Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 86, item 4

4 Vragenuur: Vragen Groothuizen

Vragen van het lid Groothuizen aan de minister van Justitie en Veiligheid over de flinke stijging van het aantal lek- en corruptiezaken.

De voorzitter:

Dan geef ik nu het woord aan de heer Groothuizen namens D66 voor zijn vraag aan de minister van Justitie en Veiligheid over de flinke stijging van het aantal lek- en corruptiezaken.

De heer Groothuizen (D66):

Voorzitter. Corruptie heeft een verwoestende invloed op een samenleving. Die tast namelijk de essentie van een rechtsstaat aan: het vertrouwen van mensen in de integriteit van de overheid. Nederland heeft doorgaans een goede reputatie. We staan bekend als een land met weinig corruptie. Op de welbekende ranglijsten scoren we dan ook goed. Toch duiken er steeds vaker berichten op dat we ook in Nederland niet immuun zijn voor corruptie; van bestuurders en ambtenaren die voordeeltjes uitdelen tot politie- en douanepersoneel dat informatie lekt of ronduit samenwerkt met criminelen.

Uit het jaarbericht van het Openbaar Ministerie blijkt dat de Rijksrecherche vorig jaar 33 incidenten van ambtelijke corruptie en 32 schendingen van de geheimhoudingsplicht heeft onderzocht. In 2017 was dat nog een derde minder. D66 vindt dat een zorgelijke ontwikkeling. Ik heb daarom een aantal vragen aan de minister van Justitie.

Als eerste: hoe verklaart de minister deze toename? Is er, wat hem betreft, sprake van toeval of is hier sprake van een negatieve trend? En wat doet de minister van Justitie om corruptie tegen te gaan, zowel in preventieve als repressieve zin? Functioneert het actieve integriteitsbeleid dat het Openbaar Ministerie en de politie voeren eigenlijk wel goed als we kijken naar deze cijfers? Mijn vervolgvraag luidt: voldoet Nederland aan de internationale afspraken en standaarden als het gaat om corruptiebestrijding en, zo nee, wat gaat de minister daaraan doen? En, voorzitter, tot slot in dit eerste blokje: wat is er eigenlijk gebeurd met de zaken die in het jaarbericht worden genoemd? Is de minister bereid de Kamer voortaan een open brief te sturen met de afwikkeling van die onderzoeken? Ik vraag dit in het kader van de maximale transparantie die we bij het departement van Justitie met z'n allen toch nastreven.

Dank u wel.

De voorzitter:

Het woord is aan de minister.

Minister Grapperhaus:

Voorzitter. Ik had u al gefeliciteerd, dus dat laat ik dit keer achterwege.

Voorzitter. Laat ik meteen maar even met de deur in huis vallen: het toegenomen aantal strafrechtelijke onderzoeken is vooral een teken dat politie en OM erbovenop zitten en dat corruptie en lekken zichtbaarder worden aangepakt. Hoe verklaar ik dat? Uit een recent onderzoek van het WODC is gebleken dat er geen aanwijzingen zijn dat het aantal integriteitsschendingen de afgelopen jaren significant is toegenomen. Wel blijkt dat het kaliber, de grootte van de integriteitsschendingen, zwaarder is geworden.

Het tegengaan van corruptie is een belangrijk aspect bij het terugdringen van ondermijnende criminaliteit. Zoals u weet, is dat ongeveer mijn middle name aan het worden; daar zetten we dus ook echt op in. Ik kan in antwoord op uw vraag zeggen dat er inderdaad sprake is van een actief instrumentarium. Ik noem even een paar dingen waar dus ook extra geld voor wordt ingezet. Er is onder andere een analysetool die heel goed bruikbaar is om uit bepaalde situaties te kunnen filteren dat er mogelijk sprake is van corruptie. Er is ook extra ingezet op integriteit bij werving, selectie en screening van nieuwe medewerkers. En er is ten slotte ook een intensiveringsbudget voor de ontwikkelingen bij de Rijksrecherche.

