Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-2018nr. 107, item 2

2 Vragenuur: Vragen Marijnissen

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 136 van het Reglement van Orde.

Vragen van het lid Marijnissen aan de minister-president, minister van Algemene Zaken over nieuwe informatie inzake dividendbelasting.

De voorzitter:

Wij beginnen met de vraag van mevrouw Marijnissen namens de SP aan de minister-president over nieuwe informatie inzake dividendbelasting. Het woord is aan mevrouw Marijnissen.

Mevrouw Marijnissen (SP):

Voorzitter. Hij heeft er de geloofwaardigheid van zijn partij voor over. De premier heeft er ook de geloofwaardigheid van zijn kabinet voor over. En hij heeft er zelfs de geloofwaardigheid van onze democratie voor over. Het dividenddebacle, want een debacle, ik denk dat we het dat wel mogen noemen. Eerst waren er geen stukken. Toen waren er wel stukken. Eerst waren er geen herinneringen. Toen waren er wel herinneringen. Eerst waren er geen onderzoeken. Toen waren er wel onderzoeken. Eerst zou het 1,4 miljard kosten, toen 1,6, nu mogelijk 2 miljard. En wat bleek afgelopen vrijdag? Afgelopen vrijdag bleek dat onze premier al vanaf 2010 bezig is met zijn persoonlijke project: het afschaffen van de dividendbelasting.

En, voorzitter, het is nog niet eens zo heel erg lang geleden dat wij ook in deze zaal stonden en dat wij tien uur lang met elkaar spraken, tien uur lang de minister-president bevraagden, de minister-president tien uur lang moest spitten in zijn geheugen, moest graven in zijn gedachten, om tot die herinneringen te komen. En hij kwam tot een herinnering. Hij kwam tot de herinnering van één stuk. Eén stuk zou er zijn over het afschaffen van de dividendbelasting. Maar dat was een partijstuk, dus dat telde eigenlijk niet. Het was een stuk van zijn eigen VVD.

En wat blijkt nu? Sinds afgelopen vrijdag, na wederom goed werk van onderzoekers in ons land, blijkt dat er helemaal niet één stuk over het afschaffen van de dividendbelasting is. Er is een archiefkast vol met stukken over het afschaffen van de dividendbelasting. Als sinds 2010 is dit het persoonlijke project van onze premier. Mijn vraag daarom ook vandaag aan de premier is: wie denkt hij nog voor de gek te kunnen houden? Wanneer is voor hem de grens bereikt en zegt hij "Ik geef die 2 miljard niet cadeau aan buitenlandse aandeelhouders. Nee, die investeer ik daar waar die hoort, namelijk in onze samenleving."?

De voorzitter:

Het woord is aan de minister-president.

Minister Rutte:

Voorzitter. Wij hebben vorig jaar bij verschillende debatten gesproken over het kabinetsvoornemen over het afschaffen van de dividendbelasting. Daarbij was ook aan de orde de vraag of er in het kader van de formatie stukken waren. Daar was toen geen herinnering aan. In april hebben wij een debat gehad over de stukken die in de formatie bleken op tafel te hebben gelegen. Waar het hier om gaat, zijn geen stukken uit de formatie, maar stukken die gewoon onderdeel zijn van het normale werk van iedere minister en van iedere minister-president. Bijvoorbeeld dat ene stuk uit december 2010, waaruit de indruk wordt gewekt alsof ik bezig was met het afschaffen van de dividendbelasting. Dat is niet zo. Het is bekend dat een aantal grote bedrijven in Nederland al langer een pleidooi houdt, al veel langer, voor het afschaffen van de dividendbelasting. Het is logisch dat als zo'n bedrijf mij bezoekt, ik daarop word voorbereid. Dat is dan ook gebeurd.

