Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-2018nr. 107, item 22

22 Register onderwijsdeelnemers

Aan de orde is de behandeling van:

  • - het wetsvoorstel Bundeling en aanpassing van regels over de registers met betrekking tot onderwijsdeelnemers (Wet register onderwijsdeelnemers) ( 34878 ).

De voorzitter:

Aan de orde is de Wet register onderwijsdeelnemers.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:

Ik verwelkom de minister en geef als eerste het woord aan de heer Rog van het CDA.

De heer Rog (CDA):

Voorzitter. Dit was eigenlijk een hamerstuk, maar naar aanleiding van een brief van de PO-Raad heeft het CDA-fractie toch om een korte plenaire behandeling van het wetsvoorstel Register onderwijsdeelnemers gevraagd. Het punt van discussie betreft het al dan niet toevoegen van het administratienummer van de school van voortgezet onderwijs aan de gegevensset die basisscholen krijgen over de studieresultaten van hun oud-leerlingen. Met deze gegevens kunnen basisscholen de kwaliteit van hun schooladviezen toetsen. Nu staat nog in de wet dat de basisschool de school voor voortgezet onderwijs na afloop van het eerste schooljaar kan verzoeken om de studieresultaten van oud-leerlingen te verstrekken. Dit wetsvoorstel zorgt ervoor dat de basisscholen voortaan een terugkoppeling krijgen over de eerste drie jaar van hun oud-leerlingen in het voortgezet onderwijs.

Het CDA kan er zich goed in vinden dat we de terugkoppeling verlengen van één jaar naar drie jaren, want zo krijgen we beter inzicht in de kwaliteit van het door de basisschool verstrekte schooladvies. Bovendien kunnen de schoolleider en het lerarenteam van de basisschool daar lessen uit trekken. We begrijpen echter niet goed waarom deze terugkoppeling voortaan alleen nog maar gegevens bevat over het schooljaar, de schoolsoort en de leerweg of het uitstroomprofiel in het voortgezet speciaal onderwijs, en niet over de school waar deze leerling naartoe is gegaan. De basisscholen weten naar welke middelbare scholen hun leerlingen gaan na de basisschool. Waarom mogen ze dan niet weten op welke school hun oud-leerlingen zitten in het tweede en derde jaar op de middelbare school?

Bovendien kunnen wij ons heel goed voorstellen dat het bij de beoordeling van de kwaliteit van het schooladvies voor de basisschool relevant is om te weten over welke middelbare school het gaat. Dat is zeker zo als de ene groep leerlingen het bijvoorbeeld beter of slechter doet dan de andere groep. Kijk naar de leerlingen die naar het havo gaan. Als de ene leerling naar de ene school gaat en de andere leerling naar de andere en er op de ene school veel meer uitstroom is of meer leerlingen blijven zitten, omdat die toch niet het juiste niveau blijken te hebben, terwijl de leerlingen die naar de andere school gingen dat wel hebben, dan kan dat ook wat zeggen over het vervolgonderwijs. Dat lijkt me ook relevant om te weten voor basisscholen.

Het lijkt ons dat we de analyse van de kwaliteit van het schooladvies daadwerkelijk kunnen verbeteren, zeker nu basisscholen drie jaar lang kunnen meekijken. De minister geeft echter in de nota van wijziging aan dat het toevoegen van het administratienummer van de voortgezetonderwijsschool niet strikt noodzakelijk is voor de analyse van de kwaliteit van het schooladvies. Hoe beoordeelt hij dan de argumenten die wij inbrengen? Gaat het hier immers niet om de algehele kwaliteit van het schooladvies? Het gaat toch niet alleen om de individuele leerlingen? Het gaat ook om het verbeteren van de kansengelijkheid. Bovendien worden basisscholen afgerekend op de kwaliteit van het schooladvies. Waarom is het dan niet mogelijk om het administratienummer van de school voor voortgezet onderwijs toe te voegen, zo vraagt mijn fractie de minister. Wij overwegen dan ook om op dat punt een motie bij dit wetsvoorstel in te dienen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Westerveld van GroenLinks.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. We praten hier al jaren over, maar kansenongelijkheid in het onderwijs blijft een heel hardnekkig en heel veelzijdig probleem. Dé oplossing hebben we nog niet gevonden. Was het maar zo makkelijk om hier een wet te maken, zodat ieder kind voortaan een gelijke kans heeft in het onderwijs, ongeacht de opleiding van de ouders, de gezinssituatie of de woonplaats. Helaas is de werkelijkheid complexer, maar dat ontslaat ons niet van de verantwoordelijkheid om stil te blijven staan bij de ongelijkheid in het onderwijs en na te denken over oplossingen.

Voor een deel komt kansenongelijkheid doordat kinderen die cognitief op hetzelfde niveau zitten en die dus in theorie dezelfde schoolresultaten zouden moeten hebben of soms ook gewoon hebben, toch anders worden ingeschat. Het is dus ook niet zo gek dat sommige kinderen onbewust verkeerd worden ingeschat. Maar toch verdienen deze kinderen gelijke kansen.

Voorzitter. We bespreken vandaag een wetsvoorstel dat eraan bijdraagt — of een onderdeel van het wetsvoorstel kan eraan bijdragen — dat leerkrachten in het basisonderwijs feedback krijgen over het schooladvies, zodat de leerkracht dus weet hoe zijn of haar oud-leerlingen presteren in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Hierdoor kan de school met de leerkrachten het proces rondom het geven van het schooladvies voor toekomstige leerlingen verbeteren.

In een brief schreef de PO-Raad ons dat hij ook wil dat basisscholen niet alleen weten hoe de oud-leerling het in het voortgezet onderwijs doet, maar ook op welke middelbare school hij of zij zit, om zo — ik quote uit de brief — "eventuele opmerkelijke verschillen van resultaten te constateren". Ik vraag de minister hoe hij hiernaar kijkt. Is dit noodzakelijk voor basisscholen en leerkrachten om het afgeven van het schooladvies te verbeteren? Is dit dus noodzakelijke kennis? Wat voegt die kennis toe? Wat zegt de privacywetgeving hierover? Zou dit vanuit privacyoverwegingen kunnen?

Voorzitter. Ons bereiken ook berichten waarin zorgen worden geuit over de privacy in het voorliggende wetsvoorstel. Mijn fractie vindt het van belang om ook dit vraagstuk helder te hebben. Klopt het dat met deze wet de minister zelf kan besluiten om, wanneer hij dat wil, verzamelde gegevens van leerlingen aan te passen? Wat gebeurt er als een leerling of ouder niet wil dat gegevens worden teruggekoppeld? Graag een antwoord van de minister op deze vraag.

