen leveren aan de tekorten in de operatie, door bijvoorbeeld het minimale aantal executieve diensten te verhogen of de termijn van vijf jaar in de regeling te verlengen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Michon-Derkzen.

Zij krijgt nr. 1181 (29628).

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel voor uw inbreng namens de VVD, mevrouw Michon-Derkzen. Dan zijn we bij de laatste spreker van de zijde van de Kamer en dat is mevrouw Helder, namens de PVV.

Mevrouw Helder (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties. Een is naar aanleiding van het voorgaande commissiedebat.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de motie inzake het taakstrafverbod bij geweld tegen politieagenten, brandweerlieden en ambulancepersoneel op 24 januari 2023 is aangenomen;

constaterende dat de motie de regering verzoekt de betreffende wetsartikelen in het Wetboek van Strafrecht zo aan te passen dat alle geweldsdelicten tegen politieagenten, brandweerlieden of ambulancepersoneel niet meer kunnen worden bestraft met alleen een taakstraf, geldboete en/of voorwaardelijke gevangenisstraf;

verzoekt de regering op de kortst mogelijke termijn het wetsvoorstel in de daarvoor bestemde procedure te brengen en vervolgens bij de Tweede Kamer in te dienen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Helder, Michon-Derkzen, Van der Plas, Kuik, Bisschop en Eerdmans.

Zij krijgt nr. 1182 (29628).

Mevrouw Helder (PVV):

Dan heb ik nog een motie naar aanleiding van het commissiedebat van zojuist.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in drie maanden tijd twee grote storingen met het C2000-communicatiesysteem zijn geweest;

constaterende dat deze problematiek, die samenhangt met het intensief gebruik van een steeds beperktere ruimte van radiofrequenties, en die zelfs vergroot wordt door de aanwezigheid van zonnepanelen, naar verwachting van de minister de komende jaren verder toe zal nemen;

constaterende dat de minister van Justitie en Veiligheid de eigenaar is van het betreffende communicatiesysteem en daarmee verantwoordelijk is voor het naar behoren werken van het communicatiesysteem;

van mening dat wanneer het communicatiesysteem niet naar behoren werkt, met als gevolg dat agenten en andere hulpverleners niet of nauwelijks meer met elkaar kunnen communiceren in noodsituaties, dit volstrekt onacceptabel is, omdat dit voor levensgevaarlijke situaties zorgt voor alle betrokken hulpverleners en mogelijk ook voor burgers;

verzoekt de regering om de problemen met het communicatiesysteem C2000 per direct en structureel op te lossen, met specifieke aandacht voor de problematiek door de zonnepanelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Helder.

Zij krijgt nr. 1183 (29628).

Dank u wel voor uw inbreng namens de PVV, mevrouw Helder. Ik heb van de griffie begrepen dat we een beetje coulant kunnen zijn, omdat u net nog een commissiedebat Politie heeft gehad. Vandaar dat we deze motie nu wel toelaten. Ik zie dat de minister niet echt behoefte heeft aan een schorsing, maar ik vind het wel belangrijk dat alle leden de moties hebben. Ik schors dus echt voor een enkel moment, met het verzoek dat iedereen blijft zitten, zodat de moties kunnen worden uitgedeeld.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Aan de orde is nog steeds het tweeminutendebat Politie naar aanleiding van het commissiedebat gehouden op 19 april en zojuist. We hebben net de termijn van de Kamer gehad. De minister heeft nu het woord voor de beantwoording van de vragen en de appreciatie van de moties.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:

Dank u wel, voorzitter. Ik begin graag met de vragen van het CDA. Normaal zou ik hier een wat langere inleiding houden over de politie en het belang van onze politiemensen, en zou ik zeggen dat wij hier zijn om hen te dienen, maar we hebben zojuist een lang politiedebat gehad, dus ik ga direct door.

Het CDA had een vraag over de grensoverschrijdende politieteams, natuurlijk met name in de grensregio's. Daar is een goede samenwerking, maar die kan echt nog wel veel beter, bijvoorbeeld in Noordrijn-Westfalen. Het zijn ingewikkelde gesprekken, omdat het heel erg over bevoegdheden gaat: voor welke functies doe je dan wat? De gesprekken zijn constructief. In het tweede deel van het jaar kom ik in de volgende halfjaarberichten heel graag terug op de vraag hoe we die zaken beter kunnen vormgeven. Dank voor de vraag dus.

Dan de moties. De motie-Van der Werf/Kuik op stuk nr. 1176 vraagt iets wat we al doen, maar het is sowieso een goed idee om dat nog eens te bevestigen. Deze motie zou ik dus willen overnemen.

De voorzitter:

Ik kijk heel even naar de Kamer om te checken of dat op bezwaren stuit.

Mevrouw Van der Werf (D66):

Ik wil er wél graag over stemmen. De reden daarvoor is de volgende. Er is een begin gemaakt met de herijking van de verdeelsterkte, maar in deze motie staan hele specifieke punten die wij van belang vinden. Daar wil ik graag een Kameruitspraak over.

De voorzitter:

Dank u wel. Minister, als de motie toch in stemming wordt gebracht, krijgt ze dan oordeel Kamer?