Mevrouw Marijnissen (SP):

Voorzitter. Wat de minister-president hier doet, is weer verwijzen naar de formatiestukken. Dat was ook wat in het debat gebeurde. We vroegen bijvoorbeeld aan Alexander Pechtold: hebben er stukken op tafel gelegen? Nee, er hadden geen stukken op tafel gelegen. Waarmee je denkt: er zijn geen stukken. Nee, wat was de grap? Het stuk had niet op tafel gelegen. Rutte was met het stuk in de hand langsgekomen bij Alexander Pechtold. Voorzitter, dat is toch geen manier van doen? De premier is tien uur lang bevraagd op het feit — want dat dachten wij tot voor kort — dat het afschaffen van de dividendbelasting pats-boem ineens in het regeerakkoord was beland. Dat dacht ik tot voor kort. Ik had er verder nog nooit in een verkiezingsprogramma, ook niet van de VVD, wat over kunnen lezen. En dat blijkt nu dus gewoon onjuist te zijn.

Er blijken al jarenlang gesprekken over gevoerd te worden. Er blijken notities over geschreven te zijn. Er zijn ambtenaren die met elkaar van gedachten wisselen. Ik zal er even een mailtje bij pakken. De ene ambtenaar mailt dan naar de andere: we zoeken onderbouwing voor het argument waarom afschaffen dividendbelasting helpt bij het voorkomen. Dan mailt de andere ambtenaar terug: empirisch onderzoek over verstoringen door dividendbelasting is niet beschikbaar. Dat bleek deze zomer ook wel. Dat maakt de discussie ook zo lastig. Voorzitter, hoe kan de minister-president hier dan vandaag opnieuw met droge ogen beweren dat die herinneringen er niet waren? Dat er slechts één stuk was, in de wetenschap dat er dus een archiefkast aan stukken beschikbaar was en u al jarenlang bezig bent met de lobby van het bedrijfsleven om de dividendbelasting af te schaffen?

Minister Rutte:

Mevrouw Marijnissen haalt twee dingen door elkaar. We hebben een discussie gehad in het kader van de formatie over welke stukken er wel of niet op tafel lagen. Daar ging het debat vorig jaar over en ook het debat dit jaar in april. Dit gaat over de normale stukken die iedere minister en staatssecretaris ter voorbereiding op gesprekken krijgt. Volgens mij is het bekend dat er bedrijven zijn die al heel lang voorstander zijn van de afschaffing van de dividendbelasting. Het is dus logisch dat als zo'n bedrijf op bezoek komt, ik word voorbereid op het feit dat zij daar een pleidooi voor zullen houden. Noch in het regeerakkoord van het eerste kabinet dat ik mocht leiden noch in het regeerakkoord van het tweede kabinet dat ik mocht leiden, staat iets over de afschaffing van die dividendbelasting. Dat hebben we besloten in de formatie van dit kabinet.

Dan kom ik op de argumenten. Het is heel normaal dat ambtenaren onderling op deelterreinen en bij elkaar te rade gaan om ervoor te zorgen dat dossiers, bijvoorbeeld ter voorbereiding op Kamerdebatten, worden voorbereid. Dat is het normale ambtelijke werk.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Marijnissen.

Mevrouw Marijnissen (SP):

Voorzitter. De ambtenaren hebben zich sufgemaild. Dat kunnen we zien aan al die honderden stukken die boven tafel zijn gekomen. Maar ze hebben geen argument gevonden. Het antwoord van een andere ambtenaar was namelijk: ik kan het niet vinden. Net als dat er geen fatsoenlijk econoom in Nederland te vinden is die dit nog steunt. Net als dat er vrijwel niemand in Nederland meer te vinden is die dit nog steunt. Net als dat er ook in de coalitie volgens mij steeds minder mensen zijn die dit nog steunen. Ik vraag mij af hoelang de minister-president dat nog volhoudt. Ik concludeer dat de minister-president al die tijd bezig is geweest met het voeren van gesprekken over het afschaffen van de dividendbelasting, maar dat het nooit hier in de Kamer, waar het besproken zou behoren te worden, aan de orde is geweest. Pats-boem stond het in het regeerakkoord! Daar kwamen onze vragen vandaan. Het is dus zo dat de minister-president al die tijd de Nederlanders €1.000 beloofde, hogere lonen beloofde, maar eigenlijk was het persoonlijke project van deze premier steeds: het afschaffen van de dividendbelasting. Ik roep de premier daarom op: wees een premier voor alle Nederlanders.

