20 Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Op verzoek van de fractie van de ChristenUnie benoem ik: 

  • -in de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven het lid Bruins tot lid in plaats van het lid Dik-Faber; 

  • -in de contactgroep Duitsland het lid Bruins tot lid in plaats van het lid Dik-Faber. 

Op verzoek van een aantal leden stel ik voor, de volgende door hen ingediende moties opnieuw aan te houden: 28973-189; 32605-198; 34397-22. 

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda: 

  • -het VAO Pensioenonderwerpen, met als eerste spreker het lid Van Rooijen namens 50PLUS. 

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten. 

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Beckerman namens de SP-fractie. 

Mevrouw Beckerman (SP):

Voorzitter. Afgelopen vrijdag bereikten ons berichten dat monumenten in het aardbevingsgebied misschien wel tot ruïne kunnen worden. Maandag bereikten ons berichten dat het ministerie van EZ dwarsligt bij het tot stand komen van een nieuw schadeprotocol. Er staat een gasdebat gepland. Vanwege deze alarmerende berichten zou ik graag extra spreektijd willen voor dat debat en de zekerheid dat dit volgende week of de week daarna geagendeerd wordt. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik zie dit maar als collegiale ondersteuning van het meerderheidsdebat dat ik heb aangevraagd en dat al op de lijst staat. Voor het toevoegen van deze onderwerpen en voor een uitbreiding van spreektijd ben ik altijd te porren als daarvoor een Kamermeerderheid is. Maar het debat houden voordat wij de cruciale brief van minister Kamp krijgen, lijkt mij uitermate onverstandig. Vandaar dat wij ook hadden gekoerst op de laatste week voor het reces. Het lijkt mij nog steeds verstandig om daarop te blijven koersen. 

De heer Graus (PVV):

De PVV was, is en blijft er ook voor de Groningers. Dus van harte steun voor alle verzoeken. 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Ik sluit me aan bij GroenLinks, want op 1 juli zou de Nationaal Coördinator Groningen met zijn schadeprotocol komen. Daarover zou de minister dan een brief schrijven. Die brief willen wij eerst hebben voor dat debat, dat dus ergens in de week van 5 juli zal kunnen plaatsvinden wat het CDA betreft. De punten die mevrouw Beckerman noemt, willen wij daar graag aan toevoegen, evenals het bericht dat inwoners van Groningen een voucher van de NAM hebben gekregen van €1.500 om de schade alvast maar af te kopen. Dat moeten wij wel in samenhang zien met de brief die wij nog krijgen van de minister over wat de Nationaal Coördinator nu wel of niet gaat doen. Dus ook daarop krijgen wij graag een reactie van de minister. 

De heer Wassenberg (PvdD):

Laten wij dit inderdaad toevoegen aan het geplande debat en laten wij ook die brief van de minister afwachten, maar alsjeblieft voor het zomerreces. Laten wij dit debat niet pas in september plannen. 

Mevrouw Sazias (50PLUS):

Daar ben ik het helemaal mee eens. 50PLUS steunt het debat en ook zo snel mogelijk. 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Bij de aanvraag van het debat destijds hebben wij ook benadrukt hoe belangrijk het is dat dit debat nog voor de zomer komt. De minister heeft ook beloofd dat hij die brief nog voor de zomer stuurt. Dus laten wij zorgen dat wij echt op basis van inhoud met elkaar debatteren over Groningen in plaats van hier een gesprek te voeren zonder dat wij weten wat de plannen zijn. Die plannen uit Groningen hebben wij nodig om een goed debat te voeren. Verder steun voor de toevoeging van onderwerpen en de uitbreiding van de spreektijd. 

De heer Nijboer (PvdA):

Monumenten laten verworden tot ruïnes, je verzint het niet. Steun voor het voorstel van mevrouw Beckerman. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

De ChristenUnie wil ook heel graag voor het zomerreces nog debatteren over de situatie in Groningen. Het zou inderdaad fijn zijn als de Kamer dan over de informatie kan beschikken die ook door de minister is toegezegd. 

De heer Bosman (VVD):

Volgens mij hadden wij heel duidelijke afspraken gemaakt. Eerst het schadeprotocol. Voor de zomer gaan wij daar zeker over spreken, dat was de afspraak. Daar blijf ik bij, in die volgorde. 

Mevrouw Beckerman (SP):

Volgens mij heb ik zeker genoeg steun voor uitbreiding van de spreektijd en uitbreiding met deze onderwerpen en is ook iedereen van mening dat wij dit snel moeten doen, voor het zomerreces. Dat is heel erg mooi. 

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. 

Het woord is aan de heer Van der Lee namens GroenLinks. 

