Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 86, item 23

23 Stand van zaken ziekenhuisfaillissementen

Aan de orde is het VAO Stand van zaken ziekenhuisfaillissementen (AO d.d. 25/04).

De voorzitter:

Aan de orde is het VAO Stand van zaken ziekenhuisfaillissementen. Hartelijk welkom aan de minister. Ik geef bij dezen het woord aan de heer Van Gerven namens de SP.

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Ik heb een tweetal moties, waarvan de eerste gaat over het ziekenhuis in Bergen op Zoom. De minister heeft op tamelijk willekeurige wijze het ziekenhuis in Boxmeer overeind gehouden, waarvoor overigens hulde. Dan moet het ziekenhuis in Bergen op Zoom toch ook mogelijk zijn.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het bestuur van Bravis ervoor heeft gekozen om te komen tot een nieuwe locatie voor een groot Bravisziekenhuis in Roosendaal, wat betekent dat het ziekenhuis in Bergen op Zoom wordt afgebouwd;

constaterende dat de bouw van het nieuwe ziekenhuis ruim 250 miljoen euro gaat kosten en dat de inwoners van Bergen op Zoom geen inspraak hebben gehad op het besluit tot sluiting van het ziekenhuis;

van mening dat de sluiting van het ziekenhuis in Bergen op Zoom onnodig is, onder andere omdat de huidige ziekenhuizen in Roosendaal en Bergen op Zoom momenteel een gebied bedienen met 270.000 inwoners, een aantal dat ruim voldoende is om twee volwaardige ziekenhuizen te laten functioneren;

verzoekt de regering ervoor te zorgen dat in Bergen op Zoom een volwaardig ziekenhuis openblijft,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 219 (31016).

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Faillissementen van ziekenhuizen in Nederland behoren wat de SP betreft tot het verleden. Ze zijn niet acceptabel en vandaar de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er recent verschillende faillissementen van ziekenhuizen hebben plaatsgevonden waarbij de Kamer voor een voldongen feit met betrekking tot de sluiting van die ziekenhuizen werd gesteld;

van mening dat de Kamer goed en tijdig geïnformeerd moet worden over belangrijke ontwikkelingen in de ziekenhuiszorg en van mening dat de Kamer inspraak moet hebben als het gaat om die belangrijke ontwikkelingen;

verzoekt de regering om indien faillissement van een ziekenhuis dreigt, dit per ommegaande aan de Kamer te melden en hierover op de kortst mogelijke termijn met de Kamer in gesprek te gaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 220 (31016).

De heer Van Gerven (SP):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dan is nu het woord aan mevrouw Ploumen namens de PvdA.

Mevrouw Ploumen (PvdA):

Voorzitter, dank u wel. Ik heb een motie en een vraag. Ik begin met de motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat negen van de veertien ziekenhuizen die een onvoldoende scoorden in de BDO-benchmark al eerder als onvoldoende werden beschouwd;

overwegende dat de NZa geen aanleiding zag om aan te nemen dat op korte termijn een van de veertien ziekenhuizen failliet zou gaan maar dat dat toch gebeurd is;

verzoekt de regering de Kamer een overzicht te zenden waarin van ieder van de veertien onvoldoende scorende ziekenhuizen wordt aangegeven welke risico's er nu zijn, welke extra maatregelen genomen zijn om die risico's weg te nemen en hoe ervoor wordt gezorgd dat niet opnieuw een ziekenhuis failliet dreigt te gaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ploumen en Geleijnse. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 221 (31016).

Mevrouw Ploumen (PvdA):

Voorzitter. Ik krijg een aanhoudende stroom bezorgde berichten uit Flevoland. Ik neem aan dat voor veel van onze collega's hetzelfde geldt. Mensen maken zich zorgen of St Jansdal wel voldoende robuust is om de komende jaren de zorg te blijven garanderen. De 45 minutennorm wordt niet gehaald. Is het langetermijnperspectief op een volwaardige zorg voor alle mensen uit die regio nu gegarandeerd? Ik zou heel graag een reflectie van de minister daarop willen en liever nog maatregelen als dat nodig mocht zijn, maar eerst maar eens even de vraag naar de reflectie.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van den Berg namens het CDA.