Minister Yeşilgöz-Zegerius:

Ja, dan krijgt ze oordeel Kamer. Ik wilde u helpen, want volgens mij wordt het nachtwerk en als er een motie voorligt met dingen die we al doen … Maar we gaan niet de sterkte herverdelen; we gaan de systematiek opnieuw bezien. Dat is nog wel even belangrijk om mee te geven, denk ik.

De motie op stuk nr. 1177 ontraad ik.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 1177 is ontraden.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:

Volgens mij is de motie op stuk nr. 1178 niet voor mij.

De voorzitter:

Dat klopt. Dat is een spreekt-uitmotie.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:

De motie op stuk nr. 1179 lijkt mij ook niet voor mij.

De voorzitter:

Correct.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:

De motie op stuk nr. 1180 moet ik ontraden. Die gaat over de vraag hoe het binnen een eenheid wordt opgelost. Onze systematiek is niet zo dat we het vervolgens hier vanuit Den Haag regelen met een status aparte, die heel erg begrijpelijk is op het moment dat er problematiek is, maar dat is helaas overal zo in het land. Dat is de reden waarom we het precies zo hebben ingericht dat het gaat via de eenheden. Als een specifieke eenheid extra politiecapaciteit nodig heeft voor een acuut probleem, dan kan men een bijstandsverzoek indienen bij de korpschef. Ook dat gaat niet via de minister. Mijn advies zou zijn: ga nooit vanuit de Tweede Kamer of de minister de politie verdelen in het land. Wij hebben daar echt met elkaar niet het beste zicht op. Dat moet binnen de eenheden blijven, zou mijn advies zijn. Maar de motie zoals die is, ontraad ik in ieder geval.

De voorzitter:

Voor de motie op stuk nr. 1180 noteren we "ontraden".

Minister Yeşilgöz-Zegerius:

De motie op stuk nr. 1181 geef ik oordeel Kamer. Ik heb in het debat zojuist aangegeven dat dit niet de geluiden zijn die wij horen, maar ik ga heel graag nog een keer in gesprek met de bonden, want het is denk ik altijd goed om te kijken of het anders wordt beleefd.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 1181 krijgt oordeel Kamer.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:

Ik zou willen vragen om de motie op stuk nr. 1182 over het taakstrafverbod aan te houden tot het najaar, omdat ik met de Kamer heb afgesproken om te kijken wat voor ruimte en opties ik daar zie. Wellicht kan de motie tot dat moment worden aangehouden.

De voorzitter:

Ik kijk even naar mevrouw Helder, om te zien of zij bereid is om de motie aan te houden.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:

Dat zou ik wel fijn vinden.

De voorzitter:

Een gewetensvraag, mevrouw Helder.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:

Misschien kan ze er nog over nadenken, terwijl ik de motie op stuk nr. 1183 ...

De voorzitter:

Mevrouw Helder, u heeft het woord.

Mevrouw Helder (PVV):

Het lijkt mij eigenlijk niet, want er staat al bijna een Kamermeerderheid onder. Ik weet dat de minister het taakstrafverbod ook heel graag wil, maar krijgen wij dan in het najaar een brief waarin staat dat het gaat gebeuren en hoe het gaat gebeuren? Als die tijdlijn erin staat, houd ik de motie aan. Anders breng ik 'm in stemming.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:

Oei. De gewetensvraag komt terug. Mevrouw Helder weet dat ik dit niet zomaar kan toezeggen, maar zij weet ook dat ik deze motie niet wil ontraden. Misschien kan ik met de wens, de onderstreping van wat de verwachting is als de motie wordt aangehouden, een en ander op die manier meenemen.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Helder.

Mevrouw Helder (PVV):

Krijgen we er dan in het najaar een brief over? Niet in het halfjaarbericht, maar gewoon een aparte brief?

Minister Yeşilgöz-Zegerius:

Ja, afgesproken.

De voorzitter:

Noteren we dan met die toezegging "aanhouden"?

Mevrouw Helder (PVV):

Ja, aanhouden. "Najaar" is wel uiterlijk eind oktober.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:

Afgesproken.

De voorzitter:

Dan toch nog even. Ik moet ook streng zijn: stel dat de motie toch in stemming wordt gebracht, dan wordt de aanneming ontraden? O, mevrouw Helder houdt de motie echt aan. Dan gaan we dat doorgeven voor de stemmingslijst.

Op verzoek van mevrouw Helder stel ik voor haar motie (29628, nr. 1182) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:

Dan de motie op stuk nr. 1183. Als ik "per direct" mag lezen als "zo spoedig mogelijk", denk ik dat we hetzelfde bedoelen, maar dan kan ik het ook waarmaken. Dan krijgt de motie oordeel Kamer.

De voorzitter:

Met die toelichting krijgt de motie oordeel Kamer. Het allermooiste zou zijn als u dat nog wilt wijzigen, zeg ik tegen mevrouw Helder. Oké, we doen het zo, maar dan noteren we dit echt wel in de Handelingen: "zo spoedig mogelijk".

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. Ik dank alle aanwezigen voor hun aanwezigheid. Dat klinkt een beetje dubbel, maar vooruit.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik schors de vergadering voor een enkel moment. Ik zou graag zo snel mogelijk door willen, want ik zie dat de minister er al is.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Naar boven