Voor GroenLinks is kansengelijkheid in het onderwijs een heel belangrijk uitgangspunt, evenals de privacy van leerlingen. Wij hopen dat met dit wetsvoorstel bijgedragen wordt aan kansengelijkheid en dat dit niet ten koste gaat van de privacy van kinderen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Tielen van de VVD.

Mevrouw Tielen (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Het basisregister onderwijsdeelnemers, nu zo'n 17 jaar oud, lijkt wel een beetje op de boekenkast in mijn werkkamer thuis. Ooit overzichtelijk en functioneel begonnen, maar na vele jaren bij- en ombouwen — planken erbij, lades erin en er weer uit, de rechterkant met de linkerkant omgewisseld — is hij nu groot en complex en weet ik ook niet meer zeker of hij wel doet wat hij moet doen, boeken opslaan. Zo is het dus ook met het basisregister onderwijsdeelnemers. Ooit was het een van de eerste geautomatiseerde projecten. Nu is het enigszins onoverzichtelijk geworden en is het misschien niet meer de beste oplossing voor de opdracht.

De VVD is dan ook positief over dit wetsvoorstel, dat beoogt weer meer eenvoud en logica in het systeem aan te brengen. Dat helpt in het terugdringen van onnodige bureaucratie. En wie wil dat nou niet? Deze Kamer in z'n geheel wel, volgens mij.

Voorzitter. Uiteraard heeft mijn fractie nog wel een aantal vragen, over drie onderwerpen. Allereerst wordt in het voorstel overtuigend aangegeven dat deze nieuwe wet meer mogelijkheden creëert voor digitaal onderwijs en digitale examinering. De VVD wil graag van de minister weten welke ambitie hij heeft op dit gebied en of hij concreet kan maken welke stappen hij hiervoor in gedachten heeft. Hoe kan deze wet bijdragen aan meer flexibiliteit voor studenten en scholieren? Kan de minister toezeggen dat hij in de evaluatie van deze wet expliciet aandacht geeft aan de vraag hoe digitale kansen kunnen worden gepakt?

Ten tweede heb ik vragen over de kansen van dit wetsvoorstel met betrekking tot het verminderen van schoolverzuim. De VVD vindt dat er nog te weinig beleidsrelevante informatie opgehaald wordt op het gebied van verzuim en schooluitval, terwijl het register wel de handvatten daarvoor heeft. De VVD vreest dat er nog veel te veel verborgen uitval plaatsvindt. Is de minister bereid om meer landelijke, uiteraard geanonimiseerde, cijfers op te halen en deze te gebruiken voor evaluatie en verbeterplannen, zodat we veel beter en veel effectiever kunnen inzetten op vermindering van uitval en verzuim?

Tot slot. Daarnaast is breed bekend dat de overheid geen smetteloze reputatie heeft als het gaat om vernieuwingen op het gebied van databases en vergelijkbare ICT-vernieuwingen. Graag ontvang ik van de minister de toezegging dat hij de Kamer regelmatig informeert over de voortgang van de implementatie na goedkeuring van dit wetsvoorstel. Daarbij willen we graag specifiek aandacht vragen voor het gebruik van de nieuwe digitale mogelijkheden, voor het kostenplaatje én voor het waarborgen van de privacy van de onderwijsdeelnemers. Specifiek over dat laatste: in hoeverre is of wordt het mogelijk dat elke onderwijsdeelnemer zelf inzage heeft in zijn opgeslagen gegevens? Kan de minister bevestigen dat er niet meer gegevens worden verzameld dan in de wet wordt vastgelegd? Graag een reactie.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Beertema van de PVV.

De heer Beertema (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Dit wetsvoorstel integreert een aantal bestaande registers bij DUO, de Dienst Uitvoering Onderwijs. Qua inhoud is het geen nieuw register. Naar ons inzien dient dit voorstel dan ook louter om bestaande registers te stroomlijnen. Dat zorgt voor een meer samenhangende informatiestructuur. Voorheen was de uitwisseling van informatie voornamelijk sectorspecifiek. Met dit voorstel zal er sprake zijn van een sector- en domeinoverstijgend gegevensverkeer. Dat is een vooruitgang, aldus de memorie van toelichting. Maar is dat ook werkelijk zo?

Dat dit wetsvoorstel door het CDA is onthamerd, geeft ons de gelegenheid om de minister nog wat vragen te stellen over de bezwaren die de Raad van State heeft geformuleerd. De Raad van State gaat zelfs zover dat hij adviseert om dit wetsvoorstel niet aan de Tweede Kamer te sturen voordat rekening is gehouden met die bezwaren. Toen kwam er een nota van wijziging.

Mij trof het meest dit: iedereen wil natuurlijk meer eenvoud en toegankelijkheid van wetgeving, maar het onderwijs is nou eenmaal in hoge mate sectoraal bepaald. Daarom stelt de Raad van State dat een algemene wet voor het onderwijs juist door de sectorale verscheidenheid ingewikkelder wordt dan een sectorale regeling en, bovendien, dat de gelaagdheid van de regeling toeneemt in plaats van afneemt. Levert de Wet register onderwijsdeelnemers daadwerkelijk een sterke verbetering op in benaderbaarheid, transparantie, ordening en regulering, zoals de memorie van toelichting ons belooft? Of wordt het juist ingewikkelder en gelaagder door de sectorale verscheidenheid die er in het onderwijs nou eenmaal is? Komt de nota van wijziging in voldoende mate tegemoet aan de bezwaren? Kan de minister daar nog even op reflecteren? Is het misschien dienstig om de aangebrachte wijzigingen nogmaals voor te leggen aan de Raad van State, ook om eventuele bedenkingen straks in de Eerste Kamer te voorkomen?

Dankzij het CDA staan we hier vanavond dan toch, niet geheel zonder reden. Ik kan me wel vinden in de beweegredenen van mijn collega Rog. De aangenomen motie van Van Meenen, Rog en Klaver is niet meegenomen in het wetsvoorstel. Ondanks dat wij niet voor die motie gestemd hebben, is ze nu eenmaal wel aangenomen. Dit wetsvoorstel gaat voor de indieners van de motie, of in ieder geval voor een van de indieners, het CDA, dus niet ver genoeg. In de geest van de motie dienen ook de registratienummers van leerlingen in het voortgezet onderwijs meegestuurd te worden. Gaat dit ook gebeuren? Graag een reactie van de minister.