Mevrouw Van den Berg (CDA):

Voorzitter. Zorg in de regio, in Lelystad, maar ook in Drenthe en West-Brabant, overal hebben mensen zorgen over de bereikbaarheid. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat voor patiënten en cliënten bereikbaarheid van zorg van groot belang is;

overwegende dat in de regio's (zowel in krimpgebieden als in de Randstad) grote zorg is bij inwoners omdat de bereikbaarheid van (ziekenhuis)zorg onder druk staat;

overwegende dat aangepaste dan wel nieuwe vormen van samenwerking nodig zijn;

overwegende dat e-health, digitalisering, innovaties zoals video-bellen, apps et cetera van positieve invloed zijn op de organisatie van de zorg;

overwegende dat sociale innovaties inclusief nieuwere beroepen zoals physician assistant eveneens van invloed zijn op de organisatie van de zorg;

roept de Tweede Kamer op de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (brief)advies te vragen met als doel om de (ziekenhuis)zorg in de regio beschikbaar, betaalbaar en bereikbaar te houden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Slootweg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 222 (31016).

Mevrouw Agema (PVV):

Mevrouw Van den Berg verwacht waarschijnlijk dat wij die motie allemaal weer gaan steunen, maar mijn vraag aan haar is of zij het kabinetsbeleid van haar coalitie nog steeds steunt om de volumegroeibeperking in 2022 voor de ziekenhuizen op 0% te zetten. Daardoor vallen de streekziekenhuizen simpelweg om.

Mevrouw Van den Berg (CDA):

Wij steunen het hoofdlijnenakkoord van deze minister inderdaad nog steeds. Wij hebben een andere mening dan mevrouw Agema als het gaat om de gevolgen daarvan. De regioziekenhuizen moeten wat ons betreft juist in beeld blijven. De discussie moet erover gaan dat in de topklinische ziekenhuizen veel meer aan specialisatie moet worden gedaan.

De voorzitter:

Mevrouw Agema, heel kort, want we hebben al een debat gehad.

Mevrouw Agema (PVV):

Een andere mening? Ik heb werkelijk waar nog nooit zo'n vreemde repliek gehoord. Ik had ook geen andere mening toen ik zei dat het stoppen van de financiering van verzorgingshuizen zou leiden tot het sluiten van die verzorgingshuizen. Dat is ook waarheid gebleken. Iedereen weet ook dat het een waarheid als een koe is dat, als je de volumegroeibeperking van de ziekenhuizen op 0,0% in 2022 zet, de streekziekenhuizen dat niet kunnen bolwerken. Dat is geen andere mening hebben.

De voorzitter:

Mevrouw Agema. We gaan het debat nu overdoen.

Mevrouw Agema (PVV):

Mijn vraag aan mevrouw Van den Berg is of zij de komende tijd dit soort onzinmoties blijft indienen, of dat zij haar steun intrekt voor het laten omvallen van de ziekenhuizen.

Mevrouw Van den Berg (CDA):

Macro gezien moeten de ziekenhuizen inderdaad op 0% uitkomen. De verdeling daarvan tussen de ziekenhuizen is een heel andere discussie. Daarover heb ik zojuist betoogd dat wij vinden dat de topklinische ziekenhuizen keuzen moeten maken. Juist de regioziekenhuizen moeten in beeld blijven.

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Een warm pleidooi van het CDA, als ik het goed begrijp, voor regionale ziekenhuizen, het behoud van kleinere ziekenhuizen. Heel concreet: het ziekenhuis in Bergen op Zoom. Moet dat volwaardig overeind blijven?

Mevrouw Van den Berg (CDA):

Daar hebben wij ook vragen over gesteld. Wij hebben juist veel zorgen over de bereikbaarheid qua tijd voor de mensen die helemaal aan de westelijke kant van Tholen zitten. Wij maken ons zorgen of die wel op tijd in een ziekenhuis kunnen komen. Dan gaat het dus om de locatiekeus. Ik ben het met de heer Van Gerven eens dat mensen aan de oostkant van Roosendaal, met meer ziekenhuizen in de regio Breda, veel meer mogelijkheden hebben, terwijl die beschikbaarheid aan de westkant veel minder is. Daar hebben wij vragen over gesteld, ook over hoe het proces van overleg is geweest met de regionale bestuurders.

De heer Van Gerven (SP):

De bevolking daar wil geen vragen, maar een antwoord en een standpunt, ook van het CDA. Ik herhaal mijn vraag aan het CDA. Steunt het CDA de motie van de SP waarin klip-en-klaar wordt uitgesproken dat er een volwaardig ziekenhuis moet zijn in Bergen op Zoom, inclusief spoedeisende hulp en dergelijke, waar zeven keer 24 uur het licht brandt, waar mensen gewoon naartoe kunnen, en dat dit wordt gegarandeerd? Staat het CDA daarachter en is het CDA bereid die motie van de SP te steunen?

