6 MIRT

Aan de orde is het tweeminutendebat MIRT (CD d.d. 05/07).

De voorzitter:

Aan de orde is het tweeminutendebat inzake het MIRT. We hebben daarbij zes deelnemers van de zijde van de Kamer en de eerste is mevrouw Van der Plas van de fractie van de BBB.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Voorzitter. Ik begin.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de vaargeul tussen Holwerd en Ameland volgens Rijkswaterstaat veilig bevaarbaar is;

constaterende dat de gemeente Ameland een negatief advies heeft afgegeven om per direct de dienstregeling af te schalen en de staatssecretaris toch akkoord is gegaan met de afschaling, met grote gevolgen voor de Amelanders, de ondernemers op Ameland en het toerisme en recreatie op Ameland;

verzoekt de regering om alles op alles te zetten om op de kortst mogelijke termijn de gewijzigde dienstregeling terug te draaien en tot een fatsoenlijke dienstregeling te komen waarin per direct het 60 minuten varen wordt losgelaten en wordt gekozen voor een ruimere variant met een hogere betrouwbaarheid en voldoende flexibiliteit voor elkaar passerende schepen;

verzoekt de regering om ervoor te zorgen dat de gemeenten Ameland en Schiermonnikoog zo spoedig mogelijk zeggenschap krijgen in de huidige concessie Waddenveren Oost en in ieder geval van meet af aan in de nieuwe concessie;

verzoekt de regering de baggermethoden verder te verbeteren waarbij ook aandacht is voor het uit het gebied halen van baggerslib en te voorkomen dat dit in korte tijd weer terugstroomt in de vaargeul en daarbij ook samen met het ministerie van LNV te kijken waar de regelgeving rondom baggeren te krampachtig is en de natuur meer schaadt dan goed doet,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Koerhuis.

Zij krijgt nr. 81 (36200-A).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kamer heeft gevraagd om het zo spoedig mogelijk beëindigen van de tolheffing bij de Westerscheldetunnel en hier dekking voor te zoeken;

overwegende dat de minister, nu de aanleg van nieuwe wegen wordt gehinderd door stikstofeisen, de focus van de inspanningen van zijn ministerie verschoven heeft van nieuwe aanleg van wegen naar onderhoud van bestaande infrastructuur en de Westerscheldetunnel bestaande infrastructuur is;

overwegende dat onderzoeken naar mogelijke effecten op extra stikstofemissie van toenemend vrachtverkeer al meer dan een jaar vertraging opleveren;

overwegende dat voor de Westerscheldetunnel noch voor personen noch voor vrachtverkeer een redelijke alternatieve route voorhanden is;

verzoekt de regering de Kamer in de begroting 2023 van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) met een uitgewerkt plan te komen om de tunnel uiterlijk 2025 of zoveel eerder als mogelijk tolvrij te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Stoffer.

Zij krijgt nr. 82 (36200-A).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er een groeiende trend is om overleggroepen en taskforces in het leven te roepen;

overwegende dat dit veel geld kost dat besteed kan worden aan de aanleg van infrastructuur;

verzoekt de regering om binnen IenW de kosten van overleggroepen, taskforces en ambassadeurs inzichtelijk te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Pouw-Verweij.

Zij krijgt nr. 83 (36200-A).

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Deze motie wordt mede ingediend door mevrouw Pouw-Verweij. De motie over de Westerscheldetunnel heb ik ingediend samen met de heer Stoffer.

Dank u wel.

De voorzitter:

Er is een vraag van … Eens even kijken, want zij staat niet op de lijst. Mevrouw Van Ginneken, ik moet eerlijk zeggen dat u niet op mijn lijst voor dit debat staat. O, u stond wel op de lijst. Het valt me ineens in.

Mevrouw Van Ginneken (D66):

Er zijn blijkbaar twee versies van de lijst, voorzitter. Ik heb gisteren in het debat een gloedvol pleidooi gehouden voor de regionale bereikbaarheidsambassadeurs om ervoor te zorgen dat met de regio de bereikbaarheid goed wordt opgelost. Ik ben heel blij te horen dat collega Van der Plas dit idee steunt, maar ik ben wel verbaasd over de motie. Volgens mij zijn er best aardige toezeggingen gedaan op dat punt. Ik vind het een beetje onsympathiek om een goed idee van een collega in een motie te vatten.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dan heeft mevrouw Van Ginneken niet goed geluisterd, want ik wil helemaal geen taskforces en ambassadeurs en bereikbaarheidsambassadeurs en regioambassadeurs. Daarom vraag ik de minister om inzichtelijk te maken wat die geintjes ons allemaal kosten. Dat is de motie.

De voorzitter:

Helder. Wat kosten die geintjes, staat er eigenlijk in die motie.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Precies.

De voorzitter:

Dat zou eigenlijk een soort standaardmotie moeten zijn, die we gewoon elke dag bij elk debat indienen. Het woord is aan de heer Stoffer.

De heer Stoffer (SGP):

Voorzitter. Ik heb drie moties. De eerste luidt als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering in overleg met betrokken overheden te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor fasering van de aanpak van knooppunt A1-A30 en ten minste in te zetten op het doorgang laten vinden van de gewenste infrastructurele maatregelen aan de zuidzijde van het knooppunt, met behoud van de reservering van de toegezegde financiële middelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer, Omtzigt, Van der Plas, Madlener, Van Haga en Pouw-Verweij.