Minister Rutte:

Voorzitter. Die conclusie klopt niet. Het is bekend dat een aantal bedrijven al langer pleitte voor het afschaffen van de dividendbelasting. Wat was nieuw vorig jaar, ook in de periode van de formatie? Het feit dat dit type bedrijven inmiddels ook het risico loopt te worden overgenomen. Er is heel veel goedkoop geld in de wereld. Het is uiteindelijk het besluit van deze nieuwe coalitie geweest om een samenhangend pakket van voorstellen voor het investeringsklimaat te maken, mede met het oog op het behoud van de werkgelegenheid van deze zeer grote ondernemingen. Het blijft uniek dat een kleinere economie als Nederland dit soort zeer grote bedrijven in Nederland heeft gevestigd. Dat waren de nieuwe ontwikkelingen in 2017. Ik wijs op de situatie bijvoorbeeld bij het bedrijf Akzo, dat in een overname terecht dreigde te komen. Unilever heeft ermee te maken gehad; dat is allemaal openbare kennis. Uiteindelijk heeft dit kabinet besloten, op basis van een afweging van alle voors en tegens, om deze maatregel op te nemen in een samenhangend pakket van maatregelen voor ons investeringsklimaat, teneinde dit type belangrijke werkgelegenheid voor Nederland te beschermen.

De heer Asscher (PvdA):

Fijn dat de premier dit keer meteen is gekomen.

Voorzitter. Soms moet je hard zijn, zei Mark Rutte van de week. Meestal is dat dan tegen mensen in de bijstand, tegen kunstenaars, arbeidsbeperkten, kinderen. Maar waarom nou niet een keer hard als het nodig is tegen Shell en Unilever, als ze een onredelijke vraag komen stellen? Waarom mogen we, ondanks de verwoede discussie en de vele debatten, niet weten wat er op pagina 35 van de vrijdag gepubliceerde WOB-adviezen aan appreciatie wordt gegeven voor het vestigingsklimaat? Waarom is het, bijna een jaar na dato, nog steeds geheim wat onze eigen mensen van het voorstel vinden?

Minister Rutte:

Voorzitter. Nederland behoort tot de landen met de hoogste uitkeringen en de meest solide sociale zekerheid van de hele wereld. Daar zijn we met elkaar trots op. Maar dat betaalt zich niet zomaar; dat geld groeit niet aan een boom. Het feit dat wij in staat zijn om de beste gezondheidszorg van Europa en een van de meest ruimhartige socialezekerheidsstelsels van de wereld te hebben, en we ons niet alleen maatschappelijk maar ook financieel een fair en restrictief migratiebeleid kunnen veroorloven, komt doordat we in Nederland bedrijven hebben die de belastingen opbrengen. Die bedrijven zorgen voor werkgelegenheid. Dat is de reden, gegeven de specifieke situatie die in 2017 ontstond, dat deze nieuw aantredende coalitie heeft besloten om in een samenhangend pakket aan maatregelen ook deze maatregel op te nemen, teneinde te voorkomen dat dit type zeer grote ondernemingen, die overnamegevoelig worden en waarvan het risico bestaat dat ze weggaan, ook weggaan. Als je dit niet doet, neem je een onaanvaardbaar risico met die mogelijkheid en dat zou slecht zijn voor Nederland. We kunnen dit type bedrijven maar één keer verliezen, ik heb het eerder gezegd. ABN AMRO is nog steeds een prachtige instelling, maar het is nog maar een schim van de oude wereldwijd opererende bank. Je kunt maar één keer zo'n instelling verliezen en als dat dreigt, heb je ervoor te zorgen dat je alle maatregelen neemt om die bedrijven hier te houden.

De voorzitter:

Tweede vraag. De heer Asscher.

