51 Terrorisme/extremisme

Aan de orde is het tweeminutendebat Terrorisme/extremisme (CD d.d. 07/06).

De voorzitter:

Aan de orde is het tweeminutendebat Terrorisme/extremisme naar aanleiding van een commissiedebat gehouden op 7 juni 2023. Ik attendeer de leden er wederom op dat dit geen herhaling van het debat is, maar een tweeminutendebat. Op een dag als vandaag ga ik daar ook strikt op handhaven.

Allereerst is er een verzoek van mevrouw Piri.

Mevrouw Piri (PvdA):

Mijn verzoek is of ik mag deelnemen aan dit tweeminutendebat. Ik heb namelijk niet deelgenomen aan het commissiedebat.

De voorzitter:

Ik kijk even rond. Ik zie de leden ja knikken. Bij dezen bent u toegelaten tot het debat. U bent dan de laatste spreker. Ik mis de heer Azarkan nog wel. Misschien kan iemand hem nog even op de hoogte brengen dat we al begonnen zijn.

De eerste spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Van der Werf namens D66.

Mevrouw Van der Werf (D66):

Voorzitter. Volgens de AIVD en de NCTV gaat vanuit de lokale IS-tak in Afghanistan een groeiende terroristische dreiging uit richting het Westen en ons belang. Toch wordt dit dreigingsbeeld volgens de minister niet meegenomen in de afweging om veroordeelden hier hun nationaliteit af te nemen en uit te zetten.

Daarom wil ik de volgende motie indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat recent de Nederlandse nationaliteit is ingetrokken van een veroordeelde jihadist met de Nederlandse en de Afghaanse nationaliteit, en de veroordeelde wordt geacht naar Afghanistan te vertrekken;

constaterende dat er volgens het meest recente dreigingsbeeld grote zorgen bestaan dat Afghanistan opnieuw een vrijhaven wordt voor terroristische activiteiten gericht tegen het Westen;

overwegende dat volgens de minister van Justitie en Veiligheid "bij een besluit tot het intrekken van het Nederlanderschap de situatie en het dreigingsbeeld in het land van de overgebleven nationaliteit bijvoorbeeld geen rol speelt";

constaterende dat er tegelijkertijd een uitreisverbod is vanwege de gevaren dat uitreizigers in IS-gebied trainingen ondergaan, gevechtservaring opdoen en terugkeren om aanslagen te plegen;

van mening dat het zowel inconsistent als onwenselijk is om enerzijds potentiële jihadisten te verbieden om uit te reizen naar IS-gebied en anderzijds veroordeelde jihadisten uit te zetten naar IS-gebied, zonder de nationale veiligheid mee te wegen;

verzoekt de regering het gevaar van uitreis voor de nationale veiligheid ook mee te nemen in het besluitvormingsproces rond de intrekking van nationaliteit na onherroepelijke veroordeling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Werf.

Zij krijgt nr. 682 (29754).

Dank u wel, mevrouw Van der Werf. Of was u nog niet klaar?

Mevrouw Van der Werf (D66):

Nee, ik ben nog niet klaar.

Daarnaast vroeg ik de minister in het debat naar de verspreiding van terroristische content online. Zij gaf aan dat er vlak na de zomer een WODC-onderzoek over de werking van algoritmes naar de Kamer komt. Dat wacht ik af. Ik vraag de minister daar echter wel bij in de reactie op dat onderzoek expliciet in te gaan op de mogelijkheid om socialmediabedrijven aansprakelijk te houden voor de content die hun algoritmes verspreiden. Zo ver gaat de DSA momenteel namelijk nog niet.

Dank, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Van der Werf, voor uw inbreng namens D66. Dan is het woord nu aan de heer Van Haga namens de Groep Van Haga.

De heer Van Haga (Groep Van Haga):

Voorzitter.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat vandaag een groep "oorlogsvluchtelingen uit Oekraïne" is aangehouden voor het plannen van IS-aanslagen;

constaterende dat het aangehouden stel een tijdelijke verblijfsvergunning had en zich daarbij mogelijk heeft voorgedaan als vluchteling uit Oekraïne;

verzoekt de regering:

  • -te onderzoeken hoe het mogelijk kon zijn hoe een groep terroristen zich mogelijk heeft kunnen voordoen als een groep "oorlogsvluchtelingen";

  • -te onderzoeken of dit vaker voorkomt;

  • -de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Haga.