Zij krijgt nr. 84 (36200-A).

De heer Stoffer (SGP):

De volgende motie luidt als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering in overleg met de betrokken provincies alles op alles te zetten om ervoor te zorgen dat de aanpak van knooppunt Hoevelaken niet opnieuw in de wachtstand gezet hoeft te worden, maar doorgang kan vinden, en hiertoe ten minste de budgettaire reservering te behouden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer, Omtzigt, Van der Plas, Madlener, Van Haga en Pouw-Verweij.

Zij krijgt nr. 85 (36200-A).

De heer Stoffer (SGP):

Voorzitter. Ik kan dan gelijk het misverstand wegnemen dat, zoals mensen denken, ik geld bij de Lelylijn wil weghalen of de Ring Utrecht om zeep wil helpen. Dat wil ik niet, maar — daar zit mijn volgende motie op — ik wil wel weten welke stukken ten grondslag liggen aan de besluitvorming van de minister om zeventien projecten on hold te zetten. Ik heb daar ook recht op, op grond van artikel 68 van de Grondwet. Ik krijg dat niet, dus nogmaals de vraag: minister, geef mij op een zo kort mogelijke termijn de stukken op basis waarvan u heeft besloten om die projecten on hold te zetten. Ik hoop dat er een positief antwoord komt. Ik heb er ook gewoon recht op, dus wat dat betreft ga ik ervan uit dat de hele Kamer mij steunt. Ik heb daar een motie over. Mocht de minister het dadelijk toezeggen, dan trek ik haar in, maar zij luidt als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering voornemens is zeventien infrastructurele projecten in de wachtstand te zetten en het hiervoor gereserveerde budget te verschuiven naar instandhouding;

overwegende dat geen inzicht is gegeven in de afweging waarom individuele projecten wel of niet in de wachtstand zijn gezet en bovenstaande selectie van projecten derhalve niet goed beoordeeld kan worden;

verzoekt de regering alle stukken die ten grondslag hebben gelegen aan de genoemde selectie van projecten, inclusief de relevante gegevens per project in relatie tot de gehanteerde criteria, binnen een week naar de Kamer te sturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer, Omtzigt, Van der Plas, Madlener, Van Haga en Pouw-Verweij.

Zij krijgt nr. 86 (36200-A).

De heer Stoffer (SGP):

Als het acht dagen wordt, vind ik dat niet zo erg, maar liever vandaag nog en wel op korte termijn.

De voorzitter:

En u gaat over tot de orde van de dag.

De heer Stoffer (SGP):

Ik ga over tot de orde van de dag, maar ik dien de motie in met de heer Omtzigt, mevrouw Van der Plas, de heer Madlener en de heer Van Haga.

De voorzitter:

Toe maar.

De heer Stoffer (SGP):

Dat was het, voorzitter. Mijn tijd is op.

De voorzitter:

Er is een vraag van mevrouw Van der Graaf.

De heer Stoffer (SGP):

Die wil meetekenen! Dat mag.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):

Mijn vraag gaat eigenlijk over iets anders. De heer Stoffer heeft gisteren in het debat ook iets gezegd over de Lelylijn. Ik ken de heer Stoffer als vertegenwoordiger van de SGP, een partij die altijd superveel oog heeft voor wat er in de regio speelt. Daarin trekken we altijd graag samen op. De heer Stoffer is momenteel ook nauw betrokken bij de formatie in Fryslân, voor de tweede keer. Is dit echt wat de SGP wil? Wat is de boodschap aan die 11.000 mensen die mee hebben gedaan aan het onderzoek en hebben gezegd: dit moet er komen; wij vinden dit een goed idee? Wat betekent dit voor de bereikbaarheid van Noord-Nederland? Graag een reactie van de heer Stoffer.

De heer Stoffer (SGP):

Ik heb daar net natuurlijk al heel kort iets over gezegd. Er wordt namelijk de suggestie gewekt dat ik daar een miljard weg wil halen. Nou kijk, het gat is heel groot. Als je nu zegt: we maken van de gereserveerde 3 miljard 2 miljard … Maar ik wil gewoon dat onderzoek door laten gaan. Dat moet ook allemaal lopen. Maar het gaat mij erom dat ik de afweging niet kan maken. Ik snap niet dat in de brief die vanuit het kabinet komt, in een zinnetje staat dat de Lelylijn wel doorgaat, en dat zeventien andere projecten niet doorgaan. Ik wil weten wat voor afweging daar per project achter zit. Dat geldt voor de Ring Utrecht net zo. Dus wat mij betreft moeten die onderzoeken naar de Lelylijn gewoon worden doorgezet. Dat kan heel goed zijn voor het Noorden. Daar is geen discussie over mogelijk. Het zal een hele kluif worden om die 9 miljard extra te vinden. Maar u ziet aan mijn moties ook dat ik project Hoevelaken wel door wil laten gaan en dat ik geen geld weghaal bij andere projecten. Sterker nog, ik kan dat niet eens, want ik heb geen idee wat de afwegingen zijn die het kabinet heeft gemaakt. Dat moet en wil ik weten. Dus ik reken ook op steun van de ChristenUnie bij de informatievraag die ik zojuist heb gesteld. Dan hoop ik dat ik het misverstand weg heb genomen. Maar u begrijpt dat het mij raakt.

