Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-2018nr. 107, item 20

20 Voortgangsrapportage Nationaal Techniekpact 2020

Aan de orde is het VAO Voortgangsrapportage Nationaal Techniekpact 2020 (AO d.d. 27/06).

De voorzitter:

Aan de orde is het VAO Voortgangsrapportage Nationaal Techniekpact 2020. Dit is een voortgezet algemeen overleg. Het algemeen overleg heeft plaatsgevonden op 27 juni jongstleden. Ik verwelkom graag de minister. Er hebben zich vijf mensen ingeschreven voor vandaag. Als eerste geef ik graag het woord aan de collega van de Partij voor de Dieren, de heer Van Raan.

De heer Van Raan (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. Ik dank de minister nogmaals voor het AO. Ik heb twee moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het tempo van de transitie naar een meer duurzame samenleving mede afhankelijk is van de hoeveelheid technici die geschoold zijn in kennis en kunde over niet-fossiele brandstoffen;

verzoekt de regering om vanuit de Landelijke Regiegroep Techniekpact nadrukkelijk aan te sturen op:

  • -het zo aantrekkelijk mogelijk maken van stages bij duurzame bedrijven;

  • -stages bij fossiele bedrijven ontmoedigen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Raan. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 322 (32637).

De heer Van Raan (PvdD):

Ik heb nog een tweede motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de toekomst van generaties op het spel staat door klimaatverandering;

constaterende dat het tempo van de transitie naar een meer duurzame samenleving mede afhankelijk is van de hoeveelheid technici die geschoold zijn in kennis en kunde over niet-fossiele brandstoffen;

constaterende dat het kunnen leveren van een bijdrage aan de transitie naar een meer duurzame samenleving een motiverende factor kan zijn voor jongeren bij het kiezen van een technisch beroep;

verzoekt de regering om vanuit de Landelijke Regiegroep Techniekpact nadrukkelijk aan te sturen op het transformeren van de technische opleidingen tot opleidingen die zo veel mogelijk in het teken staan van het leveren van een bijdrage aan de verduurzaming van de samenleving (zoals opleidingen op het gebied van reparatie, herstel en hergebruik),

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Raan. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 323 (32637).

De heer Van Raan (PvdD):

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Alkaya van de SP.

De heer Alkaya (SP):

Dank, voorzitter. Er komt nogal wat af op de Nederlandse industrie: digitalisering, robotisering en een onzeker geopolitiek klimaat. En terwijl wij vakmensen vooral in de techniek hard nodig hebben, bezuinigt dit kabinet op leerwerkplekken in het mbo. Ik heb de afgelopen maanden veel zorgen gehoord vanuit allerlei sectoren, van de metaalsector tot de automonteurs, en van de bouw tot de horeca. Allemaal zijn zij verbijsterd over wat dit kabinet aan het doen is. Zo veel bedrijven en sectoren zeggen: kabinet, doe het niet; we hebben deze jongeren nodig. Toch heeft het kabinet geen structurele oplossing en zijn verdere bezuinigingen niet van tafel. Als Shell of Unilever aanklopt, gaat de rode loper van dit kabinet uit, maar als de industrie en het mkb aankloppen, moeten wij blijkbaar hard voor ze zijn. Stel je voor. Je komt net vers van het vmbo, je hart ligt in de techniek en de industrie vraagt om technische vakmensen, maar je kunt geen leerwerkplek vinden omdat deze rechtse coalitie geen geld heeft voor jou, maar wel voor buitenlandse aandeelhouders. Dit is onrechtvaardig, vandaar de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering in haar Voorjaarsnota heeft besloten om de tekorten bij de studiefinanciering op te vangen door 7 miljoen te bezuinigen op mbo-leerlingen;

van mening dat Nederland voor een enorme opgave staat waarbij technisch geschoolde vakmensen onmisbaar zijn en dat goed beroepsonderwijs onmogelijk is zonder voldoende leerwerkplekken;

verzoekt de regering de bezuiniging op de leerwerkplekken voor 2018 ongedaan te maken en een structurele dekking hiervoor te vinden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Alkaya. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 324 (32637).

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Van der Lee van GroenLinks.