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Mevrouw de voorzitter. Ik wil een debat aanvragen met de staatssecretaris van Financiën over de NRC-publicatie waaruit blijkt dat er een heel gunstige belastingruling op maat is gemaakt voor het chemiebedrijf ICL, waarbij ook sprake lijkt te zijn van ongeoorloofde politieke bemoeienis bij de totstandkoming van deze afspraak. 

Mevrouw Leijten (SP):

Naar deze deal is eerder gevraagd, namelijk in 2015, maar ik vind het de moeite waard om daarover te spreken. Ik zou graag wat informatie willen hebben over wat precies de bemoeienis is geweest van het ministerie dan wel de minister-president. 

De voorzitter:

Mijnheer Azarkan, u dacht: mijnheer Van Raan heeft geen jasje aan, ik ga het ook doen. 

De heer Azarkan (DENK):

Dat klopt. 

De voorzitter:

Nieuw beleid. 

De heer Azarkan (DENK):

Ik heb het afgekeken inderdaad. 

De voorzitter:

Goed, de heer Azarkan. 

De heer Azarkan (DENK):

Ik sluit me aan bij de vorige spreker. Van harte steun ook voor het debat om goed na te gaan wat de rol is geweest van onze minister-president. 

De voorzitter:

Mijnheer Van der Lee, u hebt geen meerderheid … 

De heer Van der Lee (GroenLinks):

Geen meerderheid voor een debat, maar wel 30 leden. 

De voorzitter:

Ja. Dan zal ik daar in de planning rekening mee houden. 

Ik stel voor, het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. 

Het woord is aan de heer Kwint namens de SP. 

Het gaat helemaal de verkeerde kant op, zie ik. U weet waarom, mijnheer Kwint. 

De heer Kwint (SP):

Dat hoor ik vaker als ik ergens naartoe loop. 

Voorzitter. De chaos is compleet in het onderwijs en dan vooral ten aanzien van wat het kabinet ervan vindt. Het loonverschil tussen leraren op de basisschool en leraren op de middelbare school is volgens het kabinet wel of niet terecht en het kabinet gaat er wel of niet sorry voor zeggen. Het kondigde afgelopen weekend twee dagen op een rij eerst niet en toen wel extra geld aan voor de leraren. 

De voorzitter:

Mijnheer Kwint, wat wilt u precies? 

De heer Kwint (SP):

Duidelijkheid, voorzitter. Teneinde die duidelijkheid van het kabinet te krijgen, zou ik graag een dertigledendebat willen met de minister van Onderwijs, de staatssecretaris van Onderwijs en de minister van Sociale Zaken. 

De heer Van Meenen (D66):

Ik wil dat de heer Kwint voortaan een jasje aandoet. 

De voorzitter:

Heel goed. 

De heer Kwint (SP):

Ruilen voor een debat? 

De heer Van Meenen (D66):

Maar aan dat debat heb ik nog geen behoefte. Ik heb wel behoefte aan een brief van het kabinet over wat nu precies het standpunt is, want dat er tegenstrijdige geluiden zijn, is duidelijk. 

De heer Kuzu (DENK):

Van mij mag de heer Kwint zelf weten of hij wel of geen jasje draagt. Wij steunen het debat. Ik zou de heer Kwint nog wel in overweging willen geven om dit onderwerp volgende week te betrekken bij het debat over werkdruk in het onderwijs. Wij kunnen dan om uitbreiding van spreektijden vragen en de minister van Sociale Zaken uitnodigen om bij dat debat aanwezig te zijn. 

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):

Vrijdag zei de staatssecretaris van Onderwijs dat het onderwijsveld niet iedere week met een nieuwe financiële claim moest komen. De volgende dag zette de vicepremier van dit kabinet in de krant dat de salarissen omhoog moeten. Wat ons betreft mag er uitleg komen en graag door middel van een debat. 

De heer Beertema (PVV):

Als minister Asscher besloten had om voor de PVV-motie te stemmen om de laagste schaal, LA, in het basisonderwijs af te schaffen, dan was er al een heel grote sprong gemaakt. Hij heeft tegengestemd en nu komt u met dit voorstel. Ik steun het debat van harte. 

Mevrouw Arissen (PvdD):

Ook namens de Partij voor de Dieren van harte steun voor het verzoek van de SP. 

Mevrouw Van den Hul (PvdA):

Wij steunen, zoals de heer Kwint ook weet, het voornemen van de docenten en daarom ook steun voor dit debat, het liefst nog voorafgegaan door een brief. 

De heer Bruins (ChristenUnie):

Helderheid is nodig nu het kabinet met twee monden spreekt. Voor de zomervakantie moeten de meesters en juffen er helderheid over hebben of dit nou een dode mus is of niet. Ik stel voor het debat te doen na de aanbieding van de petitie volgende week. Wat betreft de suggestie van de heer Kuzu om het te combineren met het plenaire debat over werkdruk in het basisonderwijs dat toch al gepland staat voor volgende week: dat zou wat mij betreft prima kunnen. 