Mevrouw Van den Berg (CDA):

Ik vind het heel belangrijk wat de mensen daar in de regio willen en daar zijn regionaal ook heel veel vragen over gesteld. Men heeft er geen probleem mee dat ziekenhuizen te zeggen: ik wil dingen anders organiseren of ik wil een keer naar een nieuw ziekenhuis toe, want beide ziekenhuizen zijn toe aan renovatie en aan vernieuwing. Het gaat erom dat dit gebeurt op een manier die waarborgt dat alle burgers in Nederland op tijd bij een ziekenhuis kunnen komen. En nogmaals, daar hebben wij vragen over gesteld omdat wij grote zorgen hebben of dat bij deze nieuwe locatie wel het geval is.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan ... O, mevrouw Van den Berg wil nog iets zeggen. Nee, meneer Van Gerven, ik zie u bij de interruptiemicrofoon staan, maar u heeft twee keer geïnterrumpeerd op een motie van mevrouw Van den Berg. We hebben daar voldoende aandacht aan besteed. Ik geef u niet nog een keer het woord. U heeft twee keer een interruptie gepleegd op de motie van mevrouw Van den Berg. Dus ik geef het woord weer aan mevrouw Van den Berg.

Mevrouw Van den Berg (CDA):

Voorzitter, ik zou mij alleen willen aansluiten bij het betoog van mevrouw Ploumen aangaande de zorgen die wij hebben over Lelystad en over St Jansdal. In welk tempo wordt zorg in die regio georganiseerd zodat mensen daar weer meer stabiliteit krijgen en meer zicht op welke zorg beschikbaar is?

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Agema.

Mevrouw Agema (PVV):

Voorzitter. Mevrouw Van den Berg gaf zojuist aan: als de mensen in de regio een ziekenhuis open willen, ja, dan moet het open! Nou, dan heb ik een hele mooie motie voor mevrouw Van den Berg en ik verwacht haar steun daarvoor. De motie gaat als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de bereikbaarheid van acute zorg voor het eiland Voorne-Putten in gevaar komt doordat de nu al kwetsbare infrastructuur de komende tijd ook nog eens te maken krijgt met een forse wegafsluiting van de A15, onderhoud aan de bruggen die het eiland ontsluiten en overige wegwerkzaamheden;

overwegende dat een groot deel van de bewoners en werknemers van Voorne-Putten de wens koestert om het Spijkenisse Medisch Centrum op te waarderen tot een volwaardig ziekenhuis;

verzoekt de regering in ieder geval voor de periode van de omvangrijke wegwerkzaamheden in de stadsregio Rotterdam aan het Spijkenisse Medisch Centrum de middelen beschikbaar te stellen voor een spoedeisendehulppost, afdeling acute verloskunde en weekendverblijf,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Agema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 223 (31016).

Mevrouw Agema (PVV):

Zoals ik al zei: ik reken op de steun van mevrouw Van den Berg, want dat is wat de mensen willen in de regio en op Voorne-Putten.

Voorzitter. Mijn tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat tot het sluiten van het Bronovoziekenhuis te snel is besloten, patiënten en omwonenden onvoldoende zijn gehoord en niet alle mogelijkheden voor een overname of een doorstart voldoende zijn onderzocht;

verzoekt de regering een overbruggingskrediet te regelen voor het Bronovoziekenhuis en ervoor te zorgen dat er geen afdelingen sluiten zolang er zicht is op een doorstart,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Agema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 224 (31016).

Voor de rest hebben zich geen sprekers aangemeld. Ik kijk even naar de minister. Hij verzoekt om een schorsing.

De vergadering wordt van 16.33 uur tot 16.43 uur geschorst.

De voorzitter:

Het woord is aan de minister voor zijn beantwoording.

Minister Bruins:

Voorzitter, dank u wel. In de eerste motie op stuk nr. 219 van de heer Van Gerven van de SP is het verzoek neergelegd dat de regering ervoor moet zorgen dat in Bergen op Zoom een volwaardig ziekenhuis openblijft. Ik ontraad die motie. Het gaat hier over een verantwoordelijkheid die berust bij de raad van bestuur en de verzekeraar van het ziekenhuis.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 219 wordt ontraden.

De heer Van Gerven (SP):

Ik heb een vraag aan de minister. Zou de minister mij kunnen uitleggen waarom hij het ziekenhuis Pantein in Boxmeer redt, maar het ziekenhuis in Bergen op Zoom kapot laat gaan?