Voorzitter. Wij voldoen aan de internationale verplichtingen. Nederland heeft zich verbonden aan drie internationale verdragen, die van de Verenigde Naties, OESO en GRECO. GRECO heeft in 2018 de aanpak in Nederland geëvalueerd, en daar kwam Nederland goed uit. Daarover heb ik u op 22 februari jongstleden een brief gestuurd. De VN en de OESO zullen nog dit jaar, in 2019, evaluaties uitvoeren. Desgewenst — dat kan in het tweede blokje aan de orde komen — kan ik uw Kamer daarover informeren.

Ten slotte, voorzitter, het verzoek om een bericht over de afwikkeling van corruptieonderzoeken. Dat kan niet op individueel niveau, want het is heel ongebruikelijk dat ik u als minister ga vertellen wat er uit zaken komt. Ik ben wel bereid u geregeld te informeren over aard en omvang van de corruptie. Zoals ik al heb gezegd, zal ik dat dit jaar in ieder geval doen naar aanleiding van de evaluaties die er nog van de VN en de OESO komen.

De heer Groothuizen (D66):

Voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording van de vragen. Hij geeft een soort geruststellend antwoord. Hij zegt eigenlijk: het komt omdat politie en Openbaar Ministerie beter zijn gaan kijken. Nou, dat zou mooi nieuws zijn, maar kan hij dan ook aangeven hoe hij die toch vrij forse toename dan uitsplitst? Welk deel komt dan doordat we beter zijn gaan kijken? Nog veel belangrijker: wat zegt het feit dat we beter zijn gaan kijken en dan meer incidenten zien over de screening vooraf? Want dat lijkt er dan toch op te duiden dat mensen er vooraf in de screening, bijvoorbeeld bij het opvragen van een vog, als het ware doorheen piepen, die we dan achteraf moeten opsporen.

Voorzitter. Dan over de Rijksrecherche, waarover ik eerder vragen heb gesteld samen met mevrouw Den Boer. Daaruit bleek dat er 127 fte zijn en dat de Rijksrecherche tamelijk oud is qua leeftijdsopbouw. Zijn die 127 fte eigenlijk wel voldoende om al die extra zaken op te pakken? Wat doet de minister er nu aan om ervoor te zorgen dat de Rijksrecherche ook in de toekomst kan blijven functioneren? Het lijkt erop dat heel veel mensen op korte termijn uit gaan stromen.

Tot slot in dit blokje de volgende vraag. Het kabinet trekt extra geld uit, mede op verzoek van CDA en D66, voor het Openbaar Ministerie. Zitten daar ook extra middelen in voor de Rijksrecherche?

Minister Grapperhaus:

Voorzitter. Ik vind het heel lastig om het WODC-onderzoek hier technisch voor u uit te splitsen. Zoals gezegd is dat het onderzoek waaruit ik mijn stellingen van zojuist haal. We zetten erop in om het screenen beter en scherper te doen. Er is geen sprake van een significante toename, maar we doen dit gewoon omdat we in de moderne tijd middelen hebben om de screening nog scherper te maken. De vraag over de intensivering van de Rijksrecherche kan ik bevestigend beantwoorden. Of en in hoeverre de extra gelden voor het Openbaar Ministerie daar ook voor worden ingezet, vind ik een beslissing die primair aan het Openbaar Ministerie is. Maar gezien mijn contacten met het Openbaar Ministerie ga ik ervan uit dat men zeker ook naar dit onderwerp zal kijken.

Ten slotte nog heel snel iets over de doorlooptijd. Er is geen inschatting te maken van de gemiddelde doorlooptijd. Elke zaak is uniek en heeft zijn eigen dynamiek en complexiteit, dus daar kunnen we geen algemene regels op plakken.

De heer Groothuizen (D66):

Dank voor de antwoorden van de minister. Ik zal deze kwestie blijven volgen, want volgens mij is het vertrouwen van de bevolking in een integere overheid cruciaal voor een rechtsstaat. Ik dring er toch nog een keer bij de minister op aan om dat overzicht van hoe het met die zaken afloopt, wel aan de Kamer te sturen. Dat hoeft uiteraard niet zozeer op individueel niveau, maar volgens mij is het voor de Kamer gewoon interessant om te weten hoe het verder gaat nadat de Rijksrecherche een zaak heeft opgepakt. Wat doet het Openbaar Ministerie ermee? Hoe gaan rechtbanken ermee om? Dan weten we ook of er in het vervolg nog vragen zijn.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Mevrouw Den Boer namens D66.