De heer Rog (CDA):

Er is veel onduidelijkheid. De staatssecretaris heeft eerder een positie ingenomen over het salarisverschil tussen p.o. en vo. De minister geeft daarna aan dat zij als socialist daar heel andere opvattingen over heeft. 

De heer Kwint (SP):

Sociaaldemocraat! 

De heer Rog (CDA):

En nu zien we dat minister Asscher, die volgens mij in campagnestand staat, weer een eigen opvatting heeft. 

De voorzitter:

Steunt u het debat of niet? 

De heer Rog (CDA):

Wat ik graag zou willen, is helderheid van het kabinet. We hebben een brief toegezegd gekregen. Ik zou het verzoek willen doen dat die brief voor volgende week, voor het debat over de werkdruk, naar de Kamer komt, en dat daarin wordt ingegaan op zowel dat eerste verschil als nu ook de uitspraken van minister Asscher. 

Mevrouw Becker (VVD):

Wij hebben morgen een wetgevingsoverleg van de commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap met beide bewindspersonen. Volgens mij staat niets de Kamerleden in de weg om ze daar te bevragen over dit onderwerp. Vanuit de VVD dus geen steun voor een apart debat. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Het lijkt me goed dat die brief snel komt, wat mij betreft voor de regeling van werkzaamheden van volgende week dinsdag. Dan kan die worden betrokken bij het debat dat al gepland is. 

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

We hebben een pleidooi gehouden voor meer beloning. Wij steunen dus het verzoek van de heer Kwint. 

De voorzitter:

Mijnheer Kwint, er is wel steun voor een dertigledendebat. Dat staat dus vast. Maar er is ook de suggestie gedaan om het onderwerp te betrekken bij het debat dat voor volgende week is gepland. 

De heer Kwint (SP):

Dat snap ik, maar ik vind de werkdruk en het kabinetsstandpunt over zowel inkomensverschillen als de vraag of er in de toekomst meer geld naar onderwijs gaat, wel echt twee verschillende dingen. Bovendien hoorde ik de initiatiefnemer van dit debat ook haar steun uitspreken voor een los debat in plaats van het samenvoegen. Ik zou er dus toch graag een apart dertigledendebat van willen maken. 

De voorzitter:

Dat kan, dat gaan we doen. 

Ik stel voor, het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. 

Het woord is aan de heer Van Dam namens het CDA. 

De heer Van Dam (CDA):

Mevrouw de voorzitter. Ik wil u op voorzichtige wijze attenderen op de wijze waarop ik gekleed ben. 

De voorzitter:

Ja, dat valt op. 

De heer Van Dam (CDA):

Dat gezegd hebbend, ik wil een debat met de minister van Veiligheid en Justitie over een brief die hij gisteren naar de Kamer heeft gestuurd over vuurwerk en de jaarwisseling. Ik wil dat debat eigenlijk op drie zaken toespitsen. Ten eerste, wat gebeurt er nu in de opsporing van vuurwerkhandelaren? Ten tweede, wat is er concreet gaande als het gaat om overleg met het buitenland om te voorkomen dat vuurwerk naar Nederland gaat? Ten derde, hoe wil hij het maatschappelijk debat en vooral de support die wij de politie moeten geven in de oudejaarsnacht, vormgeven? Ik heb niet de behoefte om nu al te debatteren over het wel of niet afschaffen van vuurwerk. Daarover verschijnt in het najaar een rapport van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid. Het lijkt me dat dat eerst nodig is om een zinnige discussie te voeren. 

De voorzitter:

U vraagt toch wel om een debat? 

De heer Van Dam (CDA):

Ik vraag wel om een debat over die drie punten. 

Mevrouw Helder (PVV):

Ja, die drie punten. Het is inmiddels traditie om een algemeen overleg over de jaarwisseling te hebben. Het is ook traditie dat we dat doen als het hoogzomer is. Helaas! Maar ik vind dat we die drie punten in het AO kunnen bespreken. Dus geen steun voor dit verzoek om een debat. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Steun voor de brief, maar het lijkt me ook prima om het bij het reguliere AO te betrekken. 

De heer Van Raak (SP):

We houden hier altijd een overleg over, dus dat gaan we dit jaar ook doen. Het is prima om de vragen daarbij te betrekken. 

Mevrouw Arissen (PvdD):

Steun namens de Partij voor de Dieren voor de brief en ook voor het houden van een debat. 

Mevrouw Tellegen (VVD):

Als het goed is, houden we voor de zomer nog een AO over de jaarwisseling. Dat is sneller. Dan kunnen we deze punten daarbij betrekken. 

Mevrouw Van Engelshoven (D66):

Ik wil dat debat best voeren, maar als het AO inderdaad eerder wordt gehouden, kan dit ook daarin aan de orde komen. Ik snap de wens van de heer Van Dam om zo snel mogelijk stappen te kunnen zetten richting de volgende jaarwisseling en daar duidelijkheid over te krijgen. 