De heer Asscher (PvdA):

Die hardheid tegen de mensen blijft overeind, de hardheid tegen de multinationals is ver te zoeken. Maar intussen is er wel wat gebeurd sinds dit plan vorig jaar gelanceerd werd. De American Chamber of Commerce is ertegen. De Rabobank wijst er in een recent onderzoek op dat dit slecht is voor het vestigingsklimaat. Dus die hele redenering die we net hoorden wordt niet ondersteund door de mensen die ervoor geleerd hebben. Britse beleggers zitten er niet op te wachten, Nederlandse beleggers gaan er de rekening voor betalen. Mijn vraag is als volgt. We hebben gezien dat dit kabinet soms vlak voor de muur wel een bocht maakt. Waarom wordt er geen moment nagedacht over het ongelofelijk schadelijke effect van deze maatregel? De redenering houdt niet, klopt niet, wordt niet gesteund en de rekening ligt bij de mensen. Waarom is er geen moment van twijfel?

Minister Rutte:

Vanwege het grootschalige effect van het niet nemen van deze maatregel, namelijk het levensgrote risico dat een paar van de grootste Europese ondernemingen Nederland zouden verlaten — met hun werkgelegenheid, met hun bijdrage aan het unieke karakter van onze economie. Ik heb het vaker gezegd, Nederland is een klein land dat speelt in de Eredivisie, maar als we dit niet doen, zijn we een middelgrote economie die speelt in de Jupiler League. Nou ja, hij heet tegenwoordig anders ... De Keuken Kampioen Divisie, hoor ik. Het feit dat ik dit niet weet, laat wel zien dat je daar niet terecht wilt komen.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Kan de minister-president antwoorden op mijn vraag of het kabinet met een eigenstandig voorstel komt over het indienen van uitsluitend de afschaffing van de bestaande 15% dividendbelasting en dat die niet wordt gekoppeld aan iets anders? De heer Wiegel zei over de Eerste en Tweede Kamer: slikken of stikken. Koppelt u het? Graag een klip-en-klaar antwoord.

Minister Rutte:

Dat zou inzage geven in de stukken voor Prinsjesdag en dat veroorzaakt de grootst mogelijke ruzies met de fractie van de Socialistische Partij, in het bijzonder een van haar Kamerleden die mij hierover altijd kapittelt, en dat wil ik niet hebben.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Dan mijn tweede vraag. Kan de minister-president toezeggen dat het kabinet de motie-Hoekstra die unaniem door de Eerste Kamer is aangenomen over het niet-koppelen van eigenstandige wetsvoorstellen, gaat uitvoeren? Die is van grote betekenis in de Eerste Kamer.

Minister Rutte:

Die vraag refereert aan de context van de vorige vraag en ook daarvoor geldt: die vraag beantwoorden in die context zou mij tot een frontale aanvaring brengen met een van de vooraanstaande leden van de Socialistische Partij in deze Kamer.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Dan weet ik wel hoe laat ...

De voorzitter:

Nee, nee, dank u wel.

Minister Rutte:

Het is op dit moment kwart over twee.

Mevrouw Thieme (PvdD):

RTL Nieuws heeft gelukkig via een WOB-procedure informatie naar boven gekregen over de afschaffing van de dividendbelasting. Waarom minacht de minister-president burgers, de Kamer en journalisten keer op keer door zelf geen openheid te geven over de achtergrond van de afschaffing van de dividendbelasting? Waarom veinst hij telkens weer geheugenverlies, waardoor we weer gedwongen via WOB-procedures de informatie boven tafel moeten krijgen? Waarom schaamt de minister-president zich niet voor deze gang van zaken?

Minister Rutte:

Mevrouw Thieme haalt twee dingen door elkaar. De discussie in 2017 en begin dit jaar ging over stukken in het kader van de formatie. Die zijn vervolgens ook verstrekt. Ook andere ambtelijke stukken uit die periode van de formatie zijn verstrekt. Dit gaat in het algemeen over ambtelijke notities aan bewindslieden over een veel langere periode. Dat is het normale ambtelijke, politieke werk op een departement.