Ten slotte, voorzitter. Werken aan de verbetering van de kwaliteit van schooladviezen moet toch ook mogelijk zijn? Het moet toch mogelijk zijn dat alle individuele prestatiegegevens worden gedeeld met basisscholen? Het moet toch ook mogelijk zijn om met ouders te overleggen welke informatie dan precies gedeeld wordt?

Dit was, ten slotte, allemaal niet nodig geweest als we de onvolprezen Cito-toets — dat prachtige matchingsinstrument hebben wij tot het laatst verdedigd, maar is helaas door deze Kamer afgeschaft — in ere hadden gehouden. Dit even terzijde, voorzitter, maar dat wilde ik toch even gezegd hebben.

De voorzitter:

Heel goed. Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Kwint van de SP.

De heer Kwint (SP):

Dank, voorzitter. Vandaag kan de SP het kort houden. Wij steunen de doelstelling van deze wet. Het samenvoegen van alle registers waarin gegevens gebundeld zijn, is niet alleen praktisch, maar ook verstandig. Door één wet en één omgang met persoonsgegevens van onderwijsdeelnemers wordt naar onze overtuiging de kans op fouten in de uitvoering ook kleiner. Een simpeler uitvoering is immers vaak ook een minder riskante uitvoering.

Wel hebben we nog wat vragen. Zo wordt er gesproken over derden die de beschikking krijgen over het persoonsgebonden nummer, maar dat wordt later pas via een algemene maatregel van bestuur geregeld. Wij zijn dan toch wel benieuwd aan welke derden we dan nog extra zouden moeten denken. Zou het dan niet logischer zijn — de Raad van State refereerde er ook al aan — om de doelen waarvoor die gegevens gebruikt gaan worden, vast te leggen in een wet, en niet in onderliggende regels die later naar de Kamer zouden komen als we dat zouden willen? Dan weet je namelijk meteen waar zo'n register eventueel nog meer voor gebruikt zou kunnen worden. Ik ben benieuwd waarom daar niet voor gekozen is. Nu trek je namelijk de discussie over de systematiek en de uitvoering waarop die wordt toegepast uit elkaar, maar wij kunnen ons voorstellen dat die twee in de praktijk nogal samenhangen. Want wat is in de toekomst de te volgen procedure als de regering gegevens voor iets wil gebruiken of de reikwijdte van het register wil aanpassen? Als ik mij niet vergis, volgt er dan een algemene maatregel van bestuur of een toets van de Autoriteit Persoonsgegevens. Komt er eventueel ook nog een behandeling in de Kamer? Op die manier houdt de Kamer namelijk in ieder geval controle over de besluitvorming: indien gewenst kunnen we namelijk altijd nog besluiten om iets niet te doen.

Ten slotte. Waarom is er nu besloten om bijvoorbeeld automatisch herleidbare persoonsgegevens van middelbare scholieren terug te koppelen naar hun oude basisschool? Er kan toch simpel toestemming gevraagd worden op het moment dat een leerling de basisschool verlaat? Op het moment dat je daarvoor kiest, laat je uiteindelijk de keuze liggen bij de ouder en bij de leerling die naar een middelbare school gaat. Ik kan zo een-twee-drie geen zwaarwegende reden bedenken waarom een ouder of een leerling hier bezwaar tegen zou hebben, maar dat betekent niet dat het niet netjes is om het alsnog te vragen. Op die manier houd je namelijk zelf de controle over je persoonsgegevens.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik tot slot het woord aan de heer Van Meenen van D66.

De heer Van Meenen (D66):

Dank u wel, voorzitter. Ik wil toch even iets rechtzetten. De heer Beertema beweerde dat de Cito-toetsen zijn afgeschaft, maar die bestaan gewoon nog. Sterker nog, de eindtoets is zelfs verplicht gesteld. Die dient nog steeds als correctiemechanisme op het advies. Misschien slaapt de heer Beertema nu toch iets beter vannacht.

Voorzitter. Al eerder heb ik een uitgebreid pleidooi gehouden voor de privacy van kinderen. Want we moeten opkomen voor de privacy van de jongste generatie, waarvan babyfoto's op de Instagram van mama of papa staan. Papa kan later als de baby een puber is zelfs een pushmelding krijgen als de kleine een onvoldoende voor wiskunde haalt. Daarnaast kan ik als D66-Kamerlid natuurlijk niet wegblijven van kritiek op privacyschending.

Maar aan de andere kant hecht ik ook veel belang aan een goede doorstroom van de basisschool naar de middelbare school. Informatie over oud-leerlingen geeft scholen de mogelijkheid om de nauwkeurigheid van schooladviezen te evalueren en te verbeteren. Toch heb ik enkele vragen bij dit wetsvoorstel, zeker gezien het feit dat de cybersecurity nog niet op elke basisschool optimaal is.

Ook de Autoriteit Persoonsgegevens heeft de minister geadviseerd om deze wijziging te heroverwegen. Ze geeft twee alternatieven, namelijk de mogelijkheid voor ouders om toestemming te geven voor het gebruik van de gegevens van hun kinderen voor het schooladvies, of de mogelijkheid voor ouders om bezwaar aan te tekenen als zij niet willen dat hun kind wordt gevolgd. Kan de minister toelichten of een van deze twee opties mogelijk is, zodat de betrokken leerling zelf eigenaar blijft van zijn gegevens?

Voorzitter. Het wetsvoorstel geeft aan dat specifieke gegevens niet in de wet komen te staan, maar bij algemene maatregel van bestuur worden geregeld. Kan de minister van tevoren omschrijven welke data hiervoor nodig zijn, zodat dataminimalisatie en doelbinding bij wet worden vastgesteld? En kan hij toezeggen dat de Kamer op de hoogte gesteld wordt als meer data nodig blijken te zijn? Dat is volgens mij hetzelfde als wat de heer Kwint ook zei. Ten slotte heb ik nog de vraag: hoelang kunnen de gegevens eigenlijk bewaard blijven?

Tot zover.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik heb van de minister begrepen dat hij de Kamer direct kan antwoorden. Dat doet ons deugd en ik geef hem daartoe graag de gelegenheid.

Minister Slob:

Voorzitter. Ik dank de Kamer, en in het bijzonder de heer Rog, voor het feit dat dit wetsvoorstel toch plenair aan de orde kan komen. Dit leek even een hamerstuk te worden, maar kijkend naar de inhoud en de reikwijdte van deze wetgeving is het goed dat we hier met elkaar over spreken.