De voorzitter:

Steun dus. 

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Ook van mijn kant steun voor de brief over die drie punten. Ik wil er overigens een punt aan toevoegen, namelijk de concrete vraag van de politie om maatregelen te nemen omdat zij zich juist door het knalvuurwerk te kwetsbaar voelt. Dat was een belangrijke uitspraak van de politie. Ik vind het dan wat merkwaardig om die ineens buiten beschouwing te laten. Wat mij betreft, is dat dus een toevoeging aan het verzoek om een brief. Daarna kan er ook een debat over worden gehouden. 

De voorzitter:

Mijnheer Van Dam, ik zit even te kijken. Het is niet helemaal helder of er wel of geen steun is. Mevrouw Buitenweg, steunt u het verzoek nu wel of niet? Er is verwarring ontstaan doordat er heel veel vragen zijn gesteld en opmerkingen worden gemaakt. 

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Ik steun het verzoek om een debat, maar ik hoop dat deze opmerkingen worden doorgeleid naar de minister. Wellicht kan hij dan gelijk antwoord geven op de vragen die ik heb. 

Mevrouw Tellegen (VVD):

Ik was misschien niet duidelijk, maar ik heb liever een AO, zoals we dat altijd doen. Dan wachten we in het najaar de brief over het verbod op vuurwerk af. 

De voorzitter:

Dan is het helder: er is geen meerderheid voor het houden van een debat. 

De heer Van Dam (CDA):

Maar er komt wel een brief, begrijp ik. 

De voorzitter:

Ja. Ik stel voor, het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. 

Het woord is aan mevrouw Bruins Slot namens het CDA. 

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Voorzitter. Gisteravond kregen we van de minister van Binnenlandse Zaken zowel de evaluatie van de Tweede Kamerverkiezingen als de resultaten van het onderzoek naar de telfouten in Den Bosch. Het CDA wil over beide punten een debat. Dat zouden we in één keer kunnen voeren deze week, omdat we het onderwerp dan integraal kunnen behandelen en de agenda van de Tweede Kamer dan niet meerdere malen hoeven te belasten. Graag hoor ik of daar steun voor is. 

De heer Koopmans (VVD):

Juist omdat de problemen bij het stemmen zo belangrijk zijn, zouden we nu wel een debat willen voeren over de documenten die volgens de wet donderdag worden vernietigd, maar niet over de overige zaken, zoals stemmen in het buitenland en de methode van kiezen. Daar willen we wel snel, maar pas nadat we de stukken hebben bestudeerd een uitvoerig debat over voeren. 

De voorzitter:

Ja. Mevrouw Bruins Slot zei "deze week". Het zou vanavond kunnen; dat is ook voordat de processen-verbaal worden vernietigd. 

De heer Koopmans (VVD):

De agendering is aan u, maar het gaat mij om het onderscheid tussen het debat over de stukken die straks vernietigd zullen worden, waar we niets aan kunnen doen, en het grotere debat over alle problemen die zich hebben voorgedaan bij de verkiezingen, zoals het stembiljet, elektronisch stemmen en zo meer. Dat debat willen we iets later om het serieus en uitgebreid te kunnen voorbereiden en aanpakken. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Ik steun het verzoek. Donderdag worden die documenten vernietigd, dus het lijkt mij handig om daarvoor het debat te houden. Voor de rest gaat iedere fractie over haar eigen inbreng. Dat gaan we zien. 

De heer Van Raak (SP):

Steun. Daar moet voor donderdag over gedebatteerd worden. Ik denk dat we ons vooral moeten toespitsen op het feit dat er stemmen verdwenen, niet geteld of verkeerd geteld zijn, maar ja, daar zullen toch allerlei andere aspecten bij betrokken moeten worden om er een duiding aan te geven. 

De heer Krol (50PLUS):

Steun. Ik sluit me aan bij de VVD. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Nu de processen-verbaal vernietigd zullen worden, ligt het wel voor de hand om voor die tijd het debat te houden. Ik twijfel even — dat moet ik eerlijk zeggen — om het te verbreden, want dan wordt het echt wel weer een groter debat, terwijl dat andere aspect ook echt aandacht verdient, want dat is nog een op zichzelf staand probleem. Ik heb er niets op tegen om het samen te voegen, maar ik hoop dat er dan wel voldoende aandacht voor de verschillende onderwerpen overblijft. Ik weet niet hoe het dan met de spreektijd zit en dergelijke. Ik heb er geen principiële bezwaren tegen. 

De voorzitter:

Ik zal naar de spreektijden kijken. Het is, gezien de agenda, wel mogelijk om het debat vanavond te voeren. 

