Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 86, item 2

2 Vragenuur: Vragen Aartsen

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 136 van het Reglement van Orde.

Vragen van het lid Aartsen aan de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het testen van personeel op alcohol en drugs door bedrijven.

De voorzitter:

Vandaag beginnen we met een vraag van de heer Aartsen namens de VVD aan de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die ik van harte welkom heet, over het testen van personeel op alcohol en drugs door bedrijven. De heer Aartsen.

De heer Aartsen (VVD):

Voorzitter, dank u wel. Laat me als eerste spreker vooral eerst van de gelegenheid gebruikmaken om u van harte te feliciteren met uw hoge Franse onderscheiding, het Légion d'Honneur.

De voorzitter:

Dank u wel.

De heer Aartsen (VVD):

Van harte gefeliciteerd.

Voorzitter. Iedereen wil veilig naar zijn werk kunnen gaan. Tot onze schrik krijgen wij steeds meer signalen dat steeds meer mensen onder invloed van drank of drugs naar hun werk gaan. Dat is bij een normale kantoorbaan natuurlijk al zeer onwenselijk, maar het wordt pas echt gevaarlijk als je een gevaarlijk beroep hebt of met gevaarlijke stoffen moet werken. Je wilt natuurlijk niet dat mensen bezopen de hijskraan op gaan in de Rotterdamse haven, of dat mensen doorgesnoven met levensgevaarlijke stoffen moeten werken of over onze snelwegen rijden. Dat moeten we te allen tijde zien te voorkomen.

Veiligheid op het werk is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers. Zij moeten elkaar daarop scherp houden en aanspreken als er gevaarlijke situaties dreigen te ontstaan. We zien op dit moment echter dat de huidige privacyregels het niet toestaan om mensen te testen op drank- en drugsgebruik, terwijl volgens de leveranciers maar liefst 5% tot 8% van de werknemers positief getest wordt op drank en drugs. Volgens mij zijn er hier tegenstrijdige belangen: aan de ene kant privacywetgeving en aan de andere kant veiligheid op het werk. De VVD wil dan ook dat mensen die werken in risicovolle beroepen of in gevaarlijke situaties terechtkomen getest kunnen worden op drank en drugs. Dit hoeft wat ons betreft niet iedere dag, maar het is wel goed als die mogelijkheid er is, zodat we met elkaar een veilige werkvloer kunnen inrichten.

Voorzitter. Ik ben benieuwd wat het kabinet vindt van deze situatie, zoals ook aangegeven in het NOS-Journaal. Wat is volgens het kabinet van hoger belang in dergelijke situaties? Is de privacy dan van hoger belang, of vinden wij veiligheid op de werkvloer van hoger belang? En wat is er volgens het kabinet nodig om ervoor te zorgen dat werknemers die bijvoorbeeld de kraan in moeten of met gevaarlijke stoffen op pad moeten of daarmee moeten werken, drugs- en alcoholvrij kunnen werken en eventueel ook getest kunnen worden op dit soort zaken?

Tot zover, voorzitter.

De voorzitter:

Dan geef ik nu het woord aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Van Ark:

Voorzitter, dank u wel, en ook van harte gefeliciteerd. Ik vind dat de heer Aartsen hier een terecht probleem aankaart. Hij doet dat naar aanleiding van berichtgeving die ook werkgevers hebben aangesneden. Het is nogal een dilemma. Als veiligheid je topprioriteit is — en dat is het — dan loop je ook tegen dilemma's aan als het gaat om privacy. Ik denk dat het goed is dat daarover aan de bel getrokken is. De situaties die de heer Aartsen schetst, zijn natuurlijk ongewenste situaties. Die moeten we voorkomen en daar moeten we mee aan de slag.

Ik snap ook het dilemma dat geschetst wordt. We hebben in onze wetgeving waarborgen voor de privacy en lichamelijke integriteit van werknemers. Maar ook nu al zijn er sectoren waarin afgeweken mag worden van die waarborgen, als dat tenminste op een nette manier gebeurt, bijvoorbeeld als het gaat om functies in de lucht, op het spoor en op het water. Ik heb de werkgevers goed gehoord die hebben aangegeven dat zij hier graag nadere regelgeving over willen. Overigens is het niet zo dat de AVG hier meer eisen aan stelt dan de wetgeving die we daarvoor hadden, maar het is wel een dilemma dat nu pregnant op het bord ligt. Ik heb ook goed gehoord dat van werknemerszijde is aangegeven dat veiligheid topprioriteit is en dat men onder specifieke condities ook best zou willen kijken hoe dit wel geregeld kan worden. Dit is ook wat mijn collega, de minister voor Rechtsbescherming, aan de Kamer heeft gemeld. Het is namelijk een goede gewoonte dat we in gesprek gaan met sociale partners over de vraag hoe we dit op een gedragen manier kunnen organiseren. Daarom zal ik dat voor de zomer doen en de Kamer er na de zomer over informeren hoe wij op dit punt tot een oplossing gaan komen. Het ministerie van Justitie en Veiligheid schetst het wettelijke kader, maar het gesprek met de sociale partners zal ik voeren.