Het gaat over de persoonsgegevens van leerlingen en studenten. Het is van belang dat we daar zorgvuldig mee omgaan. En dat is niet alleen omdat er een aantal maanden geleden, op 25 mei van dit jaar om precies te zijn, een AVG in werking is getreden. Nee, we behoren daar gewoon zorgvuldig mee om te gaan en duidelijk te maken welke gegevens we opvragen, waar die gegevens eventueel terechtkomen en waar ze voor gebruikt gaan worden. Dat is ook wat dit wetsvoorstel beoogt. We willen het graag eenvoudiger maken, maar dat is geen doel op zich, al is het altijd wel heel erg fijn als je zaken die ingewikkeld en gecompliceerd zijn, wat meer tot eenvoud kan terugbrengen, voor zover dat met onderwerpen als deze geheel mogelijk is. Maar we vinden het ook belangrijk dat het transparanter wordt, met name voor diegene waar de gegevens van gebruikt worden en, als het om kinderen gaat, ook voor de ouders. Het is van tijd tot tijd ook wel fijn als het wat flexibeler gaat, wetende hoe ingewikkeld de trajecten soms zijn. Als je de noodzaak ziet van een verandering, moet je dat hele traject nog door.

Voorzitter. Dan het eenvoudiger maken. Het gaat niet om wat er precies in dit schema staat, maar dit is nu de situatie. We weten dat de registerbepalingen allemaal zijn verwerkt in allerlei soorten wetten. Het is goed om dat nog even te onderstrepen. En wat ik nu aanwijs, dat wordt het. Dan zie je al direct dat er een enorme slag gemaakt wordt. We gaan het gewoon veel meer bundelen. De registerbepalingen die we in deze wet gaan plaatsen, zijn nu verspreid over tien wetten. Dat is heel lastig te overzien. Als het wetsvoorstel straks door beide Kamers aanvaard zou worden — dat hopen we uiteraard — wordt het één wet waar één AMvB en één ministeriële regeling uit gaan voortkomen. Het tweede doel heeft met transparantie te maken. Het biedt dan ook een veel completer beeld van de gegevens die verzameld worden en van het gebruik daarvan. Nogmaals, dat vinden we belangrijk.

De heer Kwint stelde ook een vraag over het feit dat we het in een wet regelen en dat er ook nog een AMvB gaat komen. Dat heeft ook te maken met het feit dat we daardoor specifieker kunnen worden, want in de AMvB kunnen we heel erg nauwkeurig — ik kom er straks nog wel even apart op terug — omschrijven welke gegevens waarvoor gebruikt worden. Het is dus heel specifiek. Dat is iets wat in de huidige situatie, met al die wetten waarin die bepalingen zijn opgenomen, niet gebeurt. Dat zien wij dus ook echt als een verbetering. Ik kom straks nog even terug op wat zo'n AMvB voor gevolgen heeft en wat dat betekent voor de positie van de minister, die zojuist in de bijdrage van mevrouw Westerveld weer heel erg groot en belangrijk is gemaakt als het om dit onderwerp gaat. Er zitten echt nog heel wat "veiligheidsrestricties" — zo noem ik ze maar even — omheen. Maar het wordt dus transparanter. Omdat het ook niet meer verspreid is over al die wetten, is het veel duidelijker waar men gegevens verzamelt, wie die gegevens krijgt en waar ze voor worden gebruikt. Dat wordt dus ook netjes uitgeschreven in die AMvB's. Daar kan niet mee gemarchandeerd worden. We kunnen er niet opeens andere dingen mee gaan doen. Nee, het gaat om wat daarin omschreven staat; dat zal het ook moeten worden. Absolute helderheid en transparantie.

Het kan ook flexibeler worden. Ook dat is geen doel in zichzelf. Maar het komt van tijd tot tijd voor dat er toch onderwerpen "opploppen" — ik noem het maar even zo — waarvan we zeggen: het zou fijn zijn als dat ook gewoon meegenomen zou kunnen worden. Vroeger moesten we daaraan toevoegen: "in die wetgeving". U weet hoelang wetgevingstrajecten duren. Het duurt op z'n minst twee jaar voordat je daar doorheen bent. We hebben echt meegemaakt dat er gegevens aan toe werden gevoegd, dat er wijzigingen moesten plaatsvinden en dat het uiteindelijk gewoon een hamerstuk was. In dit geval wordt er wel gesproken over deze wet.

Ik geef één voorbeeld. Als schoolartsen schoolbezoeken willen inplannen via BRON, vindt iedereen dat wel een heel erg goed idee. Dan gebeurt het goed. De gegevens worden gebruikt. Die schoolbezoeken en die onderzoeken moeten ook gewoon plaatsvinden. Dit is een voorbeeld, maar je kan ook andere voorbeelden bedenken. Je zou dit in de AMvB kunnen regelen. Dan gaat die gewoon het hele traject in, met alle zorgvuldigheidseisen erbij. Ik kom er zo nog even apart op terug. Dan ben je sowieso bijna nog een jaar kwijt, ook vanwege de zorgvuldigheid. Maar dat is wel ietsje sneller dan dat een complete wet helemaal in de revisie zou moeten.

Het wordt dus eenvoudiger en transparanter. Dat is ook uitermate belangrijk voor ouders, voor leerlingen en voor studenten. Als het nodig is, wordt het onder duidelijke voorwaarden ook flexibeler.

Die AMvB waarin dus nog specifieker omschreven kan worden om welke informatie het gaat, waarvoor die gebruikt gaat worden en wie die informatie krijgt — dat zie ik als een duidelijke meerwaarde — wordt er niet zomaar even doorheen gedrukt, om het zo maar te zeggen. Zo van: dat komt ons even goed uit. Nee, u weet hoe dat gaat. Een AMvB wordt aangepast. Dat gebeurt op het ministerie, met alle adviseurs eromheen. Dan horen wij bij deze onderwerpen de gevolgen voor de privacy nadrukkelijk te onderzoeken. Dat gebeurt, excuses voor de Engelse term, via de privacy impact assesment. Dat is een duidelijke standaard om te kijken of voldaan wordt aan privacyuitgangspunten. En dan gaat het voorstel voor een AMvB voor advies naar de Autoriteit Persoonsgegevens. Die gaat daar, zoals u gezien hebt in het commentaar dat zij op het wetsvoorstel heeft gegeven, met een grote loep naar kijken, en terecht. Die doen wat hun werk is. Uiteindelijk gaat het ook naar de Raad van State toe. Dus dat hele traject wordt ingezet. De betrokkenheid van de Kamer — u weet dat — kan variëren bij AMvB's. Het is dus niet zomaar even erdoor drukken. Ook dat is een heel zorgvuldig traject dat bewandeld moet worden en ik zeg er direct bij: dat is maar goed ook bij dit soort gegevens.