Minister Bruins:

Over het Maasziekenhuis hebben we een brief gestuurd naar de Kamer met daarin een aantal redenen die maken dat daar sprake was van een unieke situatie. Ik ben blij — en ik hoor ook dat u blij bent — dat het Maasziekenhuis gered is. Ik voer nog gesprekken met het bestuur van Bravis. Dat heb ik eerder dit jaar ook gedaan. In de concept-AMvB staat dat omwonenden betrokken moeten worden bij de afwegingen zoals die ook in andere plaatsen in Nederland zijn gemaakt. Het gaat dus niet alleen om het informeren van burgers. Zij moeten er daadwerkelijk bij betrokken worden. Dat is de kern van mijn gesprek geweest met de raad van bestuur van Bravis. Dat gesprek zal ik hernemen in de maand juni.

De heer Van Gerven (SP):

Ik constateer dat de minister een volstrekt willekeurig beleid voert. Er is geen enkel argument om te zeggen dat het ziekenhuis in Bergen op Zoom kan verdwijnen en het ziekenhuis in Boxmeer kan blijven. Er is één verschil: het ene ziekenhuis is gefuseerd en het andere niet. Door die fusie verdwijnt het ziekenhuis in Bergen op Zoom, maar daar koopt de bevolking daar niks voor. De minister verschuilt zich erachter dat hij het proces gaat bewaken, dat er overlegd wordt met de bevolking enzovoorts. Maar het staat toch al bij voorbaat vast wat de uitkomst is, namelijk dat het ziekenhuis in Bergen op Zoom verdwijnt? Vindt de minister niet dat het zijn verantwoordelijkheid is om de bevolking daar goed te bedienen en om een einde te maken aan de hopeloze schaalvergroting en verdwijning van ziekenhuizen, zoals de locatie Bravis in Bergen op Zoom?

Minister Bruins:

Juist op het punt dat de heer Van Gerven noemt, de procesbewaking, heb ik de raad van bestuur van Bravis eerder aangesproken. Mijn gesprek in juni zal juist daarover gaan. Heeft u — de raad van bestuur van Bravis, al dan niet in samenspraak met de verzekeraar — voldoende het gesprek gevoerd met omwonenden? Heeft u niet alleen de cliëntenraad, de or en de raad van commissarissen erbij betrokken, maar heeft u ook aan andere partijen uitgelegd wat de consequenties zijn van de nieuwbouw op een andere locatie? Ik blijf dus bij mijn oordeel om de motie op stuk nr. 219 te ontraden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 219 blijft ontraden.

Minister Bruins:

In zijn motie op stuk nr. 220 verzoekt de heer Van Gerven de regering om indien een faillissement van een ziekenhuis dreigt, dit per ommegaande aan de Kamer te melden en hierover op de kortst mogelijke termijn met de Kamer in gesprek te gaan. Ik ontraad deze motie. In het geval van een dreigend faillissement moeten partijen juist in alle rust — dat is een beetje een gek woord — kunnen werken aan een oplossing. Zo niet, dan loop je het risico dat je een faillissement juist versnelt. Dat argument heeft ook geklonken bij het Slotervaartziekenhuis en het ziekenhuis in Lelystad. Er werd toen een selffulfilling prophecy benadrukt vanuit de verzekeraar, namelijk dat als je de discussie in de openbaarheid voert, dat een faillissement zou kunnen bespoedigen. Dat is natuurlijk niet wat je wilt. Ik heb dus liever de werkwijze waarvoor we hebben gekozen bij het Maasziekenhuis. Op het moment dat er een afspraak is gemaakt met alle verschillende partijen, zoals bij het Maasziekenhuis het geval was, informeer ik de Kamer snelstens.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 220 wordt ontraden.

De heer Van Gerven (SP):

Dat kan toch niet waar zijn? Bij de IJsselmeerziekenhuizen heeft het ministerie zitten slapen en heeft het niet ingegrepen, om het maar even kort te zeggen. Dat heeft men ook erkend en betreurd. De minister heeft voorkomen dat het Boxmeerziekenhuis Pantein failliet ging. Is de minister bereid om, als hij in de toekomst een faillissement ziet aankomen, te voorkomen dat er nog één ziekenhuis in Nederland failliet gaat?

Minister Bruins:

Ik bestrijd dat wij hebben zitten slapen bij Lelystad. Ik heb in het eerdere debat in april benadrukt dat het van groot belang is dat een raad van bestuur met zorgen en problemen over de toekomst van het ziekenhuis zich meldt. Het Maasziekenhuis heeft dat gedaan. Daar heb ik positief op gereageerd, en dat was ook aanleiding om met allerlei verschillende partijen in vertrouwelijkheid om tafel te gaan zitten. Dit is echt peentjes zweten geweest voor al die betrokken partijen, want het zou kunnen zijn dat partijen, als je die informatie op tafel had gehad, terugtrekkende bewegingen zouden hebben gemaakt. Dat was voor de toekomst van het ziekenhuis mogelijk slecht geweest. Die route is gelukkig niet gevolgd. Daarom lijkt mij zo'n aanpak als bij het Maasziekenhuis — dat heb ik in het debat van april aangegeven — de goede manier van werken. Die zou ik graag voortzetten. Dat is dus een andere werkwijze dan neergelegd in de motie.