De voorzitter:

Nou, die indruk had ik al een beetje. De heer Madlener, van de fractie van de PVV.

De heer Madlener (PVV):

Voorzitter. We hebben het al gehoord: de minister heeft zeventien belangrijke projecten stilgelegd vanwege stikstofuitstoot. Onze fractie is daar echt woedend over. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet zeventien belangrijke MIRT-projecten heeft stilgelegd vanwege stikstofuitstoot;

overwegende dat deze MIRT-projecten een lang en zorgvuldig bestuurlijk traject hebben doorlopen;

voorts overwegende dat de stikstofuitstoot van het wegverkeer een spectaculaire dalende trend laat zien en dat deze MIRT-projecten pas over vele jaren zullen worden afgerond;

verzoekt het kabinet om deze beslissing te heroverwegen en gewoon door te gaan met de voorbereidingen van deze belangrijke projecten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Madlener.

Zij krijgt nr. 87 (36200-A).

Mevrouw Van der Graaf, van de ChristenUnie.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering binnen de herprioritering van het MIRT-programma op het Mobiliteitsfonds de beschikbare middelen niet alleen te verschuiven naar instandhouding maar ook een impuls te geven aan de middelen ten behoeve van de verkeersveiligheid op de rijksinfrastructuur, en de Kamer hierover bij de begrotingsbehandelingen te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Graaf.

Zij krijgt nr. 88 (36200-A).

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):

Dan de tweede motie.

De voorzitter:

Er miste nog "en gaat over tot de orde van de dag".

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):

En gaat over tot de orde van de dag. Dat moet ik er even bij schrijven. Stop de tijd.

De voorzitter:

Nee, die loopt gewoon door, hoor. U moet gewoon wat sneller schrijven.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):

Dat ga ik redden. Dan de tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat verschillende gepauzeerde infrastructuurprojecten op het hoofdwegennet zich langs spoortrajecten bevinden;

verzoekt de regering maatregelen op het spoor in kaart te brengen die kunnen bijdragen aan het verminderen van de congestie op rijkswegen, specifiek op trajecten waar een investering in het hoofdwegennet is gepauzeerd en spoorwegen in de nabijheid zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Graaf.

Zij krijgt nr. 89 (36200-A).

Heel goed. Dan de heer Krul, van het CDA.

De heer Krul (CDA):

Voorzitter. Het derde debat alweer. We houden de moed er goed in.

Voorzitter, allereerst. Het was een goed debat gisteren. Ik wil nogmaals benadrukken dat wij per gepauzeerd project willen weten wat de impact is op verkeersveiligheid, fileleed, de bereikbaarheid van de regio evenals sluipverkeer en verschillende vormen van overlast. Dat moeten we weten voordat de minister in gesprek gaat met de regiopartners tijdens de bestuurlijke overleggen. Het is heel fijn dat de minister dat naar de letter heeft toegezegd.

Ik heb drie moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de beslissing om het project N35 Wijthmen-Nijverdal te pauzeren raakt aan de relatie tussen burger en overheid;

overwegende dat hier actief en zichtbaar optreden van verantwoordelijken nodig is;

verzoekt het kabinet op korte termijn duidelijkheid te verschaffen over welke acties het kabinet gaat ondernemen om zich in te spannen het vertrouwen van deze regio in de rijksoverheid en het ministerie van IenW te herstellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Krul.

Zij krijgt nr. 90 (36200-A).

De heer Krul (CDA):

Dan de volgende, voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er per gepauzeerd project een restbudget is;

overwegende dat de regio vraagt om een overbruggingspakket met verkeers- en geluidsmaatregelen;

verzoekt het kabinet nog voor het overleg met de regio in het bestuurlijk overleg van dit najaar, duidelijkheid te verschaffen over welk bedrag aan restbudget er beschikbaar is voor een overbruggingspakket met verkeers- en geluidsmaatregelen bij knooppunt Hoevelaken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Krul.

Zij krijgt nr. 91 (36200-A).

De heer Krul (CDA):

Tot slot, voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Zuidasdok een project betreft dat gaat over spoor- en weginfrastructuur;

overwegende dat meer weten nuttig is;

verzoekt het kabinet te onderzoeken of het technisch mogelijk is en hoeveel het zou kosten om bij het project Zuidasdok uitsluitend nog de onderdelen van het project doorgang te laten vinden die te maken hebben met de spoorinfrastructuur, met daarbij inbegrepen dat er onderdelen zijn waarbij spoor- en weginfrastructuur niet te scheiden zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Krul.

Zij krijgt nr. 92 (36200-A).

Dank u wel. Was dat uw bijdrage?

De heer Krul (CDA):

Nog niet, want ik heb een interruptie.

De voorzitter:

Dus dat was uw bijdrage …

De heer Krul (CDA):

Nog niet.

De voorzitter:

… maar er is ook nog een interruptie, van mevrouw Van Ginneken.

Mevrouw Van Ginneken (D66):

Naar aanleiding van de laatste motie vraag ik me af of de heer Krul mij kan vertellen wat de stand van zaken is van het deelproject van Zuidasdok. De onderlinge afhankelijkheden zijn zo groot dat het verzoek volgens mij heel raar is. Het is ook in strijd met het integrale pakket dat we vorig jaar mede met het CDA hebben uitonderhandeld over een impuls geven aan investeringen in infrastructuur. Kan de heer Krul op beide punten reageren?