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Dit kabinet heeft mét GroenLinks grote plannen voor wind op zee. We hebben daar al een offshore-industrie, maar die gaat heel hard groeien. Tijdens een werkbezoek aan het noorden van het land, in de Eemshaven in Groningen, werd ik gewezen op een probleem. Het is voor een stagiair die een windmolen op zee gaat bezoeken, noodzakelijk om een hele kostbare veiligheidstraining te doorlopen, van duizenden euro's. Voor bedrijven is het echt een probleem om dat te betalen, zeker als ze niet weten of die stagiair bij hen in dienst komt, want dan hoeft de training niet nog een keer gevolgd te worden. Ik zou middels een motie aan het kabinet willen vragen om zich in dit probleem te verdiepen, met betrokken partijen te onderhandelen en te kijken of daar een oplossing voor gevonden kan worden. Want daar zijn creatieve ideeën voor bij de sector.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat iedereen die met windmolens op zee werkt een veiligheidstraining moet volgen die duizenden euro's kost;

constaterende dat het voor bedrijven een grote investering is om stagiairs een dergelijke training aan te bieden als zij geen garantie hebben dat de betreffende stagiair bij hen in dienst zal komen;

overwegende dat het hierdoor lastig is stage te lopen in deze sector en dit een struikelblok is voor de energietransitie;

verzoekt de regering dit probleem te bespreken met de windenergiesector en mogelijke oplossingen te verkennen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Lee, Moorlag en Alkaya. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 325 (32637).

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dan geef ik het woord aan de heer Amhaouch van het CDA.

De heer Amhaouch (CDA):

Voorzitter. In de Global Innovation Index 2018 die van de zomer verscheen, bleek dat Nederland na Zwitserland de meest innovatieve economie ter wereld is. Om naar plek één te stijgen is meer inzet op techniek van groot belang. Techniek wordt steeds meer de ruggengraat van onze samenleving, waarbij de tekorten aan technici alleen maar groter zullen worden. Het CDA vindt het daarom van belang dat het tekort wordt aangepakt. Het CDA is een groot voorstander van het Techniekpact en is blij met de structureel 100 miljoen euro per jaar die in het regeerakkoord beschikbaar worden gesteld voor een dekkend aanbod en voor de versterking van de kwaliteit van het techniekonderwijs op het vmbo.

Het CDA heeft tijdens het AO onder andere gepleit voor meer connectie tussen jongeren en techniek, voor het belang van de regionale verankering van het Techniekpact, voor meer initiatief van het bedrijfsleven zelf en voor meer ontschotting. Het CDA zou tijdens dit VAO meer duidelijkheid van de minister willen over de stappen die het komende jaar zullen worden gezet om het imago van techniek verder te verbeteren. Hoe wil de minister bevorderen dat mensen die werkloos dreigen te worden in een sector waar de vraag naar personeel afneemt, tijdig worden klaargestoomd om aan de slag te gaan in de techniek? Hoe kijkt het kabinet hierbij aan tegen de afspraak over zijinstroom? Volgens het CDA is het sleutelwoord hier "ontschotten": ontschotten, ontschotten en nogmaals ontschotten.

Tot slot vindt het CDA de Subsidieregeling praktijkleren een goed instrument, omdat die werkgevers stimuleert tot het bieden van praktijklessen en leerwerkplekken. Het CDA is dan ook een sterk voorstander van de voortzetting van deze subsidieregeling in 2019 en wil dat de minister de Kamer op Prinsjesdag informeert over de wijze waarop zij exact invulling wil geven aan dit voornemen.

De heer Alkaya (SP):

Begrijp ik de heer Amhaouch goed? Roept hij het kabinet hiermee op om daadwerkelijk een structurele oplossing te vinden voor die bbl-plekken?

De heer Amhaouch (CDA):

We hebben een goede regeling en die moet gewoon voortgezet worden. Daar hebben we het vaak over gehad. Iedereen schrijft die ook goed aan. We willen dus graag dat die regeling voortgezet wordt. Dat is onze oproep en volgens mij heeft de minister in een brief in juli ook gezegd dat die voortgezet wordt. Wij wachten graag Prinsjesdag en de begrotingsbehandeling af om te zien hoe dit exact ingevuld gaat worden.