De voorzitter:

Dan kunt u doorgaan met de volgende motie.

Minister Bruins:

In de motie op stuk nr. 221 verzoeken mevrouw Ploumen en de heer Geleijnse een overzicht te zenden waarin in ieder geval van de veertien onvoldoende scorende ziekenhuizen wordt aangegeven welke risico's er nu zijn, welke extra maatregelen genomen zijn om die risico's weg te nemen en hoe ervoor wordt gezorgd dat niet opnieuw een ziekenhuis failliet dreigt te gaan. Eigenlijk op dezelfde gronden als die ik zonet heb genoemd in de richting van de heer Van Gerven, ontraad ik ook deze motie. Ik vind het van groot belang dat in die vertrouwelijkheid, zoals bij het Maasziekenhuis, kan worden gesproken over de vraag of we er met elkaar voor kunnen zorgen dat we de toekomst gaan organiseren en dat we niet door het openbaar maken van de informatie het risico lopen dat er juist versneld een faillissement aan de orde is.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 221 wordt ontraden.

Mevrouw Ploumen (PvdA):

Toch nog een vraag daarover. Mij en velen met mij baart het zorgen dat de inschatting van die risico's zo verschillend is, nog even los van de vraag waar die risico's toe leiden. De minister refereert aan het Maasziekenhuis, maar we hebben natuurlijk eerder met het Slotervaart en de IJsselmeerziekenhuizen gezien dat er juist níet werd ingegrepen en wij allemaal achteraf met lege handen stonden. Dus dat is ook de achtergrond van de motie. Misschien dat de minister daar nog iets over zou willen zeggen?

Minister Bruins:

Daar ben ik het erg mee eens. Het plompverloren faillissement van Slotervaart en Lelystad willen wij nooit meer meemaken. Dat heb ik eerder uitgesproken. Dat is vreselijk voor de patiënten, dat is vreselijk voor de medewerkers. Dus ik heb veel liever — en ik ben ook blij dat daar steun voor was in het debat in april — een aanpak à la Maasziekenhuis, waarbij een raad van bestuur, zo zeg ik in mijn woorden, doet waarvoor hij samen met zijn raad van commissarissen is aangesteld, namelijk zich melden en zeggen: hier hebben wij een groot probleem; ministerie, wilt u meedenken. Dat heeft zich gematerialiseerd in het op gang brengen van overleg in een aantal rondes, met allerlei verschillende partijen en ook in een financiële bijdrage. U weet dat. Dus: ja, het zou kunnen zijn dat er verschillende risico-inschattingen worden gemaakt. Maar ik denk wel dat raden van besturen van ziekenhuizen, samen met hun rvc's, meer op het puntje van hun stoel zitten dan voorheen, omdat we allemaal de ervaring van Slotervaart en Lelystad achter de kiezen hebben en niet meer in die richting willen.

Mevrouw Ploumen (PvdA):

Dan nog één vraag: ik voel mij, en dat is voor veel collega's niet anders, natuurlijk wel de vertegenwoordiger van die patiënten ...

Minister Bruins:

Zeker.

Mevrouw Ploumen (PvdA):

... en van de medewerkers. Ik geloof de minister als hij zegt dat men meer op het puntje van z'n stoel zit, maar voor ons als Kamer zijn deze openbare gegevens de enige gegevens waarover wij beschikken. Het is dus buitengewoon ongemakkelijk — dan druk ik mij diplomatiek uit — om er maar op te hopen dat de bestuurders op de puntjes van hun stoel zitten, terwijl er ook nog verschillende risico-inschattingen gegeven worden. Ik hoop dat de minister dat begrijpt, want ik wil mijn taak als vertegenwoordiger van al die mensen ook serieus kunnen nemen. En dat wordt zó wel ingewikkeld.