Mevrouw Van Engelshoven (D66):

Ik steun het verzoek om een debat, maar het lijkt ook mij handig om een onderscheid aan te brengen tussen hetgeen echt nu, deze week, moet en de verkiezingsonderwerpen waar we pas op langere termijn over moeten besluiten, zoals stemmen in het buitenland. Dan hebben we daar ook wat meer tijd voor. 

De heer Öztürk (DENK):

Dat geldt ook voor DENK. 

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):

Dat geldt ook voor GroenLinks: wij willen graag een knip, want het ene onderwerp is wat urgenter dan het andere. 

De heer Martin Bosma (PVV):

Ik steun graag het voorstel van de heer Koopmans. 

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Ik hoor dat een meerderheid twee debatten wil. Voorzitter, u gaat over de agenda. 

De voorzitter:

Prima. Dan zal ik daar in de planning rekening mee houden. Houd er rekening mee dat het debat vanavond plaatsvindt. 

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Ik geloof dat er morgen gestemd wordt, dus over eventueel ingediende moties kan dan ook gelijk gestemd worden. 

De voorzitter:

Ja, dank u wel. 

Het woord is aan mevrouw Arissen namens de Partij voor de Dieren. 

Mevrouw Arissen (PvdD):

Voorzitter. De Partij voor de Dieren wil graag een debat met de staatssecretaris van Economische Zaken en de minister van Volksgezondheid over de kabinetsreactie op het RIVM-vervolgonderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden, waarin gesteld wordt dat het feit dat omwonenden van geitenhouderijen vaker longontsteking krijgen, zorgwekkend is en dat maatregelen noodzakelijk lijken, maar dat de bescherming van omwonenden wordt overgelaten aan het bevoegd gezag, terwijl dit bevoegd gezag te weinig instrumenten heeft om beperkingen aan de veehouderij op te leggen op basis van de volksgezondheid. 

De heer De Groot (D66):

Vorige week is in de procedurevergadering overlegd hierover. Er is gezegd dat deze brief eraan zou komen. Wij hebben toen gezegd: laten we in de breedte een debat voeren over de relatie tussen veehouderij en gezondheid. Ik ben dus tegen een apart debat hierover. Laten wij eerst een technische briefing houden, zoals wij ook met elkaar hebben besproken. 

De heer Grashoff (GroenLinks):

Ik vind het een dilemma. Er moet absoluut een debat gevoerd worden over gezondheidsrisico's veehouderij, maar dit is mij te geïsoleerd. In die zin voel ik dus veel voor het voorstel van de heer De Groot om het breder te trekken. Ik wil in elk geval ook de brief van de staatssecretaris over de fijnstofmaatregelen in de pluimveesector erbij betrekken. Die is overigens controversieel verklaard in de procedurevergadering, wat ik echt niet vind kunnen gezien de gezondheidsrisico's die eraan hangen. Maar laten wij eerst maar die technische briefing en hoorzitting doen … 

De voorzitter:

Helder. 

De heer Grashoff (GroenLinks):

En dan een goed debat in de breedte over de gezondheidsrisico's veehouderij. 

Mevrouw Lodders (VVD):

Er wordt hier naar aanleiding van de kabinetsreactie een debat gevraagd. Ik vind dat dit procedureel echt in een procedurevergadering thuishoort en niet hier in de plenaire zaal. Dat is dus een hartenkreet. Daarmee geen steun. Ik stel voor om in de procedurevergadering met elkaar het voorstel van de heer De Groot te bespreken, wat wij eigenlijk linksom of rechtsom al een beetje gedaan hebben. 

De heer Futselaar (SP):

Op dit moment nog geen steun, omdat ook wij liever een groot, goed debat over de gezondheidsproblemen hebben. Ik zeg wel tegen de collega's dat dit op korte termijn moet plaatsvinden, anders gaan wij gewoon het voorstel van de Partij voor de Dieren dat op dit gebied nog komt, steunen. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Geen steun. Veel moet nog bekeken en uitgezocht worden. Wij hebben experts nodig. Wat ons betreft gaat het via de procedurevergadering van de commissie. 

De heer Nijboer (PvdA):

Het debat komt; ik volg dus de SP en GroenLinks. Op dit moment geen steun, maar er moet wel verder over gesproken worden. 

De heer Graus (PVV):

Ik heb experts en ervaringsdeskundigen al bilateraal gehoord. Die technische briefing is dus voor ons niet nodig. Maar nogmaals, als een meerderheid het wil, heb ik er geen moeite mee. En van harte steun voor het verzoek van mevrouw Arissen. 

De heer Geurts (CDA):

Om procedurele redenen in de Kamer — er zijn er net al een aantal voorbijgekomen, ik zal ze niet herhalen — geen steun voor het debat. 

Mevrouw Sazias (50PLUS):

Voor 50PLUS geldt dat wij het ook in de breedte willen zien en ook de pluimveehouderij erbij willen betrekken. Dus ook graag later in breder concept. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Geen steun. 