Met deze wet — ik kom zo nog even op een aantal specifieke vragen terug — gaan we echt een enorme slag maken als het gaat om het eenvoudiger en overzichtelijker maken. Dat gaat heel veel administratieve last schelen bij scholen bij een aantal onderwerpen. Waar men nu nog heel veel aan het werk moet gaan, kan het straks gewoon veel eenvoudiger met de uitwisseling. Daarnaast wordt het dus transparanter en flexibeler. Op het moment dat we van die flexibiliteit gebruik zouden willen maken, dus van het instrument van een AMvB, is de zorgvuldigheid daar ook nadrukkelijk bij gewaarborgd, ook in het kader van de privacy. De wetgevingen daaromtrent vragen daar natuurlijk ook om.

De heer Kwint (SP):

Even ter verduidelijking, want de minister zegt: u weet hoe dat gaat bij een AMvB. Het hangt ervan af of de Kamer erbij betrokken wordt of niet.

Minister Slob:

Ja.

De heer Kwint (SP):

Dat klopt, maar dat was ook precies mijn vraag. Kunnen wij afspreken dat wanneer in ieder geval die basis wordt gelegd voor de verschillende toepassingen de Kamer nog de kans krijgt om zich daarover te buigen, juist omdat zo duidelijk het onderscheid wordt gemaakt tussen het proces, dus de wet, en de mogelijke plekken waarop die uitgevoerd zou kunnen worden? Die zijn voor mijn fractie wel van belang.

Minister Slob:

Daar kan de Kamer dan natuurlijk om vragen, als zij dat wil. U heeft het wetsvoorstel gezien. Het is uiteindelijk aan de Kamer om aan te geven of zij dat wel of niet wil. Dus als u dat wilt, zult u moeten kijken of u daar meerderheden voor kunt krijgen.

De heer Kwint (SP):

Ik ben bekend met de meerderheidsprocedures in de Kamer, maar ik was benieuwd hoe de minister ertegenover zou staan. Ziet hij zwaarwegende redenen om dat niet te doen?

Minister Slob:

Voorzitter, nogmaals. Als de Kamer dit noodzakelijk vindt — er is natuurlijk heel veel wetgeving waar AMvB's uit voortkomen — is het ook aan haar om uit te spreken of zij dat wel of niet wil. Daar hebben we inderdaad meerderheden voor nodig. Dat is een ordentelijke gang van zaken, dus ik zou haast zeggen: het is aan u en de Kamer om daar wel of niet uitspraken over te doen.

De voorzitter:

Dank u wel. Gaat u verder.

Minister Slob:

Voorzitter. Ik denk dat ook rekening moet worden gehouden met het feit dat als de Kamer zo'n instrument toepast, zij natuurlijk ook even moet afwegen of zij dat in het kader van wat dat allemaal weer aan tijd en zo gaat kosten in verhouding ziet tot het doel dat daarmee gediend is.

Voorzitter. Als deze wet in werking gaat treden — dat is in de wet geregeld zoals u hebt gezien, in artikel 51, zeg ik uit mijn hoofd — is ook nadrukkelijk de evaluatie geregeld, want het is inderdaad belangrijk om een wet als deze en de werkwijze waarmee wij hopelijk straks van start gaan te blijven volgen. Er is een evaluatiebepaling in de wet opgenomen.

Voorzitter, er zijn een aantal specifieke vragen gesteld. Laat ik maar beginnen met de heer Rog. Hij is de reden dat we hier staan, dus geef ik hem als eerste de aandacht die hij verdient. Ik ga in op de hele discussie over het advies en het weer teruggekoppeld krijgen van de vo-school hoe het dan gaat die eerste drie jaren op het moment dat de leerling een advies heeft gekregen en naar een school is gegaan. Dat is uitvoering van de motie. Ik hoorde de heer Beertema zeggen dat de motie niet wordt uitgevoerd. Nee, de motie wordt wel uitgevoerd. Die is hierin meegenomen. De Kamer heeft daar inderdaad nadrukkelijk om gevraagd en het heeft eventjes geduurd, maar in deze wet is wel verankerd dat die gegevens ook teruggegeven moeten worden.

Nou ja, "moeten worden". Op dit moment is de situatie al zo dat scholen die gegevens opvragen. Scholen weten ook precies waar de leerlingen heen gaan. Waarom weten ze dat? Omdat ze ook verplicht zijn om het dossier van de leerling — dus wat heeft een leerling allemaal gedaan, wat zijn de kwaliteiten van de leerling? — over te dragen aan de school waar de leerling naartoe gaat. Dat is op het moment al geregeld. Dus de scholen weten naar welke vervolgopleidingen de leerlingen gaan. Het feit dat wij nu dat administratienummer niet ook in de gegevensset opnemen, heeft er ook mee te maken dat je niet meer moet vragen dan strikt noodzakelijk. Ik zeg niet dat het een enorme hoeveelheid aan gegevens is die wij allemaal verzamelen, maar als het niet strikt noodzakelijk is — en dat heeft dus met proportionaliteit te maken — hebben wij de keuze en de afweging gemaakt om dat niet te doen.

Waarom is het naar onze mening in deze situatie niet nodig? Scholen weten van hun leerlingen waar ze naartoe gaan. Het aantal leerlingen dat uiteindelijk op een andere school terechtkomt, is op het grote totaal, ik zeg niet "te verwaarlozen", maar toch een heel beperkt aantal. Dat zijn leerlingen die soms gaan verhuizen. Misschien wordt er eens eentje van school gestuurd. Ik weet niet of dat nog gebeurt tegenwoordig, maar dan moet je wel naar een andere school. Of je maakt zelf een keuze: ik voel me hier niet thuis, ik ga naar een andere school. Maar op het grote totaal is dat echt een hele kleine groep. En om dan generiek dergelijke informatie ook weer in deze wet op te nemen ... Nou, wij hebben de afweging gemaakt om dat niet te doen. Ik denk overigens dat de wijze waarop wij het nu in de wet regelen, uiteindelijk ook veel veiliger is, ook weer vanuit privacyoverwegingen. Nu wordt dit soort informatie heel vaak via de mail gestuurd. Straks gaat het netjes via DUO en zitten er ook allerlei veiligheidswaarborgen omheen als het gaat om de uitwisseling van gegevens. Dus ik zie dat ook nadrukkelijk als een grote meerwaarde. Dus, meneer Rog, dit is wat onze afweging is geweest, ook in het kader van het feit dat vanwege het schooladvies en het hele dossier eromheen dat ook meegaat, men gewoon wel bekend is met de vervolgopleidingen.