Minister Bruins:

Zeker. Dat punt begrijp ik heel goed. Ik grijp nu terug naar het lastige debat dat wij november vorig jaar hadden. Het idee was toen om te komen tot een earlywarningsysteem. Ik meen dat dat een idee van 50PLUS was. Ik zoek naar een werkwijze waarbij ik uw Kamer aan de ene kant wel kan informeren. Dat is dan een beetje aan de hand van hoe dat destijds ging in dat BDO-rapport. Aan de andere kant moet ik mijn werk zo kunnen doen dat ik ook kan doen wat u wilt, namelijk ervoor zorgen dat ziekenhuizen een toekomst blijven houden, of anders — als dat niet lukt — dat ik u kan verklaren dat ik er alles aan gedaan heb voordat er sprake was van een faillissement. Ik hoop dat ik dat earlywarningsysteem praktisch kan maken en dat ik dat zo aan uw Kamer kan aanbieden dat er geen sprake is van een selffulfilling prophecy, waarbij een faillissement wordt versneld doordat er in het openbaar wordt gesproken over financiële problemen. Dat willen wij niet. Aan de andere kant moeten we ervoor zorgen dat u het gesprek op het beste moment met mij kunt voeren. Dat kan soms na ommekomst van de gesprekken zijn die ik heb gevoerd met het ziekenhuis, maar ik moet dan wel verantwoording aan u kunnen afleggen en kunnen uitleggen waarom ik vind dat er een bijdrage in woord, in afspraken, of in geld vanuit VWS nodig is.

De voorzitter:

De minister gaat door met de appreciatie van de moties.

Minister Bruins:

Mevrouw Ploumen vroeg mij nog om een reflectie te geven op signalen die vanuit Lelystad zijn gekomen. Is St Jansdal wel voldoende robuust? Is er een langetermijnvisie? Ik vind het heel goed dat er wordt gekeken naar een langetermijnperspectief voor zorg in Lelystad en omgeving. We hebben de toekomstverkenner gevraagd om daarnaar te kijken. Ik denk dat die begin juli met zijn toekomstvisie komt. De vraag die in mijn hoofd zit, is: als ik die visie heb, hoe maak ik dan de vervolgstap? Want ik heb niks aan een boekie. Nou ja, ik heb heel veel aan een boekie, maar ik moet met dat boekie ook weer dingen doen. Ik ben dus aan het nadenken over de vraag wat het vervolg daarvan moet zijn. Ik hoop dus van ganser harte dat St Jansdal erin slaagt om een robuust ziekenhuis te worden. Ik hoop dat het een groeibriljant in de regio kan worden, waaraan steeds meer vormen van zorg kunnen worden toegevoegd. Ik hoop dat mensen daar als een magneet naartoe trekken, omdat ze zeggen: na alle rottigheid die er is gebeurd, is dit een mooi, nieuw initiatief, waar we graag gebruik van willen maken. Dat is de richting die St Jansdal op wil. Ik zou het fantastisch vinden als het op die manier gaat, maar het zal wel in kleine stapjes gaan. Ik laat niet na om te benadrukken dat een financiële bijdrage vanuit VWS voor de spoedeisende hulp en de acute verloskunde mogelijk blijft. Als St Jansdal kans ziet om dat weer op gang te brengen, dan is dat ons dierbaar. We weten al dat dat niet snel zal zijn, maar het kan wel met kleine stapjes voorwaarts. Dat hoort bij dat langetermijnperspectief. Tot zover mijn reflectie.

Ik kom bij de motie-Van den Berg/Slootweg op stuk nr. 222. Ik zit daar een beetje mee. In die motie staat namelijk: "roept de Tweede Kamer op de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving een (brief)advies te vragen met als doel om de (ziekenhuis)zorg in de regio beschikbaar, betaalbaar en bereikbaar te houden." Nu is het maar de vraag of u een opvatting van mij wilt hebben of een oproep aan de Kamer. Ik wil dat natuurlijk wel graag doen, want u heeft per slot van rekening de motie ingediend, maar ik wilde toch melding maken van deze terughoudendheid. Zoals u weet, moet ik nog voor de zomervakantie met een brief over de medisch-specialistische zorg komen. Ik zou u dus eigenlijk willen vragen om de motie aan te houden. U krijgt die brief echt nog voordat we allemaal op zomervakantie gaan. Dan kunt u altijd nog kijken of het een nuttige exercitie is om in aanvulling op de brief de RVS te vragen om een advies. U heeft het recht om de RVS om advies te vragen. Dat hoeft niet via mij. Dat mag gerust. Zie hier mijn terughoudendheid. Daarom mijn verzoek om de motie aan te houden.

De voorzitter:

Het verzoek van de minister is om de motie aan te houden.

Mevrouw Van den Berg (CDA):

Dit is inderdaad een oproep aan de Kamer, dus in die zin verwacht ik geen appreciatie van de minister. Maar we willen natuurlijk wel kijken of we hier een Kamermeerderheid voor kunnen krijgen. We hebben bewust om een briefadvies gevraagd omdat dit een wat korter traject is. Juist omdat de minister met zijn visie komt, vinden wij het prettig om als Kamer zelf daarnaast een advies van de Raad te hebben. Dat is ook de reden waarom ik de motie op dit moment indien.