De voorzitter:

Mevrouw Arissen, u hebt geen steun voor het houden van een debat. 

Mevrouw Arissen (PvdD):

Nee, ik zie het. 

De voorzitter:

Dank u wel. 

Dan ga ik naar mevrouw Van Eijs namens D66. 

Mevrouw Van Eijs (D66):

Voorzitter. Gisteren ontvingen we een brief van de minister waarin staat dat Chemours zonder vergunning chemische stoffen in het oppervlaktewater loost. Dat mag niet, dat kan niet en dat is onacceptabel. Daarom wil D66 een debat met de minister en de staatssecretaris over hoe zij gaan optreden tegen Chemours en waarom Rijkswaterstaat dit niet eerder heeft geconstateerd. Chemours ontkent inmiddels dat er iets fout is gegaan. D66 wil opheldering van de minister en eventueel de staatssecretaris, want daar hebben de omwonenden recht op. 

De heer Remco Dijkstra (VVD):

Wat dit bedrijf doet, kan gewoon niet. Dat is niet acceptabel. Er is morgen een mogelijkheid bij het algemeen overleg Water om dit te behandelen. Daarom heeft de minister ook maandag een brief gestuurd. Anders kan het volgende week uitstekend bij het algemeen overleg Externe veiligheid, waar het volgens mij thuishoort. Geen steun voor een apart debat; dit is een beter voorstel. 

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Er is alweer gedonder bij Chemours. Wat ons betreft steun voor dit debat. Dit is een onderwerp dat een eigen debat verdient. 

De heer Laçin (SP):

Steun voor het debat, maar ik voeg eraan toe wat collega Dijkstra zei. Morgen in het AO Water kunnen wij het erover hebben, in het AO Externe veiligheid ook. Maar alsnog steun voor het debat. 

De heer Geurts (CDA):

Het is uiteraard een ernstige zaak. Maar, het is al eerder gezegd, wij hebben morgen een algemeen overleg Water en volgende week een algemeen overleg Externe veiligheid. Daar kan het bij betrokken worden. Dat gaat toch het snelst. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Het kan niet, het mag niet en er moet opgetreden worden, maar dat vindt de minister ook. Resterende vragen kunnen wat mij betreft in het AO Water gesteld worden. Dus geen steun. 

Mevrouw Arissen (PvdD):

Dit is echt onacceptabel en de Partij voor de Dieren steunt dit verzoek van D66 van harte. 

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):

Ik dring een beetje voor, voorzitter. Wij zijn van mening dat dit morgen aan de orde is. Wij nemen dit morgen in ieder geval mee, dus wat ons betreft is morgen snel genoeg. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Volgens mij is het het snelste om het morgen bij het algemeen overleg te bespreken, of anders volgende week bij het algemeen overleg Externe veiligheid. 

De heer Van Aalst (PVV):

Ook de PVV sluit zich aan bij de suggestie om het te betrekken bij een van de AO's. 

De voorzitter:

Mevrouw Van Eijs, u hebt geen meerderheid voor het houden van een debat. 

Mevrouw Van Eijs (D66):

Het kan dan eventueel bij het AO Water. Wellicht is de aanwezigheid van de staatssecretaris dan ook gewenst. Ik wil niet als antwoord krijgen dat ik daar de andere bewindspersoon voor moet hebben, dus dat zou ik dan willen verzoeken aan de Griffie … 

De voorzitter:

Dat moet u via de commissie doen. 

Mevrouw Van Eijs (D66):

Ja. 

De voorzitter:

Dat gaat via de procedurevergadering. Daar gaat de commissie zelf over. 

Dan ga ik nu naar mevrouw Tellegen namens de VVD. 

Mevrouw Tellegen (VVD):

Voorzitter. De heer Wilders heeft een aantal weken geleden een debat aangevraagd over terrorisme, dat nog voor de zomer zal plaatsvinden. 

De voorzitter:

Ja, volgende week, denk ik. 

Mevrouw Tellegen (VVD):

Volgende week zelfs al. Het gaat dan vaak over repressie, maar ook over preventie. In dat kader zou ik graag de minister van Sociale Zaken willen uitnodigen, want hij gaat over dat deel van het plan van aanpak inzake jihadisme. 

De voorzitter:

Dan zal ik het verzoek doorgeleiden naar het kabinet. 

De heer De Graaf (PVV):

Laat ik het dan maar doen: steun voor het verzoek. 

De voorzitter:

Dank u wel. 

Dan ga ik nu naar de heer Omtzigt. 

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Zojuist bij het vragenuurtje werd duidelijk dat er een casus lag die niet met de Kamer is gedeeld. Daar is in Kamervragen in 2014 wel om gevraagd. Het ging erom een half miljard per jaar extra binnen te halen. 