Zij krijgt nr. 683 (29754).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat vandaag een groep "oorlogsvluchtelingen uit Oekraïne" is aangehouden voor het plannen van IS-aanslagen;

constaterende dat het aangehouden stel een tijdelijke verblijfsvergunning had en zich daarbij mogelijk heeft voorgedaan als vluchteling uit Oekraïne;

constaterende dat de rol van de vreemdelingenpolitie groter is bij mensen die zich als asielzoeker in Nederland melden dan bij mensen die uit Oekraïne komen, onder andere bij het controleren van de identiteit;

verzoekt de regering:

  • -de vreemdelingenpolitie een grotere rol te geven bij het controleren van mensen die uit Oekraïne komen;

  • -de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Haga.

Zij krijgt nr. 684 (29754).

De heer Van Haga (Groep Van Haga):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Haga, voor uw inbreng namens de Groep Van Haga. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Michon-Derkzen van de VVD.

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Voorzitter. Ik begin direct met mijn motie, want die zegt het helemaal.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er een groep veroordeelde terroristen wier Nederlanderschap is afgenomen, uit Nederland moet vertrekken maar nog steeds vrij rondloopt;

van mening dat we alles op alles moeten zetten om te zorgen dat deze groep terroristen uit Nederland vertrekt;

van mening dat we alles op alles moeten zetten om toezicht te houden op deze groep zolang het vertrek nog niet is gerealiseerd;

constaterende dat de G4 eerder een brandbrief hebben gestuurd aan de minister omdat gemeenten veel knelpunten in de uitvoering ervaren bij de aanpak van deze terroristen en onvoldoende zicht hebben op deze groep;

constaterende dat op dit moment slechts een pilot in voorbereiding is om tot een multidisciplinair casusoverleg voor deze specifieke doelgroep te komen;

overwegende dat er bij de aanpak van criminele overlastgevende asielzoekers een Coördinator Nationale Aanpak Overlast en vier ketenmariniers zijn aangesteld om soortgelijke complexe uitvoeringsproblemen op te lossen;

verzoekt de regering om voor het kerstreces van 2023 in overleg met de VNG en de G4 te bezien of het aanstellen van een coördinator of ketenmariniers effectief is bij de aanpak van terroristen zonder rechtmatig verblijf,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Michon-Derkzen.

Zij krijgt nr. 685 (29754).

Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Michon-Derkzen, voor uw inbreng namens de VVD. Dan zijn we nu alweer aanbeland bij de laatste spreker van de zijde van de Kamer, te weten mevrouw Piri namens de PvdA.

Mevrouw Piri (PvdA):

Voorzitter. In aanvulling op eerdere stappen de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat talloze jezidi's slachtoffer zijn van oorlogsmisdaden en ernstige mensenrechtenschendingen door IS en aanverwante terreurorganisaties;

constaterende dat de Tweede Kamer de misdaden door IS tegen de jezidi's als genocide heeft erkend;

overwegende dat de voortdurende instabiliteit in Sinjar de terugkeer van de jezidi-gemeenschap bemoeilijkt en dat veel jezidi-vrouwen en -kinderen al jarenlang onder barre omstandigheden in o.a. vluchtelingenkampen in Noord-lrak zitten;

verzoekt het kabinet om een actieplan op te stellen voor hulp aan de jezidi-gemeenschap in Noord-lrak, bestaande uit concrete verbetering van levensomstandigheden, betere huisvesting in de kampen, scholing, traumatherapie voor de slachtoffers van seksueel geweld, en het mogelijk maken van het afleggen van getuigenissen die kunnen bijdragen aan de succesvolle veroordeling van IS-terreurmisdadigers,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Piri, Michon-Derkzen, Kuik en Van der Werf.

Zij krijgt nr. 686 (29754).