De voorzitter:

Ik begrijp dat de motie daarmee niet wordt aangehouden, dus dat zou betekenen dat de minister toch een appreciatie moet geven van de motie.

Minister Bruins:

Nee hoor, ik heb mijn appreciatie gegeven, namelijk: aanhouden tot na het verschijnen van de Kamerbrief. Daar blijf ik bij.

De voorzitter:

Maar mevrouw Van den Berg geeft niet aan dat zij de motie aan wil houden.

Mevrouw Van den Berg (CDA):

Voorzitter. De minister gaf het al aan: hij hoeft geen appreciatie te geven. Die verwacht ik ook helemaal niet van hem.

De voorzitter:

Dat is bijzonder. O, in het dictum van de motie wordt de Kámer inderdaad opgeroepen om ...

Minister Bruins:

Daar begon ik mee, voorzitter. Ik wilde met enige terughoudendheid ...

De voorzitter:

Ja, ik lees de motie nu zelf ook wat beter. Nou, dan gaan we wel kijken wat ermee gebeurt tijdens de stemming. Ik stel voor dat de minister verdergaat met de motie op stuk nr. 223.

Minister Bruins:

Dat gaat gebeuren, voorzitter. In de motie op stuk nr. 223 verzoekt mevrouw Agema de regering in ieder geval voor de periode van de omvangrijke wegwerkzaamheden in de stadsregio Rotterdam het Spijkenisse Medisch Centrum de middelen beschikbaar te stellen voor een spoedeisendehulppost, acute verloskunde en weekendverblijf. Ik ontraad die motie. Wegwerkzaamheden zijn in dit kader misschien wel het voorbeeld par excellence. Als ergens extra middelen nodig zijn, denk ik dat er twee dingen nodig zijn. 1. In het ROAZ moet onderling gesproken worden over die wegwerkzaamheden en over hoe zorg in de omgeving kan worden opgevangen. 2. Als er extra geld nodig is, moet met de verzekeraar worden gesproken en niet over de rijksbegroting. Dus ik ontraad deze motie.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 223 wordt ontraden.

Mevrouw Agema (PVV):

Dat is een heel bijzonder advies. De minister kan toch een ziekenhuis dat enorm van belang is, aanmerken als een systeemziekenhuis. Aangezien in de stadsregio Rotterdam de boel zó op de schop gaat als het gaat om de infrastructuur, zoals de afsluiting van de A15 en het onderhoud aan de drie bruggen die het eiland Voorne-Putten ontsluiten, moet de minister toch wel inzien dat hij dit ziekenhuis als systeemziekenhuis moet gaan aanmerken en middelen beschikbaar moet stellen om een spoedeisendehulppost, acute verloskunde en weekendverblijf mogelijk te maken op het eiland Voorne-Putten, in ieder geval voor de periode die komen gaat met deze zeer omvangrijke wegwerkzaamheden?

Minister Bruins:

Nee. Ik herhaal dat dit moet worden opgevangen in de regio en dat men daarover in het ROAZ kan spreken. Als er extra middelen beschikbaar moeten komen, kunnen die van de verzekeraar komen. Ik neem aan dat het gesprek hierover al wordt gevoerd in het ROAZ. Ik blijf de motie ontraden, maar ik zeg wel richting mevrouw Agema dat ik het onderwerp onder de aandacht wil brengen van het ROAZ, zodat er zekerheid is dat dit thema daar ter tafel komt.

Mevrouw Agema (PVV):

Stel voor dat dit allemaal niet gebeurt en dat de verzekeraar zegt: we gaan dit niet doen. Wie is er dan verantwoordelijk als het misgaat? Wie is er verantwoordelijk voor als straks in Oostvoorne of op Voorne-Putten mensen dus gewoon echt doodgaan omdat er geen spoedeisendehulppost en ...

De voorzitter:

Helder. Maar we gaan nu ...

Mevrouw Agema (PVV):

... omdat mensen verstrikt raken in het verkeer? Wie kunnen wij hier in de Tweede Kamer ...

De voorzitter:

Mevrouw Agema ...

Mevrouw Agema (PVV):

... dan aanspreken? Deze minister, omdat hij hier nu deze motie ontraadt?

De voorzitter:

Mevrouw Agema, de minister heeft net toegezegd ...

Mevrouw Agema (PVV):

Of moeten we een verzekeraar naar de Kamer gaan halen?

De voorzitter:

Mevrouw Agema, de minister heeft toegezegd dat hij dit onder de aandacht gaat brengen.

Mevrouw Agema (PVV):

Ja, dat vind ik een fijne toezegging, maar we gaan straks toch geen verzekeraar naar de Kamer halen als het misgaat?