De heer Krul (CDA):

Op de eerste vraag van mevrouw Van Ginneken is mijn antwoord: dat weet ik niet. Ik heb gisteren vernomen dat er ontzettend veel projecten zijn. Sommige zijn al in aanbesteding en sommige niet. Wij vragen ook helemaal niet om het project nu te stoppen. Wij willen weten wat eventueel mogelijk is, ook indachtig het bericht dat we vorig jaar helemaal niet kenden, namelijk dat er ontzettend veel gebieden in Nederland zijn die afspraken hebben gemaakt en die die nu in het water zien vallen. Dan vind ik het niet te verkopen dat wij niet op z'n minst onderzoeken of het mogelijk zou zijn om delen die geen afhankelijkheid hebben — laat dat maar blijken — op de pauzeknop te zetten, zoals wij ook met al die andere mooie projecten hebben gedaan.

De voorzitter:

Prima, heel goed. Dan gaan we luisteren naar de heer Koerhuis van de fractie van de VVD, die gevraagd had iets later in deze termijn te mogen spreken, zodat hij zich extra goed kon voorbereiden. Dat heb ik hem toegestaan. Het woord is aan de heer Koerhuis.

De heer Koerhuis (VVD):

Waarvoor dank. Ik heb drie moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat vervanging van bruggen, viaducten en tunnels in het MIRT naar voren wordt gehaald;

constaterende dat verkeersveiligheid in het MIRT blijft staan;

constaterende dat de N35 on hold is gezet;

constaterende dat het Rijk en de provincie ieder 100 miljoen hebben gereserveerd;

verzoekt de regering om samen met de provincie Overijssel oplossingen te zoeken voor de N35 voor het najaars-MIRT, bijvoorbeeld vervanging van bruggen naar voren halen en de omlegging om Mariënheem heen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Koerhuis en Van der Plas.

Zij krijgt nr. 93 (36200-A).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat verkeersveiligheid een topprioriteit is;

overwegende dat vervanging van bruggen, viaducten en tunnels in het MIRT naar voren moet worden gehaald;

overwegende dat de banen in de bouw moeten worden behouden;

verzoekt de regering om een overzicht van versnellingsopties voor verkeersveiligheid en vervanging van bruggen, viaducten en tunnels voor het najaars-MIRT naar de Kamer te sturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Koerhuis, Krul, Van der Graaf en Van Ginneken.

Zij krijgt nr. 94 (36200-A).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de opvang van schipperskinderen is vastgelopen in procedures van VWS en dat die kinderen uit hun opvang in Noord-Nederland, Zeeland en Limburg worden gezet;

overwegende dat de binnenvaart belangrijk is voor de economie en toegankelijk moet blijven voor familiebedrijven;

overwegende dat schipperskinderen extra kwetsbaar zijn;

verzoekt de regering om de uitzetting van schipperskinderen te stoppen en deze problematiek in kaart te brengen, waarbij duidelijk wordt wat de rol van het zogenaamde claimrecht van VWS is, en met oplossingen te komen, waarbij de schipperskinderen vooropstaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Koerhuis, Van der Plas, Stoffer, Van der Graaf en Van den Hil.

Zij krijgt nr. 95 (36200-A).

De heer Koerhuis (VVD):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. De laatste spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Van Ginneken van de fractie van D66. Dat bent u niet, meneer Stoffer.

De heer Stoffer (SGP):

Nee, maar zou ik een punt van orde mogen maken, voorzitter?

De voorzitter:

Ja. Zullen we niet eerst naar mevrouw Van Ginneken luisteren?

De heer Stoffer (SGP):

Maar het is heel kort.

De voorzitter:

Oké, gaat uw gang.

De heer Stoffer (SGP):

Even procedureel: mevrouw Pouw-Verweij wil al mijn drie moties meetekenen.

De voorzitter:

Oké. Dan voegen we haar daaraan toe.

O, mevrouw Van Ginneken staat met nul minuten spreektijd op de lijst. Heel goed. Dan was dit de termijn van de Kamer. Ik schors vijf minuten en dan gaan we luisteren naar de minister en de staatssecretaris.

De vergadering wordt van 11.23 uur tot 11.31 uur geschorst.

De voorzitter:

Het woord is aan de minister.

Minister Harbers:

Op de motie op stuk nr. 81 zal de staatssecretaris zo meteen reageren.

De motie op stuk nr. 82 had ik per ongeluk opzijgelegd. Wij gaan dit gewoon doen, dus ik geef deze motie oordeel Kamer. Het plan van aanpak is vorig jaar al verstrekt. Ik denk dat mevrouw Van der Plas bedoelt dat de indieners ook de uitvoering daarvan inzichtelijk willen hebben. Ik zeg er één ding bij: ik hoop dat we dat op Prinsjesdag rond hebben, misschien zelfs wel eerder, maar ik heb daarvoor ook overeenstemming met de provincie Zeeland nodig. Daar werken we hard aan, maar ik geef de motie gewoon oordeel Kamer.

De voorzitter:

Als dat toch al wordt gedaan, kunt u de motie net zo goed overnemen.

Minister Harbers:

Ja, het is een herhaling van een motie die vorig jaar al is ingediend, dus daar werk ik volop aan.