Mevrouw Den Boer (D66):

D66 heeft eerder vragen gesteld over het vraagstuk van integriteit bij de politie. De politie zelf heeft dit een topprioriteit gemaakt en voert ook een heel actief integriteitsbeleid. Dat werd net ook aangestipt door mijn collega Groothuizen. Uit het jaarbericht van de Rijksrecherche blijkt nog geen verbetering en dat is wel heel erg zorgelijk. Wat zegt dat nou over de cultuur bij de politie en de mogelijkheid om de cultuur bij de politie te veranderen, zo vraag ik de minister.

Minister Grapperhaus:

Voorzitter. Het begrip "verbetering" vind ik hier heel lastig. In het begin heb ik aangegeven dat bijvoorbeeld het feit dat er nu meer zaken zijn, juist komt door die verstevigde aanpak. Als je harder op het kleed gaat kloppen, komt er meer stof uit, zo leert in ieder geval de huishoudkunde. Ik ben het met de heer Groothuizen eens dat we het heel kritisch moeten blijven volgen, juist ook omdat we inzetten op verbetering van een aantal zaken, zoals de screeningsinstrumenten. Ik hoop spoedig bij uw Kamer terug te komen op wat de evaluaties van VN en OESO opleveren, want ik denk dat we dan meer houvast hebben. Nogmaals, ik heb er toch echt wel vertrouwen in dat men het intensief oppakt.

De voorzitter:

Mevrouw Den Boer, tot slot.

Mevrouw Den Boer (D66):

In het vervolg daarvan vraag ik of de minister ons jaarlijks kan informeren over de resultaten van het integriteitsbeleid bij de politie. Zo kan de minister ook zelf laten zien dat hij het zeer, zeer serieus neemt.

Minister Grapperhaus:

Voorzitter. Volgens mij gebeurt dat al, zelfs halfjaarlijks. Dat is niet op individueel zaakniveau. Daar heb ik net al wat over gezegd. Ik zeg toe dat ik het in ieder geval nog eens zal nagaan. Voor zover mijn inschatting dat dit eigenlijk al jaren gebeurt niet honderd procent correct is, zullen we die zeker bijstellen.

De voorzitter:

De heer Van Nispen namens de SP.

De heer Van Nispen (SP):

Voorzitter. Het valt mij op dat de minister vindt dat hij op de goede weg is. De toename van het aantal corruptiezaken komt vooral omdat wij allemaal beter zijn gaan kijken en men dus eerder tegen de lamp loopt. Als het gaat om de oorzaak van die corruptie, de georganiseerde criminaliteit, vindt de minister ook dat er voldoende wetten zijn en dat daar heel veel geld voor wordt uitgetrokken. Maar wat betreft de oorzaak van die corruptiezaken: die enorme georganiseerde criminaliteit heeft natuurlijk zo kunnen escaleren, omdat alle misdaad draait om geld. De SP zegt al heel lang dat de strijd tegen de misdaad ook veel meer om geld moet draaien. Wanneer komt de minister met zijn aanpak, zodanig dat wij eindelijk een substantieel deel van die naar schatting 18 miljard euro misdaadgeld per jaar weten af te pakken, terwijl dat nu maar een schijntje is, enkele honderden miljoenen? Wanneer komt de minister met een echt stevige aanpak als het gaat om het misdaadgeld in de Nederlandse samenleving?

De voorzitter:

De minister.

Minister Grapperhaus:

Voorzitter. Ik heb al eerder in uw Kamer aangekondigd dat collega Hoekstra en ik met een brief over het tegengaan van witwassen zullen komen. In dat kader zal ook verder worden geschreven. Er zal hopelijk daarna ook snel met de Kamer worden gedebatteerd over de zogenaamde afpakstrategie.

De voorzitter:

Dank u wel.