De heer Alkaya (SP):

Ik hoop dat het CDA hier daadwerkelijk achter staat en mijn motie steunt om de bezuiniging van 7 miljoen die in de afgelopen Voorjaarsnota is doorgevoerd, terug te draaien. Ik kijk dus uit naar zijn steun voor mijn motie.

De heer Amhaouch (CDA):

Wij kijken naar het totaalpakket. Ik heb net al gezegd dat er 100 miljoen komt voor het technisch vmbo. Wij vinden de praktijkleerregeling nog steeds van belang. Ook die moet doorgaan. Wij kijken dus naar het totaalpakket. Volgens mij zijn de ministers en staatssecretarissen die hierover gaan, die van Sociale Zaken en Economische Zaken, doordrongen van het belang van technisch vakpersoneel voor de Nederlandse economie.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan kijk ik even rond. Is nog behoefte aan ... ? Nee. Dan gaan we naar de heer Moorlag van de Partij van de Arbeid.

De heer Moorlag (PvdA):

Voorzitter. Wij zijn hier bijeen om het Techniekpact te beoordelen. Het Techniekpact is naar de smaak van de PvdA-fractie goed, maar de vraag is of het goed genoeg is. Wij hebben echt een afschuwelijk tekort aan vakkrachten. Dit bedreigt de groei van de economie. Er zijn ondernemers die opdrachten laten schieten omdat zij geen mensen hebben om die uit te voeren. Het bedreigt echter ook een andere belangrijke maatschappelijke opgave, namelijk de energietransitie. Wij hebben echt heel veel vakmensen nodig om woningen te verduurzamen en de elektriciteitsnetten aan te passen. Een netwerkbedrijf als Enexis, dat een heel goede cao heeft, is al niet in staat om voldoende vakmensen te krijgen. Dat geldt voor heel veel bedrijven.

Dus nogmaals, het Techniekpact is goed, maar er is veel meer nodig. Laat nu het antwoord op de vraag wat er nu precies nodig is, gegeven zijn door de Sociaal-Economische Raad. Daarom wil ik graag de volgende motie indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het Techniekpact het tekort aan technisch personeel moet terugdringen;

overwegende dat daarenboven een grotere inspanning nodig is om een tekort aan technisch personeel ten behoeve van onder meer de energietransitie te voorkomen;

verzoekt de regering de aanbevelingen uit het SER-advies Energietransitie en werkgelegenheid over te nemen en uit te werken met het onderwijs, het bedrijfsleven en de vakbeweging,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Moorlag en Van der Lee. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 326 (32637).

Ik kijk even naar de minister. Een vijftal moties en een vraag. U heeft ze nog niet allemaal? Dan schors ik voor twee minuutjes tot u ze allemaal heeft en u zich heeft kunnen voorbereiden.

De vergadering wordt van 15.59 uur tot 16.02 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik geef de minister graag de gelegenheid om de moties van een appreciatie te voorzien. Gaat uw gang, minister.

Minister Van Engelshoven:

Voorzitter, dank u wel. Ik dank de Kamer voor de ingediende moties en ik zal die moties van een oordeel voorzien.

Allereerst de moties van de heer Van Raan. In zijn motie op stuk nr. 322 verzoekt hij om stages bij duurzame bedrijven zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Gelet op het toekomstperspectief in die sector zijn dat al heel aantrekkelijke stages. Hij vraagt ook om stages bij fossiele bedrijven te ontmoedigen. Los van het feit dat wij als kabinet niet de ene stage aanprijzen dan wel de andere ontmoedigen, is het ook de student zelf die daarin een keuze mag maken. Ik zou in die keuzevrijheid niet willen treden. Het zijn werkgevers die stageplaatsen creëren. Overigens kan het juist heel interessant zijn voor een student om stage te lopen bij een bedrijf dat nu nog fossiel is, maar dat bezig is met die transitie. Want daar is ook een hoop werk te doen. Ja, u bent het met mij oneens zie ik aan uw gelaatsuitdrukking, maar dit is toch het antwoord waar u het mee moet doen. Dus ik ontraad deze motie.