De voorzitter:

Mevrouw Van der Plas wil niet dat de motie overgenomen wordt. Dan gaan we er gewoon over stemmen.

Minister Harbers:

Oké. De motie op stuk nr. 83. Werkgroepen en taskforces zijn inherent aan dit werkgebied, omdat we veel van deze infrastructuurprojecten samen met medeoverheden doen. De taskforce die gisteren in het debat aan de orde kwam, is een taskforce waarvan gedeputeerden en masse zeiden: alsjeblieft, mogen we met jullie in de taskforce om dit plan verder uit te werken? Dat gaat dus niet om extra geld; dat zijn mensen die er al zijn, ondersteund door hun eigen ambtelijke medewerkers. Als je het zo ziet, is het hele bestuurlijke overleg rond het MIRT één grote taskforce. Ik wilde dus eigenlijk deze motie gewoon ontraden. Hier zit namelijk ook een beeld achter dat gewoon echt niet klopt. Als je wegen aanlegt — infrastructuur, waterwegen et cetera — dan ben je per definitie met drie, vier overheidslagen daarbij betrokken. Met elkaar moet je dat plan gaan maken. Dat is een taskforce.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik vraag hier alleen om de kosten inzichtelijk te maken. Hier wordt heel vaak gevraagd naar de dekking als je een motie hebt ingediend. Maar als wij weten wat dit bijvoorbeeld allemaal kost, dan zouden we in een volgende motie, waar dan ook over, misschien ergens dekking uit kunnen halen. Ik vraag dus eigenlijk alleen om de kosten daarvan inzichtelijk te maken.

Minister Harbers:

Ja, maar ook dan ... Weet u, als we met deze motie aan de slag gaan, dan gaan een aantal mensen wekenlang informatie die gewoon in de begroting staat, doorvlooien op wat het ons kost. Het gaat om de kosten voor personele inzet op het ministerie van IenW, want bij heel veel ambtenaren behoort het tot hun taak dat ze in allerlei werkgroepen, stuurgroepen, bestuurlijke en ambtelijke overleggen met elkaar en met andere overheden overleggen om te bekijken hoe we tot het beste plan komen. Daarnaast besteden we een aantal dingen uit in extern onderzoek. Dat is ook schering en inslag bij ruimtelijke inpassing, omdat je daar specialistische kennis voor nodig hebt. Dat staat ook gewoon vermeld in de begroting. Maar ik zou eigenlijk niet de weg op willen dat ik hier een paar mensen de hele zomer aan het werk zet om dit post voor post door te vlooien, voor mensen die gewoon op de begroting staan omdat ze hun salaris krijgen.

De voorzitter:

Helder. De volgende motie.

Minister Harbers:

Dan de motie op stuk nr. 84. Daarvoor geldt hetzelfde als voor de motie op stuk nr. 85. Bij beide moties geldt wat ik gisteren heb gezegd. Dit is het startpunt van het overleg met de regio's om dit verder uit te werken. Welke gevolgen heeft dit in de regio's? Wat kun je met resterende budgetten doen, als de provincie dat zelf ook zou willen? Misschien zijn er ook provincies die zeggen: we laten het resterende budget staan voor de dag dat de projecten weer opgepakt worden. Dat gaan we allemaal doen. Maar omdat in zowel de motie op stuk nr. 84 als die op stuk nr. 85 staat "ten minste de budgettaire reservering te behouden", gaat dit tegelijk ten koste van de programmering die we op het gebied van instandhouding willen aanscherpen. Om die reden ontraad ik zowel de motie op stuk nr. 84 als de motie op stuk nr. 85. Het gesprek, de uitwerking met de regio, vindt wel plaats.

Voorzitter. De motie op stuk nr. 86. Ik heb gisteren een uitvoerige brief aangekondigd, op Prinsjesdag, ter onderbouwing van al die projecten. Niet alleen over stikstof, maar ook over alle andere aspecten die gisteren in het debat aan de orde zijn geweest. Alle andere afwegingen die we gemaakt hebben om deze projecten op pauze te zetten, heb ik gisteren gedeeld in het debat. Het is niet alleen stikstof. Het is ook de grote budgettaire nood bij instandhouding die dit voorjaar bleek. Het gaat ook om de prijsstijgingen, niet alleen bij de te verwachten aanlegprojecten, maar ook bij aanlegprojecten die in uitvoering zijn. Er zijn andere tegenvallers. Die maken met elkaar dat ik me genoodzaakt voelde deze schuif te doen. Daar zijn op diverse momenten stukken voor naar de Kamer gegaan, bijvoorbeeld in maart bij de strategische brief over de invulling van het basiskwaliteitsniveau, en later, toen daar alle beslisnota's over naar de Kamer zijn gestuurd. Maar ik wil ook de indruk wegnemen dat hier sprake is van een groot stikstofcomplot. De mensen bij Rijkswaterstaat, met wie ik ook in overleg zit, kunnen mij uitstekend vertellen hoe bij al die aanlegteams mensen gewoon duimen zitten te draaien omdat ze geen stap vooruitkomen bij alles wat ze nog moeten onderbouwen op het gebied van stikstof. Daar hebben ze zelf de mensen niet voor. Daarvoor moeten ze een beroep doen op die schaarse capaciteit bij Rijkswaterstaat en wachten tot die beschikbaar komt. Vorig jaar heb ik de Kamer al brieven gestuurd over de prioriteitsstelling bij elf projecten, dus over de volgorde waarin die een beroep konden doen op die schaarse stikstofkwaliteit. Daar hebben we ook de beslisnota's voor geleverd. Dat zijn de stukken die er zijn. Er zijn geen grote Excelsheets van hoe we dit allemaal per project gerangschikt hebben. Hadden we die maar, dan hadden we ook minder problemen. Dan had het in ieder geval betekend dat we de expertise om al die stikstofberekeningen te maken, ook hadden. Wat ik kan toezeggen, is het volgende: ik zal nogmaals binnen een week, ook voor de heer Stoffer, een brief naar de Kamer sturen, met alle momenten van besluitvorming die er zijn geweest en met welke stukken en beslisnota's die de Kamer op die momenten heeft ontvangen, waarmee het ook een soort leeswijzer is van hoe die reconstructie te maken is. Daarin treft u geen gedetailleerde stikstofberekeningen aan. De uitvoerige onderbouwing met de kennis van Rijkswaterstaat, met wat zij verwachten aan te treffen op die zeventien projecten, zit in de uitvoerige brief die ik u op Prinsjesdag doe toekomen. Met dat in het achterhoofd doe ik nogmaals de toezegging: een soort brief, een soort leeswijzer met wat er allemaal is gebeurd, komt binnen een week. Maar met dat in het achterhoofd ontraad ik deze motie.