Mevrouw Thieme (PvdD):

De minister-president is volledig losgezongen van de werkelijkheid. Mensen zijn woedend dat er een afschaffing van de dividendbelasting plaatsvindt. Er is geen enkel argument te vinden. Mensen willen weten waarom het gebeurt. We hebben daar keer op keer debatten over gevoerd in de Kamer. Wij eisen van het kabinet, van deze minister-president in het bijzonder, dat alle informatie op tafel wordt gelegd, zodat wij ons daarover een oordeel kunnen vormen. Waarom vindt de minister-president het doodnormaal dat we dat alleen via WOB-procedures en via onderzoeksjournalistiek boven water krijgen, in plaats van dat hij de informatie zelf naar de Kamer stuurt?

Minister Rutte:

Geen enkel kabinet stuurt alle correspondentie tussen ambtenaren en bewindslieden naar de Kamer. Hier was sprake van een WOB-verzoek. Er wordt dan gekeken of die stukken verstrekt moeten en kunnen worden binnen het kader van de WOB. Het debat eerder dit jaar ging niet daarover. Dat ging over stukken in het kader van de formatie en het gerezen misverstand, dat is rechtgezet door alle stukken uit de formatie openbaar te maken.

De voorzitter:

Ik kijk even aan wie ik het woord geef. Volgens mij was de heer Azarkan eerder.

De heer Azarkan (DENK):

Nee, de heer Klaver was eerst.

De voorzitter:

De heer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):

De laatste keer dat een bestuurder het over de Jupiler League had, ging het over de beloningen bij ING. Een kleine week later waren ze van tafel. Ik denk dat hetzelfde gaat gebeuren met de dividendbelasting. Die wordt niet afgeschaft in Nederland. Dat weet de minister-president volgens mij maar al te goed. Hij staat alleen, helemaal alleen. Werkgeversorganisaties hebben hem in de steek gelaten. Datzelfde geldt voor banken, alle experts, de Tweede Kamer en, veel belangrijker, de Nederlandse bevolking. Wat heeft de minister-president nodig om ervoor te zorgen dat de dividendbelasting niet wordt afgeschaft? Wat heeft hij nodig om ervoor te zorgen dat dit op Prinsjesdag niet in de plannen staat?

Minister Rutte:

Het zou anders liggen als wij ons geen zorgen hoefden te maken over het grote risico dat een paar van de grootste ondernemingen die Nederland kent, gegeven de huidige situatie op de kapitaalmarkten en de financiële markten, zouden weggaan als we de dividendbelasting zouden behouden en als de kans dat bedrijven als gevolg van brexit naar Nederland zouden komen even groot zou zijn als we dat zouden doen. Maar het kabinet maakt de taxatie dat wij een onaanvaardbaar risico nemen met de structuur van onze economie. Het is uniek dat in een land van onze omvang het grootste Europese bedrijf en het derde bedrijf van de Britse beurs gevestigd zijn. Als wij inschatten — dat doen we — dat als we dit niet doen, de kans levensgroot is dat deze bedrijven Nederland verlaten, dan moet je dit besluit nemen, ook als het niet populair is.

Ik zeg tegen de heer Klaver nog één ding. Ik heb hem gezien tijdens een mooie bijeenkomst. Ik heb ook de run-up daarnaartoe gezien met alle kantinetours die hij gehad heeft. Hij praatte toen met mensen die hard werken in Nederland, die heel normale banen hebben, waar hij en ik allebei voor in het strijdperk zijn getreden hier in de politiek. Wil je echt voor die mensen zorgen, dan zul je ook moeten zorgen voor werkgelegenheid. Dan zul je ervoor moeten zorgen dat dit soort groot bedrijven hier is, want als die bedrijven hier niet zijn, dan kunnen wij niet voor die mensen zorgen. Dan valt die werkgelegenheid weg en verarmt de structuur van onze economie. Dat is de reden waarom we deze maatregel nemen.

En nog één ding. Hij wil 2 miljard steken in de publieke sector. Dit kabinet steekt 6 miljard in de publieke sector.