In uw motie op stuk nr. 323 verzoekt u mij om aan te sturen op het transformeren van de technische opleidingen tot opleidingen die zo veel mogelijk in het teken staan van duurzaamheid. Eigenlijk heb ik die motie al uitgevoerd, want ik heb reeds samen met collega Van Veldhoven een oproep gedaan per brief aan de SBB om alle kwalificatiedossiers in het mbo door te lichten en te kijken of daarin echt voldoende aandacht is voor duurzaamheid en circulaire economie. Dus ik heb aan dat verzoek reeds voldaan. SBB is daar nu mee aan de slag. Op het moment dat het nieuwe kwalificatiedossier wordt voorgelegd, zullen we daar scherp op letten. In die zin ontraad ik de motie, want die is reeds uitgevoerd en daarmee overbodig.

De heer Van Raan (PvdD):

Dank voor de antwoorden. Ik kan me voorstellen dat we kijken wat er uit die oproep komt. Ik zal tot die tijd de motie aanhouden.

Dank u wel.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Van Raan stel ik voor zijn motie (32637, nr. 323) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Van Engelshoven:

Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 324 van de heer Alkaya. Ik kom niet terug op mijn besluit bij de Voorjaarsnota. Het ging daar overigens ook voor een deel om extra geld dat eerder was voorzien via een kasschuif. Dus er was maar voor een heel beperkt deel echt minder budget. Overigens wil ik er wel op wijzen dat ik met u zeer hecht aan die leer-werkplekken, maar het is natuurlijk geenszins zo dat bedrijven genoodzaakt zijn om een leer-werkplek te schrappen op het moment dat die subsidie er niet meer is, zeker niet in een tijd waarin er grote tekorten zijn. Dan moet het voor een bedrijf heel aantrekkelijk zijn om die leer-werkplek te blijven creëren en te zorgen dat mbo-studenten daar terechtkunnen, want die blijven dan ook vaak bij dat bedrijf. Dit ging over een heel klein deel en het hoeft op het aantal leer-werkplekken geen enkel effect te hebben. Overigens heb ik de Kamer voor de zomer bericht dat de regeling wordt doorgezet. Op Prinsjesdag ziet u welke bedragen daarbij horen. Maar deze motie ontraad ik.

De voorzitter:

Een ogenblikje. De heer Alkaya.

De heer Alkaya (SP):

Voorzitter, de minister geeft nu al aan dat ze de bezuiniging niet gaat terugdraaien terwijl wij nog moeten stemmen over de motie en dat vind ik niet echt passend. Los daarvan vraagt de motie ook om een structurele oplossing, dus niet alleen maar voor 2019. Ik weet dat u heeft toegezegd om daar een oplossing voor te vinden, maar we vragen ook om een bevestiging dat we niet verder gaan bezuinigen op die post. Daar roept die motie toe op en daar krijg ik ook graag een reactie op van het kabinet en niet op de manier waarop het nu wordt geïnterpreteerd.

Minister Van Engelshoven:

Uiteraard — excuus daarvoor — mag ik niet vooruitlopen op een stemming in de Kamer. Het budget ligt uiteindelijk hier voor. U vraagt van mij een toezegging voor de toekomst, maar daarmee zou ik vooruitlopen op datgene wat u op Prinsjesdag van het kabinet gaat ontvangen. En u begrijpt met mij heel goed dat ik dat niet kan doen. Dus u zult toch nog even een weekje moeten wachten.

De heer Alkaya (SP):

Ik zal met alle plezier mijn motie intrekken als blijkt dat dit kabinet wel met een briljante oplossing komt, maar ik heb zo mijn twijfels. Dus ik handhaaf de motie.