De heer Stoffer (SGP):

Ik denk dat we wat dichter bij elkaar komen, want als ik het goed begrijp krijg ik binnen een week alle stukken die ertoe hebben geleid hoe de minister tot zijn besluitvorming is gekomen. Dát wil ik precies hebben. Eén ding wil ik even wegnemen: de minister neemt het woord "stikstofcomplot" in de mond. Dat heb ik niet genoemd, hè. Laat dat even helder zijn. Ik wil gewoon, sec, de stukken hebben op basis waarvan gezegd kan worden: díé zeventien projecten niet, die andere wel. Die zie ik dus graag tegemoet. Dan houd ik de motie aan, voorzitter. Want als het kabinet mij dit wil leveren, dan zie ik dat graag tegemoet. Dus dank voor de toezegging dat dat binnen een week komt. Die brief voor later zie ik ook graag tegemoet. Ik was al blij met die toezegging, dus ik houd 'm vooralsnog aan.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Stoffer stel ik voor zijn motie (36200-A, nr. 86) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Harbers:

Klopt, dat woord "complot" kwam uit mijn mond, maar dat was ook een beetje mijn afdronk van het debat van gisteren, terwijl de werkelijkheid simpelweg is: er is nu categoriaal over projecten besloten. Eventuele verdere finetuning is het begin nu van het overleg met de regio's, op weg naar het Bestuurlijk Overleg MIRT. Dan herhaal ik ook wat ik gisteren aan het begin van het debat zei: heel veel van de verdere uitwerking aan gegevens wordt op dit moment nog opgesteld, want het is allemaal materiaal voor de ontwerpbegroting 2024, waar we het gisteren over gehad hebben. Dat volledige beeld publiceren we, zoals te doen gebruikelijk, uiteindelijk op Prinsjesdag.

Voorzitter. Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 87. Daarin wordt gevraagd om een heroverweging. Die ontraad ik, simpelweg vanwege het gegeven dat als we dit doen, dit af gaat van de echt noodzakelijke middelen voor instandhouding, plus dat we dan te maken hebben met de prijsstijging van projecten die soms ook al in uitvoering zijn en die dreigen te moeten worden gestopt als we de rekeningen niet meer kunnen betalen.

Dan de motie op stuk nr. 88 van mevrouw Van der Graaf. Ook die ontraad ik, want ook dit behelst dat we middelen die naar instandhouding gaan, dan toch weer aan andere categorieën moeten besteden. Bij verkeersveiligheid hebben we de hele categorie van die 200 miljoenprojecten uitgezonderd, en dat is ook wel het maximaal maakbare wat we in deze periode kunnen doen. Consequentie van deze motie zou zijn dat het af gaat van instandhouding, en dan loop je ook weer tegen verkeersveiligheidsproblemen aan.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):

Er gaan nu miljarden naar instandhouding. Dat is waar het op neerkomt. Het enige wat wij vragen is om een klein deel daarvan in te zetten voor verkeersveiligheid. We hebben gezien dat de 200 miljoen fantastisch was om in te zetten, maar dat het nog niet genoeg was omdat er nog veel verkeersveiligheidsvraagstukken zijn. Ik doe dus toch nog een beroep op de minister.

De voorzitter:

Ja, helder.

Minister Harbers:

Ik begrijp het beroep. Omgekeerd doe ik het met de middelen die ik heb meegekregen van de coalitiepartijen in het coalitieakkoord. Dat reflecteert ook de politieke wens die deze coalitie wilde waarmaken in deze periode. Natuurlijk gaan er miljarden naar instandhouding, maar de programmering die we willen, vergt dat we met die miljarden een langjarige programmering kunnen maken, zodat we ook efficiencyslagen kunnen maken. In de begroting zal dat verder inzichtelijk worden gemaakt, maar het is bij instandhouding nog steeds geen vetpot, gegeven de staat van de infrastructuur in Nederland.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 89.