Deze wet heeft niet als hoofddoel om de kansengelijkheid verder te bevorderen, maar het is wel fijn, zeg ik tegen mevrouw Westerveld en anderen die daarover gesproken hebben, dat je bij zo'n eigenlijk toch technische wet — het gaat om administratie-uitwisselingen en zo — toch weer een instrument wat kunt verstevigen. De Kamer heeft een aantal jaren geleden terecht gevraagd om de kansengelijkheid verder te bevorderen en te zorgen dat er gewoon goede informatie ligt, en dat die informatie ook gebruikt kan worden door de scholen om heel gericht na te denken of hun adviezen wel kloppen en of de leerlingen uiteindelijk wel op een goede plek terechtkomen. Dat helpt ook weer bij de noodzakelijke kwaliteitsverbetering, wat een dagelijkse opdracht is voor iedereen die in het onderwijs werkt, en ook daarbuiten, zeg ik er gelijk maar bij.

Voorzitter. Mevrouw Tielen heeft aandacht gevraagd voor digitaal onderwijs en de digitale kansen. We moeten dit wetsvoorstel in dat opzicht ook weer niet groter gaan maken dan het strikt bedoeld is, maar het is natuurlijk wel heel erg belangrijk dat als digitalisering steeds verder oprukt en ook wat ons betreft — we weten dat er in het kader van de curriculumherziening ook over wordt nagedacht — verder in het onderwijs een plekje zal moeten krijgen, de school zelf ook in zijn administratiebeheer gewoon op een goede wijze digitaal bezig is en dat de opbrengsten van de registers, want het gaat hier om de registers, ook gebruikt kunnen worden. Zoals u weet kunnen de gegevens ook heel goed gebruikt worden voor diplomering bijvoorbeeld. Dan gaat het dus niet om onderwijsinhoud. Dat vindt op een ander terrein natuurlijk plaats. U weet dat we daar nog niet zo lang geleden, voor de zomer, een uitvoerig algemeen overleg over hebben gehad. U weet dat wat ons betreft verder bevorderd zal moeten worden dat scholen daarmee bezig zijn. Maar ook in het administratiebeheer, dat belangrijk is, moet de school met de tijd meegaan, waardoor het eenvoudiger, transparanter en ook flexibeler kan worden.

Het klopt dat een van de registers met schoolverzuim en voortijdige uitval te maken heeft. Dat is sec bedoeld om te bewaken dat leerlingen in een ander rijtje terechtkomen, bijvoorbeeld bij voortijdig schoolverlaten of iets dergelijks. Dus het is puur bedoeld om daar wat grip op te hebben. Bij de aanpak van schoolverzuim heb je niet zo heel veel aan die kale cijfers, want daar zitten geen namen en dergelijke achter. Op dat terrein willen we echt niet terechtkomen. Er zijn andere instrumenten die ook al bruikbaar zijn voor scholen om, als er veel schoolverzuim is, gerichter na te denken over de achterliggende oorzaken en over wat ze daar concreet aan kunnen doen. Daar kun je niet puur deze gegevens voor gebruiken, maar het spreekt voor zich dat de aanpak van schoolverzuim voor de scholen wel een heel groot onderwerp is. Het spreekt ook voor zich dat wij cijfermatig graag willen weten wat er allemaal gaande is.

Voorzitter. Mevrouw Tielen heeft de vraag gesteld, die ik even koppel aan een vraag van mevrouw Westerveld: moet men nu wel of niet toestemming geven voor deze gegevens? De omgang met de gegevens waar we hierover spreken, is in principe al staande praktijk. We gaan het alleen op een andere manier organiseren, met die toevoeging dat de terugkoppeling van gegevens over de leerlingen van de vo-school naar de p.o.-school nu voor het eerst op deze wijze geregeld gaat worden. Maar het was al praktijk dat die gegevens gewoon werden opgevraagd. Wat wij hier doen, welke gegevens we ook graag willen hebben, is volledig AVG-proof. Het is wat ons betreft belangrijk dat we niet opeens weer de situatie gaan creëren waarin we zeggen: nou, zegt u het maar; wilt u het wel of niet? Sowieso zal dat qua administratieve belasting, ook voor de scholen en het hele onderwijsveld, weer een totaal andere situatie gaan betekenen, maar het zou ook het doel om deze gegevens in ons bezit te hebben, kunnen ondergraven. Want we hebben er echt belang bij dat we niet alleen maar een beetje gemiddeld van een groep weten waar leerlingen terecht zijn gekomen, welke eventuele problemen zijn ontstaan, of ze allemaal netjes geland zijn en of de schooladviezen goed waren. Dan hebben we niet zo veel aan gemiddelden. Dan moeten we dat precies kunnen weten. Dan is het belangrijk dat we die gegevens ook krijgen.

Een ander punt is — en dat was de vraag van mevrouw Tielen — of men dan ook inzage heeft. Sowieso biedt deze wet ouders, leerlingen en studenten de mogelijkheid om precies te zien waar het dan zit. Dat is niet meer versnipperd maar zit op één plek. Ook weet men door middel van die AMvB's veel specifieker: hé, die krijgt die gegevens van mij en om die reden. Dat is alleen maar winst. Dat is heel duidelijk. Die inzage heeft men al, maar iemand kan ook op persoonsniveau aan de instanties vragen om inzage te geven in de gegevens die ze van die persoon hebben. Het vloeit mede voort uit de AVG dat men daar dan inzage in moet bieden. Ook dat is dus op een goede manier geregeld.