De heer Klaver (GroenLinks):

Als je iets wilt doen voor al die mensen die in onze publieke sector werken, voor onze politieagenten en de mensen in de zorg, dan moet je ervoor zorgen dat ze hun werk kunnen doen. Er is de afgelopen jaren heel hard bezuinigd en nu er geld over is, gaat dat naar die grote bedrijven. Mensen begrijpen dat niet. En terecht, want er worden verkeerde keuzes gemaakt. Deze premier laat zich voorstaan op brexit, op de kapitaalmarkten. Hij doet alsof dat vorig jaar plots gebeurde. Dat is niet waar. Een jaar voor de verkiezingen, een jaar voordat we onze verkiezingsprogramma's moesten schrijven, was de brexit een feit en was het geld goedkoper dan goedkoop. De situatie is niet veranderd. Het grote punt is dat de heer Rutte in zijn verkiezingsprogramma niks heeft opgeschreven over de dividendbelasting. Niks. Eén ding weet ik wel: zaken die ik belangrijk vind, schrijf ik op in mijn verkiezingsprogramma, zodat de kiezer daarvoor kan kiezen en mij erop kan afrekenen als hij of zij de plannen niet goed vindt. Dat heeft de heer Rutte niet gedaan. Hij rommelt er nu iets doorheen. Dat gaat over 2 miljard euro. Daarmee ondermijnt hij het vertrouwen in de democratie.

Minister Rutte:

Nog een keer: dit kabinet steekt niet 2 miljard, zoals de heer Klaver wil, maar 6 miljard in de publieke sector, en terecht. Dat is één. Ten tweede hebben we vorig jaar gezien dat grote bedrijven als Akzo en Unilever dreigden te worden overgenomen. Dat zou betekenen dat die grote bedrijven uit Nederland zouden vertrekken. Terecht was er een outcry hier in de Tweede Kamer en overal om dat te voorkomen. Het is de taxatie van deze coalitie dat we een mix van maatregelen — denk aan de vennootschapsbelasting, het tegengaan van brievenbus-bv's, maar ook het afschaffen van de dividendbelasting en een heel pakket voor het midden- en kleinbedrijf — noodzakelijk is om de structuur van onze economie te versterken, maar ook te beschermen. Als we dat niet zouden doen, als we zouden zeggen "we laten die maatregel schieten", dan nemen wij, vind ik, een te groot risico met een belangrijk onderdeel van onze economie. Dat raakt direct de werkgelegenheid, waarvoor de heer Klaver terecht — wij strijden daarbij aan dezelfde kant — zegt te strijden.

De heer Klaver (GroenLinks):

Mag ik een vraag stellen?

De voorzitter:

Nee, nee, nee.

De heer Klaver (GroenLinks):

Dit was bekend voor de verkiezingen.

Minister Rutte:

De overname van Unilever was in maart 2017.

De voorzitter:

Ik ga naar de heer Azarkan namens DENK.

De heer Azarkan (DENK):

Ik hoor de minister-president zeggen dat hij dit taxeert als een onaanvaardbaar risico. De praktijk is dat hij daar eigenlijk heel weinig onderbouwing voor heeft. Het zit in zijn vezels. Zijn partijleider hier in de Kamer, de heer Dijkhoff, noemde het gewoon "een grote gok". Die was wat eerlijker. Wat overblijft is dat hij al in 2010 door Shell is belobbyd. Dat heeft zulke gevolgen aangenomen dat hij bereid is om 2 miljard euro gemeenschapsgeld elk jaar weg te zetten naar deze bedrijven. Ik zou graag schriftelijk van de minister-president willen weten op welke momenten hij met Shell, Unilever, VNO-NCW en andere partijen heeft gesproken over dit onderwerp en wat hij daarvoor terugkrijgt.