Minister Harbers:

Voor de motie op stuk nr. 89 geldt hetzelfde. Er zijn uit de schuif naar instandhouding geen middelen beschikbaar om andere zaken op het spoor te gaan financieren, want dat gaat ten koste van instandhouding. Ook om die reden ontraad ik deze motie.

De voorzitter:

Mevrouw Van der Graaf, kort.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):

Het is aan de regering om de opties in kaart te brengen. Dat is wat we vragen. Pas daarna kunnen we kijken wat we gaan doen, of we dat wel of niet doen. Is de minister bereid om dat te doen? Daar ligt de kern van de vraag. We willen het gewoon weten.

Minister Harbers:

Heel veel spoorprojecten zitten natuurlijk al in het MIRT. Daar weten we heel veel van. De kans dat we met dit onderzoek vervolgens weer nieuwe projecten in uitvoering kunnen nemen en daaraan toe kunnen voegen acht ik behoorlijk gering. Ik denk dus echt dat we dit in deze fase gewoon niet moeten doen.

De motie op stuk nr. 90 gaat over de regio rond de N35 Wijthmen-Nijverdal. Ik heb al toegezegd dat we vanzelfsprekend met de regio in overleg gaan. Volgens mij was het de heer Koerhuis die zei: de provincie zinspeelt er ook al op om met ideeën te komen voor hoe je hier nog wel iets kunt doen. Ik heb zelf aan de regio toegezegd dat ik er zelf ook nog heen ga aan het eind van de zomer. We gaan dat overleg voeren. Met dat alles in het achterhoofd geef ik de motie oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 91 kan ik oordeel Kamer geven, omdat de bedragen aan restbudgetten die overblijven per project uiteindelijk inzichtelijk worden in de begroting en het MIRT-boek dat we met Prinsjesdag publiceren. Zo komen we er ook materieel aan tegemoet. Ik geef deze motie dus oordeel Kamer. Overigens is het daarna aan het overleg met de regio's hoe we daar richting het BO MIRT mee omgaan.

De motie op stuk nr. 92 over het Zuidasdok ontraad ik. Juist vorig jaar is met de regio nog een keer een zorgvuldige afweging gemaakt over de investeringen rond het Zuidasdok. Die studies hebben ook een grote bijdrage aan het landelijk wegennet, het landelijk spoornet en de economie aangetoond. Ook in vele eerdere fases is de integraliteit van dit project beoordeeld, waaronder het onderzoek van mevrouw Dekker in 2020. Op basis daarvan weten we dat de projecten innig met elkaar verweven zijn en dat je voor spoor ook bijvoorbeeld weer de wegtunnel nodig hebt. Daarom zouden we willen vasthouden aan de totale scope. Ik ontraad deze motie.

De voorzitter:

Eén vraag, meneer Krul.

De heer Krul (CDA):

Eén vraag. De minister zegt: we weten dat het innig met elkaar verweven is. Dat is precies waar ik naar vraag. Ik vraag hem om dat dan aan te tonen, om te onderzoeken waar die verwevenheid zit. De minister doet het nu uit de losse pols, maar misschien is er ergens ook wel een project waarbij die verwevenheid wat minder aanwezig is. De motie vraagt om dat te onderzoeken. Dat lijkt mij een heel redelijk verzoek.

Minister Harbers:

Dat onderzoek was uitvoering. Dat zijn twee hele dikke boekwerken. Het rapport van mevrouw Dekker is in 2020 gemaakt vanwege de impasse waar het project toen in zat. Het lijkt me dan dus raadzamer dat de motie wordt aangehouden en scherper wordt ingezoomd op eventuele resterende vragen die er na dat onderzoek en de besluitvorming van afgelopen jaar overblijven. Als we zo in de breedte al die projecten gaan langslopen, doen we werk dubbelop, want dat is ooit al gedaan.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Krul stel ik voor zijn motie (36200-A, nr. 92) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Harbers:

De motie op stuk nr. 93 geef ik oordeel Kamer, want dit is typisch van die input die meegenomen kan worden in het aankomende overleg met de regio's, in dit geval met de provincie Overijssel.

Datzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 94. Rijkswaterstaat gaat nu aan de slag om de productie op instandhouding de komende jaren stapsgewijs verder op te voeren. Ik kan u in het najaar een overzicht toesturen van de maatregelen die we bedenken ter wille van het opvoeren van de productie en het versneld aanpakken van de grote opgaven. Dus oordeel Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 95. Zoals ik gisteren in het debat aangaf, is dit de verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van VWS. Er is al even overleg geweest met VWS. Dit overleg leert ons dat hij aangeeft intensief in gesprek te zijn met de schippersinternaten. Daarnaast is onlangs ook het KPMG-onderzoek naar de herijking van de normbedragen in de subsidieregeling voor schippersinternaten afgerond. Dat is op 20 juli naar de Kamer gestuurd. Hierover vindt besluitvorming plaats na de zomer. Hij geeft aan dat hij daar niet op vooruit wil lopen. Uiteindelijk verzoekt de staatssecretaris van VWS om de motie nog even aan te houden. Het ministerie van VWS heeft namelijk laten weten om in de loop van de dag schriftelijk met de nadere reactie naar de Kamer te komen over de appreciatie van deze motie.

De voorzitter:

Maar de heer Koerhuis houdt de motie niet aan, dus dan wachten we daar inderdaad op.