Minister Van Engelshoven:

Dan de motie op stuk nr. 325, van de heer Van der Lee en anderen, over het probleem in de windenergiesector. U zegt dat er een uitgebreide veiligheidstraining nodig is als men daar stage loopt. Wij weten dat men bijvoorbeeld in de metaalsector via de O&O-fondsen vaak collectief voorziet in de financiering van dat soort trainingen. Het was mij niet bekend dat dit in de windenergiesector op dit moment een probleem is. Ik zeg u graag toe dat ik dat probleem met de sector zal bespreken en zal kijken hoe men tot een oplossing kan komen. Het lijkt mij dat er een parallel is met hoe dat in andere sectoren wordt gedaan. Regel dat met elkaar, collectief, want ergens komen die studenten toch wel in die sector terecht. Ik ben er graag toe bereid, dus deze motie laat ik aan het oordeel van de Kamer.

Voorzitter. Dan de vragen van ... Nee, laat ik eerst de moties afhandelen. Ik kom op de motie van de heer Moorlag, op stuk nr. 326, over een reactie op het SER-advies. Zou ik u mogen vragen om de motie aan te houden? Hiervoor heb ik echt overleg met de collega's nodig. Deze motie gaat niet alleen mij aan, maar is breder. Het kabinet zal in het kader van de energietransitie ook met een reactie op dat SER-advies komen. Maar u kunt op dit moment niet van mij vragen dat ik een reactie geef op een breed advies dat ook velen van mijn collega's aangaat. Daar moeten we het advies echt nog even goed voor bestuderen.

De voorzitter:

Ik denk dat de heer Moorlag wil weten wanneer dat advies komt. De heer Moorlag.

De heer Moorlag (PvdA):

Ik ben wel bereid om de motie aan te houden, mits de minister toezegt dat er een schriftelijke reactie naar de Kamer komt, niet alleen op het advies maar ook op deze motie.

De voorzitter:

En een termijn graag.

Minister Van Engelshoven:

Ja, zo snel mogelijk. Ik heb daar echt even overleg met de collega's voor nodig. Ik wil hen ook niet aan het onmogelijke houden. Het komt zo snel als het kan. Ik schat in dat dat dit najaar wel moet lukken.

De heer Moorlag (PvdA):

Ik begrijp dat er een schriftelijke reactie komt van de minister of van een van haar collega's.

De voorzitter:

Ja, die toezegging heeft u. Houdt u daarmee de motie aan?

De heer Moorlag (PvdA):

Ja, voorzitter.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Moorlag stel ik voor zijn motie (32637, nr. 326) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Van Engelshoven:

Dan tot slot de vragen van de heer Amhaouch. Welke stappen gaan wij zetten om het komende jaar het imago van techniek te verbeteren? Er zijn natuurlijk een heel aantal initiatieven. Het gaat hier te ver om helemaal uitputtend te zijn, want dan zijn we nog wel even bezig. Maar laat ik er een paar noemen. Om het techniekvak bij meisjes te bevorderen hebben wij iets als Girlsday, waar jonge meisjes al vanaf de basisschoolleeftijd worden geïnteresseerd in techniek. In het afgelopen jaar alleen al namen er in de stad Den Haag ongeveer 1.000 meisjes aan deel. Het was dus zeer aantrekkelijk. Op die manier proberen we van jongs af aan die interesse te wekken.

Ik heb zelf ook het actieplan met onder meer de VHTO om in een alliantie ervoor te zorgen dat meer vrouwen geïnteresseerd raken in techniek. Dat doen we in de alliantie Werk.en.de Toekomst, waar niet alleen de VHTO deel van uitmaakt, maar ook Atria, Emancipator en de Nederlandse Vrouwen Raad.

Daarnaast heeft het kabinet 100 miljoen voor het technische vmbo. Dat is geen klein geld. Het is echt 100 miljoen, om ervoor te zorgen dat het technische vmbo in alle regio's een impuls krijgt. Als we mensen naar die technische beroepen willen trekken, moeten we ook zorgen dat we een aantrekkelijk technisch vmbo hebben, en daar schort het nu nog weleens aan. Daar zijn we dus volop mee bezig. Collega Slob informeert u daar ook geregeld over.

In het Techniekpact 2020 hebben we ook allerlei voorbeelden genoemd van initiatieven in de regio die we ondersteunen en uitvoeren om in alle regio's te zorgen dat partijen samenwerken om techniek daar aantrekkelijk te maken.