De voorzitter:

En nu het verzoek. 

De heer Omtzigt (CDA):

Trouw en het FD hebben zojuist uitgerekend dat dat geld helemaal niet binnengekomen is, want dat zat er ook nog in. 

De voorzitter:

En u wilt een debat. 

De heer Omtzigt (CDA):

Ik wil een brief daarover. Waarom is niet medegedeeld wat we wisten, over dit stuk en over het stuk over de Investeringsagenda? De staatssecretaris zegde dat ook toe. Dat wil ik allemaal voor eind volgende week hebben. Hoeveel geld is er precies uitgegeven en wat is ermee binnengehaald? In de laatste week voor het reces zou ik dat dan willen kunnen behandelen in een debat. 

Mevrouw Leijten (SP):

Steun voor dit verzoek. 

De heer Bruins (ChristenUnie):

Steun. 

De heer Snels (GroenLinks):

Steun voor het verzoek. 

De voorzitter:

En verder is het stil. Er is nog geen meerderheid, mijnheer Omtzigt. 

De heer Omtzigt (CDA):

Nee, voorzitter. Ik verzoek u het als een dertigledendebat op de lijst te zetten. U kunt het inplannen. U begrijpt dat wij eerst willen weten hoe dat miljard is uitgegeven voordat we akkoord gaan met de Slotwet en de Voorjaarsnota. Wellicht kunt u daar in de planning rekening mee houden. Dat is waarom ik de brief voor eind volgende week zou willen, opdat we het in de laatste week erover zouden kunnen hebben. 

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. 

Het woord is aan mevrouw Kröger namens GroenLinks. 

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Voorzitter. Wij zouden graag deze week nog stemmen over de moties die worden ingediend bij het VAO Energieraad, dat na deze regeling wordt gehouden. 

De voorzitter:

Daar zullen we rekening mee houden. Volgens mij gaan we er morgen over stemmen, als het zover is. 

Tot slot geef ik het woord aan de heer Roemer namens de SP. 

De heer Roemer (SP):

Voorzitter. Afgelopen vrijdag is de premier op werkbezoek geweest in Groningen. Hij heeft daar met mensen gesproken en de ellende gezien en heeft vervolgens vergaande beloftes en uitspraken gedaan. Dat heeft ons zeer verbaasd, zeker omdat wij maandag in de media konden lezen dat al die uitspraken niet in overeenstemming zijn met wat het ministerie van Economische Zaken heeft gezegd. Om daarover duidelijkheid te krijgen — dat willen we graag voor het debat over het schadeprotocol, zodat het niet vermengd wordt met dat debat — wil ik een interpellatiedebat met de minister-president om te bekijken wat hij heeft gezegd en wat zijn woorden nu precies waard zijn. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik zie dit tweede verzoek van de SP ook maar als een collegiale ondersteuning van het meerderheidsdebat dat al op de agenda staat en dat ik heb aangevraagd. Alle onderwerpen die de SP of andere partijen willen behandelen, kunnen in dat debat worden behandeld. Voor een zinnig debat over de schadeafhandeling is het vrij essentieel dat we de brief van minister Kamp hebben over het nieuwe schadeprotocol. Nog weer verdere uitbreiding vind ik prima. Als er een meerderheid is die ook de minister-president bij dat debat wil uitnodigen, vind ik dat ook uitstekend. 

De voorzitter:

Eigenlijk zegt u dus dat u dit verzoek niet steunt. Dat is helder. 

De heer Graus (PVV):

Steun voor het verzoek van de heer Roemer. 

De heer Bosman (VVD):

GroenLinks had al een debat aangevraagd. De SP heeft nog een keer gevraagd om meer ruimte en het behandelen van een aantal onderwerpen. Dat vind ik heel verstandig; dat steunen we ook. We moeten er heel voorzichtig mee zijn om zomaar kwalificaties te verbinden aan een aantal aannames die in de pers hebben gestaan. Ik denk dat we een goed debat kunnen voeren met een goede inhoud, waarbij we de teksten kunnen gebruiken die officieel beschikbaar zijn, in plaats van stukken uit de krant. Ik steun het verzoek dus niet. 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Het lijkt me wel helder als er voor dat gezamenlijke debat over Groningen in de brief aandacht wordt besteed aan dit onderdeel: wat heeft de premier in Groningen gezegd? Laten we daar wel gewoon helderheid over hebben. We willen natuurlijk niet dat daar nu onduidelijkheid en onrust over ontstaan in Groningen. Laat de minister daar dus maar op ingaan. We willen die brief graag deze week ontvangen. Ik denk dat het in tweeën zal moeten: deze week een brief over de uitspraken van de premier, en een tweede brief na 1 juli. Dan weten we ook van de Nationaal Coördinator hoe het zit met het schadeprotocol. 