De heer Aartsen (VVD):

Voorzitter. Dank voor de beantwoording van de staatssecretaris. Ik ben blij om te horen dat zij met de sectoren in gesprek gaat. Er blijft voor mij wel een aantal zaken over. Dat is natuurlijk de wettelijke grond. De Autoriteit Persoonsgegevens geeft aan dat controle op dit moment inderdaad alleen kan als er een wettelijke grond is, zoals de staatssecretaris al schetste, bijvoorbeeld in het geval van piloten of schippers. Is het kabinet van mening dat deze wettelijke grond ook mogelijk gemaakt zou moeten worden voor alle Brzo-beroepen? Volgens mij gaat het hier om gevaarlijke situaties en dan is het goed dat het in elk geval mogelijk is. Gaat de staatssecretaris in gesprek met al deze beroepen of alleen met een bepaald onderdeel?

Ik ben ook benieuwd hoeveel gevaarlijke situaties er op dit moment geconstateerd worden als het gaat om drank- of drugsgebruik. Zien we daarin een verhoging? En niet minder belangrijk: als de huidige regelgeving werkgevers belet om scherp te kunnen controleren, wie is er dan verantwoordelijk als er iets fout gaat en iemand zwaar alcohol of drugs gebruikt? Dat is voor mij een relevante vraag. Het is natuurlijk belangrijk dat het kabinet snel in actie komt en voor de zomer aan de slag gaat, en ons na de zomer ook informeert. Op dit moment lopen heel veel mensen gevaar, niet alleen de mensen zelf die drank en drugs gebruiken op het moment dat ze zo'n beroep uitoefenen, maar ook de vele collega's om hen heen. Ik denk dat het goed is als we er zo snel mogelijk voor zorgen dat mensen die doorgesnoven op een hijskraan gaan zitten of die zat of goed in de olie achter het stuur kruipen in een werksituatie, vooraf gecontroleerd kunnen worden, zodat we gevaarlijke situaties kunnen vermijden.

Staatssecretaris Van Ark:

Voorzitter. Hier worden inderdaad terecht een aantal thema's aangesneden die ik graag mee zou willen nemen in de gesprekken die ik voer. Nogmaals, die gesprekken zijn op korte termijn, want ook ik vind het een aangelegen punt. Ik vind ook dat veiligheid topprioriteit heeft. Als je tegen wettelijke belemmeringen aanloopt, moet je kijken hoe je dat kunt regelen. De categorie Brzo, bedrijven met een zeer groot risico op grote ongelukken, is zeker een categorie waarover dit gesprek gevoerd moet worden. Sterker nog, we zijn al in gesprek met de chemiesector, maar ik zou daar niet op voorhand een beperking op willen leggen, omdat je gevaarlijke situaties op veel plekken kunt tegenkomen.

Situaties die nu geconstateerd worden, zijn mij niet bekend, temeer omdat er nu geen wettelijke grond is om daarop te handhaven. Dat is wat mij betreft een extra noodzaak om dit gesprek te voeren. In de huidige regelgeving heeft de werkgever een belangrijke taak hierin. Als er sprake is van een situatie waarin geconstateerd wordt dat iemand zoiets heeft gedaan en er maatregelen genomen zouden worden, dan zal het uiteindelijk ook aan de rechter zijn en moet de rechter daar een uitspraak over doen. Ik kan mij daarom heel goed voorstellen dat werkgevers vragen om meer duidelijkheid, en werknemers overigens ook.

De voorzitter:

De heer Aartsen, tot slot.

De heer Aartsen (VVD):

Nogmaals dank aan de staatssecretaris voor het feit dat niet alleen de chemiesector betrokken wordt bij eventuele wijzigingen om dit te verbreden maar dat dat ook voor alle Brzo-beroepen zou kunnen gelden. Daar zijn we erg blij mee. We hopen natuurlijk dat het kabinet bij eventuele evaluaties van privacywetgeving ook gaat kijken naar die wettelijke gronden, zodat het uiteindelijk ook gewoon mogelijk is om dit te doen. Nogmaals, veiligheid moet hoog in het vaandel staan en is zeker in zo'n geval enorm belangrijk, want we willen graag dat iedereen veilig aan het werk kan.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Aartsen.

Staatssecretaris Van Ark:

Mijn collega, de minister voor Rechtsbescherming, heeft op 1 april inderdaad een brief naar de Kamer gestuurd waarin hij voor een aantal sectoren ingaat op de gevolgen van de AVG en waarin hij op grond daarvan ook een actielijst heeft opgenomen met wat daaraan gedaan moet worden. Dit is één zo'n onderwerp dat geagendeerd wordt. Ik herhaal dat veiligheid topprioriteit heeft en dat ik de Kamer zal informeren over de uitkomsten van dat overleg.

De voorzitter:

Dank u wel.