Ik wijs u bijvoorbeeld ook op wat ik zelf doe in het kader van het Regionaal investeringsfonds, waarin overheden, onderwijs en bedrijfsleven samenwerken om het mbo te innoveren. Dat is ook vaak op technisch gebied. Het gaat dan niet alleen om de initiële opleiding, maar u vroeg ook terecht naar de zijinstromers. Het gaat ook om mensen die nu in beroepen met minder perspectief zitten. Die wil je omscholen naar de techniek. Dat kan bijvoorbeeld via de regionale samenwerking in het RIF.

U heeft ook kunnen zien dat wij kwaliteitsafspraken met het mbo hebben gemaakt om die regionale samenwerking te bevorderen. Die kan ervoor zorgen dat de mobiliteit op de arbeidsmarkt ook regionaal tot stand komt.

Binnenkort komen collega Koolmees en ik ook nog met een brief in het kader van een leven lang ontwikkelen, waarin ook de nodige initiatieven te zien zullen zijn.

De heer Amhaouch (CDA):

Ten eerste dank aan de minister. Ik denk dat het heel belangrijk is dat er in ons land regionaal een goede dekking is van het vmbo. Het kan niet zo zijn dat sommige regio's zonder een goed technisch vmbo zitten.

Ik heb een vraag aan de minister over de zijinstroom. Hoe neemt u het ontschotten daarin mee? Mensen moeten van de ene naar de andere sector omgeschoold worden. Middelen zijn vaak gekoppeld aan een bepaalde sector. Komt dat straks duidelijk terug in die brief? Komen er middelen vrij die het doel ondersteunen? Mensen moeten niet alleen maar in een bepaalde sector kunnen gaan werken, terwijl er in die sector misschien banen verdwijnen en er in een andere sector banen bijkomen.

Minister Van Engelshoven:

In het kader van een leven lang ontwikkelen zullen we zeker ook kijken hoe mensen vanuit sectoren met minder perspectief de kans krijgen om zich te ontwikkelen richting sectoren die wel perspectief hebben. Als u mij vraagt of er allemaal middelen voor vrijkomen, dan zou ik zeggen: wacht nog even op die brief. Het gaat dan namelijk ook om middelen die nu bij de sociale partners liggen. Maar daar doelt u waarschijnlijk ook op met uw vraag omtrent het ontschotten. In het kader van een leven lang ontwikkelen proberen wij met de sociale partners af te spreken: werk nou gezamenlijk aan het perspectief van uw werknemers.

Voorzitter. Dan heb ik volgens mij de moties van een oordeel voorzien en de vragen beantwoord.

De voorzitter:

Tot slot is er toch nog een vraag voor u van de heer Van Raan.

De heer Van Raan (PvdD):

De minister schetste bij onze motie op stuk nr. 323 dat er nog een brief komt over de samenwerking als het gaat om de verduurzaming en de transformatie. Op grond daarvan heb ik mijn motie aangehouden. Ik vroeg me nog wel af wanneer de sector klaar is met dat overleg. En wanneer komt die brief?

Minister Van Engelshoven:

Ik heb aangegeven dat ik samen met collega Van Veldhoven een brief aan de sector heb gestuurd, waarin we hebben gezegd: ga nou door al die kwalificatiedossiers heen en kijk hoe je die kunt verduurzamen. Dat is geen geringe opgave, want we hebben honderden kwalificatiedossiers. Die zijn misschien niet allemaal even relevant, maar het zijn er alsnog veel en het is dus nogal een opgave. Ik zeg u toe dat ik bij de voortgangsrapportages rondom het Techniekpact ook steeds zal rapporteren hoe het hiermee staat. Ik ben namelijk ook afhankelijk van de voortgang die de partners in de SBB maken bij het herzien van die kwalificatiedossiers. Overigens zit in heel veel van die kwalificatiedossiers al heel veel aandacht voor verduurzaming.

De voorzitter:

Heel kort en tot slot, meneer Van Raan.

De heer Van Raan (PvdD):

Misschien kan de minister mij even helpen: wanneer komt de volgende voortgangsrapportage?

Minister Van Engelshoven:

Volgens mij informeren we de Kamer daar twee keer per jaar over.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit VAO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.