Minister Harbers:

Er komt dus een nadere appreciatie op schrift vanuit VWS.

De voorzitter:

Heel graag. Dan is er nog één resterende motie voor de staatssecretaris, namelijk de motie op stuk nr. 81 van mevrouw Van der Plas. Het woord is aan haar.

Staatssecretaris Heijnen:

Dank u wel, voorzitter. Ik zou mevrouw Van der Plas willen vragen om de motie aan te houden. Ze doet meerdere verzoeken. Ik zal even kort op alle verzoeken ingaan. In de eerste plaats verzoekt ze mij om op de kortst mogelijke termijn de gewijzigde dienstregeling terug te draaien, maar wij willen wachten tot het onderzoek van MARIN is afgerond. Het is altijd aan de kapiteins ter plaatse om te beoordelen of er veilig gevaren kan worden. Rijkswaterstaat laat samen met de rederij een onderzoek uitvoeren door MARIN, om te kijken wat de benodigde veilige breedtes zijn voor de vaargeul, voor enkelstrooks- en tweestrooksverkeer. Daar komt bij dat de concessie geen grond biedt om Wagenborg op de korte termijn te dwingen om de dienstregeling uit te voeren. Ze beroepen zich ook op overmacht. Daarnaast wordt gevraagd om per direct het 60 minutenvaren los te laten. Ik ga daar ook kort op in. De concessie biedt geen grond om Wagenborg op de korte termijn te dwingen. Wat ik wel wil aanbieden, is om dit aan te kaarten tijdens het gesprek dat wij morgen onder andere met Wagenborg hebben.

Dan wordt nog gevraagd om de gemeenten Ameland en Schiermonnikoog per direct zeggenschap te geven. Op dit moment hebben de gemeenten een adviserende rol. Er is nog een midterm review geweest. Uit die review is niet gebleken dat op dit punt nu een wijziging nodig is. Het kan natuurlijk wel altijd weer opnieuw worden beoordeeld voor de volgende periode, die vanaf 2029 ingaat.

De motie heeft ook een onderdeel dat gaat over het verbeteren van de baggermethode. Rijkswaterstaat is daar natuurlijk continu mee bezig. Ik kan toezeggen dat vanuit mijn ministerie en natuurlijk ook vanuit het departementsdeel waar de minister over gaat, met het ministerie van LNV in gesprek wordt gegaan over de juridische kaders rondom baggeren.

De voorzitter:

Dat is een verzoek tot aanhouding. Ik zie nog weinig aanstalten. O, wellicht toch. De spanning stijgt.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Ik wil 'm niet aanhouden, maar ik wil 'm straks wel wat aanpassen, zodat die oordeel Kamer kan krijgen, gehoord wat de staatssecretaris heeft gezegd. Ik heb even iets gemist over iets aankaarten in een gesprek. Sorry, ik zat al bij het tweede verzoek, maar volgens mij ging dit niet over het tweede verzoek. Ik ben dus even in verwarring.

Staatssecretaris Heijnen:

Dat gaat over het per direct loslaten van het 60 minutenvaren. Ik kan ze niet dwingen om een andere dienstregeling te varen. Ik zal daar natuurlijk wel met Wagenborg over in gesprek gaan. Wij hebben er geen belang bij om een dienstregeling waar mensen echt om verlegen zitten, niet te hebben. Iedereen wil dat; ik neem aan Wagenborg ook. Zij beroepen zich heel nadrukkelijk op de veiligheid. Dat willen we zo snel mogelijk onderzoeken. Daar is MARIN nu mee bezig. Natuurlijk zal ik ze ook aanspreken om, als er meer ruimte wordt gezien om het veilig te kunnen doen, de frequentie ook al in de periode van dat onderzoek op te schalen. Dat wil ik graag sowieso toezeggen.

De voorzitter:

Ja, maar in deze versie wordt de motie dus ontraden.

Staatssecretaris Heijnen:

Ja, dat klopt.

De voorzitter:

Maar er komt een nieuwe versie.

Mevrouw Van der Plas (BBB):

Dan ga ik 'm op dat punt wijzigen. Dan zal ik 'm sturen en dan kijken we hoe het oordeel dan gaat luiden.

De voorzitter:

Voor de goede orde: we stemmen vanavond over deze motie. Dus zet uw personeel aan het werk. Mevrouw Van der Graaf heeft nog een vraag.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):

Er ligt nog een onbeantwoorde vraag van mij die ik aan de minister had gesteld. Die vraag gaat over uitbreiding van het begeleid rijden voor 17-jarigen. Ik had de minister gevraagd om een toezegging.

De voorzitter:

Was dat bij dit debat of bij het vorige debat? Ja, het gaat snel hè, op zo'n dag?

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):

Zeker.

De voorzitter:

Ja, het was bij het vorige debat. U wilt nu dus nog een toezegging.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):

Gister was het laat en vandaag zit ik in een reeks van debatten tegelijk. Ik denk dat dat zich hier wreekt.

Minister Harbers:

Ik heb dat toegezegd.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):

De minister heeft het toegezegd. Mijn excuses.

De voorzitter:

Iedereen weer tevreden toch? We nemen meteen afscheid van hem. We wensen hem een prettige dag en een prettig reces toe.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik schors een enkel ogenblik en dan gaan we door met het volgende debat.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Naar boven