Dank u wel, mevrouw Piri, voor uw inbreng namens de PvdA. Hiermee zijn wij aan het einde gekomen van deze termijn van de zijde van de Kamer. Ik kijk even naar de minister: heeft zij aan vijf minuten schorsing voldoende? Dat is het geval. Ik schors voor vijf minuten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Aan de orde is het tweeminutendebat Terrorisme/extremisme, naar aanleiding van een commissiedebat gehouden op 7 juni. Ik heet iedereen weer van harte welkom. Ik geef de minister het woord voor de appreciatie van de moties. De minister.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:

Dank u wel, voorzitter. Volgens mij had ik één vraag van mevrouw Van der Werf over het aansprakelijk stellen van socialmediabedrijven op het moment dat dit nodig is, bijvoorbeeld als het gaat over schadelijke algoritmen. We kunnen dit meenemen in de brief over de contouren van de onlineaanpak, die na de zomer naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. Het antwoord is ja.

De motie op stuk nr. 682, van mevrouw Van der Werf, ontraad ik. In de motie wordt gezegd dat bij het uitzetten van veroordeelde jihadisten naar IS-gebied de nationale veiligheid nooit wordt meegewogen. Dat is niet aan de orde. De motie stelt dat de nationale veiligheid niet wordt meegewogen in besluiten rondom de intrekking. Dat is niet correct. Die weging kan altijd plaatsvinden. Daarbij vind ik niet dat je per motie die concrete criteria voor weging moet gaan invullen. Het is altijd maatwerk. De nationale veiligheid is natuurlijk erg breed te interpreteren. Dat doen onze diensten en degenen die dat wegen. Deze motie ontraad ik helaas.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 682: ontraden. Mevrouw Van der Werf heeft daar een vraag over.

Mevrouw Van der Werf (D66):

Je kan er van mening over verschillen of je dat maatwerk in een motie zou moeten opnemen, maar over dat eerste heb ik wel een vraag. De minister zegt dat de veiligheid wel wordt meegewogen, maar dat is het tegenovergestelde van wat zij in het commissiedebat zei. Daarin zei zij: "Bij een besluit tot het intrekken van het Nederlanderschap spelen de situatie en het dreigingsbeeld in het land van de overgebleven nationaliteit geen rol. Dat zit niet in ons kader." Mijn vraag is dan: wordt dat nou wel of niet meegewogen?

Minister Yeşilgöz-Zegerius:

Wat de weging is, gaat wel over betrokkene en of betrokkene een gevaar of een potentieel gevaar vormt. Intrekking van het Nederlanderschap vindt in beginsel plaats op basis van de criteria in artikel 14.2 van de Rijkswet op het Nederlanderschap. In de procedure bij de intrekking en de uitzetting als gevolg daarvan worden alle bijbehorende relevante omstandigheden meegewogen, dus ook de nationale veiligheid. Als het relevant is hoe betrokkene opereert, wat hij doet en wat hij van plan is voor onze nationale veiligheid, dan wel. Maar de vraag en het debat gingen erover of dat vast onderdeel ervan is. Dat is dus niet zo. Ik vind ook niet dat dit het moet worden.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Van der Werf.

Mevrouw Van der Werf (D66):

Er zijn twee momenten. Het eerste is dat je besluit om het Nederlanderschap al dan niet in te trekken en het tweede is dat je vervolgens kijkt wat er daarna gebeurt. Het punt van mijn motie is dat vervolgens iemand wordt uitgezet naar een land waarvan we op voorhand al de inschatting kunnen maken dat het er voor Nederland niet veiliger op wordt. Dat de vraag niet in alle gevallen wordt gesteld of iemand dan een groter gevaar kan vormen voor Nederland, vind ik toch opmerkelijk.

De voorzitter:

Ik kijk nog even naar de minister of het oordeel over de motie op stuk nr. 682 "ontraden" blijft.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:

Ja, dat blijft ontraden. De situatie daar is natuurlijk ook een hele andere dan de nationale veiligheid hier. Ik denk dat mevrouw Van der Werf en ik daar wel hetzelfde naar kijken als het gaat om uiteindelijk de nationale veiligheid van Nederland en de veiligheid van Nederlanders. Die staan bij mij op nummer één. In die afweging moet alles afgewogen kunnen worden, maar de nationale veiligheid van Nederland is daarbij leidend.