De voorzitter:

Helder. We gaan dit debat niet overdoen. De minister.

Mevrouw Agema (PVV):

Voor alle duidelijkheid: dit is niet ter sprake geweest in het debat!

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 223 werd ontraden, dus we gaan naar de motie op stuk nr. 224.

Mevrouw Agema (PVV):

Maar dit is toch een heel wezenlijke vraag?

Minister Bruins:

Mevrouw Agema kent het antwoord op deze vraag eigenlijk wel, want ik zei het zonet ook: het is aan het ziekenhuis en de zorgverzekeraar om afspraken te maken, en het is aan de verzekeraar om de middelen ter beschikking te stellen. Zo is de rolverdeling.

De voorzitter:

Daarmee is de vraag beantwoord, lijkt me. Dan de motie op stuk nr. 224.

Minister Bruins:

Voorzitter. In de motie op stuk nummer 224 verzoekt mevrouw Agema de regering een overbruggingskrediet te regelen voor het Bronovo-ziekenhuis en ervoor te zorgen dat er geen afdelingen zullen sluiten zolang er zicht is op een doorstart. Ik ontraad deze motie. Ik heb onlangs nog gesproken met de raad van bestuur van het Haags Medisch Centrum. Op basis van de gesprekken die ik voerde met Bronovo is de bottleneck hier niet zozeer het geld, maar de beschikbaarheid van goed personeel en de visie van de raad van bestuur op de zorg, die anders wordt georganiseerd. Daarom ontraad ik deze motie.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 224 wordt ontraden.

Mevrouw Agema (PVV):

Wat de minister hier zegt, is dus echt niet waar. Het Bronovo valt om vanwege de volumegroeibeperking van 0,0% in 2022. Dat is de ene feitelijke onjuistheid. De andere is het volgende. Als je in een bestuur zit met Bronovo, Antoniushove en het Haags Medisch Centrum en 70% het Bronovo wil laten vallen, dan zijn dat dus die andere twee ziekenhuizen. Dan geeft de minister hier natuurlijk wel een vertekend beeld. Als het Bronovo-ziekenhuis maar een derde vertegenwoordigt, dan is ook maar een derde voorstander.

De voorzitter:

En de vraag aan de minister is?

Mevrouw Agema (PVV):

Mijn vraag aan de minister is om wel zuiver en eerlijk te blijven. Ik hoor twee feitelijke onjuistheden in zijn beantwoording. Ik vind dat de minister de Kamer toch juist moet informeren en de juiste argumenten moet geven, ook voor het Bronovo en voor de mensen die daar werken, de mensen die in die omgeving wonen en de mensen die heel graag naar het Bronovo toe gaan.

Minister Bruins:

Daar ben ik het natuurlijk mee eens. Ik wil de Kamer ook juist informeren. Ik refereer aan het gesprek dat ik heb gehad met de voorzitter van de raad van bestuur van het Haags Medisch Centrum. Nogmaals, het thema geld of het overbruggingskrediet is niet het issue. Het issue is of er voldoende personeel, medewerkers, toppertjes beschikbaar zijn, ook op de langere termijn. En het gaat over de visie op zorg in de toekomst in deze regio die de raad van bestuur samen met de omliggende partijen, zoals de raad van toezicht, de or en de cliëntenraad, heeft ontwikkeld. Ik blijf deze motie dus ontraden.

De voorzitter:

Dank u wel. De motie op stuk nr. 224 blijft ontraden. Daarmee komen we aan het eind van dit VAO. Over de ingediende moties stemmen we volgende week dinsdag ... O, ik zie nog een interruptie van mevrouw Ploumen. Mevrouw Ploumen, voordat ik afsluit.

Mevrouw Ploumen (PvdA):

Ik heb nog één vraagje over dat earlywarningsysteem waar de minister over sprak. Wanneer voorziet hij dat de systematiek daarvan — laten we het even zo zeggen — naar de Kamer komt?

Minister Bruins:

Ik wou proberen om dat in het derde kwartaal te doen. Dat geven we een klein beetje ruimte, maar dat zal dus heel kort na de zomervakantie zijn.

Mevrouw Ploumen (PvdA):

Dank daarvoor aan de minister. Ik ga eens even kijken of ik de motie van de heer Geleijnse en mij wellicht nog kan aanpassen om die earlywarningsystematiek nog wat meer sturing te geven, maar dat laat ik dan nog even horen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan meld ik nogmaals dat we aan het einde gekomen zijn van dit VAO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Zoals ik al aangaf, stemmen we dinsdag bij de aanvang van de middagvergadering over de ingediende moties.