De heer Beertema gaf aan dat de Raad van State best wel kritisch was. Dat klopt. Dat is ook duidelijk geconstateerd. De Raad van State heeft nadrukkelijk aangegeven dat het beter was om een aantal onderwerpen in de wet te regelen. Dat ging om het gebruik van de bijzondere persoonsgegevens en de benoeming van de wettelijke taken waarvoor de minister het register mag gebruiken. Dat hebben we uiteindelijk ook gedaan. Dus er is goed geluisterd naar de Raad van State. De punten waarvan de Raad van State het beter vond dat ze een plekje zouden krijgen in de wet hebben wij opgevolgd. In de nota van wijziging heeft u dat terug kunnen vinden. In dat opzicht zijn wij van mening dat wij volledig hebben voldaan aan de indringende adviezen die de Raad van State in onze richting heeft geuit bij dit wetsvoorstel. Het is ook fijn dat we op die wijze gebruikmaken van de adviezen. Dat is niet alleen maar een verplicht nummer. Het is ook belangrijk om met elkaar op scherp te staan en nog eens goed af te wegen wat wijsheid is als we wetgeving gaan aanpassen, zoals in dit geval gebeurt.

Voorzitter. Ik heb net al antwoord gegeven op wat de heer Beertema over de ouders zei. De heer Kwint heeft met name, en ik denk terecht, de vinger gelegd op de AMvB. Hij vroeg zich af: hoe werkt dat dan? Ik heb daar net antwoord op gegeven. Ik snap best dat als het een wet is waar weer een AMvB uit voortvloeit, heel snel de indruk kan ontstaan dat dingen dan wat makkelijker en sneller gerealiseerd kunnen worden. In principe is dat waar, zoals ik net heb aangegeven. Het kan in de tijd schelen als we daar gebruik van maken, maar dat wil niet zeggen dat de zorgvuldigheid opeens verdwenen is, want dit is met duidelijke voorwaarden omkleed. Dat kan niet zomaar eventjes gebeuren.

De heer Van Meenen heeft nadrukkelijk gevraagd hoelang die gegevens bewaard worden. Daar zijn duidelijke termijnen voor. Voor de gegevens waar we het hier over hebben, bijvoorbeeld de terugkoppeling van vo en po, staat in principe een termijn van vijf jaar.

Volgens mij heb ik de meeste vragen beantwoord.

De voorzitter:

Mevrouw Tielen gaat u eraan herinneren dat zij nog een punt beantwoord wil zien.

Mevrouw Tielen (VVD):

Precies. Eigenlijk twee, als ik zo vrij mag zijn. Ik had de minister nog gevraagd of hij in de evaluatie van de wet expliciet een paar punten wilde opnemen. Komt hij daar nog even op terug? En wat is de voortgang van de implementatie na het wetsvoorstel, refererend aan ICT-achtige debacles, die we hier ook weleens bespreken?

Minister Slob:

We hebben, zoals ik aangaf, in de wet een evaluatiebepaling opgenomen. Als er wensen zijn om bij de evaluatie bepaalde onderwerpen mee te nemen, dan kan de Kamer die natuurlijk uiten, maar dan wil ik, zoals ik ook tegen de heer Kwint zei, wel graag weten in hoeverre dat al dan niet breed gedeeld wordt. Maar uiteraard wordt er zorgvuldig geëvalueerd. Het is bij deze wet ook van groot belang om dat te doen, gezien een aantal gevoeligheden die hier omheen zitten.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Ik had nog een vraag gesteld over het verzoek van de PO-Raad om specifieker terug te koppelen op welke middelbare scholen die leerlingen terechtkomen. De minister heeft wel iets gezegd over de gegevens, maar ik heb gewoon niet scherp of dat verzoek van de PO-Raad daarin is meegenomen en, zo niet, waarom niet?

Minister Slob:

Dat was mijn antwoord in de richting van de heer Rog, die erg teleurgesteld keek, omdat ik heb aangegeven dat we dat niet gaan doen. Ik heb dat gemotiveerd. Dat heeft echt te maken met de proportionaliteit. We praten hier over gegevens. Als die gegevens noodzakelijk zijn, en we ook goed kunnen aantonen waarom we deze gegevens nodig hebben, dan vind ik het van belang dat we dat ook transparant en duidelijk doen en in de wet of in de AMvB verder regelen. Maar als die gegevens niet strikt noodzakelijk zijn, dan wil ik dat gewoon niet doen. Dan vind ik het belangrijk om ook de proportionaliteit in de gaten te houden. Uiteindelijk, als we het even wat afpellen: ze weten gewoon naar welke school voor voortgezet onderwijs ze gaan. Dan praten we alleen nog maar over die leerlingen die verhuizen of die tussentijds van school veranderen. Dat is maar een heel kleine groep. Wij hebben er niet voor gekozen om dat generiek weer met al die gegevens in de wet op te nemen. Dat is de afweging die we hebben gemaakt.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik kijk naar de leden of er behoefte is aan een tweede termijn. Dat is het geval. Dan geef ik het woord aan de heer Rog voor zijn inbreng.

De heer Rog (CDA):

Voorzitter, dank u wel. Dank voor de beantwoording. Deze wet is gewoon een verbetering. Dat vinden we volgens mij breed in deze Kamer. Dat was ook de reden waarom we hem in eerste instantie als hamerstuk hadden aangemeld. Maar ik blijf toch wel wat moeite houden met de redenering van de minister op het punt dat ik zo prangend heb gemaakt en dat door de besturen in het p.o. naar voren is gebracht. De minister zegt dat het niet strikt noodzakelijk is. Nee, maar het is wel behulpzaam. Het is zelfs juist een reden voor de besturen in het primair onderwijs geweest om hun verantwoordelijkheid te nemen om die leerling te volgen in de eerste drie jaar in het voortgezet onderwijs. Uitgerekend de minister zelf geeft het argument dat we het straks niet meer via e-mailcontact doen, wat tegenwoordig volgens de AVG allemaal ontzettend gevaarlijk is, maar via DUO. Ik begrijp dus eigenlijk niet wat de angst is van deze minister. Ik dien daarom de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een school voor voortgezet onderwijs na afloop van het eerste schooljaar op verzoek van de basisschool informatie kan verstrekken over de studieresultaten van de leerling waarmee de basisschool de kwaliteit van zijn schooladvies kan toetsen;

tevens constaterende dat met het onderhavige wetsvoorstel de gegevensoverdracht voortaan beperkt wordt tot het schooljaar, de schoolsoort en leerweg;

overwegende dat de school voor voortgezet onderwijs zelf een belangrijke factor is in de analyse om de kwaliteit van het schooladvies te bepalen omdat het zonder deze informatie moeilijker wordt om de kwaliteit van het schooladvies te bepalen;

verzoekt het kabinet bij AMvB mogelijk te maken dat ook het administratienummer van de school voor voortgezet onderwijs onderdeel zal uitmaken van de gegevensset die aan basisscholen wordt teruggekoppeld,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Rog. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 8 (34878).