Minister Rutte:

Dat doen we níét. Dat zijn vertrouwelijke gesprekken. Ik heb net al gezegd dat het actueel worden van het vraagstuk van het afschaffen van de dividendbelasting moet worden gezien in de context van de gebeurtenissen in de afgelopen achttien maanden. Ik heb dat net toegelicht, ook richting de heer Klaver. De overname van Unilever speelde begin vorig jaar. Dat is één. Ten tweede neemt de heer Azarkan zelf een groot risico — dat vind ik; daar zijn we het dus over oneens — met de structuur van onze economie door te zeggen dat hij het risico wel neemt dat die grote bedrijven weggaan. Ik neem dat risico niet. Mijn taxatie is dat dat risico te groot is. Dat zou ons land verarmen. Nogmaals, dan spelen wij niet meer in de hoogste leagues. Dan verarmt de structuur van onze economie. Dat heeft een direct gevolg voor banen, niet alleen voor de topmensen die er werken, maar juist ook voor hele normale banen voor mensen met hele normale salarissen, voor wie wij hier allebei in het strijdperk staan.

De heer Azarkan (DENK):

De minister-president weet ook dat er maar één land is om ons heen dat een lagere dividendbelasting heeft dan wij, namelijk het VK met 0%. Duitsland zit hoger, net als Frankrijk, België, Zwitserland. Op de een of andere manier wil de minister-president doen geloven — het is een beetje op zijn Trumps — dat als dit niet gebeurt, we terugzakken als een soort derdewereldland en het allemaal een drama wordt hier. Dat wordt nergens onderbouwd. Er is inmiddels geen enkele partij die nog ondersteunt dat dit een drama is voor het Nederlandse vestigingsklimaat. Onzin. De minister kan dit niet onderbouwen.

Minister Rutte:

Juist Engeland heeft inderdaad op dit moment geen dividendbelasting. Het zijn juist ook een aantal hele grote ondernemingen die in Nederland gevestigd zijn die deels ook Brits zijn. Er zijn ook bedrijven in Groot-Brittannië die nu kunnen overwegen om naar Nederland te komen vanwege de brexit. Dan speelt dit een belangrijke rol. Het gaat me nog niet eens zozeer — ook dat is belangrijk — om de investeringskansen van bedrijven die naar ons toe zouden kunnen komen, maar het gaat het ook om een beschermingsmaatregel voor een paar van de grootste Nederlandse ondernemingen. Ik vind dat dat debat moet worden gevoerd. Dat doen we ook hier. Dat zullen we volgende week ongetwijfeld doen bij de Algemene Politieke Beschouwingen. Ik verheug me op dat debat over de structuur van onze economie. Ik begrijp heel goed dat een belasting afschaffen die grotendeels in het buitenland landt, niet positief en populair is. Dat snap ik heel goed. Maar ik vraag ook aandacht voor het grote risico dat de tegenstanders van de maatregel nemen, namelijk het grote risico dat een aantal van de grootste Nederlandse ondernemingen vertrekken. Dat risico wil ik niet nemen. Daarom neemt het kabinet deze maatregel.

Mevrouw Marijnissen (SP):

De minister-president kan de heer Klaver de maat nemen over wie hier het beste is voor de werkgelegenheid, maar kijk naar de schwung en het gevoel waarmee hij zegt dat die bedrijven — iedereen weet dat het gewoon over Unilever en Shell gaat, maar goed, dat terzijde — behouden moeten worden voor Nederland en dat dit goed is voor de werkgelegenheid. Hij gaat daarmee ondertussen tegen alle adviezen van elke fatsoenlijke econoom en nog een hele hoop anderen in Nederland in. Ik zou willen weten van meneer Rutte waar die schwung was voor de werkgelegenheid en de banen toen bijvoorbeeld door het beleid van de heer Rutte 77.000 mensen in de zorg op straat zijn gekwakt, toen de verzorgingshuizen dicht moesten, toen de thuiszorg werd gehalveerd. Nu weten we dus dat meneer Rutte toen al aan het spreken was met Shell en Unilever over het afschaffen van de dividendbelasting. Waar was hij toen?