De voorzitter:

Dan noteren we "ontraden" bij de motie op stuk nr. 682.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:

De motie op stuk nr. 683, van de heer Van Haga, krijgt oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 683: oordeel Kamer.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:

Daarbij geef ik richting de heer Van Haga mee dat het vanuit de staatssecretaris Eric van der Burg en vanuit mijzelf standaard de afspraak is dat wij allebei dit soort elementen voortdurend monitoren. Op het moment dat we verbetermogelijkheden zien, communiceren we die én voeren we die in de keten door. Ik heb nu even niet paraat wat het ritme van de staatssecretaris is om daarover te rapporteren, maar in het najaar zal er zeker weer een update op komen. Als we de informatie hier al over hebben, zullen we die daarbij betrekken. Anders komt die in een volgende update. Je moet altijd goed kunnen inzoomen in de hele keten op wat er gebeurd is. Maar met die lezing, of een extra toelichting eigenlijk, krijgt de motie oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 683: oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr. 684.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:

De motie op stuk nr. 684 ontraad ik. Ik begrijp wel waarom de heer Van Haga dit voorstelt. Dat vind ik zelf niet gek. Maar we zien nu al, ook vanuit casuïstiek vanuit het verleden, dat het niet altijd zo is dat je dit soort zaken voorkomt door de Vreemdelingenpolitie een grotere rol te geven. Je moet zorgen dat in de hele keten geborgd is dat op de juiste momenten signalen eruit worden gehaald. Wij moeten steeds vooruit op dat gebied en leren, want de modus operandi van mensen verandert ook. Wij moeten daar ook flexibel in zijn, maar dit is niet per se de oplossing. Waar het de oplossing kan zijn, zal ik niet nalaten om er met de politie over te praten, maar het is te stellig. Ik zou 'm dus willen ontraden.

De voorzitter:

Bij de motie op stuk nr. 684 noteren we ontraden.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:

De motie op stuk nr. 685 krijgt oordeel Kamer. Coördinatie vindt plaats onder leiding van de NCTV. We kunnen bekijken — dat vraagt de motie ook — of dit van toegevoegde waarde kan zijn. Dat doen we graag.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 685 krijgt oordeel Kamer. Voor de mensen die zich afvragen waarom ik het steeds herhaal, dat is zodat de mensen achter de schermen heel makkelijk de stemmingslijst kunnen maken, omdat deze avond nog moet worden gestemd. Vandaar.

Minister Yeşilgöz-Zegerius:

Vannacht! De motie op stuk nr. 686 kan ik oordeel Kamer geven als ik vervolgens met de collega voor BHOS kan bespreken hoe we de jezidi's nog beter kunnen helpen. Mevrouw Piri en ik ontmoeten elkaar niet heel vaak in debatten, maar ik denk dat zij ook weet dat het leed dat de jezidi-gemeenschap is aangedaan, niet alleen onbeschrijflijk is maar mij ook heel erg raakt. Ik ben bijvoorbeeld ook in Irak geweest. Ik heb ook met mensen gesproken. Dit is absoluut iets waar ik prioriteit aan geef. Vanuit die betrokkenheid zou ik de motie graag oordeel Kamer willen geven, maar de motie sec vraagt dingen waar ik niet zelf over ga. Met die lezing geef ik 'm graag oordeel Kamer.

De voorzitter:

Ik zie mevrouw Piri knikken. Dan noteren we bij de motie op stuk nr. 686 oordeel Kamer. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van het tweeminutendebat Terrorisme en extremisme. Ik dank iedereen voor zijn of haar aanwezigheid.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik schors de vergadering tot 17.50 uur. We gaan proberen om vijf minuten eerder te beginnen met het volgende debat. Ik zie de heer Sneller teleurgesteld kijken, want hij zat al klaar. Helaas, we moeten wel zorgen dat iedereen aanwezig kan zijn.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Naar boven