Ik kijk naar de andere leden. Mevrouw Westerveld heeft ook behoefte aan een tweede termijn.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Heel kort, voorzitter. We zijn blij met de antwoorden van de minister. We zijn vooral blij dat hij zo duidelijk stelt dat deze nieuwe wet helemaal AVG-proof is. In antwoord op mijn vraag of het klopt dat met deze nieuwe wet gegevens heel makkelijk en op ieder moment kunnen worden aangepast, gaf de minister heel duidelijk aan dat dit via een zorgvuldige procedure moet verlopen. Maar het is onze fractie nog niet helemaal duidelijk waarom de minister dan vrij ontwijkend antwoordt als er wordt gevraagd wat de rol van de Kamer daarin is. Kan de minister daar in de volgende reactie nog iets meer op ingaan? Moet er niet standaard een voorhangprocedure komen op het moment dat de gegevens worden gewijzigd?

De voorzitter:

Dank u wel. Mevrouw Tielen en de heer Beertema hebben geen behoefte aan een tweede termijn. De heer Kwint wel. Gaat uw gang. U spreekt namens de SP, zeg ik er maar even bij.

De heer Kwint (SP):

Daar ben ik mij buitengewoon van bewust, voorzitter, maar dank voor de herinnering. Voor je het weet, gaat zo'n debat helemaal fout.

Voorzitter. Er blijft nog maar één punt over. Dat is het onderscheid tussen wat er per wet en per onderliggende maatregel van bestuur wordt afgesproken. Wij vinden niet alleen dat het verschil tussen die twee wel heel erg groot is. De Raad van State vond dat ook. De meest gangbare procedure lijkt mij dus inderdaad dat ik daar een amendement voor ga schrijven, zoals de minister voorstelde. Hij kan raden wat de strekking daarvan zal zijn. Dat zal zijn dat er een voorhangprocedure komt voor de onderliggende maatregel van bestuur. Ik reken dan op de hartelijke steun van mijn collega's, zodat we nog eens goed kunnen kijken of de gegevens die in dat register worden opgenomen, niet gebruikt worden voor dingen waarvoor we helemaal niet willen dat ze gebruikt worden.

De voorzitter:

Dank u wel. De heer Van Meenen. Het hoeft niet. Het mag wel.

De heer Van Meenen (D66):

Voorzitter. Eerst nog een vraag. Ik vraag de minister nog even in te gaan op de eventuele mogelijkheid voor ouders om geen toestemming te verlenen voor het doorgeven van hun gegevens. Kan dat nu? Hoe zit dat precies?

Wat betreft de bewaartermijn de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het van belang is om de privacy van kinderen te beschermen;

overwegende dat leerlinggegevens gevoelige en persoonlijke informatie bevatten;

overwegende dat de doorstroominformatie uit het voortgezet onderwijs de schooladviezen kan verbeteren;

verzoekt de regering in de algemene maatregel van bestuur de bewaartermijn van leerlinggegevens zo kort mogelijk te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Meenen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 9 (34878).

Ik kijk naar de minister. Een paar vragen en een tweetal moties.

Minister Slob:

Voorzitter. Ik dank de Kamer voor de inbreng in tweede termijn.

Tegen de heer Rog zou ik willen zeggen dat er geen sprake is van angst. Ik heb net uitgelegd dat het woordje "proportionaliteit", een afweging maken wat wel en wat niet, uiteindelijk de doorslag heeft gegeven. Dat betekent dat ik zijn motie op stuk nr. 8 ontraad.

Tegen mevrouw Westerveld zou ik het volgende willen zeggen. Ik vind het soms wel een beetje betuttelend om precies aan Kamerleden te gaan vertellen wat ze allemaal wel of niet kunnen, omdat — ik ben zelf Kamerlid geweest — een Kamerlid dat ook weet. Als u een wet ziet waarin geen voorhang is geregeld terwijl u wel een voorhang wilt, dan doet u wat de heer Kwint net aankondigde: dan dient u een amendement in. Het is uiteraard aan de Kamer om dat te bepalen. Het siert de Kamer dat zij dit onderwerp heel zorgvuldig wil volgen. Ik sta ook niet te kijken van zo'n amendement en laat het oordeel over het amendement aan de Kamer, als het zou komen.

De heer Van Meenen heeft nog een vraag gesteld over de mogelijkheid voor ouders om geen toestemming te geven. Ik heb net aangegeven dat we wat betreft alles wat wij hier vragen en de gegevens die we hier willen hebben, gerechtigd zijn om die gegevens op te vragen en te gebruiken. We vinden het heel belangrijk om daar heel transparant over te zijn zodat iedereen kan zien om welke gegevens het gaat, wie ze eventueel krijgt en wat het doel daarvan is. Ik heb daar in eerste termijn ook duidelijke woorden aan gewijd. Ik heb heel nadrukkelijk aangegeven dat wij het niet nodig vinden om dan weer in al die situaties individueel toestemming te gaan vragen. Dat trekt een beetje het kleed eronder vandaan als het gaat om waarom we die gegevens willen hebben en willen gebruiken. Dat laat onverlet dat we wel vinden dat ouders, maar om te beginnen de leerlingen en de studenten zelf, moeten weten waar die gegevens zitten en daar volledige inzage in moeten hebben. Daar ben ik denk ik ook duidelijk over geweest: dat is wat ons betreft geregeld.

Voorzitter. Als ik de motie van de heer Van Meenen op stuk nr. 9 zo mag uitleggen dat die in feite aangeeft dat de termijn die ik genoemd heb toch wel erg omvangrijk is en dat we die terug moeten brengen tot het moment dat de gegevens op een redelijke manier bewaard moeten blijven en gebruikt kunnen worden, laat ik het oordeel erover aan de Kamer. Dan zullen we dat in de AMvB uiteindelijk meenemen en uitwerken. Die hangt weer voor, dus dan kunt u het ook weer beoordelen, als het amendement wordt aangenomen. Dat zullen we nog moeten afwachten. Het moet zelfs nog gemaakt worden.

De voorzitter:

Precies. Daarmee komen we aan het einde van dit debat over de Wet register onderwijsdeelnemers.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Over het wetsvoorstel, de twee moties en het eventueel in te dienen amendement wordt dinsdag 25 september gestemd. Dan weet u allen dat het dan pas is.

Om 21.15 uur gaan we verder met het dertigledendebat over het bericht dat een rechercheur lekte naar criminelen.

De vergadering wordt van 21.07 uur tot 21.14 uur geschorst.