Minister Rutte:

Ik was niet aan het spreken vanuit een standpunt dat de dividendbelasting moest worden afgeschaft. Wij werden geconfronteerd met het feit dat er al heel erg lang wensen bestaan bij een aantal ondernemingen om de dividendbelasting af te schaffen. Dan is het logisch dat ik erop word voorbereid als die bedrijven op bezoek komen. Dan over onze werkgelegenheid. Nederland heeft een spectaculaire werkgelegenheidsgroei gekend in de afgelopen jaren. We hebben nog nooit zo veel banen gehad en er zijn nog nooit zo veel mensen aan het werk geweest. Dat komt omdat toen het slecht ging, we met elkaar bereid waren om moeilijke maatregelen te nemen, met steun van de oppositiepartijen en een coalitie van Partij van de Arbeid en de VVD, die kon rekenen op een minimale meerderheid in deze Kamer en geen meerderheid had in de Eerste Kamer. Mevrouw Marijnissen zou wel aan de poort staan van dit soort bedrijven als ze weggaan en zou dan moord en brand schreeuwen. En terecht, want het zou heel slecht zijn voor onze economie en onze banen als dat zou gebeuren. Maar ik vraag haar om ook steun te geven aan een kabinet dat beschermende maatregelen neemt om dit soort bedrijven voor Nederland te behouden. Je kunt niet het ene doen — schreeuwen bij de poort "jullie moeten blijven" — als je niet bereid bent om het risico daarop te mitigeren door dit soort maatregelen te nemen, ook als die niet populair zijn.

Mevrouw Marijnissen (SP):

Dit gaat niet over een wel of niet populaire maatregel. Dit gaat over de geloofwaardigheid van het kabinet. Dit gaat over het geloof dat mensen kunnen hebben in de democratie. Ik vind het heel ernstig wat hier gebeurt. De heer Rutte zegt: in slechte tijden hebben we allemaal in moeten leveren en hebben we offers moeten brengen. Ja, die 77.000 mensen die in de zorg werkten hebben een offer moeten brengen; die zijn ontslagen. Maar wat is ook bekend geworden in het dividenddebacle? Voor Shell gold dat niet. Want de afgelopen tien jaar kon Shell al belasting ontwijken voor bijna 8 miljard euro. Dus was het maar zo, zou ik tegen de minister-president willen zeggen, dat we in slechte tijden allemaal moesten inleveren. Dan was Shell waarschijnlijk ook niet weggekomen met de sneaky belastingdeals die ze onder Rutte wel hebben gekregen.

Minister Rutte:

Dit is ronduit populistische taal en niet gebaseerd op de feiten. Hier is een heel debat over geweest. Daarin is ook gebleken dat mevrouw Marijnissen hier fout zit. Nu terug naar het grote vraagstuk van de werkgelegenheid. Als het vorige kabinet niet bereid was geweest om in een diepe crisis in de Nederlandse economie in te grijpen, dan waren wij nu niet een van de best presterende economieën van de wereld geweest. In absolute euro's zijn wij op dit moment de derde grootste exporteur van de wereld, na Duitsland en Japan en nog voor China. We hebben een werkloosheid die inmiddels weer richting het niveau van 2001 gaat. Die is dus heel erg laag. Wij hebben op dit moment een record aan investeringen. We hebben een recordaantal mensen dat aan het werk is en een recordaantal banen. Op alle staatjes, als je alles optelt en deelt, is Nederland het op een na best presterende land van de wereld, achter Zwitserland, en we halen Zwitserland zelfs in. Dus laten we hier nou niet de indruk wekken dat we op weg zijn naar de rand van de afgrond. We leven in een prachtig en sterk land. Maar daar hoort wel bij dat we ook bereid moeten zijn om impopulaire maatregelen te nemen om de structuur van onze economie te beschermen — inclusief een paar van de grootste Europese ondernemingen, met alle spin-off van die bedrijven op het gebied van research, banen en midden- en kleinbedrijf die daarmee samenhangt.

De voorzitter:

Dank u wel.

Minister Rutte:

Dank u wel, voorzitter.