De voorzitter:

Dus geen steun? 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Nee, geen steun voor het debat. Maar ik wil op basis van die brief wel bekijken of we de premier alsnog zouden moeten uitnodigen. 

De heer Wassenberg (PvdD):

De Partij voor de Dieren steunt het verzoek van de heer Roemer. Maar ik vind de opmerking van mevrouw Mulder wel zinnig. Als er in de brief die is toegezegd dus kan worden ingegaan op deze uitspraken, is dat wel heel prettig. Maar ik steun het verzoek om een debat volop. 

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Mevrouw Mulder heeft het uitstekend verwoord. Ik hoef dat niet te herhalen. Ik sluit me daarbij aan. 

De heer Krol (50PLUS):

Ik sluit me daar ook bij aan. 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Het is belangrijk dat Groningen weet hoe het ervoor staat en dat het kabinet met één mond spreekt. Laat het dat inderdaad in een brief uiteenzetten. Dan kunnen we die brief betrekken bij het debat. 

De heer Nijboer (PvdA):

Er komt weer een hele stapel papier deze kant op. Daar ben ik op zich wel voorstander van, of in ieder geval geen tegenstander, maar ik zou de premier wel graag een keer bij een gasdebat willen zien. Hij is er nou eindelijk een keer geweest en het zou goed zijn als hij hier tekst en uitleg zou geven. Ik zou dus willen voorstellen om de premier te betrekken bij het debat met minister Kamp dat voor de zomer plaatsvindt. 

De voorzitter:

Maar steunt u het verzoek van de heer Roemer? 

De heer Nijboer (PvdA):

Ik zeg: bij het debat dat al gepland staat. 

De heer Dijkgraaf (SGP):

Ik steun collega Mulder. 

De voorzitter:

Er is steun voor een interpellatiedebat, maar er is ook een voorkeur uitgesproken voor het betrekken van dit onderwerp bij het meerderheidsdebat dat op de lijst staat. 

De heer Roemer (SP):

Het gaat met name om uitspraken die de minister-president gedaan heeft in Groningen. Die zijn daar ook genoteerd en opgenomen. Het gaat erom dat we daar misverstanden voorkomen. Ik had dit ook aangekaart in de vorm van mondelinge vragen voor het vragenuurtje van vandaag. Het is ons al gebleken dat de minister-president dan geweigerd zou hebben te komen en het aan de minister van EZ zou hebben overgelaten. Daarom wil ik het omzetten in een interpellatiedebat, om al die ruimte en misverstanden weg te halen en te zien wat zijn woorden waard waren. Ik wil het dus niet ineen laten lopen met het debat over de schadeafhandeling, want dat is inhoudelijk veel te belangrijk. Maar er is voldoende steun voor een interpellatiedebat. Wat mij betreft kunt u het dus inplannen. 

De voorzitter:

Voor deze week dus? Er staan namelijk nog collega's die waarschijnlijk nog iets willen zeggen. Maar u wilt deze week een debat? 

De heer Roemer (SP):

Een interpellatiedebat kan kort zijn als de minister-president er heel duidelijk in is wat hij precies bedoeld heeft en wat zijn woorden waard waren. De mensen in Groningen zitten niet zoveel weken te wachten op mooie beloftes die maandag niks waard blijken te zijn. 

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ik denk dat we de onrust die de heer Roemer voelt hier allemaal voelen. Ik zie alleen dat een meerderheid van de Kamer een voorkeur heeft voor een andere vorm. Het gaat ook om de woordvoerders die heel veel met dit dossier te maken hebben gehad. Ik zou de heer Roemer collegiaal willen vragen of hij dat verzoek om een brief misschien wil steunen. En laten we er dan voor zorgen dat die brief snel komt. Dan kunnen we daarna altijd bekijken waar we dan staan. 

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Misschien mag ik dan voorstellen dat die brief er morgen is, voor de regeling van werkzaamheden. Dan weten we of wat in de krant staat wel of niet waar is en of het het waard is om daar deze week met de minister-president over te spreken. Als dat niet zo is, kan ik mij voorstellen dat hij wordt uitgenodigd bij het debat dat we nog vlak voor de zomer hebben. Dan kan hij daar eventueel een nadere toelichting geven. 

De heer Graus (PVV):

Ik blijf het oorspronkelijke verzoek van de heer Roemer steunen, zeker na zijn goede en plausibele uitleg. 

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks):

Ik ben het eens met mevrouw Van Veldhoven. 

De heer Roemer (SP):

Ik laat mijn verzoek staan, voorzitter. Mocht de brief dermate interessant zijn dat een andere oplossing beter is, dan kan ik dat altijd morgen voor de regeling van werkzaamheden laten weten. Als dat niet het geval is, dan laat ik het gewoon staan en dan kan het debat ingepland worden. 

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. 

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de regeling van werkzaamheden. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Naar boven